CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel definitieve verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van emissiearme pluimveestallen ter plaatse van de Eibergsestraat 21

Gemeenteraad 30 november 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van emissiearme pluimveestallen op het perceel Eibergsestraat 2112.915 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Raadsvergadering

d.d. 30 november 2022

nr.

Onderwerp: Definitieve verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van emissiearme pluimveestallen ter plaatse van de Eibergsestraat 211.

Voorstel: 1. De zienswijzenota d.d. oktober 2022, waarin de reactie op de ingediende zienswijze is opgenomen, vast te stellen. 2. Een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de omgevingsvergunning strijdig gebruik ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van emissiearme pluimveestallen ter plaatse van de Eibergsestraat 211.

Inleiding / aanleiding De initiatiefnemer is voornemens het pluimveebedrijf gelegen aan de Eibergsestraat 211 te Haaksbergen verder te ontwikkelen. In de beoogde bedrijfsopzet worden 4 bestaande en verouderde stallen voor het huisvesten van vleeskuikens vervangen door 3 nieuwe stallen voor het houden van vleeskuikens. Deze vervanging van de stallen vindt plaats binnen het geldende bouwvlak. Door het verwijderen van de vier bestaande stallen (met asbestdaken) en het realiseren van de drie nieuwe stallen wordt het leefoppervlak van de vleeskuikens vergroot (welzijnstechnische verbetering) en wordt de milieubelasting (door het toepassen emissie-arme stallentechniek) verminderd. In de gewenste situatie wordt hierdoor de maximale bebouwing voor intensieve veehouderij binnen het geldende bouwvlak vergroot met ongeveer 1.100 m2, van maximaal 7.650 m2 naar 8.748 m2. Gezien deze uitbreiding ten dienste is van de intensieve veehouderij, is het in strijd met artikel 4.1, lid 7 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’. Als deze uitbreiding niet ten dienste was geweest van de intensieve veehouderij, maar wel ten dienste van het agrarisch bedrijf, dan was deze uitbreiding binnen het bestemmingsplan mogelijk op basis van artikel 4.1, lid 6 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’. De initiatiefnemer heeft daarom een buitenplanse afwijking (art.

2.12 lid 1, sub a onder 3° Wabo) aangevraagd. Deze ontwikkeling is, in het kader van de MER-beoordeling en vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming, voorafgaand aan het ontwerpbesluit afgestemd met de Omgevingsdienst Twente (hierna: ODT). De ODT heeft positief gereageerd op deze ontwikkeling. Voor de beoogde nieuwe bedrijfsopzet is in 2018 een aanmeldnotitie voor een MER-beoordeling ingediend. Op 18 september 2018 hebben wij bepaald dat voor dit project geen MER opgesteld hoeft te worden. Dit besluit is op 20 september 2018 gepubliceerd in de Staatscourant (tegenwoordig Gemeenteblad). Voor deze ontwikkeling is op 30 juli 2018 ook een nieuwe vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming aangevraagd. Op 6 december 2018 heeft het college van GS van Overijssel de gevraagde vergunning verleend. Deze is inmiddels onherroepelijk. Op basis van de nieuwe WNBvergunning is er sprake van een ruime afname van ammoniakdepositie.

Pagina 1 van 6

Het Natura 2000-gebied ‘Buurserzand & Haaksbergerveen’ is gelegen op een afstand van circa 4 kilometer ten oosten van de Eibergsestraat 211. Omdat hier sprake is van een bouwactiviteit heeft de initiatiefnemer een AERIUS-berekening uit laten voeren om te bepalen of deze ontwikkeling schadelijke gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Uit de resultaten van de AERIUS-berekening is gebleken dat deze ontwikkeling niet zal leiden tot een negatief effect op omliggende Natura 2000gebieden. Omdat het project in strijd is met het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’ (vastgesteld op 2 juli 2013) kan alleen medewerking worden verleend aan deze aanvraag door het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit strijdig gebruik met toepassing van artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit is een omgevingsvergunning voor een activiteit die niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en waarvan het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Wij zijn bevoegd de omgevingsvergunning te verlenen. Op basis van artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is hiervoor echter een Verklaring van Geen Bedenkingen (hierna: VvGB) van de gemeenteraad vereist. De raad kan de benodigde VvGB alleen weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening (artikel 6.5 lid 2 Bor).

Wij zijn van oordeel dat instemmen met de aanvraag een wenselijke planologische situatie oplevert, welke vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden zijn hierbij ook in ogenschouw genomen. Het plan levert geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden op. Het ontwerpbesluit voor deze ontwikkeling is op 2 maart 2021 door ons behandeld. Hier is een positief besluit op gekomen. Vervolgens is het ontwerpbesluit op 17 maart 2021 behandeld in de commissie Ruimte. Tijdens de behandeling door de commissie Ruimte heeft het Lankheet van de inspraakmogelijkheid gebruik gemaakt. Vervolgens is er uitvoerig over de beoogde ontwikkeling gediscussieerd. Het voorstel is uiteindelijk als bespreekstuk doorgegaan naar de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft het voorstel voor een ontwerpverklaring van geen bedenkingen op 31 maart 2022 behandeld. De gemeenteraad heeft uiteindelijk met een kleine meerderheid (11 voor, 8 tegen) besloten de ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven. Hierbij hebben twee partijen (VVD en PvdA) een stemverklaring afgegeven. De fractie van de VVD heeft in de stemverklaring aangegeven dat deze ontwikkeling voor de fractie een zware afweging is. Voor de fractie van de VVD is het doorslaggevend geweest dat door het college is aangegeven dat er een afname is van ammoniakdepositie.

Dit was voor de fractie voldoende om voorlopig de ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven. Dit met het voorbehoud dat de zaak opnieuw bekeken zou worden indien er een zienswijze werd ingediend. De fractie van de PvdA heeft aangegeven deze uitbreiding geen goede ontwikkeling te vinden, maar kon dat op basis van de aangeleverde informatie juridisch onvoldoende onderbouwen. De fractie heeft daarom ingestemd met het afgeven van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen, onder voorbehoud om bij de definitieve verklaring alsnog bedenkingen te mogen hebben. Na behandeling in de gemeenteraad heeft de initiatiefnemer een aangepaste aanvraag ingediend. Deze aanpassing had betrekking op het verminderen van het te houden pluimvee van 196.280 stuks naar in totaal 160.000 stuks. Omdat de aanpassing een positiever effect op de omgeving heeft, was het juridisch gezien niet nodig de aanvraag opnieuw in procedure te brengen en voor te leggen aan het college en de gemeenteraad. Het ontwerpbesluit heeft van 30 september 2021 tot en met 12 november 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is er één zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit. Deze zienswijze is ingediend door Landgoed Het Lankheet en is vooral gericht op de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof. Voor de behandeling van deze zienswijze is nader advies opgevraagd bij de ODT.

De zienswijze is behandeld in de bijgevoegde zienswijzennota. De ingediende zienswijze is

Pagina 2 van 6

samengevat en van een reactie van de zijde van de gemeente voorzien. Daarbij is aangegeven hoe de omgevingsvergunning is aangepast naar aanleiding van de zienswijze. De kernpunten van de ingediende zienswijze zijn: - gevolgen voor de gezondheid van bezoekers en bewoners van het natuurgebied; - schade aan de natuur; - economische gevolgen. In dit besluit is de beantwoording van bovengenoemde punten opgenomen. De volledige zienswijze, beantwoording, toelichting en reactie op de ingediende onderwerpen zijn in de bijgevoegde zienswijzenota te lezen. De ingediende zienswijze was op één onderdeel gegrond en heeft geleid tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. Dit onderdeel heeft geen betrekking op de bovengenoemde kernpunten van de ingediende zienswijze, maar op een fout in de aanvraag. In het definitieve besluit op de aanvraag is dit gecorrigeerd. De toelichting op dit onderdeel is in de bijgevoegde zienswijzenota terug te lezen (punt 8 van “Reactie gemeente”). Met dit besluit wordt de gemeenteraad verzocht een definitieve VvGB af te geven voor de beoogde ontwikkeling aan de Eibergsestraat 211. Na het afgeven van de VvGB kan de definitieve omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening verleend worden.

Bestuurlijk / wettelijk kader Rijk Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 3.1) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Artikel 2.1 lid 1 sub c Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Artikel 2.27 lid 1 Besluit omgevingsrecht Hoofdstuk 6 Algemene wet bestuursrecht (Awb, afdeling 3.4) Provincie Overijssel Omgevingsvisie Overijssel Omgevingsverordening Overijssel Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Gemeente Haaksbergen Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen (vastgesteld 2 juli 2013) Argumenten 1.1 Er zijn geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van bezoekers en bewoners van het natuurgebied. Op dit moment is er geen officiële wettelijke norm of grenswaarde voor endotoxinen. Ook is er geen landelijke methode vastgesteld om de blootstelling hiervan te bepalen. Wel mag voor het beoordelen van de gevolgen van de emissies van endotoxinen het ‘Endotoxine toetsingskader’ worden gehanteerd. Dit heeft de Raad van State vastgesteld in een uitspraak van 19 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1979). In dit toetsingskader adviseert de gezondheidsraad voor endotoxinen een advieswaarde van 30 m3 voor omwonenden. Voor varkens- en pluimveebedrijven is in het voornoemd toetsingskader een endotoxine-richtafstand opgenomen. Voor pluimveebedrijven betreft deze richtafstand 500 meter.

Dit betekent dat wanneer omwonenden in een straal van 500 meter van een pluimveehouderij wonen, zij door de huidige geur- en fijnstofnormen onvoldoende beschermd kunnen worden tegen een verhoogd risico door endotoxinen. Binnen deze afstand is geen bebouwing aanwezig die onderdeel uitmaakt van Landgoed Het Lankheet. De dichtstbijzijnde bebouwing binnen Landgoed Het Lankheet ligt op circa 1,14 km afstand van de dichtstbijzijnde pluimveestallen. Bovendien neemt de Pagina 3 van 6

ammoniak- en fijnstofemissie in de beoogde situatie ruimschoots af ten opzichte van de milieuvergunde situatie van 22 april 2014. Weliswaar neemt de geuremissie iets toe met 2.399,76 ouE/m3, maar er wordt nog steeds ruimschoots voldaan aan de wettelijke geurnorm van 14 odour units per kubieke meter lucht voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. Er is derhalve ook geen sprake van een geuroverbelaste situatie. Hierna is een tabel opgenomen met het verschil van de emissies tussen de vergunde en de aangevraagde situatie. Vergunde situatie Ammoniak (kg NH3) Geur (ouE/m3) Fijnstof (gram/jaar)

Verschil

5.071,344

Voorgenomen situatie 3.402,60

50.400,24 3.360.016,00

52.800,00 3.192.960,00

+2.399,76 -167.056,00

-1.668,744

Verder is in de paragraaf ‘Volksgezondheid’ van het ontwerpbesluit te lezen welke maatregelen binnen het pluimveebedrijf worden getroffen in het kader van de dier- en volksgezondheid en om de verspreiding van dierziektes te voorkomen. Daarnaast wordt verwezen naar een uitspraak van 23 juni 2021/ ECLI:NL:RVS:2021:1332 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In rechtsoverweging 9.1 is aangegeven dat een appellant zelf duidelijk moet maken dat het inwerking zijn van de inrichting zodanige nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kan opleveren, dat om die reden verdergaande voorschriften aan de vergunning hadden moeten worden verbonden dan is geschied. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond. In het advies van de ODT is ten opzichte van de ontwerpversie een nadere onderbouwing verstrekt van het aspect volksgezondheid. 1.2 De beoogde ontwikkeling leidt tot een afname in schade aan de natuur. Voor de gewenste ontwikkeling is op 6 december 2018 (kenmerk 2018/0527357) een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verleend. Er is in deze natuurvergunning geen gebruik gemaakt van ontwikkelingsruimte. In verband met de wijziging van de aanvraag, waarbij het aantal vleeskuikens ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag afneemt van 196.280 naar in totaal 160.000 stuks, is een nieuwe stikstofdepositieberekening uitgevoerd.

Uit deze berekening (AERIUS-verschilberekening met rekendatum 24 februari 2022 met kenmerk S5fWQFhDyWa3) blijkt dat de stikstofdepositie van het aangevraagde project niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie (de eerder verleende natuurvergunning van 6 december 2018). Op grond hiervan is uitgesloten dat de beoogde wijziging significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. De nu aangevraagde ammoniakemissie (3.402,60 kg NH3) neemt ten opzichte van de eerder verleende natuurvergunning (4.164,48 kg NH3) niet toe. Er is sprake van intern salderen. Sinds 1 januari 2020 geldt er dan geen vergunningplicht meer en is er geen VvGB meer noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming (AbRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71) uitspraak Logtsebaan). Bovendien zijn er door de afstand van het bedrijf tot Natura 2000-gebieden (dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Buurserzand & Haaksbergeveen ligt op circa 4 km afstand) geen andere activiteiten die negatief zijn voor de instandhoudingsdoelen. Het natuurgebied ‘Het Lankheet’ is geen Natura 2000-gebied, maar maakt onderdeel uit van een ‘zeer kwetsbaar gebied’ in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij. De dierverblijven van het pluimveebedrijf aan de Eibergsestraat 211 in Haaksbergen liggen binnen 250 meter van dit zeer kwetsbare natuurgebied.

Om die reden is de ammoniakemissie in de beoogde situatie gecorrigeerd (artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij). Het milieu vergunde emissieniveau bedraagt 5.071,344 kg ammoniak per jaar. Deze bedraagt niet meer dan de gecorrigeerde ammoniakemissie met toepassing van de maximale emissiewaarden volgens het Besluit emissiearme huisvesting. Hieruit volgt dat het ammoniakplafond gelijk is aan het vergunde emissieniveau. De aangevraagde ammoniakemissie bedraagt 3.402,60 kg NH3/jaar en is lager dan het ammoniakplafond van 5.071,344 kg NH3/jaar en voldoet daarmee aan de Wet ammoniak en veehouderij. Dit leidt bovendien tot een vermindering of een gelijkblijvende stikstofdepositie. De ingediende zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit.

Pagina 4 van 6

1.3

Economische gevolgen zijn in het kader van de Wabo geen toetsgronden voor vergunningverlening. Zoals eerder is aangegeven, is er in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie (de natuurvergunning van 6 december 2018) geen sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. ‘Landgoed Het Lankheet’ maakt onderdeel uit van een zeer kwetsbaar natuurgebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet ammoniak en veehouderij. Dit zeer kwetsbare natuurgebied is geen Europeesrechtelijk aangewezen te beschermen Natura 2000- gebied. Het onderwerp van de zienswijze betreffende eventueel hogere beheerkosten waar geen extra beheersubsidie tegenover staat, is een argument dat buiten de beoordeling van de aangevraagde milieuactiviteit gaat. Dit is in het kader van de Wabo-vergunningverlening voor het pluimveebedrijf aan de Eibergsestraat 211 in Haaksbergen geen toetsgrond in het kader van de Wabo. Bovendien leidt de aangevraagde situatie niet tot een toename van ammoniakemissie ten opzichte van de vergunde situatie. De ammoniakemissie neemt zelfs aanzienlijk af (met 1.668,744 kg NH3/jaar). De ingediende zienswijze is daarom op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit. 2.1

De ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken tonen aan dat er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. De gewenste planontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c juncto 2.12 lid 1 onder a onder 3º Wabo en hoofdstuk 6 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kan, indien de activiteiten voldoen aan een goede ruimtelijke ordening en worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing, een omgevingsvergunning worden verleend. In de ruimtelijke onderbouwing moet worden ingegaan op diverse milieuaspecten (geluid, externe veiligheid, bodem, lucht, water, ecologie, archeologie, et cetera), de maatschappelijke en financieel economische uitvoerbaarheid en het relevante beleidskader. De aanvrager heeft een ruimtelijke onderbouwing aangeleverd waaruit blijkt dat het plan niet in strijd is met goede ruimtelijke ordening en dat er voldaan wordt aan de ruimtelijk relevante aspecten. Door middel van onderzoeken is aangetoond dat deze ontwikkeling geen schadelijke effecten heeft op de omgeving. Omdat er sprake is van een relatief kleine ontwikkeling, sloop en nieuwbouw van stallen (constructie), kan deze ontwikkeling met een omgevingsvergunning voor strijdig gebruik mogelijk gemaakt worden. Voor de inhoud van de ruimtelijke onderbouwing verwijzen wij u naar bijlage 2. Risico’s N.v.t.

Vervolgproces/communicatie/planning Na verlenen van de VvGB door de gemeenteraad wordt de indiener van de zienswijze per brief op de hoogte gesteld van het besluit. Vervolgens wordt de definitieve omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening verleend. De omgevingsvergunning treedt pas in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn voor het indienen van beroep (artikel 6.1, lid 2 onder b Wabo). Deze termijn is zes weken. Tijdens deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Overijssel door: 1. Belanghebbenden die tijdig een zienswijze hebben ingediend bij de gemeenteraad. 2. Belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zijn geen zienswijze hebben ingediend bij de gemeenteraad. 3. Belanghebbenden die bezwaar hebben tegen wijzigingen die ten aanzien van het ontwerpbesluit zijn aangebracht. Als er tijdens deze periode geen beroep wordt ingesteld, treedt de vergunning daags na de termijn van zes weken in werking.

Pagina 5 van 6

Bijlagen: Fysiek, ter inzage in raadsbibliotheek: - Definitieve omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (anoniem); - Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. een buitenplanse afwijking voor de bouw van 3 emissiearme pluimvee stallen ter plaatse van Eibersestraat 211 (anoniem); - Ingediende zienswijze tegen ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (anoniem); - Zienswijzenota omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening (anoniem). Digitaal: - Definitieve omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (anoniem); - Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. een buitenplanse afwijking voor de bouw van 3 emissiearme pluimvee stallen ter plaatse van Eibersestraat 211 (anoniem); - Ingediende zienswijze tegen ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (anoniem); - Zienswijzenota omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen, Milieu (revisie) en handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening (anoniem).

Burgemeester en wethouders

dr. R. Toet secretaris

mr. drs. R.G. Welten burgemeester

Aldus vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering d.d. datum.

mr. G. Raaben griffier

mr. drs. R.G. Welten voorzitter

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12001867/1