CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026-2029 'Noodzakelijke keuzes voor de toekomst van Haaksbergen' (versie 1.0)

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Kadernota 2026-202913.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-9

-7

3

2. Tekorten voor rekening Rijk

3. Groeipad maatregelen HA

4. Eigen bijdrage Jeugdzorg

Totaal (saldo)

Ad1): Er wordt structureel € 424.000.000 beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds vanaf 2026. Ad2): De deskundigencommissie van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. Ad3): Het ingroeipad van de maatregelen van de hervormingsagenda wordt verzacht. De volledige besparing van de hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. Ad4): Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet € 260.000.000 opleveren. Ad5): Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet € 68.000.000 opleveren vanaf 2028.

Kadernota 2026-2029

31

Ad6): De besparingsopgave van de hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Conclusie We zien een structurele groei van circa € 830.000.000 in het gemeentefonds (ad 1 + ad 2). Voor de jaren 2026 zien we een groei van circa € 500.000.000 in het gemeentefonds gevolgd door het jaar 2027 van circa € 450.000.000. Daarnaast boekt het Rijk ook opnieuw kortingen in op het gemeentefonds. Deze kortingen zien op een structurele daling van het gemeentefonds van € 835.000.000 vanaf 2028 en bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste wordt het gemeentefonds met € 260.000.000 vanaf 2028 gekort voor een eigen bijdrage op jeugdzorg. Per 1 januari 2028 wordt het mogelijk voor gemeenten een eigen bijdrage te vragen bij inwoners voor de jeugdzorg die zij afnemen. Deze bijdrage levert inkomsten op voor de gemeente. Omgerekend kan dat voor Haaksbergen circa € 300.000 opleveren. Vooruitlopend hierop wordt de omvang van de eigen bijdrage van alle gemeenten samen in het gemeentefonds gekort. Hierdoor is per saldo de opbrengst van de eigen bijdrage voor gemeenten gelijk aan nul. Let wel, dat is de theoretische beschouwing. Het is immers onduidelijk in hoeverre gemeenten er ook daadwerkelijk in slagen deze eigen bijdrage te vragen en te innen.

Vanuit het beleidsveld komen signalen dat hoogstwaarschijnlijk vrijwel niets te halen valt bij deze inwoners. In de praktijk kan dit betekenen dat hierdoor de gemeente zelf aan de lat staat voor de financiële bekostiging van het deel, waarvoor zij geen eigen bijdrage weten te innen. Ten tweede wordt het gemeentefonds met € 68.000.000 vanaf 2028 gekort vanwege het sturen op de trajectduur van jeugdzorg. Het Rijk neemt aan dat de afspraken in de sector leiden tot betere sturing op de trajectduur van jeugdzorg om zo besparingen te realiseren. Het Rijk boekt deze besparing als korting in op het gemeentefonds. Deze korting loopt daarmee vooruit op het realiseren van de besparing. Net als bij de eigen bijdrage jeugdzorg, wordt hierdoor het risico bij de gemeenten gelegd: zij worden immers nu per 2028 gekort op een besparing die nog gerealiseerd moet worden, met alle onzekerheden rondom de uitvoerbaarheid van die besparing. Ten derde wordt het gemeentefonds met € 507.000.000 vanaf 2028 gekort, doordat de besparingsopgave van de hervormingsagenda is bijgesteld naar het hedendaagse prijs- en volumepeil. Aanvankelijk was uitgegaan van prijs- en volumepeil 2019. Door het huidig prijs- en volumepeil te hanteren, wordt de absolute omvang van de besparing voor gemeenten groter, welke het Rijk (alvast) voor 2028 inboekt als extra bezuiniging op de jeugdzorg in het gemeentefonds.

Met inachtneming van de onzekerheden kan geconcludeerd worden, dat vanaf 2028 de te ontvangen structurele middelen in het gemeentefonds nagenoeg gelijk zijn aan de aanvullende kortingen, die het Rijk doorvoert met het oog op te realiseren besparingen in de jeugdzorg. De opgave voor bewerkstelligen van een balans in taken en middelen van de gemeentefinanciën, komt daarmee te liggen bij de gemeenten zelf en is afhankelijk van de mate waarin gemeenten de besparingen op de jeugdzorg weten te realiseren. Bovendien is, los van de aanvullende kortingen, de groei van het gemeentefonds van circa € 830.000.000 slechts een kleine opvulling van het ravijnjaar van € 2.400.000.000. Dat komt neer op een kleine 35%. Wat betekent dit voor Haaksbergen? In onderstaande tabel is een vertaling gemaakt van de effecten van de VJN 2025 voor Haaksbergen. We richten ons daarmee enkel op de effecten op het gemeentefonds. De beoogde besparingen op de jeugdzorg, alsook het invoeren van de eigen bijdrage, zijn financieel niet meegenomen in de berekening in onderstaande tabel. Dit zijn immers nog te realiseren besparingen door gemeenten in hun eigen begrotingen. De cijfers zijn een

Kadernota 2026-2029

32

voorzichtige inschatting en nog geen definitieve waarheid. Dat geschiedt bij de doorrekening van de meicirculaire.

Bedragen x € 1.000

Effecten VJN 2025 voor Haaksbergen

2026

Incidentele effecten Structureel effect

Totaal (saldo)

2027

2028

2029

656

604

-

-

955

913

-69

-2

1.611

1.517

-69

-2

In onderstaande tabel zijn voor het beeld bovenstaande effecten betrokken in het saldo van deze kadernota. Let wel: de effecten van de VJN 2025 vormen geen onderdeel van de kadernota. Onderstaande tabel is daarmee enkel bedoeld om gevoel te krijgen bij de effecten van de VJN 2025 op de kadernota zoals deze nu voorligt. Bedragen x € 1.000

Ontwikkeling saldo

2026

2027

2028

2029

Saldo Begroting 2025

-1.901

-1.980

-1.468

-1.468

Mutaties Eindejaarsrapportage 2024

229

229

229

229

Mutaties Eerste Bestuursrapportage 2025

-243

-154

-332

-332

-1.915

-1.905

-1.571

-1.571

Ombuigingen kadernota (str.)

801

1.251

1.581

1.581

Ombuigingen kadernota (inc.)

-348

-622

-58

-

-1.426

-1.276

-48

10

1.611

1.517

-69

-2

149

241

-117

8

Saldo na mutaties

Saldo na ombuigingen Verwachte effecten Voorjaarsnota 2025 Saldo

Conclusie Voor de jaren 2026 (€ 656.000) en 2027 (€ 604.000) ontvangt Haaksbergen incidentele middelen. De ombuigingsmaatregelen in deze kadernota leiden niet meteen tot voldoende financiële besparingen, waardoor in 2026, 2027 en 2028 het resultaat negatief uitvalt. Om de eerste twee jaren te dichten, is circa 88% van de in 2026 en 84% van de in 2027 te verkrijgen incidentele middelen nodig om het begrotingstekort op te lossen. Dat is enkel als de te ontvangen incidentele middelen ingezet worden voor dit tekort. Het Rijk stelt deze middelen beschikbaar voor de uitvoering van de hervormingsagenda jeugd. Indien deze niet daar voor gealloceerd worden, zal het ‘opgaan’ in het tekort. Hierdoor hoeft voor de tekorten in 2026 en 2027 geen beroep te worden gedaan op de algemene reserve. De structurele extra stortingen van het Rijk in het gemeentefonds, voor de demping van het ravijnjaar alsook voor de tekorten in de jeugdzorg, vallen vanaf 2028 weg tegen de ingeboekte besparingen op de jeugdzorg. Hierdoor heeft het structurele effect van de VJN 2025 voor Haaksbergen een klein negatief gevolg. Daar komt bij dat wij in deze kadernota gerekend hebben met een besparing in de jeugdzorg, op basis van de hervormingsagenda, van € 100.000. De omvang van deze besparing ligt aanzienlijk lager dan de korting, die het Rijk in het gemeentefonds inboekt.

Kadernota 2026-2029

33

Resumerende conclusie Gesteld kan worden, op basis van deze effectenanalyse, dat het ravijnjaar door de VJN 2025 van het jaar 2026 wordt verschoven naar het jaar 2028. Het Rijk heeft voor de strategie gekozen, om vooruitlopend op het realiseren van besparingen in de jeugdzorg, het gemeentefonds te korten. Dat is voor het Rijk een veilige en financieel aantrekkelijke strategie, maar levert veel risico’s en financiële druk op bij gemeenten. Op basis van deze effectenanalyse kunnen we stellen dat de VJN 2025 het ravijnjaar voor gemeentelijk Nederland niet heeft opgelost. Sterker nog, het levert voor gemeenten meer onzekerheid op over de financiële balans tussen taken en middelen in de toekomst. De VJN 2025 leidt daarmee niet tot een ‘goede beheersbare jeugdzorg en een gezonde financiële positie voor gemeenten’, zoals het kabinet pretendeert. De financiële positie van gemeenten blijft onder druk staan. Enkel als het gemeenten lukt de besparingen in de jeugdzorg daadwerkelijk te realiseren, gaat er voor gemeenten financiële ruimte ontstaan. Deze besparing is echter niet gelijk aan de omvang van het ravijnjaar van € 2.300.000.000. ! Na het verschijnen van de meicirculaire door het Rijk (verwachting eind mei) kunnen de bedragen definitief voor Haaksbergen worden berekend. De definitieve bedragen kunnen dus nog afwijken van de gepresenteerde cijfers in deze memo. !

Kadernota 2026-2029

34

BIJLAGE 2 – SCENARIO BEHOUD ZWEMBAD In dit scenario beoordelen wij de haalbaarheid van renovatie dan wel nieuwbouw van het zwembad. Zoals in het voorgestelde scenario kenbaar gemaakt, achten wij het maatschappelijk onverantwoord aanvullende ombuigingsmaatregelen in te zetten (zie bijlage 6). Deze maatregelen hebben namelijk tot gevolg dat we de samenwerking met onze partnergemeenten stopzetten, volledig stoppen met verduurzaming (waaronder onze inzet op de netcongestie), het samenspel dagbesteding en algemene voorziening verdwijnt en stoppen met zowel het jeugd- als volwassenenfonds Sport & Cultuur. Ook zien wij geen mogelijkheid verder te snijden in de noodzakelijke investeringen op de bedrijfs- en beleidsvoering, aangezien die al tot een minimum is beperkt (overlevingspakket). Een OZB-verhoging zien wij als enige optie voor dekking van het behoud van het zwembad. In onderstaande tabel wordt de OZB-verhoging weergegeven, die alleen al nodig is als dekking voor het behoud van het zwembad. We geven in de tabel tevens aan wat de gemiddelde financiële effecten zijn per huishouden (zie ook de rekenvoorbeelden OZBverhoging in bijlage 5). We maken onderscheid in renovatie en nieuwbouw. Variant behoud zwembad Renovatie Nieuwbouw

Structurele (kapitaal)lasten € 900.000 € 1.000.000

Benodigde OZBverhoging 11,88% 13,20%

Extra jaarlasten per huishouden € 61,58 € 68,42

In aanvulling op de OZB-verhoging om het zwembad in stand te houden, bevat het voorgestelde scenario in deze kadernota al een extra OZB-verhoging van 17,5%. De totale extra OZB-verhoging komt daarmee op 29,38% tot 30,7%. Dat is exclusief de al in de begroting voorziene indexatie van 4,45% (zie bijlage 5). De extra jaarlasten per huishouden komen dan uit op circa € 155,50. Conclusie Gelet op de financiële investering die renovatie dan wel nieuwbouw van het zwembad vraagt, in combinatie met de benodigde OZB-verhoging, beoordelen wij dit scenario als maatschappelijk onverantwoord.

Kadernota 2026-2029

35

BIJLAGE 3 – SCENARIO GEEN OZB-VERHOGING In dit scenario beoordelen wij de haalbaarheid van 0% extra OZB-verhoging bovenop de reeds in de begroting voorziene indexatie van de OZB met 4,45% in 2026. Ten opzichte van het voorgestelde scenario is de consequentie dat ruim € 1.300.000 aan dekkingsbijdrage vervalt. Deze ruim € 1.300.000 moet daarmee gezocht worden in aanvullende ombuigingsmaatregelen. Bovenstaande betekent dat in dit scenario alle ombuigingsmaatregelen, waarvan voorgesteld wordt deze gelet op de maatschappelijke impact niet door te voeren, alsnog moeten worden doorgevoerd (zie bijlage 6). Dit scenario heeft onder meer tot gevolg dat we de samenwerking met onze partnergemeenten stopzetten, volledig stoppen met verduurzaming (waaronder onze inzet op de netcongestie), het samenspel dagbesteding en algemene voorziening verdwijnt en stoppen met zowel het jeugd- als het volwassenenfonds Sport & Cultuur. Dit maatregelenpakket omvat een structurele waarde van ruim € 500.000. Met het doorvoeren van deze maatregelen komen we nog niet tot een sluitende begroting. Het structurele tekort is dan nog circa € 800.000. Dankzij een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 een deel van hun reserves inzetten voor het dekken van structurele lasten. De zogenoemde 10% maatregel (voor nadere uitleg van deze maatregel, zie: link bestand).

Gemeenten bepalen zelf of ze hiervan gebruikmaken. De maatregel is geen oplossing voor structurele tekorten, maar kan helpen actuele knelpunten op te lossen. Het blijvende tekort van structureel circa € 800.000 kan dus niet opgelost worden door de inzet van onze algemene reserve. Ook zien wij geen mogelijkheid verder te snijden in de noodzakelijke investeringen op de bedrijfs- en beleidsvoering, aangezien dit al tot een minimum is beperkt (overlevingspakket). Conclusie Dit scenario beoordelen wij als een onhaalbaar en onverantwoord. Met dit scenario voldoen wij niet aan onze wettelijke verplichtingen, om (in de nabije toekomst) een sluitende begroting te realiseren en kiezen daarmee voor opnieuw financieel preventief toezicht.

Kadernota 2026-2029

36

BIJLAGE 4 – BENCHMARK/GEGEVENS AMBT. ORG. Deze bijlage geeft inzicht in een benchmark op de formatie/(loon)kosten tussen gemeenten en gegevens over de huidige personele kostenverdeling. Aan een vergelijk van formatie/(loon)kosten tussen gemeenten kun je nooit directe conclusies verbinden. Vele factoren en verklaringen zijn van invloed, op de omvang van de formatie die een ambtelijke organisatie nodig heeft. Wel kan het vergelijk in de beeldvorming helpen. Formatie van de ambtelijke organisatie De omvang van de ambtelijke organisatie in formatie is continu in beweging. In het functiehuis van de ambtelijke organisatie zijn alle functies in een overzicht gezet. Op basis van het functiehuis worden de loonkosten berekend, die jaarlijks in de begroting worden opgenomen. Deze loonkosten worden jaarlijks geïndexeerd en bijgesteld op basis van de geldende CAO. De loonkosten vormen samen met het inhuurbudget de totale personeelskosten (exclusief het opleidingsbudget).

Het inhuurbudget is bedoeld om in te zetten wanneer: werkzaamheden tijdelijk van aard zijn, waarvoor geen capaciteit beschikbaar is; werkzaamheden om specifieke expertise vragen, die we niet in huis hebben of niet in huis willen organiseren; een onafhankelijke positie in een proces of totstandkoming van een product noodzakelijk wordt geacht; er is sprake is van uitval van medewerkers, waardoor taken blijven liggen die wel opgepakt moeten worden om de continuïteit te kunnen waarborgen; de arbeidsmarkt onze vacatures niet kan invullen en tijdelijke inzet op basis van inhuur noodzakelijk is, om de taken/werkzaamheden van de functie uitgevoerd te krijgen. De omvang van de formatie van de ambtelijke organisatie komt in essentie tot stand aan de hand van de volgende basisformule vanuit het principe ‘formatie volgt taken’:

(1) Wettelijke taken

(5) Uitbesteding en/of samenwerking van/op taken

(2) Ambitie van bestuur en politiek

van invloed op

(3) Initiatieven uit de samenleving

Benodigde formatie ambtelijke organisatie

van invloed op

(4) Fysieke kenmerken en oppervlakte gemeente

(6) Bedrijfsvoering ambtelijke organisatie

Ad 1): Wettelijke taken die het Rijk oplegt, die in de praktijk leiden tot het instellen van verplichte functionarissen (o.a. een Ciso en functionaris gegevensbescherming), en leiden tot de verplichting taken uit te voeren (o.a. handhaving, behandelen vergunningaanvragen, taken sociaal domein, enzovoort). Ad 2): De ambities van bestuur en politiek voor beleidsuitvoering en dienstverlening. Denk aan onderhoudsniveau van groen en wegen, participatie, voorzieningenniveau, enzovoort. Ad 3): De hoeveelheid en omvang van initiatieven uit de samenleving. Denk aan aanvragen, initiatieven, vragen, verzoeken, enzovoort. Ad 4): Fysieke kenmerken en oppervlakte van de gemeente. Denk aan hoeveelheid groen, aantal wegen, omvang openbare ruimte, aantal woningen, enzovoort. Ad 5): Uitbesteding van taken of samenwerking op taken is van invloed op de benodigde formatie. De kosten voor uitbestede taken dan wel in samenwerking belegde taken zijn in de begroting geen onderdeel van de personeelskosten (zijn niet in formatie weggezet). Ad 6): De efficiëntie van de inrichting van de bedrijfsvoering van de ambtelijke organisatie. Denk aan softwaresystemen en processen ter ondersteuning van het primaire proces.

Kadernota 2026-2029

37

Indien de benodigde formatie van de ambtelijke organisatie (aan de hand van de basisformule) in evenwicht is met de beschikbare formatie, kun je spreken van een in balans zijnde ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie kan dan optimaal publieke daadkracht tonen. Voor bestuur en politiek is dit van belang om de ambtelijke organisatie als middel in te kunnen zetten voor de uitvoering van (wettelijke) taken, ambities en wensen en behoeften uit en van de samenleving. Echter, zoals aangegeven, is de formatie aan de hand van de basisformule continu in beweging en is het daarom ook continu zoeken naar de balans tussen benodigde formatie (vraag) en beschikbare formatie (aanbod). De beschikbare formatie is afhankelijk van de beschikbare middelen voor de personeelskosten. De keuze voor het beschikbaar stellen van deze middelen ligt in handen van de gemeenteraad op basis van het budgetrecht. Het verschil tussen benodigde formatie en beschikbare formatie is daarmee de keuzevrijheid van de gemeenteraad. Formatie- en bezettingsvergelijk referentiegemeenten op concernniveau Een formatie- en bezettingsvergelijk op concernniveau kijkt naar de organisatie brede formatie- en bezettingsomvang in vergelijking met referentiegemeenten. Een belangrijke en betrouwbare benchmark vinden wij bij het A&O fonds.

Een fonds dat gemeenten helpt bij de ontwikkeling en professionalisering als werkgever en bij de ontwikkeling en groei van medewerkers. Het A&O fonds heeft daarvoor onder meer informatie over de bezettingsomvang van Nederlandse gemeenten, welke zij elk jaar in een ‘personeelsmonitor’ kenbaar maakt. In onderstaande benchmark is uitgegaan van de A&O Personeelsmonitor 2024, welke recentelijk is gepubliceerd. Wat is formatie en wat is bezetting? Formatie Formatie betreft de toegestane formatie in fte van de ambtelijke organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari. Het gaat hier om ‘formatieplaatsen’, ongeacht of die worden ingevuld door iemand met een vaste aanstelling, een tijdelijke aanstelling, in vacature openstaan of door inhuur worden ingevuld. Bezetting Bezetting gaat om het werkelijk aantal fte dat werkzaam is, dus niet om de toegestane formatie. Het gaat hier om een ambtelijke bezetting, inhuur wordt dus niet meegerekend in de bezetting. In de bezetting worden ook alle boventallige medewerkers (bovenformatieven) meegeteld.

Onderstaande grafiek geeft de bezetting in fte per 1.000 inwoners weer van de gemeente Haaksbergen in vergelijking met alle andere gemeenten in Nederland. De tabel laat zien dat het aantal fte’s per 1.000 inwoners van Haaksbergen vanaf 2020 aanzienlijk lager ligt dan het Nederlands gemiddelde.

Kadernota 2026-2029

38

Voorgaande grafiek gaat in de referentie uit van het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten. De gemeente Haaksbergen had op 1 januari 2024 24.360 inwoners. Het is waardevol eenzelfde vergelijk uit te voeren, maar dan met referentiegemeenten met een vergelijkbare inwonersomvang. In de grafiek hieronder is daarom eenzelfde benchmark weergegeven, maar dan met de referentiegroep van gemeenten met een inwoneraantal tussen de 20.000 en 50.000. In deze grafiek is eveneens te zien dat vanaf 2020 de bezetting in fte’s per 1.000 inwoners in Haaksbergen aanzienlijk lager ligt dan in de referentiegemeenten met een inwonersaantal tussen de 20.000 en 50.000.

Bovenstaande grafiek laat zien dat Haaksbergen een onderbezetting heeft van 0,9 fte per 1.000 inwoners in 2024 ten opzichte van de referentiegemeenten. Voor Haaksbergen betekent dit in totaliteit een onderbezetting van 21,92 fte (0,9 fte x 24,36 inwoners). In aanvulling op voorgaande grafieken is ervoor gekozen ook een vergelijking te maken met de gemeenten in de Twente. In dit vergelijk is een bredere set van indicatoren gebruikt, om verschillen te duiden tussen Haaksbergen en referentiegemeenten (regio Twente). Naast een vergelijk op bezetting, is ook een vergelijk op de formatieomvang, externe inhuur en loonkostenbudget gemaakt. Op de volgende pagina is dit vergelijk weergegeven.

Kadernota 2026-2029

39

* Informatie uit 2023. Meest actuele gepubliceerde data. Bron: begroting 2025. ** Gemiddelde loonsom inclusief werkgeverslaten referentiegemeenten (20.000 – 50.000 inwoners) betreft € 92.379. Bron: personeelsmonitor 2024 A&O Fonds. *** Loonkostenbudget voor indexatie. Resultaat nieuwe CAO 6 juni definitief. Vergelijk in formatie en bezetting Bovenstaande tabel laat zien dat de formatieomvang per 1.000 inwoners in Haaksbergen aanzienlijk lager ligt dan alle andere Twentse gemeenten. Als we uitgaan van de gemiddeld formatie (9,06 fte per 1.000 inwoners) ten opzichte van de formatie van Haaksbergen (6,43 fte per 1.000 inwoners), komt Haaksbergen ongeveer 2,6 fte per 1.000 inwoners onder het gemiddelde uit. Haaksbergen kent per 1 januari 2025 een inwoneraantal van 24.223. Om ons naar het gemiddelde te gaan verhouden, is een formatie-uitbreiding van 62,9 fte (2,6 x 24,22) nodig. In 2024 betreft de gemiddelde loonsom van een medewerker in Haaksbergen (loonkosten inclusief werkgeverslasten) € 90.237 ten opzichte van € 92.379 voor referentiegemeenten in de categorie 20.000-50.000 inwoners. De formatieuitbreiding, om op het gemiddelde uit te komen, vraagt daarmee een structurele investering van circa € 5.675.000 (62,9 x € 90.237). Dat lijkt ons onredelijk en in omvang ook niet noodzakelijk. Bovendien gaat het gemiddelde niet uit van eventuele taken die uitbesteed zijn.

Om een tot een beter vergelijk te komen, kiezen wij voor een specifiek vergelijk met de gemeente Borne. Borne is een gemeente die veel gelijkenissen kent met Haaksbergen. In de eerste plaats vanwege het inwoneraantal. Daarnaast kennen Borne en Haaksbergen dezelfde samenwerkingsverbanden en uitbestede taken en is het qua opbouw een vergelijkbare gemeente. Het grootste verschil betreft de omvang van het buitengebied.

Kadernota 2026-2029

40

Deze is in Haaksbergen aanzienlijk groter dan in Borne. Borne heeft in 2025 en formatieomvang van 6,99 fte per 1.000 inwoners in vergelijking met 6,43 fte per 1.000 inwoners voor Haaksbergen in 2025. Het verschil betreft circa 0,5 fte per 1.000 inwoners. Om op het formatieniveau van Borne te komen, vraagt dat voor Haaksbergen een formatieuitbreiding van ten minste 12,11 fte (0,5 x 24,22). Deze formatie-uitbreiding vraagt een structurele investering van circa € 1.100.000 (12,11 x € 90.237). In deze kadernota bedraagt de financiële omvang van de structurele formatie-uitbreiding € 680.000 (circa 7,5 fte) als onderdeel van de noodzakelijke investering op de bedrijfsvoering én beleidsvoering. Met deze investering blijft de ambtelijke organisatie van Haaksbergen op onderdelen kwetsbaar en blijft de formatie van Haaksbergen in vergelijking met de regio op het laagste niveau. Dat maakt dat de benodigde investeringen in de ambtelijke organisatie als een ‘overlevingspakket’ wordt gezien, om het minimaal noodzakelijke te kunnen doen in de uitvoering van onze taken en daarmee bestaansrecht te behouden. De tabel bevestigt aanvullend op de benchmark van het A&O fonds dat de bezetting in Haaksbergen eveneens het laagst scoort in de regio Twente.

Concreet betekent dit dat in Haaksbergen, in vergelijking met de regio, het werkelijk aantal fte’s dat werkzaam is, lager ligt dan de referentiegemeenten. Het gemiddelde van de referentiegemeenten ligt voor zowel formatie als bezetting aanzienlijk hoger dan de formatie en bezetting van Haaksbergen. Vergelijk in externe inhuur In het vergelijk zien we dat het percentage kosten voor inhuur van de totale loonsom (inclusief inhuur externen) voor Haaksbergen, op Borne na, het hoogst is in de regio. Inzet van inhuur kan drie aanleidingen hebben: 1. Projectinhuur: inhuur om bepaalde expertise/capaciteit tijdelijk in te zetten voor een project/dossier, omdat deze expertise/capaciteit in de organisatie niet aanwezig is. 2. Ziektevervanging: tijdelijke inhuur vanwege vervanging van een uitgevallen medewerker. 3. Vacature-inhuur: (tijdelijke) inhuur op vacatures, omdat deze vacatures niet ingevuld raken, mede vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Onderstaande grafiek geeft de omvang van de inhuur verdeeld over deze drie aanleidingen weer.

Kadernota 2026-2029

41

Het vergelijk op inhuur is in hoge mate afhankelijk van de bestaande formatie en bezetting in een ambtelijke organisatie. Indien taken en capaciteit in evenwicht zijn, is inhuur minder vaak noodzakelijk om de continuïteit te waarborgen. In Haaksbergen constateren we dat taken en capaciteit niet in evenwicht zijn en veel posities in de ambtelijke organisatie kwetsbaar zijn. Dat heeft een verhogend effect op de noodzaak tot inhuur over te gaan om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de grafiek zien we dat de omvang van inhuur op projecten aanzienlijk is. Afgelopen jaren hebben diverse dossiers op tafel gelegen, die vragen om externe deskundigheid (projectinhuur), die in de organisatie niet aanwezig is en/of niet in de formatie voorzien is. Denk onder meer aan het zout-, woningbouw-, duurzaamheids- en de uitvoering van het integraal huisvestingplandossier. Indien structurele formatie niet voorhanden is, worden op dossiers/projecten tijdelijke inhuurkrachten ingezet. Daarnaast valt op dat de inhuur op vacatures aanzienlijk is. De krappe arbeidsmarkt dwingt gemeenten ertoe in te huren, op het moment dat vacatures niet ingevuld kunnen worden (continuïteit). Dit is een factor die bij alle gemeenten in belangrijke mate een rol speelt op het inhuurpercentage. In Haaksbergen is de inzet van inhuur op vacatures aanzienlijk.

Inzet van tijdelijke medewerkers in dienst is, gelet op de arbeidsmarkt, een lastig alternatief. Hierdoor lopen de inhuurkosten op. Door vaste formatie aan te nemen, kunnen de inhuurkosten (en daarmee het inhuurpercentage) gereduceerd worden. In de noodzakelijke investeringen in de bedrijfs- en beleidsvoering wordt hierin een eerste basisstap gezet. Vergelijk in loonkosten Voorgaande tabel geeft per gemeente in de regio Twente een vergelijk weer van het totale loonkostenbudget (inclusief werkgeverslasten) voor het jaar 2025. De berekening van de loonkosten is tot stand gekomen door de formatie te vermenigvuldigen met de gemiddelde loonsom van referentiegemeenten in de categorie 20.000-50.000. Specifieke informatie over loonkosten per gemeente kan niet gevonden worden, of levert in het vergelijk geen betrouwbare gegevens op. Naast de eerdere constatering dat de formatieomvang per 1.000 inwoners in Haaksbergen aanzienlijk lager ligt dan in andere Twentse gemeenten, zien we in het vergelijk van de loonkosten eenzelfde beeld ontstaan. Het totale budget loonkosten voor de gemeente Haaksbergen komt ten opzichte van de referentiegemeente in en regio Twente het laagst uit. De gemeente Borne zit ruim € 1.500.000 hoger in het loonkostenbudget. Ook de vertaling van de loonkosten naar kosten per 1.000 inwoners laat zien dat Haaksbergen het laagst scoort in de regio Twente.

Loongebouw Haaksbergen, onderverdeel in clusters In de tabel hieronder is een uitsplitsing gemaakt van het loongebouw van Haaksbergen. Dit overzicht geeft inzicht in de formatieve verdeling van de ambtelijke organisatie naar beleidsclusters.

Kadernota 2026-2029

42

Op de volgende pagina is een vergelijk weergegeven van de kosten van samenwerkingsverbanden tussen Haaksbergen en de gemeenten in de regio Twente.

Kadernota 2026-2029

43

Benchmark kosten samenwerkingspartners Haaksbergen is een netwerkgemeente. Dat betekent dat de gemeente, naast het uitvoeren van eigen taken, ook diverse taken heeft belegd bij samenwerkingspartners. Zogenaamde verbonden partijen. Onderstaande tabel geeft een benchmark van de kosten die gemeenten in de regio Twente kwijt zijn aan verbonden partijen (gebaseerd op de gemeentelijke begrotingen).

44 Kadernota 2026-2029

BIJLAGE 5 – REKENVOORBEELDEN OZB-VERHOGING De onroerendezaakbelasting (OZB) is de belasting die een inwoner betaalt voor het bezit of het gebruik van een pand of een stuk grond. Gemeenten heffen de OZB. Gemiddeld genomen bestaat circa 8% van de totale gemeentelijke inkomsten per jaar uit de OZBheffing. Elke gemeente kan zelf bepalen welk OZB-tarieven zij hanteert. Daarmee is de OZB een variabele waar de gemeente zelf invloed op heeft om haar inkomstenbron te verhogen. De OZB bestaat uit drie componenten: 1. OZB woningen 2. OZB niet-woningen eigenaren 3. OZB niet-woningen gebruikers

€ 4.578.000 begroot in 2025. € 2.061.000 begroot in 2025. € 1.273.000 begroot in 2025.

De ‘standaard’ verhoging van het OZB-tarief is gekoppeld aan de gecombineerde BBPindex. Het Rijk maakt ook gebruik van deze index bij de berekening van het gemeentefonds. Voor de jaren 2026-2028 is om die reden ook gerekend met een OZBverhoging op basis van deze BBP-index. De BBP-index betreft momenteel 4,45%. Dat betekent dat voor het begrotingsjaar 2026 al rekening is gehouden met een OZB-verhoging van 4,45%. Pas bij een verhoging groter dan 4,45% levert de OZB-heffing aanvullende financiële middelen op. Een verhoging van het tarief met 5% levert dus per saldo 0,55% extra op, omdat in de huidige begroting al rekening is gehouden met een verhoging van 4,45%. Een verhoging van 3% levert een structureel nadeel op ten opzichte van het begrotingssaldo en perspectief. Onderstaand staan enkele rekenvoorbeelden met betrekking tot het verhogen van de OZB om meer inkomsten te generen. Een vertaling van de netto kostenstijging per huishouden is hierin meegenomen. Rekenvoorbeelden OZB-verhoging 2026 Gemiddeld betaalt een eigenaar van een woning in Haaksbergen in 2025 € 518,33 aan OZB. Het betreft een gemiddelde: per huishouden kan het flink verschillen, afhankelijk van de woningwaarde. Een verhoging van de OZB met 4,45% komt neer op een jaarlast per huishouden van gemiddeld € 541,40. Verhoging 2026 3% 4,45 %* (BBP-index) 10% 15% 20% 21,95 % (voorstel) 30% 40%

Jaarlast OZB huishouden € 533,88 € 541,40

Extra opbrengsten gemeente - € 109.827 €0

Extra jaarlasten huishouden - € 7,52 €0

Extra kosten per maand - € 1,30 €0

€ 570,16 € 596,08 € 622 € 632,10 € 673,83 € 725,66

+ € 420.371 + € 799.084 + € 1.177.797 + € 1.325.495 + € 1.935.223 + € 2.692.648

€ 51,83 € 77,75 € 103,67 € 113,77 € 155,50 € 207,33

€ 4,32 € 6,48 € 8,64 € 9,48 € 12,96 € 17,28

* dit betreft de BBP-index waar in de huidige begroting rekening mee is gehouden De extra opbrengst is gebaseerd op 4,45% die al voorzien is in de begroting. Elke verhoging met 1 % bovenop de 4,45%, levert de gemeente ten opzichte van de huidige begroting € 75.743 aan inkomsten op.

45 Kadernota 2026-2029

BIJLAGE 6 – LIJST NIET-GEKOZEN OMBUIGINGSMAATREGELEN

46 Kadernota 2026-2029

BIJLAGE 7 – VOLLEDIGE LIJST OMBUIGINGSMAATREGELEN

47 Kadernota 2026-2029

Kadernota 2026-2029

48

Kadernota 2026-2029

49

Kadernota 2026-2029

50

Kadernota 2026-2029

51

Kadernota 2026-2029

52

Kadernota 2026-2029

53

Kadernota 2026-2029

54

BIJLAGE 8 – LIJST INKOMSTENPOTENTIEEL

Kadernota 2026-2029

55

Kadernota 2026-2029

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15626965/1