Reactie op voorlopig advies participatieraad januari 2024
Tekst van het document
Haaksbergen, 26 januari 2024 Geachte Participatieraad, Hartelijke dank voor uw advies op de verordening, beleidsregels en nadere regels Jeugdhulp en Wmo. In uw advies geeft u opmerkingen en stelt u vragen. In onderstaande tabel geven wij in volgorde van uw advies, onze (ambtelijke) reactie op deze opmerkingen en vragen. In de bijlagen bij deze tabel is in de teksten van de verordening, beleidsregels en nadere regels, via wijzigingen bijhouden, met kleur aangegeven hoe onze reactie tekstueel verwerkt is. Daarnaast ziet u ook in kleur, nog enkele taalkundige aanpassingen. In uw advies geeft u, in afwachting van onze reactie op de opmerkingen en beantwoording van de gestelde vragen, een voorlopig positief advies. Om de vernieuwde verordening, beleidsregels en nadere regels begin april 2024 in te laten gaan is het van groot belang dat wij uw definitieve advies ontvangen vóór maandag 5 februari. We vertrouwen erop dat u met deze reactie tot een definitief advies komt. Indien wij, een deel van, uw vragen / opmerkingen voldoende beantwoord hebben zou het ons helpen als u deze vragen / opmerkingen niet opneemt in uw (nieuwe) advies. Met vriendelijke groet, namens de beleidsafdeling Sociaal Domein, Gemeente Haaksbergen Eric Bouwma en Hanneke van Toorn Algemeen 1.
De participatieraad is zeer te spreken over de wijze waarop zij door de gemeente is meegenomen in het proces om tot advisering van deze stukken te komen. In de vergadering van 18-12-2023 is door ambtenaren een toelichting gegeven op de voorliggende stukken en is, in aanwezigheid van de wethouder, van gedachten gewisseld over de beleidsvoornemens. Wij stellen dit zeer op prijs. Ook de mogelijkheden die geboden zijn om nadere vragen te stellen en verdere informatie te krijgen stellen we erg op prijs.
Reactie: Prettig om te horen dat u zeer te spreken bent over de wijze waarop de participatieraad is meegenomen in het proces om te advisering te komen.
2. Hoewel het taaie materie is en teksten ingewikkeld zijn, constateren we dat, zeker in vergelijking met eerdere stukken, de teksten toegankelijker zijn geschreven en logischer van opbouw zijn. Ook hiervoor dank
Dit was -naast actualisatie- ons doel en goed te horen dat we daarin geslaagd zijn.
3. In de verordening en de uitwerkingen in beleidsregels en nadere regels van zowel de jeugdhulp als de maatschappelijke ondersteuning wordt uitgegaan van een sterke inzet op mantelzorg, gebruikelijke hulp, sociaal netwerk ( zie bv artikel 5 lid 2 van de verordening
De gemeente is zich zeker bewust van de toekomstige druk op mantelzorgers. Dit zal een thema zijn in de Visie op het Sociaal Domein en het uitvoeringsprogramma Sociaal Domein.
1
maatschappelijke ondersteuning). Dit uitgangspunt is enerzijds te billijken en begrijpelijk, maar aan de andere kant ligt hier een probleem voor de nabije toekomst. In de publicatie Regiobeeld Twente 2023, opgesteld door Twentse Koers en Menzis, wordt een prognose gedaan van het mantelzorgpotentieel ( het aantal 50 tot 65 jarige personen per 85 jarigen en ouder). Dit potentieel daalt in de periode 2023 tot 2040 van 8,5 naar 3,6! Dat is meer dan een halvering van het mantelzorgpotentieel ( zie p. 47 van deze publicatie). Het lijkt ons van belang dat Haaksbergen rekening gaat houden met deze ontwikkeling en beleid gaat formuleren om de mantelzorg en informele zorg te stimuleren en beter te faciliteren. Dan gaat het verder dan 1 x per jaar een bon of bloemetje en een bijeenkomst voor vrijwilligers. Daarnaast zal het personeelstekort in de zorg- en welzijnssector oplopen van 3,1% in 2021 naar 5,2% in 2030. Er moet dus rekening worden gehouden met toenemende vraag naar zorg en afnemend aanbod van mantelzorg, maar ook van professionele zorg. In samenspraak met het maatschappelijk veld zal, ook in Haaksbergen gezocht moeten worden naar mogelijke oplossingen voor deze problemen. 4.
In het advies/besluit voor het College van B&W wordt in de inleiding gemeld dat: “In verband met de twee lopende aanbestedingen voor maatschappelijke ondersteuning (begeleiding en dagbesteding) en jeugdhulp verwachten wij dat de gemeentelijke regelgeving in de loop van 2024 nogmaals aangepast zal moeten worden.” Het lijkt ons raadzaam vooruitlopend op die aanpassingen de ervaringen die worden opgedaan met de nu voorliggende verordeningen en beleidsregels zorgvuldig te inventariseren, zodat eventuele onduidelijkheden en verschillen in interpretaties kunnen worden opgehelderd.
We zullen uw advies zeker meenemen in de volgende aanpassingen.
5. We zijn het eens met het prioriteren van een natura aanbod boven het verstrekken van een pgb. Ook zijn we het zeer eens met de gestelde voorwaarden aan en eisen voor het inschakelen van derden bij uitvoer van diensten bekostigd uit een pgb.
Goed te lezen dat we ook op dit punt dezelfde visie hebben.
6. Positief zijn we over de mogelijkheden om maatwerk te leveren. Zowel in de verordening
Deze mogelijkheid gebruiken we (met mate) ook in de huidige praktijk en dat werkt erg prettig.
2
jeugdhulp ( artikel 18) als in de verordening maatschappelijke ondersteuning ( artikel 24) bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de hardheidsclausule en in afwijking van de regels, in het belang van de aanvrager te besluiten.
Jeugdhulp Verordening: We adviseren de term jeugdhulp aan te passen en te spreken over jeugd- en gezinshulp. Het gaat immers heel vaak over een hulpvraag van het hele systeem, en niet alleen van de jeugdige. Als niet systemisch gewerkt wordt , blijft de context van de jeugdige onveranderd en keert de hulpvraag snel weer terug.
We zijn het met u eens dat systemisch gewerkt dient te worden. In de Jeugdwet wordt echter gesproken over jeugdhulp (zie artikel 1.1 onder jeugdhulp, nummer 1: ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, etc.). Wij sluiten in onze lokale regelgeving bij, de definities in, de Jeugdwet aan. Wij nemen uw advies daarom niet over.
Artikel 1.c Clientsysteem is hier gedefinieerd als een huishouding. We denken dit een beperkte definitie is en dat het cliëntsysteem hele sociale netwerk is. Wordt hier het hele sociale netwerk ook bedoeld, of wordt hier huishouden bedoeld?
Artikel 1.c Wij bedoelen met cliëntsysteem nadrukkelijk niet het (gehele) sociale netwerk van een jeugdige en zijn gezin. Het sociale netwerk is groter dan het cliëntsysteem waartoe de jeugdige behoort. Tot het sociale netwerk kunnen ook buren, vrienden, leerkrachten etc. behoren. Deze behoren niet tot het cliëntsysteem. Het cliëntsysteem beperkt zich tot zich tot de huishouding(en) waar de jeugdige deel van uitmaakt omdat de onderlinge verhoudingen en gedragingen in dit systeem/deze systemen direct invloed kunnen hebben op de hulpvraag van de jeugdige.
Artikel 1d Eigen kracht: we stellen voor de zin te stoppen na vrijwilligers. De opmerking …of voor het aanspreken van een aanvullende verzekering moet o.i. vervallen, omdat dit gaat over een financieringsmogelijkheid en niet over een de mogelijkheden zelf problemen op te lossen.
Artikel 1d Wij noemen in deze definitie twee voorbeelden van eigen kracht. Op grond van jurisprudentie valt een aanvullende zorgverzekering ook onder eigen kracht. De Kennisbank jeugd van Schulinck zegt hier het volgende over: Soms blijken de jeugdige en/of zijn ouders aanvullend verzekerd te zijn voor de jeugdhulp die het college nodig acht. In dat geval mag van de jeugdige of zijn ouders verwacht worden dat ze die aanvullende verzekering aanspreken. Het college hoeft namelijk geen voorziening voor jeugdhulp te treffen als de jeugdige of zijn ouders in staat zijn zelf de problemen op te lossen (zie artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet).
3
Artikel 5, lid 2: de ouders of de jeugdige moeten zelf verzoeken om een beschikking. Het lijkt ons dat, gezien ook artikel 7 (inhoud beschikking) van belang dat er standaard een beschikking wordt afgegeven. In de beschikking worden immers cruciale zaken vastgelegd.( omvang hulp, resultaat, duur van het traject etc.)
Artikel 5 lid 2 Artikel 5 betreft de toegang tot jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Deze verwijzers mogen jeugdigen op grond van de Jeugdwet naar jeugdhulp verwijzen. De jeugdige ontvangt van deze verwijzers een verwijsbrief en kan zich daarmee bij de aanbieder melden. De door ons verstrekte beschikking voegt weinig tot niets toe aan deze verwijzing/verwijsbrief. Het verstrekken van een beschikking legt echter wel beslag op de beschikbare ambtelijke capaciteit. Wij hebben er daarom, net als veel andere gemeenten, voor gekozen geen bij deze verwijzingen standaard geen beschikking meer te verstrekken maar dat alleen nog op verzoek te doen.
Artikel 16 In dit artikel wordt gesproken over het inschakelen van een vertrouwenspersoon. We nemen aan dat hiermee een onafhankelijk cliëntondersteuner wordt bedoeld.
Artikel 16 De onafhankelijke cliëntondersteuner is een begrip uit de Wmo. De Jeugdwet kent geen onafhankelijke cliëntondersteuner maar wel een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Zie de artikelen 2.5 en 4.1.9 Jeugdwet. De onafhankelijke vertrouwenspersoon ondersteunt jeugdigen en hun (pleeg)ouders als zij problemen hebben met de gemeente, de jeugdhulpaanbieders, de gecertificeerde instellingen of Veilig Thuis. De landelijke organisatie Jeugdstem (www.Jeugdstem.nl) is de organisatie van vertrouwenspersonen in de jeugdzorg die ook in Haaksbergen deze functie vervult.
Beleidsregels: Om het stuk inzichtelijker te maken en de vele mogelijkheden goed in kaart te brengen geven wij ter overweging een stroomschema te maken zodat duidelijker wordt welke mogelijkheden er in welke situaties zijn. Dit stroomschema kan dan worden opgenomen in een bijlage.
Artikel 9 In dit artikel wordt gesproken over ‘dakje’ waarmee onderdelen uit de module wonen en verblijf worden bedoeld. We vinden deze terminologie niet passend en
4
Zoals bekend werken de Twentse gemeenten vanaf 2025 met een nieuw ondersteuningsmodel. Dit model kent naar verwachting deels andere individuele voorzieningen. In de loop van dit jaar passen wij hier de lokale regelgeving opnieuw op aan. Verder ervaren wij tot nu toe geen problemen met de toepassing van de mogelijkheden in het huidige model. Wij kiezen er daarom op dit moment voor geen stroomschema meer te maken voor het huidig ondersteuningsmodel. Wij houden uw suggestie in gedachten voor het nieuwe inkoopmodel. Artikel 9 In het huidige Twentse Ondersteuningsmodel wordt de term ‘dakje’ gebruikt. Wij sluiten in onze lokale regelgeving bij, de termen uit, het Twentse Ondersteuningsmodel aan. Wij verwachten dat de
stellen voor het te benoemen zoals het is: onderdeel 1,2,3 etc. In lid 4 wordt gesproken over ‘hotelmatige aspecten. De termen hotelmatig of hotel vinden we niet passend in de context van jeugdzorg.
Nadere regels: Artikel 4 Hier wordt gemeld dat het onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren uiterlijk binnen 6 weken na melding moet plaatsvinden. In artikel 5 wordt gemeld dat het verslag van het onderzoek binnen 20 werkdagen beschikbaar moet zijn. Dit betekent dat in het ongunstigste geval maar liefst 10 weken ( bijna 3 maanden) verstrijken voordat een traject überhaupt in gang wordt gezet. Dat is wel heel lang gezien de ernst van veel situaties waarover we het vaak hebben bij de jeugdhulp. Wij adviseren kortere termijnen op te nemen. Vraag: kan aangegeven worden hoeveel tijd er in de praktijk verstrijkt tussen melding en start traject??
term ‘dakje’ niet meer terug zal komen na de nieuwe aanbestedingen jeugdhulp en Wmo. Wij zijn het verder met u eens dat de term hotelmatig niet passend is in de context van jeugdzorg. De term wordt echter gebruikt in de opsomming van elementen waar een dakje uit bestaat en dekt, als verzamelterm, de lading van de onderwerpen die bedoeld worden zoals schoonmaak, portier, gastvrouw, slaapdienst, bewaking en nachtwacht. Deze opsomming is van belang in de verhouding tussen aanbieders (van dakjes) en de gemeente en wordt niet gebruikt in de communicatie met jeugdigen en hun gezin. Wij handhaven de term daarom in de beleidsregels. Artikel 4 In de artikelen 4 en 5 worden maximale termijnen genoemd. Deze termijnen bieden ons bescherming bij een grotere toestroom van jeugdigen dan wij met, de op dat moment, beschikbare capaciteit jeugdregisseurs aankunnen. Wij zijn het overigens met u eens dat bij elkaar opgeteld er sprake is van een lange termijn. De ervaring leert echter dat meldingen door onze jeugdregisseurs op korte termijn, doorgaans binnen twee weken na melding, worden opgepakt. Als er sprake is van een crisis worden meldingen normaal gesproken nog dezelfde of de volgende dag opgepakt. Wij nemen daarom uw advies niet over en handhaven de huidige termijnen in de nadere regels.
Maatschappelijke ondersteuning Verordening: Artikel 5.3 Hier wordt gesproken dat het college de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Wij zouden dat willen omschrijven als de “zowel inhoudelijk als financieel meest adequate voorziening.” Dat hoeft niet altijd de goedkoopste te zijn en geeft de inhoudelijke afweging de voorrang. Artikel 6 Het zou ter verduidelijking goed zijn als in dit artikel expliciet wordt verwezen naar artikel 2, zodat concreter wordt waarover het gaat: begeleiding, vervoer een rolstoel etc.
5
Artikel 5.3 In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt gesproken van goedkoopst adequaat en wordt bedoeld dat eerst onderzocht wordt - in lijn met uw voorkeur- wat de adequate ondersteuning is, vervolgens wordt onderzocht wat daarvan de goedkoopst beschikbare voorziening is. Artikel 6 Dit is toegevoegd aan de tekst.
Beleidsregels Artikel 1.a Clientsysteem wordt hier gedefinieerd als huishouden. Is een cliënt systeem niet veel meer dan dat? Artikel 3.1 Wij zouden hier in de opsomming “echtgenoot, ……..”liever spreken van ‘partner.
Artikel 1.a Clientsysteem is vervangen door leefeenheid. Artikel 3.1 Echtgenoot is vervangen door partner.
Artikel 4 De zin :” Als er sprake is van een éénoudergezin ……verdwijnt de zorgplicht niet” vervangen door : “Ouders die samen het gezag hebben, blijven ook na scheiding gezamenlijk gezag uitoefenen en dus verantwoordelijk voor de gebruikelijke hulp aan kinderen.” Het woord gezag is in deze zin van belang: het gaat om gezaghebbende ouders/verzorgers.
Artikel 4 Dit advies wordt niet overgenomen waarvoor we de volgende onderbouwing hebben: Bij kinderen geboren voor 2023 kregen ongehuwde vaders die ook geen geregistreerd partnerschap hadden, niet automatisch het gezag bij erkenning van het kind, dit moesten ze expliciet aanvragen. Na een relatiebreuk hebben deze vaders zonder gezag wel recht om hun kind te zien en zijn ze betrokken. Door de voorgestelde wijziging op te nemen, valt een groep ouders buiten de boot, hetgeen zeer onwenselijk is.
Artikel 11 Met betrekking tot ‘Dakje’ en ‘hotelmatige aspecten’: zie opmerking bij beleidsregels jeugdhulp artikel 9.
Artikel 11 In het huidige Twentse Ondersteuning Model wordt deze term gebruikt. Mogelijk wordt dit aangepast na de nieuwe aanbestedingen jeugdhulp en Wmo.
Lid 5: is het hier vermelde beperkt tot mensen met een licht verstandelijke beperking die onvoorspelbaar gedrag vertonen? Wij stellen voor de term ‘onvoorspelbaar’ te vervangen door ‘onbegrepen’
Lid 5: Het is inderdaad beperkt tot mensen met een licht verstandelijke beperking die onvoorspelbaar gedrag vertonen. Ook bij Dakje 1 kan er sprake zijn van onbegrepen gedrag, maar de onvoorspelbaarheid is wat Dakje 2 anders maakt. De term ‘onbegrepen’ dekt daarmee de lading niet en vervangen we daarom niet.
Artikel 13.1 De inzet van een rolstoel is in dit artikel wel erg summier geïnterpreteerd. Uit de tekst blijkt dat men pas recht heeft op een rolstoel wanneer men binnen en buiten geheel rolstoel gebonden is. Klopt dit ? Wie binnenshuis nog wel wat op eigen kracht (met rollator of stok?) nog wel uit de voeten kan, maar buiten / op langere afstanden absoluut niet meer en dus aangewezen is op een rolstoel zou gezien de tekst daar geen recht op hebben. Is dit juist?
Artikel 13.1 De tekst is gedeeltelijk aangepast. Overwegingen bij dit artikel zijn de volgende: Primair doel is het zittend verplaatsen in en om de woning, omdat lopend verplaatsen niet of onvoldoende mogelijk is, ook met op grond van andere regelingen te verstrekken voorzieningen als looprekken, rollators, wandelstokken en krukken. Dikwijls is hier een periode aan vooraf gegaan, waarin gebruik wordt gemaakt van andere hulpmiddelen, (ooit) verstrekt op basis van de Zorgverzekeringswet of AWBZ of zelf aangeschaft. Hier is een maatwerkvoorziening op zijn plaats. Daar tegenover heb je het gebruik van rolstoelen voor het zogenaamde 'incidentele' gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen
6
om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken. Ook het gebruik van een rolstoel voor kortdurend gebruik, bijvoorbeeld na een operatie of andere aandoening, waarbij iemand is aangewezen op zittend verplaatsen, kan worden opgelost door gebruik te maken van de zorgverzekeringswet, oftewel de uitleen om voor de duur van zes maanden een rolstoel via een uitleenservice te lenen. Inwoners kunnen zonder indicatie gebruik maken van een rolstoelen. Daarnaast zijn er veel gelegenheden waar je een rolstoel kan lenen, denk hierbij aan een pretpark, dierentuin, ziekenhuis, musea of woonwinkel. Als uit onderzoek blijkt dat een algemene of collectieve voorziening niet een passende oplossing vormt, wordt er samen met de inwoner gekeken naar een maatwerkoplossing. Artikel 15 Maatwerkvoorziening vervoer. In dit artikel wordt gesteld dat lokaal verplaatsen van toepassing is in een straal van 15 tot 20 km rond de woning. Daarboven moet gebruik worden gemaakt van bovenregionaal vervoer van Valys. In een brief van de gemeente aan de Participatieraad ( 07-032022; zaaknummer Z19/012543) wordt gemeld dat Valys kan worden ingezet vanaf 25 km van de woning. Het lijkt ons zaak de definitie van ‘lokaal vervoer ’ te herzien zodat deze aansluit op de grens van 25 km van Valys. Vraag: hoe pakt de grens van 1500 km per jaar voor de vervoersvoorziening uit in de praktijk? Is dit voldoende?
Artikel 15 Het aantal kilometers is aangepast naar 25 kilometer. Wat betreft de grens van 1500 km per jaar blijkt in de praktijk dat dit voor vrijwel alle inwoners voldoende is. Op het einde van het jaar zijn er meestal enkele inwoners die net te kort komen. In overleg met hen komen we er in de praktijk altijd uit: de kilometers worden opgehoogd met wat noodzakelijk is voor dat jaar, en er wordt besproken of het intensieve gebruik niet alleen sociaal/ziekenhuis bezoeken zijn en/of er mogelijk andere oplossingen zijn , bijvoorbeeld vanuit de werkgever of ziektekostenverzekering. Dat gebruik door de inwoner sluipt er meestal onbewust in.
Artikel 16. De telling was foutief en is aangepast.
Artikel 16 ontbreekt in de ons toegezonden stukken
Artikel 17a In lid 2 wordt verwezen naar artikel 16c. Dit artikel ontbreekt in onze stukken. Nadere regels Artikel 3 We stellen voor op te nemen dat cliëntondersteuning actief wordt aangeboden.
Artikel 5 In de verschillende stappen wordt gesproken met de inwoner. We stellen voor op te nemen dat ook een 7
Artikel 17a De telling was foutief en is aangepast.
Artikel 3 Cliëntondersteuning wordt actief aangeboden tijdens de mondelinge en de schriftelijke communicatie. Het betreft een werkproces dat niet in nadere regels omschreven hoeft te worden. Artikel 5 In Stap 5 is dit toegevoegd.
vertrouwenspersoon/cliëntondersteuner van de inwoner hierbij aanwezig moet zijn
8