CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028

Overige evenementen 14 oktober 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Spreekrecht over Programmabegroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-202840.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Programmabegroting 2025

66

Groene heffingskorting De minister gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan bijdraagt. De groene heffingskorting kan worden vormgegeven door een vermindering van de verschuldigde belasting, nadat het verschuldigde belastingbedrag (bijvoorbeeld voor ozb) is berekend. c. Kostendekkendheid De rioolheffing en de afvalstoffenheffing mogen volgens de gemeentewet maximaal kostendekkend zijn. Ook de diverse leges die worden geheven, mogen maximaal kostendekkend zijn. Op grond van de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Posten worden dus niet afzonderlijk op kostendekkendheid beoordeeld. De kosten van de overhead worden overeenkomstig de BBV regels verdeeld op basis van personeelslasten. (bedragen x € 1.000)

Mate van kostendekking Activiteitgroep

lasten taakvelden

Overhead

Totale lasten

BTW

Heffingen (Baten)

Overige Baten

Kostendekkendh eid

Totaal Baten

Afvalstoffenheffing

2.235

0

417

2.652

2.452

200

2.652

100%

Rioolheffing

3.422

226

644

4.292

4.292

0

4.292

100%

298

28

0

326

153

0

153

47%

5.955

254

1.061

7.270

6.897

200

7.097

98%

Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening)

405

169

0

574

514

0

514

90%

Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening)

460

381

0

841

675

0

675

80%

Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening)

12

10

0

22

15

0

15

68%

Subtotaal Leges

877

560

0

1.437

1.204

0

1.204

84%

6.832

814

1.061

8.707

8.101

200

8.301

95%

Begraafrechten Subtotaal Heffingen

Totaal

Afvalstoffenheffing De kosten voor de inzameling en verwerking van afvalstoffen worden betaald uit de afvalstoffenheffing. De kosten voor afvalinzameling en de inkomsten uit de afvalstoffenheffing zijn gelijkgesteld. Hiermee is de afvalstoffenheffing kostendekkend. Vanuit de egalisatievoorziening afvalstoffen wordt € 200.000 ingezet om het tarief te dempen. Rioolheffing De kosten voor de riolering worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. De totale kosten voor riolering en de inkomsten uit de rioolheffing zijn gelijkgesteld. Hiermee is de rioolheffing kostendekkend. Begraafrechten We begroten € 326.000 aan kosten, te maken voor de begraafplaatsen en crematoria. Het gaat dan grotendeels om onderhoudskosten en nieuwe investeringen. We verwachten een bedrag van € 153.000 aan leges te ontvangen. Hiermee is de kostendekkendheid van de begraafplaatsen en de crematoria 47%. Leges De leges zijn ingedeeld in drie titels:

Programmabegroting 2025

67

Titel 1: De leges algemene dienstverlening bestaan voornamelijk uit burgerzaken en de burgerlijke stand. Veruit het grootste deel van de inkomsten bestaat uit leges voor paspoorten en rijbewijzen. Voor een aantal tarieven binnen titel 1 geldt dat deze door het Rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens. Titel 2: Hieronder vallen de leges voor omgevingsvergunningen. Titel 3: Dit betreft de leges voor evenementenvergunningen, prostitutievergunningen en de drank en horecavergunningen. Voor alle drie titels geldt dat de gemaakte kosten hoger zijn dan de ontvangen inkomsten. d. Woonlastenontwikkeling Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. In de nota reserves en voorzieningen is bepaald dat een deel van de egalisatievoorziening afval kan worden ingezet om het tarief te dempen. We stellen voor de komende jaren € 200.000 per jaar in te zetten om het tarief te dempen. We zetten niet de gehele overwaarde ineens in om te voorkomen dat het tarief in 2025 extreem daalt en in 2026 weer extreem stijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten.

Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten voor een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Onderstaand overzicht geeft de hoogte van de woonlasten in Haaksbergen voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2023, 2024 en 2025 weer. De uitgangspunten komen overeen met die van Coelo. Er wordt uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een gemiddelde woningwaarde. Woonlastenontwikkeling in Haaksbergen Belastingsoort

Werkelijk 2023

Werkelijk 2024

Begroot 2025

Percentage stijging 2025 tov 2024

Onroerende zaakbelasting

468,60

496,25

518,33

4,5%

Rioolheffing

348,24

379,32

390,72

3,0%

Afvalstoffenheffing

215,88

229,32

222,12

-3,1%

Totale woonlasten 1.032,72 1.104,89 1.131,17 2,4% Landelijk gemiddelde 944,00 1.001,58 1.051,66 5,0% woonlasten ** Percentage boven landelijk 9,4% 10,3% 7,6% gemiddelde (*) Deze belastingdruk is bepaald op basis van de voorlopige tarieven. In december 2024 wordt door de vaststelling van de belastingverordeningen de definitieve belastingdruk bepaald. (**) De stijging van de landelijke gemiddelde woonlasten in 2025 is geschat op 5%.

De gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar van een woning stijgen in 2025 met 2,4%. Voor een huurder van een woning stijgen deze met 0,7%. Wij hanteren de norm dat we met de woonlasten maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde mogen uitkomen. Wij voldoen in 2025 aan deze norm.

e. Kwijtscheldingsbeleid Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in aanmerking voor kwijtschelding van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaatsvindt. De specifieke voorwaarden voor kwijtscheldingen staan vermeld in de verordening kwijtscheldingen. Voor 2025 is in totaal een bedrag van € 200.000 geraamd aan kwijtscheldingen. Programmabegroting 2025

68

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf wordt beschreven hoe wij omgaan met risico’s en hoe groot het weerstandsvermogen moet zijn, om eventuele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Ook worden wijzigingen in beleid en mutaties in risico’s gerapporteerd. In deze paragraaf zijn vijf kengetallen opgenomen. Dit om de raad beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. In 2023 is de nieuwe nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 opgesteld. Deze paragraaf sluit aan bij de bepalingen die hierin zijn vermeld. Weerstandcapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen we hebben om onverwacht grote tegenvallers op te kunnen vangen. Het betreft buffers in het eigen vermogen of in de exploitatie, die zonder gevolgen voor uitvoering van het beleid, ingezet kunnen worden om onverwachte kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de huidige woonlasten en de lasten bij 20% boven het landelijke gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit is berekend op € 668.000. De bestemmingsreserves worden in de berekening van de ratio weerstandsvermogen niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Voor de volledigheid wordt de ratio ook berekend inclusief de bestemmingsreserves.

(bedragen * € 1.000)

De verwachte ontwikkeling weerstandsratio 2025 tot en met 2028 Omschrijving

2025

2026

Algemene reserve (31-12) incl. begrote jaarresultaat

16.365

13.438

11.249

9.781

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

16.365

13.438

11.249

9.781

Onvoorzien

40

40

40

40

Onbenutte belastingcapaciteit OZB (structureel)

668

668

668

668

Totaal structurele weerstandscapaciteit

2027

2028

708

708

708

708

Totaal inc. + str. weerstandscapaciteit

17.073

14.146

11.957

10.489

Benodigde weerstandscapaciteit

5.244

5.244

5.244

5.244

3,3

2,7

2,3

2,0

4.263

4.263

4.263

5.046

4,1

3,5

3,1

3,0

Ratio Bestemmingsreserves Ratio incl. bestemmingsreserves

Stille reserves Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van activa lager is dan de verkoopwaarde) worden meegenomen in de weerstandscapaciteit, als deze binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden. Het gebruiken van stille reserves heeft consequenties en moet als laatste redmiddel worden gezien. Binnen de gemeente Haaksbergen is momenteel geen activa die aan deze criteria voldoet en er wordt nu dus geen stille reserve toegevoegd aan de weerstandscapaciteit. Wel zullen wij voor het inzicht de stille reserves van relevante omvang, die niet binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden, opnemen in deze paragraaf. Bij de panden is de geschatte verkoopwaarde gelijkgesteld aan de WOZ-waarde.

Programmabegroting 2025

69

(bedragen in €)

Omvang stille reserves

Aandelen Panden Kunstvoorwerpen Totaal

Geschatte verkoopwaarde 8.313.000 20.223.000 250.000 28.786.000

Boekwaarde 645.000 6.383.000 0 7.028.000

Stille reserve 7.668.000 13.840.000 250.000 21.758.000

Risico’s In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 is de ondergrens voor risico’s vastgelegd. Deze ondergrens is bepaald op 0,25% van de algemene uitkering. Dit percentage wordt ook door veel andere gemeenten gehanteerd. De ondergrens komt hiermee uit op afgerond € 100.000. Een onverwacht nadeel tot € 100.000 wordt in beginsel binnen het programma of de post onvoorzien opgelost. Bij de begroting 2025 zijn alle risico’s opnieuw beoordeeld. Voor de inschaling van de kans dat een risico optreedt wordt de volgende indeling gebruikt: Klasse 1 2 3 4 5

Kans van optreden Kleiner dan eenmaal per 10 jaar Tussen de eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar Tussen de eenmaal per 2 jaar en eenmaal per 5 jaar Tussen de eenmaal per 1 jaar en eenmaal per 2 jaar Groter dan eenmaal per jaar

Risico 10% 30% 50% 70% 90%

Indien de kans van optreden 90% is, wordt het risico opgenomen in de exploitatie. Per risico maken we vervolgens een inschatting van het meest waarschijnlijke financiële effect, als het risico zich voordoet. De risico bedragen worden volgens de onderstaande indeling verdeeld in 5 klassen: Klasse 1 2 3 4 5

Financiële gevolgen Kleiner dan €100.000 (wordt niet meegenomen) Tussen de €100.000 en €200.000 Tussen de €200.000 en €350.000 Tussen de €350.000 en €500.000 Groter dan €500.000

Vervolgens worden met behulp van een risicoscore, de risico’s gerangschikt en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te beheersen. Deze risicoscore wordt bepaald door de klassen van kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule, waarbij de maximale score 25 is (5 x 5). Risicoscore = inschaling kans x inschaling financieel gevolg Risico’s ontwikkelen zich vaak in de tijd. Daarom wordt er periodiek via de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en jaarrekening in beeld gebracht hoe risico’s zich ontwikkelen.

Programmabegroting 2025

70

Overzicht risico’s Omschrijving risico

(Bedragen in € x 1.000) Financieel gevolg

0. Bestuur en ondersteuning Cyberaanval

Kans van optreden

Benodigd weerstandsvermogen

Financieel gevolg

Kans van optreden

Inc/Str.

Risico score

4.000

10%

400

Str.

1

5

5

Stijgende rente

400

30%

120

Str.

2

4

8

6. Sport, cultuur en recreatie Zwembad de Wilder

250

50%

125

Inc.

3

3

9

6. Sociaal domein Vertragend effect BUIG inkomsten

300

50%

150

Str.

3

3

9

Aantallen Wmo en jeugdhulptrajecten

900

50%

450

Str.

3

5

15

Onzekerheden Sociaal Domein

575

70%

403

Str.

4

5

20

8. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Milieuverontreiniging

500

30%

150

Inc.

2

4

8

Vastgestelde grondexploitaties

476

50%

238

Inc.

3

4

12

Niet vastgestelde grondexploitaties

2.940

10%

294

Inc.

1

5

5

Kleinschalige opvanglocaties

2.860

15%

429

Inc.

1,5

5

8

100

70%

70

Inc.

5

2

10

Ontsluitingsweg Kolenbranderweg Diverse programma’s Calamiteiten

500

30%

150

Inc.

2

4

8

Juridische claims

1.500

50%

750

Inc.

3

5

15

Verbonden partijen

1.000

50%

500

Str.

3

5

15

Garantstellingen

609

10%

61

Inc.

1

5

5

Wachtgeldverplichtingen

333

30%

100

Inc.

2

3

6

Voorziening wethouderspensioenen

600

30%

180

Inc.

2

5

10

Hogere kosten aanbestedingen

250

70%

175

Str.

4

3

12

Schommelingen in de conjunctuur

1.000

50%

500

Inc.

3

5

15

Benodigd weerstandsvermogen

5.244

Het benodigd weerstandsvermogen is berekend op € 5.244.000. Mocht bijvoorbeeld het risico van een cyberaanval zich voordoen, is het gevolg € 4.000.000 terwijl we voor dit risico maar 10% van dit bedrag aan benodigd weerstandsvermogen hebben opgenomen. De buffers zouden dan bij een ratio van 1 grotendeels dienen te worden ingezet. Om deze reden wordt met een ratio van 2 gerekend. Dat wil zeggen dat de buffers minimaal tweemaal zo hoog dienen te zijn dan het benodigd weerstandsvermogen. Om deze reden beklemmen we een deel van de algemene reserve. Dit deel kan dus niet voor andere doeleinden worden ingezet. In onderstaande tabel is weergegeven welk deel van de algemene reserve dient te worden beklemd bij een streefratio van 2 en een minimale ratio van 1,4. Te beklemmen algemene reserve Omschrijving

2025

2026

2027

2028

Totaal aan risico's

5.244

5.244

5.244

5.244

Benodigde weerstandscap. bij streefratio 2 (2 x risico's)

10.489

10.489

10.489

10.489

708

708

708

708

Onvoorzien + onbenutte belastingcapaciteit Te beklemmen algemene reserve (bij streefratio 2)

9.781

9.781

9.781

9.781

Te beklemmen algemene reserve (bij min. ratio 1,4)

6.634

6.634

6.634

6.634

We streven binnen gemeente Haaksbergen een ratio van boven de 2 na. Om te voorkomen dat de reserves regelmatig moeten worden aangevuld door fluctuaties in de beschikbare weerstandscapaciteit, hanteren we een ondergrens van 1,4. Bij een ratio van 1,4 bedraagt de weerstandscapaciteit 140% van de omvang van de ingeschatte risico’s. Indien de ratio onder de 1,4 komt, wordt een voorstel aan de raad voorgelegd over de wijze waarop de ratio weer op het gewenst niveau van boven de 2 wordt gebracht.

Programmabegroting 2025

71

Verdeling vrij besteedbare en beklemde algemene reserve bij ratio 2 Omschrijving

2025

2026

2027

2028

Te beklemmen algemene reserve

9.781

9.781

9.781

9.781

Vrij besteedbare algemene reserve

6.584

3.657

1.468

0

Totale Algemene reserve (31-12)

16.365

13.438

11.249

9.781

2026

2027

2028

Verdeling vrij besteedbare en beklemde algemene reserve bij ratio 1,4 Omschrijving

2025

Te beklemmen algemene reserve

6.634

6.634

6.634

6.634

Vrij besteedbare algemene reserve

9.731

6.804

4.615

3.147

Totale Algemene reserve (31-12)

16.365

13.438

11.249

9.781

Uitval applicaties in verband met Cyberaanval (€ 400.000) Met de digitalisering van de samenleving neemt cybercrime een steeds grotere vlucht. Voorbeelden hiervan zijn het verspreiden van virussen en malware, maar ook bijvoorbeeld DDoS-aanvallen, waarbij systemen slecht of helemaal niet meer bereikbaar zijn voor medewerkers of klanten. Uit internationaal onderzoek onder 550 organisaties kwam eerder dit jaar naar voren, dat in 2022 83% van de organisaties wereldwijd hiermee te maken heeft gehad. De kosten bedroegen gemiddeld zo’n € 4.200.000. Dat is vergelijkbaar met de schade die de gemeente Hof van Twente heeft geleden bij de hack in 2020, namelijk circa € 4.000.000. Op basis van dit internationale onderzoek en de ervaring bij de gemeente Hof van Twente voeren we een financieel gevolg van € 4.000.000 op. Een cybercrime-incident van enige omvang brengt direct hoge schade met zich mee. Deels om schade te herstellen (waarvoor dure specialisten nodig zijn), maar zeker ook vanwege de (forensische) onderzoeken die moeten worden uitgevoerd, om vast te stellen wat er is gebeurd en uit te sluiten dat de aanval voortduurt. Met het uitplaatsen van IT naar Hengelo (in 2022) zijn onze systemen beter beveiligd. De kans van optreden wordt ingeschat op 10%. Het risico op cybercrime laat zich nooit voor 100% uitsluiten.

Stijgende rente (€ 120.000) Voor nieuw af te sluiten langlopende leningen in de komende jaren rekenen we met een te betalen rentepercentage van 4%. Het is mogelijk dat het rentepercentage voor onderhandse leningen in de komende jaren fors gaat stijgen. Indien deze rente meerdere jaren op 6% zou staan, zou dat € 400.000 aan extra rentekosten kunnen betekenen. De kans van optreden wordt ingeschat op 30%. Zwembad de Wilder (€ 125.000) In de Begroting 2024-2027 heeft de raad besloten zwembad De Wilder gedurende twee jaar na afloop van het huidige contract, in stand te houden. Op 29 mei 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het verhogen van de subsidie aan Optisport voor de periode 2025-2027 en ingestemd met de zogenaamde openboek variant, waarbij de winsten en verliezen voor rekening van de gemeente komen. Dit besluit brengt echter een aantal financiële onzekerheden met zich mee: 1. Optisport heeft tot en met 2027 wel onderhoudskosten begroot. Het is echter onzeker of dit voldoende is, omdat het onderhoud in de voorgaande jaren gericht is geweest op instandhouding van het zwembad tot 1 mei 2025. Welk aanvullend onderhoud nodig is om het zwembad open te houden tot 1 mei 2027, is nog niet duidelijk. 2. De fluctuerende energieprijzen hebben de afgelopen jaren geleid tot flink hogere energiekosten. Deze kosten zijn de afgelopen twee jaar via een speciale Spuk MEOZ gecompenseerd.

Onduidelijk is of er ook voor de komende jaren een dergelijke compensatieregeling komt.

Programmabegroting 2025

72

3. De mogelijkheid bestaat dat de bezoekersaantallen nog verder teruglopen als er geen duidelijkheid is over wat er met het zwembad gaat gebeuren op de langere termijn. Dit betekent dan lagere inkomsten. Gezien bovenstaande wordt een bedrag van € 250.000 als risico opgenomen voor de periode 2025-2027. De kans van optreden is 50%. Vertragend effect BUIG inkomsten (€ 150.000) De hoogte van het Inkomensdeel (BUIG) is van veel factoren afhankelijk. Hierdoor dragen gemeenten een financieel risico met betrekking tot de resultaten op het onderdeel bijstand. Het aantal bijstandscliënten is in 2024 verder gestegen, de verwachting is dat dit aantal de komende jaren blijft stijgen. De systematiek achter de Rijksbijdrage heeft een vertragend effect, dit maakt dat achteraf een tekort mogelijk is en dat nemen we mee als risico. Wanneer de gemeente in de pas loopt met de landelijke trends is het risico kleiner, de kans van optreden van dit risico schatten wij op 50%. Aantallen Wmo-ondersteuningstrajecten en Jeugdhulptrajecten onzeker (€ 450.000) De gemeente is verantwoordelijk voor alle vormen van Wmo en Jeugdhulp. Wij monitoren de instroom in Wmo en Jeugdhulp en het gebruik van individuele vormen nauwlettend (zowel zorg in natura (ZIN) als persoonsgebonden budget (PGB)). Wij zijn steeds beter in staat een schatting te maken van het zorggebruik.

Voor Wmo en jeugd zijn we in de Begroting 2025 uitgegaan van de geconstateerde ontwikkeling in het werkelijk aantal cliënten en de gerealiseerde kosten over 2022, 2023 en over het eerste halfjaar van 2024. Per 1 januari 2025 gaan we, voor zowel Wmo als Jeugdhulp, werken op basis van de nieuwe inkoop. De financiële impact van de inkoop is, vooral voor jeugdhulp (vanwege het grote aantal veranderingen ten opzichte van de vorige inkoop) lastig in te schatten. Hoewel er een prognose is gemaakt, wordt niet eerder dan in de loop van 2025 duidelijk wat de werkelijke financiële impact van de inkoop is. Er is daarom een risico dat de kosten hoger uitvallen dan begroot. Daarnaast bestaat er een risico dat het zorglandschap niet compleet is. Als dat het geval is, wordt de inkoop begin 2025 weer open gezet. Dat betekent echter wel dat mogelijk (tijdelijk) niet voor alle cliënten de juiste jeugdhulp of ondersteuning kan worden ingezet. Er zal dan andere, mogelijk duurdere, jeugdhulp en ondersteuning moeten worden ingezet. Ook hierdoor kunnen de kosten hoger uitvallen dan begroot. We hebben in 2023 en 2024 verder gezien dat er vanuit de groep Oekraïners, die in Haaksbergen wordt opgevangen, een beperkt beroep op jeugdzorg is gedaan. We kunnen ons voorstellen dat met het voortschrijden van de tijd en de oorlog in Oekraïne, dit beroep groter zal worden.

Ook houden wij rekening met een mogelijk groter beroep op (jeugd)zorg vanuit de toenemende groep inburgeraars, die wij moeten huisvesten (waarvan sommigen een trauma hebben opgelopen, vanwege vertrek uit oorlogsgebied of gebeurtenissen tijdens hun reis naar Nederland). Er blijft daarom een kans op het moeten leveren van meer en/of duurdere zorgtrajecten dan in de begroting is opgenomen. Onzekerheden Sociaal Domein (€ 403.000) Sinds de decentralisaties in 2015 plaatsvonden, is het niet rustig geweest in het Sociaal Domein. Na de transitie, waarbij de gemeenten met (te) weinig middelen een organisatie dienden op te bouwen voor nieuwe en andere taken dan zij gewend waren te hebben, volgde de transformatie waarbij de gemeenten een grote urgentie voelden zaken anders, beter en goedkoper, uit te voeren. De transformatie is nog steeds gaande. Als stelselverantwoordelijke bemoeit het Rijk zich hier echter steeds nadrukkelijker mee, bijvoorbeeld via de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, maar ook via de door het Rijk geïnitieerde ombouw van grote verblijfsvoorzieningen naar veel kleinschaligere verblijfsvoorzieningen. Bij de Wmo werd de bemoeienis van het Rijk onder meer zichtbaar door

Programmabegroting 2025

73

de invoering en inmiddels weer voorgenomen afschaffing van het abonnementstarief. De (financiële) gevolgen hiervan voor onze gemeente zijn niet bekend en vormen een risico. De laatste paar jaar zien we verder dat, vooral de grote gespecialiseerde, (systeem)aanbieders, vooral op het gebied van jeugdhulp, steeds meer moeite hebben financieel rond te komen en tegelijkertijd in toenemende mate (grote) problemen hebben voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Gemeenten zien deze problemen en willen de aanbieders (financieel) tegemoetkomen, maar hebben te maken met dezelfde problemen. De zorg voor onze (jeugdige) inwoners moet echter doorgaan. Dit kan betekenen dat gemeenten, om de zorg overeind te houden, aanbieders extra moeten ondersteunen. Onduidelijk is of gemeenten hiervoor door het Rijk gecompenseerd worden. We nemen een risico op van € 403.000 (70% van € 575.000). Milieu verontreiniging (€ 150.000) De gemeente loopt een financieel risico bij verspreiding van gevaarlijke stoffen op gemeentelijk grondgebied, waarbij enige spoed noodzakelijk is. Voorbeelden zijn: het vrijkomen van asbest bij brand en grondverontreiniging bij het dumpen van drugsafval. Het risico op het dumpen van drugsafval en de bijbehorende saneringskosten is groter geworden. Vastgestelde grondexploitaties (€ 238.000) Voor de vastgestelde grondexploitaties wordt een risico opgenomen van € 476.000.

De kans van optreden is 50%. Een nadere onderbouwing van dit bedrag is opgenomen in de paragraaf grondbeleid. Nog niet vastgestelde grondexploitaties (€ 294.000) Haaksbergen is bezig met de ontwikkeling van bouwen aan de randen. Hiervoor heeft de gemeenteraad een krediet van € 3.500.000 beschikbaar gesteld om gronden te kunnen kopen. Op dit moment is voor bouwen aan de randen nog geen grondexploitatie geopend. Dat kan op pas op een later moment (als er zicht is op realisatie). Als er niks ontwikkeld wordt op deze locaties en we deze grond ook niet kunnen inzetten als ruilgrond voor andere locaties, kunnen we deze grond in het slechtste scenario weer verkopen voor agrarische waarde (€ 8/m2). Dit levert een totale opbrengst op van € 560.000. We hebben dan dus een verlies van € 2.940.000. De kans van optreden is 10%. Kleinschalige opvanglocaties (€ 429.000) Op 14 april 2024 heeft de raad besloten een krediet ter beschikking te stellen van € 3.000.000 voor het realiseren van kleinschalige opvanglocaties. In het betreffende raadsvoorstel is aangegeven dat de bestemmingsreserve ontheemden wordt aangewend als risicodekking, om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. In het raadsbesluit van 5 juli 2023 (Jaarstukken 2022) is aangegeven dat de betreffende bestemmingsreserve per 31-12-2024 komt te vervallen ten gunste van de algemene reserve.

Nu er geen bestemmingsreserve meer is om risico’s betreffende kleinschalige opvang op te kunnen vangen, is dit risico aan de risicoparagraaf toegevoegd. Het risico is dat wij inkomsten ontvangen voor het opvangen van de ontheemden ter dekking van de kosten. Deze inkomsten kunnen door een besluit van het Rijk ineens wegvallen, maar dan lopen bepaalde kosten zoals kapitaallasten en verwijderingskosten wel door. Ontsluitingsweg Kolenbranderweg (€ 70.000) De gemeente is ingevolge een koopovereenkomst een bedrag van € 100.000 verschuldigd, indien het niet binnen een termijn van 5 jaren na ondertekening een ontsluitingsweg naar de Kolenbranderweg realiseert. Dat heeft tot gevolg dat de gemeente op 26 oktober 2025 een bedrag van € 100.000 is verschuldigd, indien de ontsluitingsweg niet is gerealiseerd. Calamiteiten (€ 150.000)

Programmabegroting 2025

74

Diverse risico’s ten aanzien van o.a. ongevallen, natuurrampen, storm- en elektriciteitsschade, storingen en ziektes, waarvoor wij niet zijn verzekerd. Juridische claims (€ 750.000) Wij worden in sommige kwesties gedagvaard tot schadeloosstelling. Als de schadeloos-stelling door de rechter toegekend wordt, komt een deel hiervan voor onze rekening. Niet alles valt onder de dekking van onze aansprakelijkheidspolis. Daarom nemen wij een bedrag als risico op. Op dit moment zijn er geen juridische claims met een omvang zoals die nu is opgenomen, maar in de bedrijfsuitvoering van een gemeente is het niet uit te sluiten dat er juridische claims worden ingediend. Daarbij is het niet altijd mogelijk hangende een procedure inhoudelijk en financieel op een individuele zaak in te gaan in de paragraaf risicobeheersing of in andere openbare documenten. Mocht er in de toekomst een grote schadeclaim ontstaan, zullen wij de raad uiteraard informeren binnen de mogelijkheden die er op dat moment zijn (rekening houdend met privacygevoelige informatie en de rechtspositie van de gemeente). Verbonden partijen (€ 500.000) Betreft het risico van alle verbonden partijen tezamen. In de paragraaf Verbonden partijen wordt hierover meer informatie gegeven.

Garantstellingen (€ 61.000) De gemeente Haaksbergen heeft garanties afgegeven op leningen, die zijn aangetrokken door instellingen met een maatschappelijk nut zoals sportverenigingen. Er zijn een aantal zekerheden door de instellingen afgegeven, toch blijft er een financieel risico bestaan. Bij sportverenigingen wordt er vaak in samenwerking met het Waarborgfonds Sport (WFS) een garantstelling afgegeven. In het hierna opgenomen overzicht staan alle leningen vermeld, waar de gemeente (deels) garant voor staat. Bij alle genoemde instellingen worden jaarlijks de jaarrekeningen beoordeeld. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat er bij één van de afgegeven garanties grote risico’s worden gelopen. Staat van gegarandeerde geldleningen

Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8

Naam van de geldnemer St. gem. huis St. Isidorushoeve St. Accommodatie Buurse Haaksbergse schutterij Stichting APH (HSC) SV Bon Boys HHC Haackey Museum Buurtspoorweg Tennis & Padel Veldmaat Totaal aan garantstellingen

(bedragen afgerond in euro’s) Restant Door gemeente leningen gewaarborgd Toelichting 13.000 13.000 Via BNG 61.000 61.000 Via BNG 50.000 25.000 50% met WFS 108.000 108.000 Via BNG 128.000 64.000 50% met WFS 189.000 95.000 50% met WFS 350.000 175.000 Via BNG 135.000 67.500 50% met WFS 1.034.000 608.500

Wachtgeldverplichting (€ 100.000) Een huidige wethouder kan uitvallen of zijn functie beëindigen, waarbij hij recht houdt op wachtgeld. Ervan uitgaande dat er geen verplichtingen ontstaan bij alle drie de wethouders, maar bij één, nemen we € 100.000 op als risico. Voorziening wethouderpensioenen (€ 180.000) Vanwege het stijgen van de rekenrente is er vorig jaar € 600.000 vrijgevallen uit de voorziening wethouderpensioenen. Het risico bestaat dat als de rekenrente daalt, we ten laste van de Programmabegroting 2025

75

algemene middelen weer moeten bijstorten. Vanwege de actuele renteontwikkelingen wordt het risico momenteel laag ingeschat. We nemen een risico op van € 180.000 (30% van € 600.000). Hogere kosten aanbestedingen (€ 175.000) Door marktwerking en wisselende vraag en aanbod is op voorhand niet in alle gevallen goed in te schatten, wat de kosten bij aanbestedingen gaan worden. Hierdoor ontstaat het risico dat kosten hoger uitvallen, dan vooraf is ingeschat. Bij kredieten gaat het dan om hogere structurele kapitaallasten. Bij de dienstverlening gaat het om hogere structurele bijdragen. Schommelingen in de conjunctuur (€ 500.000) Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden. Ratio weerstandsvermogen In 2025 hebben wij een beschikbare weerstandscapaciteit van € 17.073.000. De ratio voor 2025 (excl. bestemmingsreserves) komt daarmee uit op 3,3. Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigd weerstandsvermogen

=

17.073

=

3,3

5.244

Bij non-profit organisaties wordt vaak de volgende waarderingstabel gebruikt voor classificatie van het weerstandsvermogen: Waarderingscijfer A B C

Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E F

0,6 – 0,8 < 0,6

Onvoldoende Ruim onvoldoende

Ons weerstandsvermogen wordt als ‘uitstekend’ geclassificeerd. Indien we de bestemmingsreserves meenemen in de berekening van de ratio, komen we uit op een ratio van 4,1. Kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ,in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen, een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt, om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd.

Programmabegroting 2025

76

Overzicht kengetallen Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Netto schuldquote

28%

60%

56%

56%

50%

53%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

23%

55%

51%

52%

47%

49%

Solvabiliteitsratio

28%

22%

25%

22%

21%

19%

Kengetal grondexploitatie

1%

1%

1%

0%

0%

0%

Kengetal structurele exploitatieruimte

5%

3%

3%

-2%

-2%

-2%

Kengetal lokale lasten

109%

109%

108%

108%

108%

108%

Kengetallen

Algeheel oordeel Kengetal 1. Netto schuldquote 2. Solvabiliteit 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Lokale lasten

oordeel voldoende voldoende voldoende voldoende voldoende

ontwikkeling blijft voldoende wordt matig in 2026 blijft voldoende wordt onvoldoende in 2026 blijft voldoende

Als we de ratio weerstandsvermogen en de bovenstaande kengetallen in samenhang beschouwen, constateren we dat alle ratio’s in 2025 voldoende zijn. In 2026 zullen een aantal ratio’s echter verslechteren. Netto schuldquote De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. De VNG hanteert een norm van 100%. Dus wanneer de totale schuld lager is dan de jaaromzet, wordt dit als voldoende bestempeld. Tussen 100% en 130% is matig en een percentage boven de 130% is onvoldoende. Onze netto schuldquote is met 56% voldoende. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Van de langlopende leningen is voor een bedrag van ongeveer € 3.800.000 doorgeleend. Het betreft voornamelijk hypotheekleningen aan eigen personeel en doorgeleende gelden aan de Stichting Groot Scholtenhagen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen komt uit op 51% en is volgens de gestelde norm voldoende. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Dit geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder we zijn. Onze norm is een solvabiliteit van minimaal 20%. Dit wordt ook door de VNG geadviseerd.

Een solvabiliteit kleiner dan 20% is onvoldoende, boven de 25% is voldoende. Onze solvabiliteit komt in 2025 uit op 25% en is daarmee voldoende. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal grondexploitatie komt uit op 1%. De norm is een ratio van maximaal 25%. Onze ratio is dus voldoende.

Programmabegroting 2025

77

Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan, of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wij hanteren de norm van 0,5% van het begrotingstotaal. Dit percentage sluit aan bij de norm die wordt gehanteerd voor artikel 12-gemeenten. Indien de structurele exploitatieruimte ligt tussen de 0% en 0,5% van het begrotingstotaal, wordt dit bestempeld als matig. Een ratio kleiner dan 0% is onvoldoende. Onze structurele exploitatieruimte komt in 2025 uit op 2,8% en is daarmee voldoende. Lokale lasten De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Wij hanteren de norm van maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde. Wij komen voor de totale woonlasten in 2025 uit op 7,6% boven het landelijk gemiddelde (voldoende). In de paragraaf lokale heffingen vindt u verdere informatie over dit onderwerp.

Programmabegroting 2025

78

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. In deze paragraaf zijn de volgende kapitaalgoederen opgenomen: - openbare verlichting: verlichtingsarmaturen, lichtmasten, elektrische installatie en netwerken. - wegen: alle verharding, inclusief bruggen, viaducten en dergelijke civieltechnische constructies. - begraafplaatsen: onderhoud van twee begraafplaatsen. - openbaar groen: plantsoenen, bomen, bossen en natuurterreinen. - riolering: riolen, putten, drukriolen, etc. - water: vijvers, duikers, brandkranen, sloten en wadi’s. - speelvoorzieningen: speelplekken, trapvelden en basketbalvelden. - gebouwen: in eigendom van de gemeente zoals theater, gemeentehuis, sporthallen en gymzaal. - buitenkunstwerken: kunstobjecten in eigendom van de gemeente. Achterstanden in het onderhoud kunnen, naast kapitaalvernietiging (waardoor onvermijdelijk herstel op een later moment duurder wordt), in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren. In onderstaande tabellen is te zien welke (beleids)kaders voor de diverse kapitaalgoederen zijn vastgesteld en welke kosten geraamd zijn voor onderhoud van het betreffende kapitaalgoed.

Overzicht beleidsplannen voor begrotingsjaar 2025

Soort kapitaalgoed Beleidskader Vastgesteld Openbare verlichting Beleidsplan Openbare Verlichting 2017-2026 2016 Wegen Beleidsplan Wegbeheer 2021 Begraafplaatsen Landelijk beleid 2021 * Groen Groenvisie 2012 Riolering Water en Rioleringsprogramma 2025-2030* 2024 Water Waterplan 2004 Speelvoorzieningen Haaksbergen speelt verder* 2009 Gebouwen Vastgoedbeleid 2010 Buitenkunstwerken Kunstbeleid 2018 • Tijdens het schrijven van deze begroting, was nieuw beleid nog in voorbereiding

Looptijd t/m 2026 2025 2036 2021 2030 2025 2022 2021

Programmabegroting 2025

79

Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2024

Beheerplannen

Openbare verlichting Wegen Begraafplaatsen Openbaar groen (Groenvisie) Riolering (WRP) Water (Waterplan) Speelvoorzieningen Gebouwen (meerjarenonderhoudsplan) Kunstwerken

Door het college vastgesteld 2016 2021 2012 2024 2004 2013 2014

Looptijd t/m

Achterstallig onderhoud

2026 2025 2021 2030 2025 2022 2024

Financiële vertaling in de begroting ja ja ja ja ja ja ja

2016

2019

ja

ja

ja nee ja ja nee nee nee nee

(bedrag x € 1.000)

Overzicht meerjarig onderhoudsbudget

Onderdeel

2025

2026

2027

2028

Openbare verlichting Wegen Begraafplaatsen Openbaar groen Riolering en water (WRP) Speelvoorzieningen Gebouwen Kunstwerken Totaal

266 3.174 240 1.485 2.946 54 363 20 8.548

298 3.050 256 1.335 2.940 54 363 20 8.316

328 3.100 254 1.335 2.933 53 363 20 8.386

358 3.015 251 1.335 2.926 53 363 20 8.321

Bij het beheer van de openbare ruimte maakt de gemeente gebruik van het geautomatiseerd beheersysteem GBI (Geïntegreerd Beheer Informatiesysteem). De onderhoudswerkzaamheden van de verschillende disciplines worden in de uitvoering integraal afgestemd. Ook in 2025 wordt gewerkt aan het op orde brengen van de gegevens en het aansluiten op de basisregistratie, zodat we beschikken over een goede basis voor nieuwe onderhoudsbestekken. Wegen In de nota Beleidsplan Wegbeheer is ervoor gekozen binnen de gemeente verschillende onderhoudsniveaus te hanteren. In 2025 wordt het centrum op niveau A onderhouden, de woonwijken, bedrijventerreinen en het buitengebied op niveau B. Alle asfaltverhardingen blijven op niveau B. Om te zorgen dat onze wettelijke zorgplicht niet in gevaar komt, blijven we jaarlijks de onderhoudstoestand monitoren. Op basis van actuele inspecties wordt besloten of het beleid moet worden bijgesteld of dat getemporiseerd moet worden. Openbaar groen In de Groenvisie is ervoor gekozen binnen de gemeente verschillende onderhoudsniveaus te hanteren. Vanaf 2020 geldt in het centrum niveau B en voor overige locaties niveau C. Dit leidt tot meer achterstallig onderhoud en uiteindelijk kapitaalvernietiging. Hoewel steeds meer inwoners plantsoenen van de gemeente adopteren, blijft het onderhoudsbudget krap.

Om de biodiversiteit te bevorderen, worden de grootste stukken gazon, die geen officieel trapveld of hondenlosloopgebied zijn, nog maar twee keer per jaar gemaaid. Voor de renovatie van plantsoenen is structureel budget in de begroting opgenomen, maar het budget is te krap om de totale behoefte aan groot onderhoud in te kunnen lopen. Daarbij komt dat de droogte van de afgelopen jaren heeft gezorgd voor veel schade aan heestervakken en bomen. Een deel van het renovatiebudget wordt de komende jaren ingezet

Programmabegroting 2025

80

om deze droogteschade te bekostigen. Het inlopen van achterstallig onderhoud aan plantsoenen vergt hierdoor meer tijd. Bij het beheer van bomen wordt volgens de principes van Strategisch Bomenbeheer gewerkt, waarbij het planmatig onderhoud van de bomen geoptimaliseerd wordt. Jaarlijks wordt 1/3 van ons bomenbestand periodiek gecontroleerd op veiligheid en onderhoudsbehoefte (BVO). De verkoop van snippergroen wordt in 2025 voortgezet en zal inkomsten opleveren. Begraafplaatsen Om meer inkomsten en een betere kostendekking te realiseren is er beleid ontwikkeld voor de begraafplaatsen. Conform dit beleid bieden we meer keuzemogelijkheden voor begraven en asbestemming, waardoor onze begraafplaatsen aantrekkelijker worden. We voeren enkele investeringen uit. Zo is de natuurbegraafplaats in het najaar 2023 in gebruik genomen en wordt de huidige locatie voor asbestemming opgeknapt. Verder komen er mogelijkheden voor asbestemming op de oude begraafplaats aan de Enschedesestraat. Om de basis op orde te brengen is software aangeschaft voor onze gravenadministratie. Bij toekomstbestendig beheer hoort een actuele gravenadministratie, zodat we de komende jaren inkomsten kunnen blijven genereren door het verlengen van grafrechten. Momenteel is er op het Waarveld een behoefte voor groot onderhoud aan de halfverharding op de drie in gebruik zijnde grafvelden.

Riolering Mede door visuele inspecties van de riolering wordt de actuele onderhoudsbehoefte van het rioleringsstelsel bepaald en het onderhoudsprogramma eventueel bijgesteld. Het softwarepakket Rasmariant helpt bij het bepalen van de onderhoudsbehoefte. In 2025 werken we verder aan de optimalisatie van het systeem. Hiermee stemmen we de theorie en praktijk rond risicogestuurd beheer nog beter op elkaar af. Speelvoorzieningen Met het door de raad in januari 2024 beschikbaar gestelde krediet van € 200.000 worden momenteel speelplekken gerenoveerd. Op basis van de kosten van de tot nu gerenoveerde speelplekken kunnen met het krediet naar verwachting 10 tot 11 plekken worden gerenoveerd. Met een structureel bedrag van € 40.000 per jaar kan het wegwerken van de achterstand in de noodzakelijke renovatie van speelplekken enigszins worden voortgezet. Gebouwen Voor de gebouwen die wij in eigendom willen behouden, bekijken wij jaarlijks aan de hand van de meerjarenonderhoudsplanning, welke onderhoudswerkzaamheden daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd en welke kosten dit met zich meebrengt. Voor de gebouwen die wij willen afstoten, voeren wij alleen die onderhoudswerkzaamheden uit, welke noodzakelijk zijn om het gebouw in stand te houden. Het onderhoud voor deze panden voeren wij dus niet uit conform een actuele meerjarenonderhoudsplanning.

Groot onderhoud betalen we uit de voorziening groot onderhoud gemeentelijke panden. Voor dagelijks en contractonderhoud zijn bedragen geraamd in de begroting (vastgoedexploitatie). Kunstwerken De gemeente heeft het beheer en onderhoud van de eigen buitenkunstwerken in 2019 overgedragen aan de Stichting Beeldende Kunst Haaksbergen. De afspraken hierover staan in een zogeheten dienstverleningsovereenkomst. Financiële consequenties De kosten voor 2025 per kapitaalgoed zijn in bovenstaande overzichten weergegeven.

Programmabegroting 2025

81

Paragraaf Financiering In deze paragraaf worden de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Er wordt gebruik gemaakt van de kaders die in de financiële verordening staan, gebaseerd op de Wet Fido (Financiering decentrale overheden). Financiering en schuldpositie De verwachting is dat we in 2025 geen nieuwe langlopende leningen hoeven af te sluiten. Met het saldo op de schatkistrekening kunnen we de liquiditeitenstromen opvangen. In 2025 verwachten we € 200.000 aan rente te gaan ontvangen op het saldo op de schatkistrekening. In 2025 lossen we ongeveer € 0,9 miljoen af op onze langlopende leningen. Voor toekomstig af te sluiten leningen vanaf 2026 rekenen we met een rentepercentage van 4%. Ontwikkeling langlopende leningen 2022-2028 (stand per 31-12; bedragen * € 1 mln.) jaar Leningen

2022 32,6

2023 31,7

2024 26,8

2025 25,9

2026 27,0

2027 31,1

2028 30,2

Overzicht leningenportefeuille Lening nr.

Opmerkingen

looptijd

restantbedrag rente % per 1-1-2025

rente

restantbedrag per 31-12-2025

aflossing

188

2026

4,21%

6.000.000

252.600

0

6.000.000

189

2036

4,80%

10.752.945

494.591

896.079

9.856.867

305

2028

1,22%

5.000.000

60.750

0

5.000.000

306

2029

0,62%

5.000.000

30.950

0

5.000.000

26.752.945

838.891

896.079

25.856.867

5,55%

78.300

4.120

4.600

73.700

Totaal rubriek b: doorgesluisde geldleningen

78.300

4.120

4.600

73.700

26.831.245

843.011

900.679

25.930.567

Total rubriek a: geldleningen 174

Scholtenhagen

Totaal alle geldleningen

2041

Van de langlopende leningen is voor een bedrag van ongeveer € 3.800.000 doorgeleend. Het betreft voornamelijk hypotheekleningen aan eigen personeel. Kredietenlijst In onderstaand overzicht zijn alle nog niet geautoriseerde geplande investeringen voor de komende jaren opgenomen. We hebben tevens de jaarlijks terugkerende vervangingen in beeld gebracht. In de (meerjaren) begroting is rekening gehouden met de kapitaallasten van al deze geplande investeringen. In de Begroting 2025 worden de kredieten van de jaarschijf 2025 vastgesteld. Kredieten vanaf 2026 zijn alleen voor het meerjarenperspectief. Programmabegroting 2025

82

(bedragen x € 1.000)

Kredietenlijst Nr. a b c d e f g

Overzicht nieuwe kredieten Vervanging verouderde openbare verlichting Krediet I&A Riolering: Centrum Veldmaat Riolering: Riolering Industriestraat en omstreken Riolering: Veldmaat bomenbuurt (Berk) Riolering: Gemalen Investeringen natuurbegraven Totaal

2025 400 215 670 1.200 835 160 150 3.630

2026 400 215

2027 400 215

615

615

2028 0 215

215

a. Vervanging verouderde openbare verlichting Op basis van het areaalbestand (energie slurpende lampen) voor de openbare verlichting en de leeftijd van materialen moet er de komende jaren geïnvesteerd worden in het vervangen van openbare verlichting. Met name de verouderde SOX verlichting (oranje kleur) dient vervangen te worden door energiezuinige ledverlichting. b. Krediet I&A Er wordt er een jaarlijks krediet van € 215.000 begroot voor de aanschaf van nieuwe hardware en software. c. t/m f. Kredieten riolering Het betreft hier diverse vervangingen en reconstructies overeenkomstig het nieuwe rioleringsplan “WRP 2025-2030”. Zodra het krediet is afgewikkeld, wordt deze ten laste gebracht van de voorziening riolering. Dit krediet heeft dus geen invloed op het begrotingssaldo. g. Investeringen natuurbegraven Natuurbegraven is een trend. Op Begraaf- en Gedenkpark Het Waarveld is qua ruimte capaciteit om hiervoor twee extra velden inclusief ceremonieruimte in te richten. Daarnaast worden enkele plekken in het bos voorzien van asbestemmingen. Dit zorgt al met al voor meer keuzemogelijkheden. Vergroting van het areaal van de natuurbegraafplaats vraagt een eenmalige investering. Deze investering zorgt voor structurele inkomsten en levert op termijn extra legesinkomsten op. Zonder deze investering lopen de aantallen natuurbegravingen en daarmee de inkomsten terug.

Kasgeldlimiet Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt er zogenaamd kort geld (kasgeldleningen) aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan één jaar. De hoofdlijn van de financierings-strategie is dat maximaal kortlopend wordt gefinancierd binnen de grenzen van de Wet Fido. In de Wet Financiering decentrale overheden (hierna: Fido) is bepaald dat de gemeente gemiddeld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal van de lasten aan kortlopende schulden mag hebben. In 2025 zullen we naar verwachting nauwelijks behoefte hebben aan kasgeldleningen. (bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet (x € 1.000) 1. Begrotingstotaal 2. Vastgesteld percentage 3. Kasgeldlimiet (1. x 2.)

2025 83.838 8,50% 7.126

2026 84.595 8,50% 7.191

2027 85.569 8,50% 7.273

2028 81.227 8,50% 6.904

Renterisiconorm Vanuit de Wet Fido moeten we rapporteren over de renterisiconorm. Deze norm geeft een kader voor de spreiding van de looptijden in de leningenportefeuille. Volgens de renterisiconorm mag in elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal van de lasten geherfinancierd worden.

Programmabegroting 2025

83

Op die manier worden de renterisico’s op de vaste schulden over de jaren gespreid. Uit onderstaande tabel blijkt dat de norm in de jaren 2025 t/m 2028 niet wordt overschreden. (bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling renterisiconorm en de ruimte in beeld Berekening renterisiconorm (x € 1.000) 1. Begrotingstotaal 2. Vastgesteld percentage 3. Renterisiconorm (1. x 2.) 4. Herfinanciering bestaande leningen 5. Ruimte onder renterisiconorm (3.-4.)

2025 83.838 20% 16.768 0 16.768

2026 84.595 20% 16.919 6.900 10.019

2027 85.569 20% 17.114 900 16.214

2028 81.227 20% 16.245 5.900 10.345

Renteschema Om inzicht te hebben in de renteberekening en de bepaling van het omslagpercentage is onderstaand renteschema opgenomen. Dit is overeenkomstig de BBV regels.

d1

Renteschema (bedragen *€ 1.000) De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Per saldo Saldo door te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen

d2

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

e f

Per saldo De aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op het taakveld treasury

a b c

843 -200 643 -49 0 -49 594 0 0 0 594 594 0

Als we de werkelijk toegerekende rente uit bovenstaand overzicht delen door het totaal aan investeringen per 1 januari 2025 komen we op een omslagpercentage van 1,18%. € 594.000 ----------------- x 100% = 1,18% € 50.410.000 Onze gemeente heeft geen renteresultaat begroot. Rentevisie De gemiddelde verwachting van vijf banken is dat de lange rente eind 2024 en in 2025 redelijk stabiel blijft. De korte rente kan met ongeveer 1% gaan dalen. In 2025 hoeven we geen langlopende lening af te sluiten is de verwachting. We hebben in 2025 ook vrijwel geen behoefte aan kort geld (kasgeldleningen). Risicobeheer Onder financiële risico’s worden zowel rente- als krediet-, liquiditeiten- en koersrisico’s verstaan. Een belangrijke eis uit de Wet Fido is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (verstandig) dient te zijn. Om de risico’s te beperken, hanteren we de volgende uitgangspunten: • Wij bezitten aandelenpakketten uitsluitend in het kader van de publieke taak.

Programmabegroting 2025

84

•

Er wordt zeer terughoudend omgegaan met het verstrekken van leningen. Er is momenteel alleen een lening verstrekt aan Stichting Groot Scholtenhagen. Sinds 2009 is het verstrekken van geldleningen aan gemeentepersoneel niet meer toegestaan. De portefeuille met personeelshypotheken wordt daarom steeds kleiner. Met garanties wordt terughoudend omgegaan. Alleen instellingen met een maatschappelijk nut kunnen in aanmerking komen voor een garantstelling. Vaak zijn dit sportverenigingen die een grote investering doen in een sportveld of gebouw. De risico’s die hieruit voortvloeien, zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen. Wij nemen een achtervangpositie in bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor verstrekte leningen aan corporaties. De risico’s hiervan zijn ingeschat op nihil, aangezien er momenteel geen aanwijzingen zijn dat het WSW niet aan haar garantieverplichtingen kan voldoen en de gemeente aanspreekt op haar achtervangpositie. Wij maken geen gebruik van derivaten.

• •

•

•

Aandelen Wij hebben van een aantal nutsbedrijven aandelen in bezit. Deze zijn uit hoofde van de publieke taak aangetrokken. De aandelen zijn tegen de aankoopprijs gewaardeerd, in overeenstemming met de BBV. De geschatte marktwaarde is het totale eigen vermogen van een bedrijf/het totaal aantal uitstaande aandelen x het aantal aandelen dat wij bezitten. Aankoopwaarde en de geschatte marktwaarde van onze aandelen (bedragen in €) Aandeel BNG Twence Crematoria Twente Enexis Twente Milieu

Aankoopwaarde 81.585 0 0 2.665 561.000

Geschatte marktwaarde 1.900.000 4.600.000 300.000 952.000 561.000

EMU-saldo Onderstaande tabel is een uitvloeisel van het bestuurlijk akkoord "Beheersen EMU-saldo lokale overheid", waarbij is afgesproken dat elke gemeente onderstaande tabel dient op te nemen in de begroting. (bedragen x € 1.000) Nr. 1 2 3 4 5

Berekening EMU-saldo / liquiditeitsprognose Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves -/- Mutatie (im)materiële vaste activa +/+ Mutatie voorzieningen -/- Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo

2025 217 2.601 -4.234 -473

2026 -1.901 12.162 764 -84

2027 -1.980 -2.110 946 -340

0

0

0

-6.145

-13.215

1.416

Programmabegroting 2025

85

Paragraaf Bedrijfsvoering In deze paragraaf geven we inzicht in de bedrijfsvoering van onze gemeentelijke organisatie. Hier worden alle relevante activiteiten genoemd aangaande de going concern van de bedrijfsvoering en de bedrijfsvoeringsprojecten. Projecten die onderdeel zijn van het meerjarig programma “Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling” zijn opgenomen in het centrale thema “Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling” en zijn in deze paragraaf niet nogmaals opgenomen. Personeel & Organisatie Wat willen we bereiken? We willen als gemeente Haaksbergen een aantrekkelijke werkgever zijn voor onze medewerkers. Nu en in de toekomst. De gemeente Haaksbergen is een lerende organisatie. We zorgen voor een prettige en gezonde werkomgeving, waar ontwikkeling en “learning on the job” centraal staat. We hebben aandacht voor onze medewerkers. We vinden het belangrijk dat we talent aantrekken, behouden, waarderen en ontwikkelen. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? Binden en boeien van medewerkers is belangrijker dan ooit. Arbeidsmarktkrapte en een toenemende werkdruk, zoals blijkt uit het MTO, vormen de basis voor uitdagend personeelsbeleid. We hebben het hierbij over verdere verbetering en versterking van de interne organisatie. Het MTO biedt inzicht in wat goed en beter kan, hoe de organisatie zich kan blijven ontwikkelen en wat medewerkers nodig hebben. We versterken de basis.

We bieden actuele en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden door een goede uitvoering van onze cao. Ook hebben wij aandacht voor opleiding van medewerkers. Regionale samenwerking binnen Twentse kracht vinden we belangrijk. We werken niet alleen samen op verzuim- en arbobeleid, maar ook op het gebied van recruitment, aanbesteding flexibele arbeid en strategische opgaven. We geven verder vorm aan ons recruitmentplan om de uitdagingen van de arbeidsmarkt-krapte aan te gaan. Arbeidsmarktcommunicatie is hier een onderdeel van. We zetten in op het vergroten van onze naamsbekendheid en verbeteren van ons imago als aantrekkelijke werkgever. We delen successen en zijn zichtbaar op social media. We zetten in op de onboarding van medewerkers. De medewerkers die worden aangetrokken, worden op een goede manier ontvangen en geïnformeerd vanuit onze organisatie. Ook investeren wij dit jaar extra in opleidingen van medewerkers. Wij hebben steeds vaker te maken met een tekort aan gekwalificeerd personeel. De aantoonbare vergrijzing van ons personeelsbestand in combinatie met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt vergroot het risico. Met extra investering in opleiding neemt de kwaliteit toe en blijven wij de medewerkers binden en boeien. We investeren in vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Dit doen we door het vormgeven en uitvoeren van vitaliteitsbeleid.

We zetten in op procesverbetering, het ontwikkelen van de capaciteitsmonitor, strategische personeelsplanning en HR-dashboards. Wij implementeren en evalueren een nieuwe uniforme gesprekscyclus om inzicht te krijgen in talenten, motivatie en ambities van medewerkers. Dit in relatie tot onze organisatiedoelstellingen. Integriteit wordt als thema binnen de teams behandeld. We dragen zorg voor een (fysiek) veilige en gezonde werkomgeving voor alle medewerkers. Er is aandacht voor sociale veiligheid. Het moderniseren en optimaliseren van werkplekken wordt in 2025 verder doorgezet. Deze werkplekken moeten bijdragen aan een prettige werkomgeving waarin optimaal kan worden samengewerkt. Programmabegroting 2025

86

We zetten in op kwaliteitsverbetering ten aanzien van verzuimbeleid. We zien vitaliteit en gezondheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid (arbodienst, medewerker, leidinggevende). We willen het ziekteverzuim minimaliseren. Hier gaat het over het eigen regie model en gedragsmodel. Formatie

Formatiehuis Bezetting Formatiehuis

Overig personeel

Formatie per 1-1-2024

154,13

137,80

9,71

Formatie per 1-1-2025

154,02

142,71*

16,49*

* peildatum 1 augustus 2024

In de tabel hierboven staan naast het formatiehuis en de daadwerkelijke bezetting van het formatiehuis ook de overige fte’s. De kolom “overig personeel” bestaat uit bovenformatieve medewerkers en ambtelijk personeel, die worden ingezet op projecten. De bovenstaande tabel laat een stijging van de daadwerkelijke bezetting ten opzichte van vorig jaar zien. Haaksbergen zit relatief laag in de bezetting per duizend inwoners in vergelijking met vergelijkbare gemeenten (20.000 tot 50.000 inwoners). De bezetting Haaksbergen betreft 5,9 fte (per duizend inwoners) terwijl de bezetting bij vergelijkbare gemeenten 7,3 fte (per duizend inwoners) betreft.

Personeelskosten

(bedragen x € 1.000)

Loonkosten

Begroot 2024

Begroot 2024 na wijzigingen

Mutatie 2024

Begroot 2025

1. Loonkosten formatie (incl. vacatures)

13.721

14.417

696

13.726

2. Loonkosten bovenformatieve medewerkers

52

52

0

52

3. Inhuur (boven formatie)

307

607

300

259

4. Detachering

-20

-20

0

-20

5. Voormalig personeel

127

127

0

127

Totaal

14.187

15.183

996

14.144

Prestatie-indicatoren Naam indicator

Eenheid

Stand Haaksbergen peildatum 30 aug 2024 (YF)

Gemiddelde van de

Gestelde norm

referentie gemeenten (2023)

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

6,32

7,3

*

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

6,14

Geen data

*

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

623

Geen data

*

Programmabegroting 2025

87

Externe inhuur**

23,5 % Kosten als % van totale loonsom + totale (2023 = 21,1%) kosten inhuur externen

18,8 %

*

Overhead

% van totale lasten

Geen data

*

14,09%

* Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt invulling gegeven op de momenten dat er beleidswijzigingen worden doorgevoerd. ** Wij huren externe medewerkers in vanwege de krappe arbeidsmarkt, het tekort aan gekwalificeerde medewerkers en om starters met beperkte (gemeentelijke) ervaring op te leiden. Externe inhuur biedt gemeente Haaksbergen de flexibiliteit om snel in te spelen op pieken in werkdruk en tijdelijke projecten. In onze systematiek is de mogelijkheid ingebouwd om op korte termijn inhuurcontracten te beëindigen met en opzegtermijn van een kalendermaand. Daarnaast kan het in het geval van kortdurende of specialistische opdrachten kostenefficiënter zijn om in te huren in plaats van personeel in dienst te nemen.

Informatiemanagement (IM) Wat willen we bereiken? Het informatiemanagement creëert het fundament voor onze dienstverlening aan onze samenleving, draagt bij aan het grip houden op processen en informatie en helpt in het efficiënt uitvoeren van onze taken op basis van snelle, betrouwbare en actuele informatievoorziening. In 2025 vervolgen we de ingeslagen koers om de basis op orde te brengen. Daarnaast richten we ons op het gebruik van vastgestelde KPI’s (kritieke prestatie-indicator) uit het IBT archief verbeterplan, om onze voortgang te meten en te optimaliseren. Ons doel is de professionalisering van de interne informatievoorziening ten behoeve van de verbetering van de dienstverlening aan de inwoner. Onder andere zien wij in 2025 toe op de verbetering van de volgende onderdelen: 1. Betere vindbaarheid van de informatie in het belang van de inwoner. Dit betreft voornamelijk a. de snelheid van de afhandeling van de klantvraag; b. de volledigheid én betrouwbaarheid van de dossiers; c. Woo aanvragen; d. het uitvoeren van onze taken op basis van betrouwbare en actuele informatievoorziening. 2. Focus op de kernactiviteiten van de gemeente voor de inwoner door a. de basis op orde op het gebied van informatievoorziening in de interne organisatie; b. cultuurverandering: afscheid nemen van het papieren tijdperk.

Wat gaan we daarvoor doen in 2025? Om bovenstaande doelstellingen te behalen, bouwen wij aan een stabiele organisatie en zoeken wij gericht regionale samenwerkingen op. Wij geven bijvoorbeeld vervolg aan de getekende samenwerkingsovereenkomst op gebied van IM met onze partner gemeente Hengelo. Concreet vertalen onze doelen ter verbetering van de dienstverlening zich naar volgende acties: 1. Professionalisering zaaksysteem; 2. Opleiden van onze collega’s op gebied van informatievoorziening (i-advies & archief); 3. Draagvlak creëren voor digitaal (en zaakgericht) te gaan werken; 4. IBT archief verbeterplan verder uitwerken en werkzaamheden afronden waar mogelijk (zoals goed ingericht SIO, vaststellen vervangingsbesluit, beleid toetsen en aanpassen aan de hedendaagse ontwikkelingen); 5. Verbouwing archief. Automatisering Zie paragraaf verbonden partijen met IT samenwerking gemeente Hengelo (link). Privacy Wat willen we bereiken? Privacy betekent dat mensen controle houden over hun persoonlijke gegevens: weten welke organisatie informatie verzamelt, wat ermee gebeurt, hoe lang het wordt bewaard en of het goed beveiligd is. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vormt hierbij het Programmabegroting 2025

88

uitgangspunt. Daarnaast is de Wet politiegegevens (Wpg) van toepassing, die sinds 2019 ook geldt voor onze buitengewone opsporingsambtenaren. We willen voldoen aan de AVG en Wpg. Wat gaan we ervoor doen in 2025? We hebben belangrijke stappen gezet in de verdere uitwerking en implementatie van de AVG en Wpg, met onder andere de aanstelling van een privacy officer (PO) naast de al bestaande functionaris gegevensbescherming (FG). In 2025 zullen we ons privacybeleid verder versterken en borgen binnen de gemeentelijke organisatie. We blijven onze medewerkers trainen met verplichte introductietrainingen en starten met een e-learning programma voor al onze medewerkers. Ook blijven we onze procedures en werkinstructies bijwerken en verbeteren. Om de naleving van de AVG en Wpg te waarborgen, zullen we regelmatige audits uitvoeren. In het bijzonder zal in 2025 de (vierjaarlijkse) verplichte audit in het kader van de Wpg plaatsvinden. In het verlengde hiervan zal extra aandacht worden geschonken aan logging en monitoring, risicomanagement en het opstellen van DPIA’s. Op deze wijze laten we zien hoe we invulling geven aan de verplichtingen op het gebied van de AVG en Wpg (accountability). Informatieveiligheid Wat willen we bereiken? We willen voldoen aan de Cyberbeveiligingswet (Cbw).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14635314/1