Reactienota ontwerp Beleidsregels zonnevelden
Tekst van het document
Reactienota ontwerp Beleidsregels zonnevelden Gemeente Haaksbergen
Afdeling Ontwikkeling Auteur: Niels Busschers Datum vastgesteld door college: 2 maart 2021
1
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inleiding............................................................................................................................................3 Thematische beantwoording……………………………………………………………………………………………………….4 Beoordeling van de ingediende reacties..........................................................................................7 Wijzigingen naar aanleiding van de ingediende reacties...............................................................21 Ambtshalve wijzigingen................................................................................................................. 21 Bijlage: geanonimiseerde zienswijzen……………………………………………………………………………………….22
2
1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft in zijn vergadering van 8 december 2020 besloten de ontwerp Beleidsregels zonnevelden ter inzage te leggen. Deze beleidsregels hebben betrekking op de voorwaarden waaronder de raad en het college medewerking verlenen aan zonnevelden in Haaksbergen. De ontwerp Beleidsregels zonnevelden hebben van 18 december 2020 tot en met donderdag 28 januari 2021 voor een periode van zes weken voor iedereen ter inzage gelegen bij de receptie van het gemeentehuis. Ook zijn de ontwerp Beleidsregels zonnevelden gepubliceerd in GemeenteNieuws in Rond Haaksbergen en op de website www.haaksbergen.nl Tijdens deze periode zijn tien zienswijzen ingediend. De geanonimiseerde zienswijzen zijn in de bijlage bij deze reactienota opgenomen. De ingediende zienswijzen zijn geanonimiseerd samengevat en van een reactie van de zijde van de gemeente voorzien. De samenvattingen van de zienswijzen hebben overigens slechts tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de inhoudelijke beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven zoals deze zijn ontvangen betrokken. In deze nota is aangegeven of en hoe de Beleidsregels zonnevelden worden aangepast naar aanleiding van de zienswijzen.
3
2. Thematische beantwoording Wij hebben ervoor gekozen om de onderwerpen die verschillende keren terugkomen in de afzonderlijke zienswijzen in onderstaande paragrafen thematisch te beantwoorden. Deze zijn in onderstaande alinea’s behandeld. In de afzonderlijke zienswijze wordt een verwijzing naar de betreffende paragraaf vermeld. 2.1 Voorkeursvolgorde/ zonneladder en zonnevelden op (agrarische) grond Een aantal zienswijzen benadrukt de voorkeursvolgorde van zon op dak, de zonneladder van de Provincie Overijssel. Daarnaast wordt de noodzaak van zonnevelden ter discussie gesteld. In een aantal zienswijzen wordt aangegeven dat er eerst moet worden gekeken naar het benutten van daken. Ook worden “no-regret” gebieden aangewezen nabij Rijkswegen, restgronden of bufferzones nabij natuurgebieden als geschikte(re) locaties voor zonnevelden. Reactie college Wij geven de voorkeur aan zon op dak. In de concept RES Twente 1.0 heeft de gemeente Haaksbergen een bod van 22 hectare zon op dak opgenomen. Met dit bod willen wij de daken in Haaksbergen zo goed mogelijk benutten. In de periode voorafgaande aan de beleidsvorming voor zonnevelden is de energiebehoefte voor Haaksbergen in kaart gebracht. Daarbij is ook gekeken in hoeverre de opwek van duurzame energie met zonnepanelen op daken kan worden gerealiseerd.
Daaruit is geconcludeerd dat de totale reële potentiële capaciteit op daken voor de opwekking van zonne-energie fors minder bedraagt dan de energiebehoefte om in 2050 energieneutraal te zijn. Zonnevelden zijn nodig om niet alleen in de huidige duurzame energiebehoefte, maar ook in de toekomstige energiebehoefte te voorzien. Zonnevelden zijn geen vervanging van zon op dak, maar een noodzakelijke aanvulling. Voor zowel zon op dak als zon in veldopstellingen staan we in Haaksbergen voor een grote opgave. Zo hebben wij geen mogelijkheden om af te dwingen dat particulieren en bedrijven panelen op hun daken leggen en zullen wij ook de komende jaren werken aan maatregelen om het aandeel zon op dak te vergroten. Het is evenmin afdwingbaar om grondeigenaren te verplichten om zogenaamde rest- of “no-regret” gronden in te zetten voor de opwek van duurzame energie. Wel hebben deze gronden de voorkeur. Dit zal als onderdeel van de Procedure zonnevelden in onderdeel 1. Locatiekeuze worden beoordeeld. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan benutting van gebieden nabij de rijkswegen hebben wij besloten om in plaats van 50 meter afstand, 25 meter afstand te hanteren tot de N18. Hiermee kan efficiënter invulling worden gegeven aan eventuele initiatieven en tegelijkertijd voldoende afstand worden gehanteerd tot de weg. Dit zal worden aangepast in het beleid.
4
2.2 Beekdallandschap en gebruikte kaart Er zijn twee zienswijzen ingediend waarin de ligging van de beekdalen, op de kaart met uitsluitingsgebieden bij de ontwerp Beleidsregels zonnevelden, wordt betwist. De beekdalen die zijn opgenomen in de genoemde kaart zouden niet overeenkomen met de feitelijke situatie en zou kunnen leiden tot onwenselijke naleving c.q. invulling van het beleid. Er zijn ook twee zienswijzen ingediend om de afbakening van het beekdallandschap in de betreffende kaart juist te behouden. Één zienswijze heeft verduidelijking gevraagd over opgenomen afstanden en nauwkeurigheid van de kaart. Reactie college Als bijlage bij de ontwerp Beleidsregels zonnevelden is een kaart (.pdf) opgenomen met uitsluitingsgebieden. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is navraag gedaan bij de Provincie Overijssel en Waterschap Vechtstromen om te toetsen óf en in welke mate de kaartweergave van de beekdalen recht doen aan de feitelijke situatie. Hieruit is gebleken dat de gebruikte kaart over onvoldoende detailniveau beschikt om te gebruiken als instrument om op perceelsniveau een uitsluitingsgrond voor zonnevelden aan te wijzen. Ook de provinciale kaart, die de basis heeft gevormd voor de gehanteerde kaart, biedt onvoldoende detailniveau om de exacte ligging van het beekdallandschap te definiëren zodat deze bruikbaar is bij de beoordeling van initiatieven.
Wij hebben daarom een onafhankelijk landschapsbureau opdracht gegeven om het uitsluitingsgebied Beekdallandschap te definiëren en met een kaart (.pdf) inzichtelijk te maken. Het landschapsbureau heeft hierbij de volgende systematiek in 4 stappen gehanteerd om beekdalen te definiëren: Stap 1: Bodem als uitgangspunt De A-biotische kenmerken in de vorm van de bodemkaart, geomorfologie en de AHN (bodem) vormen de basis. Aan de hand van deze kaarten wordt de maat van het beekdal, grootte, vertakkingen, begin- en eindpunt gedefinieerd. Dit betekent overigens niet dat deze 1 op 1 wordt overgenomen als beekdal. Hiervoor zijn meerdere aspecten van belang en niet alle natte laagtes zijn per definitie beekdalen. Stap 2: Historische kaart 1900 De uitgangspunten uit stap 1 zijn gerelateerd aan de historische kaart van 1900 voor een goed beeld van historische beeklopen en beekdallandschappen. Het kan namelijk zijn dat beken ten tijde van de ontginningen en de ruilverkavelingen zijn verlegd. Ook zijn er verschillende type beken met meer of minder ruimtebeslag. Dit is mede gedaan om te voorkomen dat (deels) verlegde beeksystemen buiten de huidige definitie van het beekdal vallen en fragmentarische beekdalen ontstaan. Stap 3: Huidige verschijningsvorm Luchtfoto De 'Bodem' uitgangspunten uit de stappen 1 &2 zijn gerelateerd aan de huidige verschijningsvorm/loop van beken/watergangen.
Aan de hand van de luchtfoto en AHN zijn landschapskenmerken en een waarneembare laagte gecontroleerd om de grenzen te definiëren.
5
Stap 4: Grenzen Beekdallandschap Haaksbergen Het resultaat van deze stap is de definitie van het beekdallandschap op basis van stap 1 t/m 3. Daarbij zijn de volgende afwegingen/keuzes gemaakt:
De bodem en AHN samen met de beekloop vormen uitgangspunt voor ligging en grootte van het beekdal; Finetuning op basis van hoogte en ligging huidige beekloop, waarin de hoogte leidend is voor de grens; Als er sprake is dat de huidige loop is verlegd en (deels) buiten het natuurlijke beekdal valt, wordt een zone van 25m weerszijden van de beekloop als beekdallandschap gehanteerd; Als er sprake is van vertakkingen die minder van belang zijn is eveneens een zone van 25 meter weerszijden van de beekloop gehanteerd.
Deze stappen hebben geresulteerd in het Beekdallandschap zoals dat op de kaart, en als onderdeel van de uitsluitingsgebieden, is opgenomen in de Beleidsregels zonnevelden. Door deze benadering blijven natuurlijke beekdalen en huidige beeklopen als robuuste structuren in het landschap herkenbaar, blijven beeksystemen functioneren en blijft het beekdallandschap als kernkwaliteit van het landschap van Haaksbergen overeind. 2.3 Groene radialen, 50 meter zone en de N18 In een aantal zienswijzen wordt ingegaan op de 50 meter zone die in de ontwerp Beleidsregels zonnevelden wordt gehanteerd om geen zonnepanelen toe te staan nabij de N18. Enerzijds vanuit de gedachte dat dit juist geschikte “no-regret” gronden zijn, anderzijds vanuit de behoefte van een initiatiefnemer om optimaal gebruik te maken van de gronden. Reactie college De 50 meterzone van de groene radialen wordt gehanteerd om de beleving van het landschap vanaf de weg te behouden. De gedachte achter de groene radialen is dat wij willen “[..] dat de entrees herkenbare plekken worden met een dorps en groen karakter” (Structuurvisie Haaksbergen 2030). De plaatsing van zonnepanelen passen daar niet bij. Door een ruime, groene zone aan te houden langs de entrees van Haaksbergen wordt voorkomen dat de beleving gedomineerd wordt door zonnepanelen.
Wij hebben de 50 meter zone vanaf de N18 nogmaals bekeken en geconcludeerd dat het aanhouden van een 50 meter zone bij de N18 leidt tot inefficiënt grondgebruik in een gebied waarvan de landschappelijke beleving van ondergeschikte waarde en belang is. De N18 heeft geen recreatieve functie en heeft evenmin de functie van waardevolle, groene entree naar Haaksbergen. Daarnaast kan deze zone, na aftrek van onderhoudspaden en landschappelijke inpassing, onvoldoende benut worden voor agrarisch gebruik. De 50 meter zone voor de N18 wordt daarom aangepast naar 25 meter waarmee voldoende afstand tot de N18 wordt gehouden en voldoende ruimte overblijft om het zonneveld in te passen en, indien gewenst, aan het zicht te onttrekken.
6
3. Beoordeling van ingediende zienswijzen Zienswijze Datum: 25 januari 2021 Zaaknummer: D-105206 Datum binnenkomst: 25 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. De “witte” strook (uitsluitingsgebied) langs de Fluttersbeek is belangrijk te behouden zoals getekend op de kaart, met name aan de Stegenhoekweg/Kinkelerweg kant omdat dit een essenlandschap is waarin geen zonnepanelen passen. Ook heeft dit gebied een hoge ecologische waarde voor diverse weide- en akkervogels en als vaste oversteekroute voor reeën die hier regelmatig oversteken. 2. Artikel 3, lid d. De groene radialen: 50 meter aan weerszijden van de N18. Dit gebied is juist uitermate geschikt voor zonnevelden. Het gaat om een behoorlijk aantal hectares, er is hier sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik met behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de gemeente kan laten zien hoe mooi zonnevelden ingepast kunnen worden langs wegen. 3. De evenwichtige verdeling van lusten en lasten bij zonnevelden aan de N18 zou bijdragen aan sociale kwaliteit. Het actief betrekken van bewoners en ‘gebruikers’ versterkt de betrokkenheid en ze krijgen op deze manier meer invloed op de eigen leefomgeving. Denk aan bijdragen aan diverse mogelijke sociale projecten. 4.
Het perceel aan de Stegenhoekweg/Kinkelerweg voldoet voor een zonneveld niet aan de regels in de beleidsregels zonnevelden en kan niet aangemerkt worden als “categorie van gevallen (artikel 6.5 lid3 Besluit Omgevingsrecht). Reactie college 1. Het genoemde gebied maakt geen onderdeel uit van het essenlandschap zoals in de uitsluitingsgebieden is genoemd. Eenmansessen zijn geen uitsluitingsgrond. Initiatiefnemer van een zonneveld moet onderbouwen op welke wijze het realiseren van het zonneveld een positieve invloed heeft op natuur en biodiversiteit. Dit wordt beoordeeld in Onderdeel 7. Natuur en biodiversiteit. 2. Wij verwijzen naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.1 3. Wat in de ingediende zienswijze wordt bedoeld met evenwichtige verdeling van de lusten en lasten aan de N18 en sociale kwaliteit is onduidelijk. In Onderdeel 2. Procesparticipatie en 3. Financiële participatie wordt ingegaan op participatie en betrokkenheid. 4. Of een initiatief voldoet aan de Beleidsregels zonnevelden wordt door het college beoordeeld nadat de beleidsregels in werking zijn getreden.
7
Zienswijze Datum: 15 januari 2021 Zaaknummer: D-104324 Datum binnenkomst: 15 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Als bijlage bij de Beleidsregels zonnevelden is een kaart gevoegd. Het valt ons op dat op deze kaart de beekdalen, waar geen zonnevelden gesitueerd mogen worden, niet overeenkomt met de werkelijkheid. De beekdalen lijken verschoven ten opzichte van de topografische ondergrond. Daarnaast lijkt het alsof een te grove ondergrond is gebruikt waardoor onderdelen die duidelijk geen onderdeel zijn van het beekdal in de uitsluitingszone terecht komen, zoals de eenmansessen die in de gemeente talrijk zijn. Naar onze mening moet aan de beleidsregels worden toegevoegd dat deze kaart als indicatief moet worden beschouwd en dat voor locaties specifiek moet worden onderbouwd waar de grens van de beekdalen ligt en dat de technische installatie niet binnen beekdalen wordt gerealiseerd. Het opnemen van deze nuancering voorkomt onduidelijkheid en zorgt voor een eerlijk en kloppend beleid. Mondeling hebben wij begrepen dat bovenstaande wordt overgenomen in de interpretatie van de van toepassing zijnde uitzonderingsgrenzen. Reactie college 1. Wij verwijzen naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.2.
8
Zienswijze Datum: 15 januari 2021 Zaaknummer: D-096114 Datum binnenkomst: 15 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Gezien de complexiteit van dit onderwerp pleit ik voor zonnepanelen op grote dakoppervlaktes door gericht beleid. 2. Inrichting zonnevelden verbinden aan duidelijke voorwaarden zoals koppelfuncties. Er is veel zorg over de definitieve uitwerking van de plannen voor zonnevelden. 3. Is het niet verstandig om bij de uitwerking contact op te nemen met organisaties voor landschap en cultuur? 4. Vergroening van het centrum: bomen erin, stenen eruit 5. Strikte handhaving door overheid op de uitvoering. Reactie college 1. Wij verwijzen naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.1 2. Meervoudig ruimtegebruik is opgenomen in de Procedure zonnevelden, behorende bij de Beleidsregels zonnevelden, onder Onderdeel 5. Meervoudig ruimtegebruik. Initiatieven voor zonnevelden worden beoordeeld door een toetsingscomitié, bestaande uit onder anderen een extern landschapsarchitect en extern ecoloog. 3. Dit is opgenomen in Artikel 7, lid b. En tevens in de Procedure zonnevelden in Onderdeel 2. Procesparticipatie. 4. Vergroening van het centrum houdt geen verband met de Beleidsregels zonnevelden. 5. Handhaving is geregeld in de Wabo en geldt ook voor zonnevelden.
9
Zienswijze Datum: 24 januari 2021 Zaaknummer: D-105207 Datum binnenkomst: 24 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Zoals de beleidsregels nu zijn uitgewerkt en de beschreven werkwijze met het scoreformulier, is het helder voor de afzonderlijke initiatieven. Wat ik hierbij mis is de samenhang tussen de projecten, zowel binnen de gemeente als tussen gemeenten. Hoe is hier aandacht voor? 2. Artikel 5: onder 5c wordt de afstand tot een watergang gespecificeerd. Er wordt echter niets genoemd over afstand tot kavelranden, woningen en woonerven. Dit zou wat mij betreft toegevoegd moeten worden, evenals de afstand tot fiets-, wandel- en ruiterpaden. 3. Artikel 8c: wat wordt bedoeld met een aaneengesloten projectgebied? Betekent dit dat het zonneveld niet onderbroken wordt door een weg of watergang? Ik zou dit graag verduidelijkt zien. 4. Scoreformulier: Ondanks de noodzaak, is naar mijn idee een zonneveld in alle gevallen landschapsvervuilend. Ik zou daarom graag zien dat er bij het onderdeel 'locatiekeuze' ook gekeken wordt naar de invloed op het landschapsbeeld. Dus niet alleen naar de ontwikkeling van het landschap, maar ook naar het aangezicht (bijvoorbeeld is het veld omgeven door landbouwgrond of ligt deze in het zicht van velen doordat het veld aan een toeristische route grenst). 5.
Scoreformulier: Bij het onderdeel 'procesparticipatie' gaat het mijns inziens niet alleen over de betrokkenheid van omwonenden en andere belanghebbenden, maar ook over de mate waarin zij wel of niet achter het plan staan. Ik zou dit graag toegevoegd zien. Reactie college 1. Uit het proces van de initiatiefnemer moet blijken hoe een initiatief voor een zonneveld zich verhoudt tot ontwikkelingen in de omgeving. Dit is geregeld in Artikel 7, onderdeel a. Daarnaast is afstemming met inwoners en andere belanghebbenden van belang. Dit wordt beoordeeld in de Procedure zonnevelden, onderdeel 2. Procesparticipatie. 2. Voor watergangen is een afstand opgenomen ten behoeve van onderhoud. Er worden geen extra regels opgenomen ten aanzien van afstand tot overige paden, kavels, of bebouwing. Het is aan de initiatiefnemer van een zonneveld om aangrenzende/ nabijgelegen belanghebbenden tijdig te betrekken bij de plannen. De uiteindelijk gekozen afstand tot een pad of woning is het resultaat van het proces met de omgeving. Vanuit dit proces met de omgeving kan volgen dat het wenselijk is om een bepaalde afstand tot de in de zienswijze genoemde paden of bebouwing te houden. 3. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt opgenomen dat een zonneveld niet onderbroken mag worden door openbaar toegankelijke wegen.
Bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van onderbreking door een weg volgen wij de Wegenwet.
10
4. Bij de beoordeling van de aanvragen wordt ook rekening gehouden met het grotere gebied waar het zonneveld onderdeel van uitmaakt. In Artikel 7, onderdeel a is dit onder andere geregeld. Het toetsingscomité behandelt naast de locatiekeuze ook de passendheid bij het landschap ecologische meerwaarde. Daarnaast is bij een aanvraag van een omgevingsvergunning een goede ruimtelijke onderbouwing nodig. 5. De omschrijving van “procesparticipatie” vloeit voort vanuit de beleidsregels. Bij de beoordeling wordt de wijze waarop het proces tot stand gekomen- en doorlopen is beoordeeld door het toetsingscomité. Het gaat daarbij om de inspanning die geleverd is en niet om een resultaatverplichting. Het is niet afdwingbaar dat iedereen het eens is met een initiatief.
11
Zienswijze Datum: 25 januari 2021 Zaaknummer: D-105208 Datum binnenkomst: 25 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Is de opgave door Enexis van de genoemde netcapaciteit voor 40 hectare zonnevelden exclusief de door Enexis reeds afgegeven transportindicaties dan wel reeds gereserveerde transportcapaciteit voor zonnevelden dan wel inclusief landschappelijke inpassing en onderhoudspaden? Graag zouden wij hier een door Enexis onderbouwd antwoord op willen verkrijgen. Mochten de reeds afgegeven transportindicaties dan wel gereserveerde transportcapaciteit niet meegenomen zijn, verzoeken wij u het aantal hectare waarvoor vergunning verleend wordt, dienovereenkomstig omhoog aan te passen. 2. Artikel 5, lid d. Wordt hier met een bifaciale oriëntatie bedoeld een zogenaamde oost-west opstelling? Of wordt hier gewezen op het gebruik van zogenaamde bifacial panelen? Graag nadere uitleg. 3. Artikel 6, lid e. Dit gaat om een schriftelijke offerte van de netbeheerder. Het college heeft aangegeven dat volgens Enexis transportcapaciteit aanwezig is voor 40 hectare. Dit lijkt dubbel. Deze voorwaarde kan dan ook komen te vervallen. 4. Artikel 7, lid c. Verzoek om de definitie van “lokaal eigendom” verder uit te werken. Financiële participatie is een middel om het doel te realiseren. 5.
Scoreformulier tabel 2, onderdeel 3: Naar onze mening wordt “lokaal eigendom met een streefwaarde van minimaal 50%” in deze tabel beschouwd als één van de mogelijkheden voor financiële participatie. Dit is naar onze mening niet correct. Instellen van bijvoorbeeld een omgevingsfonds of levering van stroom tegen een gereduceerd tarief is van een andere orde dan lokaal eigenaarschap. Wij verzoeken u dan ook het scoreformulier aan te passen en recht te doen aan het belang van lokaal eigendom. Dit kan door voor lokaal eigendom met een streefwaarde van 50%, zowel door de indiener als door de toetsingscommissie, een hogere waardering, te weten respectievelijk 15 en 25 punten toe te kennen. Reactie college 1. De door Enexis afgegeven indicatie voor transportcapaciteit heeft er (mede) toe geleid om het aantal hectares zonnevelden te maximeren op 40 hectare. Het (concept) bod voor zonnevelden in de RES Twente 1.0 is 30 hectare. Een eventuele ruimere capaciteit bij Enexis leidt niet tot bijstelling van het aantal hectares. De genoemde 40 hectare betreft het totale ruimtebeslag wat met het zonneveld gemoeid gaat, dus inclusief landschappelijke inpassing, onderhoudspaden, etc. Of Enexis de capaciteit wel/ niet heeft gereserveerd is niet ter beoordeling van de gemeente Haaksbergen. 2.
Het gaat in dit artikel om bifacial panelen die verticaal geplaats worden (en niet om oost-west opstelling.) Dit wordt aangepast in de beleidsregels.
12
3. De transportcapaciteit die op het moment van informeren is afgegeven is geen garantie, maar een indicatie. Ongeacht de transportcapaciteit van de netbeheerder vraagt de gemeente om aan te tonen dat een zonneveld ook kan worden aangesloten. Dit kan met een offerte óf een positief advies. 4. Het gaat in dit artikel om de inspanning van de initiatiefnemer om het lokaal eigendom te bevorderen. Lokaal eigendom is op verschillende manieren uit te leggen. Gemeente Haaksbergen gaat uit van lokaal eigenaarschap van een zonneveld (zowel financieel als democratisch), met de mogelijkheid om te investeren door de omgeving. 5. De beleidsregel is leidend bij de beoordeling, namelijk: streven naar 50% lokaal eigenaarschap en/of financiering. Wij volgen u dat de toelichting verwarrend is en de schijn heeft van gelijkwaardige waardering van lokaal eigenaarschap t.o.v. een bijdrage aan een gebiedsfonds. De indiener kent overigens geen punten toe, maar geeft een eigen inschatting/ mening van het aantal punten. De puntentoekenning gebeurt door het toetsingscomité. Daarbij heeft het toetsingscomité de mogelijkheid om extra punten toe te kennen (15 ipv 10). Omdat wij veel waarde hechten aan lokale participatie wordt het maximaal aantal toe te kennen punten op onderdeel 3. Financiële participatie verhoogd naar 25 punten. De toelichting in het scoreformulier wordt aangepast.
13
Zienswijze Datum: 2 september 2020 Zaaknummer: D-105201 Datum binnenkomst: 2 september 2020 Samenvatting zienswijze: 1. De smalle “witte” strook langs de Fluttersbeek mag wel breder, met name aan de Stegenhoekweg/Kinkelerweg kant omdat dit een essenlandschap is waarin geen zonnepanelen passen omdat deze door de verhoging van de es boven de haag uit zullen steken. Deze es van ecologische waarde voor akker en weidevogels en als oversteekroute voor reeën die hier regelmatig oversteken. 2. In het essenlandschap en beekdallandschap in de uitsluitingsgebieden worden zonnepanelen daarom uitgesloten evenals in groene radialen en 50 meter aan weerszijden van de radialen en de N18 geen zonnepark mag worden aangelegd. Belangrijk voor burgers in gemeente Haaksbergen dat punt 1, 2 en 3 duidelijk is in het beleidskader en dat dit niet gewijzigd wordt. 3. Ik lees dat goede landbouwgrond wordt ontzien: wie bepaalt wat wel of niet wordt aangemerkt als goede landbouwgrond? Er staat niets in het beleidskader over of en hoe grondeigenaren in de gemeente Haaksbergen benaderd en gemotiveerd zijn zich aan te melden om grond beschikbaar te stellen aan energiemaatschappijen voor zonnevelden? Reactie college 1. Het genoemde gebied maakt geen onderdeel uit van het essenlandschap zoals in de uitsluitingsgebieden is genoemd. Eenmansessen zijn geen uitsluitingsgrond.
Initiatiefnemer van een zonneveld moet onderbouwen op welke wijze het realiseren van het zonneveld een positieve invloed heeft op natuur en biodiversiteit. Dit wordt beoordeeld in Onderdeel 7. Natuur en biodiversiteit. In Onderdeel 4. Landschap en inrichting wordt de landschappelijke inpassing beoordeeld. Uit het proces met de omwonenden, zoals omschreven in Onderdeel 2. moet o.a. blijken op welke wijze rekening is gehouden met omwonenden. 2. Wij verwijzen naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.1, 2.2 en 2.3. 3. Locatiekeuze en participatie (zowel proces als financieel) worden door het toetsingscomité beoordeeld. In Onderdeel 1. Locatiekeuze wordt onder andere beoordeeld hoe de keuze voor een locatie tot stand is gekomen. Wij verwijzen tevens naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.1
14
Zienswijze Datum: 28 januari 2021 Zaaknummer: D-104877 Datum binnenkomst: 28 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Wij zijn tegen het zonnepark aan de Stegenhoekweg, omdat wij daar een stuk grond hebben liggen bij de Fluttersbeek. Wij hebben een gesprek gehad met de initiatiefnemer en onze mening gegeven dat we het er niet mee eens zijn. Gemeente heeft ons nooit in kennis gesteld wat er gaat gebeuren met de grond. Reactie college 1. De inzagetermijn had betrekking op de ontwerp Beleidsregels zonnevelden. Genoemde argumenten in de zienswijze houden geen verband met deze beleidsregels, maar hebben betrekking op een mogelijk initiatief voor een zonneveld. Daarin heeft het college vooralsnog geen rol of verantwoordelijkheid in enige informatieverstrekking.
15
Zienswijze Datum: 21 januari 2021 Zaaknummer: D-104500 Datum binnenkomst: 21 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Uit het gesprek met Waterschap Vechtstromen is gebleken dat er geen ambities zijn nabij de waterloop, onderdeel van het beekdallandschap, van het plangebied. De watergang heeft de functie van afwatering voor de agrarische percelen en ook zo ingericht. Omdat er jaarrond onvoldoende water aanwezig is heeft het geen zin om het natuurvriendelijk in te richten. Wij verzoeken u om het ontwikkelen van een zonnepark in het beekdallandschap mogelijk is en de locatie van zonnepark N18 Noord niet als uitsluitingsgebied te benoemen. 2. Delen van de plangebieden Zonnepark N18 Nord en Zonnepark N18 Eeftinkveld zijn gelegen binnen de 50 meter zone. Deze delen zijn momenteel in gebruik als landbouwgrond. Van landschappelijke inpassing van de N18 is dan ook geen sprake. Verzoek om deze verplichting van 50 meter niet te laten gelden wanneer het landbouwgrond betreft. 3. Op de kaart landschappelijk raamwerk zijn overlappende gebieden ingetekend die niet goed leesbaar zijn en afstanden die tekstueel niet overeenkomen. Wij verzoeken u dit aan te passen. Reactie college 1. Buiten de gedefinieerde uitsluitingsgebieden blijven er voldoende gebieden in Haaksbergen over die mogelijk geschikt zijn voor de ontwikkeling van zonnevelden.
Dat er op de genoemde locatie door het waterschap geen ambities zijn benoemd doet niet af aan de definitie van een beekdal en de waarde die daaraan gegeven wordt. In de beekdalen mogen geen zonnepanelen worden geplaatst. Wij verwijzen verder naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.2. 2. Wij verwijzen naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.3 3. Wij verwijzen naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.3
16
Zienswijze Datum: 28 januari 2021 Zaaknummer: D-104878 Datum binnenkomst: 28 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Artikel 5, lid i. De eis van minimaal 20% kwaliteitsinvestering is onrealistisch en legt een te hoge druk op de business case en dwingt ontwikkelaars grotere locaties te ontwikkelen. Dit kan leiden tot het geforceerd toevoegen van “kwaliteitsinvesteringen” waar dat vanuit landschappelijk oogpunt niet nodig/wenselijk is. 2. Artikel 5, lid i. Nergens wordt gespecificeerd hoe de percentages moeten worden gekwantificeerd. Telt de grond onder de panelen mee wanneer dit wordt ingezaaid of anderzijds onderhouden? Percentages zijn niet de beste methode. Er kan beter ingezet worden op een robuuste landschappelijke inpassing. 3. Artikel 6, lid e. Deze eis leidt tot problemen. De ontwikkelaar heeft geen invloed op de planning van de netbeheerder, andere initiatieven hebben invloed op de beschikbare capaciteit, er wordt kunstmatige schaarste gecreëerd door aanvragen en een offerte verlangt een aanbetaling van 1020%. Tot slot dient een kabel binnen een jaar worden gelegd omdat anders de capaciteit wordt ingetrokken. Eis zou moeten zijn dat de aansluiting past binnen een realistisch plan. 4. Scoreformulier punt 3.
Hier lijkt de verwachting dat er al een uitwerking is van financiële participatie terwijl er nog geen concrete afspraken kunnen worden gemaakt vanwege de onzekerheid voor SDE++ subsidie. Er kan worden volstaan met een intentieverklaring omdat gesprekken over participatie pas tijdens of na vergunningsaanvraag worden gevoerd. De invulling door aanvrager is onverstandig omdat het voorbij gaat aan de wensen van omwonenden. Reactie college 1. De eis van 20% is een minimale eis en is een kans voor belevingskwaliteit, inpassing en meervoudig ruimtegebruik. Dat dit een onrealistische druk zou leggen op de businesscase wordt niet door indiener onderbouwd. Dat het zou leiden tot geforceerde kwaliteitsinvesteringen wordt ondervangen door het toetsingscomité dat beoordeelt of en in welke mate de gekozen landschappelijke inpassing gewenst en/of passend is bij het landschap. 2. De grond onder de panelen wordt gezien als bebouwd oppervlak. Er wordt in de zienswijze onvoldoende beargumenteerd waarom en op welke wijze robuuste landschappelijke inpassingen (als alternatief voor percentages) kan worden geborgd, anders dan hoe dit al in de Beleidsregels en procedure zonnevelden is vastgelegd. 3. In de betreffende beleidsregel is opgenomen dat een offerte of een positief advies voldoende is.
Dit advies hoeft niet juridisch bindend te zijn, maar moet een indicatie geven van de mogelijkheden of het betreffende initiatief aangesloten kan worden.
17
4. Financiële participatie kan al tijdens het proces met de omgeving worden besproken. De omgeving kan al de mogelijkheid geboden worden om financieel te participeren. De contouren van de beoogede financiële participatie kunnen in dit onderdeel zo concreet mogelijk worden vormgegeven. De exacte invulling kan vervolgens na vergunning en SDE++ toekenning worden geborgd. Het stellen “dat het beter zou zijn dat de aanvrager in overleg met omwonenden komt tot de beste invulling” is te vrijblijvend en houdt geen rekening met bredere financiële participatie en het streven naar minimaal 50% zoals is afgesproken in het Klimaatakkoord.
18
Zienswijze Datum: 28 januari 2021 Zaaknummer: D-104870 Datum binnenkomst: 28 januari 2021 Samenvatting zienswijze: 1. Wij zijn groot voorstander van verduurzaming, maar u ziet daarbij echter Artikel 2 (1b) van het klimaatakkoord volledig over het hoofd. Hierin staat dat de energietransitie de voedselproductie niet mag bedreigen. Wij zijn van mening dat de lokale uitwerking die u geeft, wel degelijk de lokale voedselproductie bedreigt. Er is in uw werkgebied reeds een tekort aan landbouwgrond en ruimtelijke claims vanuit meerdere beleidsdoelen. 2. Velden midden in de landbouwstructuur belemmeren de ontwikkelmogelijkheden van omliggende bedrijven. Wij verzoeken u geen zonnevelden op landbouwgrond te ontwikkelen zolang die niet gecombineerd wordt met agrarische productie. 3. Wij bestrijden het dat zonnevelden nodig zijn om de ambitie te realiseren. Er zijn voldoende “noregret” locaties zoals daken, restgronden en langs infrastructuur. Deze moeten eerst volgens de zonneladder worden benut. Wij begrijpen dat de businesscase beter is bij het voltegelen van landbouwgronden, maar vinden dit een verkeerde belangenafweging. Er is een goed alternatief voor in de bufferzones die nog niet als natuur zijn ingericht. Door zelfrealisatie kan de ambitie in de bufferzones goed worden ingevuld. 4.
Het verbaast ons dat een beleidskader zon niet ingaat op de zeer beperkte bijdrage van efficiëntere duurzame techniek en de maatschappelijke nadelen die er aan verbonden zijn. Opwek uit zon kent maar een derde van de vollasturen die wind heeft en levert die ook nog eens op momenten die niet aansluiten op het vraagpatroon. De piek op het verkeerde moment slurpt de SDE-kas leeg, ruïneert de businesscase van écht duurzame technieken en leidt tot enorme maatschappelijke kosten. In dat opzicht lezen we ook onvoldoende terug dat de netwerkbeheerders grote problemen hebben met grootschalige zonopwek en een heel andere zon-wind verhouding nastreven dan waar u in de RES Twente van uit gaat. Netwerkbeheerders hebben grote problemen met grootschalige zonopwek en een heel andere zon-wind verhouding nastreven dan waar u in de RES Twente van uit gaat. 5. In het maatschappelijk debat is steeds meer duidelijk dat de beeldvorming rond zonnevelden aan het kantelen is. Nadat het Planbureau voor de Leefomgeving, en het NP RES in reactie daar op, wijzen op een ongewenste ontwikkeling van te veel zon op land, komt er ook stevige kritiek van het College van Rijksadviseurs. Politici en opiniebladen wijzen ook op de ongewenste ontwikkelmethodes die de deur openzetten voor buitenlands groot geld. We missen in uw beleidsregels afdoende bescherming en regie.
19
5. Uw beleidskader schetst al de gevolgen van zonnevelden op het bodemleven onder de panelen. Bekend is dat er per hectare landbouwgrond zo’n 12.000 kg aan bodemleven is (insecten, schimmels, bacteriën etc.) Dat ecosysteem wordt gevoed uit de fotosynthese van het gewas. Het ontnemen van zonlicht op de ondergrond heeft desastreuse gevolgen voor dat bodemleven. Het uitsmeren van de panelen over een ruimere oppervlakte vermindert de negatieve gevolgen niet, maar verdunt ze. Het ontnemen van zonlicht op de ondergrond heeft desastreuse gevolgen voor het bodemleven. Reactie college 1. Het algemeen belang van de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie is groot en urgent. Deze transitie brengt met zich mee dat ruimte geboden moet worden in het buitengebied van Haaksbergen voor onder andere zonnevelden. Wij realiseren ons dat zonnevelden een nieuwe claim is op de schaarse ruimte. Dit brengt keuzes met zich mee die effect kunnen hebben op overige functies. Bij de beoordeling van initiatieven, zoals te lezen in de Beleidsregels zonnevelden onder Procedure zonnevelden, onderdeel 1. Locatiekeuze, wordt de voorkeur gegeven aan niet-agrarische grond. Met een ruimtebeslag van 40 hectare zonnevelden is geen sprake van een bedreiging van de voedselproductie. Verder verwijzen wij naar de thematische beantwoording in paragraaf 2.1 2.
In de zienswijze wordt onvoldoende onderbouwd hoe zonnevelden leiden tot beperking van ontwikkelmogelijkheden van omliggende bedrijven. Er zijn geen zienswijzen ingediend waaruit zou blijken dat met het vaststellen van de Beleidsregels zonnevelden hier sprake van zou zijn. 3. Zonnevelden zijn geen alternatief voor zon op dak, maar aanvullend noodzakelijk om duurzame energie op te wekken. De businesscase van een zonneveld is geen belangenafweging geweest bij het opstellen van de Beleidsregels zonnevelden. De gemeente Haaksbergen heeft geen bufferzones in eigendom. Van zelfrealisatie is dan ook geen sprake. Wij verwijzen verder naar de thematische beantwoording onder paragraaf 2.1. 4. De argumenten die de indiener van de zienswijze aandraagt ten aanzien van techniek en SDE subsidie zijn niet relevant voor de Beleidsregels zonnevelden. Bij het opstellen van de Beleidsregels zonnevelden is contact geweest met netbeheerder Enexis. Daarbij is ook geïnventariseerd hoeveel capaciteit er is om het beoogde aantal hectares zonnevelden aan te sluiten. Hieruit volgt dat er tot 2025 voor 40 hectare capaciteit is voor zonnevelden. 5. Wij volgen de ontwikkelingen op het gebeid van duurzame energie nauwgezet. De Beleidsregels zonnevelden en de daaraan gekoppelde Procedure zonnevelden omschrijft hoe wordt omgegaan met de toetsing van initiatieven.
Daarmee nemen wij regie en verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige afweging. 6. De ingediende zienswijze beargumenteerd onvoldoende waarom een negatief effect van zonnepanelen op het bodemleven is te verwachten. Daarnaast zijn mogelijke positieve effecten van het onttrekken aan het agrarisch gebruik niet benoemd. Hoe wij omgaan met het land- en bodemgebruik is onder andere geregeld in Artikel 5, onderdeel f en ook in het Scoreformulier in Onderdeel 8. Landgebruik en bodem.
20
3.
Wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen
De ingediende zienswijze en de beoordeling daarvan hebben ertoe geleid dat de ontwerp Beleidsregels zonnevelden op onderstaande punten worden aangepast: Wijziging beleidsregels: Artikel 3, lid 1, onderdeel d wordt: binnen 50 meter van de groene radialen (volgens de Structuurvisie Haaksbergen) en binnen 25 meter van de N18. Gemeten vanaf de as van de weg; Artikel 5, onderdeel d wordt: de zonnepanelen worden opgesteld in zuidelijke of verticale oriëntatie; Artikel 7, onderdeel c wordt: bij de aanvraag is een document ingediend waaruit blijkt welke inspanning is gedaan om de omgeving de mogelijkheid te bieden om mede-eigenaar te worden en/of mede te financieren met een streefwaarde van minimaal 50%; Artikel 8, onderdeel c wordt: het zonneveld bestaat uit één aaneengesloten projectgebied en wordt niet onderbroken door openbaar toegankelijke wegen; Scoreformulier tabel 2, onderdeel 3. De tekst is aangepast om te benadrukken dat het gaat om lokaal eigenaarschap en niet om bijdragen in een gebiedsfonds; Het maximaal aantal te behalen punten voor onderdeel 3. Financiële participatie is verhoogd naar 25 punten (ipv 15 punten); De landschapskaart, met daarin de uitsluitingsgronden Beekdallandschap, is aangepast; 4.
Ambtshalve wijzigingen
Er zijn geen ambtshalve wijzigingen.
21
Bijlage: geanonimiseerde zienswijzen Zienswijze Datum: 25 januari 2021 Zaaknummer: D-105206 Datum binnenkomst: 25 januari 2021 Vervangende inspraakreactie / zienswijze kenmerk Z/19/012466 (Beleidskader Zon) naar Beleidsregels Zonnevelden (1.38) Datum 25 januari 2021 Geachte medewerker Gemeente Haaksbergen, afdeling Beleidsregels Zonnevelden, Hierbij willen we graag reageren op het ontwerp Beleidsregels Zonnevelden (1.38) Blz. 18 Bijlage kaart geschikte gebieden en uitsluitingen • Aan de linkerzijde van de N18 en onder de N347 (links van gemeente Haaksbergen) zijn op een lange strook langs de Fluttersbeek na, nagenoeg bijna géén uitsluitingsgebieden ten opzichte van het overgrote deel van gemeente Haaksbergen. Deze “witte” strook langs de Fluttersbeek is belangrijk te behouden zoals getekend op de kaart, met name aan de Stegenhoekweg/Kinkelerweg kant omdat dit een Essenlandschap is waarin geen zonnepanelen passen, door de verhoging van de Es. Ook heeft dit gebied een hoge ecologische waarde voor diverse weide- en akkervogels en als vaste oversteekroute voor reeën die hier regelmatig oversteken Blz. 2 artikel 3 Uitsluitingsgronden • Het college en de raad verlenen geen medewerking aan het vestigen van zonnevelden in gebieden a t/m d (blz 2 Beleidsregels Zonnevelden (1.38) •
Punt 1, 2 en 3 zijn duidelijk en helder, met een opmerking over punt d, lees onder:
uitsluiten punt d. De groene Radialen • Er mag binnen een strook van 50 meter aan weerszijden van de N18 geen zonneveld worden aangelegd i.v.m. beleving van de gemeente. • Graag een aanpassing hierover, dit gebied is juist uitermate geschikt voor zonnevelden, lees onder: 1.
Behoorlijk aantal hectares om start te maken aan het energiedoel Haaksbergen.
2. zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik met behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. versterking van de kwaliteit van onze leefomgeving en beleving van de gemeente door te laten zien hoe mooi zonnevelden ingepast kunnen worden langs wegen.
22
3. D.m.v. een geschikte landschappelijke inpassing, een natuurlijke gebiedsontwikkeling en gepast beheer kan de natuurwaarde langs de N18 juist toenemen zodat er na de aanleg van een zonneveld meervoudig ruimtegebruik ontstaat. Door het planten van struweel, losse hagen en bomen wordt de impact van het zonneveld verminderd. Binnen het hekwerk kan een bloem- en kruidenrijk grasland gezaaid worden die door af en toe drukbegrazing (schapen) kort gehouden wordt, hierdoor ontstaat structuurvariatie, goed voor bloemen, dieren en insecten. 4. Het hekwerk heeft mede een belangrijke functie voor de verkeersveiligheid, het voorkomt overstekend wild. 5. De evenwichtige verdeling van lusten en lasten bij zonnevelden aan de N18 zou bijdragen aan sociale kwaliteit. Het actief betrekken van bewoners en ‘gebruikers’ versterkt de betrokkenheid en ze krijgen op deze manier meer invloed op de eigen leefomgeving. Denk aan bijdragen aan diverse mogelijke sociale projecten. Blz. 4 / artikel 10 VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN • Het perceel aan de Stegenhoekweg/Kinkelerweg voldoet voor een zonneveld niet aan de regels in de beleidsregels zonnevelden en kan niet aangemerkt worden als “categorie van gevallen (artikel 6.5 lid3 Besluit Omgevingsrecht).
23
Zienswijze Datum: 15 januari 2021 Zaaknummer: D-104324 Datum binnenkomst: 15 januari 2021 Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Naar aanleiding van de ter inzagelegging van de ontwerp Beleidsregels zonnevelden van de gemeente Haaksbergen (de “Gemeente”), maak ik hierbij namens xxxx graag van de mogelijkheid gebruik om een inspraakreactie te geven. Achtergronden Zoals reeds bekend bij de Gemeente werkt xxx aan een zonnepark ontwikkeling aan de Kinkelerweg en de Stegenhoekweg, genaamd Zonnepark De Stegenhoek. xxx heeft daarbij in acht genomen en neemt daarbij doorlopend in acht een zorgvuldige verkenning uit te voeren naar de haalbaarheid, draagvlak en mogelijkheden voor brede maatschappelijke participatie bij – en acceptatie van – het projectinitiatief, dat we binnen de definitieve Beleidsregels zonnevelden verder wensen te ontwikkelen. Vanuit deze achtergrond geeft xxx onderstaande reactie op de ontwerp Beleidsregels zonnevelden, zoals deze thans ter inzage ligt. Als bijlage bij de Beleidsregels zonnevelden is een kaart (Landschappelijk-raamwerk-HQ.pdf) gevoegd. Het valt ons op dat op deze kaart de beekdalen, waar geen zonnevelden gesitueerd mogen worden, niet overeenkomt met de werkelijkheid. Onderstaand een uitsnede van de bij het beleid behorende kaart. Op twee punten zien wij afwijkingen. 1.
De beekdalen lijken verschoven ten opzichte van de topografische ondergrond. 2. Daarnaast lijkt het alsof een te grove ondergrond is gebruikt waardoor onderdelen die duidelijk geen onderdeel zijn van het beekdal in de uitsluitingszone terecht komen, zoals de eenmansessen die in de gemeente talrijk zijn. In de ontwerp beleidsregels wordt de realisatie van zonnevelden (de technische installatie) op beekdalen uitgezonderd. In de bijlage van de ontwerp beleidsregels is een kaart opgenomen, waarop de uitsluitingsgebieden (waaronder de beekdalen) zijn aangegeven. Naar onze mening moet aan de beleidsregels worden toegevoegd dat deze kaart (gezien de grofmazigheid en gezien deze momenteel niet overal dus specifiek klopt met de daadwerkelijke situatie)) als indicatief moet worden beschouwd. En dat voor locaties specifiek moet worden onderbouwd (en wordt beoordeeld) waar de grens van de beekdalen ligt, en dat de technische installatie niet binnen beekdalen (en andere uitsluitingsgebieden) wordt gerealiseerd. Dit overeenkomstig hoe de gemeente dit tot op heden met ons heeft gecommuniceerd. Het opnemen van deze nuancering voorkomt (juridische) onduidelijkheid en zorgt voor een eerlijk en kloppend beleid.
24
Onderstaande afbeeldingen geven van 1 locatie de gevolgen weer. Beginnend bij de conceptbeleidskaart (Landschappelijk-raamwerk-HQ.pdf), vervolgens de (grove en op oude gegevens gebaseerde) bodemkaart, de gedetailleerde ingevlogen hoogtekaart en ter illustratie de historische kaart. Tot slot een gedetailleerde topografische kaart van de locatie waarop de begrenzing uit het beleid is ingetekend en onze zienswijze hoe deze correct weergegeven zou dienen te zijn. Mondeling begrepen wij xxxxxx dat de gemeente bij beoordeling van de zonnepark vergunningaanvraag, het bovenstaand door ons beschrevene en de onderstaande kaarttoelichtingen overneemt in de interpretatie van de van toepassing zijnde uitzonderingsgrenzen. Graag zien wij dat schriftelijk bevestigd in de definitieve Beleidsregels zonnevelden. Met vriendelijke groet en uitziende naar uw reactie,
Bovenstaand de grove bodemkaart met in groen de beekdalgronden en in bruin de enkeerdgronden (eenmansessen).
25
Onderstaand de hoogtekaart die een gedetailleerdere versie geeft van de locatie.
Op bovenstaande historische kaart, uit omstreeks 1974, zien we dat de Fluttersbeek ten zuiden van de eskop loopt en even ten noorden daarvan een knik maakt. De eskop is dus duidelijk geen beekdal. Ook op de hoogtekaart is deze oude loop van de Fluttersbeek nog herkenbaar aan de donkere vlekken in het betreffende veld.
26
Bovenstaande de kaart van dezelfde locatie met daarop in wit is de witte zone van het beekdal van de Fluttersbeek ingetekend. Onderstaand kaartbeeld geeft aan hoe deze volgens ons zou moeten lopen: de beleidszone verschoven over het beekdal en de eskop er uit gehaald.
27
Zienswijze Datum: 15 januari 2021 Zaaknummer: D-096114 Datum binnenkomst: 15 januari 2021 Reactie Beleidskader Zon Mijne heren, Helaas kan ik niet aanwezig zijn op de inspraakavond van 27 aug. In aansluiting op mijn opmerkingen tijdens de vorige bijeenkomst het volgende: Na bestudering van het beleidskader heb ik meer vertrouwen gekregen in een evenwichtige aanpak van deze problematiek. Toch nog een aantal opmerkingen: Gezien de complexiteit van dit onderwerp pleit ik ervoor in eerste instantie de plaatsing van zonnepanelen op grote dakoppervlaktes in industrie en landbouw te stimuleren door gericht beleid: informatie, regelgeving, financieel. De inrichting van zonneparken zeer geleidelijk te introduceren en te verbinden aan een aantal duidelijke voorwaarden zoals geformuleerd in het kader. Daarbij de voorkeur te geven aan de zogenaamde koppelfuncties: landschap, waterhuishouding, archeologie. Wie zorgt dat de eerste start succesvol is, legt de basis voor vertrouwen. Helaas heb ik tijdens mijn fietstochten door Achterhoek en Twente weinig tot geen zonnevelden gezien, die goed ingepast waren in het landschap om nog maar niet te spreken over versterking. Gepaste twijfel is gerechtvaardig vooral als gesproken wordt over projecten op agrarische erven. Dit kan alleen een succes worden als de betrokken ondernemers liefde hebben voor natuur en landschap.
Er is in mijn omgeving veel zorg over de definitieve uitwerking van deze plannen. Is het niet verstandig bij de uitwerking contact op te nemen met een aantal organisaties die betrokken zijn bij landschap en cultuur. Ik denk aan historische kring, IVN, de groene waaier, de groene tafel e.a. Een dergelijk beleid zal veel onrust wegnemen. Tenslotte de transitie-problematiek heeft ook uitdrukkelijk te maken met klimaatverandering. Tijdens de laatste hittegolf was ook met name het centrum een echte bakoven. Vergroening van het centrum door het bewust planten van meer bomen en minder stenen oppervlakte is op termijn een oplossing. Wie oude dorpsfoto's bekijkt ziet een groene markt en een spoorstraat omzoomt met prachtige bomenrijen. We moeten weer terug naar dit beeld van het dorp, willen we ook in de zomer genieten van een gezellig en leefbaar centrum. Besturen is voor uit zien ! Met nog een opmerking ieder plan kan alleen een succesvol zijn, als de overheid voor een strikte handhaving is van de uitvoering.
28
Zienswijze Datum: 24 januari 2021 Zaaknummer: D-105207 Datum binnenkomst: 24 januari 2021 De vertaling van het Beleidskader Zon naar de Beleidsregels Zonnevelden, heeft de uitgangspunten wat mij betreft een stuk concreter gemaakt. Hiermee sluit een deel van mijn eerdere reactie op het Beleidskader Zon niet meer aan. Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om een nieuwe reactie in te dienen op de Beleidsregels Zonnevelden. Opmerking 1 Zoals de beleidsregels nu zijn uitgewerkt en de beschreven werkwijze met het scoreformulier, is het helder voor de afzonderlijke initiatieven. Wat ik hierbij mis is de samenhang tussen de projecten, zowel binnen de gemeente als tussen gemeenten. Hoe is hier aandacht voor? Opmerking2 Artikel 5: onder 5c wordt de afstand tot een watergang gespecificeerd. Er wordt echter niets genoemd over afstand tot kavelranden, woningen en woonerven. Dit zou wat mij betreft toegevoegd moeten worden, evenals de afstand tot fiets-, wandel- en ruiterpaden. Opmerking 3 Artikel 8c: wat wordt bedoeld met een aaneengesloten projectgebied? Betekent dit dat het zonneveld niet onderbroken wordt door een weg of watergang? Ik zou dit graag verduidelijkt zien. Opmerking 4 Scoreformulier: Ondanks de noodzaak, is naar mijn idee een zonneveld in alle gevallen landschapsvervuilend.
Ik zou daarom graag zien dat er bij het onderdeel 'locatiekeuze' ook gekeken wordt naar de invloed op het landschapsbeeld. Dus niet alleen naar de ontwikkeling van het landschap, maar ook naar het aangezicht (bijvoorbeeld is het veld omgeven door landbouwgrond of ligt deze in het zicht van velen doordat het veld aan een toeristische route grenst). Opmerking 5 Scoreformulier: Bij het onderdeel 'procesparticipatie' gaat het mijns inziens niet alleen over de betrokkenheid van omwonenden en andere belanghebbenden, maar ook over de mate waarin zij wel of niet achter het plan staan. Ik zou dit graag toegevoegd zien. Tot zover mijn reactie.
29
Zienswijze Datum: 25 januari 2021 Zaaknummer: D-105208 Datum binnenkomst: 25 januari 2021 Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Naar aanleiding van de ter inzagelegging van het Ontwerp Beleidsregels zonnevelden van de gemeente Haaksbergen (de “Gemeente”), maakt xxx graag van de mogelijkheid gebruik om mede namens xxx een inspraakreactie te geven. Achtergronden Zoals reeds bekend bij de Gemeente werkt xxx tezamen met de Ontwikkelaars aan vier zonnepark initiatieven binnen de gemeente Haaksbergen (de “Projectinitiatieven”). xxx heeft daarbij een zorgvuldige verkenning uitgevoerd naar de haalbaarheid, draagvlak en mogelijkheden voor brede maatschappelijke participatie bij – en acceptatie van - de Projectinitiatieven en wenst deze Projectinitiatieven steeds tezamen met de betreffende Ontwikkelaar parallel aan en binnen de uiteindelijke Beleidsregels zonnevelden verder te ontwikkelen. Vanuit deze achtergrond en gebruikmakend van de ervaring en expertise van de Ontwikkelaars op dit gebied wenst xxx tezamen met de Ontwikkelaars haar visie te geven op het Ontwerp Beleidsregels zonnevelden, zoals dat thans ter inzage ligt. Inspraakreactie Artikel 2.3 Maximaal 40 hectare Tijdens een gesprek d.d.
16 december 2020 met de wethouders Louis Koopman en Jan Herman Scholten van de Gemeente is aangegeven dat met de 40 hectare bedoeld wordt 40 hectare bruto (met landschappelijke inpassing en onderhoudspaden) aan grondgebonden zonnevelden. Ook werd aangegeven dat deze 40 hectare gebaseerd zijn op navraag van de Gemeente bij netbeheerder Enexis naar de beschikbare netcapaciteit in de komende jaren. Is de opgave door Enexis van de genoemde netcapaciteit voor 40 hectare zonnevelden exclusief de door Enexis reeds afgegeven transportindicaties dan wel reeds gereserveerde transportcapaciteit voor zonnevelden dan wel inclusief landschappelijke inpassing en onderhoudspaden? Graag zouden wij hier een door Enexis onderbouwd antwoord op willen verkrijgen. Mochten de reeds afgegeven transportindicaties dan wel gereserveerde transportcapaciteit niet meegenomen zijn, verzoeken wij u het aantal hectare waarvoor vergunning verleend wordt, dienovereenkomstig omhoog aan te passen. Temeer omdat het de vraag is of de afgegeven transportindicatie dan wel reeds gereserveerde transportcapaciteit voor zonnevelden daadwerkelijk wordt benut en ingevuld. Artikel 5.d Opstelling in zuidelijke oriëntatie dan wel bifacial. Wordt hier met een bifaciale oriëntatie bedoeld een zogenaamde oost-west opstelling? Of wordt hier gewezen op het gebruik van zogenaamde bifacial panelen? Graag nadere uitleg.
Artikel 6.e Geldende offerte dan wel positief advies van de netbeheerder. Hier staat vermeld: “een schriftelijke, geldende offerte van de netbeheerder of een positief advies van deze beheerder 30
waaruit blijkt dat het zonneveld binnen twee jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning aangesloten kan worden op het elektriciteitsnetwerk.” Mede gelet op de inspraakreactie op artikel 2.3 (zie hierboven bij pagina 1) lijkt dit dubbel. Het college heeft namelijk aangegeven dat volgens Enexis transportcapaciteit aanwezig is voor 40 hectare. Deze voorwaarde kan dan ook komen te vervallen. Artikel 7.c Lokaal eigendom met een streefwaarde van minimaal 50%; Hier staat vermeld: “bij de aanvraag is een document ingediend waaruit blijkt welke inspanning is gedaan om het lokaal eigendom te bevorderen met een streefwaarde van minimaal 50%.” Wat wordt hier verstaan onder “lokaal eigendom”? Dit punt vraagt om verdere uitwerking. Op de site van de RES Twente, https://energiestrategietwente.nl/veelgestelde-vragen/proces/hoe-wordt-lokaal-eigendomvormgegeven, wordt onder het kopje “vragen en antwoorden participatie en lokaal eigendom” verwezen naar: Q&A over afspraken participatie en lokaal eigendom in Klimaatakkoord. Onder andere samengesteld door Holland Solar, natuur- en milieufederaties en Energie Samen. Hierin wordt vermeld: “Uitgangspunten zijn de behoefte én de (financiële) mogelijkheden van de lokale omgeving.
Daarbij hoort een inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer bij alle hernieuwbare energieprojecten om een aanbod te doen om omwonenden, zo mogelijk verenigd in een coöperatie of andersoortig gemeenschappelijk initiatief, te laten participeren in het project. Financiële participatie is een middel om het doel (totstandkoming van energieprojecten door verbeteren van lokaal draagvlak) te realiseren.” Ons verzoek is op basis van bovenstaande in artikel 7.c lokaal eigendom verder uit te werken. Scoreformulier, tabel 2, onderdeel 3. Financiële participatie. Hier staat vermeld: “Hoe en in welke mate biedt de aanvrager inwoners van de gemeente Haaksbergen de gelegenheid financieel in het project te participeren of stroom af te nemen, of laat de aanvrager op een andere wijze de gemeenschap mee profiteren van de opbrengsten van het zonneveld?” Naar onze mening wordt “lokaal eigendom met een streefwaarde van minimaal 50%” in deze tabel beschouwd als één van de mogelijkheden voor financiële participatie. Dit is naar onze mening niet correct. Instellen van bijvoorbeeld een omgevingsfonds of levering van stroom tegen een gereduceerd tarief is van een andere orde dan lokaal eigenaarschap. Zie ook onze inspraakreactie hierboven op artikel 7.c.
Wij verzoeken u dan ook het scoreformulier aan te passen en recht te doen aan het belang van lokaal eigendom, zoals dat ook in de RES Twente onderschreven wordt. Dit kan door voor lokaal eigendom met een streefwaarde van 50%, zowel door de indiener als door de toetsingscommissie, een hogere waardering, te weten respectievelijk 15 en 25 punten toe te kennen. Wij wijzen met als doel het belang van lokaal eigenaarschap te onderstrepen op een recent artikel in DPG media (o.a. Algemeen Dagblad en Tubantia) van zaterdag 16 januari 2021: https://www.tubantia.nl/economie/buitenlandse-investeerders-gaan-er-vandoor-metmiljoenensubsidies-en-winst-van-zonneparken~a3f41bf9/ Tot slot: Wij vertrouwen erop dat u onze inspraakreactie bij de totstandkoming van de Beleidsregels zonnevelden gaat betrekken. Uiteraard zijn wij gaarne bereid om onze inspraakreactie nader toe te lichten. 31
Zienswijze Datum: 2 september 2020 Zaaknummer: D-105201 Datum binnenkomst: 2 september 2020 Hierbij wil ik als landbouwgrond eigenaar in Haaksbergen graag reageren op het ontwerp Beleidskader Zon. Ik kwam paar dingen tegen, waaronder: Blz. 17 artikel 4.3 Regelgeving. Er staat dat de Wet natuurbescherming en provinciale Omgevingsverordening dermate veeleisend zijn en dat realisatie van zonnevelden in Natura 2000gebieden en het NNN niet uitvoerbaar zijn. Op de kaart Uitsluitingsgebieden voor zonnevelden zijn deze gebieden weergegeven. Aan de linkerzijde van de N18 en onder de N347 (links van gemeente Haaksbergen) zijn op een lange smalle strook langs de Fluttersbeek na, nagenoeg bijna géén uitsluitingsgebieden ten opzichte van het overgrote deel van gemeente Haaksbergen. Deze smalle “witte” strook langs de Fluttersbeek mag wel breder, met name aan de Stegenhoekweg/Kinkelerweg kant omdat dit een Essenlandschap is waarin geen zonnepanelen passen omdat deze door de verhoging van de Es boven de haag uit zullen steken. Deze Es van ecologische waarde voor akker en weidevogels en als oversteekroute voor reeën die hier regelmatig oversteken. Blz. 19 artikel 5.2.1 Initiatieven voor energieopwekking uit ZON. Stap 0 – uitsluiten. De eerste stap is eigenlijk geen stap. Bepaalde gebieden worden op voorhand uitgesloten.
In het Essenlandschap en beekdallandschap in de uitsluitingsgebieden worden zonnepanelen daarom uitgesloten evenals in groene radialen en 50 meter aan weerszijden van de radialen en de N18 geen zonnepark mag worden aangelegd. Belangrijk voor burgers in gemeente Haaksbergen dat punt 1, 2 en 3 duidelijk is in het beleidskader en dat dit niet gewijzigd wordt. Ik lees dat goede landbouwgrond wordt ontzien: wie bepaald wat wel of niet wordt aangemerkt als goede landbouwgrond? Er staat niets in het beleidskader over of en hoe grondeigenaren in de gemeente Haaksbergen benaderd en gemotiveerd zijn zich aan te melden om grond beschikbaar te stellen aan energiemaatschappijen voor zonnevelden? Helaas moet ik steeds via via via op de hoogte worden gehouden wat er gaande is in Haaksbergen, aangezien ik niet meer woonachtig ben in Haaksbergen maar nog wel stukje grond bezit. Voor mij kan dit alles wel van belang zijn. Graag hoor ik van u.
32
Zienswijze Datum: 28 januari 2021 Zaaknummer: D-104877 Datum binnenkomst: 28 januari 2021 Aan Burgermeester en Wethouders gemeente haaksbergen. Naar aanleiding van deze brief delen we u mede dat wij tegen een zonnepark zijn op de Stegenhoek. Aangezien wij daar een stuk grond hebben liggen bij fluttersbeek. We hebben een gesprek gehad met de heer van xxx. Bij familie xxx. En onze mening gegeven, dat wij daar niet mee eens waren. Maar de Gemeente heeft ons nooit in kennis gesteld van wat er precies gaat gebeuren met de grond van xxx.....De buurt en grondgebruikers horen daar toch een brief van gemeente te krijgen. Gaarne horen we van u.
33
Zienswijze Datum: 21 januari 2021 Zaaknummer: D-104500 Datum binnenkomst: 21 januari 2021
34
35
Zienswijze Datum: 28 januari 2021 Zaaknummer: D-104878 Datum binnenkomst: 28 januari 2021
36
37
38
Zienswijze Datum: 28 januari 2021 Zaaknummer: D-104870 Datum binnenkomst: 28 januari 2021
39
40