Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Haaksbergen
Tekst van het document
C.
Integrale planvorming/vernieuwing van het basisonderwijs in de kern Haaksbergen.
I.
Levensduurverlenging/renovatie /vervangende nieuwbouw
A.
Levensduurverlenging/vervangende nieuwbouw Basisschool Buurse (2023 - 2027)
Basisschool Buurse is gehuisvest in een technisch gedateerd gebouw met een grote overcapaciteit van circa de helft van het gebouw. De instandhouding van het gebouw is dan ook kostbaar. De onderhouds– en exploitatiekosten nemen toe hetgeen een groot appel doet op de middelen van de school, middelen die niet kunnen worden ingezet voor het onderwijsproces zelf. De overcapaciteit wordt niet bekostigd door de Rijksoverheid 38
(ministerie van OCW). Basisschool Buurse wordt voor circa 600 m2 BVO voor de instandhouding van het gebouw door het ministerie van OCW vergoed, terwijl ze circa 1.100 m2 BVO in stand moet houden. Vanwege de leeftijd, de technische en functionele staat is levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw van het gebouw wenselijk, waarbij ook de capaciteit wordt aangepast aan de hoeveelheid leerlingen (inclusief voorschoolse voorzieningen). B.
Levensduurverlenging/vervangende nieuwbouw RKBS Sint Bonifacius Sint Isidorushoeve (2023 - 2027)
Ook de basisschool Sint Bonifacius in Sint Isidorushoeve is technische en functioneel gedateerd. Onderzoek naar de optimalisering van de huisvesting is gewenst. Er is in tegenstelling tot Basisschool Buurse geen sprake van overcapaciteit. Desalniettemin nemen ook hier de onderhouds– en exploitatiekosten toe voor de instandhouding. Geadviseerd wordt om na vaststelling van het IHP gezamenlijk - Keender en gemeente - onderzoek te doen naar de optimalisering van de huisvesting van RKBS Sint Bonifacius door middel van levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw. C.
(Ver-)nieuwbouw RKBS Pius X (planvorming 2023 - 2027, eventuele vernieuwing na 2027)
Pius X is gehuisvest in het oudste schoolgebouw van de gemeente. Vernieuwing van de huisvesting is gewenst in combinatie met een eventuele bredere herstructurering van de voorzieningenstructuur voor het basisonderwijs in dit deel van de kern Haaksbergen. Integrale planvorming in combinatie met o.a. basisschool Honesch en eventueel ook CBS Op den Akker is gewenst omdat de vernieuwingsvraag voor deze basisscholen ook op korte of middellange termijn aan de orde is. Op basis van de reeds geformuleerde uitgangspunten met betrekking tot de minimale omvang van voorzieningen in de kern Haaksbergen, dient onderzocht te worden in hoeverre door integrale planvorming in dit deel van Haaksbergen op termijn een toekomstbestendige voorziening kan worden gerealiseerd. Het eventueel combineren van de genoemde basisscholen kan leiden tot een voorziening met circa 300 à 320 leerlingen, met de nodige mogelijkheden de kwaliteit van het onderwijs te vergroten en/of garanderen door samenwerking op inhoud, organisatie en huisvesting. Onderdeel van dit onderzoek is op welke wijze de optimalisering c.q. vernieuwing van de huisvesting moet of kan plaatsvinden: door vervangende nieuwbouw of nieuwbouw i.c.m. levensduurverlenging van bestaande
39
voorzieningen. Een kostenbatenanalyse en businesscase van de beide hoofdscenario’s - nieuwbouw of renovatie/levensduurverlenging - dienen in beeld te brengen welke keuze op basis van meerdere aspecten de voorkeur verdient (onderwijskundig, stedenbouwkundig, verkeerskundig, financieel e.d.) D.
(Ver-)nieuwbouw RKBS Paus Joannes & Sint Bonifatius (planvorming 2023 - 2027, eventuele vernieuwing na 2027)
Beide basisscholen hebben een hoge leeftijd - 59 en 53 jaar - en zijn ook ondanks aanpassingen gehuisvest in functioneel en gedateerde gebouwen. Het vraagstuk van levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw op afzienbare termijn zal aan de orde zijn. Gecombineerde vernieuwing van beide basisscholen kan in dit deel van Haaksbergen - Veldmaat - leiden tot een voorziening met circa 340 leerlingen, met evenals in de situatie van Pius X , de nodige mogelijkheden een voorziening te realiseren die adequaat is ingericht en voorbereid op de diverse onderwijskundige en maatschappelijke vraagstukken. Het verdient aanbeveling om in deze eventuele integrale planvorming ook de Montessoribasisschool Haaksbergen te betrekken. Ook hier dient onderzocht te worden op welke wijze de optimalisering c.q. vernieuwing van de huisvesting moet of kan plaatsvinden: door vervangende nieuwbouw of gedeeltelijke nieuwbouw i.c.m. levensduurverlenging van één van de bestaande voorzieningen. E.
(Ver-)nieuwbouw Montessoribasisschool Haaksbergen en CBS Op den Akker (planvorming 2023 - 2027, eventuele vernieuwing na 2027)
De Montessoribasisschool Haaksbergen en CBS Op den Akker zijn erg kleine basisscholen, waardoor de toekomstbestendigheid in gevaar komt of zou kunnen komen. Voor beide basisscholen is solitaire vernieuwing niet aan de orde. Levensduurverlenging zal echter een keer aan de orde komen. Geadviseerd wordt om ten behoeve van de toekomstige huisvesting van beide basisscholen deze scholen te betrekken bij c.q. onderdeel te laten zijn van enerzijds de integrale planvorming Pius X (Op den Akker) en anderzijds de integrale planvorming RKBS Boni-
40
fatius en RKBS Paus Joannes (Montessoribasisschool Haaksbergen), dan wel andere integrale planvorming. Op basis van de geformuleerde uitgangspunten en prioriteiten zijn resumerend de huisvestingsvraagstukken in het basisonderwijs: Korte termijn (2024 - 2027) A.
Levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw Basisschool Buurse.
B.
Levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw RKBS Sint Bonifacius (Sint Isidorushoeve).
Middellange termijn (2028 - 2031) A.
(Ver-)nieuwbouw Pius X (eventueel i.c.m. andere basisscholen: Basisschool Honesch, CBS Op den Akker).
B.
(Ver-)nieuwbouw RKBS Paus Joannes & Sint Bonifatius (eventueel i.c.m. andere basisscholen: Montessoribasisschool Haaksbergen).
C.
(Ver-)nieuwbouw Montessoribasisschool Haaksbergen en CBS Op den Akker (als onderdeel van A en B).
41
6. VOORTGEZET ONDERWIJS 6.1 LEERINGENPROGNOSE HET ASSINK LYCEUM Het Assink lyceum (HAL) heeft als regionale scholengemeenschap haar zwaartepunt in de gemeente Haaksbergen. Circa 1.400 leerlingen volgen het onderwijs op de twee onderwijslocaties in de gemeente Haaksbergen (locaties Bouwmeester en Van Brakelstraat). De ontwikkeling van de leerlingenaantallen is in onderstaande grafiek weergegeven voor de gehele scholengemeenschap (inclusief locaties in Eibergen en Neede, blauwe lijn) en voor de beide locaties in Haaksbergen (oranje lijn)
Prognoses van HAL (HAL stelt eigen prognoses op. Door Pronexus zijn geen aanvullende prognoses opgesteld).
De verwachting is dat het aantal leerlingen de komende jaren afneemt van circa 2.200 anno 2022 naar circa 1.820 in het schooljaar 2027 - 2028, een daling van circa 18 %. Als alleen wordt gekeken naar de locaties in Haaksbergen is absoluut gezien een minder sterke daling te verwachten van circa 1.350 leerlingen naar circa 1.000 leerlingen, procentueel is echter sprake van een daling van circa 25 %. 42
De daling van het aantal leerlingen in Haaksbergen wordt deels veroorzaakt door een gewijzigde organisatie van het onderwijsaanbod. Vanwege de hoge kosten van handhaving van beide (kostbare) onderwijslocaties in Haaksbergen (een vraagstuk dat reeds aan de orde is gekomen in het tussen 2017 - 2019 uitgevoerde onderzoek naar de optimalisering van de huisvesting van HAL), heeft HAL het voornemen het onderwijs in Haaksbergen vanaf het schooljaar 2025 - 2026 te concentreren op één locatie, te weten de locatie De Bouwmeester. Hier zal sprake zijn van een breed instroompunt van VMBO, HAVO, VWO, GV+. Na het tweede leerjaar blijft het onderwijsaanbod in Haaksbergen bestaan uit een aanbod aan HAVO, VWO en GV+. De leerlingen die zijn aangewezen op VMBO basis/kader, Gemengde Leerweg, Theoretische Leerweg zullen de leerjaren 3 en 4 vervolgen in Neede. De huidige GTL-afdeling op locatie Van Brakelstraat zal verplaatst worden naar locatie Parallelweg te Neede (VMBO BB/ KB bovenbouw). De reden hiervoor is dat zowel Neede als Haaksbergen een afdeling GTL hebben, die te klein wordt om een goed kwalitatief aanbod te blijven bieden. Door beide afdelingen te centreren op één locatie worden de keuzemogelijkheden voor de leerlingen vergroot. Bovendien wordt GTL landelijk de 'Nieuwe Leerweg', waarbij leerlingen één dag per week praktijkvakken moeten volgen.
Hiervoor is de locatie Parallelweg uitermate geschikt, aangezien de bovenbouw VMBO BB en KB hier reeds gevestigd zijn.
6.2 RUIMTEBEHOEFTE HET ASSINK LYCEUM Met inachtneming van de voorgenomen organisatie en daarmee verdeling van de leerlingen over de toekomstige drie onderwijslocaties Haaksbergen, Eibergen en Neede wijzigt ook de ruimtebehoefte. Wanneer uitgegaan wordt van de bovenstaande leerlingenprognose met op termijn circa 1.000 leerlingen in een brede onderbouw en bovenbouw HAVO/VWO in Haaksbergen, is op grond van de verordening voorzieningen onderwijshuisvesting van de gemeente Haaksbergen sprake van een ruimtebehoefte van circa 7.000 m2 BVO en een behoefte van twee gymzalen.
6.3 HUISVESTINGSVRAAGSTUK HET ASSINK LYCEUM De huidige gebouwen in Haaksbergen hebben zoals reeds beschreven een hoge leeftijd en zijn technisch en functioneel gedateerd. Het verbeteren van de technische en functionele kwaliteit gaat gepaard met 43
erg hoge kosten en op onderdelen is verbetering niet mogelijk (o.a. verbeteren van de isolatie omdat er geen ruimte is voor bijvoorbeeld het isoleren van de vloer). De functionele en technische beperkingen zijn in het recente verleden al in beeld gebracht in het onderzoek naar diverse scenario’s inzake de optimalisering van de huisvesting in 2017 - 2020. Beoogd werd te komen tot een unilocatie van circa 8.400 m2 BVO op de locatie Van Brakelstraat. De redenen te komen tot een unilocatie hadden betrekking op het realiseren van een hogere c.q. betere (onderwijs-)kwaliteit, een professionelere leer– en werkomgeving voor leerlingen en medewerkers en een duurzame en gezonde exploitatie. Het bleek echter niet mogelijk om financiële ruimte te realiseren binnen de gemeente voor de realisering van de vervangende nieuwbouw. Door het uitblijven van vervangende nieuwbouw heeft HAL inmiddels de nodige functionele aanpassingen gedaan om het onderwijsconcept van Talentgericht Onderwijs (TO) in te kunnen voeren. Er wordt gewerkt in verschillende teams waarin leraren verantwoordelijk zijn voor een bepaalde doelgroep leerlingen. TO biedt ruimte voor onderwijs op maat; het onderwijs wordt afgestemd op de leerbehoefte van de leerling. Er is in het lesrooster sprake van basistijd, stamtijd, ateliertijd en toptijd.
Naast deze functionele aanpassingen hebben nog geen technische verbeteringen plaatsgevonden wat betreft o.a. het optimaliseren van het binnenklimaat of de energiehuishouding. Reden hiervoor is de besluitvorming door de gemeente Haaksbergen dat vanwege de destijds aan de orde zijnde financiële situatie de optimalisering van de huisvesting eerst weer aan de orde zal zijn vanaf 2024 - 2025. Inmiddels heeft Stichting Portuur besloten om met de door haar gereserveerde middelen voor de vervangende nieuwbouw (de schoolbestuurlijke bijdrage in de vernieuwing) toch de meest noodzakelijke investeringen te doen ten behoeve van de verbetering van het binnenklimaat en onderwijskundige aanpassingen in het gebouw aan de locatie Bouwmeester.
44
In 2o25 is de locatie Bouwmeester inmiddels 45 jaar oud. Het destijds aan de orde zijnde vraagstuk met betrekking tot de kwaliteit van de huisvesting zal de komende periode nog steeds aan de orde zijn. De locatie Bouwmeester biedt weliswaar voldoende ruimte voor de inpassing van de toekomstige leerlingenaantallen. De capaciteit van de locatie is circa 8.500 m2 BVO, de toekomstige ruimtebehoefte is circa 7.000 m2 BVO. De verwachting is dat de inpassing van het nieuwe onderwijsconcept TO vanwege een bestaande bouw leidt tot het nodige ontwerpverlies (inpassing van een functioneel ruimtelijk programma van eisen in een bestaand gebouw vraagt veelal meer m2 BVO dan wanneer sprake is van vervangende nieuwbouw) en functionele beperkingen. De reeds in de periode 2017 - 2020 in beeld gebrachte knelpunten met betrekking tot het renoveren van de locatie zullen daarnaast nog steeds aan de orde zijn (in algemene zin het niet kunnen upgraden van de locatie aan de huidige technisch eisen van het Bouwbesluit en programma van eisen Frisse Scholen).
6.4 HUISVESTINGSAGENDA VOORTGEZET ONDERWIJS De huisvestingsagenda voortgezet onderwijs bevat de vervangende nieuwbouw van de huisvesting van Het Assink Lyceum, waarbij dan wederom teruggegrepen kan worden op het in 2019 uitgevoerde locatieonderzoek en de beslissing eventuele nieuwbouw te realiseren op de locatie Van Brakelstraat. In tegenstelling tot de vorige planvorming zal er bij de vernieuwing van de huisvesting van HAL door vervangende nieuwbouw geen of geringe sprake hoeven te zijn van tijdelijke huisvesting. Ook is door de reorganisatie van het onderwijsaanbod over de verschillende locaties van HAL sprake van een geringere ruimtebehoefte voor een voorziening in Haaksbergen. Echter deze besparingen worden teniet gedaan door hogere actuele investerings-/stichtingskosten. In verband met de verdere onderwijskundige en organisatorische vernieuwing van HAL - invoering TO - is
45
het echter wel van belang (zo mogelijk op korte termijn) helderheid te creëren over de vernieuwing van de huisvesting. Voorkomen dient te worden dat er diverse investeringen plaatsvinden die structureel niet noodzakelijk zijn. Samenvattend: Korte termijn (2024 - 2027) A.
Planvorming vervangende nieuwbouw huisvesting HAL in Haaksbergen.
Middellange termijn (2028 e.v.) B.
Realisatie vervangende nieuwbouw huisvesting HAL.
46
7. OVERZICHT ONTWIKKELING VOORZIENINGEN &PLANNING 7.1 ONTWIKKELINGSRICHTING PO & VO Op basis van de in de hoofdstukken 5 en 6 beschreven planvorming voor de korte termijn (vernieuwing basisscholen Buurse en Sint Isidorushoeve) en de huisvestingsscenario’s voor de middellange termijn is in het schema op de volgende bladzijde de ontwikkelingsrichting weergeven van de onderwijsvoorzieningenstructuur in de gemeente Haaksbergen. Mede op basis van het gemeentelijk uitgangspunt om in de kern Haaksbergen in het PO te komen tot voorzieningen met een minimale omvang van de gemeentelijke stichtingsnorm, kan het aantal locaties voor basisonderwijs op de middellange/lange termijn wijzigen. Dit is echter ook a ankelijk van de schoolbestuurlijke keuzes om te komen tot gezamenlijke huisvesting. In het schema is op basis van mogelijke combinaties van basisscholen (met dus de erkenning van de schoolbestuurlijke verantwoordelijkheid en bevoegdheid in het wel of niet realiseren van deze combinaties) en de realisering van een unilocatie voor Het Assink lyceum deze wijziging van de voorzieningenstructuur weergegeven. De ambitie om in de huisvesting te streven naar grotere voorzieningen dwingt geen institutionele fusies af; een locatie kan bestaan uit meerdere zelfstandig basisscholen, die echter onder één dak wonen en gebruik maken van gezamenlijke voorzieningen.
Of deze ontwikkeling haalbaar is en in welke fasering en periode, is a ankelijk van de planvorming van de gezamenlijke schoolbesturen. De gemeente wil deze herstructurering door middel van de huisvesting binnen haar ruimtelijke en financiële mogelijkheden faciliteren c.q. accommoderen.
47
48
7.2 PLANNING HUISVESTINGSAGENDA PO & VO Op basis van de in hoofdstuk 5 (basisonderwijs) en 6 (voortgezet onderwijs) beschreven huisvestingsvraagstukken en –scenario’s is onderstaande planning opgesteld. Voor de korte termijn gaat het enerzijds om levensduurverlenging/vernieuwing van de voorzieningen in de kernen Buurse en Sint Isidorushoeve (daadwerkelijke realisatie) en anderzijds om verdere planvorming/-ontwikkeling ten behoeve van realisatie van de vernieuwing van de onderwijshuisvesting op de middellange termijn (2028 - 2031 e.v.). Met de realisatie van de huisvestingsprojecten voor de korte en middellange termijn is er daarna geen sprake van huisvestingsprojecten omdat de eventuele levensduurverlenging van Los Hoes, De Kameleon en Het Palet eerst aan de orde is zo rond 2050 e.v. Korte termijn (2024 - 2027) A.
Levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw Basisschool Buurse.
B.
Levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw RKBS Sint Bonifacius (Sint Isidorushoeve).
C.
Planvorming vervangende nieuwbouw HAL in Haaksbergen.
D.
Planvorming levensduurverlenging en/of vervangende nieuwbouw Pius X (eventueel i.c.m. andere basisscholen: Basisschool Honesch, CBS Op den Akker).
E.
Planvorming levensduurverlenging en/of vervangende nieuwbouw RKBS Paus Joannes & Sint Bonifatius (eventueel i.c.m. andere basisscholen: Montessoribasisschool Haaksbergen).
Middellange termijn (2028 - 2031) A.
(Ver-)nieuwbouw Pius X (eventueel i.c.m. andere basisscholen: Basisschool Honesch, CBS Op den Akker).
B.
(Ver-)nieuwbouw RKBS Paus Joannes & Sint Bonifatius (eventueel i.c.m. andere basisscholen: Montessoribasisschool Haaksbergen).
C.
(Ver-)nieuwbouw Montessoribasisschool Haaksbergen en CBS Op den Akker (als onderdeel van A en B).
D.
Realisatie vervangende nieuwbouw huisvesting HAL.
49
Lange termijn (2032 e.v.) A.
Levensduurverlenging Los Hoes (2050), De Kameleon (2059), Het Palet (2063).
50
8. INVESTERINGSAGENDA EN COFINANCIERING 8.1 INVESTERINGSAGENDA 2024 - 2027 In onderstaande tabel is de (indicatieve) investeringsagenda weergegeven. De toelichting volgt op de volgende bladzijde.
51
·
Korte termijn 2024 - 2027
Voor de korte termijn is sprake van een investeringsbehoefte van circa € 4,1 miljoen. Dit is benodigd voor vervangende nieuwbouw van de Basisschool Buurse en de levensduurverlenging van RKBS Sint Bonifacius in Sint Isidorushoeve. Uitgegaan is van vervangende nieuwbouw voor Basisschool Buurse omdat de kosten voor levensduurverlenging vergelijkbaar zijn met de kosten van vervangende nieuwbouw. Deze vergelijkbare kosten worden veroorzaakt doordat bij vervangende nieuwbouw een geringere omvang hoeft te worden gerealiseerd. Bij het scenario van levensduurverlenging is er vooralsnog vanuit gegaan dat de huidige omvang van Basisschool Buurse in stand blijft en levensverlengend wordt gerenoveerd. Wanneer de stichtingskosten van de vervangende nieuwbouw en de levensduurverlenging worden vertaald naar jaarlijkse kapitaallasten, dan zijn de kapitaallasten van de vervangende nieuwbouw geringer dan de kapitaallasten van de levensduurverlenging. Dit wordt veroorzaakt doordat de stichtingskosten van een renovatie/levensduurverlenging in 25 jaar worden afgeschreven, terwijl de stichtingskosten van vervangende nieuwbouw in 40 jaar worden afgeschreven. Kijkend naar zowel de stichtingskosten als de jaarlijkse kapitaallasten verdient het aanbeveling vervangende nieuwbouw verder te onderzoeken.
Voor RKBS Sint Bonifacius geldt dat levensduurverlenging financieel gunstiger is dan vervangende nieuwbouw. Dit wordt veroorzaakt doordat de toekomstige ruimtebehoefte vergelijkbaar is met de huidige capaciteit van het schoolgebouw. Bij vervangende nieuwbouw moet er een vergelijkbare omvang worden gerealiseerd als de bestaande capaciteit. Belangrijk is dat in het verdere onderzoek naar de vernieuwing van de RKBS Sint Bonifacius er een integrale afweging wordt gemaakt tussen de scenario’s van levensduurverlenging en vervangende nieuwbouw op basis van onderwijskundige, organisatorische, stedenbouwkundige en financiële aspecten. De vernieuwing van de beide basisscholen in de kernen Buurse en Sint Isidorushoeve is inclusief verduurzaming op basis van de huidige technische eisen. Dat geldt vanzelfsprekend so wie so wanneer sprake is van vervangende nieuwbouw. Wanneer sprake is van levensduurverlenging wordt er eveneens vanuit gegaan dat de technische aanpassingen inclusief verduurzamingsverbeteringen betreffen (verbetering van isolatie, energiehuishouding e.d.).
52
·
Middellange termijn 2028 - 2031
De investeringskosten voor de middellange termijn zijn hoger en variëren van circa € 41 miljoen (vervangende nieuwbouw) versus € 30 miljoen (levensduurverlenging/renovatie). Wat betreft de kapitaallasten is sprake van vergelijkbare jaarlijkse lasten van circa € 1,4 miljoen voor zowel de investeringskosten van nieuwbouw als levensduurverlenging. De vergelijkbare kapitaallasten komen voort uit de toepassing van verschillende afschrijvingstermijnen voor nieuwbouw versus renovatie. De hoge investeringskosten voor de middellange termijn worden veroorzaakt doordat enerzijds in het investeringsoverzicht is uitgegaan van ‘maximale’ scenario’s daar waar het gaat om de vernieuwing van het basisonderwijs (de vernieuwing van 6 basisscholen in de kern Haaksbergen in 2 nieuwe voorzieningen voor deze scholen), anderzijds worden de hoge kosten veroorzaakt doordat voorgesteld wordt in de periode 2028 - 2031 te komen tot een unilocatie voor Het Assink lyceum. In de kostenramingen voor het basisonderwijs is uitgegaan van gecombineerde vervangende nieuwbouw van enerzijds de basisscholen Pius X, Honesch en Op den Akker en anderzijds de basisscholen Paus Joannes, Sint Bonifatius en Montessoribasisschol Haaksbergen. De komende periode zal nadere planvorming moeten uitwijzen welke scenario’s de voorkeur hebben en bestuurlijk en financieel haalbaar zijn.
De kostenramingen zijn gebaseerd op huidige kengetallen waarmee voorzieningen kunnen worden gerealiseerd die voldoen aan de huidige functionele en technische eisen (inclusief eisen met betrekking tot duurzaamheid). Voor Het Assink Lyceum is de komende periode ook nader onderzoek nodig met betrekking tot de vernieuwing van de huisvesting. De stichtingskosten van vervangende nieuwbouw zijn vanzelfsprekend hoger dan wanneer sprake zou zijn van een eventuele levensduurverlenging (met de kanttekening dat levensduurverlenging naar de huidige technisch eisen niet mogelijk is). Wanneer echter de stichtingskosten van een eventuele levensduurverlenging (voor zover functioneel en technisch mogelijk) worden omgezet in kapitaallasten, is sprake van hogere jaarlijkse lasten dan wanneer gekozen wordt voor vervangende nieuwbouw (dit was ook de uitkomst van het in de periode 2017 - 2020 uitgevoerde onderzoek). Dit wordt veroorzaakt door de kortere afschrijvingstermijn (25 jaar) van de stichtingskosten van levensduurverlenging. Op basis van deze financiële vergelijking van de scenario’s levensduurverlenging en vervangende nieuwbouw verdient het aanbeveling te kiezen voor vervangende nieuwbouw. Daarbij dient ook te worden overwogen in 53
hoeverre het duurzaam is een erg hoge levensduurverlengende investering te doen in een gebouw dat door constructieve beperkingen niet is aan te passen naar de huidige technische eisen (bijvoorbeeld beperkingen daar waar het gaat om het isoleren van het gebouw waardoor er de nodige concessies gedaan moeten worden aan duurzaamheidsambities). Naast deze financiële vergelijking en afweging kan ook geconcludeerd worden dat vervangende nieuwbouw betere mogelijkheden biedt een voorziening te realiseren die beter aansluit bij de onderwijskundige en organisatorische ambities en doelstellingen van het talentgericht onderwijs van HAL. De kosten voor verduurzaming van de 6 basisscholen waarvoor nog planvorming nodig is (Pius X, Honesch, Op den Akker, Bonifatius, Paus Joannes en Montessori), zijn niet opgenomen c.q. geraamd omdat dit in hoge mate a ankelijk is van de verdere scenario-ontwikkeling in deze periode. In de nu opgenomen ramingen is uitgegaan van de stichtingskosten voor vervangende nieuwbouw voor de in deze periode opgenomen scholen, waarmee ook de noodzakelijke duurzaamheidsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd. Wanneer op basis van nader onderzoek en overleg er scenario’s uitkomen waarbij deels sprake is van levensduurverlenging en/of handhaving van de bestaande gebouwen, zullen er maatregelen (en investeringen) nodig zijn om deze gebouwen te verduurzamen.
Wellicht dat financieel dan sprake is van communicerende vaten; de kosten van vervangende nieuwbouw worden geringer, terwijl de kosten van levensduurverlenging én verduurzaming van de bestaande gebouwen dan toenemen. In de komende periode zal er gezamenlijk onderzoek - gemeente en schoolbesturen - moeten plaatsvinden over de wijze waarop de vernieuwing financieel en bestuurlijk haalbaar is zodat realisatie op de middellange termijn mogelijk is. ·
Lange termijn 2032 e.v.
De kosten voor de lange termijn zijn niet geraamd omdat de vernieuwing van de betreffende basisscholen Los Hoes, De Kameleon, Palet - eerst aan de orde is vanaf circa 2050. N.B. De hiervoor opgenomen ramingen zijn gebaseerd op kengetallen anno 2022. De bouwmarkt is door diverse maatschappelijke en internationale ontwikkelingen erg complex en ongewis. Hoe deze kengetallen zich dan ook verder ontwikkelen (op– of neerwaarts) is niet aan te geven.
54
8.2 BIJDRAGE RENOVATIE & NIEUWBOUW SCHOOLBESTUREN (COFINANCIERING) De gemeente heeft een specifieke verantwoordelijkheid als het gaat om de financiering van schoolgebouwen. In de toekomst kan echter sprake zijn van cofinanciering in zowel situaties van renovatie als nieuwbouw (een en ander conform de voorstellen van de VNG, PO-raad en VO-raad die op dit moment in wet– en regelgeving worden verwerkt). De gemeente kan vanuit haar wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting, het uitstellen van vervangende nieuwbouw en het verbeteren van de kwaliteit van de gebouwen bijdragen in renovatie c.q. levensduurverlenging. Het schoolbestuur kan bijdragen in nieuwbouw vanwege de optimalisering van de exploitatie hetgeen voordelig is voor de school i.c. het bestuur. Hoewel de optie van cofinanciering in de vernieuwing van de huisvesting in het primair onderwijs op dit moment nog niet wettelijk is toegestaan (in het voortgezet onderwijs is dit wel mogelijk), is cofinanciering in beginsel een te verdedigen uitgangspunt voor de vernieuwing van de huisvesting. Op projectniveau zullen nadere afspraken worden gemaakt tussen de gemeente en de schoolbesturen over het bijdragen in de vernieuwing door de schoolbesturen.
55
9. CONCLUSIES De volgende algemene conclusies kunnen worden getrokken.
9.1 BASISONDERWIJS a.
Het is de ambitie de onderwijsketen te versterken en te komen tot een sluitend netwerk van expertises, activiteiten en voorzieningen, voor kinderen en ouders, waarbij voldoende keuzemogelijkheden zijn. Voor het basisonderwijs dient deze ambitie waargemaakt te worden door een sterke samenwerking tussen de voorschoolse periode en het basisonderwijs. Dit gebeurt o.a. door de reeds aanwezige brede scholen en inhuizing (medegebruik) van kinderopvang in scholen waardoor sprake is van vormen van IKC’s.
b.
Het is de gezamenlijke ambitie van gemeente en schoolbesturen om in de kleine kernen Buurse en Sint Isidorushoeve kwalitatieve basisscholen en zo mogelijk integrale kindvoorzieningen voor 0 - 12 jarigen (combinaties van kinderopvang en basisonderwijs) te behouden c.q. te realiseren. De basisscholen zijn een belangrijke factor in het behouden van de lee aarheid van de kleine kernen van de gemeente Haaksbergen.
c.
Schoolbesturen en gemeente streven in de kern Haaksbergen naar vernieuwing van de voorzieningenstructuur op basis van integrale planvorming, waarbij gekomen wordt tot voorzieningen in de huisvesting die minimaal voldoen aan de voor de gemeente geldende stichtingsnorm van 200 leerlingen (in dergelijke voorzieningen kunnen eventueel meerdere scholen gehuisvest worden). Dit uitgangspunt beoogt geen afgedwongen institutionele fusies (dit betreft een autonome schoolbestuurlijke verantwoordelijkheid).
d.
In de vernieuwing van de onderwijshuisvesting streeft de gemeente Haaksbergen als onderdeel van de Regionale Energiestrategie Twente 1.0 en haar eigen duurzaamheidsbeleid/-agenda naar energiereductie, CO2-reductie en het gebruik van duurzame energie.
e.
Het leerlingenaantal in het basisonderwijs is in 2022 ongeveer 1.740 en zal de komende jaren licht dalen c.q. stabiliseren op circa 1.700 leerlingen. 56
f.
Stichting Keender is het grootste schoolbestuur met circa 1.6.00 leerlingen. Stichting VCO met meerdere scholen in de regio heeft één basisschool in Haaksbergen (Op den Akker) met circa 80 leerlingen. Stichting Montessori Haaksbergen is bestuurlijk een eenpitter. Het leerlingenaantal van de Montessorischool daalt op basis van de recent opgestelde leerlingenprognoses de komende jaren onder de opheffingsnorm van de gemeente Haaksbergen (60 leerlingen).
g.
De gemiddelde leeftijd van de basisscholen in Haaksbergen is 38 jaar, de oudste school is de Pius X (1955), de jongste school Het Palet (oplevering gepland in 2023). Er is geen speciaal basisonderwijs en/of speciaal onderwijs in de gemeente.
h.
De beschikbare capaciteit voor het basisonderwijs bedraagt circa 12.600 m2 BVO, de ruimtebehoefte is circa 11.000 m2 BVO en daalt de komende jaren naar een stabiele ruimtebehoefte van circa 10.700 m2 BVO. Geconcludeerd kan worden dat de beschikbare capaciteit passend is voor het totaal aantal leerlingen in het basisonderwijs.
i.
De vernieuwing van de onderwijshuisvesting voor de korte termijn 2024 - 2027 is gericht op de levensduurverlenging/vernieuwing van de voorzieningen in de kernen Buurse en Sint Isidorushoeve.
j.
Voor de vernieuwing van de onderwijshuisvesting voor de korte termijn 2024 - 2027 is circa € 4,1 miljoen nodig voor de Sint Bonifacius en Basisschool Buurse. Deze raming is vooralsnog gebaseerd op levensduurverlenging voor RKBS Sint Bonifacius en vervangende nieuwbouw voor Basisschool Buurse. Het betreft hier ramingen op basis van kengetallen medio 2022.
k.
De vernieuwing van de onderwijshuisvesting voor de middellange termijn 2028 - 2031 is gericht op de vernieuwing van basisscholen in de kern Haaksbergen. De planontwikkeling hiervoor kan de komende jaren reeds starten zodat vernieuwing in de periode 2028 - 2031 kan plaatsvinden.
l.
Uitgaande van een ‘maximale’ herstructurering en nieuwbouw van Pius X i.c.m. basisschool Honesch en CBS Op den Akker enerzijds en nieuwbouw RKBS Paus Joannes & Sint Bonifatius i.c.m. Montessoribasisschool Haaksbergen - is circa € 14,6 miljoen nodig voor de vernieuwing van het basisonderwijs in de kern Haaksbergen.
m.
De verduurzaming van de schoolgebouwen is onderdeel van de vernieuwing en planvorming. In de vernieuwing voor de korte termijn (Buurse en Sint Isidorushoeve) zijn duurzaamheidsmaatregelen onderdeel. Gestreefd wordt naar Frisse Scholen klasse B en daar waar mogelijk energieneutrale en gasloze gebouwen. 57
n.
De vernieuwing van de onderwijshuisvesting vindt mede plaats door een nader vorm te geven bijdrage door de schoolbesturen. Per project zullen hierover afspraken worden gemaakt tussen de gemeente en schoolbesturen. Investeringen voor de kinderopvang zijn budgettair neutraal; de investeringen worden gedekt door huurvergoedingen door de kinderopvang.
o.
Met de vernieuwing van de basisscholen in de kernen Buurse en Sint Isidorushoeve en de eventuele ‘maximale’ herstructurering en daarmee vernieuwing in de kern Haaksbergen is sprake van een huisvestingssituatie in het basisonderwijs die de komende decennia op orde is. Pas na 2050 zal vernieuwing weer aan de orde zijn voor de dan circa 40 jaar oude basisschool Los Hoes.
9.2 VOORTGEZET ONDERWIJS a.
De onderwijsambitie in het voortgezet onderwijs is gericht op het behouden en versterken van het aanwezige onderwijsaanbod van HAL in Haaksbergen. Het is de ambitie van HAL een unilocatie te realiseren in Haaksbergen waarin sprake is van een breed onderwijsaanbod in de onderbouw, zodat een groot deel van de jongeren van 12 jaar en ouder onderwijs kunnen (blijven) volgen binnen de eigen gemeentegrenzen.
b.
Het leerlingenaantal van HAL van alle locaties in Haaksbergen, Eibergen en Neede neemt de komende jaren af van circa 2.200 anno 2022 naar circa 1.820 in het schooljaar 2027 - 2028. In de kern Haaksbergen daalt het leerlingenaantal naar circa 1.000 leerlingen.
c.
Voor de korte termijn 2024 - 2027 wordt voorgesteld verdere planvorming tot stand te brengen ten behoeve van de vernieuwing van Het Assink lyceum in de vorm van een nieuwe unilocatie zodat realisatie kan plaatsvinden in de periode 2028 - 2031 (dan wel eerder indien dit financieel en ruimtelijk haalbaar is).
d.
Een unilocatie van HAL in de kern Haaksbergen moet op basis van de huidige leerlingenprognoses onderdak bieden aan circa 1.000 leerlingen. De ruimtebehoefte is circa 7.000 m2 BVO. De ruimtebehoefte voor bewegingsonderwijs met dit leerlingenaantal is 2 gymzalen (circa 1.000 m2 BVO).
e.
Voor de realisering van een unilocatie is op basis van een levensduurverlenging een investering nodig van circa € 19 miljoen en voor vervangende nieuwbouw circa € 26,2 miljoen. De jaarlijkse voor de gemeente geldende kapitaallasten van de investeringen voor deze vernieuwing zijn echter verge58
lijkbaar vanwege verschillende afschrijvingsperioden. Dit en het feit dat de huidige hoofdlocatie van HAL niet aan te passen is aan de huidige technische eisen zijn mede reden te kiezen voor vervangende nieuwbouw in de vorm van een unilocatie voor HAL.
59
COLOFON Onderwerp IHP gemeente Haaksbergen Opdrachtgever Gemeente Haaksbergen Projectteam K. van Vugt G. Bos
Datum September 2022