Reactienota ontwerpbeleid
Tekst van het document
Reactienota ontwerpbeleid ‘’Regionale spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van ZuidwestTwente’’ Januari 2022
1.
Inspraakreactie ontwerpbeleid ‘’Regionale spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Zuidwest-Twente. De gemeente Haaksbergen heeft samen met andere gemeenten in Zuidwest – Twente gezamenlijk beleid opgesteld voor het buitengebied. Dit betekent dat de regels voor zowel Rood voor Rood, VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing), KGO (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en dergelijke op elkaar worden afgestemd. Op die manier hebben zowel bedrijven als burgers in de deelnemende gemeenten (grotendeels) dezelfde regels waaraan moet worden voldaan bij voorgenomen initiatieven in het buitengebied. Het ontwerpbeleid heeft van 28 mei 2021 tot en met 8 juli 2021 ter inzage gelegen voor het indienen van reacties. Tevens is het ontwerpbeleid besproken in de commissie Ruimte van woensdag 23 juni 2021. Tijdens de periode van terinzagelegging is er één inspraakreactie ingediend. De reacties vanuit de commissie Ruimte en de inspraakreactie worden onderstaand besproken en van antwoord voorzien. De provincie Overijssel is nauw betrokken geweest bij het opstellen van de spelregels voor het buitengebied.
2.
Reacties commissie Ruimte Het ontwerpbeleid is besproken tijdens de commissie Ruimte van woensdag 23 juni 2021. De reactie van de verschillende fracties waren divers en uiteenlopend van aard. Belangrijke onderwerpen binnen het nieuwe beleid zijn onder andere het uitwisselen van sloopmeters met andere deelnemende gemeenten en de wens vanuit het gebied (agrariërs) om woningen te clusteren bij de huidige bebouwingsconcentraties. Onderstaand zijn de belangrijkste reacties vanuit de commissie Ruimte samengevat en van antwoord voorzien. Hierbij wordt tevens benoemd of een reactie heeft geleid tot aanpassing van het ontwerpbeleid. De reacties zijn opgedeeld in procesmatige- en inhoudelijke reactie. Proces Onderstaande de procesmatige reacties op het ontwerpbeleid Samenvatting reactie commissie Ruimte Heeft de commissie Ruimte of de gemeenteraad gevraagd om het beleid te herzien of aan te passen? Beantwoording college Deze herziening volgt niet op een vraag vanuit de gemeenteraad om het beleid aan te passen. In december 2017 is er vanuit de Groene Metropool Twente een bijeenkomst georganiseerd met als onderwerp ‘’Vrijkomende Agrarische Erven – Op naar een regionale aanpak’’. Deze bijeenkomst is drukbezocht door onder andere agrariërs, adviesbureaus, ambtenaren, docenten van Saxion Hogescholen en enkele bestuurders.
Belangrijke conclusie was dat de regels voor initiatiefnemers te versnipperd zijn en de wens werd uitgesproken om het beleid voor het buitengebied te harmoniseren. Vanuit de Groene Metropool Twente zijn daarna een aantal werkgroepen in het leven geroepen die hebben gekeken naar alle aspecten die gelden voor de ontwikkeling van (voormalige) agrarische erven. Met name de onderwerpen asbestsanering, sloop en nieuwe ontwikkelingen in voormalige agrarische bebouwing, duurzaamheid en de erfeigenaar zelf zijn in deze werkgroepen behandeld en hebben geleid tot onderliggend document dat in verschillende gemeenten kan worden ingevoerd. Samenvatting reactie commissie Ruimte Wanneer dit beleid wordt vastgesteld dan overrulet dit het vigerende beleid? Beantwoording college Ja. Wanneer onderliggend beleid wordt vastgesteld dan is het hele pakket aan regels voor het buitengebied in één beleidsnotitie opgenomen. Na vaststelling van dit nieuwe beleid wordt het Rood voor Rood en VAB beleid 2011, het Rood voor Rood beleid 2015 en het KGO-beleid ‘’KGO-balansmodel’’ ingetrokken. Samenvatting reactie commissie Ruimte In het collegebesluit waarin is besloten het ontwerpbeleid ter inzage te leggen worden een aantal verschillen ten opzichte van het huidige beleid genoemd.
Zijn er nog meer verschillen en kunnen deze ook worden benoemd? Beantwoording college De grote aanpassingen zijn inderdaad in het collegebesluit al genoemd. Daarnaast zijn er enkele kleinere, ondergeschikte aanpassingen opgenomen. Om het geheel in beeld te brengen is de bijlage ‘Was-wordt lijst’ opgenomen. Daarin zijn de verschillen benoemd.
Samenvatting reactie commissie Ruimte Is er een evaluatie van het huidige beleid geweest? Beantwoording college In principe heeft er geen evaluatie plaatsgevonden zoals bij de herziening van het beleid in 2015. Wel is er tussen 2015 en heden vanuit de commissie Ruimte en de gemeenteraad gevraagd naar de aantallen aanvragen binnen zowel Rood voor Rood, VAB als KGO. Deze zijn per vraag beantwoord. Op dit moment liggen er meerdere aanvragen voor zowel Rood voor Rood, VAB als KGO. De toepassing van het beleid is in de verschillende gemeenten besproken in de eerdergenoemde werkgroepen die zijn gevormd vanuit de Groene Metropool Twente. In deze werkgroepen is gekeken naar het best werkbare model voor de deelnemende gemeenten in Zuidwest-Twente. Onderliggend beleid vloeit voort uit de besprekingen met de gemeenten Hof van Twente, Hengelo, Wierden, Borne, Enschede en Almelo. Inhoud Onderstaande de reacties over de inhoud van het ontwerpbeleid. Samenvatting reactie commissie Ruimte Is het verstandig en wenselijk om sloopmeters uit andere gemeenten te halen met de 60%40% verhouding en hoe kunnen we controleren en handhaven dat in de andere gemeente daadwerkelijk wordt gesloopt? Zijn de voorwaarden voor sloop in andere gemeenten hetzelfde als in Haaksbergen? Beantwoording college De reden om sloopmeters uit te wisselen is dat de gemeenschap dit als wens heeft uitgesproken.
Met name de (voormalige) agrariërs die dicht bij de gemeentegrenzen wonen hebben onderling veel contact en kunnen op deze manier gezamenlijk een ontwikkeling mogelijk maken. Dit betekent dat het gebied zelf verbeterd. Daarnaast wordt verwacht dat er de komende jaren in Haaksbergen zo’n 130.000 m² landschapsontsierende bebouwing leegkomt. Gemeenten als Hengelo, Almelo en Borne hebben een veel kleiner buitengebied en daardoor komen er veel minder vierkante meters aan landschapsontsierende bebouwing vrij. Initiatiefnemers in die gemeenten kunnen met toepassing van de 60%-40% regeling sloopmeters uit Haaksbergen en Hof van Twente halen om alsnog te kunnen ontwikkelen. Dat lijkt een win-win situatie. De voorwaarden waaronder in andere gemeenten kan worden gesloopt zijn hetzelfde als in Haaksbergen. Daar wordt immers hetzelfde beleid vastgesteld. Enkele voorwaarden zijn dat gebouwen met vergunning moeten zijn opgericht, een landschapsplan moet worden aangeleverd en de sloop binnen een bepaalde tijd moet zijn afgerond. Dit kunnen we controleren en handhaven door een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers te sluiten. Tevens wordt de landschappelijke inpassing bij beide gemeenten waar wordt gesloopt opgenomen als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. Op deze manier wordt het op zowel de bouw- als slooplocatie geregeld.
Over de bestemmingsplanherziening is uiteraard nauw ambtelijk contact met de andere gemeente.
Samenvatting reactie commissie Ruimte Er zijn agrariërs die op dit moment gaan stoppen en (een deel van) hun stallen willen slopen in het kader van Rood voor Rood of een andere bestemming willen geven met toepassing van VAB. Kunnen nieuwe boeren op die erven mogelijk weer uitbreiden in de toekomst? Beantwoording college In principe mogen we ervan uitgaan dat de agrariërs die nu stoppen geen opvolging hebben. Daarnaast zien we bij bedrijven die doorgaan juist schaalvergroting. Mocht een erf dat op dit moment wordt ontwikkeld in de toekomst alsnog een doorstart willen maken dan dient de nieuwe eigenaar het beleid toe te passen zoals is voorgesteld. Dit betekent dat er voor iedere te bouwen m² het dubbele/drievoudige moet worden gesloopt. Uiteraard moet doorstart en uitbreiding milieutechnisch ook mogelijk zijn. Wanneer zich een geval als dit voordoet wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan doorlopen. Inherent daaraan wordt een startnotitie aan de commissie voorgelegd. Samenvatting reactie commissie Ruimte Op dit moment is ontmenging toegestaan. Waarom wordt dit uitgebreid met het verkleinen van een bedrijf? Beantwoording college Vanuit agrariërs komt steeds vaker de vraag of ze hun bedrijf kunnen verkleinen en daarbij een deel van de stallen in te mogen zetten voor Rood voor Rood.
Er zijn erven waarbij een sterke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is te realiseren door dit toe te staan. Dit is dus exact het uitgangspunt van Rood voor Rood. Voor de agrariërs heeft het meerdere voordelen om een deel van hun erf te kunnen inzetten voor Rood voor Rood. Zoals al genoemd verbetert te ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast zijn verzekering en onderhoud van belang. Asbesthoudende stallen zijn veelal niet meer te verzekeren en meestal hebben erfeigenaren geen middelen om ze te onderhouden. Ook biedt dit de mogelijkheid voor meer Rood voor Rood ontwikkelingen. Agrariërs zijn momenteel terughoudend in het opgeven van sloopmeters omdat ze in dat geval de agrarische activiteiten dienen te staken. Door verkleining van het agrarisch bedrijf toe te staan wordt er nog een win-win situatie gecreëerd. Ontmenging is alleen mogelijk in het geval van een intensieve veehouderij waar ook een grondgebonden veehouderijtak aanwezig is. De mogelijkheden voor ontmenging zijn dus zeer beperkt. Samenvatting reactie commissie Ruimte Hoe verhoudt het nieuwe beleid zich tot Natura 2000? Beantwoording college Bedrijven die moeten wijken voor Natura 2000 zijn in principe in gesprek met de provincie Overijssel over de randvoorwaarden. Wanneer een bedrijf moet of wil stoppen en Rood voor Rood wil toepassen gelden dezelfde randvoorwaarden als bij andere initiatieven.
Ontwikkelingen, ook binnen Natura 2000 problematiek, worden met een startnotitie aangeboden aan de commissie Ruimte.
Samenvatting reactie commissie Ruimte Het beleid gaat uit van het gebruiken van alle beschikbare m² van een locatie. Waarom kan dit niet worden opgeknipt? Als er 500 m² beschikbaar is en iemand heeft maar 200 m² nodig dan moet de 500 m² worden gebruikt? Beantwoording college We stellen inderdaad voor om alle beschikbare m² mee te nemen in één ontwikkeling. Wanneer dat niet gebeurt dan kan bijvoorbeeld 500 m² worden opgedeeld in 5 vouchers waarbij op veel locaties kan worden gebouwd. Wanneer de sloopmeters op één locatie moet worden gebruikt dan kun je dat voorkomen. Daarnaast gaat het vigerende beleid ook uit van het slopen en gebruiken van alle sloopmeters in één ontwikkeling. Dat werkt op dit moment prima. Met deze regel wordt voorkomen dat iedere m² wordt uitgepond. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede. Samenvatting reactie commissie Ruimte Waarom wordt een grens van minimaal 300 m² aangehouden voor het toepassen van Rood voor Rood? Beantwoording college Deze maat komt één op één uit het vigerende Rood voor Rood beleid en deze was ook al opgenomen in het beleid van 2011. De reden om minimaal 300 m² aan te houden is dat de erven die kleiner zijn meestal geen (volwaardige) agrarische erven zijn. Uitgangspunt destijds was dat burgers die een groter bijgebouw bij hun woning hebben gerealiseerd ook zelf verantwoordelijk zijn voor de sloop van deze gebouwen.
Daarnaast mag er bij recht ook een bijgebouw van minimaal 150 m² worden gebouwd bij een woning waardoor de impact op de ruimtelijke kwaliteit bij erven kleiner dan 300 m² minimaal is. Samenvatting reactie commissie Ruimte Waarom is er een maximum van 450 m² opgenomen voor bijgebouwen bij woonbestemmingen? Beantwoording college Bij een oppervlakte van 450 m² is er een kleine impact op de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast dient het drievoudige gesloopt te worden, iets dat wel weer impact heeft op de ruimtelijke kwaliteit. De nieuwe bijgebouwen moeten passend zijn in het gebied en daarvoor wordt ontsierende bebouwing gesloopt. Met het vergroten van bijgebouwen bij woning komen we daarnaast tegemoet aan de wensen van initiatiefnemers in het buitengebied. Samenvatting reactie commissie Ruimte In het beleid worden de zoekgebieden losgelaten. De zoekgebieden zijn in het verleden aangewezen om ongewenste nieuwbouwlocaties te voorkomen. Waarom zijn de zoekgebieden losgelaten en volstaat het begrip ‘bebouwingsconcentratie’ om ongewenste situaties te voorkomen? Beantwoording college Buiten de zoekgebieden om zijn ook andere locaties geschikt om een Rood voor Rood woning te realiseren. Belangrijk hierbij is dat er wordt aangesloten bij bebouwingsconcentratie. Dit kan een cluster van gebouwen, een lint of een kernrandzone bij de huidige kernen zijn.
Hiermee worden solitaire woningen in het buitengebied uitgesloten. Bij elk initiatief dient er een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Initiatieven voor nieuwe Rood voor Rood woningen worden middels een startvoorstel, voor het geven van wensen en bedenkingen, aan de commissie voorgelegd.
Daarnaast is de Wissinkbrink voor het overgrote deel al ontwikkeld met toepassing van Rood voor Rood en geldt ook in dat gebied dat solitaire woningen niet zijn toegestaan. In de Veldmaat is de Notitie Lintbebouwing van toepassing. Dankzij het Rood voor Rood ontwikkeling uit de afgelopen jaren zijn er steeds minder plekken over voor nieuwe Rood voor Rood ontwikkelingen in dit gebied. Samenvatting reactie commissie Ruimte Verwacht het college een migratieoverschot van sloopmeters van of naar Haaksbergen? Beantwoording college De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben beiden een groot buitengebied ten opzichte van de andere deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt in deze twee gemeenten de grootste oppervlakte aan m² vrijkomende landschapsontsierende bebouwing verwacht. Dit betekent dat de verwachting is dat er meer sloopmeters vanuit Haaksbergen worden ingezet in andere gemeenten dan andersom het geval is. Aan de andere kant zijn sloopmeters op dit moment schaars doordat stoppende of pas gestopte agrariërs nog niet weten wat ze met hun erf willen. Daarom is de verwachting dat de komende periode de vrijkomende sloopmeters voornamelijk in Haaksbergen zelf worden ingezet.
3.
Inspraakreactie Ontvangen op 5 juli 2021 Samenvatting inspraakreactie In paragraaf 4.3 ‘De bouwlocatie’, onderdeel van de Rood voor Rood-regeling, is een verruiming ten opzichte van het bestaande Rood voor Rood-beleid. Het uitgangspunt in het vigerende beleid is dat de compensatiewoning gerealiseerd moeten worden op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden wanneer dit vanuit ruimtelijk of milieuoogpunt mogelijk is. Een alternatieve locatie voor de compensatiewoning is pas alleen aan de orde wanneer de realisatie echt niet mogelijk is. In dit geval biedt het vigerende beleid de mogelijkheid de compensatiewoning te realiseren in de twee daartoe aangewezen zoekgebieden, te weten de Wissinkbrink en de Veldmaat. Pas als er een onoverkomelijk probleem is, dan zou hiervan kunnen worden afgeweken. Met de verruiming van het beleid wordt het eenvoudiger om alternatieve bouwlocaties voor compensatiewoningen te vinden die gelegen zijn buiten de huidige zoekgebieden (Wissinkbrink en de Veldmaat). Deze nieuwe gebieden kunnen meer cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden bevatten dan de huidige zoekgebieden. Het wordt dus mogelijk dat er gebouwd wordt op locaties die waardevoller zijn dan de huidige zoekgebieden. Dit is niet in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Het ene gebied is geschikter voor een alternatieve bouwlocatie dan een ander gebied gelet op het verschil in ruimtelijke waarden tussen verschillende gebieden. Beantwoording college Het uitgangspunt voor nieuwe woningen is nog steeds dat deze worden gerealiseerd op de slooplocatie. Er kunnen omstandigheden zijn dat er wordt gezocht naar een locatie elders in het gebied. De zoekgebieden beginnen vol te raken en buiten de zoekgebieden om zijn ook andere locaties geschikt om een Rood voor Rood woning te realiseren. Er dient sprake te zijn van een aantoonbare extra ruimtelijke kwaliteitsslag. Hierbij moeten nieuwe woningen altijd aansluiten op bestaande bebouwing. Hiermee wordt bedoeld dat wordt aangesloten bij een bestaand erf (silhouet), lint of andersoortige bebouwingsconcentratie. Realisatie van een solitaire woning (een nieuw erf) in het buitengebied wordt hiermee uitgesloten. Bij elk initiatief dient er een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening, waarbij ook cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden beoordeeld worden. Samenvatting inspraakreactie Een generieke regeling zonder zoekgebieden houdt onvoldoende rekening met Natura-2000 gebieden en gebieden die cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevol zijn en dit betekent een belangrijke breuk met het huidige beleid.
Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is dit een verslechtering. Daarbij komt dat in het nieuwe beleid ook gebruik gemaakt mag worden van sloopmeters die voor 40 procent afkomstig zijn uit een geheel andere gemeente. Beantwoording college Voor nieuwe initiatieven dient er een goede belangenafweging plaats te vinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Bij deze belangafweging wordt ook rekening gehouden met Natura-2000 gebieden en gebieden die mogelijk cultuurhistorische en/of landschappelijke waardevolle eigenschappen hebben. Sloopmeters gebruiken die afkomstig zijn uit andere (aangesloten) gemeenten draagt bij aan het grotere doel: het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van Zuidwest Twente.
Ook is hier sprake van een wisselwerking. De indiener benoemd dat er voor 40% sloopmeters ingezet kunnen worden die volledig afkomstig zijn uit een andere gemeente. Dit werkt ook andersom. Samenvatting inspraakreactie De norm ‘er dient sprake te zijn van een aantoonbare extra ruimtelijke kwaliteitsslag’ is open geformuleerd. Deze open norm geeft voer voor interpretatieproblemen en rechtelijke procedures. Het moet voor burgers, bedrijven, handhavers en rechters helder zijn wat de regels zijn waar zij zich aan moeten houden, omdat anders het risico bestaat op ongelijke toepassing en daarmee rechtsongelijkheid. Beantwoording college Het begrip ruimtelijke kwaliteit is gedefinieerd als ‘een omgeving of een bouwwerk met een hoge gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde’. Voor nieuwe ontwikkelingen dient er een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld te worden. In het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt aangegeven op welke manier het erf en landschap wordt ingericht. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere zichtlijnen, setting van de bebouwing, cultuurhistorie, groene inpassing, aanleg of herstel van landschapselementen, realisatie van bos en natuur en dergelijke. Hierbij zijn de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel leidend. Een ruimtelijk kwaliteitsplan dient opgesteld te worden door een landschapsdeskundige en/ of een landschapsarchitect.
Samenvatting inspraakreactie De gehanteerde open norm ‘aantoonbare extra ruimtelijke kwaliteitsslag’ is subjectief en boterzacht. Het biedt minder rechtszekerheid dan de huidige strakkere formuleringen (met name gelet op de gemeentelijke reactie naar aanleiding van de inspraakreacties bij de vaststelling van het huidige Rood voor Rood – beleid. Er wordt gerefereerd naar de gemeentelijke reactie m.b.t. de zoekgebieden (verwezen wordt naar pagina 4 en 7 van het huidige Rood voor Rood – beleid). Deze norm is in strijd met één van de doelstellingen van het ontwerpbeleid, te weten: de doelstelling van duidelijke kaders stellen (zie pagina 6 van het ontwerpbeleid). Duidelijkheid dient boven flexibiliteit te staan. Beantwoording college Met de doelstellingen die in hoofdstuk 1 van het beleid zijn benoemd proberen we de kaders voor eenieder in Zuidwest Twente gelijk te stellen en daarmee ontwikkelingen, waar mogelijk, te faciliteren. Bij nieuwe ontwikkelingen dient te allen tijde een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden en er dient sprake te zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in evenwicht staan met de te realiseren ontwikkeling.
Samenvatting inspraakreactie Om de negatieve effecten van het ontwerpbeleid te concretiseren is een voorbeeld gegeven en wordt er verwezen naar een perceel aan de zuidkant van de Buurserstraat (kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen, sectie S, nummers 919 en 920). Het is een gebied met hoge cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden. Met het nieuwe ontwerpbeleid wordt het gemakkelijker gemaakt dat deze zichtlocatie wordt gebruikt als bouwlocatie voor compensatiewoning(en), waarbij deze bouwlocatie voor compensatiewoning(en) eventueel mogelijk wordt gemaakt door sloopmeters die voor maximaal 40 % afkomstig zijn uit één van de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Hof van Twente of Wierden. Daar komt bij dat het gebied is gelegen op een prominente zichtlocatie aan een mooie, groene entreeroute naar de kern van Haaksbergen.
Een dergelijke uitkomst zou kunnen betekenen dat een gebied met hoge cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische waarde wordt opgeofferd voor sloopmeters elders, waar de kans groot is dat de die sloopmeters afkomstig zijn van een gebied dat niet of minder waardevol is en wellicht ook nog qua sloopmeters voor maximaal 40 % buiten de gemeente Haaksbergen is gelegen. Bovenstaand voorbeeld is hiermee in strijd met het doel van het Rood voor Rood – beleid, namelijk het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Beantwoording college Voor nieuwe ontwikkelingen dient een zorgvuldige belangafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening plaats te vinden. Er dient sprake te zijn van een aantoonbare extra ruimtelijke kwaliteitsslag. Hierbij moeten nieuwe woningen altijd aansluiten op bestaande bebouwing. Hiermee wordt bedoeld dat wordt aangesloten bij een bestaand erf (silhouet), lint of andersoortige bebouwingsconcentratie. Hiermee wordt de realisatie van solitaire woningen in het buitengebied de realisatie van nieuwe clusters uitgesloten. Sloopmeters gebruiken die afkomstig zijn uit andere (aangesloten) gemeenten draagt bij aan het grotere doel: het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van Zuidwest Twente.
Het slopen van landschapsontsierende gebouwen leidt tot minder verstening in het buitengebied van Zuidwest Twente en draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Zuidwest Twente. Samenvatting inspraakreactie Op individueel niveau komt het ontwerpbeleid in wezen op het volgende neer. De eigenaar van de sloopmeters verkoopt de sloopmeters en krijgt hiervoor geld. Tegelijkertijd ondergaat zijn slooplocatie een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De koper van de sloopmeters kan hiermee een mooie bouwlocatie realiseren in een fraaie omgeving, waarbij tegelijkertijd het perceel dat de koper in eigendom heeft een aanzienlijke waardevermeerdering ondergaat. Deze twee partijen hebben hiervan profijt. De direct-omwonenden zien hun directe leef- en woonomgeving aangetast worden omdat de ruimtelijke kwaliteit van het waardevolle gebied onmiskenbaar verslechtert (groen wordt rood). Met dit ontwerpbeleid is per saldo geen sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit maar juist van een verslechtering. Eveneens is ook de verdeling van de individuele lusten en lasten in disbalans. Direct-omwonenden van nieuwe bouwlocaties voor compensatiewoningen in waardevolle gebieden wordt onrecht aangedaan.
Beantwoording college Bij Rood voor Rood (RvR) gaat het om de sloop van landschapsontsierende gebouwen in ruil voor een bouwkavel voor één of meer (compensatie-)woningen. Hoofdzaak hierbij is dat het belang van de initiatiefnemer (waarde bouwkavel) en het maatschappelijke belang (betere ruimtelijke kwaliteit) in evenwicht zijn met elkaar. Sloop is de basisinspanning waarmee in feite al een stuk ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt. Gelet echter op de waarde die een bouwkavel vertegenwoordigt, zal er aanvullend geïnvesteerd moeten worden in ruimtelijke kwaliteit. In hoofdstuk 3.1.1 is dan ook omschreven dat een ruimtelijk kwaliteitsplan aan de basis moet staan van ieder initiatief. Daar waar op de locatie onvoldoende kan worden geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit (landschap en/of architectuur) zal gevraagd worden om aanvullende investeringen die leiden tot een verhoging van de sociale kwaliteit of een meerwaarde hebben binnen het thema duurzaamheid. Samenvatting inspraakreactie
Het ontwerpbeleid past niet in de geest van de nieuwe Omgevingswet omdat daarin het draagvlak van omwonenden hoog in het vaandel staat.
Beantwoording college In het kader van de nieuwe Omgevingswet speelt participatie een belangrijke rol. De uitwerking van participatie wordt in een apart beleidsstuk geregeld. Indien een ontwikkeling volgens de voorwaarden uit het participatiebeleid uitgevoerd wordt, is dit in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Samenvatting inspraakreactie Suggestie voor mogelijke aanpassing voor het nieuwe beleid. Handhaaf de bestaande zoekgebieden en indien dit te beperkend is, sluit in ieder geval de bestemmingen die cultuurhistorische, archeologische en/of landschappelijke waarden bevatten, uit van de mogelijkheid om compensatiewoningen te realiseren. Vanuit de ruimtelijke kwaliteitsgedachte is dit een verbetering. Redigeer de huidige ruime formuleringen strakker, zodat die meer houvast bieden voor iedereen en/of regel in het beleid dat een initiatief door een onafhankelijke instantie aan het beleid wordt getoetst. Hierdoor krijg je een beter evenwicht tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. Beantwoording college Buiten de zoekgebieden (aan te merken als kernrandzone) om zijn ook andere locaties geschikt om een Rood voor Rood woning te realiseren. Belangrijk hierbij is dat er wordt aangesloten bij bebouwingsconcentratie. Dit kan een cluster van gebouwen, een lint of een kernrandzake bij de huidige kernen zijn. Hiermee worden solitaire woningen in het buitengebied uitgesloten.
Bij elk initiatief dient er een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor nieuwe ontwikkelingen dient er ook een ruimtelijk kwaliteitsplan aangeleverd te worden waarbij wordt aangetoond dat er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In een ruimtelijk kwaliteitsplan dient aangegeven te worden op welke manier het erf en landschap wordt ingericht. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere zichtlijnen, setting van de bebouwing, cultuurhistorie, groene inpassing, aanleg of herstel van landschapselementen, realisatie van bos en natuur en dergelijke. Hierbij zijn de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel leidend. Een ruimtelijk kwaliteitsplan dient opgesteld te worden door een landschapsdeskundige en/ of een landschapsarchitect. Hiermee achtten wij dat er voldoende duidelijke kaders zijn voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied.