CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025-2028 - Beantwoording technische vragen (technisch beraad)

Gemeenteraad 19 juni 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Kadernota 2025-20284.379 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadenota 2025-2028 Technisch beraad – Vraag & Antwoord

Aanwezig vanuit de raad:

Aanwezig vanuit het college:

D66

:

Dhr. Vonkeman

Portefeuillehouder dhr. Niemans

CDA

:

Dhr. Winkelhuis Dhr. Slot Mw. Diepemaat

PvdA

:

Dhr. Yuksel Dhr. Looman

VVD

:

Dhr. Ebeling

NH

:

Mw. Mekking-Veenstra

Griffier :

Dhr. Meinen

Schriftelijke vraag 1

PVDA, dhr. Looman

Vraag Graag ontvangen wij een nadere specificatie van (tabel pagina 15): De verschillende activiteiten/producten die vallen onder de € 47,833 miljoen medebewindstaken (in tabelvorm). Programma

(begrotings) Product

Activiteit/grootboek/beschrijving

TOTAAL

Bedrag

47,833 (x 1.000)

Antwoord Het antwoord op deze vraag is in een bijlage (bijlage I) aan dit bestand toegevoegd. Schriftelijke vraag 2

PVDA, dhr. Looman

Vraag Graag een nadere specificatie van de voorgestelde ombuigingen van € 1,959 miljoen in volgende tabel: Programma

Activiteit

Bedrag

Effect

Verkeer, vervoer en waterstaat

Stoppen Bewustwordingscampagnes

10.000

Totale investering loopt met 40.000 terug.

Totaal

1,959 (x 1.000)

Pagina 1 van 13

Antwoord Kokx de Voogd heeft een analyse gedaan van de ‘theoretische vrije ruimte’ van de totale begrotingsomvang van Haaksbergen. De theoretische vrije ruimte is uit te leggen als: het surplus op het niveau waarop de wettelijke taken worden uitgevoerd (in plaats van een rapportcijfer 5,5 op het niveau van 8 uitvoeren) én alle taken (gekwantificeerd in €) die autonoom door de gemeente zijn bepaald die geen relatie kennen met een wettelijke taak. De theoretische vrije ruimte betreft circa € 8,3 miljoen. Deze is niet nader gespecificeerd maar op hoofdlijn een ‘theoretische analyse’. Vervolgens is ambtelijk geverifieerd of deze ‘theoretische ruimte’ ook daadwerkelijk ‘praktisch’ ingezet kan worden als bezuiniging. Deze verificatie leidt tot een ‘praktische vrije ruimte’ en is circa € 3,3 miljoen in omvang (€ 3,3 miljoen van de € 8,3 miljoen). Gelet op vertrekpunt 5 is de lijn om de tekorten die het Rijk ons oplegt, te zoeken in de medebewindstaken. Daarom is gekeken wat de omvang van de ‘praktische ruimte’ is die toeziet op de medebewindstaken. Deze komt neer op circa € 1,5 miljoen (€ 1,5 miljoen van de € 3,3 miljoen). De ombuigingsomvang voor de medebewindstaken is € 2,3 miljoen (dat is immers het bedrag dat ons door het Rijk gekort wordt). Indien de gehele praktische ruimte ingezet wordt, komen we nog steeds € 0,8 miljoen tekort.

Daarom is aanvullend gekozen om ook € 0,3 miljoen op de GR’en als ‘inzet’ mee te nemen. Dan blijft nog steeds € 0,5 miljoen als ‘taakstelling’ over. Deze is vervolgens in procentuele verhouding tot de medebewindstaken per programma opgevoerd. De circa € 1,5 miljoen praktische ruimte in de medebewindstaken tezamen met de extra procentuele taakstelling op de programma’s komt neer op € 1,959 miljoen uit. Door met percentages te werken komen de bedragen op specifieke getallen uit. Een concrete nadere specificatie is daarom niet te geven. Zoals aangegeven in de Kadernota 2025-2028: “In deze kadernota brengen wij deze keuzes in de vorm van ombuigingen in hoofdlijnen in beeld. Op weg naar de Begroting 2025-2028 gebruiken we deze basis om tot concrete(re) keuzes te komen en te onderzoeken welke mogelijke alternatieven er zijn in het belang van onze samenleving.” Schriftelijke vraag 3

PVDA, dhr. Looman

Vraag Graag ontvangen wij een nadere specificatie van de ‘latente ontwikkeling/noodzakelijkheden’ (tabel pagina 19) met betrekking tot: a) de € 1.270.000 investering in ‘Bestuur en Ondersteuning’ uitgesplitst naar activiteit en bijbehorend bedrag; b) de € 770.000 investering in het ‘Sociaal Domein’ uitgesplitst naar activiteit en bijbehorend bedrag; c) de € 285.000 investering in ‘Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening’. Antwoord Ad a): Voor de inhoudelijke toelichting op onderstaande tabel: zie pagina 20 en 21 van de kadernota. 2025

2026

2027

2028

Programma 0

Ziekteverzuimbudget

€

250.000

€

250.000

€

250.000

€

250.000

Programma 0

Formatie P&O

€

55.000

€

55.000

€

55.000

€

55.000

Programma 0

Adresonderzoek burgerzaken

€

28.000

€

28.000

€

28.000

€

28.000

Programma 0

Formatie bestuursondersteuning Versterken IM

€

35.000

€

35.000

€

35.000

€

35.000

€

800.000

€

800.000

€

800.000

€

800.000

Formatie adviseur inwonersbetrokkenheid

€

102.300

€

102.300

€

102.300

€

102.300

Programma 0 Programma 0

€ 1.270.300

€ 1.270.300

€ 1.270.300

€ 1.270.300

Pagina 2 van 13

Ad b): Voor de inhoudelijke toelichting op onderstaande tabel: zie pagina 24 van de kadernota. 2025 Programma 6

2026

2027

2028

€

50.000

€

50.000

€

50.000

€

50.000

Programma 6

Ontwikkeling voorliggend veld n.a.v. integraal beleidsplan sociaal domein Financiering Odensehuis

€

90.000

€

90.000

€

90.000

€

90.000

Programma 6

Suite4SocialeRegie

€

30.000

€

30.000

€

30.000

€

30.000

Programma 6

€

70.000

€

70.000

€

70.000

€

70.000

€

30.000

€

30.000

€

30.000

€

30.000

€

61.000

€

85.000

€

85.000

€

85.000

€

85.000

€

85.000

€

85.000

€

85.000

Programma 6

Bekostiging van een contractbeheerder/-manager (36 u/w) Bekostiging frontoffice medewerker (20 u/w) (Junior) beleidsmedewerker Wmo Senior beleidsmedewerker uitvoering Noaberpoort (coördinator, 32 u/w) Uitbreiding innovatiebudget

€

50.000

€

50.000

€

50.000

€

50.000

Programma 6

Hervormingsagenda jeugd

€

200.000

€

200.000

€

200.000

€

200.000

Programma 6

Bekostiging junior beleidsmedewerker (32 u/w)

€

52.000

€

80.000

€

80.000

€

80.000

Programma 6 Programma 6 Programma 6

€ 717.000

€ 770.000

€ 770.000

€ 770.000

Ad c): Voor de inhoudelijke toelichting op onderstaande tabel: zie pagina 20 van de kadernota. 2025 Programma 8 Programma 8 Programma 8

1 fte medewerker opstellen beleid fysiek domein 1 fte beleidsmedewerker mobiliteit 1 fte beleidsmedewerker vastgoed/privaatjurist

2027

2028

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€

95.000

€ 285.000

Schriftelijke vraag 4

2026

€ 285.000

€ 285.000

€ 285.000

PVDA, dhr. Looman

Vraag Graag ontvangen wij een totaaloverzicht van alle SPUK’s met bijbehorend bedrag per SPUK (gegroepeerd naar programma) die de gemeente Haaksbergen ontvangt. Antwoord Voor het beantwoorden van deze vraag dienen we een aantal overzichten met elkaar te vergelijken. Voor de volledigheid hebben we een lijst van de overheid met alle te verantwoorden specifieke uitkeringen opgenomen en vervolgens het verloop van de regelingen (met daarin de werkelijke ontvangsten in het boekjaar) opgenomen. Achter het verloopoverzicht hebben we opgenomen op welk programma de regeling van toepassing is. Te verantwoorden regelingen Op teverantwoordenregelingen.nl kunnen voor alle overheidsinstellingen de te verantwoorden regelingen die moeten worden opgenomen in de SISA-verantwoording (Single Information Single Audit) worden opgezocht. De tabel hieronder is het uitgebreide overzicht met te verantwoorden

Pagina 3 van 13

specifieke uitkeringen voor de gemeente Haaksbergen van 2023 (Bron: Definitief verantwoordingsoverzicht SiSa 2023 - Haaksbergen (60158) (rijksoverheid.nl)). Afgifte

Sisacode

Omschrijving specifieke uitkering

Beschikkingsnr

Bedrag

JenV

JenV A16

Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne

OEKG116

€ 2.725.036,00

JenV

JenV A24

Regeling eenmalige specifieke uitkering voor gemeenten in verband met het treffen van maatregelen ter vermindering van overlast en criminaliteit veroorzaakt door asielzoekers in 2023 en 2024

4961445

€ 48.269,00

FIN

FIN B2

Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021

BZK

BZK C32

Specifieke uitkering ventilatie in scholen

SUVIS21-01731698

€ 398.088,00

Prov. Overijssel

BZK C41B

Specifieke uitkering Regeling flexibele inzet woningbouw (Sisa tussen medeoverheden)

2022/0135543

€ 50.000,00

BZK

BZK C55

Aanpak energie armoede

2022-0000325494

€ 675.377,00

BZK

BZK C62

Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen

BZK

BZK C92

Regeling specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid

2023-0000001083

€ 23.642,00

BZK

BZK C94

Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie

LAI23-03619859

€ 986.844,00

OCW

OCW D8

Specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid

POR/202309/000012

€ 297.314,00

OCW

OCW D14

Middelen inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen

POR/202111/000030

€ 112.940,00

IenW

IenW E44B

Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 (SiSa tussen medeoverheden)

IENW/BSK2022/261992

Geen opgave ontvangen

IenW

IenW E44B

Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 (SiSa tussen medeoverheden)

IENW/BSK2023/377838

Geen opgave ontvangen

Geen opgave ontvangen

Geen opgave ontvangen

Pagina 4 van 13

Afgifte

Sisacode

Omschrijving specifieke uitkering

Beschikkingsnr

Bedrag

IenW

IenW E84

Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022-2023

IENW/BSK2022/261477

EZK

EZK F28

Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat.en energiebeleid (CDOKE)

CDOKE-23-03468818

SZW

SZW G2

-

2023-0000036068

SZW

SZW G3

-

SZW

SZW G4

-

2021-0000097182

Geen opgave ontvangen

SZW

SZW G10

-

2022-0000197597

Geen opgave ontvangen

SZW

SZW G12

-

2023-0000572149

Geen opgave ontvangen

SZW

SZW G13

-

2023-0000010772

Geen opgave ontvangen

VWS

VWS H4

Specifieke uitkering stimulering sport

SPUKSPRT23156

€ 60.127,00

VWS

VWS H8

Specifieke uitkering Regeling Sportakkoord 2020-2022

1042524

€ 37.717,00

VWS

VWS H12

Specifieke uitkering lokale preventieakkoorden of preventieaanpakken

1043205

€ 20.000,00

VWS

VWS H30

Specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026

SPUKBR0276

€ 397.637,00

VWS

VWS H32

Specifieke uitkering Meerkosten Energie Openbare Zwembaden

MEOZ23211

€ 622.068,00

€ 227.851,00

€ 1.388.774,00

Geen opgave ontvangen Geen opgave ontvangen

Verloopoverzicht Van de bovenstaande regelingen hebben we in 2023 in sommige gevallen voorschotten ontvangen en in andere gevallen niet. De ontvangen voorschotten sluiten niet altijd aan met het bedrag wat in eerste instantie is beschikt omdat:  de bedragen in de lijst van teverantwoordenregelingen.nl vaak eerste beschikkingen betreft. Deze kunnen in de loop van het jaar naar zowel boven als beneden zijn bijgesteld; Pagina 5 van 13

we in sommige gevallen een voorschot van x% van het beschikte bedrag ontvangen en dus nog niet het hele bedrag in ontvangst hebben genomen. Hieronder hebben we van de bovenstaande regelingen het verloop in 2023 opgenomen. In het verloopoverzicht is de beginstand per 01-01-2023, de toevoeging (de ontvangst in 2023), de besteding (de werkelijke lasten in 2023) en de vrijval in boekjaar 2023 opgenomen. Dit vormt samen de eindstand per 31-12-2023 zoals deze ook is opgenomen in de jaarstukken 2023. 

Pagina 6 van 13

Beginstand 01-01-2023

Toevoeging

Besteding

Vrijval

Eindstand 31-12-2023

Programma

A16

Rijk - Specifieke uitkering opvang ontheemden Oekraine

-

4.742.310

4.997.017

254.707

-

Programma 6

A24

Rijk - Specifieke uitkering vermindering overlast

-

24.134

17.615

-

6.519

Programma 0

B2

Rijk - Specifieke uitkering gedupeerden toeslagenaffaire

-

-

10.908

-

-10.908

Programma 6

C32

Rijk - Specifieke uitkering ventilatie in scholen

389.088

-

-

-

389.088

Programma 4

-

45.000

50.192

-

-5.192

Programma 8

Rijk - Specifieke uitkering flexibele inzet C41B woningbouw C55

Rijk - Specifieke uitkering energiearmoede

425.033

170.344

309.000

-

286.377

Programma 8

C62

Rijk - Specifieke uitkering kwijtschelding gedupeerde

-

-

750

-

-750

Programma 6

C92

Rijk - Specifieke uitkering digitale overheden

-

-

-

-

-

Programma 5

C94

Rijk - Specifieke uitkering lokale aanpak isolatie

-

986.844

-

-

986.844

Programma 8

D8

Rijk - Specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid

199.860

297.314

215.521

60.785

220.868

Programma 4

D14

Rijk - Specifieke uitkering NPO middelen 2021-2023

67.187

112.940

107.779

-

72.348

Programma 4

E84

Rijk - Specifieke uitkering verkeersveiligheid

227.851

-

44.255

-

183.596

Programma 2

F28

Rijk - Tijdelijke regeling klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

-

458.763

212.301

-

246.462

Programma 8

G2

Participatiewet

-

-

-

-

-

Programma 6

G3

Rijk - Specifieke uitkering BBZ

177.799

56.701

-

115.547

118.953

Programma 6

G4

Rijk - Specifieke uitkering tozo afrekening 2022

157.000

-

-

81.088

75.912

Programma 6

Rijk - Specifieke uitkering tozo afrekening 2023

-

111.708

-

-

111.708

Programma 6

G10

Rijk - Rijksbijdrage inburgering

136.113

255.044

64.316

16.725

310.116

Programma 6

G13

Rijk - Rijksbijdrage inburgering (deel onderwijsroute)

20.797

21.914

17.588

20.797

4.326

Programma 6

H4

Rijk - Specifieke uitkering stimulering sport

-

60.127

68.373

-

-8.246

Programma 5

H8

Rijk - Specifieke uitkering sportakkoord

37.717

-

37.717

-

-

Programma 5

H12

Rijk - Specifieke uitkering lokaal preventieakkoord 2022

16.238

20.000

1.594

14.644

20.000

Programma 5

H30

Rijk - Specifieke uitkering versterking sport & bewegen

-

397.637

314.283

17.261

66.093

Programma 5

H32

Rijk - Specifieke uitkering meerkosten energie openbare zwembaden

-

622.068

-

-

622.068

Programma 5

Pagina 7 van 13

Schriftelijke vraag 5

PVDA, dhr. Looman

Vraag Vallen de SPUK’s onder de ‘medebewindstaken’ zoals genoemd op pagina 8 onder punt 5 van de Kadernota? Indien dit verschilt, graag aangeven per SPUK. Antwoord Spuk A16 A24 B2 C32 C41B C55 C62 C92 C94 D8 D14 E84 F28 G2 G3 G4 G10 G13 H4 H8 H12 H30 H32

Medebewind Medebewind Medebewind Autonome taak Autonome taak Autonome taak Medebewind Medebewind Autonome taak Medebewind Medebewind Autonome taak Autonome taak Medebewind Medebewind Medebewind Medebewind Medebewind Autonome taak Autonome taak Autonome taak Medebewind en Autonome taak Autonome taak

Mondelinge vraag 1 Vraag

PvdA, dhr. Looman en D66 dhr. Vonkeman

Zit er een begrotingswijziging vast aan de Kadernota? Antwoord Nee, aan deze Kadernota zit geen begrotingswijziging vast. Zoals gebruikelijk wordt de kadenota (bij vaststelling) betrokken bij het opstellen van de begroting waarin de financiële effecten ter besluitvorming en verwerking voorliggen. Mondelinge vraag 2 Vraag

CDA, dhr. Winkelhuis

U geeft aan dat de ombuigingen zo goed mogelijk in kaart zijn gebracht, maar dat deze nog niet in gang worden gezet. Kunt u zeggen wat de deadline of hèt moment zal zijn waarop ze wel worden ingezet? Antwoord In deze kadernota worden op hoofdlijnen de ombuigingen voorgesteld. Na vaststelling van dit kader (Kadernota 2025-2028) worden de huidige hoofdlijnen specifiek gemaakt in concrete keuzes. Deze keuzes worden aan uw raad voorgelegd. Exacte tijdslijn zal mede bepaald worden door de keuzes die gemaakt gaan worden en de doorlooptijd die de uitvoering van deze keuzes vragen.

Pagina 8 van 13

Mondelinge vraag 3 VVD, dhr. Ebeling Vraag Wat kunnen we doen om een betere uitkering / hogere uitkering vanuit het Rijk te krijgen? Wat kunnen we doen om beter te scoren binnen de nieuwe systematiek? Antwoord De nieuwe systematiek ziet niet toe op de totstandkoming van de omvang van het Gemeentefonds, maar heeft enkel betrekking op de indexatie van het Gemeentefonds. De criteria/factoren die de omvang van het Gemeentefonds bepalen, zijn niet gewijzigd ten opzichte van de eerdere systematiek. Criteria die de omvang van de uitkering bepalen zijn o.a. inwonersaantal, aantal leerlingen, oppervlakte, etc. (zie voor de volledige lijst: link). Beïnvloeding van deze criteria leidt tot een hogere/lagere uitkering. De beïnvloeding vergt de uitvoering van beleid over langere termijn. Mondelinge vraag 4 Vraag

NH, mevr. Mekking-Veenstra

Is bezuinigen op de samenwerkingsverbanden in omvang onderdeel van de in vertrekpunt 6 genoemde € 2,3 miljoen? Antwoord De voorgestelde bezuiniging op de samenwerkingsverbanden (in omvang: € 0,3 miljoen) maakt onderdeel uit van de totale ombuigingen op de medebewindstaken van € 2,3 miljoen. Mondelinge vraag 5 Vraag

PVDA, dhr. Looman

In het verleden werd de systematiek wel eens gekoppeld aan verruiming van het belastinggebied. Waarom zie ik dit nu niet? Antwoord Het rijk heeft ten tijde van de aankondiging van de systematiekwijziging een verschuiving van rijksbelastingen naar het gemeentelijk belastinggebied als mogelijke richting aangegeven. Het idee hierbij is dat dit gemeenten meer autonomie geeft om hun eigen keuzes te maken. In de uitwerkingen die het rijk tot nu toe gepresenteerd heeft komt hierover echter nog niks concreets terug. Voor nu is er dus nog geen vooruitzicht op een verbreding van het belastinggebied en derhalve kunnen wij dit dus ook niet verwerken in de kadernota. Mondelinge vraag 6 Vraag

PVDA, dhr. Looman

VNG geeft de mogelijkheid om een ravijnjaar incidenteel te dempen vanuit een algemene reserve. Is deze mogelijkheid nog steeds aanwezig? Antwoord De VNG, IPO en UVW hebben met de ministeries van Financiën en Binnenlandsbestuur afspraken gemaakt. Deze afspraken bieden gemeenten kansen om hun financiële ruimte beter te benutten. Op 21 december 2023 heeft de VNG daarover haar leden per brief geïnformeerd (link brief VNG). In deze brief valt te lezen dat gemeenten vanaf 2024 reserves en overschotten in kunnen zetten voor het dekken van structurele lasten. Van het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) mogen gemeenten 10% inzetten voor structurele lasten. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk is aan 20%. Daarnaast moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een actuele risico-inventarisatie. Zoals in de presentatie opgemerkt en ook in de Kadernota 2025-2028 beschreven, dient deze risico-inventarisatie voor Haaksbergen nog geactualiseerd te worden. Pagina 9 van 13

Mondelinge vraag 7 VVD, dhr. Ebeling Vraag Is er contact geweest met andere gemeenten voor wat betreft de theoretische ruimte en de voorgestelde bezuinigingen op de GR-en? Antwoord De theoretische ruimte is in omvang per gemeente verschillend. De VNG geeft daarom aan dat voor elke gemeente het een eigen afweging vraagt en daarmee dus ook per gemeente tot andere keuzes kan leiden in de bezuinigingen die zij doorvoert. Afstemming met andere gemeenten, heeft mede gelet hierop niet plaatsgevonden. Bovendien heeft de ombuigingsoperatie voor elke gemeente een onvergelijkbaar karakter aangezien deze operatie ook mede ingegeven zal worden door politieke keuzes die per gemeente verschillen. Daar komt bij dat twee keer preventief toezicht in Haaksbergen maakt, zoals ook in de presentatie aangegeven, dat Haaksbergen ‘minder vet op de botten heeft’. De opgenomen bezuiniging (op hoofdlijn) van € 0,3 miljoen op de GR’en in de kadernota betreft de Haaksbergse inzet. Daarover is in de regio nog geen gezamenlijke lijn over uitgesproken. Haaksbergen brengt de voorgenomen bezuiniging van € 0,3 in de regio als inzet in. In de regio is al wel bestuurlijk gesproken om ook de ombuigingen te zoeken bij de GR’en, zoals in de kadernota onder vertrekpunt 7 genoemd. De raden van de Twentse gemeenten is voorgesteld een gezamenlijke zienswijze in te dienen die ziet op de begrotingen van de gr-en in 2026.

Mondelinge vraag 8 Vraag

VVD, dhr. Ebeling

Leges: is bekend wat je als kosten op mag geven om kostendekkend te zijn? Mag een gemeente voor meldingen leges heffen? Antwoord De basisregel is dat de kosten die te relateren zin aan het betreffende product of dienstverlening in de leges aan de aanvrager gevraagd mogen worden. Leges die gevraagd worden mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Legesheffing voor meldingen is niet mogelijk. Mondelinge vraag 9 Vraag

VVD, dhr. Ebeling

Is het mogelijk om de korting op het gemeentefonds door het Rijk (het ravijnjaar) als risico op te nemen in de begroting? Antwoord Het ravijnjaar ontstaat doordat er minder uitkering vanuit het gemeentefonds richting gemeenten gaat. Dit is een bedrag zoals dit door het rijk aan ons wordt toegezegd. Deze toezegging is de basis waarop wij onze begroting, op basis van reëel begroten, moeten opbouwen. Hiermee is dit bedrag dus de basis voor het meerjarig perspectief en tot andere berichtgeving realiteit. Het ravijnjaar is daarmee voor nu de werkelijkheid en geen potentieel risico dat op ons afkomt. Een risico kan enkel in de risicoparagraaf opgenomen worden als het ook daadwerkelijk is te bestempelen als risico. Met het oog op een reële begroting en gezond financieel beleid is het niet mogelijk om dit als een risico weg te zetten. De werkelijkheid zoals deze nu bekend is, vormt het vertrekpunt voor het begrotingssaldo van de begroting.

Pagina 10 van 13

Mondelinge vraag 10 CDA, dhr. Winkelhuis Vraag Er zit € 14,8 miljoen in de Algemene Reserve. Zit dat geld er ook echt in? Ofwel, hoe groot is op dit moment de liquiditeit van onze gemeente? Antwoord Liquiditeit bestaat formeel uit kasgeld en rekeningcourant saldo, echter voor dit doel is geld op de schatkistrekening dat snel liquide te maken is ook in te zetten. Deze saldi zijn altijd een momentopname, dit kan dus per dag anders zijn. De stand van de liquide middelen ultimo 2013 bedraagt € 0,4 miljoen en de stand van de schatkistrekening ultimo 2013 bedraagt: € 15,3 miljoen in totaal dus € 15,7 miljoen. Mondelinge vraag 11 D66, dhr. Vonkeman Vraag In de presentatie is op de dia ‘Algemene reserve’ aangegeven onder ‘factoren van invloed’: het incidenteel openhouden De Wilder. Waarom staat hier incidenteel? Antwoord In de raadsvergadering van 29 mei jongstleden is een raadsvoorstel aangenomen (link voorstel). Dit raadsvoorstel bevat het besluit om de begroting te wijzigen (begrotingswijziging) om voor de jaren 2025, 2026 en 2027 extra middelen te beschikking te stellen voor het openhouden van zwembad De Wilder. Hiermee geeft het college uitvoering aan de wens om het zwembad twee jaar langer open te houden.

Omdat de gemeente financiële risico’s loopt met het incidenteel in stand houden van het zwembad (zie daarvoor het raadsvoorstel), heeft dit invloed op de benodigde weerstandscapaciteit van de algemene reserve. Met dit besluit zijn nog geen structurele middelen beschikbaar gesteld voor de instandhouding van het zwembad. De raad heeft in dezelfde vergadering wel een motie aangenomen (link motie) waarin het college wordt opgeroepen om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met een structurele oplossing voor het behoud van een zwemfaciliteit voor Haaksbergen, met als inzet het huidige zwembad te renoveren. Mondelinge vraag 12 VVD, dhr. Ebeling Vraag Heeft de aankoop van grond effect op de Algemene Reserve? Antwoord De aankoop van de gronden heeft geen direct effect op de algemene reserve. De aankoop van grond, zorgt voor een stijging van de materiële vaste activa (bezit) en een daling van het geld op de bank (bezit) (per saldo 0). Doordat we gronden als warme bouwgrond aankopen loopt de gemeente wel risico, dat bij het niet tot stand komen van een grondexploitatie gronden in de toekomst afgewaardeerd moeten worden. Dit risico moet in de risico-inventarisatie meegenomen worden waardoor het bedrag dat aan algemene reserve aangehouden moet worden om de risico’s af te dekken toeneemt. Het vrij besteedbare gedeelte van de algemene reserve neemt hierdoor af. Mondelinge vraag 13 VVD, dhr.

Vonkeman Vraag Wordt bij de samenwerkingsverbanden gekeken naar welke taken wel of niet uitgevoerd moeten worden?

Pagina 11 van 13

Antwoord SamenTwente is gestart met een kerntakendiscussie. Het college legt u bij de begroting van de verbonden partijen een gezamenlijke Twentse zienswijze voor die ziet op het jaar 2026 voor alle gren. Tevens stelt het college u voor om in de besturen van alle gr-en een kerntakendiscussie te voeren. Mondelinge vraag 14 VVD, dhr. Ebeling Vraag Beleidskeuzes die leiden tot een afschaling van activiteiten, hebben deze effect op de bedrijfsvoering, aangezien het bestuur op 0 staat qua bezuinigingen? Antwoord Voor de ambtelijke organisatie geldt: formatie volgt taken. Dat geldt ook voor de bedrijfsvoering. De omvang van de bedrijfsvoering is mede afhankelijk van de hoeveelheid taken die de gemeente uitvoert en de daarmee gepaard gaande formatie. Indien (beleids)taken worden afgeschaald, zal dat ook (indirect) effect hebben op de bedrijfsvoering. De directe verzilvering van dit effect is afhankelijk van de grootte van de flexibele schil en de omvang van de taken die afgeschaald worden binnen een functie. Op het moment dat je een grotere flexibele schil hebt (geen vaste contracten), is het makkelijker om af te schalen. Bestuur 0 staat qua bezuinigingen op de ‘medebewindstaken’ op 0. Dit heeft als reden dat feitelijk dit programma geen medebewindstaken bevat. In de lijn der logica is het goed te begrijpen dat voor de uitvoering van de medebewindstaken wel formatie benodigd is.

Mondelinge vraag 15 NH, mevr. Mekking-Veenstra Vraag Zijn er ook maatregelen die geld hebben gekost maar nu weer geld opleveren, zoals de huishoudelijke ondersteuning en wordt er ook naar deze scenario’s gekeken? Antwoord Daar wordt bij de nadere uitwerkingen rekening mee gehouden en deze zullen in de toekomstige scenario’s worden verwerkt. Mondelinge vraag 16 PVDA, dhr. Looman Vraag Hoe zit het met loon- en prijscompensatie? Zijn deze reeds verwerkt in de voorliggende kadernota? Antwoord In voorliggende kadernota is geen rekening gehouden met nog te verwachten loon- en prijscompensatie. In de kadernota is als basis de loon- en prijscompensatie meegenomen in de bedragen zoals deze bij de Eindejaarsrapportage 2023 bekend waren. De toekomstige loon- en prijscompensatie wordt meegenomen in de begroting, op basis van de meicirculaire. Mondelinge vraag 17 VVD, dhr. Ebeling Vraag Reserveringen voor integraal huisvestingsbeleid en maatschappelijk vastgoed. Is hier een bedrag op gezet? Antwoord In zowel de Kadernota 2025-2028 als in het raadsvoorstel voor het vaststellen van de Kadernota 2025-2028 is voorgesteld om twee bestemmingsreserves in het leven te roepen: 1. bestemmingsreserve integraal huisvestingsplan (IHP); Pagina 12 van 13

2. bestemmingsreserve maatschappelijk vastgoed. Beide bestemmingsreserves dienen bij behandeling van de begroting door de raad vastgesteld te worden inclusief het daarin te storten bedrag. Ad 1: De bestemmingsreserve voor het IHP is niet concreet op een bedrag gezet. Wel gaat het college uit van scenario 2 (spaarvariant) met betrekking tot het realiseren van Het Assink Lyceum. Een scenario waarbij is uitgegaan van een verlaging van de structurele kosten van de structurele jaarlasten door een eenmalige toevoeging van € 5.000.000 aan de bestemmingsreserve. Ad 2: De bestemmingsreserve voor het maatschappelijk vastgoed is op basis van de kadernota niet op een bedrag gezet. In de nota reserves en voorzieningen die dinsdag 11 juni ter behandeling in de gecombineerde commissie heeft voorgelegen (link bestand), bevat wel een voorbeeld om een jaarlijkse reserve te storten van maximaal 2% van de actuele herbouwwaarde. Mondelinge vraag 18 VVD, dhr. Ebeling Vraag Waarom moeten we vooraf reserveren in een bestemmingsreserve als we achteraf kunnen lenen? Antwoord De afweging om óf vooraf te reserveren in een bestemmingsreserve óf achteraf te lenen betreft een politieke afweging. Technisch zijn wel enkele voor- en nadelen voor beide opties te benoemen. Vooraf reserveren in een bestemmingsreserve Het stelt je in staat om op voorhand te reserveren voor de toekomstig doel.

Daarmee heb je als gemeente een bepaalde zekerheid dat in de toekomst het doel van de bestemmingsreserve daadwerkelijk te kunnen realiseren door het gereserveerde geld uit de bestemmingsreserve te besteden. Vooraf reserveren betekent tevens dat je je geen rentelasten betaald voor de uitgave. Nadeel is dat indien je geld in een bestemmingsreserve zet, de waarde beïnvloed kan worden door de inflatie. Tevens betekent het storten van geld in een bestemmingsreserve dat deze middelen momenteel niet voor andere doeleinden besteed kunnen worden. Achteraf lenen Voordeel is dat de te besteden middelen in waarde niet beïnvloed worden door onder andere inflatie. Daarnaast betekent achteraf lenen dat geen geld apart gezet hoeft te worden waardoor deze middelen voor andere doeleinden ingezet kunnen worden. Nadeel voor het achteraf lenen is dat je afhankelijk bent van de dan geldende marktrente. Dit leidt tot hogere kosten. Daarnaast betekent achteraf lenen dat daarmee het risico wordt genomen dat er minder of geen zekerheid is om de wenselijke uitgaven te kunnen doen (vanwege het drukken van kapitaallasten op de begroting > deze moeten door de begroting gedragen kunnen worden).

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14287617/1