Nota van zienswijzen Oude Enschedeseweg ong
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen
Omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilstal aan de Oude Enschedeseweg ong. (P498)
(21-05-2025)
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ......................................................................................................... 3
1.1.
Algemeen............................................................................................................... 3
1.2.
Leeswijzer .............................................................................................................. 3
Hoofdstuk 2
Samenvatting en beantwoording van zienswijzen........................................... 4
2.1.
Inleiding ................................................................................................................. 4
2.2.
Zienswijze 1 ........................................................................................................... 4
2.3.
Zienswijze 2 ........................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3
Conclusie ....................................................................................................... 8
3.1.
Ambtshalve wijzigingen .......................................................................................... 8
3.2.
Wijzigingen ten gevolge van ingediende zienswijzen ............................................. 8
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1. Algemeen Deze Nota van Zienswijzen heeft betrekking op de ingediende zienswijzen op de omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilstal aan de Oude Enschedeseweg ong. (P498). Vanaf (datum) tot (datum) heeft de ontwerpvergunning voor een ieder ter inzage gelegen. De papieren versie lag in de genoemde periode ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis. Gedurende de periode waarin de ontwerpvergunning ter inzage heeft gelegen, heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Er zijn in totaal twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn op 3 maart 2025 ontvangen. Dit is binnen de termijn, waarmee de zienswijzen ontvankelijk zijn. Deze Nota van Zienswijzen bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijzen evenals een overzicht van doorgevoerde wijzigingen (indien van toepassing).
1.2. Leeswijzer De samenvatting van de ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoordingen daarop zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van deze Nota van Zienswijzen. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens aangegeven welke aanpassingen er naar aanleiding van de zienswijzen worden voorgesteld evenals de ambtelijke wijzigingen (indien van toepassing).
Hoofdstuk 2
Samenvatting en beantwoording van zienswijzen
2.1. Inleiding Door twee betrokkenen zijn zienswijzen ten aanzien van de ontwerpvergunning ingediend; hierna kortweg aangeduid als reclamant(en). De gemeenteraad / Het college heeft integraal kennis kunnen nemen van de ingediende zienswijzen. Indien onderdelen van een zienswijze niet expliciet worden benoemd, betekent dit niet dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De ingediende zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld en afgewogen. 2.2. Zienswijze 1 Zienswijze 1 is ingediend op 28 februari 2025 ingediend en ontvangen op 3 maart 2025. Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat bij de kopieën van de ontwerpvergunning foto’s zijn gevoegd van een ander perceel dan perceel P498, waarvoor deze aanvraag geldt. Deze foto’s geven een pittoreske indruk van de omgeving en zijn misleidend voor iemand die niet van de situatie op de hoogte is. 2. Reclamant stelt dat de agrarische activiteiten van de aanvrager op dit perceel, zijnde bemesten, maaien en hooien, niet afhankelijk zijn van de schuilgelegenheid. 3. Reclamant stelt dat de gemeente vast had moeten houden aan de eis om de stal op de percelen aan de Galgenslatweg te slopen worden alvorens medewerking zou worden verleend aan dit initiatief om het belang van Natura 2000 te dienen. 4.
Reclamant stelt dat de aanvrager is gecompenseerd bij afwaardering van de percelen P505 en P507 en dat aanvrager daarbij een subsidie kan aanvragen voor het onderhoud van de natuurgronden en voor gederfde inkomsten als gevolg van de afwaardering tot natuurgrond. Daarnaast is de stal op de grens van beide percelen behouden en is het gebruik van de stal ongewijzigd gebleven. 5. Volgens reclamant mogen aan een illegaal bouwwerk geen rechten worden ontleend, wat nu wel het geval is. 6. Reclamant stelt dat aan de vier stallen aan de Steenhaarweg en de Galgenslatweg regelmatig worden gebruikt voor recreatieve doeleinden, maar er niet wordt gehandhaafd. 7. Reclamant vraagt zich af waarom de aanvraag een jaar is blijven liggen. Reclamant vraagt zich af of de wethouder beloftes heeft gedaan aan de aanvrager. Reclamant vraagt zich af of de grond van de aanvrager aan de oude N18 is ingezet als onderpand voor de onderhandelingen. 8. Reclamant merkt op dat de gemeente niet anders kan dan het toestaan van een schuilgelegenheid van max. 15 m2. 9. Reclamant merkt op dat dat de stal gerealiseerd kan worden in de directe omgeving van het adres van de aanvrager, aan de Molenbeltweg. Beantwoording 1. De foto’s zijn genomen vanaf het naastgelegen perceel en laten beide percelen zien. De eerste foto laat de rechterkant van het naastgelegen perceel zien. Op de tweede
en zesde foto is de achterkant van beide percelen, en tevens de schuilgelegenheid te zien. Op de derde en vierde foto is het perceel P498 vanaf de straatkant te zien. Tevens is op de vierde foto het woonhuis op het perceel Oude Enschedeseweg 39, welke naast perceel P498 ligt, te zien. Op luchtfoto’s van augustus 2024 hebben wij geen bijzonderheden geconstateerd op het perceel P498, en deze geven geen andere indruk dan de foto’s welke als bijlage onderdeel zijn van de omgevingsvergunning. 2. Het bemesten, maaien en hooien van dit perceel zijn niet de agrarische activiteiten van aanvrager. De schuilstal wordt gebruikt als schuilgelegenheid voor het (jong)vee welke aanvrager voornemens is hier te houden. Verder zal de schuilstal fungeren als opslag voor het voer van dit (jong)vee. 3. De afgelopen jaren is gewerkt aan een inrichtingsplan voor Natura 2000-gebieden. Hierin staan alle maatregelen die nodig zijn om de natuur te herstellen en verbeteren. Op de percelen P505 en P507 worden vernattingsmaatregelen uitgevoerd (dempen sloten) en het stopzetten van de bemesting en vervolgens uitmijnen van de grond (= actief afvoeren van nutriënten in de bodem). Het inrichtingsplan is vertaald naar een Provinciaal Inpassingsplan (PIP), welke in 2020 is vastgesteld door de Provincie Overijssel.
De gronden van P505 en P507 hadden oorspronkelijk de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’. Deze gronden waren onder andere bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf en het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf. In het inpassingsplan zijn deze gronden bestemd als ‘Natuur’ met de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van natuur – paardenhouderij – equi habitat’. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuur. Op deze grond is het volgens het inpassingsplan toegestaan maximaal vijf paarden te houden. De Provincie heeft naar aanleiding van de vaststelling van het PIP en de vernattingsmaatregelen op de gronden P505 en P507 de aanvrager gecompenseerd met de grond P498. Voorgaande laat echter onverlet dat aanvrager door het PIP beperkt is in het gebruik van de gronden P505 en P507. Hiertoe is aanvrager niet gecompenseerd. Reclamant stelt dat de bestaande schuilgelegenheid op de gronden P505 en P507 gesloopt dient te worden. Mochten we hierin meegaan, beperken we het gebruik van de gronden waarop aanvrager (conform de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van natuur – paardenhouderij – equi habitat’) paarden houdt. Daarnaast is initiatiefnemer niet bereid deze schuilgelegenheid te slopen.
In het kader van dierenwelzijn is de schuilgelegenheid wenselijk. Wij achten het onevenredig te eisen dat het vergunde bouwwerk op de gronden P505 en P507 gesloopt dient te worden om de schuilgelegenheid op perceel P498 mogelijk te maken. Wij merken op dat de provincie bij vaststelling van het PIP heeft overwogen dat in het kader van natuurherstel het niet nodig is de agrarische activiteiten op de percelen P505 en P507 volledig te beëindigen. 4. Voor de beantwoording op dit punt uit de zienswijze verwijzen wij u naar beantwoording onder punt 3. 5. Het feit dat de huidige landschapsontsierende schuilgelegenheid wordt genoemd in de vergunning voor de bouw van de nieuwe schuilgelegenheid op perceel P498 betekent niet dat er automatisch rechten worden ontleend aan de huidige schuilgelegenheid. Wij hebben als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen dat de huidige landschapsontsierende schuilgelegenheid gesloopt dient te worden alvorens gestart wordt met de bouw. Als er rechten zouden worden ontleend aan de sloop van de bestaande schuilgelegenheid, zou dit betekenen dat aanvrager wordt gecompenseerd voor de sloop hiervan. Dit is echter niet het geval, de aanvrager wordt gecompenseerd vanwege maatregelen om de natuur te
herstellen en te verbeteren op de gronden van P505 en P507. Dit is geregeld door de provincie in het Provinciaal Inpassingsplan. Door dit inpassingsplan is aanvrager beperkt in het gebruik van deze gronden. Gelet op de omstandigheid dat de grond (perceel P498) in eigendom van initiatiefnemer is gekomen als compensatiegrond, achten wij het aanvaardbaar medewerking aan het verzoek te verlenen. Daarnaast moet aanvrager investeren in de ruimtelijke kwaliteit rondom de nieuw te bouwen schuilstal omdat dit zorgt voor extra verstening in het buitengebied. 6. Het is bij ons niet bekend dat stallen aan de Steenhaarweg en de Galgenslatweg voor recreatieve doeleinden worden gebruikt. Wij hebben geen handhavingsverzoeken hierover ontvangen. Als er sprake is van strijdig gebruik, kan een belanghebbende een handhavingsverzoek indienen. 7. Het feit dat reclamant geen berichten heeft ontvangen over de voortgang over deze aanvraag maakt niet dat geen voortgang heeft plaatsgevonden in de behandeling van deze aanvraag. De wethouder heeft geen beloftes gedaan aan aanvrager en er hebben geen onderhandelingen plaatsgevonden over de ontwikkeling op deze locatie. 8. Wij zijn van mening dat met de onderbouwing uit de omgevingsvergunning is aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat hier in afwijking van het bestemmingsplan een grotere schuilstal kan worden gebouwd. 9.
De aanvraag ziet op de locatie Oude Enschedeseweg ong. (P498). Wij hebben geen aanvraag ontvangen welke ziet op genoemde alternatieve locatie. 2.3. Zienswijze 2 Zienswijze 2 is ingediend op 1 maart 2025 en ontvangen op 3 maart 2025. Samenvatting 1. Reclamant benoemt de voorgeschiedenis van deze ontwikkeling, verwijst naar zijn zienswijze van 29 juli 2022 en geeft aan dat hij zich afvraagt waarom de fracties D66 en VVD van standpunt zijn veranderd. 2. Reclamant stelt dat de illegale bebouwing aan de Oude Enschedeseweg ong. daar niet had gestaan als de gemeente had gehandhaafd. Hetzelfde geldt volgens reclamant ook voor de schuur aan de Galgenslatweg. 3. Reclamant merkt op dat op de grond aan de Galgenslatweg nooit zoogkoeien zijn gehouden en dat de schuur jaren wordt verhuurd en dat aanvrager de te bouwen schuur niet nodig heeft voor zijn zoogkoeien. Reclamant stelt dat aanvrager voldoende land heeft bij zijn bedrijf en dat het niet onredelijk te verwachten is dat de te bouwen schuur wordt verhuurd als paardenstal. 4. Reclamant stelt dat de aanvrager een zeer ruime compensatie heeft gehad voor de 1.3 hectare grond en schuur aan de Galgenslatweg vanwege afwaardering en dat aanvrager twee percelen land heeft kunnen kopen van de provincie van elk 1.8 hectare.
Reclamant vraagt zich af of dit niet voldoende is en of er nog een extra schuur moet bijkomen met een grote kans op dezelfde verrommeling van het landschap als aan de Galgenslagweg en Oude Enschedeseweg hoek Zoomweg, hoek Morgensterweg.
Beantwoording 1. De afzonderlijke fracties van de raad dienen zelf omtrent een raadsvoorstel een standpunt in te nemen. Ons college doet de gehele raad een voorstel. 2. De schuilstal aan de Galgenslatweg is vergund op 8 juni 1999. Sinds 2005 is de feitelijke situatie dat een schuilgelegenheid aanwezig is aan de Oude Enschedeseweg ong (P498). Ons handhavingsbeleid gaat in beginsel uit van passieve handhaving. Dat betekent na verzoek. Belanghebbenden kunnen een handhavingsverzoek indienen. 3. De aanvraag is ingediend ten behoeve van de bouw van een schuilgelegenheid aan de Oude Enschedeseweg ong (P498). Alternatieve locaties is niet aan onze beoordeling. De te realiseren schuilgelegenheid dient ten dienste van de bestemming te worden gebruikt. Hiertoe verlenen wij deze vergunning. 4. Voor de beantwoording van dit punt uit de zienswijze verwijzen wij u naar onze beantwoording onder punt 3 van eerste zienswijze.
Hoofdstuk 3 3.1.
Conclusie
Ambtshalve wijzigingen
Er zijn geen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. 3.2.
Wijzigingen ten gevolge van ingediende zienswijzen
Er zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten gevolge van de ingediende zienswijzen.