CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel geldigheid en toelating inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Geldigheid en toelating inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum3.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Raadsvergadering

d.d. 30 oktober 2025

nr.

Onderwerp: geldigheid en toelating inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum

Voorstel: 1. Het inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum van 23 oktober 2025: a. aan te merken als een geldig verzoek omdat het voldoet aan het gestelde in artikel 5, lid 2, 3 en 4 van de Referendumverordening 2006; b. niet toe te laten op grond van andere dringende redenen zoals bedoeld in artikel 3, lid 3 van de Referendumverordening 2006.

Inleiding / aanleiding Op 23 september 2025 heeft het college besloten het voornemen uit te spreken ‘harde’ criteria vast te stellen ten behoeve van de locatiekeuze voor de opvang van asielzoekers (knock-out) en een ‘zacht’ criterium voor de relatieve weging ten behoeve van de locatiekeuze voor de opvang van asielzoekers (afweging tussen resterende locaties). De voorgenomen ‘harde’ criteria betreffen de volgende: De locatie: 1. is eigendom van de gemeente Haaksbergen, provincie Overijssel of een maatschappelijke partner; 2. is feitelijk beschikbaar wanneer het COA deze locatie nodig heeft; 3. is minimaal vijf jaar beschikbaar; 4. heeft ruimte voor 100 asielzoekers (in verband met permanente beveiliging); 5. is geen sleutelproject woningbouw; 6. heeft geen ruimtelijke belemmeringen; 7. is goed bereikbaar of dit is te realiseren; 8. is gelegen in de nabijheid van openbaar vervoer. Het voorgenomen ‘zachte’ criterium betreft de volgende: a. de mate van gestapelde, grootschalige ruimtelijke opgaven en de impact op de directe omgeving daarvan. Het college heeft uw raad voorgesteld geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van dat voorgenomen besluit. Op grond van artikel 30 van de Gemeentewet dient het college uw raad een voorstel voor te leggen, waar een raadslid ‘voor’ of ‘tegen’ kan stemmen.

Wenst een raadslid een ander besluit dan het aan uw raad voorgelegde, dan staat het hem vrij gebruik te maken van zijn recht op amendement. Daar het college uw raad voorstelt geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken, kan een raadslid met een amendement voorstellen de daarin genoemde wensen en bedenkingen op het door het college voorgenomen besluit kenbaar te maken. Op 6 oktober 2025 heeft een technisch beraad plaatsgevonden ten behoeve van een nadere technische duiding van het raadsvoorstel. Op 14 oktober 2025 is het raadsvoorstel behandeld in de vergadering van de Commissie Samenleving & Bestuur van uw raad. Het raadsvoorstel is als bespreekstuk geagendeerd voor behandeling in de raadsvergadering van 30 oktober 2025. Pagina 1 van 6

Op 15 oktober 2025 is op initiatief van de Vereniging Belangen AZC Haaksbergen gestart met het ophalen van handtekeningen voor een inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum. Op grond van artikel 5 van de Referendumverordening 2006 (hierna: verordening) kunnen kiesgerechtigden1 schriftelijk een inleidend verzoek tot het houden van een referendum2 over een voorgenomen beslissing3 indienen. Initiatiefnemer heeft hierbij gebruikt gemaakt van door het college verstrekte lijsten. Bij de controle van de handtekeningen kan worden volstaan met de methode van het trekken van een steekproef. Op 23 oktober 2025 is het inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum ingediend. Het college dient uw raad te adviseren of er voldoende geldige verzoeken zijn ingediend en of een uitsluiting op grond van artikel 3 van de verordening van toepassing is. Met dit voorstel voorziet het college hier in.

Bestuurlijk / wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht Gemeentewet, artikelen 147 en 149 Referendumverordening 2006 Collegebesluit van 23 september 2025 ‘voorgenomen besluit criteria locatie opvang asielzoekers’ Raadsvoorstel van 23 september 2025 ‘Criteria locatie opvang asielzoekers’ Argumenten 1.1 Het inleidend verzoek is tenminste gelijk aan de kiesdeler van de laatstgehouden verkiezing voor de raad en is vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van zijn naam, adres, leeftijd en woonplaats. Het inleidend verzoek is ingediend door 1872 personen. De kiesdeler van de laatstgehouden verkiezing van de raad is 574. Door middel van een steekproef heeft het college de verzoeken gecontroleerd. Met de steekproef is gecontroleerd of de verzoeker kiesgerechtigd is en inwoner is van Haaksbergen. Van de 1872 verzoeken heeft het college er 634 gecontroleerd. Van de gecontroleerde verzoeken waren er 623 geldig. Hiermee is de kiesdeler gehaald. 1.2

Het inleidend verzoek is tenminste vijf werkdagen voor de raadsvergadering, waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd, bij het college ingediend. Het college heeft het inleidend verzoek op 23 oktober 2025 ontvangen. Het voorgenomen besluit is geagendeerd voor behandeling in de raadsvergadering van 30 oktober 2025. Het inleidend verzoek is tijdig ingediend. 1.3

Er is sprake van een voorgenomen beslissing zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de verordening. Op 23 september 2025 heeft het college uw raad voorgesteld geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken op het door het college voorgenomen besluit, om ‘harde’ criteria vast te stellen ten behoeve van de locatiekeuze voor de opvang van asielzoekers (knock-out) en een ‘zacht’ criterium voor de relatieve weging ten behoeve van de locatiekeuze voor de opvang van asielzoekers (afweging tussen resterende locaties). Deze voorgenomen beslissing is behandeld in de vergadering van de Commissie Samenleving & Bestuur van uw raad. Het raadsvoorstel is als bespreekstuk geagendeerd voor behandeling in uw raadsvergadering van 30 oktober 2025. Er is sprake van een voorgenomen beslissing.

1 degenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden, overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Haaksbergen 2 een volksstemming, waarbij kiesgerechtigden zich uitspreken over een voorgenomen beslissing van de raad 3 een ontwerpbeslissing van de raad dat behoort bij een raadsvoorstel dat op de (voorlopige) agenda van een raadscommissie of op de (voorlopige) agenda van de raad is geplaatst

Pagina 2 van 6

1.4

Er is geen sprake van een voorgenomen beslissing, waarop een uitsluitingsgrond zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 van de verordening van toepassing is. Op grond van artikel 3, lid 2 van de verordening kan geen referendum worden gehouden over een voorgenomen beslissing: a. tot vaststelling of wijziging van de gemeentelijke begroting of vaststelling van de gemeentelijke rekening; b. tot vaststelling of wijziging van een gemeentelijke belasting of gemeentelijk tarief; c. over een individuele kwestie, zoals benoeming, schorsing of ontslag; d. tot vaststelling van rechtspositievoorschriften ten aanzien van de griffier; e. op een bezwaarschrift of tot het voeren van een rechtsgeding; f. inhoudende het voor kennisgeving aannemen van een notitie of rapport; g. ter uitvoering van een beslissing van de wetgever of een hoger bestuursorgaan, waarbij de raad geen ruimte heeft voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard; h. tot het treffen van, toetreden tot, wijzigen van of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen; i. die onderworpen is of deel uitmaakt van een wettelijk geregelde procedure, hiertoe worden in ieder geval de procedures op het gebied van de ruimtelijke ordening gerekend; j.

waarvan is bepaald dat die onderworpen is aan de werking van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel de gemeentelijke Inspraakverordening; k. op grond van een gehouden referendum; l. in het kader van de verordening. Er is geen sprake van een voorgenomen beslissing, die ziet op één of meer van de onder a tot l genoemde categorieën. De verplichting om in huisvesting van asielzoekers te voorzien is van wettelijke aard. Deze verplichting is niet referendabel (artikel 3, lid 2, sub g. van de verordening). 1.5

Het college is van oordeel dat er andere dringende redenen zijn, die leiden tot uitsluiting van het houden van een referendum. Op grond van artikel 3, lid 3 van de verordening wordt voorts geen referendum gehouden, indien sprake is van dringende redenen. Uit de toelichting op de verordening blijkt dat hierbij gedacht kan worden aan het belang, dat met een spoedige inwerkingtreding of uitvoering van een beslissing is gediend. Het kan ook gaan om een beslissing die grote gevolgen heeft voor de financiële positie van de gemeente. Verder kan een dringende reden om geen referendum te houden bijvoorbeeld ook zijn gelegen in een beslissing, waarvan het belang van een referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen in de samenleving. Het college heeft uw raad voorgesteld geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken op het door het college voorgenomen besluit van 23 september 2025. Het voorgenomen besluit ziet op criteria om te komen tot een locatie voor de opvang van asielzoekers. Dringende redenen Voorgenomen beslissing ziet op de wettelijke plicht van een ander bestuursorgaan. De verordening heeft betrekking op voorgenomen beslissingen van uw raad. Op grond van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: Spreidingswet) heeft het college de wettelijke taak zorg te dragen voor de opvang van asielzoekers.

Ter uitvoering van die taak geldt (artikel 7 van de Spreidingswet): 1. Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor: a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie […]; b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college. 2. De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening.

Pagina 3 van 6

De voorgenomen beslissing van uw raad, betreft het kenbaar maken van wensen en bedenkingen op de criteria tot de terbeschikkingstelling van een opvanglocatie. De bevoegdheid tot de terbeschikkingstelling berust bij het college. Het kenbaar maken van wensen en bedenkingen ziet dan ook op de uitoefening van een bevoegdheid die bij een ander orgaan berust. De mogelijkheid van wensen en bedenkingen kenbaar maken, geeft geen invulling aan een wettelijke plicht, maar invulling aan een politieke verantwoordelijkheid. Het betreft een “voorhangprocedure” die resulteert in een beslissing van een ander bestuursorgaan. De wettelijke bevoegdheid van uw raad ziet op een eventueel noodzakelijke aanpassing van het bestemmingsplan (thans: omgevingsplan). Dit betreft een procedure die op grond van artikel 3, lid 2 sub i. van de verordening van een referendum is uitgesloten. Voorgenomen beslissing ziet op een zwaarwegend, urgent maatschappelijk belang. De opvang van asielzoekers voorziet in een zwaarwegend maatschappelijk belang, wij zijn verplicht wettelijk en humanitair- bescherming te bieden aan asielzoekers. Momenteel zijn wij verplicht 129 asielzoekers op te vangen. In jurisprudentie erkent de rechtbank dat vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen, het noodzaak is dat asielzoekers zo spoedig mogelijk worden opgevangen.

In jurisprudentie valt op dat de rechtbank aan de opvang van asielzoekers een groter belang toekent, dan aan belangen van omwonenden en/of het draagvlak hiervoor in de samenleving. Inzake de opvang van asielzoekers in Rijssen-Holten en Tubbergen overwoog de rechtbank als volgt: a. “[…] Het evidente belang van het COA om de inmiddels verbouwde locatie, waarvoor al geruime tijd huur wordt betaald, als AZC in gebruik te nemen en het grote maatschappelijk belang bij de goede opvang van asielzoekers, weegt zwaarder dan het belang van de Gemeente om die ingebruikname ten behoeve van het draagvlak onder haar inwoners nog veel langer uit te stellen. […]”4; b. “[…] Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college aan het maatschappelijke belang van opvang van vreemdelingen een groter gewicht mogen toekennen dan aan de belangen van omwonenden bij behoud van de bestaande situatie.[…]”5. Asielzoekers betreffen een kwetsbare doelgroep en er is een urgente vraag om te voorzien in voldoende opvanglocaties gelet op de situatie in Ter Apel. Een spoedige besluitvorming over het al dan niet kenbaar maken van wensen en bedenkingen op het voorgenomen besluit over de vast te stellen criteria is zeer wenselijk, mede gelet op het vervolg. Met voorliggend raadsvoorstel voorzien Haaksbergen echter nog niet in een opvanglocatie voor asielzoekers.

Indien het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten en het proces hiertoe verder wordt doorlopen, dient besluitvorming (stemming) over voorliggend raadsvoorstel tot het al dan niet kenbaar maken van wensen en bedenkingen op grond van artikel 7, lid 2 van de verordening te worden aangehouden. Met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen van uw raad, dient het college te besluiten over de criteria om te komen tot een locatie voor de opvang van asielzoekers. De criteria hiervoor staan dus nog niet vast. Ook niet nadat uw raad al dan niet wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. Participatie is geborgd bij de terbeschikkingstelling en realisatie van een opvanglocatie. Het houden van een referendum geeft invulling aan participatie. Op 20 mei 2025 heeft het college uw raad een aanvankelijk raadsvoorstel over de locatiekeuze voor een AZC gezonden. Het college heeft bijeenkomsten georganiseerd, waarbij onze inwoners zijn geïnformeerd. Dit voorstel was aanleiding voor een aantal initiatiefnemers om handtekeningen te verzamelen met het oog op het houden van een referendum. Op 3 juni 2025 heeft het college het raadsvoorstel ingetrokken. In de raadsinformatiebrief van 19 juni 2025 heeft het college onder andere aangegeven een pas op de plaats te maken om nadere invulling te geven aan inwonerparticipatie.

Op 30 juli 2025 is uw raad per raadsinformatiebrief geïnformeerd, dat het college onderscheid maakt tussen harde en zachte criteria. Na gesprekken met de Vereniging Belanghebbenden AZC Haaksbergen is besloten inwoners te raadplegen. Met een enquête zijn inwoners bevraagd. Aan de enquête is bekendheid gegeven via onze sociale media kanalen en Rond Haaksbergen. Tevens is deze enquête op papier beschikbaar gesteld. Ook met de wijkraden zijn gesprekken gevoerd. Om te voorkomen dat inwoners van Haaksbergen in de zomervakantie zouden worden bevraagd, is uw raad aangegeven dat het college uw raad in de 4 Rechtbank Den Haag, 19 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2321, r.o. 4.10. 5 Rechtbank Overijssel, 16 april 2024, ECLI:NL:RBOVE:2025:2340, r.o. 10.12.2.

Pagina 4 van 6

raadsvergadering van oktober 2025 een voorstel voor wensen en bedenkingen betreffende de criteria voorlegt. Samengevat zijn de volgende acties uit het oogpunt van participatie opgevolgd: - inwonersavonden; - gesprekken met Vereniging Belanghebbenden AZC Haaksbergen; - uitzetten enquête zowel op papier als online; - gesprekken met wijkraden. Mocht het college na het vaststellen van de criteria komen tot het aanwijzen en aanbieden van een (voorkeurs)locatie aan het COA, is de daadwerkelijke opvang van asielzoekers nog niet gerealiseerd. Er dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen en vervolgens moet een locatie geschikt worden gemaakt. Bij de ruimtelijke procedure worden inwoners door middel van participatie betrokken. In geval van het bindend adviesrecht heeft uw raad een rol in de ruimtelijke procedure. Een ruimtelijke procedure en/of een procedure waarbij de uniforme voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht) of de Inspraakverordening van toepassing is, zijn op grond van artikel 3, lid 2, sub i. en j. van de verordening niet referendabel. Een referendum biedt geen inzicht in het draagvlak onder inwoners over alle (individuele) criteria. Het inleidend verzoek is een zeer stevig signaal van onze inwoners dat mensen zorg hebben over de realisatie van een AZC. Het voorzien in opvang is evenwel een wettelijke verplichting.

De zorgen van onze inwoners heeft het college in ieder geval te betrekken bij het vinden van de meest geschikte locatie om aan onze verplichting invulling te geven. Indien een inleidend en daaropvolgend definitief verzoek zou worden toegelaten, stelt uw raad de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden van het referendum vast. Bij de antwoordmogelijkheden kan het gaan om: ‘ja’ of ‘nee’, een keuze uit alternatieven of een combinatie van deze twee mogelijkheden. De voorgenomen beslissing ziet niet op een voorstel waar uw raad ‘ja’ of ‘nee’ tegen zegt. Uw raad geeft immers al dan niet wensen en bedenkingen op de criteria. Een gesloten vraagstelling over de voorgenomen beslissing leidt niet tot een antwoord op de (individuele) criteria die voorwerp zijn van wensen en bedenkingen. De initiatiefnemers van het inleidend verzoek (Vereniging Belanghebbenden AZC Haaksbergen) hebben in hun begeleidend schrijven bij het inleidend verzoek aangegeven waar een referendum volgens hen op toe moet zien. De initiatiefnemers zijn van oordeel dat inwoners met een referendum de vraag moet worden voorgelegd of de criteria op basis van de peiling op draagvlak van de inwoners kunnen rekenen en of inwoners het eens zijn met de knock-out criteria, zoals deze door het college aan uw raad zijn voorgelegd.

Initiatiefnemers overwegen als volgt: “[…] het niet eens zijn met één van deze criteria zorgt ervoor dat [red] een door u te nemen besluit over de locatie niet op de steun van de betrokken kiesgerechtigde kan rekenen. Daarmee ontbreekt aan dat besluit het benodigde draagvlak indien de meerderheid van de Haaksbergse bevolking het met één of meerdere criteria oneens is. Dit houdt in dat geval in dat de uitgevoerde peiling niet de wens van de Haaksbergse bevolking verwoordt en de onderbouwing aan de voorgenomen beslissing voor een zeer belangrijk deel komt te ontvallen.” Tevens overwegen de initiatiefnemers: “[…] als de meerderheid van de Haaksbergse bevolking bij het [red] referendum aangeeft het eens te zijn met de knock-out criteria, dan geeft dit voldoende draagvlak aan de voorgenomen beslissing.” Het kenbaar maken van wensen en bedenkingen op criteria voor een locatiekeuze voor de opvang van asielzoekers betreft een voorbereidende beslissing in het proces. Nadat uw raad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt, dient het college de criteria vast te stellen en te onderzoeken of er locaties zijn die aan deze criteria voldoen.

Indien de vraagstelling erop toe zou zien of de kiesgerechtigde het eens is met de knock-out criteria, geeft een negatief antwoord geen uitsluitsel over de vraag met welke criteria de kiesgerechtigden het oneens zijn dan wel welke criteria ontbreken. Uitsluitend bij een bevestigend antwoord kan een eensluidende conclusie worden getrokken. Een referendum biedt geen inzicht in het draagvlak onder inwoners over alle (individuele) criteria.

Pagina 5 van 6

De gevolgen van een referendum staan niet in verhouding tot de met de beslissing te dienen belangen. Een referendum leidt ertoe dat uw raad beraadslaagt over het voorstel en eventuele amendementen. De amendementen worden in stemming gebracht; stemming over het (al dan niet geamendeerde) voorstel wordt aangehouden. Het kenbaar maken van wensen en bedenkingen over de criteria wordt daarmee aangehouden tot na het referendum. Het college is van oordeel dat de gevolgen van het houden van een referendum over één of meerdere criteria, die een voorbereidende beslissing betreffen en die na participatie tot stand zijn gekomen en in participatie ter uitvoering worden gebracht, niet in verhouding staan tot de wettelijk verplichte, urgente opgave om in de opvang van een kwetsbare groep te voorzien. Deze verplichting op zichzelf is niet referendabel. Risico’s Dit besluit heeft betrekking op een maatschappelijk beladen onderwerp dat kan leiden tot maatschappelijk debat dan wel maatschappelijke onrust. Vervolgproces/communicatie/planning Uw raad dient in zijn raadsvergadering van 30 oktober 2025 te besluiten of het inleidend verzoek wordt toegelaten. Om een inleidend verzoek toe te laten, moet uw raad vaststellen of er voldoende geldige verzoeken zijn ingediend en of de voorgenomen beslissing, gelet op de uitsluitingen die in artikel 3 zijn genoemd, als zodanig referendabel is.

Deze beslissing kan uw raad eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering (5 november 2025). Tegen dit besluit staat bezwaar en beroep open. Indien uw raad het inleidend verzoek toelaat, moet binnen zes weken na bekendmaking van dat raadsbesluit een definitief verzoek worden ingediend.

Bijlagen: 1. begeleidend schrijven inleidend verzoek raadgevend referendum; 2. handtekeningenlijst inleidend verzoek raadgevend referendum (GEANONIMISEERD); 3. handtekeningenlijst inleidend verzoek raadgevend referendum (ONGEANONIMISEERD – niet openbaar); 4. persbericht; 5. memo raad ‘AZC – referendum’ met processchema.

Burgemeester en wethouders

M. (Marcel) Broekhuis gemeentesecretaris

G.J. (Gerard) van den Hengel burgemeester

Aldus vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering van 30 oktober 2025

R. (Robin) Meinen griffier

G.J. (Gerard) van den Hengel voorzitter

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148230/1