Kadernota 2025-2028
Tekst van het document
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE ....................................................................................................................
2
Aanbiedingsbrief Kadernota 2025-2028 .............................................................. 3 1. INLEIDING ............................................................................................................................... 10 3. FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN ............................................................................................ 12 Ombuigingsstrategie ............................................................................................................ 12 Financieel uitgangspunt ..................................................................................................... 13 4. OMBUIGINGEN ...................................................................................................................... 15 Omvang ombuigingsopgave ............................................................................................. 15 Programma 1 - Veiligheid .................................................................................................. 16 Programma 2 – Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................. 16 Programma 4 - Onderwijs ................................................................................................. 16 Programma 6 – Sociaal domein .....................................................................................
16 Programma 7 – Volksgezondheid en milieu ........................................................... 18 Programma 8 – Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening ........................... 18 5. LATENTE ONTWIKKELINGEN/NOODZAKELIJKHEDEN ......................................................... 19 Programma 0 – Bestuur en ondersteuning ............................................................. 19 Programma 1 - Veiligheid .................................................................................................. 21 Programma 2 – Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................. 21 Programma 4 – Onderwijs ................................................................................................ 21 Programma 5 – Sport, cultuur en recreatie ............................................................ 22 Programma 6 – Sociaal domein ..................................................................................... 23 Programma 8 – Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening ........................... 23 6. INKOMSTEN............................................................................................................................ 25 7. ALGEMENE RESERVE .............................................................................................................
27 SLOTWOORD .............................................................................................................................. 28
2 Kadernota 2025-2028
Aanbiedingsbrief Kadernota 2025-2028 Aan de leden van de gemeenteraad, Met deze brief bieden wij u de Kadernota 2025-2028 aan. Een kadernota waarin wij het bestaand beleid als uitgangspunt nemen, zoals vastgelegd in raadsafspraken, toekomstvisie 2030, structuurvisie 2030 en meerjarig programma Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling. In de hiervoor genoemde beleidsuitgangspuntendocumenten worden de identiteit, ambities en ontwikkelopgaven voor Haaksbergen beschreven. Als gemeente Haaksbergen staan wij voor een leefbare samenleving. De houdbaarheid hiervan staat onder stevige druk, doordat met ingang van 2025 de omvang van het Gemeentefonds van het Rijk fors verkleind wordt. Het Gemeentefonds is de primaire inkomstenbron voor gemeenten. Op 14 mei 2024 is namens 1100 raads- en commissieleden het manifest ‘Zonder geld geen gemeenten’ (link manifest) aan de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer aangeboden om een sterk signaal af te geven aan het Rijk. Wij onderschrijven de inhoud daarvan: Met € 2.300.000.000 aan bezuinigingen kunnen gemeenten basistaken niet meer adequaat uitvoeren. Het gaat daarbij om grote thema’s zoals bestaanszekerheid voor iedereen, Jeugdzorg, Wmo, criminaliteitsbestrijding en energietransitie. De forse verlaging van primaire inkomsten heeft ook een direct effect op de uitgaven die wij kunnen doen om ons beleid uit te voeren.
In deze kadernota geven wij u inzicht in de consequenties van de ombuigingen die hier noodgedwongen uit voortkomen. We bereiden deze ombuigingen voor zodat, wanneer dit nodig is, we tijdig kunnen sturen op een sluitende begroting. We brengen deze ombuigingen op hoofdlijnen in kaart, maar zetten ze vooralsnog niet in gang. Indien het noodzakelijk wordt bezuinigingen door te voeren, vormt de in deze kadernota vastgestelde hoofdlijn wel de basis voor de bezuinigingen die ingezet gaan worden. Bij raadsinformatiebrief van 12 maart jl. (link raadsbrief) respectievelijk 18 april jl. (link raadsbrief) hebben wij u geïnformeerd over deze ontwikkelingen en de vertrekpunten die wij in de kadernota aan u voorleggen. In deze aanbiedingsbrief nemen wij u allereerst mee in de lokale visie (beleid, identiteit, ambities en ontwikkelopgaven) van onze gemeente. Wij geven vervolgens inzicht in het financiële dilemma dat ons door het Rijk wordt opgelegd, gevolgd door de betekenis van dit dilemma voor onze gemeente en onze lokale visie. Tot slot presenteren wij de strategie die wij gehanteerd hebben bij de totstandkoming van deze kadernota en de weg naar de Begroting 2025-2028. 1.
Lokale visie Raadsafspraken Haaksbergen 2022 - 2026 In uw vastgestelde raadafspraken (link raadsafspraken) heeft u afspraken gemaakt over dossiers waarin u vaart wil maken en geeft u aan de verhouding tussen raad en college en tussen de fracties onderling verder te willen verbeteren. Deze raadsafspraken zijn een belangrijk uitvoeringskader en lijn voor beleidsbepaling door de raad. Concreet betreffen dit de volgende (lokale) opgaven: 1. Participatie 2. Leefbaar buitengebied 3. Zoutwinning 4. Woningbouw 5. Voorzieningen 6. Duurzaamheid 7. Marktplan/centrumvisie 8. Sociaal domein In de Begroting 2024-2027 (link begroting) en tijdens de themasessie van 15 april 2024 ter evaluatie van de raadsafspraken, is aan u de stand van zaken van de raadsafspraken
Kadernota 2025-2028
3
voorgelegd. Wij zetten het in de (meerjaren)begroting opgenomen uitvoeringsprogramma voor de raadsafspraken voort. Toekomstvisie 2030 In de Toekomstvisie 2030 (link toekomstvisie 2030) is de lange termijnvisie en toekomst van Haaksbergen opgenomen. De kernambitie van dit document luidt: “Haaksbergen, een bruisende, naar buiten gerichte duurzame dorpsstad te midden van een groene oase”. Bij deze lange termijn visie is eerst goed gekeken naar waar de kracht van Haaksbergen ligt. Dit is vervolgens beschreven in drie pijlers: Kwaliteitspijler 1: Hechte gemeenschappen; Kwaliteitspijler 2: Het fraaie buitengebied; Kwaliteitspijler 3: Een hoog voorzieningsniveau. De kernambitie is nader uitgewerkt aan de hand van zes ambities: 1. bruisende dorpsstad met een hoog niveau aan voorzieningen; 2. bestendigen van de sociale verbondenheid met aandacht voor alle leeftijden; 3. inzetten op ruimtelijke samenhang en verbinding met de kerkdorpen; 4. koesteren van het natuurschoon; 5. bereiken van maximale duurzaamheid en circulaire economie; 6. intensieve samenwerking met de regio vanuit een krachtige samenleving. Structuurvisie Haaksbergen 2030 Op 5 maart 2014 is de Structuurvisie Haaksbergen 2030 vastgesteld. Op een aantal onderdelen is deze niet meer actueel. Destijds werd er vanuit gegaan dat er een periode van krimp zou aanbreken op het gebied van wonen en werken.
Er is echter vraag naar en behoefte aan meer ruimte voor wonen en werken. In de Woonvisie ‘Goed wonen in Haaksbergen’ uit 2023 staat de ambitie om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren. Na vaststelling van de woonvisie zijn er nieuwe ontwikkelingen, die wij opnemen in een addendum op de structuurvisie. Voor een financiële vertaling verwijzen wij u naar hoofdstuk 7. Er moeten meer woningen gerealiseerd worden voor onze inwoners, in het bijzonder voor aandachtsgroepen, zoals jongeren, ouderen, spoedzoekers, statushouders en beschermd wonen. In 2024 is de woonzorgvisie vastgesteld (link document) om wonen, zorg en welzijn zodanig op elkaar af te stemmen, dat onze inwoners zo lang mogelijk in hun eigen woning, in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. Dit vraagt om voldoende, adequate en passende woon- en zorgvoorzieningen voor kwetsbare inwoners. Niet alle woningbouw kan binnenstedelijk gerealiseerd worden. Uw raad heeft ons bij motie van 31 mei 2023 opgedragen de bouwmogelijkheden en belemmeringen aan de randen van de kernen in kaart te brengen. Naast de behoefte aan extra ruimte voor wonen, is er ook behoefte aan meer ruimte voor werkterreinen. Uit een behoefteonderzoek is gebleken dat er van uit de lokale bedrijven een uitbreidingswens is met een ruimtebeslag van 11,5 hectare.
Tot slot dient er in het kader van verduurzaming rekening gehouden te worden met een extra ruimteopgave voor het realiseren van een accuplek van circa 2,5 hectare. De provincie Overijssel werkt aan een nieuwe Omgevingsvisie. Wij willen ons daarin positioneren als streekcentrum met bovenlokale verstedelijking. In onze eigen omgevingsvisie zetten we de lijn uit om dit te bewerkstelligen. Streekcentra kunnen meer bouwen, als dat regionaal in de afstemming en programmering past en voorziet in de juiste kwaliteit Programma ‘Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling’ Lokale opgaven zijn ook opgenomen in het meerjarig programma ‘Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling’. Het programma heeft als doel het vertrouwen van de samenleving in de gemeente Haaksbergen te herstellen en de verbinding met de samenleving te versterken. Er worden diverse projecten uitgevoerd om de financiën en risicobeheersing op orde te
Kadernota 2025-2028
4
krijgen, een effectief samenspel te creëren (onder ander door in te zetten op participatie) en een stabiele en veerkrachtige ambtelijke organisatie te bouwen. Uit de Burgerpeiling 2023 blijkt dat we op alle gemeten prestaties een verbetering laten zien ten opzichte van 2021. We zijn op de goede weg, maar nog niet op het niveau waar we naartoe willen. We zien daarom niet enkel het nut maar ook de noodzaak om de uitvoering van dit meerjarig programma te continueren. De onlangs vastgestelde Visie op Dienstverlening (link document) is een nieuwe stap in de juiste richting om de samenwerking met onze samenleving te verbeteren. 2. Gemeentelijk financieel dilemma, veroorzaakt door het Rijk Wij werken hard aan onze lokale visie, opgaven en ambities, maar zien ons door het Rijk voor grote uitdagingen gesteld. In 2015 is de opschalingskorting (oplopend tot € 975.000.000 in 2025) ingevoerd als prikkel voor gemeenten om ‘op te schalen naar 100.000+ gemeenten’. Uitgangspunt van het Rijk is dat door opschaling kosten bespaard kunnen worden. Dit beleid is nooit gerealiseerd, maar de opschalingskorting bleef overeind. Sinds 2020 heeft het Rijk de opschalingskorting bevroren. De bevroren opschalingskorting zou in 2026 terugkeren. In combinatie met het besluit om de opschalingskorting in 2026 in te voeren, kondigde het Rijk in 2023 een herijking van het Gemeentefonds aan.
De herijking houdt in dat het Rijk het Gemeentefonds voortaan via de ‘bbp-systematiek’ gaat indexeren. Dit is naar oordeel van de VNG geen goede vervanger van de ‘trap-op-trap-af-systematiek’ zoals we die tot voor kort kenden. Deze twee ontwikkelingen (opschalingskorting en herijking Gemeentefonds) vormen de basis voor het ‘ravijnjaar’. Dit ravijn kent een diepte van ongeveer € 3.000.000.000 vanaf het jaar 2026. Deze korting is niet ‘taakgebonden’. Met andere woorden, gemeenten worden hierdoor zo’n € 3.000.000.000 gekort zonder dat er taken verdwijnen. De grootste inkomstenbron voor gemeenten daalt hiermee fors. De VNG heeft in haar ledenbrief van 17 mei 2023 (link VNG-brief) aangegeven zich in te zetten voor het verbeteren van de interbestuurlijke en financiële verhoudingen. Op 14 juli 2023 (link VNG-advies) heeft de VNG een begrotingsadvies uitgebracht, voor de Begroting 2024-2027, om de lasten in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld te brengen, in de vorm van een realistische begroting. Het merendeel van de gemeenten heeft dit begrotingsadvies opgevolgd met als gevolg dat veel gemeenten in 2026 en 2027 een negatief (structureel) saldo in de Begroting 2024-2027 presenteerden (zo ook wij). De gesprekken die de VNG met het demissionaire kabinet gevoerd heeft, leveren resultaat op.
In een brief van 15 april 2024 (link VNG-brief) bericht de VNG dat het demissionaire kabinet het afschaffen van de opschalingskorting heeft opgenomen in de voorjaarsnota. Daarvoor betalen gemeenten wel een prijs: er komt een eenmalige korting van het Gemeentefonds in 2025 in de omvang van € 675.000.000. Naast het afschaffen van de opschalingskorting, heeft het demissionaire kabinet de volgende punten opgenomen in de voorjaarsnota: - rechtvaardige risicoverdeling Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming; - indexering zorgkosten: € 75.000.000 in 2026 oplopend tot € 300.000.000 in 2029; - een opschoonactie voor specifieke uitkeringen; - de nieuwe financieringssystematiek wordt per 2024 doorgevoerd en niet zoals eerder aangekondigd in 2027. De inhoud van de voorjaarsnota van het Rijk alsmede het onlangs verschenen hoofdlijnenakkoord tussen de fracties PVV, VVD, NSC en BBB (link akkoord) geven, ondanks de inspanningen van de VNG, geen zicht op het dichten van het ravijnjaar. Het financiële dilemma van de gemeenten is hiermee echter niet opgelost. Er resteert een gat van € 2.300.000.000.
Kadernota 2025-2028
5
3. Betekenis voor Haaksbergen Het ravijnjaar heeft een groot effect op het realiseren van de lokale visie van Haaksbergen en de (on)mogelijkheden die wij als gemeente hebben in het uitvoeren van onze kernverantwoordelijkheden. De impact van het ravijnjaar op onze gemeente wordt nog extra vergroot door onze recente financiële geschiedenis. Financiële problemen in het verleden hebben tot twee keer toe geleid tot een onder toezichtstelling van de provincie. In deze periodes heeft de gemeente drastische bezuinigingen moeten doorvoeren. Tijdens de eerste periode van toezicht (2014-2017) is fors bezuinigd op de ambtelijke organisatie. Ondanks deze forse reductie in ambtelijke kosten kwam de gemeente Haaksbergen in 2020 opnieuw onder financieel preventief toezicht te staan. Een verdere bezuiniging op de ambtelijke organisatie bleek in deze periode niet meer mogelijk. De bezuinigingen zijn daarom gezocht in budgetten, ‘on hold’ zetten van acties en bezuinigingen in andere begrotingsposten. De kosten voor zowel formatie als beleid zijn tot een minimaal basisniveau teruggebracht. Incidentele meevallers zijn in deze periode aangewend om de algemene reserve weer op orde te brengen. Deze maatregelen hebben er mede toe geleid dat het preventief toezicht in 2020 is opgeheven. In 2023 volgt de aankondiging van het ravijnjaar.
Bij het opstellen van de Kadernota 2024-2027 (link kadenota 2024) en de Begroting 2024-2027 (link begroting 2024) heeft u verantwoordelijkheid genomen door twee uitgangspunten centraal te stellen: 1. we willen, gezien de financiële onzekerheden vanaf 2026, geen maatregelen met een groot maatschappelijk effect nemen die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, de maatregelen moeten indien mogelijk omkeerbaar zijn; 2. ook willen we op dit moment geen structurele verplichtingen aangaan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. Wij kunnen ons maatschappelijk gezien niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. Het financiële dilemma dat het Rijk ons oplegt, betekent specifiek voor Haaksbergen dat wij ongeveer structureel € 2.300.000 minder krijgen uitgekeerd uit het Gemeentefonds. Dit heeft tot gevolg dat wij een structureel tekort zien in onze gemeentelijke financiën en door noodgedwongen ombuigingen door het basisniveau heen zakken. Met inachtneming van de Eerste Bestuursrapportage 2024 komt het structurele tekort van Haaksbergen neer op ongeveer € 1.500.000 vanaf 2026.
Indien het Rijk geen maatregelen treft om dit ravijn te dichten, en daar ziet het gezien het hoofdlijnenakkoord van de formatie niet naar uit, zullen wij doelstellingen en de hieraan verbonden beleidsuitvoering moeten bijstellen op basis van deze nieuwe werkelijkheid. Gelet op de financiële geschiedenis van Haaksbergen, waardoor wij het basisniveau al hebben bereikt, voorzien wij dat deze bezuinigingen een direct effect zullen hebben op de samenleving. Dat komt tot uiting in onze dienstverlening, het uitvoeren van onze kernverantwoordelijkheden en het realiseren van onze lokale visie. Uitgangspunt 1 (zie hierboven) vraagt, gelet op de nieuwe ontwikkelingen, een nuancering. Het lijkt onvermijdelijk dat de ombuigingen leiden tot maatregelen met een groot maatschappelijk effect, die mogelijk niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Ondertussen blijft de samenleving niet stilstaan. Grote maatschappelijke opgaven, ambities en nieuwe verplichtingen vragen aanvullende financiële middelen, die nog niet in de begroting zijn opgenomen. Zogenoemde ‘latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden’. Gelet op de situatie die zich voordoet, zien wij ons genoodzaakt keuzes voor te bereiden. Keuzes om uit deze financiële impasse te komen en ombuigingen te realiseren.
Voor 2025 houdt dat concreet in dat er geen mogelijkheden zijn om nieuwe/aanvullende investeringen te doen op bestaand dan wel nieuw beleid en vanaf nu te starten met het uitwerken en concretiseren van de ombuigingen. Voor 2025 gaan wij daarom uit van het
Kadernota 2025-2028
6
financieel kader zoals opgenomen in de Begroting 2024-2027 aangepast naar aanleiding van de Eindejaarsrapportage 2023 en Eerste bestuursrapportage 2024. Het accent van deze kadernota ligt om die reden, mede gelet op het ravijnjaar 2026, op het meerjarenperspectief. 4. Ombuigingsstrategie Het realiseren van ombuigingen vraagt een gedegen strategie. Een strategie die voorziet in een integrale afweging die leidt tot doordachte en gebalanceerde keuzes. Dat is een omvangrijke en ingewikkelde opgave die niet in één stap te vangen is. In deze kadernota beschrijven wij de strategie die wij voorstellen voor het realiseren van ombuigingen, de omvang van de ombuigingen op programmaniveau alsmede de daarmee gepaard gaande impact op de samenleving van Haaksbergen. De voorgestelde ombuigingen zijn kaderstellend/richtinggevend. Keuzes worden verder geconcretiseerd en in komende P&C documenten ter besluitvorming voorgelegd. De ombuigingsstrategie bestaat uit zeven vertrekpunten en twee hoofdlijnen. Wij hebben u op 18 april jl. per raadinformatiebrief (link raadsbrief) over deze zeven vertrekpunten en twee hoofdlijnen geïnformeerd. In deze kadernota zijn deze naar de actualiteit bijgesteld: (1) Vertrekpunt is dat we ombuigingen voorbereiden, waartoe wij als gemeente besluiten indien de korting van het Rijk niet wordt teruggedraaid of verzacht.
We brengen deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart, maar zetten ze nog niet in gang. Wij nemen het standpunt in dat het belangrijk is voor te sorteren op ombuigingen om zo de regie in handen te houden en te voorkomen dat het stuur ons uit handen wordt genomen. In deze kadernota leggen wij ombuigingen op hoofdlijnen voor en concretiseren deze nader in de voorbereiding op de Begroting 2025-2028. (2) Het vertrekpunt is dat we de gevolgen van de ombuigingen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk presenteren. Dit houdt in dat we naast het inzichtelijk maken van keuzes met betrekking tot ombuigingen, we ook scherp de (maatschappelijke) consequenties in beeld brengen. In de Begroting 2025-2028 schrijven we niet enkel op wat wij voornemens zijn te doen, maar schrijven we ook op wat de gemeente niet (meer) kan doen. In de Begroting 20252028 nemen wij de ombuigingsmaatregelen op in een separaat onderdeel “Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder”. Zie ook het artikel van Binnenlands Bestuur (link artikel) hierover. Daarin beschrijven we in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen, consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt, zoals door de VNG geadviseerd. (3) Vertrekpunt is dat we streven geen maatregelen te nemen met een groot maatschappelijk effect, die niet ongedaan gemaakt kunnen worden.
Met andere woorden, de maatregelen moeten indien mogelijk omkeerbaar zijn. Dit vertrekpunt is afkomstig uit de Begroting 2024-2027. Wij stellen voor deze genuanceerd te behouden. De nuance zit in het opnemen van het woord ‘streven’, aangezien het ons onwaarschijnlijk lijkt dat de noodzakelijke keuzes niet zullen leiden tot een groot maatschappelijk effect dat niet ongedaan gemaakt kan worden. Het betreft dus geen resultaatverplichting, maar een inspanningsverplichting. Bovendien zijn sommige uitgaven mogelijk aan te merken als investeringen die tot kostenreductie leiden. Dit betrekken wij in de afweging om tot keuzes te komen en leggen wij u voor in de Begroting 2025-2028. (4) Vertrekpunt is dat we geen structurele verplichtingen aangaan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. Wij kunnen
Kadernota 2025-2028
7
het ons maatschappelijk gezien niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. Dit vertrekpunt is afkomstig uit de Begroting 2024-2027. Het is geboren uit de financieel kwetsbare positie van de gemeente Haaksbergen als gevolg van het ravijnjaar en onze financiële geschiedenis. Er is geen zich op het volledig dichten van het ravijnjaar. Daarom stellen wij voor dit vertrekpunt te behouden. Met dit vertrekpunt wordt bedoeld dat het aangaan van structurele verplichtingen niet mag bijdragen aan een stijging van toekomstige lasten, maar dat ‘uitruiling’ van lasten, door iets anders te stoppen, wel tot de mogelijkheden behoort. (5) Vertrekpunt is dat we de ombuigingen, als gevolg van de korting van het Rijk, zoeken in de medebewindstaken (met name het fysieke domein, zorg en veiligheid). De VNG heeft een Taskforce Taken en Middelen in het leven geroepen om de VNG te adviseren. De VNG (namens de Taskforce) ziet in essentie drie mogelijkheden om met de kortingen om te gaan: 1. (deels) dichten door het verhogen van de OZB 2. bezuinigingen op autonome taken 3. bezuinigingen op medebewindstaken Ad1: deze optie wordt door de Taskforce onhaalbaar geacht. In de praktijk zal dit gemiddeld genomen leiden tot een tariefsverhoging van 60%. Ad2: deze optie wordt door de Taskforce als hoogst onwenselijk beschouwd.
In de praktijk betekent dit dat gemeenten hun autonome taken (beleidsvrijheid van de gemeente) inperken om (onder gefinancierde) medebewindstaken uit te voeren. Juist in de autonome taken kunnen gemeenten het verschil maken. Daarop bezuinigen betekent dat de gemeente feitelijk een uitvoeringsorganisatie van het Rijk wordt. Ad3: de Taskforce drukt gemeenten op het hart de bezuinigingen te focussen op de medebewindstaken, juist omdat het gaat om een niet-taakgebonden korting. De VNG geeft aan dat dit van elke gemeente een eigen afweging vraagt en daarmee ook per gemeente tot andere keuzes kan leiden. Zie voor een nadere toelichting en context op dit vertrekpunt de brieven en het rapport van de Taskforce Taken en Middelen van de VNG (link brief 1, link rapport en link brief 2). Wij volgen het standpunt en daarmee ook het advies van de VNG de opgelegde korting van het Rijk niet in onze eigen ‘financiële beleidsvrijheid’ te zoeken. (6) Het vertrekpunt, in lijn met vertrekpunt 5, is dat we specifiek voor Haaksbergen een bezuinigingsopgave van € 2.300.0001 zoeken in de medebewindstaken. De korting van het Rijk betreft in totaal € 2.300.000.000. Wij kunnen de stelregel hanteren dat het effect voor Haaksbergen ongeveer 1‰ van deze korting betreft. Dat komt neer op een korting van circa € 2.300.000 voor Haaksbergen.
Wij nemen het standpunt in de opgelegde korting van het Rijk in medebewindstaken te zoeken, niet in onze eigen autonome taken. Het vertrekpunt is daarom dat een bezuiniging van € 2.300.000 in de medebewindstaken wordt gezocht. Wij willen hiermee de gevolgen van de keuzes van het kabinet duidelijk laten zien: de gemeentelijke financiën zijn onvoldoende om het huidige takenpakket op hetzelfde niveau voort te zetten. Daarmee heeft het noodgedwongen doorvoeren van bezuinigingen op medebewindstaken een grote maatschappelijke impact. (7) Vertrekpunt is dat de bezuiniging op medebewindstaken zich evengoed toespitsen op (uitvoerende) taken die wij in samenwerkingsverbanden (onder
1
De omvang van dit bedrag is gebaseerd op de huidige financiële inzichten en berichten vanuit de VNG en het Rijk. Dit bedrag kan wijzigen naar gelang nieuwe inzichten en/of ontwikkelingen ontstaan.
Kadernota 2025-2028
8
andere gemeenschappelijke regelingen) hebben belegd en daarmee dus niet enkel ziet op de medebewindstaken die de gemeente in eigen beheer uitvoert. De gemeente Haaksbergen is een netwerkgemeente. Dat betekent dat sommige medebewindstaken in samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd. De gemeente blijft verantwoordelijkheid en ook bevoegd gezag voor deze taken. Daarom ligt het in de lijn der logica dat ook de medebewindstaken, die door deze samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd, onderdeel vormen van de bezuinigingsopgave op de medebewindstaken. Met inachtneming van de zeven vertrekpunten, komt de strategie voor ombuigingen in aanloop naar de Begroting 2025-2028 in essentie neer op twee hoofdlijnen:
Hoofdlijn 1: bezuinigen op de medebewindstaken We bezuinigen € 2.300.000 (structureel) op de medebewindstaken.
Hoofdlijn 2: opnemen en/of uitruilen van autonome taken De bezuinigingen op de medebewindstaken leiden tot een positief structureel saldo. De bezuinigingen op de medebewindstaken leiden tot een positief structureel saldo. Let wel: nieuwe uitgaven kunnen pas worden gedaan, nadat bezuinigingen daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Dat betekent dat Haaksbergen voor het mogelijke surplus (structureel) nieuwe wensen, opgaven en noodzakelijkheden kan opnemen in de begroting. Wil Haaksbergen financieel meer realiseren dan het surplus, dienen deze nieuw wensen, opgaven en noodzakelijkheden uitgeruild te worden met taken/opgaven die onderdeel zijn van de praktische en theoretische ruimte in de begroting. In de politieke afweging staat dan de vraag centraal welke taken/opgaven Haaksbergen belangrijker vindt (bestaande taken/opgaven of de voorgestelde nieuwe).
Tot slot We worden als bestuur van de gemeente Haaksbergen voor moeilijke keuzes gesteld. In deze kadernota brengen wij deze keuzes in de vorm van ombuigingen in hoofdlijnen in beeld. We zetten ze vooralsnog niet in gang, maar leggen wel een basis voor ombuigingen die ingezet kunnen worden, indien bezuinigingen noodzakelijk worden. Op weg naar de Begroting 2025-2028 gebruiken we deze basis om tot concrete(re) keuzes te komen en te onderzoeken welke mogelijke alternatieven er zijn in het belang van onze samenleving. Het college van burgemeesters en wethouders, Rob Welten Johan Niemans Pieter van Zwanenburg Jan-Herman Scholten
Kadernota 2025-2028
9
1. INLEIDING Gezien de turbulentie waarin wij ons als gemeente bevinden, is dit wederom een kadernota met lastige afwegingen. In bovenstaande aanbiedingsbrief is uitvoerig ingegaan op de lastige financiële situatie waar wij ons als gemeente in bevinden, de complexe maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan en het maatschappelijk effect van de combinatie van deze factoren. De opzet van deze kadernota is vanuit beleidsidentiteit tot stand gekomen en hiermee volgt deze in hoofdlijnen ook het advies van de VNG. Met de Kadernota 2024-2027 als basis hebben wij een realistische begroting opgesteld met een structureel meerjarig negatief resultaat van circa € 1.000.000 vanaf 2026. Dit negatieve resultaat is het gevolg van een fors lagere uitkering vanuit het Rijk. Deze lagere uitkering komt door een verlaging van het gemeentefonds en de herinvoering van de opschalingskorting. Bij het opstellen van de Kadernota 2024-2027 hebben wij twee uitgangspunten centraal gesteld, welke ook aansluiten op het advies dat de VNG heeft gegeven: 1. we willen, gezien de financiële onzekerheden vanaf 2026, geen maatregelen met een groot maatschappelijk effect nemen, die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, de maatregelen moeten indien mogelijk omkeerbaar zijn; 2.
Ook willen we op dit moment geen structurele verplichtingen aangaan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. Wij kunnen het ons maatschappelijk gezien niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. Op basis van deze uitgangspunten is ook de Begroting 2024-2027 vastgesteld. In de tussenliggende periode is duidelijk geworden dat de opschalingskorting vanaf 2026 definitief is komen te vervallen, maar de forse korting op het gemeentefonds voor alsnog blijft. Dit is ook in deze kadernota meegenomen. De definitieve meicirculaire is nog niet bekend en andere mogelijke effecten, naast de opschalingskorting, zijn in deze kadernota niet meegenomen. Bij het opstellen van deze kadernota zijn de uitgangspunten uit de Kadernota 2024-2027 in stand gelaten en, zoals al in de aanbiedingsbrief beschreven, aangevuld met vertrekpunten en hoofdlijnen voor het nemen van ombuigingsmaatregelen. Omdat het ravijnjaar dichterbij komt, moeten we ons in deze kadernota gedegen voorbereiden op mogelijke ombuigmaatregelen, mocht het Rijk ook volgend jaar niet met extra middelen over de brug komen. Omdat we wel voorbereid moeten zijn, maar gezien de onzekerheid nog geen drastische maatregelen willen nemen is deze kadernota wat anders opgezet dan gebruikelijk.
In deze kadernota brengen wij ombuigingsmaatregelen in beeld, die we in kunnen zetten als het Rijk 2026 niet met extra middelen over de brug komt. Deze worden echter nog niet geëffectueerd. We nemen in deze kadernota dus nog steeds een structureel negatief meerjarenperspectief op vanaf 2026, maar brengen wel een scenario in beeld om dit te dichten. De ombuigingen zijn gezocht in de medebewindstaken en op programmaniveau in beeld gebracht. Richting begroting worden deze verder geconcretiseerd. Financiële uitgangspositie De Kadernota 2025-2028 is ter voorbereiding op de Begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 opgesteld. Het document geeft richting aan de opzet van de Begroting 2025. Het startpunt van de kadernota is de meerjarenraming van de Eindejaarsrapportage 2023. Daarnaast is het structurele saldo uit de Eerste bestuursrapportage 2024, vooruitlopend op besluitvorming, meegenomen in deze kadernota om een zo actueel mogelijk beeld te geven van het financiële saldo van de gemeente.
Kadernota 2025-2028
10
De Jaarrekening 2023 is nog niet door ons vastgesteld en is om die reden niet betrokken in het financieel saldo van deze kadernota. De Jaarrekening 2023 kan naar de begroting toe dus nog invloed hebben op de financiële situatie van de gemeente. Bij het opstellen van deze kadernota was de meicirculaire nog niet gepubliceerd. Deze is daarom niet verwerkt in de kadernota. Wel is op basis van de voorjaarsnota de aanpassing met betrekking tot de opschalingskorting verwerkt. De raad heeft de Eerste bestuursrapportage 2024 nog niet vastgesteld, maar wel ter vaststelling aangeboden gekregen. Het structurele saldo uit de eerste bestuursrapportage is, vooruitlopend op besluitvorming, meegenomen in deze kadernota om een zo actueel mogelijk beeld te geven van het financiële saldo van de gemeente.
Kadernota 2025-2028
11
3. FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN Haaksbergen wil graag een robuuste, zelfstandige en toekomstgerichte gemeente zijn. Daar hoort een structureel evenwichtig en sluitend financieel beeld bij. Zeker met het oog op het moeizame financiële verleden van Haaksbergen heeft dit meer aandacht dan bij andere gemeenten. Het Rijk geeft met de Voorjaarsnota 2024 nog geen structurele financiële zekerheid voor gemeenten in de jaren vanaf 2026 en zelfs nog geen inzicht in het uitvoeringsplan en tijdspad voor de nieuwe financieringssystematiek. De VNG adviseert gemeenten zich voor te bereiden op een situatie vanaf 2026, waarin zij structureel minder middelen hebben om hun taken uit te voeren. De ontwikkelingen, onzekerheden en hoeveelheid opgaven zorgen ervoor dat we lastige keuzes moeten maken, een toekomstig besparingsscenario in beeld moeten brengen en de meeste ontwikkelingen ‘on hold’ moeten zetten. Mocht dit besparingsscenario werkelijk uitgevoerd moeten worden, zal dit zeker maatschappelijk stevige gevolgen hebben. Een duidelijke beleidsidentiteit voor de gemeente Haaksbergen is van groot belang om een kapstok te hebben, waaraan de ombuigingen opgehangen kunnen worden. Ombuigingsstrategie Om tot keuzes te komen, hanteren wij een ombuigingsstrategie. De ombuigingsstrategie bestaat uit zeven vertrekpunten en twee hoofdlijnen.
1) Vertrekpunt is dat we ombuigingen voorbereiden waartoe wij als gemeente besluiten, indien de korting van het Rijk niet wordt teruggedraaid of verzacht. We brengen deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart, maar zetten ze nog niet in gang. 2) Het vertrekpunt is dat we de gevolgen van de ombuigingen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk presenteren. 3) Vertrekpunt is dat we streven geen maatregelen te nemen met een groot maatschappelijk effect, die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, de maatregelen moeten indien mogelijk omkeerbaar zijn. 4) Vertrekpunt is dat we geen structurele verplichtingen aangaan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. Wij kunnen het ons maatschappelijk gezien niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. 5) Vertrekpunt is dat we de ombuigingen, als gevolg van de korting van het Rijk, zoeken in de medebewindstaken (met name het fysieke domein, zorg en veiligheid). 6) Het vertrekpunt, in lijn met vertrekpunt 5, is dat we specifiek voor Haaksbergen een bezuinigingsopgave van € 2.300.000 zoeken in de medebewindstaken. 7) Vertrekpunt is dat de bezuiniging op medebewindstaken zich evengoed toespitsen op (uitvoerende) taken die wij in samenwerkingsverbanden (o.a.
gemeenschappelijke regelingen) hebben belegd en daarmee niet enkel ziet op de medebewindstaken die de gemeente in eigen beheer uitvoert. Deze vertrekpunten leiden tot twee hoofdlijnen voor de ombuigingsopgave: (1) Bezuinigingen op medebewindstaken We bezuinigen € 2.300.000 (structureel) op de medebewindstaken. (2) Opnemen en/of uitruilen van autonome taken De bezuinigingen op de medebewindstaken leiden tot een positief structureel saldo. Let wel: nieuwe uitgaven kunnen pas worden gedaan nadat bezuinigingen daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Dat betekent dat Haaksbergen voor het mogelijke surplus (structureel) nieuwe wensen, opgaven en noodzakelijkheden kan opnemen in de begroting.
Kadernota 2025-2028
12
Wil Haaksbergen financieel meer realiseren dan het surplus, dienen deze nieuw wensen, opgaven en noodzakelijkheden uitgeruild te worden met taken/opgaven die onderdeel zijn van de praktische en theoretische ruimte in de begroting. In de politieke afweging staat dan de vraag centraal welke taken/opgaven Haaksbergen belangrijker vindt (bestaande taken/opgaven of de voorgestelde nieuwe). Financieel uitgangspunt Financiële uitgangspunt voor deze kadernota zijn de structurele saldi uit de Eindejaarsrapportage 2023 en Eerste bestuursrapportage 2024. bedragen x € 1.000
Ontwikkeling saldo begroting Saldo begroting 2024-2027 Mutaties eindejaarsrapportage 2023 Saldo begroting Eindejaarsrapportage 2023
Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028 2.144 -1.190 -1.170 -1 28 -16 2.143 -1.161 -1.186 -1.183
In deze cijfers is duidelijk de grote daling in de algemene uitkering vanaf 2026 terug te zien. Het zogenaamde ravijnjaar. Deze daling kent in hooflijnen uit twee oorzaken: 1) Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek, heeft het Rijk het Gemeentefonds op een fors lager niveau vastgesteld. 2) De terugkeer van de opschalingskorting in 2026. Na vaststelling van de Eindejaarsrapportage 2023 is de inkoop Jeugdhulp 2025 gestart. Daarover is de raad op 2 april 2024 per raadsinformatiebrief geïnformeerd (link raadsbrief). De financiële impact van de inkoop is groot. Deze ontwikkeling was bij het opstellen van de Eindejaarsrapportage 2023 niet voorzien. Ook was nog niet bekend dat de opschalingskorting teruggedraaid zou worden. Dit is duidelijk geworden in de voorjaarsnota. Beide ontwikkelingen zijn verwerkt in deze kadernota. (bedragen x € 1.000)
De recente ontwikkelingen resulteren in een negatief structureel saldo van ongeveer € 900.000 vanaf 2026. De eerste bestuursrapportage laat in aanvulling op deze ontwikkelingen een structureel negatief saldo zien. Deze bestuursrapportage is nog niet vastgesteld, maar wel – ten behoeve van een actuele financieel beeld – als uitgangspunt meegenomen in deze kadernota. In onderstaande tabel is dit structurele effect van de eerste bestuursrapportage opgenomen.
Kadernota 2025-2028
13
(bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling saldo begroting Saldo gewijzigde begroting 2024 na 1e berap en mutaties Mutaties 1e berap 2024 Autonoom Mutaties 1e berap 2024 Keuze Totaal mutaties Saldo gewijzigde begroting 2024 na 1e berap
Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028 814
-894
-927
-930
-793
-657
-603
-589
0
0
0
0
-793 21
-657 -1.551
-603 -1.529
-589 -1.519
Samenvattend laat de Kadenota 2025-2028 een marginaal positief saldo zien voor het begrotingsjaar 2025 en een structurele negatief saldo zien van ongeveer € 1.500.000 vanaf 2026.
Kadernota 2025-2028
14
4. OMBUIGINGEN Vanuit het Rijk worden wij geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds vanaf 2026. Deze bedraagt voor de gemeente Haaksbergen ongeveer € 2.300.000 Hoofdzakelijk door deze korting vanuit het Rijk komen we vanaf 2026 structureel meerjarig geld te kort. Met het oog op het komen tot een sluitende Begroting 2025-2028, moeten wij ons gedegen voorbereiden, indien deze korting niet wordt teruggedraaid of verzacht. Hierbij geven we aan waar we de gehele € 2.300.000 als kostenbesparing binnen de begroting op moeten vangen. Deze kostenbesparing zoeken we, op basis van de ombuigingsstrategie, in eerste instantie in de medebewindstaken en we brengen dit per programma in beeld. We zoeken ook een deel in de gemeenschappelijke regelingen (GR-en). Onze inzet is erop gericht de GR-en waarin wij deelnemen zoveel mogelijk publieke waarde te laten leveren om onze inwoners optimaal te bedienen. Toch vragen we de GR-en als ‘verlengd lokaal bestuur’ verantwoordelijkheid te nemen. Er is regiobreed een ontwikkeling in gang gezet, waarin wij een trekkersrol vervullen, om tot een gezamenlijke kaderstelling voor de begrotingen van de GR-en van 2026 te komen. Daarbij willen wij de (kern)taken, niveau van uitvoering, indexaties, (weerstands) vermogen en risico’s betrekken.
Wij zetten ons in om over de gemeenschappelijke regelingen een ombuiging met een opbrengst van € 300.000 voor Haaksbergen te realiseren. Dit met het realisme dat hier veel stakeholders bij betrokken zijn (link VNG advies). Als we in de huidige situatie de volledige € 2.300.000 als bezuiniging zouden doorvoeren, ontstaat hierdoor ruimte in de begroting. In aanloop naar de begroting wordt in beeld gebracht, als dit surplus blijft bestaan, hoe hiermee wordt omgegaan. Omvang ombuigingsopgave De tabel hieronder geeft inzicht in de financiële omvang van de medebewindstaken per programma (kolom ‘totale begroting medebewind’). Onder leiding van KokxDeVoogd is een financiële scan op onze begroting uitgevoerd (link financiële scan), waarover de raad per raadsinformatiebrief op 12 maart is geïnformeerd (link raadsbrief). Deze scan levert, naast de financiële omvang van de medebewindstaken, ook inzicht op in de praktische ruimte. De praktische ruimte bestaat uit de financiële omvang van de medebewindstaken ‘boven het absoluut wettelijk minimum’. Het inzetten van deze praktische ruimte voor de ombuigingen heeft daarmee effect op de kwaliteit van het uitvoeren van de medebewindstaken. De financiële omvang van deze bedragen zijn in de kolom ‘ombuigingen medebewind’ weergegeven. (bedragen x € 1.000)
Kadernota 2025-2028
15
In deze kadernota wordt de omvang van de ombuigingen op medebewind per programma als uitgangspunt genomen. In totaal komt deze ombuigingsopgave op ruim € 2.000.000 (structureel). In aanvulling daarop wordt € 300.000 kostenreductie op de gemeenschappelijke regelingen als uitgangspunt gehanteerd. Tezamen komt daarmee de ombuigingsoperatie op de medebewindstaken voor Haaksbergen neer op € 2.300.000. Dit betreft de omvang waarin wij door het Rijk gekort worden. Een verdere concretisering van de ombuigingsvoorstellen wordt betrokken bij de Begroting 2025-2028, waarbij we ook gaan onderzoeken of er alternatieve oplossingen zijn. Onderstaand worden per programma de consequenties van deze ombuigingen inzichtelijk gemaakt. In deze analyse zijn de programma’s 0 bestuur en ondersteuning, 3 economie en 5 sport, cultuur en recreatie uitgesloten. In deze programma’s zijn geen medebewindstaken gevonden. Programma 1 - Veiligheid In dit programma is geen praktische ruimte gevonden in de medebewindstaken anders dan de reeds aangekondigde bezuiniging op de gemeenschappelijke regelingen. Programma 2 – Verkeer, vervoer en waterstaat Voor de medebewindstaken in dit programma is te bezuinigen op inkomensoverdrachten overige instellingen en personen. Dit betreft vooral bewustwordingscampagnes op scholen voor een veilige deelname aan het verkeer.
De investering die we hier doen wordt over het algemeen verviervoudigd door Rijks en provinciale subsidies. Kortom, als we als gemeente hier € 10.000 minder investeren, loopt de totale investering met € 40.000 terug. Daarnaast kan op energie worden bespaard bij de openbare verlichting, door deze minder te laten branden. Dit kan leiden tot toenemende (gevoelens van) onveiligheid. Verder is het mogelijk te bezuinigen op onderhoud van de openbare verlichting. Minder onderhoud betekent ook meer uitval en dat betekent in de praktijk dat de openbare verlichting op verschillende plaatsen (willekeurig) niet altijd meer zal branden en dus ook niet hersteld wordt. Ook aan bruggen kan minder onderhoud worden gepleegd, hetgeen ertoe leidt dat sommige bruggen uit veiligheidsoverwegingen (permanent) afgesloten dienen te worden. Programma 4 - Onderwijs Bezuinigingsvoorstellen op de medebewindstaken in programma 4 betreffen de reguliere peuteropvang. Dat ziet op ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en niet de middelen hebben zelf opvang te bekostigen. Doel van deelname is het stimuleren van de ontwikkeling van deze kinderen en het voorkomen van (het ontstaan van) (leer)achterstanden.
Bij het vervallen van deze regeling kunnen deze kinderen niet meedoen aan het voorschoolse aanbod, met daarmee een risico op afremming van de ontwikkeling en het ontstaan van achterstanden en daaruit voortkomend hogere kosten. Programma 6 – Sociaal domein De Wmo en Jeugdwet zijn zogenaamde openeinderegelingen. Alle inwoners die zich melden en aan de wettelijke voorwaarden voldoen, moet de gemeente (geïndiceerde) maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdzorg bieden. Om de instroom in deze door de gemeente geïndiceerde maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg te beperken, wordt al vanaf 2015 ingezet op een sterk voorliggend veld en preventie. Het beleid is er op gericht mensen zelfredzaam te maken en zolang mogelijk zelfstandig te houden. Dit is niet alleen prettiger voor de inwoner zelf, maar ook een duurzamere en goedkopere oplossing.
Kadernota 2025-2028
16
In de Toekomstvisie 2030 staat: kwaliteitspijler 1 Hechte gemeenschappen, dat in Haaksbergen sprake is van een sterke betrokkenheid bij elkaar (noaberschap) en, kwaliteitspijler 3 een hoog voorzieningenniveau. Daarmee zijn de randvoorwaarden aanwezig om gebruik te maken van eigen kracht (de kracht van inwoners zelf en hun netwerk), burgerkracht (de kracht van de samenleving) om daarmee het beroep op c.q. het gebruik van geïndiceerde ondersteuning en jeugdhulp zoveel mogelijk te beperken en de voorliggende voorzieningen te versterken. De voorliggende voorzieningen in Haaksbergen zijn mede om die reden vanaf 2015 waar mogelijk verder versterkt. Het Rijk stimuleert bovendien met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA) gemeenten en andere partijen (zoals de zorgverzekeraars) te investeren in preventieve en voorliggende voorzieningen. De middelen die we vanuit GALA ontvangen, zetten we, in afstemming met de betrokken partijen, ook in om het voorliggende veld te versterken. De bezuinigingsopgave op de medebewindstaken van het Sociaal Domein, met name Wmo en Jeugdwet, bedraagt ongeveer € 1.500.000. Een bezuiniging op de geïndiceerde maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg is niet tot slechts zeer beperkt mogelijk en is zeker niet van vandaag op morgen te realiseren.
We nemen uiteraard maatregelen om de instroom in de geïndiceerde maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg zoveel mogelijk te beperken. In regionaal verband wordt voor de jeugdzorg onder meer gewerkt aan de regionale samenwerkingsagenda en landelijk aan de Hervormingsagenda. Ook voor maatschappelijke ondersteuning nemen wij maatregelen om de instroom te beperken, denk hierbij aan ouderengroepen, Automaatje en de was- en strijkservice. Omdat we lastig kunnen bezuinigen op de geïndiceerde zorg, is het risico erg groot dat dit ten koste gaat van de voorliggende voorzieningen. De voorliggende infrastructuur, die de afgelopen jaren is opgebouwd, wordt hierdoor afgebroken en vragen van inwoners kunnen niet meer voorliggend worden afgehandeld. Zij stromen weer in de geïndiceerde duurdere zorg in. Dit betekent voor hen een moeizamer proces om zorg te krijgen, langer wachten op zorg en zorg die meer op afstand is. De preventie- en signaleringsfunctie zal voor een groot deel vervallen. Dit leidt onder meer tot toenemende veiligheidsissues/veiligheidsvraagstukken: verwarde mensen op straat, huiselijk geweld en kindermishandeling, verslavingsproblematiek, sociaal isolement, etc. Ook de gemeentebrede opgaven, zoals uitvoering geven aan de woonzorgvisie (regionaal en lokaal), komen daarmee onder druk.
Dit zijn de thema’s waar de provincie Overijssel op stuurt zoals: bevorderen eigen kracht en sociale netwerk, zorgzame gemeenschappen creëren, ondersteunen mantelzorgers en vrijwilligers, beter faciliteren van burger- en oudereninitiatieven. De omgevingsvisie geeft bijvoorbeeld ook aan dat de leefomgeving van de inwoners een belangrijk item is om goed te kunnen wonen in Haaksbergen. We gaan weg van een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht kwetsbaarheid of beperking, kan meedoen. Voor jeugdigen, gezinnen en ouderen is niet altijd tijdige hulp en ondersteuning beschikbaar binnen hun eigen leefomgeving en het eigen netwerk van bijvoorbeeld sportcoaches, opvangmedewerkers, leerkrachten, buren, familie, ect. De goede sociale basis die hiervoor nodig is en waarover Haaksbergen beschikt, wordt afgebroken: bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering vrijwilligers, algemene voorziening dagbesteding, de ouderengroepen en maatjesprojecten. De gerichte doordachte aanpak op preventie, waarmee gewerkt wordt binnen Haaksbergen, verdwijnt. Voorgestelde bezuinigingen leiden zowel tot afbraak van individuele ondersteuning van jong tot oud, als tot ernstige verschraling van de ondersteunende functies van het welzijnswerk. Hierdoor komt de sociale cohesie in de samenleving zwaar onder druk te
Kadernota 2025-2028
17
staan. Inwoners worden op zichzelf teruggeworpen. Kwetsbare inwoners worden aan hun lot overgelaten. Vertrouwen in de lokale overheid verdwijnt. Wij verwachten dat de ombuigingen op het sociaal domein in de toekomst juist tot meer kosten gaan leiden. Om die reden wordt in aanloop naar de Begroting 2025-2028 gekeken of er mogelijk alternatieve ombuigingen binnen het sociaal domein te realiseren zijn. Programma 7 – Volksgezondheid en milieu In dit programma is geen praktische ruimte gevonden in de medebewindstaken anders dan de reeds aangekondigde bezuiniging op de gemeenschappelijke regelingen. Voor het onderdeel begraven geldt dat een mindere inzet op de administratie, of verminderde investeringen in de begraafplaatsen, leiden tot structureel minder inkomsten. Uitvoering die wij in eigen huis doen betreffen afval en riool en zijn gekoppeld aan kostendekkende leges. Op het moment dat we hier besparen, zal dit ook invloed hebben op onze inkomsten, waarmee het tekort niet zal afnemen. Programma 8 – Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Bezuinigingsvoorstellen op de medebewindstaken in programma 8 zullen met name de opgave voor duurzaamheid treffen. Duurzaamheid is een medebewindstaak en de opgave is om in 2050 energieneutraal te zijn. Onderzoek wijst uit dat een kleine gemeente ongeveer 14 fte nodig heeft om dit te bereiken.
Wij hebben op dit moment 3,5 fte, waarvan 1 tijdelijk gefinancierd vanuit subsidiegeld. Door het volledige bedrag te bezuinigen op deze taak zal het onmogelijk zijn aan de opgave van energieneutraal in 2050 te kunnen voldoen. Het volledige werkbudget om duurzaamheidsmaatregelen te treffen, te stimuleren en onderzoek uit te voeren als basis voor nieuw beleid valt weg. Nadat we de afgelopen jaren ons vooral op zonnevelden en wind hebben gericht, wordt er nu gewerkt aan de duurzaamheidsvisie, de wijkuitvoeringsplannen (van het gas af) en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed starten we met onze eigen panden. We hebben een voorbeeldfunctie en moeten zelf ook naar nul op de meter. Voor de verduurzaming van ons vastgoed komen we met een voorstel om incidentele investeringen uit de algemene reserve te dekken, omdat dit wel structureel (financieel) rendement op zal leveren. Voor veel maatregelen op het gebied van verduurzaming bestaan nog subsidiemogelijkheden, echter is hier bijna altijd sprake van cofinanciering en voorbereidend werk (onderzoek). Uitvoering geven aan de duurzaamheidsvisie wordt moeilijk en initiatiefnemers kunnen we niet meer faciliteren met nieuw beleid of onderzoek naar innovatieve ontwikkelingen of pilots.
De taakstelling die verder nog ingevuld moet worden bij programma 8 zal ten koste gaan van deskundigenadvies voor een goede onderbouwing van besluiten op aanvragen. We gaan de dekking van de kosten nader onderzoeken, waarbij de consequenties van de invoering van de Wet Kwaliteitsborging (WKB) worden betrokken.
Kadernota 2025-2028
18
5. LATENTE ONTWIKKELINGEN/NOODZAKELIJKHEDEN In onderstaand overzicht zijn de latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden die nog niet financieel vertaald zijn in de huidige begroting opgenomen. Per programma wordt vervolgens weergegeven welke ontwikkelingen dat zijn en de consequentie van niet uitvoeren. Het huidige financiële beeld noodzaakt ons al kostenbesparingen in beeld te brengen op de huidige begroting. Dit betekent ook dat er geen ruimte is deze latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden op te vangen. Als we alle bovengenoemde ombuigingen doorvoeren, ontstaat een surplus. Daarnaast zitten er in de huidige begroting posten die geen wettelijke taken betreffen en derhalve eventueel als extra besparing ingezet kunnen worden. Zowel het realiseren van de ombuigingen, als het creëren van extra besparingen zal niet zonder maatschappelijke gevolgen zijn. Dus om onderstaande latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden te kunnen invullen, zullen andere maatschappelijke relevante taken gestopt moeten worden (uitruiling). De integrale afweging tussen al deze maatschappelijk relevante taken zal in aanloop naar de begroting gemaakt worden. (bedragen x € 1.000)
Programma 0 – Bestuur en ondersteuning Binnen programma 0 zijn er enkele ontwikkelingen die extra budget vragen. In de raadsafspraken hebben de fracties onder andere afspraken gemaakt over de inzet en het toepassen van participatie. De inzet op inwonerbetrokkenheid is nodig om uitvoering te geven aan deze raadsafspraak op structurele basis inzet te plegen op advisering en totstandkoming van participatie tussen samenleving en overheid (zowel overheidsparticipatie als inwonersparticipatie) conform onze beleidsnota participatie (link nota beleidsparticipatie). Zonder structurele inzet op inwonerbetrokkenheid kan geen uitvoering meer gegeven kunnen worden aan de raadsafspraak en verliest de samenleving een verbinder tussen samenleving en gemeente. Het binden en boeien van medewerkers is belangrijk met de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Met deze arbeidsmarktkrapte en een toenemende werkdruk, zoals blijkt uit de resultaten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek (hierna: MTO), wordt er steeds meer van het personeelsbeleid gevraagd. Om continuïteit te waarborgen en te voorkomen dat achterstanden ontstaan, zijn zowel incidentele als structurele investeringen nodig. Zonder deze investeringen, wordt het aantrekken van nieuwe
Kadernota 2025-2028
19
medewerkers een steeds grotere uitdaging. Onze arbeidsmarktpositie zal verslechteren en het imago van de gemeente zal onder druk komen te staan met het effect dat wij vacatures moeilijker kunnen invullen. Ook zullen administratieve achterstanden ontstaan in personeelsdossiers. Dashboards en kengetallen kunnen niet ontwikkeld worden en sturingsmiddelen voor de doorontwikkeling van de organisatie, zoals de capaciteitenmonitor, opvolging MTO, strategisch personeelsplanning en opleidingsoverzicht, verdwijnen. De afgelopen jaren bleek het in 2021 toegekende budget om het ziekteverzuim op te vangen niet voldoende. Dit heeft onder andere geleid tot een hoge werkdruk. De uitkomsten van het MTO bevestigen dit. Hierdoor ontstaat het risico dat belangrijke processen en/of dossiers aan kwaliteit verliezen, vertragen of helemaal stil komen te vallen. Ook lopen we het risico dat de werkdruk en werkstress (nog) verder toeneemt met als mogelijk gevolg dat het verzuimpercentage oploopt. In 2020 is ingezet om de bedrijfsvoering van de gemeente Haaksbergen te versterken, als onderdeel van onze ambitie toekomstbestendig en zelfstandig te blijven. Inmiddels zijn stappen gezet door de informatietechnologie uit te besteden aan de gemeente Hengelo. Nader onderzoek is verricht naar het versterken van het informatiemanagement van de gemeente Haaksbergen.
Uit dit onderzoek is gebleken dat een samenwerking op het informatiemanagement voor Haaksbergen het beste scenario is om tot versterking van IM te komen, waarbij Hengelo als voorkeurspartner is aangewezen (link besluit). Mede op basis van dit onderzoek is besloten een samenwerking met de gemeente Hengelo te verkennen op het informatiemanagement (link raadsbrief). Wij hebben met de gemeente Hengelo hiertoe een intentieovereenkomst gesloten. Omdat het informatiemanagement in de gemeente Haaksbergen summier is ingericht, dienen we zowel incidenteel als structureel te investeren. Als geen middelen beschikbaar komen voor het versterken van het informatiemanagement verliezen wij samenwerkingspotentie met onze voorkeurspartner en zullen wij geen efficiëntieslagen kunnen maken in onze bedrijfsvoering, die bijdragen aan de kwaliteit van de dienstverlening aan onze samenleving. Wettelijke verplichtingen waar we aan moeten voldoen vragen eveneens extra middelen. Dit gaat over het adresonderzoek en werkzaamheden om ons archief op orde te krijgen volgens de Archiefwet. Het niet uitvoeren van adresonderzoeken heeft forse gevolgen voor de kwaliteit van de BRP. Inwoners kunnen (financiële) schade ondervinden.
Mogelijk ontvangen zij geen toeslagen als gevolg van een onterechte inschrijving van personen op hun adres of ondervinden ze last van bijvoorbeeld deurwaarders omdat de vorige bewoner zich niet heeft uitgeschreven. Zonder het uitvoeren van een adresonderzoek mogen gegevens niet worden aangepast. Vele binnen en buiten gemeentelijke afnemers maken gebruik van de BRP. Hierbij kan gedacht worden aan de Wmo of de belastingdienst. Zij moeten kunnen vertrouwen op het accuraatheid van de persoonsgegevens. Als we niet investeren in het archief heeft dat als gevolg dat wij voor IBT archief naar rood gaan en daarmee onder toezicht komen te staan van de provincie. Ook maatschappelijk heeft dit gevolgen, zoals het verlies van historisch erfgoed of een gebrek aan transparantie en verantwoording vanuit de gemeente. Daarnaast is het vinden van bestaande informatie cruciaal, zowel voor de inwoner als voor de ambtelijke organisatie. Tenslotte zijn de AV middelen die nu in de raadzaal gebruikt worden, zowel financieel als technisch afgeschreven. De foutgevoeligheid bij de raadsvergaderingen neemt toe en de kwaliteit neemt af. Om erger te voorkomen dient er incidenteel geïnvesteerd te worden in nieuwe AV middelen. Hierbij zoeken wij aansluiting bij de IT samenwerking met de gemeente Hengelo en Oldenzaal.
Kadernota 2025-2028
20
Programma 1 - Veiligheid Extra capaciteit is noodzakelijk om uitvoering te kunnen geven aan ondermijning, het Bibob-beleid, etc. Daarvoor is een coördinator ondermijning nodig evenals een jurist veiligheid en ondermijning. Niet alleen de kwantitatieve inzet, maar ook de specifiek benodigde kennis en expertise maken dat het onmogelijk is de uitvoering van het ondermijningsbeleid te laten uitvoeren/coördineren door bestaande functionarissen binnen de organisatie. Voor 2023 en 2024 zijn incidenteel middelen vrijgemaakt om een coördinator ondermijning aan te stellen en te bepalen wat de structureel benodigde capaciteit is. Dit maakt onderdeel uit van een aantal zaken om de basis voor de bestrijding van ondermijning op orde te brengen. Als we de basis niet op orde houden, kunnen we in de toekomst mogelijk ook geen gebruik meer maken van het regionaal expertisecentrum (Riec) en wordt optreden tegen ondermijning lastiger. Programma 2 – Verkeer, vervoer en waterstaat Met de raadsinformatiebrief van 1 maart 2022, met kenmerk D-127548, is aan de raad kenbaar gemaakt dat omwille van de voortgang van het project afwaardering ‘oude N18’, het viaduct buiten beschouwing van de scope van fase 2 wordt gelaten en de besluitvorming en verdere aanpak van het viaduct en omliggende wegvakken in een separaat project opgepakt dient te worden.
Inspecties en onderzoeken wijzen uit dat de technische staat van het Koningin Wilhelminaviaduct, inclusief het wegvak SmitterijwegKlaashuisstraat en Buurserstraat (binnen de komgrens), dringend (onderhouds) maatregelen vraagt. Het project is omgevingsgevoelig. Zonder voorbereidingskrediet kunnen we een volgende stap niet bepalen en in gang zetten. Extra woningbouw heeft effect op de verkeerscirculatie. Dit moet meegenomen worden bij de ontwikkeling van de woningbouwopgave en is in programma 8 (Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) betrokken. Programma 4 – Onderwijs Voor de uitvoering van het integraal huisvestingsplan is expertise en capaciteit nodig. Zonder deze capaciteit is het niet mogelijk verdere uitwerking te geven aan het integraal huisvestingsplan (IHP) en komen de plannen, opgenomen in het IHP, stil te staan. Goede onderwijshuisvesting is belangrijk voor Haaksbergen en de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente. Het huidige gebouw van het Assink Lyceum is ruim 40 jaar oud en is aan vervanging toe, bovendien is het onderwijsconcept veranderd en daarmee gaan andere huisvestingwensen gemoeid. Als wij niet investeren in een nieuw schoolgebouw lopen we het risico dat meerdere vormen van onderwijs niet meer binnen de eigen gemeente aangeboden kunnen worden. Stichting Portuur zal dan mogelijk uitwijken naar andere locaties.
Het college heeft zich uitgesproken voor het financiële scenario 2 uit de rapportage van het haalbaarheidsonderzoek (link presentatie). Daarover is de raad per raadsbrief geïnformeerd (link raadsbrief). In navolging daarop besluiten wij om bij de Begroting 2025-2028 een incidenteel bedrag te reserveren voor HAL als onderdeel van het IHP. Een scenario waarbij is uitgegaan van een verlaging van de structurele jaarlasten door een eenmalige toevoeging van € 5.000.000 aan een bestemmingsreserve. Het bedrag dat aanvullend gefinancierd moet worden, bedraagt in dit scenario € 21.250.000. Voor de nieuwbouw van Het Assink Lyceum (HAL) zijn geen bedragen opgenomen in de huidige begroting. Tevens zijn in het verleden geen middelen weggezet in een reserve voor maatschappelijk vastgoed. Na het doorvoeren van de ombuigingen (hoofdstuk 4) is er conform het haalbaarheidsonderzoek nog minimaal € 1.000.000 structureel extra nodig (bovenop de huidige structurele lasten in de begroting). Deze extra lasten kunnen enkel gedragen worden na verdere ombuigingen op de huidige taken en voorzieningen. Dit achten wij op dit moment onverantwoord. Pas als de korting vanuit het