PvE archeologie
Tekst van het document
datum: 5 november 2007 ons kenmerk: 10199HAME3036733.doc uw brief van: 1 oktober 2007 bijlage(n): 3 betreft: Programma van Eisen t.b.v. Proefsleuvenonderzoek plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen
Gemeente Haaksbergen de heer Postbus 102 7480 AC Haaksbergen
Geachte heer , Hierbij hebben wij het genoegen u 3 exemplaren aan te bieden van het Programma van Eisen t.b.v. het proefsleuvenonderzoek plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen. Wij beschouwen dit project hiermee als afgerond. Graag danken wij u voor de prettige samenwerking. De eindnota van het onderzoek wordt u separaat toegezonden. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u natuurlijk te allen tijde contact met ons opnemen. Met vriendelijke groet,
Hoofd regionale vestiging Oost-Nederland
RAAP Hoofdkantoor
T 0294-491500
Leeuwenveldseweg 5b 1382 LV Weesp Postbus 5069 1380 GB Weesp www.raap.nl
F 0294-491519 E raap@raap.nl KvK 34137810 Postbank 4895648 ABN AMRO 540269581
RAAP NoordNederland De Kiel 11
RAAP Oost-Nederland
RAAP Zuid-Nederland
RAAP West-Nederland
Postbus 50
Postbus 4025
9206 BG Drachten T 0512 589 140 F 0512 539 860 E raapnnl@raap.nl
6970 AB Brummen T 0575 567 876 F 0575 567 085 E raaponl@raap.nl
De S. Lohmanstraat 11 6004 AM Weert T 0495 51 35 55 F 0495 51 35 40 E raapznl@raap.nl
2301 RA Leiden T 071 576 81 18 F 071 531 82 69 E raapwnl@raap.nl
RAAP-PvE Oost
Programma van Eisen Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven)
Plangebied Marktpromenade Gemeente Haaksbergen
Goedkeuring PvE door Handtekening voor akkoord
Functie en Naam: d.d.: 31 oktober 2007
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
RAAP Hoofdkantoor
T 0294-491500
Leeuwenveldseweg 5b 1382 LV Weesp Postbus 5069 1380 GB Weesp www.raap.nl
F 0294-491519 E raap@raap.nl KvK 34137810 Postbank 4895648 ABN AMRO 540269581
RAAP NoordNederland De Kiel 11
RAAP Oost-Nederland
RAAP Zuid-Nederland
RAAP West-Nederland
Postbus 50
Postbus 4025
9206 BG Drachten T 0512 589 140 F 0512 539 860 E raapnnl@raap.nl
6970 AB Brummen T 0575 567 876 F 0575 567 085 E raaponl@raap.nl
De S. Lohmanstraat 11 6004 AM Weert T 0495 51 35 55 F 0495 51 35 40 E raapznl@raap.nl
2301 RA Leiden T 071 576 81 18 F 071 531 82 69 E raapwnl@raap.nl
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
PROGRAMMA VAN EISEN LOCATIE
Gemeente:
Haaksbergen
Project:
Marktpromenade
Plaats:
Haaksbergen
Toponiem:
Marktpromenade
PROJECT
Exploitatiegebied Marktpromenade
PLAATS BINNEN ARCHEOLOGISCH PROCES Inventariserend veldonderzoek (IVO)
OPSTELLER
Proefsleuven
Naam, adres, telefoon, e-mail
datum
paraaf
datum
paraaf
datum
paraaf
Auteur RAAP Oost-Nederland Mercuriusweg 10 6971 GV Brummen tel 0575-567 876 Autorisatie seniorarcheoloog
OPDRACHTGEVER
RAAP Oost-Nederland Mercuriusweg 10 6971 GV Brummen tel 0575-567 876/06 22 77 01 06 Naam, adres, telefoon, e-mail Gemeente Haaksbergen Postbus 102 7480 AC Haaksbergen tel: 053-5734742
BEVOEGD GEZAG
Naam, adres, telefoon, e-mail Gemeente Haaksbergen Postbus 102 7480 AC Haaksbergen tel: 053-5734742
UITVOEREND BEDRIJF / INSTELLING Naam Nog niet bekend. Contactpersoon Niet van toepassing. Telefoon/ e-mail Niet van toepassing.
DATUM ONDERZOEK Nog niet bekend
PvE proefsleuven
3
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
Start Duur
Nog niet bekend. De duur van het veldonderzoek bedraagt ca. 8 dagen
PvE proefsleuven
4
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
BASISGEGEVENS Projectnaam Provincie Gemeente Plaats Toponiem Gemeentecode Kaartblad X – coördinaat Y – coördinaat CMA/AMK-status CAA-nr. CMA-nr. ARCHIS-monument-nr ARCHIS-waarnemings-nr CIS-code (onderzoeksmeldingsnummer) Oppervlakte plan- of onderzoeksgebied Huidig grondgebruik
Programma van Eisen t.b.v. proefsleuvenonderzoek plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen Overijssel Haaksbergen Haaksbergen Marktpromenade 10199HAME3 34E 247.650 463.800 Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Voor aanvang van het onderzoek dient de CIScode aangevraagd te worden bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) Ca. 3,5 ha Bebouwd/braakliggend/voorzien van oppervlakteverharding
PERIODE(N)
COMPLEXTYPE(N)
Middeleeuwen
Nederzetting/stad
(vroeg/laat)
Nieuwe tijd
Nederzetting/stad
(vroeg/laat)
PvE proefsleuven
5
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
1. Doel en reden van het onderzoek Doel
Reden
Selectiebesluit (alleen na IVO)
Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het verzamelen van voldoende betrouwbare gegevens ten aanzien van de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering) teneinde tot een waardestelling te kunnen komen van de ten gevolge van de te realiseren bebouwing bedreigde vindplaatsen. De noodzakelijke informatie dient verzameld te worden met een minimum aan ingrepen. Dit archeologisch onderzoek is nodig in verband met de voorgenomen bouwwerkzaamheden/bodemingrepen op diverse bouwlocaties, deze zouden de eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied kunnen verstoren. Het onderzoek is gebaseerd het advies van mevr. drs. S. Wentink, provinciaal archeoloog van Overijssel d.d. 17 september 2007, kenmerk 3.232.07/sw. Conform dit advies dient voorafgaand aan de uitvoering van de bouwwerkzaamheden/ bodemingrepen in plangebied Marktpromenade archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven plaats te vinden (Wentink, 2007).
2. Resultaten van het tot dusver uitgevoerde onderzoek Administratieve gegevens Bureauonderzoek RAAP Archeologisch Adviesbureau bv Uitvoerder Augustus 2007 Uitvoeringsperiode H. Ringenier, 2007. Plangebieden Marktpromenade en Het Publicatie Meuke, gemeente Haaksbergen; archeologisch vooronderzoek; een bureauonderzoek en veldtoetsing, RAAP-rapport 1610, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam.
Overig onderzoek Niet van toepassing Uitvoerder Niet van toepassing Uitvoeringsperiode Niet van toepassing Uitvoeringsmethode Niet van toepassing Publicatie Bewaarplaats van vondsten en documentatie De documentatie van het uitgevoerde onderzoek bevindt zich in het archief van RAAP Oost te Brummen Projectcode: HAME Tijdens het reeds uitgevoerde onderzoek is geen vondstmateriaal verzameld.
Resultaten: landschappelijke en aardwetenschappelijke context Het plangebied (figuur 1) is grotendeels bebouwd en verhard, Huidig grondgebruik; (sub) recente ingrepen en een klein deel van het plangebied ligt braak. verstoringen N.v.t. NAP-hoogte maaiveld Grondwatertrap N.v.t.
PvE proefsleuven
6
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
Fysiek-landschappelijke, geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken
Cultuurlandschappelijke en historischgeografische kenmerken
Geomorfologisch gezien ligt het plangebied in een landschappelijke zone die voornamelijk is gevormd in de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Het gaat om door het landijs meegevoerd materiaal, dat bekend staat als grondmorene, en om een door het landijs geërodeerde hoogte, een zogenaamde vereffeningsrest-glooing. In beide gevallen zijn deze landschappelijke eenheden bedekt met een pakket dekzand dat wordt gekenmerkt door het voorkomen van lichte welvingen. Het plangebied betreft een ongekarteerd gebied op de Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Op grond van de aangrenzende bodemtypen kan worden aangenomen dat de bodems in de (onbebouwde delen van de ) plangebieden waarschijnlijk bestaan uit hoge enkeerdgronden en beekeerdgronden. Hoge enkeerdgronden kenmerken zich door een humushoudende bovengrond of plaggendek dikker dan 50 cm. Veelal liggen ze op de hogere delen van het landschap. Deze enkeerdgronden dateren uit de Nieuwe tijd en zijn ontstaan door de toepassing van plaggenbemesting. In de lagere delen van het landschap hebben zich beekeerdgronden gevormd. Dergelijke bodems zijn onder natte tot zeer natte omstandigheden gevormd. Het zijn bodems met een 10 tot 30 cm dikke, donker gekleurde, humeuze en vaak kleiige of sterk lemige bovengrond (minerale eerdlaag of A-horizont) of bouwvoor (Ap-horizont) die in de regel rechtstreeks op het moedermateriaal (Chorizont) rust.
Als gevolg van hoge grondwaterstanden is de C-horizont vaak rijk aan ijzerconcreties en/of roestvlekken. Zie voor de resultaten van het booronderzoek figuur 2. Het plangebied maakt in archeologisch en historisch opzicht deel uit van het centrum van Haaksbergen. Uit historisch en archeologisch onderzoek is komen vast te staan dat de nederzetting haar oorsprong heeft langs een deel van de Buurserbeek. Aangenomen wordt dat de beek rond 1400 is verlegd.
Resultaten: perioden en sites Regionale archeologische Het plangebied beslaat een groot deel van het centrum van Haaksbergen. Op grond van archeologische en historische context
gegevens blijkt dat de bewoning ter plaatse teruggaat tot in de Late Middeleeuwen. De verwachte resten dateren uit de Late Middeleeuwen en/of Aard en ouderdom van de de Nieuwe tijd. Deze resten kunnen onder meer bestaan uit vindplaats muurresten, uitbraaksleuven, beer- en/ of waterputten, afvalkuilen, perceelsscheidingen en archeologische mobilia. Bovendien loopt een deel van de in 1400 gedempte Buurserbeek door het plangebied. Behoudens de archeologische mobilia kunnen genoemde fenomenen tot diep in de geologische ondergrond aangetroffen worden. Voorts kan niet worden uitgesloten dat binnen het plangebied archeologische resten uit eerdere perioden worden aangetroffen. Het zou daarbij onder meer kunnen gaan om resten van bewoning uit de Vroege Middeleeuwen. Op basis van het tot nu toe uitgevoerd onderzoek is het niet Gaafheid en conservering
PvE proefsleuven
7
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
(structuren, sporen, vondsten, paleoecologische resten) Begrenzing en oppervlakte van de totale vindplaats (dus ook buiten het plangebied
mogelijk een uitspraak te doen over gaafheid en conservering van structuren, sporen, vondsten en paleo-ecologische resten.
De omvang van de vindplaats kan gezien worden als het gehele centrum van Haaksbergen. De verwachte archeologische resten maken deel uit van het de historische kern van de Haaksbergen waarvan wordt aangenomen dat die op zijn minst teruggaat tot in de Late Middeleeuwen. De omvang van de vindplaats kan gelijkgesteld worden met Begrenzing en oppervlakte van (het deel de omvang van het plangebied Marktpromenade. De van) de vindplaats binnen oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 3,5 ha. Binnen het plangebied bevinden zich een aantal bouwvakken waar het plangebied nieuwbouw is gepland. Tijdens de veldinspectie is gebleken dat archeologische Archeologische stratigrafie en diepte van resten zich kunnen manifesteren vanaf verschillende dieptes ten opzichte van het huidige maaiveld. Voor de geplande vondstlagen proefsleuven 1 t/m 4 en 8 geldt dat ter plaatse resten van oude bebouwing verwacht worden, deze kunnen in principe al voorkomen vanaf ca. 0,2 m -Mv. In de proefsleuven 5 en 6 worden de eventuele archeologische resten vanaf het niveau waar de bodem intact is, dit is ter plaatste ongeveer op een diepte vanaf 0,9 m -Mv. Ter hoogte van proefsleuf 7 is op een diepte van 1,9 m –Mv een laagje veen aangetroffen welke geïnterpreteerd is als opvulling van de Buurserbeek.
De opgevulde beek kan dus in ieder geval vanaf deze diepte worden aangetroffen, niet uitgesloten is dat de beek zich al op een hoger niveau manifesteert. Zie voor de ligging van de geplande proefsleuven figuur 3.
Archeologische verwachting op basis van het vooronderzoek Op basis van de resultaten van het reeds uitgevoerde Structuren en sporen
Artefacten: anorganisch
Artefacten: organisch Paleo-ecologische resten Complexiteit
veldonderzoek in het plangebied wordt verwacht dat tijdens het proefsleuvenonderzoek met name archeologische resten uit de Middeleeuwen/Nieuwe tijd zullen worden aangetroffen. De archeologische neerslag van meerdere eeuwen bewoning kan zich manifesteren in de vorm van muurresten, uitbraaksleuven, beer- en/of waterputten, afvalkuilen, graven en perceelscheidingen. Bovendien wordt verwacht dat tijdens het onderzoek de Buurserbeek aangetroffen wordt. Zeer waarschijnlijk heeft een deel van deze beek centraal in het plangebied gelegen. Daarnaast kunnen bewoningssporen uit perioden voorafgaand aan de Late Middeleeuwen worden aangetroffen. Hierbij kan het gaan om resten van een agrarische nederzetting zoals (delen van ) boerderijen, bijgebouwen, waterputten, greppels etc. Er kunnen anorganische vondsten worden verwacht die verband houden met de bewoning, o.a. voorwerpen van keramiek (gebruiksaardewerk, dakpannen, bakstenen, glas, metaal en natuursteen, waaronder leisteen en tefriet). Sommige voorwerpen kunnen van organisch materiaal zijn vervaardigd, zoals touw, leer, hout en vlechtwerk. In afvalkuilen, greppelvullingen, beerputten en waterputten kunnen paleo-ecologische resten worden aangetroffen. Zeer complex.
PvE proefsleuven
8
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
3. Vraagstelling Onderzoekskader, relatie Een formeel en duidelijk geformuleerd onderzoekskader met betrekking tot de verwachte archeologische resten is niet met NOA, synergie. Onderzoeksvragen
voorhanden. Derhalve is er geen relatie met bestaande onderzoeksprogramma’s. Algemene vragen • Zijn op de diverse bouwlocaties in het plangebied archeologische resten aanwezig die (mogelijk) bedreigd worden door de geplande inrichting? • In welke mate is het plangebied verstoord? • Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? • Is op de verschillende bouwlocaties vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? • Op welke manier dient bij eventuele graafwerkzaamheden met archeologische resten te worden omgegaan? Specifieke vragen indien vindplaatsen/archeologische resten worden aangetroffen: • Wat is de horizontale begrenzing, de ligging en de omvang van de vindplaats/de archeologische resten? • Wat is de diepteligging, de dikte en de stratigrafische positie van de archeologische laag waarin de archeologische indicatoren zijn aangetroffen? • Wat is de aard, datering en conserveringstoestand van de archeologische laag? • Zijn in het plangebied archeologische grondsporen aanwezig? • Wat is de aard, datering en conserveringstoestand van deze grondsporen? • Welke materiaalcategorieën zijn aanwezig, wat is de vondstdichtheid en hoe is de conserveringstoestand. • Is er sprake van (een) behoudenswaardige vindplaats(en)?
Aanbevelingen
Op basis van de resultaten van het archeologisch proefsleuvenonderzoek dient een aanbeveling te worden gedaan betreffende een archeologisch verantwoorde omgang met het plangebied. Met betrekking tot die omgang zijn er vier opties: • beschermen; • archeologische begeleiding van de bodemingrepen; • definitieve opgraving; • vrijgeven. Op basis van de onderzoeksresultaten dient het bevoegd gezag een goed afgewogen beslissing (selectiebesluit) te kunnen maken.
PvE proefsleuven
9
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
Beperkingen
4. Veldwerk Strategie
Fysisch-geografisch onderzoek
Methoden en technieken
10
Niet van toepassing
De te verzamelen informatie is primair bedoeld om inzicht te krijgen in de aanwezige archeologische waarden en de kwaliteit en omvang daarvan. Er dient te worden gestreefd naar een onderzoek dat resulteert in de gewenste informatie en tegelijkertijd zo weinig mogelijk verstoring van de archeologische waarden teweegbrengt. • Van de geplande proefsleuf over de Buurserbeek dient een relevant deel van het dwarsprofiel over de beek te worden gedocumenteerd; van de overige proefsleuven zal van het meest informatieve deel van het lengteprofiel een kolomopname worden verricht; • Indien noodzakelijk wordt onder elke kolomopname een boring tot 3 m onder het vlak gezet om het profiel naar beneden toe aan te kunnen vullen met gegevens die de genese van het gebied moeten verduidelijken. Op de diverse bouwlocaties worden proefsleuven aangelegd met als doel de aard, de omvang en de datering van de vindplaatsen vast te stellen. Ten aanzien van de toegepaste methoden en technieken gelden de volgende voorwaarden. •
•
•
•
•
• • • •
de lengte van de proefsleuven wordt niet meer dan strikt noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de vindplaats); de proefsleuven hebben een maximale lengte van respectievelijk 25 (figuur 3; proefsleuven 1, 2, 5, 7 en 8), 35 (figuur 3; proefsleuf 6) en 40 m (figuur 3; proefsleuven 3 en 4); de breedte van de proefsleuven bedraagt 2 m. Indien blijkt dat met een breedte van 2 m geen antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen, mogen de proefsleuven worden verbreed tot maximaal 4 m; per proefsleuf zal een profiel worden onderzocht op mogelijke verstoringen, het bewoningsniveau en de mate waarin de vindplaats is opgenomen in de bouwvoor; omdat de vindplaats(en) mogelijk behouden blijft/blijven, mag het proefsleuvenonderzoek niet destructiever zijn dan strikt noodzakelijk: er wordt slechts één vlak aangelegd op een leesbaar niveau, indien wenselijk wordt een deel van de proefsleuf verdiept; de lengte van de proefsleuven wordt niet meer dan strikt noodzakelijk; de breedte van de proefsleuven wordt niet meer dan strikt noodzakelijk. er wordt laagsgewijs verdiept tot het niveau waarop een leesbaar vlak zich aftekent; aanwezige structuren mogen niet worden verwijderd;
PvE proefsleuven
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
•
•
•
•
•
• •
•
Structuren en grondsporen
•
•
•
•
• •
11
tijdens het onderzoek wordt voldoende materiaal met diagnostische kenmerken verzameld om een uitspraak te kunnen doen over de datering, de eventuele fasering en de conserveringstoestand van de bodemlagen; kwetsbare vondsten (o.a. metaal, leer en hout) moeten door middel van speciale zorg en behandeling behouden (c.q. geconserveerd) worden conform de vigerende versie van de KNA; het vlak dient zodanig te worden aangelegd dat de bovengrond met behulp van een metaaldetector op metaalvondsten kan worden onderzocht; van het vlak moet een vlaktekening (schaal 1:20) worden gemaakt met daarop aangegeven: de aanwezige sporen dan wel muurresten conform de vigerende versie van de KNA. Tevens wordt van het vlak en alle sporen de hoogte ten opzichte van NAP vastgelegd; de documentatie van aangetroffen sporen moet worden bijgehouden in een sporen-database met codering en waar mogelijk voorzien van een voorlopige interpretatie conform de vigerende versie van de KNA; aangetroffen sporen dienen fotografisch te worden vastgelegd; indien sporen worden gecoupeerd, dient van ieder gecoupeerd spoor het profiel te worden gedocumenteerd in een profieltekening (schaal 1:20) profielen (wand en spoor) en vlakken worden tevens gefotografeerd met de vermelding van de (wind)richting en identificatie conform de vigerende versie van de KNA.
Grondsporen mogen niet verder worden afgewerkt dan noodzakelijk is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen; greppels en geïsoleerde sporen worden indien noodzakelijk voor de onderzoeksvragen gecoupeerd en gedocumenteerd; grondsporen die deel uit maken van een (gebouw)structuur of grote concentratie grondsporen dienen daarentegen in eerste instantie alleen (selectief) te worden gecoupeerd en niet te worden afgewerkt. Dit heeft als doel de datering en de conservering zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen, waarbij de archeologische resten zoveel mogelijk intact gehouden worden; aangetroffen graven (inhumaties/crematies) worden gedocumenteerd conform de vigerende versie van de KNA, de graven worden niet geborgen; aangetroffen funderingen, vloeren en water- of beerputten dienen behouden te blijven; muurwerk moet worden ingemeten, gefotografeerd en onderzocht op constructieve aard, omvang en ouderdom conform de vigerende versie van de KNA;
PvE proefsleuven
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
• •
•
Artefacten: anorganisch
Artefacten: organisch
Paleo-ecologische resten Beperkingen
bodemlagen moeten ten opzichte van eventueel muurwerk afzonderlijk worden beoordeeld; bij putten dient het onderscheid gemaakt te worden tussen water-, afval- en beerputten. Indien de vulling een vondstcomplex bevat, wordt materiaal met diagnostische kenmerken verzameld; de archeologisch aannemer zorgt dat water- en beerputten aan het eind van een werkdag zijn veiliggesteld voor schatgravers bij voorkeur door het afdekken van de beer- of waterput (bijvoorbeeld met rijplaten). Alleen indien dit niet mogelijk is, wordt de beer- of waterput afgewerkt. Dit kan betekenen dat lokaal (in de put) dieper dan het vlakniveau gegraven wordt.
De volgende werkzaamheden vinden plaats: • Noteren van baksteengrootte, metselverband en tienlaagsmaat; • inmeten (x-, y- en z-waarden); • tekenen; • fotograferen; • nummeren; • selectief afwerken van grondsporen. Tijdens het onderzoek wordt voldoende materiaal verzameld om een uitspraak te kunnen doen over de datering, de eventuele fasering en de conserveringstoestand van de vindplaats; verzamelwijze vlakvondsten: per vak van 5 x 2 m; metaalvondsten worden met behulp van een metaaldetector opgespoord; spoorvondsten worden per spoor verzameld. Tijdens het onderzoek wordt voldoende diagnostisch materiaal verzameld om een uitspraak te kunnen doen over de datering, de eventuele fasering en de conserveringstoestand van de vindplaats; alle artefacten die tijdens het aanleggen van het vlak, tijdens het aanleggen van het profiel of bij het couperen van de sporen worden aangetroffen, worden verzameld; verzamelwijze vlakvondsten: per vak van 5 x 2 m; spoorvondsten worden per spoor verzameld. Er worden geen monsters genomen ten behoeve van pollenonderzoek, macrobotanisch onderzoek, C14- of dendrochronologisch onderzoek. Vanwege het inventariserende karakter van het onderzoek mogen grotere structuren (bijvoorbeeld beschoeiingen, muurresten en putten) niet verwijderd worden. Door deze beperking kan mogelijk niet op alle onderzoeksvragen een duidelijk antwoord gegeven worden.
Tijdens het plannen van het veldonderzoek dient rekening gehouden te worden met aanwezige kabels, leidingen en bestrating. Voorafgaand aan het veldonderzoek dient een KLIC-melding plaats te vinden.
PvE proefsleuven
12
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
13
5. Uitwerking en conservering Fysisch geografische analyse vindt in het veld plaats. De Analyse fysischeanalyse gebeurt op basis van de profielen. De veldgegevens geografie
Structuren en grondsporen
Artefacten: anorganisch
Artefacten: organisch
Paleo-ecologische resten
Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten, e.d.)
Conservering geselecteerd materiaal (zie CvAK-leidraad nr. 1) Beperkingen
van het vlak en de profielen moeten uitgewerkt worden in tekeningen en kaarten met een overzichtelijke codering conform de vigerende versie van de KNA. De bodemlagen moeten duidelijk worden aangegeven in de profielen met daaraan gekoppeld een (globale) datering. Grondsporen, bodemlagen en structuren worden uitgewerkt tot op het niveau dat noodzakelijk is om de vraagstellingen te kunnen beantwoorden. Hierbij is het van belang dat het verband tussen eventuele archeologische resten en de bodemopbouw beoordeeld wordt in samenhang met vondstmateriaal waarvan een (eventuele globale) datering is verkregen. De vondsten worden per materiaalcategorie beschreven en gewaardeerd; vondsten worden uitgewerkt tot het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen. De vondsten zullen adequaat behandeld moeten worden: tijdelijk geconserveerd gaande het veldwerk en definitief voor opslag. In de rapportage moet de herkomst en de betekenis worden beschreven. Toegepaste eisen zijn conform de vigerende versie van de KNA. De vondsten worden per materiaalcategorie beschreven en gewaardeerd; vondsten worden uitgewerkt tot het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen; De vondsten zullen adequaat behandeld moeten worden: tijdelijk geconserveerd gaande het veldwerk en definitief voor opslag. In de rapportage moet de herkomst en de betekenis worden beschreven.
Toegepaste eisen zijn conform de vigerende versie van de KNA. Deze artefacten zullen adequaat behandeld moeten worden: tijdelijk geconserveerd gaande het veldwerk en definitief voor opslag. In de rapportage moet de herkomst en de betekenis worden beschreven. Toegepaste eisen zijn conform de vigerende versie van de KNA. In het rapport worden ten minste opgenomen: een locatiekaart, een overzicht van de aangelegde putten en een overzicht van de aangetroffen sporen en structuren; belangrijke profielinformatie wordt met foto(‘s) en tekening(en) verduidelijkt; beeldregistratie, uitwerking en analyse dienen te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de vigerende versie van de KNA. De conditie van de geselecteerde vondsten dient in eerste instantie gestabiliseerd te worden. Na evaluatie van het veldwerk wordt bepaald welk materiaal in aanmerking komt voor duurzame conservering of eventueel restauratie. Geen beperkingen.
PvE proefsleuven
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
14
6. Eindproduct: rapportage en deponering Na afloop van het veldwerk worden de resultaten van het Te leveren product
Inhoud eindrapport
Verschijning en oplaag eindrapport
Deponering
Beperkingen
onderzoek vastgelegd in een rapportage. De inhoudelijke eisen die zijn vastgelegd in de KNA vormen hiervoor de leidraad; de resultaten van het proefsleuvenonderzoek zullen worden gerapporteerd in de vorm van een RAAP-rapport; bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door het provinciaal Depot van Overijssel) van overdracht van vondsten en documentatie. Dit bewijs van deponering kan eventueel separaat worden aangeleverd. De rapportage dient minimaal de volgende aspecten te bevatten: • toegepaste onderzoeksmethode; • beschrijving van grondsporen en vondsten; • beschrijving van de vindplaats(en) aan de hand van antwoorden op de onderzoeksvragen; • een puttenoverzicht, vlaktekeningen (per put), profieltekeningen per put); • waarderingsadvies conform de waarderingscriteria in de KNA (Voorbereidingscommissie Kwaliteitszorg Archeologie, 2001); • aanbevelingen ten behoeve van de planvorming. Verder worden aan de rapportage toegevoegd: • coupetekeningen; • foto’s van sporen; • een sporenlijst; • een vondstenlijst. Van het conceptrapport worden 2 exemplaren geleverd. De opdrachtgever wordt in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren op de conceptrapportage.
Van het eindrapport zullen 3 exemplaren aan de opdrachtgever worden gestuurd; om de inhoud van het rapport te laten aansluiten op het beleid van de overheid zullen bovendien 2 exemplaren aan de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) en 1 exemplaar aan de provincie worden geleverd; indien tijdens het onderzoek vondsten zijn aangetroffen, zal tevens een exemplaar van het eindrapport aan het provinciaal depot worden gestuurd. De vondsten en de opgravingsdocumentatie worden binnen twee jaar na afronding van het onderzoek conform de daarvoor geldende richtlijnen, overgedragen aan het provinciaal depot voor bodemvondsten van de provincie Overijssel, op voorwaarden van dit depot. Geen beperkingen
PvE proefsleuven
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
7. Randvoorwaarden Personele randvoorwaarden
Uitvoeringsperiode en opleveringstermijn veldwerk
Uitvoeringscondities veldwerk
15
Het archeologisch onderzoek moet verricht worden door een archeologisch bedrijf dat is bevoegd tot het verrichten van opgravingswerkzaamheden. Het onderzoek moet door een adequaat samengesteld veldteam uitgevoerd worden. Het veldwerk vindt plaats onder leiding van een senior archeoloog die is gespecialiseerd in middeleeuwse archeologie. De uitvoerdatum van het veldwerk dient in overleg met de opdrachtgever vastgesteld te worden. Uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de start van het veldwerk dient de onderzoeksmelding in ARCHIS plaats te vinden. De doorlooptijd van het gehele onderzoek bedraagt (van start veldwerk tot levering concept rapportage) circa 14 weken. Een evaluatie van de voorlopige onderzoeksresultaten volgt direct na het veldwerk. • De exacte bepalingen en veiligheidsvoorschriften met betrekking tot het graven in het plangebied, dienen te worden opgenomen in het draaiboek dat door de opdrachtnemer aan de opdrachtgever wordt geleverd; • het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen in het KNA. In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA van toepassing; • dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Dit laat onverlet dat wettelijke en andere regelgeving aangaande het uitvoeren van werkzaamheden moet worden gevolgd (o.a.
Arbowet); • de opdrachtgever is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het terrein, evenals voor de plaatsing van afzettingen, het verwijderen en terugplaatsen van de bestrating, vergunningen, betredingstoestemmingen, het verwijderen van explosieven, etc.; • de archeologisch aannemer zorgt dat water- en beerputten aan het eind van een werkdag zijn veiliggesteld voor schatgravers bij voorkeur door het afdekken van de beer- of waterput (bijvoorbeeld met rijplaten). Alleen indien dit niet mogelijk is, wordt de beer- of waterput afgewerkt. Dit kan betekenen dat lokaal (in de put) dieper dan het vlakniveau gegraven wordt; • proefsleuven kunnen ’s avonds en in het weekeinde worden bezocht door schatgravers. Hun graafwerkzaamheden belemmeren de voortgang van het onderzoek en brengen schade toe aan het archeologisch bodemarchief. De archeologische aannemer maakt voor aanvang van het onderzoek afspraken met de opdrachtgever, het bevoegd gezag en eventueel de politie over te nemen maatregelen; • dit PvE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn.
PvE proefsleuven
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie
Selectieprocedure tijdens het veldwerk (i.h.b. bij archeologische begeleiding) Uitvoeringsperiode uitwerking; opleveringstermijn (concept)eindrapport Termijn overdracht van vondsten, monsters en documentatie Procedure toetsing eindproduct door bevoegd gezag
16
Gezien de mogelijke aanwezigheid van leidingen in het plangebied dienen enkele strikte veiligheidseisen te worden opgevolgd: • er dient een melding van bodemonderzoek te geschieden; • er dient een KLIC-melding gedaan te worden; • aan de hand van de resultaten van deze melding dient een werkplan te worden opgesteld waarin de precieze locatie van de proefsleuven wordt omschreven; • de proefsleuven dienen te worden uitgezet door een gekwalificeerd landmeetkundig bureau. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk worden door de verantwoordelijke archeoloog dag- en weekrapporten opgemaakt waarin de vordering van de werkzaamheden, de personele inzet, de verwerking en de opslag van kwetsbare materialen, de wetenschappelijke of technische ontwikkelingen en de inhoudelijke keuzes worden opgenomen. In de loop van het onderzoek vindt ook regelmatig (telefonisch) overleg plaats met de opdrachtgever; bij eventuele afwijkingen van de bepalingen uit het PvE wordt onmiddellijk contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Direct na afloop van het veldwerk wordt gestart met de administratieve uitwerking. Na afloop van de administratieve uitwerking wordt een conceptrapport opgesteld waarin de voorlopige resultaten van het veldonderzoek worden geëvalueerd aan de hand van het PvE.
De onderzoeksresultaten en de conceptrapportage zullen door het bevoegd gezag (de gemeente Haaksbergen) worden getoetst aan dit PvE. Indien tijdens het veldwerk vondsten (en/of structuren) worden gedaan waarvan de omvang, aard of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Samen met hen zal bepaald worden wat de te volgen strategie wordt. De conceptrapportage is uiterlijk 12 weken na afronding van de veldwerkzaamheden beschikbaar voor de opdrachtgever. Onderzoeksresultaten en conceptrapportage worden door het bevoegd gezag getoetst aan dit Programma van Eisen. Na eventuele noodzakelijke aanvullingen en/of aanpassingen wordt de conceptrapportage omgezet in een eindrapportage. Eventuele vondsten worden met documentatie binnen twee jaar na afronding van het onderzoek, overgedragen aan het provinciaal depot voor bodemvondsten van de provincie Overijssel. Onderzoeksresultaten en conceptrapport worden door de gemeente Haaksbergen getoetst aan dit Programma van Eisen. Na eventuele noodzakelijke aanvullingen en/of aanpassingen zal een eindrapport worden vervaardigd.
PvE proefsleuven
PvE Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), Plangebied Marktpromenade, gemeente Haaksbergen, 16 oktober 2007, eindversie
17
8. Wijzigingen na evaluatie Indien op grond van voortschrijdend inzicht wijzigingen in de Wijzigingen tijdens het strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk worden, veldwerk
Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering
dient de uitvoerder in overleg te treden met de opdrachtgever c.q. het bevoegd gezag. Hiermee dienen afspraken te worden gemaakt aangaande deze wijzigingen en de daarmee samenhangende planning van de werkzaamheden alsmede eventueel meer- of minderwerk. Als er na de evaluatie en selectie nog ingrijpende wijzigingen optreden t.a.v. de vraagstellingen, methodiek van uitwerking, conservering of rapportage, dient dit tijdig met de opdrachtgever c.q. het bevoegd gezag te worden besproken. Zie hierboven.
9. Literatuur en bijlagen H. Ringenier, 2007. Plangebieden Marktpromenade en Het Literatuur Meuke, gemeente Haaksbergen; archeologisch vooronderzoek; een bureauonderzoek en veldtoetsing, RAAP-rapport 1610, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam.
Lijst van bijlagen
S. Wentink, 2007. Selectie advies archeologisch onderzoek plangebieden Marktpromenade en Het Meuke te Haaksbergen (kenmerk 3.232.07/sw). Het Oversticht, Zwolle. Figuren en bijlagen: Figuur 1: De ligging van het plangebied Figuur 2: Resultaten archeologisch booronderzoek Figuur 3: Puttenplan
PvE proefsleuven
247400
247800
247600
464000
464000
89
62
4
26 24
48
6 rts be Hib
k aa Br
56
7
2
De
32
8
4
54
32
12
t aa str
9 2
5
11
4a 4 1
Gemeentehuis
2 3
1
74
46
23
34
88
Marktpromenade Marktpromenade Marktpromenade Marktpromenade Marktpromenade Marktpromenade aa t
be r ts
19
37 35
23 25
17 15
3 5
27
13
33 31
18 20
7 11
29
1
9
22
20 18
16 14
12 10
8
6
4
2
Hib
15
Wolkammerstraat
18
31 29
23 21 19 17
15 13
11 9
7 5
3
1
7
19 21
30
13a
12 14 18
2
3 5
2a 4 6
12 Kerk 15
8 10
1
13
16 2a 2b 2 4a 4
9
17 Wolkammerstraat
18a
13
28
8 t/m 8f g
7 1 3 5
esteeg Whem
24 22
R.K. Kerk
raat Molenst
Lansinkstraat
28 26
4
19
11
26 3230
rkts tee
18 17 17a
24
36 34
Ma
5
tra at
21
He tM eu ke
Hib be rts s
41
39
1a
20
463800
Het Meuke
7
Ma rkt
21
s tr
2
Markt
14
38
Hibbertss traat
40
92
28a
2c
76 86
2a t/ m
30
463800
9 3 t/m 37
77 79
81
64
12 10
6 69
2
34
11
6a
75
87
36
6b
ak
om
38
14
10a Bra
er
De
Ac ht
40
16
463600
463600
0 2007 247400
Figuur 1. Ligging van het plangebied
50
100
m
1:2.500
247600
247800
HAME3_figs\lbs
247400
247800
247600
legenda boringen met verspoeld dekzand 4659 4659 4659 4659 4659 4659
464000
464000
met veen met dekzandlaagte/depressie met ongestoord dekzand met puin/funderingsresten 22
boornummer
subkop archeologische waarneming 31432
2793 2793 2793 2793 2793 2793
waarnemingsnummer onderzoeksmelding
21918 21918 meldingsnummer grens plangebieden 21 21 21 21 21 4 444 4 3 33 33 3 4684 4667 4667 4684 4667 4684 4667 4684 4667 4684 6 66 66 6
2 222 2
1 111 1
17 17 17 17 17 463800
463800
18 18 18 18 18 5 555 5
31432 31432 31432 31432 31432 20 20 20 20 20 20
10 10 10 10 10
19 19 19 19 19 19 23 23 23 23 23 23
24 24 24 24 24 24 22 22 22 22 22
4661 4661 4661 4661 4661 4661 13 13 13 13 13
21918 21918 21918 21918 21918 21918
11 11 11 11 11 12 12 12 12 12 12 15 15 15 15 15 15
21917 21917 21917 21917 21917 21917 3134 3134 3134 3134 3134 3134
14 14 14 14 14 14
16 16 16 16 16
463600
463600
0
247400
Figuur 2. Resultaten booronderzoek en bekende archeologische resten.
50
100
m
1:2.500
247600
2007 247800
HAME_figs\lbs
247400
247800
247600
464000
464000
De
54
48
12
6 66 66 6
2 22 24 2 4 44 4 4
33 31
17 15
7 77 77 727
13
7 77 77 7
aa t
20 20 20 20 20 20
23 23 23 23 23 23 18 20
7 9
22
16 14
12 10
8
6
4
2
15 17
Wolkammerstraat
Wolkammerstraat 18
31 29
23 21 19 17
15 13
11 9
7 5
3
1
19 21
30
3 333 3
19
4
18a
18 17 17a 16 2a 2b 2 4a 4
9
13
28
8 t/m 8f g
3
12 14 18
2
13
13 13 13 13 13
13a
111
111 11 11 11 11 11
2 22 22 2
2
1
3 5
2a 4
12
6
12 12 12 12 12 12
Kerk
15 15 15 15 15 15
15
8 10
1
7 1 3 5
esteeg Whem
20 18
24 24 24 24 24 24 3 333 322 22 22 22 22
4
R.K. Kerk
raat Molenst
Lansinkstraat
24 22
7
Ma r 19 19 19 19 19ktstee
11
26 28 26
5
5
7
Ma rkt
21
3 333 3
24
3230
17 17 17 17 17 20
Hib
He tM eu ke
3 5
11
29
1
9 99 99 9
36 34
1
Markt
41
23 25
10 10 10 10 10
1a
4 44 44 4
be r ts
5 555 5
19
18 18 18 18 18
s tr
2
tra at
37 35
3
6 66 66 6
1 111 1
Hibbertss traat
14
38
21
Gemeentehuis
2
463800
8 88 88 8
1
23
Het Meuke
39
9 2
5
34
Hib be rts s
40
92
28a
rts be Hib
11
4a 4
6
88
76 86
6 t aa str
2c
46
5 55 55 5
k aa Br
24
74
30
3 33 33 3
26
7
2 4
De
56
8
4 444 4
7
32
32
463800
21 21 21 21 21
8
2
62
4
3 t/m 37
77 79
81
64
9
69
2a t/ m
34
12 10
6
75
87
36
11
6a
er
89
6b
ak
Ac ht
38
14
10a Bra
om
40
14 14 14 14 14 14 16 16 16 16 16
16
legenda 22
proefsleufnummer
22
bouwlocatienummers
463600
463600
proefsleuf
grens bouwlocaties 0 2007 247400
Figuur 3. Beoogde ligging proefsleuven.
50
100
m
1:2.500
247600
grens plangebied beoogd archeologisch vervolgonderzoek 247800
HAME3_fig3\lbs