CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Subsidies 2018-2022

Gemeenteraad 27 mei 2026, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Onderzoek Subsidies gemeente Haaksbergen periode 2018 - 202214.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

10 alinea's met “breed”: 9 91 94 95 130 233 271 274 275 276

21

Toetsing aan norm

Norm

Oordeel

Heldere, SMART geformuleerde doelstellingen, vastgelegd in actuele documenten.

Duiding Hoewel Haaksbergen wel degelijk ambities kent, ontbreekt het aan concrete en toetsbare doelstellingen voor het subsidiebeleid. Daardoor kan de gemeente moeilijk bepalen: • welke doelen prioriteit krijgen, • welke subsidies bijdragen aan die doelen, • welke subsidies effectief of minder effectief zijn. Zonder doelstellingen ontstaat automatisch de neiging tot voortzetting van bestaande subsidies, ongeacht hun maatschappelijke relevantie.

Deelvraag 2a – Welke subsidies zijn er? Bevinding Haaksbergen kent een breed scala aan subsidies: activiteiten-, budget-, project- en waarderingssubsidies en subsidies voor overige activiteiten. De indeling is historisch gegroeid en niet altijd logisch. Sommige subsidievormen overlappen (waarderingssubsidies vs. activiteiten- of budgetsubsidies). Projectsubsidies worden nauwelijks ingezet, terwijl de verordening daar wel ruimte voor biedt. De Nadere regels geven gedetailleerde bedragen per doelgroep, maar bevatten geen inhoudelijke visie op het subsidiepalet. Toetsing aan norm

Norm Een volledig, actueel en helder overzicht van alle subsidievormen.

Oordeel

Duiding Het overzicht van subsidiestromen is wel formeel beschikbaar, maar mist beleidsmatige samenhang en actualiteit. Dit maakt het moeilijk om het totaalbeeld te overzien en om te beoordelen welk instrument het meest passend is per doelstelling. Ook ontstaat risico op inconsistentie en ongelijke behandeling.

Deelvragen 2b en 2c – Welk budget is beschikbaar en hoe wordt dat besteed? Bevinding In de “Nadere regels” staan gedetailleerde bedragen per regeling, waardoor de technische informatie goed beschikbaar is. Een samenhangend overzicht van het totale subsidiebudget ontbreekt echter. De onderliggende motivering is beperkt zichtbaar. Grote subsidies bepalen circa 90% van het budget, terwijl kleine subsidiebedragen relatief veel aandacht vergen in de uitvoering. Doelstellingen achter budgettoewijzingen worden zelden expliciet genoemd.

22

Toetsing aan norm

Norm

Oordeel

Transparant inzicht in budgetverdeling en heldere motivering van keuzes.

Duiding Budgetinformatie is versnipperd en niet gekoppeld aan beleidsdoelen. Daardoor kan niet worden bepaald of: • de middelen doelmatig worden ingezet, • het budget aansluit bij prioriteiten, • bestaande subsidies mogelijk minder maatschappelijk relevant zijn, • alternatieve bestedingen betere maatschappelijke waarde kunnen leveren.

Deelvraag 3 – Hoe wordt aan het subsidiebeleid uitvoering gegeven? Bevinding De uitvoering is niet uniform: • geen vaste werkprocessen, • geen standaardformats, • geen checklists, • toetsing verschilt per medewerker, • kennis is persoonsgebonden en niet gedocumenteerd, • hardheidsclausule wordt regelmatig toegepast, • toetsing aan de subsidieverordening gebeurt “hooguit zijdelings”. Toetsing aan norm

Norm Uniforme, gedocumenteerde werkprocessen met adequate toetsing.

Oordeel

Duiding De uitvoering is kwetsbaar. Zonder uniformiteit ontstaan risico’s op: • willekeur in besluitvorming, • procedurele fouten, • onduidelijkheid voor aanvragers, • risico’s voor rechtmatigheid en gelijkheidsbeginsel, • verstoringen bij personeelswisselingen. Dat de organisatie dit probleem zelf ook onderkent en aan verbeteringen werkt, is positief maar verandert het huidige oordeel niet.

Deelvraag 4 – Hoe vindt monitoring, evaluatie en controle plaats? Bevinding Bij grote subsidies (zoals GGD) is monitoring goed geregeld. Bij kleinere subsidies is controle minimaal en ligt de nadruk op rechtmatigheid. De verantwoordingseisen zijn niet uniform en effectmetingen zijn zeldzaam. Prestatie-informatie ontbreekt vaak, zeker bij structurele waarderingssubsidies. Capaciteitstekort en het ontbreken van formats versterken dit probleem.

23

Toetsing aan norm

Norm

Oordeel

Systematische monitoring, evaluatie en controle, inclusief effectmeting.

Duiding Het ontbreken van systematische monitoring betekent dat: • effecten niet zichtbaar worden, • bijsturen vrijwel onmogelijk is, • de raad weinig informatie krijgt over doelbereik, • verantwoording afhankelijk blijft van individuele contacten of gewoontes. Dit vormt een structureel risico voor de kwaliteit van het subsidiebeleid.

Deelvraag 5a – Rechtmatigheid Bevinding De gemeente streeft naar naleving van regels, maar toetsing is niet structureel en niet vastgelegd in processen. Het gebruik van de hardheidsclausule en het ontbreken van formats vergroten kans op ongelijke behandeling. Toetsing aan de verordening gebeurt niet consequent. Toetsing aan norm

Norm

Oordeel

Volledige naleving van wet- en regelgeving.

Duiding De formele kaders zijn aanwezig maar niet geborgd. Dit betekent dat rechtmatigheid afhankelijk is van individuele inzet van medewerkers. Dat is een kwetsbare basis voor publieke middelen.

Deelvraag 5b – Doeltreffendheid Bevinding Door het ontbreken van doelen en effectmetingen is niet vast te stellen welke bijdrage subsidies leveren aan beleidsdoelen. Dit geldt voor vrijwel alle subsidies, met uitzondering van incidentele projecten waar al wel enige effectmeting plaatsvindt (bijv. Welzijn op Recept). Toetsing aan norm

Norm Duidelijke koppeling van subsidies aan beleidsdoelen met systematische effectmeting.

Oordeel

Duiding Doeltreffendheid kan niet worden vastgesteld. Zonder meetbare doelen blijft subsidie-inzet vooral procesgericht in plaats van resultaatgericht.

24

Deelvraag 5c – Prestatiemeting Bevinding Bij grote subsidies bestaan prestatieafspraken. Bij de meerderheid van de subsidies is echter geen sprake van systematische prestatiemeting. Verantwoording is onduidelijk of ontbreekt. Toetsing aan norm

Norm

Oordeel

Systematische vaststelling van geleverde prestaties.

Duiding Zonder prestatie-informatie is niet duidelijk: • wat er precies is bereikt, • of subsidies doelmatig zijn besteed, • welke instellingen goed presteren, • waar verbetering nodig is.

Deelvraag 6 – Rol gemeenteraad Bevinding De raad is formeel betrokken bij begroting, verordeningen en raadsinformatiebrieven. In de praktijk blijft de betrokkenheid beperkt. Er worden weinig strategische vragen gesteld en evaluatie-informatie wordt niet actief benut. De raad richt zich vooral op concrete onderwerpen en minder op strategische afwegingen. Toetsing aan norm

Norm Actieve kaderstelling en controle op hoofdlijnen.

Oordeel

Duiding De raad benut zijn formele rol onvoldoende om bij te sturen, richting te geven of te toetsen op maatschappelijke effecten. Hierdoor blijft strategische sturing uit.

Beantwoording van de centrale onderzoeksvraag “In hoeverre draagt het subsidie-instrumentarium van Haaksbergen bij aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen?” Bevinding Het antwoord op deze vraag kan niet worden vastgesteld. Hiervoor ontbreken: • expliciete maatschappelijke effecten, • concrete doelstellingen, • actuele beleidsdocumenten, • systematische monitoring en effectmeting, • prestatiemeting, • en strategische kaderstelling door de raad. Het subsidie-instrumentarium is daarmee onvoldoende ingericht om aantoonbaar bij te dragen aan gemeentelijke ambities.

25

Toetsing aan norm

Norm Het subsidie-instrumentarium van Haaksbergen draagt aantoonbaar bij aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen

Oordeel

Duiding Het huidige subsidiebeleid van Haaksbergen mist de noodzakelijke beleidsmatige, organisatorische en bestuurlijke voorwaarden om effectief en doelgericht bij te dragen aan maatschappelijke effecten. De gemeente beschikt over veel betrokken verenigingen en initiatieven, maar het ontbreekt aan de systematiek om inzichtelijk te maken wat hun bijdrage is, hoe middelen het beste kunnen worden ingezet en welke keuzes nodig zijn om maatschappelijke effecten daadwerkelijk te bereiken.

26

Hoofdstuk 6. Conclusies en aanbevelingen De bijdrage van het subsidie-instrumentarium aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen in Haaksbergen kan niet vastgesteld worden. Een belangrijke oorzaak daarvoor is het ontbreken van adequate toetsingsinstrumenten: documenten als de subsidieverordening, de Nota subsidiebeleid of de Nadere regels zijn verouderd en laten zich niet of nauwelijks uit over de doelstellingen van de betreffende subsidies en dan met name niet over de bijdrage ervan aan beoogde maatschappelijke doelstellingen. Er zijn verbetertrajecten gaande: zo werd een nieuwe Subsidieverordening eind juni 2025 door de raad geaccordeerd. Ook de lopende inspanningen om monitoring te verbeteren, controleprotocollen op te zetten en kritischer te kijken naar subsidieverstrekking suggereren een versterkte focus op het vaststellen en aantonen van prestaties en effecten.

6.1 Conclusies Hoofdconclusie: De bijdrage van het subsidie-instrumentarium aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen in Haaksbergen kan niet vastgesteld worden. Dit is de hoofdconclusie van dit onderzoek. Hoewel de gemeente subsidies inzet met de intentie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken, ontbreken de noodzakelijke instrumenten om deze bijdrage aantoonbaar te maken. Conclusie 1: Haaksbergen kent een subsidiebeleid zonder kompas Het onderzoek toont aan dat Haaksbergen subsidies verstrekt zonder helder te hebben gedefinieerd welke maatschappelijke effecten daarmee beoogd worden. Terwijl er in diverse beleidsdocumenten wel algemene ambities worden genoemd - zoals het bevorderen van "meedoen", "participatie" en een "gezondere samenleving" - ontbreekt de essentiële schakel tussen deze ambities en het concrete subsidiebeleid. De vigerende subsidieverordening uit 2015 laat zich er niet over uit welke maatschappelijke doelstellingen met subsidies worden nagestreefd. Ook de "Nadere regels" beperken zich grotendeels tot procedurele aspecten en budgetten, zonder de beoogde maatschappelijke meerwaarde te expliciteren. Dit betekent dat subsidieaanvragen niet systematisch kunnen worden getoetst op hun bijdrage aan gemeentelijke ambities.

Conclusie 2: In Haaksbergen is sprake van een organisatie die (noodgedwongen) improviseert De uitvoering van het subsidiebeleid in Haaksbergen kenmerkt zich door improvisatie en gebrek aan systematiek. Elke beleidsmedewerker hanteert zijn eigen aanpak, vaak gebaseerd op de werkwijze van voorgangers. Er zijn geen standaard formats, checklists of uniforme beoordelingscriteria. Deze werkwijze maakt de organisatie kwetsbaar voor personeelswisselingen - wanneer ervaren medewerkers vertrekken, verdwijnt ook hun kennis over subsidieprocessen. Toetsing aan de subsidieverordening gebeurt "hooguit zijdelings", omdat deze weinig aanknopingspunten biedt voor de beoogde doelstellingen. Dit roept vragen op over de rechtmatigheid en gelijke behandeling van degenen die subsidie aanvragen.

27

Ook de transitie naar een op maatschappelijk effect gerichte programmabegroting biedt kansen om de koppeling tussen subsidies en beleidsdoelen te verduidelijken. Het toont bewustzijn van de tekortkomingen en de wil tot verbetering.

6.2 Aanbevelingen Aanbeveling 1: Ontwikkel een helder beleidskader voor subsidies Laat het college een actueel en samenhangend beleidskader ontwikkelen waarin: • Concrete maatschappelijke effecten worden geformuleerd die het subsidiebeleid beoogt te bereiken • SMART-doelstellingen worden opgesteld die logisch voortvloeien uit gemeentelijke ambities • De koppeling tussen subsidies en beleidsdoelen expliciet wordt gemaakt • Wordt aangegeven waarom bepaalde doelen (mede) een gemeentelijke verantwoordelijkheid zijn Dit beleidskader moet worden vastgelegd in een actuele subsidieverordening en bijbehorende nadere regels. Aanbeveling 2: Implementeer uniforme werkprocessen Laat het college uniforme, gedocumenteerde werkprocessen voor subsidieverlening ontwikkelen en implementeren, inclusief: • Standaard checklists voor de beoordeling van subsidieaanvragen • Vaste formats voor aanvragen en verantwoording • Heldere criteria voor toetsing aan beleidsdoelen • Procedures voor kennisoverdracht bij personeelswisselingen • Systematische archivering Aanbeveling 3: Versterk monitoring en effectmeting Laat het college een systematische aanpak voor monitoring en effectmeting ontwikkelen.

• Stel per subsidieregeling heldere prestatie-indicatoren op • Implementeer gedifferentieerde verantwoordingseisen naar subsidiehoogte • Ontwikkel methoden voor het meten van maatschappelijke effecten (ook waar dit complex is) • Voer periodieke evaluaties uit van subsidiebeleid en -regelingen • Rapporteer systematisch aan de raad over bereikte effecten Aanbeveling 4: Versterk de rol van de gemeenteraad Versterk de kaderstellende en controlerende rol van de raad door: • Regelmatige sessies op hoofdlijnen over subsidiebeleid en -effecten • Jaarlijkse rapportage over de bijdrage van subsidies aan beleidsdoelen • Proactieve informatieverstrekking over belangrijke ontwikkelingen • Betere duiding van de strategische keuzes in het subsidiebeleid • Training voor raadsleden over hun rol bij subsidiebeleid Aanbeveling 5: Verbeter de organisatorische weerbaarheid Laat het college de organisatie op het gebied van subsidiebeleid versterken door: • Investering in kennis en capaciteit (bijvoorbeeld voor effectmeting en data-analyse) • Betere verdeling van kennis over meerdere medewerkers om kwetsbaarheid te verminderen • Implementatie van verbeteringen die al in gang zijn gezet (bijvoorbeeld formats)

28

6.3 Slotopmerking Haaksbergen staat voor de uitdaging om met beperkte middelen maximale maatschappelijke impact te realiseren. Het onderzochte subsidiebeleid mist de instrumenten om deze impact aantoonbaar te maken en te maximaliseren. De aanbevelingen in dit rapport bieden een roadmap voor een meer effectief en verantwoord subsidiebeleid. De gemeente heeft al verschillende verbetertrajecten in gang gezet, zoals de nieuwe subsidieverordening en verbeteringen in werkprocessen. Deze basis biedt goede uitgangspunten voor verdere professionalisering van het subsidiebeleid. Implementatie van deze aanbevelingen vraagt tijd en investering, maar is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de beschikbare middelen optimaal bijdragen aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen. Alleen zo kan de gemeente verantwoording afleggen over de effectieve inzet van publieke middelen en haar maatschappelijke ambities waarmaken. We wijzen u ook op een recente uitspraak6 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor het verstrekken van begrotingssubsidies. De Raad van State oordeelt dat ook deze subsidies onder het regime van schaarse publieke rechten kunnen vallen. Dit betekent dat gemeenten – waaronder Haaksbergen – transparantie en mededingingsruimte moeten bieden wanneer er meerdere potentiële gegadigden zijn.

Alleen wanneer op basis van objectieve en toetsbare criteria vaststaat dat er feitelijk slechts één serieuze aanbieder is, kan een subsidie rechtstreeks worden verleend. Deze motivering moet ten minste acht weken vooraf openbaar worden gemaakt. De uitspraak benadrukt dat ook bij structurele subsidiepartners juridische risico’s ontstaan als geen passende selectieprocedure of subsidieregeling wordt toegepast.

6

23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3399

29

Hoofdstuk 7. Bestuurlijk wederhoor Rekenkamercommissie gemeente Haaksbergen Verzending per mail via: p.hobbenschot@haaksbergen.nl

Uw kenmerk : Zaaknummer : Uw datum : Behandeld door : E. Hendriksen Telefoonnummer : (053) 573 45 67

Kenmerk : Bijlagen Datum

: : 12 maart 2026

Onderwerp: bestuurlijke reactie (wederhoor) Rekenkameronderzoek

Geachte leden van de Rekenkamercommissie, Op 10 december 2025 hebben wij van u het Onderzoek Subsidies gemeente Haaksbergen ontvangen. In uw onderzoek concludeert u dat in de periode 2018-2022 niet kan worden vastgesteld in welke mate subsidies bijdragen aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen, de uitvoering niet uniform is, sterk afhankelijk is van individuele medewerkers en de verordening te weinig houvast biedt voor toetsing en rechtmatigheid. U stelt ons in de gelegenheid op dit onderzoek te reageren. Met deze brief bieden wij u de bestuurlijke reactie aan op uw onderzoek. In uw onderzoek schetst u een helder beeld van het functioneren van het subsidie-instrumentarium binnen onze gemeente en geeft u aanbevelingen. Graag geven wij hieronder onze duiding van de bevindingen en schetsen wij hoe deze zich verhouden tot de huidige ontwikkelingen op het terrein van subsidies. Maatschappelijke effecten en doelstellingen Wij onderschrijven de strekking van de aanbeveling om subsidiëring sterker te koppelen aan maatschappelijke effecten en doelstellingen.

Tegelijkertijd achten wij het noodzakelijk onderscheid te maken tussen: - het bestuurlijk vaststellen van maatschappelijke doelen (via raadsprogramma, kadernota, programmabegroting en visies), en - het juridisch-instrumentele kader voor subsidiëring (Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) en subsidieregelingen).

30

Wij borgen onze maatschappelijke doelen in de P&C-cyclus, visies en raadsprogramma’s. In de huidige raadsperiode (2022-2026) zijn de raadsafspraken vastgelegd en na de onderzoeksperiode van het rekenkamerrapport hebben wij onder meer de Omgevingsvisie en de visie op het sociaal domein “De kracht van Samen” vastgesteld. In de geactualiseerde ASV en subsidieregelingen zijn de diverse beleidsterreinen genoemd waarvoor wij subsidies kunnen verstrekken. De ASV dient als kapstok en heeft daarmee een algemeen karakter. De subsidieregeling is meer specifiek van aard, waarin we uitvoering geven aan vastgestelde doelstellingen in de P&C-cyclus, visies en raadsprogramma’s. Zo blijven doelen bestuurlijk verankerd en ontstaat een juridisch juiste en uitvoerbare structuur voor subsidiëring. Overige aanbevelingen Uniformering van processen, formats en dossiervorming Wij delen met u de constatering dat de uitvoering van het subsidieproces in de onderzoeksperiode weinig uniform was en sterk leunde op individuele medewerkers. Wij zijn van oordeel dat in de jaren 2023 en 2024 hierin weinig verandering is opgetreden, maar er binnen de organisatie wel stappen in gang zijn gezet. Vanuit de rechtmatigheidscontrole en tevens de managementletter van de externe accountant is hier aandacht voor gevraagd.

In 2025 zijn de eerste stappen gezet, die bijdragen aan het versterken van deze basis, waaronder: - de vaststelling van een nieuwe ASV op 1 oktober 2025, waarmee een geactualiseerd en consistenter juridisch fundament onder subsidies is gelegd (en hiermee intrekking van de oude verordening); -

vergroten van bewustwording binnen de organisatie.

Verdere vervolgstappen voor 2026 zijn: - het vaststellen van een subsidieregeling ter vervanging van diverse nadere regels; - interne opleidingen voor de gehele organisatie; - het aanstellen van een tweetal contract- en subsidiemanagers, die verantwoordelijk zijn voor de coördinatie van het algehele subsidieproces. Monitoring en effectmeting Wij onderkennen uw analyse dat monitoring en verantwoording in de onderzoeksperiode sterk varieerden en primair gericht waren op rechtmatigheid. Ontwikkelingen die bijdragen aan bewustere inzet van subsidiegelden zijn onder meer: - de heroverweging van subsidieruimte en prioriteiten in de Begroting 2026–2029, waarin onder andere herwaarderingen binnen het sociaal domein en welzijnssubsidies zijn opgenomen; - de actualisatie van het juridische kader via de ASV, wat meer structuur biedt voor toekomstige monitorings- en verantwoordingskaders; - duiding van de subsidies in de P&C-cylcus, dit is ook een vereiste voor de borging. Rol van de raad De raad had in de onderzoeksperiode een beperkte informatiepositie bij het onderwerp subsidies. In 2025 zijn echter stappen gezet die bijdragen aan versterking van de kaderstellende rol:

31

- met de vaststelling van de ASV door de raad heeft de raad een duidelijker en actueler toetsingskader; - in de Begroting 2026–2029 zijn expliciete keuzes gemaakt over de richting en omvang van subsidieruimte, wat laat zien dat subsidies nadrukkelijker onderdeel zijn geworden van bredere beleidsmatige overwegingen. Ontwikkelingen sinds 2025 In vervolg op de rechtmatigheidsbevindingen is in 2025 opdracht gegeven het subsidieproces te versterken. Inmiddels zijn onder meer gerealiseerd: - vaststelling van de Algemene subsidieverordening (ASV) 2025; - een concept-subsidieregeling (momenteel in voorbereiding); - de start van een interne scholingslijn subsidies; - voorbereiding op de komst van twee contract- en subsidiemanagers. Deze stappen vormen het begin van verbetering en zijn niet bedoeld om te suggereren dat het proces reeds volledig is verbeterd. Zij dragen bij aan de noodzakelijke professionalisering van het instrument.

Vervolgagenda en planning Onze vervolgaanpak richt zich op verdere versterking van sturing, transparantie en verantwoording, passend bij de schaal en mogelijkheden van onze organisatie. Slot Wij waarderen de zorgvuldige analyse van uw Rekenkamercommissie. De bevindingen geven richting aan de verdere ontwikkeling van een doelgericht en toekomstbestendig subsidiebeleid. Wij blijven ons inzetten voor verdere verbetering van inzicht, rechtmatigheid en effectiviteit. Hoogachtend, burgemeester en wethouders M. (Marcel) Broekhuis

G.J. (Gerard) van den Hengel

gemeentesecretaris

burgemeester

32

Hoofdstuk 8. Reactie Rekenkamer op het bestuurlijk wederhoor De Rekenkamer dankt het college voor de zorgvuldige en inhoudelijke bestuurlijke reactie op het onderzoek naar het subsidiebeleid van de gemeente Haaksbergen over de periode 2018–2022. Wij constateren dat het college de kern van onze bevindingen en aanbevelingen in belangrijke mate onderschrijft en deze plaatst in de context van recente en lopende ontwikkelingen. De reactie bevestigt het door ons geschetste beeld dat in de onderzochte periode onvoldoende inzicht bestond in de mate waarin subsidies bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen, dat de uitvoering weinig uniform was en dat monitoring en effectmeting beperkt ontwikkeld waren. Tegelijkertijd geeft het college aan dat inmiddels stappen zijn gezet om het subsidieproces te verbeteren, onder meer door de vaststelling van een nieuwe Algemene subsidieverordening, het ontwikkelen van subsidieregelingen en het versterken van de organisatie en processen. De Rekenkamer waardeert deze ingezette ontwikkelingen en ziet hierin een belangrijke eerste stap richting verdere professionalisering van het subsidie-instrumentarium. Wij onderstrepen graag dat deze stappen een begin vormen.

De effectiviteit van subsidies – en daarmee de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag – vraagt om een structurele en samenhangende aanpak waarin doelen, uitvoering en verantwoording nadrukkelijk met elkaar verbonden zijn. In het bijzonder willen wij het volgende benadrukken: Samenhang tussen doelen en subsidies Het college maakt een onderscheid tussen bestuurlijke doelen en het juridisch kader van subsidies. De Rekenkamer onderschrijft dit onderscheid, maar benadrukt dat juist de expliciete koppeling tussen deze niveaus essentieel is om te kunnen beoordelen of subsidies bijdragen aan de beoogde maatschappelijke effecten. Borging van uniformiteit en werkwijzen De voorgenomen maatregelen op het gebied van uniformering en professionalisering zijn noodzakelijk. De uitdaging ligt in het daadwerkelijk en duurzaam borgen van deze werkwijzen in de organisatie, zodat afhankelijkheid van individuele medewerkers wordt verminderd. Monitoring en effectmeting Het versterken van monitoring en verantwoording is cruciaal. Daarbij is het van belang dat niet alleen rechtmatigheid, maar juist ook doelbereik en maatschappelijke effecten systematisch in beeld worden gebracht. Rol van de gemeenteraad De geschetste verbeteringen in de informatiepositie van de raad zijn positief.

De Rekenkamer benadrukt dat dit moet leiden tot een meer actieve kaderstellende en controlerende rol, waarbij de raad expliciet stuurt op prioriteiten, resultaten en maatschappelijke impact. De Rekenkamer constateert dat het college de noodzaak tot verbetering erkent en hiervoor concrete stappen heeft ingezet. Wij zien dit als een goede basis voor verdere ontwikkeling. Tegelijkertijd blijft het van belang dat de voortgang op deze punten zichtbaar en toetsbaar wordt gemaakt, zodat de raad in staat is zijn rol adequaat te vervullen.

33

Tot slot benadrukken wij dat dit onderzoek niet alleen een terugblik is, maar vooral bedoeld is als handreiking voor de toekomst. De komende jaren zullen bepalend zijn voor de mate waarin het subsidiebeleid van de gemeente Haaksbergen daadwerkelijk doelmatiger, doeltreffender en transparanter wordt ingericht. De Rekenkamer ziet met belangstelling uit naar de verdere uitwerking en implementatie van de aangekondigde verbeteringen.

34

Bijlagen Bijlage 1: Norm per deelvraag en centrale onderzoeksvraag Normen per deelvraag: Deelvraag 1a: Maatschappelijke effecten subsidiebeleid Norm 1: De gemeente heeft concrete maatschappelijke effecten geformuleerd die het subsidiebeleid beoogt te bereiken. 1. Goed: Concrete maatschappelijke effecten zijn expliciet geformuleerd en vastgelegd in actuele beleidsdocumenten. 2. Voldoende: Maatschappelijke effecten zijn grotendeels geformuleerd maar behoeven verdere concretisering. 3. Matig: Maatschappelijke effecten zijn impliciet aanwezig in beleidsdocumenten maar niet expliciet uitgewerkt. 4. Onvoldoende: Geen geformuleerde maatschappelijke effecten voor het subsidiebeleid. Deelvraag 1b: Geformuleerde doelstellingen Norm 2: De gemeente heeft heldere doelstellingen geformuleerd die voortvloeien uit de beoogde maatschappelijke effecten. 1. Goed: Heldere, SMART geformuleerde doelstellingen die logisch voortvloeien uit gemeentelijke ambities en zijn vastgelegd in actuele subsidieverordening en "nadere regels". 2. Voldoende: Doelstellingen zijn geformuleerd en vastgelegd, maar missen SMART-criteria of consistente vertaling naar subsidieregels. 3. Matig: Doelstellingen zijn globaal geformuleerd in beleid maar ontbreken in actuele subsidieregelgeving. 4. Onvoldoende: Geen concrete doelstellingen geformuleerd of subsidieverordening is verouderd/ontbreekt.

Deelvraag 2a: Welke subsidies zijn er Norm 3: De gemeente heeft een volledig en helder overzicht van alle beschikbare subsidievormen. 1. Goed: Volledig, actueel en transparant overzicht van alle subsidievormen met heldere categorisering. 2. Voldoende: Grotendeels compleet overzicht met kleine onduidelijkheden in categorisering. 3. Matig: Gedeeltelijk overzicht, enkele subsidievormen onduidelijk of niet goed gecategoriseerd. 4. Onvoldoende: Onvolledig overzicht, onduidelijke of onjuiste categorisering van subsidies.

35

Deelvraag 2b & 2c: Budget en besteding Norm 4: De gemeente heeft transparant inzicht in de budgetverdeling en besteding van subsidiegelden. 1. Goed: Transparante budgetverdeling met heldere motivering van keuzes, volledig inzicht in besteding per beleidsterrein. 2. Voldoende: Grotendeels transparante budgetverdeling met kleine onduidelijkheden in motivering. 3. Matig: Gedeeltelijk inzicht in budgetverdeling, beperkte motivering van keuzes. 4. Onvoldoende: Onduidelijke budgetverdeling, geen motivering van keuzes, beperkt inzicht in besteding. Deelvraag 3: Uitvoering subsidiebeleid Norm 5: De gemeente voert het subsidiebeleid uit conform uniforme, gedocumenteerde werkprocessen. 1. Goed: Uniforme, gedocumenteerde werkprocessen, adequate toetsing aan beleidsdoelen, goede formats en checklists, robuuste kennisoverdracht. 2. Voldoende: Grotendeels uniforme processen met kleine tekortkomingen in documentatie of toetsing, adequate kennisoverdracht. 3. Matig: Gedeeltelijk uniforme processen, aanzienlijke tekortkomingen in systematiek, kwetsbaar voor personeelswisselingen. 4. Onvoldoende: Geen uniforme processen, eigen aanpak per medewerker, inadequate toetsing, zeer kwetsbaar voor personeelswisselingen. Deelvraag 4: Monitoring, evaluatie en controle Norm 6: De gemeente monitort en evalueert subsidies systematisch en voert adequate controle uit. 1.

Goed: Systematische monitoring en evaluatie op alle niveaus, heldere verantwoordingseisen gedifferentieerd naar subsidiehoogte, regelmatige effectmeting. 2. Voldoende: Grotendeels systematische monitoring met enkele tekortkomingen in effectmeting, adequate controle bij grote subsidies. 3. Matig: Gedeeltelijke monitoring vooral gericht op rechtmatigheid, beperkte effectmeting, verschillend per subsidieniveau. 4. Onvoldoende: Onvoldoende monitoring en controle, geen effectmeting, onduidelijke verantwoordingseisen. Deelvraag 5a: Rechtmatigheid Norm 7: De gemeente handelt bij subsidieverstrekking conform beleid en regelgeving. 1. Goed: Volledige naleving wettelijke vereisten, uniforme werkprocessen geborgd, consistent handelen conform beleid. 2. Voldoende: Grotendeels conforme uitvoering met kleine tekortkomingen in uniformiteit.

36

3. Matig: Gedeeltelijke naleving, spanning tussen beleid en praktijk, zorgen over gelijkheidsbeginsel. 4. Onvoldoende: Onvoldoende naleving wettelijke vereisten, geen uniformiteit, regelmatige afwijkingen van beleid. Deelvraag 5b: Doeltreffendheid Norm 8: Er is duidelijk welke bijdrage subsidies leveren aan de beleidsdoelen van de gemeente. 1. Goed: Heldere koppeling tussen subsidies en beleidsdoelen, systematische meting van bijdrage aan doelstellingen. 2. Voldoende: Grotendeels heldere koppeling met kleine tekortkomingen in effectmeting. 3. Matig: Gedeeltelijke koppeling, complexiteit in meten van maatschappelijke effecten erkend maar beperkt aangepakt. 4. Onvoldoende: Geen heldere koppeling tussen subsidies en beleidsdoelen, geen systematische effectmeting. Deelvraag 5c: Prestatiemeting Norm 9: De gemeente stelt vast welke prestaties (inspanning, activiteit, resultaat) door subsidieontvangers zijn geleverd. 1. Goed: Systematische vaststelling van prestaties op alle niveaus, heldere prestatie-indicatoren, adequate monitoring van resultaten. 2. Voldoende: Grotendeels systematische prestatiemeting met kleine tekortkomingen. 3. Matig: Gedeeltelijke prestatiemeting, afhankelijk van subsidieniveau, beperkte systematiek. 4. Onvoldoende: Geen systematische prestatiemeting, moeilijk aantoonbaar of prestaties zijn geleverd.

Deelvraag 6: Rol gemeenteraad Norm 10: De gemeenteraad geeft invulling aan zijn kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van het subsidiebeleid. 1. Goed: Actieve kaderstellende en controlerende rol, betrokkenheid op hoofdlijnen, regelmatige informatieverstrekking over subsidiebeleid. 2. Voldoende: Grotendeels actieve rol met enkele tekortkomingen in betrokkenheid op hoofdlijnen. 3. Matig: Gedeeltelijke invulling van kaderstellende rol, beperkte betrokkenheid op hoofdlijnen, weinig vragen over subsidiebeleid. 4. Onvoldoende: Geen of onvoldoende invulling van kaderstellende en controlerende rol, geen betrokkenheid op hoofdlijnen.

Norm voor de centrale onderzoeksvraag:

37

"In hoeverre draagt het subsidie-instrumentarium van Haaksbergen bij aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen?" Norm 11: Het subsidie-instrumentarium van Haaksbergen draagt aantoonbaar bij aan de door de raad beoogde maatschappelijke doelstellingen. 1. Goed: De bijdrage van subsidies aan maatschappelijke doelstellingen is aantoonbaar en meetbaar. Er is een heldere, gedocumenteerde koppeling tussen verstrekte subsidies en bereikte effecten. 2. Voldoende: De bijdrage is grotendeels aantoonbaar met enkele tekortkomingen in meetbaarheid of documentatie van de koppeling. 3. Matig: De bijdrage is gedeeltelijk aantoonbaar maar mist systematische effectmeting en heldere documentatie van doelstellingen.

4. Onvoldoende: De bijdrage van subsidies aan maatschappelijke doelstellingen is niet aantoonbaar of meetbaar door ontbrekende of onduidelijke doelstellingen en gebrek aan effectmeting.

38

Bijlage 2: De verschillende soorten subsidies De volgende subsidies worden onderscheiden (bron: website gemeente Haaksbergen):

1. Activiteitensubsidie. Een Activiteitensubsidie is een vorm van structurele subsidiëring, waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximumbedrag aan financiële middelen aan een instelling wordt verstrekt, op basis van te verrichten activiteiten (Bron: asv Hb 9.16b) Deze subsidie wordt voornamelijk aan amateurverenigingen en -instellingen verstrekt, voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten. De activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, staan in de verschillende Nadere regels beschreven.

2. Budgetsubsidie. Een Budgetsubsidie is een vorm van structurele subsidiëring, waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximumbedrag aan financiële middelen aan een instelling wordt verstrekt en waarvan de omvang wordt bepaald door het gewenste activiteiten- of prestatieniveau (Bron: asv Hb 9.16b) Deze subsidie wordt voornamelijk aan professionele instellingen verleend, om bepaalde activiteiten uit te voeren.

3. Projectsubsidie. Een Projectsubsidie is een vorm van subsidiëring, waarbij aan een instelling eenmalig een maximaal bedrag aan financiële middelen wordt verstrekt om een vooraf goedgekeurd en een in de tijd en omvang afgebakend project uit te voeren (Bron asv Hb 9.16b) Deze subsidievorm lijkt niet of slechts heel zelden te worden ingezet. • Het college verleent een projectsubsidie voor de in artikel 1 genoemde terreinen, slechts indien het project: o o o o o

a. experimenteel, origineel en vernieuwend van karakter is; b. een meerwaarde heeft voor de gemeente Haaksbergen; c. een aanvulling of uitbreiding vormt op het reguliere aanbod van activiteiten; d. breed toegankelijk is; e. binnen de gemeente Haaksbergen wordt uitgevoerd met uitzondering van projecten op het terrein van internationale contacten.

Een projectsubsidie kan voor bepaalde projecten worden aangevraagd. Projectsubsidie bedraagt nooit meer dan maximaal 50% van de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de activiteit(en) met een maximum van € 5.000,00 en wordt afgestemd op de financiële bijdrage van derden aan het project. Er moeten dus ook andere inkomsten voor het project zijn. De voorwaarden die verbonden zijn aan projectsubsidie zijn vastgelegd in de Nadere regels projectsubsidie en subsidie overige activiteiten Haaksbergen.

4. Waarderingssubsidie. Als instellingen bepaalde activiteiten uitvoeren, kunnen zij aanspraak maken op een Waarderingssubsidie, incidenteel of structureel. Een waarderingssubsidie is een vorm van subsidiëring, waarbij aan een instelling

39

eenmalig of structureel een maximaal bedrag aan financiële middelen wordt verstrekt voor het in stand houden van de instelling om activiteiten te kunnen organiseren. Voor de kosten van activiteiten kan de instelling een activiteitensubsidie aanvragen (Bron: asv Hb 9.16b). Onduidelijk is waarom een structurele waarderingssubsidie niet onder een andere subsidievorm valt, zoals een activiteiten- of budgetsubsidie.

5. Subsidie overige activiteiten. Definitie: alle activiteiten die niet vallen onder de Nadere regels subsidie jeugd, Nadere regels subsidie sport, Nadere regels subsidie amateurkunst, Nadere regels subsidie leefbaarheid, gezondheid en maatschappelijke ondersteuning en Nadere regels budgetsubsidies, Nadere regels projectsubsidie en subsidie overige activiteiten Haaksbergen (9.48De bovengenoemde subsidies onderscheiden zich op een aantal aspecten van elkaar: Budgetsubsidie:

Structureel, voor een bepaalde periode, aan een instelling, omvang afhankelijk van een bepaald gewenst activiteiten- of prestatieniveau.

Activiteitensubsidie:

Structureel, voor een bepaalde periode, aan een instelling, om activiteiten te organiseren.

Waarderingssubsidie:

Eenmalig of structureel, voor het in stand houden van een instelling die activiteiten organiseert.

Projectsubsidie:

Eenmalig, voor een in tijd en omvang afgebakend project

De budget- en activiteitensubsidies zijn beide structureel van aard, de projectsubsidie is eenmalig en incidenteel, de waarderingssubsidie kan zowel structureel als eenmalig zijn. Met de budget- en/of waarderingssubsidie wordt een instelling die activiteiten organiseert in stand gehouden, terwijl de activiteitensubsidie en/of de projectsubsidies juist op het op enigerlei wijze organiseren van activiteiten gericht zijn. Haaksbergen verstrekt structurele subsidies per kalenderjaar. Structurele subsidies dienen telkens voor 1 oktober, voorafgaand aan het jaar waar subsidie voor wordt aangevraagd, te worden aangevraagd.

40

Bijlage 3: Details van de diverse “Nadere regels”, hoofdstuk 4 Nadere regels subsidie leefbaarheid, gezondheid en maatschappelijke ondersteuning •

Leefbaarheid:

Er wordt waarderingssubsidie van maximaal € 1.154,-- per jaar verstrekt aan maximaal 8 wijkraden en aan de “belangengemeenschappen” van de kerkdorpen Buurse en Sint Isidorushoeve. Beoogde doel: Indirect wordt aangegeven dat de “belangengemeenschappen” en wijkraden bijdragen aan het verbeteren van de lokale welzijns-en leefsituatie in een kerkdorp of wijk. Daarnaast vermeldt de Nota subsidiebeleid 9.42w (01-08-2015 tot heden) dat met de subsidies de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers door de gemeente wordt gewaardeerd. •

Gezondheid en maatschappelijke ondersteuning: o Er wordt waarderingssubsidie van maximaal € 629,-- per jaar verstrekt aan maximaal twee instellingen voor gezondheid. o Er wordt maximaal of € 1.311,-- of € 2.623,-- per jaar activiteitensubsidie verstrekt aan maximaal 4 instellingen, waarvan 1 uit elk kerkdorp. o Er wordt maximaal € 10.000,-- per jaar activiteitensubsidie verstrekt aan maximaal 1 instelling voor maatschappelijke ondersteuning o Er wordt waarderingssubsidie voor maatschappelijke ondersteuning ter grootte van € 8.214,- per jaar, € 1.039,-- per jaar en € 2.098,-- per jaar aan steeds maximaal 1 instelling verstrekt.

Beoogde doel van deze subsidies wordt in de Nota subsidiebeleid 9.42w aangegeven: “De gemeente wil meer zelfredzaamheid, meer vertrouwen op eigen kracht en meer participatie in de samenleving. Een vitale gemeente is een gezonde gemeente”. Totaal is een bedrag van circa € 41.500,-- per jaar beschikbaar. Nadere regels subsidie sport • • •

Er is activiteitensubsidies beschikbaar voor “jongeren en ouderen” maximaal 2x € 5.000,--), “kadervormingskosten” (maximaal € 5.000,--) en een “buurtcoach” (maximaal € 72.000,--); Er is waarderingssubsidie beschikbaar voor “aangepast sporten” (maximaal € 5.000,--). Er is daarnaast waarderingssubsidie beschikbaar voor drie specifiek omschreven “sportevenementen”: maximaal € 2.519,-- per jaar.

De subsidie voor de kosten van een buurtsportcoach bedraagt maximaal 40% van de loonkosten van de buurtsportcoach, waarbij het college uitgaat dat de loonkosten van één fulltime eenheid buurtsportcoach € 50.000,-- per jaar bedragen = maximaal € 20.000,-- per jaar per buurtcoach. Totaal is een bedrag van maximaal € 94.519,-- per jaar beschikbaar. Beoogde doel: Het Sportakkoord 2023-2026 vormt het huidige beleidskader voor de sportsector. Hierin staan ook de beoogde maatschappelijke effecten beschreven met nadruk op: sportparticipatie, inclusief sporten, jeugd en versterking van het verenigingskader dat daaraan bij moet dragen. De Nota Subsidiebeleid 9.42w vermeldt het volgende: “Sport dient meerdere doelen. Het kan een bijdrage leveren aan een gezondere samenleving en aan meer participatie. Activiteiten die beweging en

41

sportbeoefening stimuleren, komen voor subsidie in aanmerking. Dit geldt met name voor activiteiten die bestemd zijn voor de doelgroep van 55+ers”. Nadere regels subsidie jeugd Hoofdstuk 2 en 3 van deze regels benoemen limitatief welk type organisatie ten gunste van welke activiteiten voor welk type subsidie in aanmerking komt en wat het maximaal beschikbare bedrag in dat geval is: •

Er worden gericht waarderingssubsidies toegekend aan: scouting, vakantiespelen, jongereneducatie, twee jongerenorganisaties. De maximale bedragen zijn gedetailleerd aangegeven.

Beoogd doel: het bieden van een plezierige beleving van de vrije tijd aan de jeugd, waardoor een bijdrage geleverd wordt aan de vorming van hun persoonlijkheid. •

Er wordt gericht een gecombineerde “waarderings- en activiteitensubsidie” verstrekt aan de Stichting Leergeld Haaksbergen: een vast bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met € 105,00 per ondersteund kind per subsidieperiode van één jaar. De subsidie bedraagt minimaal € 5.245,00 en maximaal € 7.868,00 per jaar. Het bedrag wordt niet nader uitgesplitst in waarderings- of activiteitensubsidie.

Beoogd doel: het voorkomen van sociale uitsluiting door armoede van kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar, door het verstrekken van vergoedingen voor binnen- en buitenschoolse activiteiten. De regels in Hoofdstuk 4 zijn algemeen van aard en beschrijven de voorwaarden waaronder projectsubsidie verstrekt kan worden: • •

Er is projectsubsidie beschikbaar: maximaal € 525,-- per project en maximaal € 5.000,-- in totaal. De subsidieperiode bedraagt tussen de een en vier jaar.

Totaal is een bedrag van maximaal € 24.198,-- per jaar beschikbaar. Nadere regels subsidie amateurkunst De meest recente Nota Cultuurbeleid liep tot 2021. Sindsdien werd gewerkt aan een nieuw cultuurakkoord, dat medio 2025 gereed zou moeten zijn. Zonder actueel beleidskader heeft de subsidieversterking sinds 2021 toch gewoon doorgang gevonden. Voordat het nieuwe cultuurakkoord vastgesteld wordt vinden er nog themabijeenkomsten met de verschillende doelgroepen plaats. De oude “Nadere regels” vermelden het volgende: •

• •

Er is activiteitensubsidie beschikbaar voor “Harmonie” (voor maximaal drie organisatie, maar geen maximaal bedrag, afhankelijk van het aantal leden en de leeftijd daarvan), “Muziekonderwijs” (maximaal € 70.808,-- per jaar) en “Week van de amateurkunst” (maximaal € 3147,-- per jaar); Er is waarderingssubsidie beschikbaar voor “Koor, toneel, revue en dans” (voor maximaal 10 gezelschappen, totaal maximaal € 1.570,-- per jaar); En hoewel de subsidieregeling voor amateurkunst bedoeld is, is er toch ook nog een waarderingssubsidie van maximaal € 4.196,-- per jaar voor “Professionele kunst” beschikbaar.

Totaal is er minimaal een bedrag van € 79.721,-- per jaar beschikbaar. Beoogd doel: anders dan “waardering”, wordt niet expliciet benoemd.

42

Nadere regels subsidie gemeentelijke monumenten Haaksbergen (6.1.a) • •

Er is subsidie beschikbaar voor de renovatie, het onderhoud en/of de instandhouding van een gemeentelijk monument. Er is subsidie van maximaal € 35, - per gemeentelijk monument beschikbaar voor een abonnement van de Monumentenwacht Overijssel – Flevoland

Totaal is een bedrag van maximaal € 20.000,-- per jaar beschikbaar. Beoogde doel: anders dan “het instandhouden van”, wordt niet expliciet benoemd, ook niet in de Nota Subsidiebeleid 9.42w. Nadere regels subsidie reclamebelasting Haaksbergen (9.56a) Deze subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan Stichting Evenementen Haaksbergen. De hoogte van de jaarlijkse subsidie is gelijk aan de gerealiseerde opbrengsten van de reclamebelasting in het belastingjaar onder aftrek van de in het belastingjaar in rekening gebrachte “perceptiekosten”. Beoogde doel: Promotie en verbetering van het centrum van Haaksbergen, met als doel de leefbaarheid en de economie van het centrum van Haaksbergen positief te beïnvloeden. Nadere regels Haaksbergse Activiteitenfonds • •

Er is subsidie van minimaal € 250,-- en maximaal € 2.500,-- beschikbaar voor kleine initiatieven Er is subsidie minimaal € 2.500,-- en maximaal € 7.500,-- beschikbaar voor grote initiatieven

Het type subsidie wordt niet nader benoemd. Totaal is een bedrag van maximaal € 21.000,-- per jaar beschikbaar. Beoogde doel: indirect wordt aangegeven dat de subsidie bedoeld is ter ondersteuning van het verbeteren van de (leefbaarheid) van de Haaksbergse samenleving in de eigen omgeving en/of het versterken van de sociale binding. Deze doelstelling wordt ook in het Coalitieprogramma 2014- 2018 regelmatig genoemd (o.a. Nieuwe zorg en nieuw welzijn p. 8). Nadere regels budgetsubsidies Bij de toelichting op de budgetsubsidies wordt een heel breed scala van activiteiten benoemd die in theorie voor subsidie in aanmerking zouden kunnen komen, zoals mantelzorgondersteuning, schuldhulpverlening, bibliotheekwerk, theater, jeugdgezondheidszorg, veiligheid en natuurbeheer. Vervolgens worden aan de onderstaande activiteiten bedragen toegekend: • • • • • •

Bibliotheekwerk: € 262.250,-Het exploiteren van een theater: € 261.201,-“Promotie”: € 92.994,-Jeugdgezondheidszorg: € 72.014,-“Veiligheid”: € 15.211,-Natuurbeheer, specifiek voor het exploiteren van een schaapskudde en een schaapskooi: € 9.000,--

Het type subsidie wordt niet nader benoemd. 43

Voor een heel breed scala niet nader uitgesplitste activiteiten is daarnaast een totaalbedrag van € 1.725.000,- beschikbaar. Boogde doel: Bij het onderdeel “promotie” wordt het versterken van de positionering van Haaksbergen als vitale, actieve en gezonde gemeente als beoogd doel benoemd. Wat met subsidie voor de overige activiteiten beoogd wordt, wordt niet expliciet benoemd. Nadere regels Projectsubsidie en overige activiteiten • •

Totaal is een bedrag van maximaal € 10.000,-- per jaar voor projectsubsidies voor een breed scala aan doelgroepen op uiteenlopende beleidsterreinen beschikbaar. Daarnaast wordt waarderingssubsidie verstrekt aan: o Natuureducatie: maximaal € 1.100,-- per jaar o Klussendienst voor mensen met een inkomen op minimumniveau: maximaal € 8.450,-- per jaar o Voedselbank: maximaal € 1.760,-- per jaar o Het instandhouden van molens in Haaksbergen: maximaal € 2.700,-- per jaar o Het instandhouden van Buurtbus Haaksbergen: maximaal € 675,-- per jaar o Het aanleggen en onderhouden van fietspaden in de gemeente Haaksbergen: maximaal € 367,-per jaar o Een bedrag van maximaal € 7.200,-- per jaar aan7

Totaal is een bedrag van € 32.252,-- voor projectsubsidies en overige activiteiten beschikbaar. Beoogde doel: wordt, anders dan “het instandhouden van”, niet expliciet benoemd. Nadere regels subsidie Nationaal Programma Onderwijs Haaksbergen (9.61) Als onderdeel van het Herstelplan Nationaal Programma Onderwijs Gemeente Haaksbergen is voor een breed scala aan maatregelen en activiteiten gericht op Haaksbergse kinderen subsidie beschikbaar. Totaal is tot 31 juli 2025 een bedrag van maximaal € 371.507,-- beschikbaar. Beoogde doel: Het doel van deze subsidieregeling is om scholen en lokale partijen te stimuleren om ten behoeve van Haaksbergse kinderen in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 juli 2025 in samenwerking met scholen en lokale partijen maatregelen te treffen om (onderwijs)vertragingen bij kinderen als gevolg van COVID-19 in te lopen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak in aanvulling op de interventies die scholen nemen.

7

In deze zin lijkt tekst te zijn weggevallen. De tekst zoals opgenomen in deze bijlage is letterlijk overgenomen uit het oorspronkelijke document.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16855220/1