Raadsvoorstel ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twente
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering
d.d. 24 juni 2026
nr.
Onderwerp: Ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twente
Voorstel: 1. Een zienswijze in te dienen dat in de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twente een facultatieve bepaling wordt opgenomen die de mogelijkheid biedt een adviescommissie zoals bedoeld in art. 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen in te stellen.
Inleiding / aanleiding Haaksbergen kent zeven gemeenschappelijke regelingen waarbij een openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie is ingericht. Per 1 juli 2022 is het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” in werking getreden. De wet versterkt de positie bij besluitvorming en de controlerende rol van gemeenteraden door de gemeenteraden meer inspraak te geven bij het treffen van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door de besturen daarvan. Daartoe moeten gemeenschappelijke regelingen worden gewijzigd. Dat verloopt “tweetraps”: eerst worden raden in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op het ontwerp van de regeling. Na verwerking van de zienswijzen worden raden voorgesteld (definitief) toestemming tot wijziging van de regeling te verlenen. Zes van de zeven gemeenschappelijke regelingen hebben een gewijzigde regeling voor zienswijzen en later ter toestemming tot wijziging aan de raden aangeboden. Dat proces is nog niet doorlopen voor Recreatieschap Twente. Het recreatieschap ziet naast de implementatie van bovenstaande wet, aanleiding de regeling op een aantal punten te verscherpen en te actualiseren. Op 27 september 2023 en 29 november 2023 heeft de raad voor de overige gemeenschappelijke regelingen besloten een zienswijze in te dienen overeenkomstig het onderhavige voorstel.
Het voorstel strekt ertoe expliciet in de gemeenschappelijke regeling de mogelijkheid op te nemen, dat raden een adviescommissie als bedoeld in art. 24a van de Wgr in kunnen stellen. Niet alle gemeenschappelijke regelingen hebben vervolgens de zienswijze van de raad overgenomen. De afweging daarin van de besturen van de gemeenschappelijke regelingen heeft er niet toe geleid, dat de raad aan de wijziging van die regelingen toestemming heeft onthouden. Op 27 maart 2024 en 26 juni 2024 heeft de raad besloten toestemming te verlenen tot wijziging van de betreffende gemeenschappelijke regelingen. Bestuurlijk / wettelijk kader Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twente Motie ter versterking van de positie van de raden in gemeenschappelijke regelingen d.d. 29 juni 2022 Raadsbesluiten van 27 september 2023 en 29 november 2023 tot het indienen van zienswijzen op ontwerpregelingen; Raadsbesluiten van 27 maart 2024 en 26 juni 2024 tot het verlenen van toestemming voor het wijzigen van gemeenschappelijke regelingen
Pagina 1 van 4
Argumenten 1.1 Op grond van art. 1 lid 2 van de Wgr zenden wij de ontwerpregeling door aan de raad, waarna de raad (art. 1 lid 3 van de Wgr) binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregelingen zienswijzen indient dan wel afziet van het indienen van zienswijzen. Op grond van de Wgr zendt het college ontwerpregelingen door aan de raad, zodat de raad een zienswijze kan indienen. Op grond van de Wgr geldt dit ook voor wijzigingen van gemeenschappelijke regelingen. Het bestuur van het Recreatieschap Twente heeft op 9 april 2026 verzocht uiterlijk 23 augustus 2026 eventuele zienswijzen door de raden kenbaar te maken. Daarmee is een langere dan de wettelijke termijn geboden. 1.2
Met het opnemen van de facultatieve mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen, wordt de kenbaarheid van dit instrument vergroot. Aan de eerdere zienswijzen bij de overige gemeenschappelijke regelingen en het huidige voorstel ligt de gedachte ten grondslag de kenbaarheid van de wettelijke mogelijkheid van een adviescommissie te vergroten. Het is aan de deelnemende raden per gemeenschappelijke regeling te bepalen of het wenselijk is een adviescommissie in te stellen. Op het moment dat alle deelnemende raden deze wens uitspreken, wordt het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling gevraagd de adviescommissie in te stellen. Het initiatief om dit verzoek te doen ligt dus bij de raden en kan op elk gewenst moment gedaan worden. Uiteindelijk is een unaniem besluit van alle raden daarvoor nodig. Als één van de deelnemende raden van die gemeenschappelijke regeling niet instemt met een adviescommissie, komt die er niet. 1.3
De zienswijze van gelijkluidende strekking aan de besturen van alle gemeenschappelijke regelingen is door enkele, maar niet alle besturen overgenomen. Bij motie van 29 juni 2022 riep uw raad het college op de mogelijkheid tot het instellen van adviescommissies bij de algemeen besturen aan de orde te stellen. Op 11 januari 2023 is er een kennissessie van de Twenteraad over de nieuwe wet geweest. Door raadsleden van de 14 Twentse gemeenten is daar gediscussieerd over de instrumenten in de nieuwe wet, waaronder de gemeenschappelijke adviescommissie. Het instellen van een adviescommissie betreft een wettelijke mogelijkheid, die ook bestaat indien het onderwerp (nog) geen regeling heeft gevonden in de gemeenschappelijke regeling (gr). Niet alle gr-en hebben destijds de mogelijkheid om een gemeenschappelijke (raden)adviescommissie in te stellen in de ontwerpregeling opgenomen. Met het oog op eenduidigheid en kenbaarheid van deze wettelijke mogelijkheid, stelde het college als zienswijze voor de mogelijkheid tot het instellen van een adviescommissie specifiek in de ontwerpregelingen op te nemen. Uw raad besloot een zienswijze in te dienen, om in de regelingen een facultatieve bepaling op te nemen over het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie.
De gemeenten Tubbergen en Dinkelland riepen destijds in hun zienswijzen op om via de Twenteraad een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. De gemeente Borne diende een zienswijze in om juist geen adviescommissie in te stellen. De gemeente Hengelo gaf aan deze bij beleidsarme regelingen niet te willen opnemen. In de regeling van de Stadsbank Oost Nederland was reeds in de mogelijkheid van een adviescommissie voorzien. Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente en het Openbaar Lichaam Crematoria Twente hebben de zienswijze van Haaksbergen overgenomen en een facultatieve bepaling in de regeling opgenomen. De afweging van andere gr-en om vast te houden aan het uitgangspunt om niet datgene te regelen wat bij wet geregeld is, vond de raad aanvaardbaar. Enkele regelingen zijn vanuit het uitgangspunt opgebouwd om wettelijke mogelijkheden niet in de regeling te herhalen. Die afweging is niet in strijd met het algemeen belang of met de wet, nu de wet zelf nog immer de ruimte biedt een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. 1.4 De bepalingen omtrent uittreding van de regeling zijn uitgewerkt en bieden een helder kader. De Wet gemeenschappelijke regelingen heeft altijd bepaald dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen moeten worden opgenomen omtrent wijziging, toetreding, uittreding en opheffing.
Hoewel de Wgr derhalve voorschreef dat in de gemeenschappelijke regeling ook afspraken moesten worden Pagina 2 van 4
gemaakt omtrent uittreding, heeft de Wgr nimmer voorgeschreven hoe de gevolgen van uittreding bepaald moesten worden. In veel gemeenschappelijke regelingen werden echter geen afspraken gemaakt, of slechts enkele procesafspraken. In jurisprudentie is daarom een berekeningswijze ontwikkeld voor de kosten van uittreding, wanneer de gemeenschappelijke regeling zelf niets daaromtrent bepaalt. Met de wetswijziging van 2022 is aangescherpt dat in de gemeenschappelijke regeling de gevolgen van uittreding moeten worden geregeld. In elk geval moeten in de gemeenschappelijke regeling worden geregeld (dit kan dus niet doorgeschoven worden naar een overeenkomst of uittreedregeling): - de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden; - de gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband; - de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten (zowel de uittreder als de overblijvende gemeenten). Bij voorwaarden kan onder andere gedacht worden aan een opzegtermijn of een verbod de eerste jaren na toetreding/treffen van de gemeenschappelijke regeling uit te treden. Ook het besluitvormingsproces is een onderdeel van de voorwaarden voor uittreding, net als andere procedurele afspraken. Dat zijn bepalingen die al regelmatig in gemeenschappelijke regelingen voorkomen.
Bij vermogensrechtelijke gevolgen gaat het om de financiële kant van de uittreding, maar ook om de overname van contracten (huurovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten, inkoopcontracten e.d.). In de gemeenschappelijke regeling zal bepaald moeten worden hoe hiermee omgegaan wordt én hoe de uittreedkosten berekend moeten worden. Daarbij zal vooral van belang zijn welke kosten toerekenbaar zijn aan de uittredende partij. Vaak wordt gekozen voor het principe dat de uittreder de kosten van de uittreding betaalt. Bij dat principe past het niet dat de uittreder meer kosten betaalt dan strikt noodzakelijk is. De uittredingssom is geen boete om uittreding praktisch onmogelijk te maken. Wat verder van belang is, is om ook reëel te kijken hoe lang een samenwerkingsverband nodig heeft zich aan te passen. Kosten kunnen niet tot in de eeuwigheid der dagen aan de uittreder worden toegerekend. Het is niet aangewezen om in de gemeenschappelijke regeling expliciete bedragen te noemen. Die bedragen kunnen immers per deelnemer verschillen, maar ook per periode. Een vaste uittreedsom zou ertoe leiden dat eventuele meerkosten boven dat bedrag niet door de uittreder, maar door het samenwerkingsverband en daarmee door de overblijvende deelnemers moeten worden gedragen.
Ter implementatie van de wetswijziging van de Wgr in 2022 heeft een regionale werkgroep “Organisatierecht” voorstellen aan Twentse gr-en gedaan. De bepalingen betreffende uittreding uit het recreatieschap zijn enerzijds gebaseerd op het model van de werkgroep organisatierecht. Anderzijds is als voorbeeld de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014, Metropoolregio Rotterdam Den Haag’ gepubliceerd op 22 juli 2019 gebruikt. In de vergadering van 13 februari 2025 heeft het bestuur van Recreatieschap Twente ingestemd met de volgende uitgangspunten om te komen tot een uittredingsregeling: Het opnemen van een heroverwegingsmogelijkheid door een tussenstap van een ‘voornemen tot uittreding’ en een ‘ontwerpuittredingsplan’. Het ontwerp-uittredingsplan omvat alle consequenties die samenhangen met uittreding van een deelnemer. Afhankelijk van de uitkomsten van dit uittredingsplan, kan het voor een uittredende deelnemer aanleiding zijn om uittreding in heroverweging te nemen. Zodoende heeft het bestuur besloten een keuzemoment te creëren voor de uittredende deelnemer, om af te kunnen zien van definitieve uittreding. De procedure tot uittreden is als volgt: 1.
Het college van desbetreffende gemeente maakt het voornemen tot uittreding schriftelijk bekend bij het bestuur van Recreatieschap Twente zonder een besluit te nemen; 2. Na ontvangst van de kennisgeving stelt het bestuur in overeenstemming met de voorgenomen uittreder onafhankelijke deskundigen aan, die een ontwerp-uittredingsplan opstellen waarin alle consequenties van uittreden worden benoemd; 3. Na een optionele zienswijzeprocedure (artikel 12) wordt het ontwerp-uittredingsplan vastgesteld, waarna er een bedenktijd komt van 3 maanden voor de uittredende gemeente; Pagina 3 van 4
4. Na ontvangst van het besluit tot uittreding stelt het bestuur het definitieve uittredingsplan vast; 5. De kosten voor het opstellen van het plan zijn voor rekening van de deelnemer, die het voornemen heeft tot uittreding. 1.5
De gemeenschappelijke regeling is geactualiseerd. Daarmee samenhangende wijzingen brengen geen beleidsinhoudelijke wijzigingen met zich. Een aantal gr-en hebben destijds tezamen met de verplichte wijzigingen krachtens de wet, ambtshalve wijzigingen opgenomen. Dat geldt nu ook voor het recreatieschap. Deze zijn volgens de toelichting en onze beoordeling, niet van beleidsinhoudelijke aard. Zij leiden niet tot een uitzetting van taken die de regeling uitvoert, of tot een uitzetting van lasten. Zij zijn in de aanbiedingsbrief (met bijlagen) toegelicht. Deze zijn ook bij dit besluit en het raadsvoorstel opgenomen. Risico’s Niet van toepassing. Vervolgproces en uitvoeringsaspecten Na de zienswijzenprocedure wordt uw raad gevraagd formeel toestemming te geven voor het wijzigen van de regeling.
Bijlagen: 1. Aanbiedingsbrief ontwerp wijziging Regeling RST 2. Regeling Recreatieschap Twente (ontwerp) 3. Toelichting Regeling Recreatieschap Twente (ontwerp) 4. Was-wordt-lijst Regeling RST
Burgemeester en wethouders
M. (Marcel) Broekhuis gemeentesecretaris
G.J. (Gerard) van den Hengel burgemeester
Aldus vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering van 24 juni 2026
R. (Robin) Meinen griffier
G.J. (Gerard) van den Hengel voorzitter
Pagina 4 van 4