CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Actualisatie rechtspositie raads- en commissieleden

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie rechtspositie raads- en commissieleden1.699 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Raadsvergadering

d.d. 26 november 2025

nr. …

Onderwerp: Actualisatie rechtspositie raads- en commissieleden

Voorstel: 1. De Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Haaksbergen 2025 (8.7 a) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Haaksbergen.

Inleiding / aanleiding Raads- en commissieleden hebben recht op vergoeding van hun werkzaamheden die zij uitvoeren voor de gemeente. Daarnaast kunnen zij aanspraak maken op diverse reis- en onkostenvergoedingen, kunnen zij ten laste van de gemeente gebruik maken van opleidings- en trainingsmogelijkheden en zijn er een aantal overige “arbeidsvoorwaarden” gekoppeld aan het raads- en/of commissielidmaatschap. In de afgelopen jaren heeft de wetgever getracht deze rechtspositionele rechten en mogelijkheden zo veel mogelijk te uniformeren, zodat het niet uitmaakt in welke gemeente iemand raads- of commissielid is. Hiertoe is in 2019 het landelijke Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in werking getreden. De laatste actualisatie hiervan dateert van 2024. In de gemeente Haaksbergen is de lokale regelgeving omtrent de rechtspositie van raads- en commissieleden verankerd in een in 2018 vastgestelde verordening. Deze verordening is daarmee niet meer actueel en voldoet niet meer aan de huidige wetgeving. Bestuurlijk / wettelijk kader • • •

Art. 95 lid 2, art. 96 en art. 99 Gemeentewet Rechtpositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

Argumenten 1.1 (Het stelsel van) de wet is gewijzigd en Haaksbergen voldoet daar niet aan In Haaksbergen is laatstelijk in 2018 lokaal beleid aangaande de rechtspositie van raads- en commissieleden vastgesteld. Deze Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Haaksbergen verving toen een gedateerde versie uit 2007.

Pagina 1 van 5

In 2019 trad het nieuwe Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: rechtspositiebesluit) in werking. De wetgever beoogde hiermee om de wildgroei aan verschillende gemeentelijke regelingen omtrent de rechtspositie van raads- en commissieleden te standaardiseren. Dit mede met het oog op het voorkomen van lokale (al dan niet politiek ingegeven) discussie over de toepasselijkheid van lokale regelingen. De Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers werkt het rechtpositiebesluit op onderdelen verder uit. Gemeenten kregen hierdoor minder lokale invullingsmogelijkheden. De relatieve beleidsvrijheid die gemeenten tot 2019 hadden, is daardoor verminderd. Daarmee is de Haaksbergse verordening uit 2018 inmiddels ingehaald door de geldende wet- en regelgeving; zowel inhoudelijk als tot wie de verordening zich richtte. Actualisatie is nodig om te voldoen aan de wet. Op onderdelen bestaat nog steeds de mogelijkheid om lokale keuzes te maken. De voorliggende verordening is geactualiseerd op de huidige stand van dwingend recht en de keuzes die raden zelf nog kunnen maken.. 1.2 In de oude situatie stelde de raad ook regels voor college Onder de in 2018 geldende regelgeving (het toenmalige Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden) was de raad bevoegd om ook regels aangaande de rechtspositie van wethouders te stellen.

Zo besloot de raad o.a. over de woon/werk- en reiskosten vergoeding van het college, alsmede de IT-faciliteiten die aan het college ter beschikking gesteld werden. Inmiddels zijn deze rechtspositionele zaken echter al dwingend geregeld in het landelijke rechtspositiebesluit. De raad is niet langer het bevoegd orgaan hieromtrent en kan hierover dus ook geen regels meer vaststellen. Voor een aantal zaken is het college zélf het bevoegd orgaan geworden om rechtspositionele keuzes te maken, en deze, al dan niet uit te werken in een lokale rechtspositieregeling voor het college. 1.3 De verouderde verordening bevatte inhoudelijk een aantal hiaten Sinds 2018 heeft de wetgeving op het gebied van de rechtspositie van raad- en commissieleden zich ontwikkeld. Samengevat kan gesteld worden dat de positie en de mogelijkheden/facilitering van raadsen commissieleden uitgebreider is geworden en op punten verduidelijkt. Daarbij valt o.a. te denken: • • • • • • • • •

duidelijkheid over welke reizen wel of niet in aanmerking komen voor vergoeding; extra voorzieningen voor raadsleden met een handicap; duidelijkheid over de onbelaste kilometervergoeding (€ 0,19); de verplichting voor een extra vergoeding voor leden van de vertrouwenscommissie; de verplichting voor het verstrekken van een bedrag aan raadsleden ten behoeve van een verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden; de mogelijkheid voor een extra vergoeding voor leden van onderzoekscommissies; de mogelijkheid voor een extra vergoeding voor leden van bijzondere commissies; de mogelijkheid om een deel van de raadsvergoeding op basis van aanwezigheid te betalen; de mogelijkheid voor het verhogen van de vastgestelde vergoeding aan commissieleden voor het bijwonen van de vergaderingen vanwege noodzakelijke bijzondere beroepsmatige deskundigheid van commissieleden of de zwaarte van de taak.

De oude verordening doet op een aantal punten géén recht aan deze actuele rechten van raads- en commissieleden en deze en andere keuzes die daarbij soms door de raad lokaal te maken zijn. In de volgende subargumenten komen deze inhoudelijke keuzes aan de orde.

Pagina 2 van 5

1.3.1. Keuze 1 - Deel raadsvergoeding op basis van presentie Sinds de invoering van het nieuwe rechtspositiebesluit is het ingevolge art. 3.1.1 lid 6 van dat besluit mogelijk om als raad te bepalen dat 20% van de raadsvergoeding uitgekeerd wordt op basis van aanwezigheid bij raadsvergaderingen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat er in Nederland enkele gevallen bekend van gemeenteraadsleden die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij vergaderingen van hun gemeenteraad (anders dan door tijdelijke afwezigheid door bijv. ziekte). Deze “spookraadsleden” doen feitelijk niets, maar ontvangen wel de volledige raadsvergoeding. Aangezien deze spookraadsleden wel verkozen en toegelaten raadslid zijn, is het niet mogelijk hen te “ontslaan”. De wetgever heeft het wel mogelijk gemaakt dat de raad bepaalt dat maximaal 20% van de raadsvergoeding uitgekeerd wordt o.b.v. aanwezigheid. Deze situatie is in Haaksbergen (gelukkig) niet aan de orde. Mocht dit ooit wel het geval worden, kan de raad hieromtrent alsnog regels stellen. Het is op dit moment niet opportuun om dergelijke bepalingen in te voeren, mede gelet op de administratieve last die daarmee gepaard gaat; de aanwezigheid van alle raadsleden moet structureel bijgehouden worden en door de salarisadministratie op maandelijkse basis worden aangepast.

Ook een raadslid dat op incidentele basis afwezig is, bijvoorbeeld door ziekte of verhindering, wordt direct gekort op zijn vergoeding. 1.3.2. Keuze 2 - Hoogte bedrag lidmaatschap onderzoekscommissie De raad dient op grond van art. 3.1.3 lid 1 van het rechtspositiebesluit bepalen dat een raadslid dat lid is van een formeel door de raad ingestelde onderzoekscommissie, daarvoor een vergoeding ontvangt. De hoogte daarvan wordt door de raad bepaald, maar bedraagt per jaar ten hoogste driemaal de vergoeding die een raadslid normaliter krijgt. Concreet betekent dat een raadslid in Haaksbergen dat lid is van een dergelijke onderzoekscommissie, (in 2025) maximaal 3 x € 1.240 = € 3.720. Per maand is dat € 310. Het instellen van een formele onderzoekscommissie is in de afgelopen jaren in Haaksbergen niet voorgekomen. Mocht dat wel nodig zijn, dan zal dat gepaard gaan met een gerede tijdsinzet. Het ligt in de rede om de vergoeding die hier tegenover staat, gelijk te schakelen met de vergoeding die een lid van de vertrouwenscommissie krijgt ten tijde van de werving van een nieuwe burgemeester. Voorgesteld wordt daarom om deze bedragen aan elkaar te koppelen. In 2025 gaat het om een bedrag van € 153,33 per maand. Daarmee blijft Haaksbergen ook (ruim) binnen de wettelijke grenzen. 1.3.3.

Keuze 3 - Hoogte bedrag lidmaatschap bijzondere commissie Bijzondere commissies zijn bijvoorbeeld de agenda-, de werkgeverscommissie en het presidium. In grote gemeenten worden soms bijzondere commissies ingesteld met een omvangrijke taken, zoals bijvoorbeeld de commissie Menselijke Maat in de gemeente Enschede. De gemeenteraad kan op grond van art. 3.1.4 lid 1 van het rechtspositiebesluit bepalen dat het lidmaatschap van dergelijke bijzondere commissies een dusdanig zware belasting vormt, dat de werkzaamheden niet (meer) passen bij wat redelijkerwijs van een raadslid verwacht mag worden. Gelet op het feit dat in Haaksbergen de agenda- en werkgeverscommissie en het presidium doorgaans bemenst worden door de fractievoorzitters (welke voor die hoedanigheid reeds een extra vergoeding ontvangen) en de gebruikelijke omvang van deze taken, ligt het in de rede deze taken niet te kwalificeren als buitengewoon belastend. Het advies is derhalve om hieromtrent geen bepalingen in de lokale regeling op te nemen.

Pagina 3 van 5

1.3.4. Keuze 4 - Hoogte bedrag en regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing Op grond van art. 3.3.3 lid 1 van het rechtspositiebesluit mag de raad zelf regels stellen over het vergoeden van niet-partijpolitiek georiënteerde scholing. De maximale hoogte van de vergoeding was gesteld op € 500 per raadslid, per jaar. De aanvraag daartoe verliep via de fractie van het desbetreffende raadslid. De huidige verordening is daarbij niet helder wie uiteindelijk beslissingsbevoegd is om het budget toe te kennen: “ Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de fractie. Als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap komen de kosten voor rekening van de fractie. Op verzoek wordt aan het fractiebudget een budget voor scholing toegevoegd.” Hiermee is of lijkt aan de fracties een doorslaggevende rol te zijn toegekend in het beslissen of bepaalde scholing voldoet aan de daarvoor gestelde regels. Daarnaast maakt het het individuele raadslid afhankelijk van de opvatting van diens fractie, terwijl dat het recht op een vergoeding van scholing, een individueel recht is.

Deze werkwijze brengt het risico met zich mee dat de schijn zou kunnen ontstaan van een niet objectieve beoordeling. Het ligt in de rede deze beslisbevoegdheid te beleggen bij burgemeester, die uit hoofde van functie altijd boven de partijen staat. Risico’s De raad is niet langer bevoegd om regels te stellen over de rechtspositie van het college. Het college dient, indien gewenst, voor zichzelf vast te leggen in een regeling die gaat over de rechtspositie van het college. Vervolgproces/communicatie/planning Na besluitvorming door de raad, treedt de verordening in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Daarmee voldoet de gemeente Haaksbergen weer aan de geldende wet- en regelgeving omtrent de rechtspositie van raads- en commissieleden.

Bijlagen: Bijlage I - Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Haaksbergen 2025 (8.7 a) Bijlage II - Was-wordt-lijst.

Pagina 4 van 5

Aldus vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering d.d. 26 november 2025

R. Meinen griffier

G.J. van den Hengel voorzitter

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16334458/1