Nota bodembeleid 1 40
Tekst van het document
aantal meldingen grondverzet;
-
hoeveelheid grondverzet binnen de gemeente en het totale bodembeheergebied;
-
aantal niet-geaccepteerde meldingen; hoeveel overtredingen geconstateerd;
28
-
soort van overtreding: o o
kernbepaling of niet? recidive?
-
aantal keren fysiek gehandhaafd;
-
opgelegde sancties.
-
uitgevoerde verificatieonderzoeken op toegepaste grond;
Ook hechten we veel waarde aan geluiden uit de praktijk en nieuwe ontwikkelingen. Daarom monitoren we ook op: -
o o o
de geconstateerde bodemkwaliteit van een partij grond in een bodemonderzoek of partijkeuring: o
in vergelijking tot de vastgestelde lokale maximale waarde van die partij grond en
o
wat de reden is van deze afwijking;
signalen van uitvoerende partijen: adviesbureaus;
grondverzetbedrijven;
afdelingen binnen gemeente die grond ontgraven en toepassen.
Over de wijze van monitoren maken de deelnemende gemeenten nog nadere afspraken. Evaluatie van deze nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart vindt in ieder geval één keer per vijf jaar plaats als onderdeel van de verplicht uit te voeren actualisatie van het beleid.
29
Bijlage 1 Begrippenlijst AW2000 (‘schone’ grond): De landelijke bodemkwaliteitsklasse voor schone grond. Het Besluit bodemkwaliteit staat het vaststellen van een lagere norm niet toe.
Besluit bodemkwaliteit: Het wettelijk kader voor bodembeheer. Bodembeheergebied: Het aangewezen gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart als wettig bewijsmiddel voor het ontgraven en toepassen van grond geldt.
Nota bodembeheer: Het verplichte document met gebiedsspecifiek beleid voor het ontgraven en toepassen van grond binnen het aangewezen bodembeheergebied.
Bodemfunctieklassenkaart: Een kaart met de verschillende functies in een gebied. Bodemkwaliteitskaart: Een door de gemeente vastgestelde kaart die bestaat uit een ontgravings- en een
toepassingskaart. Op deze kaarten staan de lokale maximale waarden. Deze kaart geldt als bewijsmiddel voor het ontgraven en toepassen van grond binnen het bodembeheergebied van de gemeente.
Bodemkwaliteitsklasse: De klasse waartoe een zone binnen het bodembeheergebied is ingedeeld. Bodemvreemd materiaal: Materiaal dat van nature niet thuishoort in de bodem zoals glas, puin, plastic, etc. De deelnemende gemeenten: Alle gemeenten die actief hebben bijgedragen aan de totstandkoming van
deze bodembeheernota. En hun beleid overeenkomstig deze nota hebben vastgesteld of gaan vaststellen.
Delegatie: Het overdragen van bevoegdheden aan een ander bestuursorgaan dat zelf verantwoordelijk is voor de uitoefening van deze bevoegdheden.
Gebiedsspecifiek beleid: Beleidsvorm volgens het Besluit bodemkwaliteit waarbij gemeenten eigen lokale maximale waarden () vaststellen voor hun grondgebied.
Grootschalige toepassing: Volgens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen toepassingen met grond waarop de bodemkwaliteitskaart en de bodembeheernota niet van toepassing zijn. Het Besluit bodemkwaliteit vormt hiervoor het wettelijk kader.
Handhavingsstrategie: De voor een organisatie geldende strategie waarin de wijze van toezicht en handhaven is aangegeven bij overtreding van wettelijke normen. Handhaving Uitvoeringsmethode Besluit bodemkwaliteit (HUM): Landelijke richtlijn voor organisaties die gebruikt wordt om het Besluit bodemkwaliteit te handhaven.
(in-situ)partijkeuring: Een wettig bewijsmiddel om de kwaliteit van de grond aan te tonen. Klasse Gebiedsgericht: Een gebied met een bodemkwaliteit gebaseerd op locatiespecifieke
omstandigheden die niet ingedeeld kan worden in één van de andere gebiedsspecifieke klassen.
Klasse AW2000: voor gebieden met schone grond binnen het bodembeheergebied. Klasse Wonen: Lokale maximale waarde voor gebieden binnen het bodembeheergebied met de bodemkwaliteit Wonen. Lokale maximale waarden: De bodemkwaliteit van een gebied of zone binnen het bodembeheergebied vastgelegd op de bodemkwaliteitskaart.
30
Normopvulling: Het effect waarbij de ruimte, die in het generiek beleid bestaat tussen de werkelijke
bodemkwaliteit en de maximale kwaliteit van de toepasselijke bodemkwaliteitsklasse, wordt benut om grond van slechtere kwaliteit toe te passen dan de bestaande bodemkwaliteit in dat gebied.
Ontgravingskaart: Het onderdeel van de bodemkwaliteitskaart waarop de bodemkwaliteit is aangegeven van de locatie waar een partij grond is ontgraven.
Percentielwaarde: Statistische waarde om de gemiddelde bodemkwaliteit van een gebied te bepalen. Risicotoolbox: Door het Besluit bodemkwaliteit voorgeschreven instrument voor het bepalen van de risico’s van de vast te stellen lokale maximale waarden.
Toepassingskaart: Het onderdeel van de bodemkwaliteitskaart waarop de bodemkwaliteit is aangegeven van de locatie waar een partij grond wordt toegepast.
Verdachte locatie: Een locatie binnen het bodembeheergebied die verdacht is van bodemverontreiniging.
31
Bijlage 2 Inspraak PM
32
Bijlage 3 Checklist mogelijk verdachte locatie De gemeente heeft op basis van beschikbare bodemonderzoeken een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Deze kaart geeft een inschatting van de bodemkwaliteit ter plaatse van onverdachte gebieden/terreinen binnen de gemeente. Onder voorwaarden6 is het mogelijk om op basis van deze bodemkwaliteitskaart
grond te ontgraven en elders toe te passen zonder dat een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Eén belangrijke voorwaarde is dat u 5 werkdagen voor het toepassen van grond dit meld bij het landelijke meldpunt bodemkwaliteit7. Bij elke melding moet u deze checklist toevoegen.
Onverdachte locatie Een voorwaarde voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart is dat hier sprake is van een onverdachte
locatie. Hiermee wordt bedoeld dat op de locatie geen activiteiten worden/zijn uitgevoerd die de bodem hebben kunnen verontreinigen. Bij elke melding controleert de gemeente op basis van het
informatiesysteem en het archief of er sprake is van een onverdachte ontgravingslocatie. Daarnaast dient u de onderstaande vragen te beantwoorden.
adres ontgravingslocatie toepassingslocatie
Vragen over
Ja
Nee
Onbekend
1. heeft sloop van
ontgravingslocatie
gebouwen
plaatsgevonden? 2. is een puinpad, erfverharding of funderingslaag aanwezig?
3. heeft een calamiteit (vb. morsen) of brand plaatsgevonden?
4. is op de locatie of in de nabije omgeving
gebruik gemaakt van asbesthoudende
33
materialen (ook in gebouwen)? 5. is in het verleden
sprake geweest van
ophoging of demping? 6. hebben
bodembedreigende activiteiten
plaatsgevonden, vb
aanwezigheid van een (voormalig)
ondergrondse tanks? 7. heeft eerder
onderzoek of sanering op de locatie
plaatsgevonden?
Indien u één van de bovenstaande vragen met Ja heeft beantwoord moet u dit in het opmerkingenvak op de volgende pagina nader toe te lichten. Het is ook mogelijk om aanvullende informatie (een bodemonderzoek) digitaal aan deze melding toe te voegen aan de melding. Zelf verantwoordelijk De gemeente behoudt het recht om alsnog een historisch onderzoek of bodemonderzoek te verlangen als twijfel bestaat of het een overdachte locatie betreft. Het is uw keus of u gebruikt maakt van de
bodemkwaliteitskaart of een bodemonderzoek laat uitvoeren. Als tijdens graafwerkzaamheden een
verontreiniging wordt aangetroffen moet u direct contact opnemen met de Omgevingsdienst Twente. Opmerkingen
34
Ad 6: Voor het volledige beleid ten aanzien van grondverzet verwijzen wij u naar de bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer van de gemeente
Ad 7: https://meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl/
35
Bijlage 4 Verslagen overleg andere organisaties In deze bijlage zijn de verslagen opgenomen van de overleggen die hebben plaatsgevonden met externe partijen in het kader van de vorige versie van de bodemkwaliteitskaart. Het advies van de GGD is opgenomen in bijlage 7.
Verslag overleg SBNS, Prorail en RWS
De drie organisaties hebben verzocht om de gebieden die zij in eigendom hebben aan te merken als de functie Industrie. De deelnemende gemeenten weten niet wat de kwaliteit is van de betreffende gebieden. Grond uit deze gebieden merken de deelnemende gemeenten aan als ‘verdacht’. Dit betekent dat de regels gelden die in het beleid zijn opgenomen voor ‘verdachte locaties’. Om een partij grond uit deze gebieden toe te passen, moet een partijkeuring zijn uitgevoerd om de kwaliteit ervan vast te stellen. De bodemkwaliteitskaart kan niet als bewijsmiddel worden gebruikt. Daarom staan zij niet positief tegenover het verzoek van de drie organisaties. Als de bestaande bodemkwaliteit namelijk beter is dan de Industrie dan heeft het de voorkeur om deze kwaliteit aan te houden. Dit is in overeenstemming met de inhoud van het totale beleid. Verslag overleg DLG, Landschap Overijssel en Natuurmonumenten 21 januari 2010
Landschap Overijssel voert verschillende projecten uit waarbij grondverzet plaatsvindt. Dit zijn zowel kleine als grotere (omvang van 1000 – 10.000 m3) projecten. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in deze regio vraagt om grondverzet. In de meeste gevallen leidt de natuurdoelstelling tot grondafvoer. De bovengrond bevat namelijk vaak teveel voedingsstoffen. Ook de Dienst landelijk gebied (DLG) heeft te maken met de EHS. Het is belangrijk dat de aangewezen gebieden zo snel mogelijk onderdeel uitmaken van de EHS. Grondverzet speelt hier een rol. Dat geldt niet alleen voor het afvoeren van grond. Zowel Landschap Overijssel als de Dienst landelijk gebied zien meerwaarde in het op elkaar afgestemde beleid van de deelnemende gemeenten. Afgesproken is om de drie organisaties op de hoogte te houden over de voortgang van het beleid. Verslag overleg Twence 8 januari 2010
Twence geeft aan dat de functie van een stortplaats met name van belang is voor de toe te passen grond, als leeflaag op de dichte eindafdekking. Deze kan over een periode van tientallen jaren vanaf heden worden aangebracht. Bij het toekennen van een functie aan een stortplaats moet goed worden bekeken of dit ook daadwerkelijk noodzakelijk is. Twence heeft voor toekomstige eindafdekkingen al meer dan 500.000 m3 grond ‘gespaard’. Er is een voorkeur om de functie van een stortplaats aan te merken als Industrie. De deelnemende gemeenten geven aan dat iedere stortplaats anders is. Daarom zijn geen algemene regels in het beleid opgenomen voor stortplaatsen. Om belemmeringen voor toekomstige ontwikkelingen te voorkomen, wordt bij voorbaat niet de functie Industrie toegekend aan de stortplaatsen. Per stortplaats wordt in overleg met Twence de gewenste bodemkwaliteit vastgesteld.
36
Bijlage 5 Rapportage Regionale bodemkwaliteitskaart Twente Deze bijlage bevat de 'rapportage Regionale bodemkwaliteitskaart Twente'. De rapportage beschrijft de wijze waarop de bodemkwaliteitskaart tot stand is gekomen. En het bevat de ontgravings- en toepassingskaart.
37
Bijlage 6 Gebruik bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Voor het bepalen van de kwaliteit van de ontgraven grond zijn er grofweg twee geldige
bewijsmiddelen: de partijkeuring en de bodemkwaliteitskaart. Overige bewijsmiddelen, v.b. certificaat
(BRL9335/7500) of fabrikant eigen verklaring, worden buiten beschouwing gelaten. De partijkeuring kan
zowel in-situ als ex-situ plaatsvinden. Voor baggerspecie geldt aanvullend dat een waterbodemonderzoek (NEN5720) ook wordt gezien als een geldig bewijsmiddel voor vrijkomend materiaal.
Voor het bepalen van de kwaliteit van de ontvangende bodem zijn er drie bewijsmiddelen van toepassing: de partijkeuring, een bodemonderzoek conform de NEN5740 en de bodemkwaliteitskaart. Het bepalen van de kwaliteit van de ontvangende bodem is vooral belangrijk binnen het generiek beleid als de wens bestaat om op een locatie grond met kwaliteit wonen of industrie toe te passen. In de onderstaande tabel is de bepaling toepassingseis conform generiek beleid opgenomen.
Tabel Toetsing generiek beleid functie
Kwaliteit ontvangende bodem
Toepassingseis
niet gedefinieerd
Wonen of industrie
AW2000
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
(landbouw/natuur)
Gebiedspecifiek beleid Voor een partij vrijkomende grond ter plaatse van een onverdachte locatie kan de bodemkwaliteitskaart
gebruikt worden als bewijsmiddel. Het komt nog vaak voor dat, om diverse redenen, locaties en partijen worden onderzocht met een bodemonderzoek of een partijkeuring. Het hebben van meer detail informatie betekent ook dat we anders om gaan met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel.
Voor een toepassingslocatie is een bodemonderzoek of partijkeuring beschikbaar Voor het bepalen van de toepassingseis voor grond maakt dit niet uit. De toepassingseis is vastgelegd door de gemeente voor deze zone als lokaal maximale waarden. Wel kan op basis van het bodemonderzoek worden beoordeeld of sprake is van een mogelijk geval van ernstige
bodemverontreiniging zoals bedoeld wordt in de Wet bodembescherming. Het afdekken van een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft een sanering waarvoor een andere procedure van toepassing is.
Voor een ontgraven partij grond is een partijkeuring beschikbaar
38
De partijkeuring is als bewijsmiddel leidend. De bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt te vervallen.
Voor een ontgraven partij grond is een bodemonderzoek beschikbaar Dit onderzoek kan worden gebruikt om te beoordelen of de kwaliteit van de locatie waaruit is ontgaven,
past bij de kwaliteit van de zone binnen de bodemkwaliteitskaart, waarin de ontgraven locatie gelegen is. Als de kwaliteit slechter is dan die van de zone is vermoedelijk toch sprake van een matige tot sterke verontreinig als gevolg van een puntbron. Voor deze locaties met slechtere kwaliteit kan de bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt als geldig bewijsmiddel. Het kan ook voorkomen dat een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op een verdachte locatie. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de kwaliteit wel voldoet aan de kwaliteit van zone. Met het onderzoek is aangetoond dat de verdenking onterecht is, de bodemkwaliteitskaart kan als bewijsmiddel worden gebruikt. De beoordeling is weergegeven in onderstaand schema
Toelichting schema 1. De overschrijding van de interventiewaarde duidt op een potentieel geval van ernstige
bodemverontreiniging. De Wet bodembescherming staat ontgraven van een geval zonder instemming van bevoegd gezag niet toe. Bij het aantreffen van een analyseresultaat van een (meng)monster boven de interventiewaarde is een nader bodemonderzoek noodzakelijk.
2. Voor het te ontgraven deel kan de gemiddelde bodemkwaliteit worden bepaald voor de boven en
ondergrond. Dit gemiddelde moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse (AW2000/wonen) of lokaal
maximale waarden van de zone. Indien dit afwijkt is mogelijk sprake van plaatselijke verontreiniging
waardoor de bodemkwaliteitskaart niet representatief is. Een partijkeuring is nodig waarbij de definitieve kwaliteit wordt bepaald.
39
3. De bodemkwaliteit kan plaatselijk zeer grillig zijn, op korte afstand grote verschillen in concentraties of bijzondere bijmenging hebben. Dergelijke situaties vragen om een expert beoordeling. Hierbij wordt vastgesteld of de kwaliteit op basis van het bodemonderzoek representatief is voor de zone van de
bodemkwaliteitskaart waar deze vrijkomt. Als het representatief is, vanwege natuurlijke variatie, is de
bodemkwaliteitskaart een geldig bewijsmiddel. Als uit de beoordeling blijkt dat deze niet representatief is dient een partijkeuring te worden uitgevoerd om de definitieve kwaliteit te bepalen.
40
Bijlage 7 Beoordeling en advies GGD Dit betreft het advies van de GGD IJsselland d.d. 29 mei 2018 inzake de Nota Bodembeheer regio Twente en de Bodenkwaliteitskaart Twente (maart 2018). ‘De GGD gaat akkoord met de werkwijze en de resultaten zoals weergegeven in genoemde documenten.
De gehanteerde werkwijze heeft betrekking op het standaard stoffenpakket. Deze is aangevuld met de “oudere” stoffen die thans niet meer in het standaard pakket worden meegenomen. Wij juichen deze werkwijze toe omdat bijvoorbeeld een stof als arseen wel gezondheidskundig relevant kan zijn. Ook zijn wij blij met de werkwijze waardoor ongewenste normopvulling wordt voorkomen. Voor toekomstige versies van beide bodembeleidsdocumenten geven wij u in overweging om ook “nieuwe” milieu- en gezondheidskundig relevante stoffen zoals PFOA (per-fluorverbindingen) in het beleid te betrekken. PFOA’s zijn zeer mobiel, bio-accumuleren, zijn moeilijk afbreekbaar, beïnvloeden de leverfunctie en zijn mogelijk kankerverwekkend. Ze worden onder andere gebruikt in blusmiddelen en komen daarom voor in bodems van bijvoorbeeld brandweerkazernes en vliegvelden.’
Aldus vastgesteld
tijdens de openbare raadsvergadering d.d. 26 mei 2021
mr. G. Raaben griffier
mr. drs. R.G. Welten burgemeester
41