Rekenkamercommissies Quickscan jaarstukken 2024
Tekst van het document
Inhoudelijk relevant is de opmerking over het ontwikkelen van een Smart Energy Hub (p. 7 begroting) om slim met beschikbare opgewekte energie om te gaan. Mocht een dergelijk plan kansrijk zijn, dan is ook daar de vraag wie na opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling het beheer overneemt. Financieel is hier verder nog van belang wat er gaat gebeuren met het restant van het investeringsbudget (ca. € 1,8 mln.) en of dat onder de huidige omstandigheden met aangekondigde opheffing van de GR nog wel een besluit is dat het bestuur alleen zou moeten nemen.
De accountant maakt een opmerking over het meenemen van de kosten voor liquidatie in de grondexploitatie. Die opmerking is navolgbaar. Tegelijkertijd is het niet logisch om deze kosten via parkmanagement te laten lopen omdat dat tot vermenging met kosten voor ondernemingen zou leiden. Het alternatief is een afzonderlijk door de deelnemers beschikbaar gesteld projectbudget en dat is een politieke afweging. Onder het parkmanagement (p. 10 begroting) is genoemd dat investeringen tegen 2030 zijn afgeschreven. Het is onwaarschijnlijk dat de nu in gebruik zijnde activa (onder andere beveiligingscamera’s en bluswatersysteem) dan niet meer nodig zullen zijn. Daarmee ligt de vraag op tafel wie welk risico loopt voor de financiering van de investeringen voor parkmanagement na opheffing van de gemeenschappelijke regeling. In het jaarverslag staat een opmerking over werkgelegenheid (p. 7). Op zich is werkgelegenheid een doel van dit project. Wat er niet staat is waar die werknemers vandaan komen, met name als het gaat om de flexibele schil in de logistiek. De gangbare praktijk in Nederland is dat hiervoor arbeidsmigranten worden ingezet. De commissie Van Zwol maakte daar recent kritische opmerkingen over als het gaat om demografische ontwikkelingen in Nederland.
Meer specifiek voor deze casus: is de problematiek van arbeidsmigranten en hun huisvesting ook hier relevant, wat doen de gemeenten op het punt van toezicht op huisvesting en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een eventueel RBT-II? Financieel gezien is de redenering om de winsten (€ 2,6 mln waarvan € 0,6 mln uit parkmanagement) uit 2023 niet aan de deelnemers uit te keren te volgen omdat dit de financieringslasten verkleint (beslispunten jaarrekening en p. 22 begroting). Op enig moment komt dit onderwerp terug omdat bij de opheffing van de gemeenschappelijke regeling ook de achtergebleven winst moet worden afgewikkeld.
Tot slot een opmerking over de Vennootschapsbelasting (p. 30 begroting). De hier genoemde bedragen zijn ten opzichte van de winstnemingen wel erg hoog. In totaal gaat het om circa € 3,7 mln. tot en met 20240501_QS_GR2024
24 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2024 © Voor Raad & Bestuur
2028 en wellicht later ook nog heffingen. Bij een eindwaarde (winst) van € 11,9 mln. is dat ten minste 30%. Een mogelijke verklaring is dat er beperkingen zitten in de renteaftrek die door het Rijk ook zijn opgelegd aan partijen als woningcorporaties en gemeenten die helemaal niet in staat zijn om via lening constructies met het buitenland belastingen te ontwijken. Kan dat worden toegelicht, en is het wellicht de moeite waard om een contra expertise te vragen? Als de hoge heffing wordt veroorzaakt door antiontwijkingsmaatregelen, dan is dat een voorbeeld dat gemeenten in het overleg met het Rijk kunnen inbrengen over toepassing van fiscale regels op gemeenten. Financieel technisch is het de vraag of het geleidelijk in de lasten verwerken van de belasting wel passend is als de heffing feitelijk is gebaseerd op resultaten tot nu toe. Het beeld dat uit de meerjarenraming naar voren komt is overigens wel dat er per saldo in de komende jaren een positief financieel resultaat op de exploitatie overblijft.
5.2 Technology Base Twente Technology Base Twente is een GR waar de gemeente Enschede en de provincie Overijssel bij betrokken zijn. Het gaat om de ontwikkeling van het terrein van het voormalige militaire vliegveld. Inhoudelijk gezien valt het project eigenlijk in drie delen uiteen: de grondexploitatie voor woningbouw die zo goed als afgerond is. Daar zijn geen opmerkingen over te maken. Het tweede deel is de grondexploitatie voor bedrijfsontwikkeling en het derde deel gaat over de luchtvaartgebonden activiteiten. Bij deze laatste twee onderdelen zijn wel opmerkingen te maken. Ten eerste de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Met uitspraken van de Raad van State zijn tegenvallers in de grondexploitatie ontstaan, onder andere omdat slotbetalingen voor overgedragen grond vanwege contractuele redenen zijn komen te vervallen. In brede zin is het vraagstuk van de milieuvergunningen voor het hele terrein het grootste risico. Op dit moment is het einddoel om de grondexploitatie in 2031 te hebben afgerond. De risico-analyse laat zien dat een vertraging van de grondexploitatie met 2 jaar tot een extra verlies van ruim 1,5 mln. zal leiden (p. 21 jaarverslag). Ook de nog te maken kosten kunnen bij prijsontwikkeling nog tot een verliespost leiden (idem). Met een paar jaar doorlooptijd en zelfs bescheiden inflatie kan dat risico zich ook relatief snel voordoen.
Verder staan er op pagina 40 van het jaarverslag diverse verwijzingen naar vertragingen in de uitvoering van voorgenomen werken. Dat kan het ook doorwerken naar kostenstijgingen. Het raakt ook het bredere punt van beschikbare uitvoeringscapaciteit van de organisatie.
Voor het luchthaven deel zit de sleutel in een rapport over de kansen op publiek private samenwerking (PPS; p. 13 jaarverslag). Technology Base Twente stelt op pagina 10 van de begroting dat er een beleidsarme begroting is opgesteld. Het lijkt er echter op dat in de begroting op twee gedachten wordt gehinkt in het lange termijn perspectief. In de tekst is sprake van de noodzaak van groot onderhoud voor de landingsbaan (p. 11 begroting). Daar wordt ook over gezegd dat er wordt gewerkt aan een programma 20240501_QS_GR2024
25 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2024 © Voor Raad & Bestuur
van eisen en de aankondiging van verhoogde kapitaallasten vanaf 2028. Op pagina 21 van de begroting blijkt dat een eerste schatting van de kosten uitkomt op € 7 mln., waarvoor volgens het jaarverslag (p. 23) geen dekking binnen de organisatie is. In de begroting wordt er verder over gezegd (p. 10) dat men vanwege de doorlooptijd in 2025 wil starten met de aanbesteding, met het risico dat die zou moeten worden afgebroken. Zoals TBT zelf al zegt moet de PPS leiden tot een ‘overtuigende luchthavenexploitatie die integraal kostendekkend is’ (p. 5 begroting). De besluitvorming daarover zou in 2025 moeten plaatsvinden. Dat zou ook betekenen dat de kapitaallasten van het onderhoud van de landingsbaan onderdeel van integrale kostendekkendheid is. Een en ander roept de vraag op wat de echte gevolgen zijn van een jaar uitstel van voorbereiding van een aanbesteding voor groot onderhoud. Als basisregel geldt dat onderhoud de levensduur van kapitaalgoederen verlengt. Maar met de onzekerheid die nu bestaat kunnen ook voorbereidingskosten voor een aanbesteding uiteindelijk kosten blijken te zijn die geen resultaat meer opleveren. Hierboven is gesteld dat de begroting 2025 op twee gedachten hinkt. Dat blijkt uit het feit dat op sommige plaatsen (p. 11 en p. 34) van 2027 op 2028 een sprong in de lasten van € 0,5 mln. is terug te vinden terwijl elders (p.
26 onder kapitaallasten luchthaven) de kapitaallasten stabiel blijven. Alhoewel een zienswijze formeel gaat over de begroting voor het eerstvolgende jaar (2025 in dit geval) is het punt van de voorgenomen investering groot onderhoud op termijn van belang voor de begrotingen van de deelnemers. Dat kan aanleiding zijn om er richting het bestuur van de GR kritische opmerkingen over te maken. Verder valt op dat op pagina 38 van de begroting de raming voor investeringen ten behoeve van de luchthaven voor 2024 is bijgesteld. Het waarom van de meerkosten van € 0,5 mln. ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van € 1,7 mln. op de investeringen in de nutsvoorzieningen is niet toegelicht. Als de meerkosten een gevolg zijn van prijsontwikkeling, dan is het de vraag wat dat doet op de nu gemaakte raming voor de investering groot onderhoud over 4 jaar. Op pagina 39 van de begroting staat vanaf 2026 een kostenstijging van € 0,3 mln. voor de verhuur van panden gerekend met als argument herfinanciering van een lening. Over de duim gerekend betekent dat een herfinanciering van een lening van € 7,5 mln. tegen 2,5% ongeveer €190.000 kost. De huidige rentelast is bij benadering4 ongeveer € 23.000. Ofwel meerkosten van zeg € 170.000. Dan blijft nog € 130.000 meerkosten in 2027 onverklaard. Tot slot een opmerking over de rechtmatigheidsverklaring.
De toelichting op pagina 48 van de jaarrekening is niet meer dan een alinea. Vergelijk dat met bijvoorbeeld de Veiligheidsregio en dan is hier nog wel ruimte voor verbetering.
4
p. 11 en p. 39 noemen andere rentepercentages voor de huidige lening. Op p. 22 staat bij een directe koppeling tussen de lening en het rentepercentage 0,31% genoemd
20240501_QS_GR2024
26 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2024 © Voor Raad & Bestuur
5.3 SWB SWB begeleidt mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en biedt daarvoor ook zelf werkgelegenheid aan. Historisch gezien komt SWB voort uit de oude sociale werkvoorziening (WSW). Het takenpakket is veranderd door het sluiten van de WSW-regeling en daarvoor is de bredere participatiewet en, zoals dat heet, ‘nieuw beschut werk’ in de plaats gekomen. De organisatie heeft in 2023 gewerkt met een interim directie; er komt per 1 september 2024 een nieuwe directeur. Gezien alle veranderingen is het wellicht een suggestie om die directeur haar ervaringen na 100 dagen met de diverse gemeenteraden te laten delen. Financieel gezien heeft SWB een positief resultaat gehaald. Daarvoor heeft de huidige directie volgens het jaarverslag stevig op moeten bijsturen. Uit de wettelijke kengetallen blijkt dat de structurele begrotingsruimte negatief is (jaarverslag, p. 7). Wat ontbreekt is een overzicht van structurele en incidentele baten en lasten of mee- en tegenvallers zoals bijvoorbeeld Samen Twente dat maakt. Dan kan het bestuur en ook de gemeenteraad echt oordelen waar de knelpunten zitten. Zo valt op dat bij de kosten vooral overschrijdingen te vinden zijn bij afschrijvingen op voertuigen en bij overige kosten zijn drie posten: huisvesting, wagenpark en onderhoud de belangrijkste posten met overschrijdingen (p. 30). De toelichting hierop ontbreekt.
Op pagina 19 van het jaarverslag is sprake van een voorziening voor personeel op basis van een reorganisatie in 2011-2015. Hier ontbreekt een toelichting op de vraag hoe lang naar verwachting deze voorziening nog nodig is. Dat is van belang omdat er waarschijnlijk ook in de toekomst nog bijstellingen op basis van bijvoorbeeld loonontwikkeling nodig zijn. Als gevolg van onzorgvuldige inkoopprocedures moet het bestuur tot de conclusie komen dat de jaarverantwoording over 2023 onrechtmatig is (p. 9 jaarverslag). Een deel van die onrechtmatigheid werkt ook in 2024 nog door.
In 2023 is een nieuw strategisch beleidsplan met de betrokken gemeenten en gemeenteraden gedeeld. Dat document is in deze quick scan niet meegenomen. Het kan daarom zijn dat sommige opmerkingen in het strategisch beleidsplan wel zijn benoemd. In de begroting valt in de eerste plaats op dat de meerjarenraming in elk jaar een positief financieel resultaat laat zien. Op zichzelf een goed teken voor een organisatie die in de kern moet leven van rijkssubsidies en omzet uit dienstverlening. Wat ook opvalt is dat de loonkosten voor WSW-personeel in de periode 2025-2028 met € 2 mln. dalen, van € 13½ naar € 11½ mln. Wat niet zichtbaar is, is om hoeveel mensen in termen van Standaard Eenheden (p. 26 jaarverslag) dat nu precies gaat. Dat er minder WSW-personeel is, is een gevolg van
20240501_QS_GR2024
27 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2024 © Voor Raad & Bestuur
wetswijzigingen. Met de gegevens nu is moeilijk te beoordelen hoe snel de afbouw van WSW-personeel nu echt gaat. Ook hier gelden de meer algemene opmerkingen over personeel uit hoofdstuk 1. SWB zegt lokaal op zoek te zijn naar nieuwe werkgevers voor de medewerkers die SWB in dienst heeft. Dat zou vooral lokaal moeten gebeuren (p. 8 begroting). Uiteindelijk raakt dat ook de mogelijke omzet. Ziet het bestuur van SWB grenzen aan de mogelijkheden voor omzetgroei? En welk potentieel aan werkgelegenheid ziet het bestuur nog bij externe werkgevers in een samenleving die steeds meer afhankelijk wordt van technologie en waar veel praktische arbeid wordt geautomatiseerd? Dat is ook van belang omdat SWB zelf aangeeft dat de nieuw instromende medewerkers veel meer begeleiding vereisen dan tot op heden het geval was (p. 7 jaarverslag). In de begroting 2024 en de nu voorliggende begroting (p. 9) zijn prestatie-indicatoren opgenomen. Dat was daarvoor niet het geval. Daarom ziet u geen indicatoren in het jaarverslag 2023. Voor nu is het afwachten tot een tussenrapportage 2024 of de jaarstukken 2024 om te zien of de ambities ook werkelijk worden gerealiseerd. Als laatste punt staat op pagina 12 van de begroting een opmerking over het terugdringen van het aantal huisvestingslocaties. Vanuit de optiek van de organisatie is dat een kostenbesparing en een logische zet.
Afhankelijk van de eigendomsverhoudingen van de desbetreffende locaties kan dat voor de deelnemende gemeenten betekenen dat een deel van de baten uit verhuur van vastgoed wegvalt. De aanpassingen gaan in overleg met de gemeenten, maar de boodschap is wel een soort winstwaarschuwing voor de gemeentebesturen.
20240501_QS_GR2024
28 van 28