Overzicht zienswijzen en reactie DB (VRT)
Tekst van het document
Zienswijzen op ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling VRT Op 12 oktober 2023 stelde het algemeen bestuur de ontwerpregeling GR VRT vast. De colleges van de deelnemende gemeenten zijn gevraagd het ontwerp voor zienswijzen voor te leggen aan hun raad. De colleges zijn gevraagd om het dagelijks bestuur uiterlijk 9 januari 2024 te laten weten of hun raad zienswijzen heeft ingediend. De zienswijzen leiden tot een definitief ontwerp. Geen zienswijze De navolgende gemeenteraden hebben besloten geen zienswijze naar voren te brengen; Borne, Enschede, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden, Oldenzaal. Zienswijzen De gemeenteraden van Almelo, Dinkelland en Haaksbergen hebben een zienswijze naar voren gebracht. Bijgevoegd treft u deze aan. Almelo: De uittredingsregeling van artikel 33 tweede lid, van het ontwerpvoorstel, als volgt aan te passen: − Na ‘die direct of indirect met de toetreding/uittreding samenhangen’ toe te voegen ‘gedurende een periode van maximaal vijf jaar in beeld te brengen’; − De passage onder de eerste bulletpoint met de tekst ‘en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de toetreding/ uittreding ondervinden’ te schrappen; − Een derde bulletpoint toe te voegen met de volgende tekst: ‘Tevens bevat het (uittredings)plan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer’.
Voorstel: om de zienswijze op inhoud over te nemen. Reactie op de zienswijze; VRT is een verplichte gemeenschappelijke regeling voor de 14 gemeenten in de regio. Pas als de Wet veiligheidsregio’s wordt aangepast is toe- of uittreding mogelijk. Toe- en uittreding komt daardoor niet/ nauwelijks voor nu er geen mogelijkheid tot vrijwillige toe- of uittreding is. Toe-/ uittreding brengt kosten voor met zich mee en het is redelijk dat daar een bedrag tegenover staat: een toetreed- of uittredingssom om de schade die de toe-/uittreding veroorzaakt, te compenseren. Het is redelijk hiervoor een periode van maximaal 5 jaren hanteren. Het is ook vanzelfsprekend dat het toe-/uittredingsplan de gevolgen in beeld brengt voor alle betrokken partijen. De zinsnede ‘en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden’ kan vervallen. Deze zinsnede voegt op inhoud niet iets toe. Gelet op het vorenstaande wordt voorgesteld artikel 33 van de ontwerpregeling GR VRT als volgt aan te passen: WAS: Artikel 33 Toetreding en uittreding 1. Een deelnemende gemeente zal toetreden danwel uittreden bij wijziging van de regio-indeling als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2.
Na ontvangst van het besluit tot toetreding/uittreding worden door de gemeenten een in overleg met de toetredende danwel uittredende gemeente aan te wijzen onafhankelijke externe deskundigen, waarvan minimaal één financieel onderlegde deskundige en één juridisch onderlegde deskundige, opdracht verleend een plan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de toetreding/uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de toetredende/uittredende gemeente naar redelijkheid en billijkheid: • de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de toetreding/uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de toetreding/uittreding ondervinden; • aansprakelijk blijft voor alle schulden en de overige verplichtingen van het openbaar lichaam op het tijdstip van toetreden/uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen als bedoeld in artikel 29, in het laatste jaar van deelname, mits dit niet is verdisconteerd in het plan. 3. Het algemeen bestuur stelt het hierboven genoemde plan vast. De in het plan vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend.
Wordt: Artikel 33 Toetreding en uittreding 1. Een deelnemende gemeente zal toetreden danwel uittreden bij wijziging van de regio-indeling als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Na ontvangst van het besluit tot toetreding/uittreding worden door de gemeenten een in overleg met de toetredende danwel uittredende gemeente aan te wijzen onafhankelijke externe deskundigen, waarvan minimaal één financieel onderlegde deskundige en één juridisch onderlegde deskundige, opdracht verleend een plan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect samenhangen gedurende een periode van maximaal vijf jaar in beeld te brengen met de toetreding/uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de toetredende/uittredende gemeente naar redelijkheid en billijkheid: • de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de toetreding/uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn; • aansprakelijk blijft voor alle schulden en de overige verplichtingen van het openbaar lichaam op het tijdstip van toetreden/uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen als bedoeld in artikel 29, in het laatste jaar van deelname, mits dit niet is verdisconteerd in het plan. •
Tevens bevat het (uittredings)plan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.
3. Het algemeen bestuur stelt het hierboven genoemde plan vast. De in het plan vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend.
Dinkelland: Een zienswijze in te dienen aansluitend op de motie van de gemeenteraad van 30 mei 2023, waarin wordt aanbevolen om het platform van de Twenteraad te benutten om te komen tot een adviescommissie vanuit gemeenteraden voor advies en toezicht op Veiligheidsregio Twente. Voorstel is om de zienswijze niet over te nemen. Reactie op de zienswijze; Het instellen van een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient te gebeuren op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk. De beslissing om al dan niet een adviescommissie in te stellen is daarmee niet een bevoegdheid van het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, maar van de gezamenlijke raden. Het bestuur van VRT kan niet bepalen hoe de gezamenlijke raden al dan niet tot een gemeenschappelijke adviescommissie willen komen. Dit is aan de gezamenlijke raden. Als de gezamenlijke raden daarom verzoeken, zal het algemeen bestuur een adviescommissie instellen, conform artikel 24a WGR. Het al dan niet instellen van een adviescommissie staat los van de inhoud van deze ontwerpregeling.
Haaksbergen: Een algemene zienswijze in te dienen inhoudende dat in de gemeenschappelijke regeling een facultatieve bepaling wordt opgenomen die de mogelijkheid biedt een adviescommissie in te stellen (art. 24a Wgr). Het betreft hier niet de bedrijfsvoeringsorganisatie. De raad ziet graag een eenduidige bepaling. Dit wordt verzocht met name in het geval van een beleidsrijke GR. Voorstel is om de zienswijze niet over te nemen. Reactie op zienswijze; Een van de uitgangspunten van deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling is datgene dat al in de wet is geregeld, niet meer hoeft te worden benoemd in de regeling. In dit geval biedt de Wet gemeenschappelijke regelingen in artikel 24a de ruimte voor het algemeen bestuur om op voorstel van de gezamenlijke raden van de deelnemende gemeenten om een adviescommissie in te stellen. Daarnaast wenst VRT op te merken dat zij een beleidsarme GR is. VRT voert met name wettelijk verplichte taken uit en stelt zelf weinig beleid vast. Belangrijke beleidsstukken worden reeds ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden.