Grondstoffenvisie gemeente Haaksbergen 2026-2030
Tekst van het document
We optimaliseren waar nodig de scheidingsmogelijkheden voor grondstoffen. Hiervoor analyseren we huidig aanbiedgedrag, kijken we waar behoefte is aan meer voorzieningen, en plaatsen waar nodig extra containers; 27
-
We passen waar nodig/mogelijk de inzamelfrequenties aan om de inzameling efficiënter te maken en afvalscheiding te stimuleren. Dit doen we op basis van de inzameldata die we door het CMS kunnen verzamelen én data/ervaringen van andere gemeenten ten aanzien van inzamelfrequenties van de verschillende grondstoffen;
-
We gaan beter en gerichter communiceren over scheidingsregels en nut/noodzaak van afvalscheiding en recycling, mede op basis van de data die we verzamelen door het CMS. Dit doen we onder andere door de inzet van educatie op scholen; We gaan aan de slag met het verbeteren van de kwaliteit van gescheiden PMD;
-
We stoppen met het reinigingsrecht voor de inzameling van bedrijfsafval; We bekijken of we afvalscheiding in de openbare ruimte kunnen faciliteren. Enerzijds om buitenshuis hetzelfde gedrag te stimuleren als thuis en anderzijds om zwerfafval te voorkomen;
-
We gaan de registratie en verwerking van grof afval beter monitoren en zorgen voor meer hergebruik (kringloop) en recycling van grof afval op onze milieustraat. Hiermee halveren we de hoeveelheid grof restafval die moet worden verbrand.
Fase 3. Financieel belonen Verwacht effect: -25 tot -40 kilo restafval → implementatie op 1 januari 2028 Door middel van de implementatie van fase 1 en 2 hebben we een professionele, toekomstbestendige afvalinzameling én is onze afvalinzameling volledig geoptimaliseerd. Om een echte trendbreuk te realiseren gaan we in de loop van 2027 aan de slag met het voorbereiden van het invoeren de beloningssystematiek, die we per 1 januari 2028 implementeren. We maken hiervoor een deel van de afvalstoffenheffing afhankelijk van de hoeveelheid restafval dat een huishouden aanbiedt. Onze inwoners krijgen zo door hun scheidingsgedrag zélf invloed op de hoogte van de heffing. Hoe werkt financieel belonen precies? Bij een systeem van financieel belonen wordt een deel van de afvalstoffenheffing afhankelijk gemaakt van de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Elk huishouden betaalt sowieso het vaste deel van de heffing. Dit betreft een significant lager bedrag dan voorheen het geval was. Daarbovenop wordt per keer dat de grijze container ter lediging wordt aangeboden (of een inworp wordt gedaan in een verzamelcontainer voor restafval) een -later vast te stellen- tarief gerekend (dit noemen we het variabele tarief). Hoe beter een huishouden het afval scheidt, hoe minder vaak het restafval aan de straat hoeft, en des te lager de rekening wordt.
Zo wordt goed scheiden beloond! De precieze hoogte van het vaste en variabele tarief en de afrekenmethode ervan gaan we op een later moment (en aan de hand van praktijkvoorbeelden van andere gemeenten) bepalen.
28
Om onze inwoners te helpen bij het verminderen van hun restafval, kunnen we ervoor kiezen om, tegelijk met de invoering van de financiële beloning, onderstaande aanvullende dienstverlening aan te bieden: - Om gezinnen met veel luierafval tegemoet te komen kunnen we het scheiden van luiers en incontinentiemateriaal beter faciliteren. Dit kan door middel van verzamelcontainers voor luiers met toegangscontrole die we op logische plekken neerzetten; -
We kunnen, in samenwerking met regiogemeenten en Twente Milieu, een mobiele milieustraat inzetten om inwoners te faciliteren in het scheiden van klein grof afval.
VANG-doelstelling en Afvalloos Twente In hoofdstuk 5 beschreven we de drie soorten instrumenten die we als gemeente tot onze beschikking hebben om te komen tot meer afval scheiding én waar Haaksbergen mogelijkheden tot verbetering heeft op dit vlak. Met de maatregelen in fase 1 en 2 optimaliseren we onze service en communicatie. In fase 3 voegen we de financiële beloning toe aan ons systeem, waarmee we een complete mix aan beleidsinstrumenten inzetten in ons grondstoffenbeleid. Onderstaande restafvalprognose laat zien dat we hiermee de landelijke doelstellingen van 100 kilo restafval (en daarmee 60% recycling) na invoering van dit beleidsplan gaan halen. Ons regionale doel om in 2030 ‘afvalloos’ te zijn, is daarmee echter (waarschijnlijk) nog niet bereikt. Gezien de looptijd van deze grondstoffenvisie is verder plannen dan fase 3 echter niet wenselijk. We zullen in 2029/2030 de resultaten van deze grondstoffenvisie eerst goed evalueren om op basis daarvan mogelijke vervolgstappen te kunnen inventariseren die ons na 2030 wél richting een afvalloze gemeente gaan brengen.
Prognose ontwikkeling restafval 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
175 155 47 47
125 95
25
25
128 108
Huidige situatie
Fase 1 Fijn restafval
VANG-doel 2030
65 15
100
Fase 2
70
Fase 3
Afvalloos Twente
50 Afvalloos Twente
Grof restafval
Figuur 6.1. Prognose ontwikkeling hoeveelheid restafval ten opzichte van de landelijke en regionale doelstellingen. 29
6.2 Kostenprognose Fase 1 Samen met Twente Milieu hebben we een begroting opgesteld voor de kosten en opbrengsten van de implementatie van fase 1: de basis op orde. Voor deze kostenbegroting zijn een aantal aannames gedaan. Zo moeten we bijvoorbeeld een inschatting maken van de daling van de hoeveelheid restafval door invoering van het CMS, en de hoeveelheid GFT die we bij hoogbouw gaan inzamelen. Uiteraard zijn deze aannames gedaan op basis van ervaringen in andere gemeenten die soortgelijke aanpassingen hebben doorgevoerd. Conclusie van deze doorrekening is dat we onze afvalinzameling kunnen professionaliseren én toekomstbestendig kunnen maken zonder de kosten te hoeven verhogen. Dit komt doordat we de investeringen die we moeten doen, compenseren met de daling van de verwerkingskosten doordat we minder restafval inzamelen en meer grondstoffen gescheiden inzamelen. We hebben deze doorrekening vrij conservatief gedaan om niet voor verrassingen te komen staan. De praktijk zal moeten uitwijzen wat de precieze hoeveelheid containers is die we gaan uitzetten en wat de gevolgen hiervan zijn voor de hoeveelheid restafval en GFT die we inzamelen en moeten verwerken. Fase 2 De verwachting is dat alle maatregelen die we in fase 2 hebben gepland eveneens ongeveer kostenneutraal kunnen worden geïmplementeerd.
Waar extra containers voor bijvoorbeeld textiel en aanvullende communicatie om investeringen vragen, kunnen we door de optimalisatie van de inzameling en de reductie van het restafval kosten besparen. We hebben hier nog geen exacte doorrekeningen van kunnen maken, omdat we eerst de data uit fase 1 nodig hebben om te weten welke aanpassingen we precies kunnen doen in onze inzamellogistiek. Met name in de optimalisatie van de logistiek zien we mogelijkheden tot kostenbesparing waardoor het kosteneffect van deze fase wellicht voordeliger gaan uitvallen dan we nu (voorzichtig) prognosticeren. Fase 3 Implementatie van de financiële beloning zal gaan leiden tot een daling van de kosten. Enerzijds door logistieke optimalisatie door veranderd aanbiedgedrag, anderzijds door lagere verwerkingskosten als gevolg van vermeden restafval en meer gescheiden grondstoffen. Ook hier geldt dat de precieze hoogte van deze bedragen afhankelijk is van het scheidingsgedrag van onze inwoners en de uitgangssituatie na fase 1 en 2. Na implementatie van fase 1 en 2
30
kunnen we hier een goede indicatie van maken, en een nauwkeurigere kostenprognose voorleggen voor fase 3. Effect per huishouden verschillend Door implementatie van deze financiële beloningssystematiek heeft straks elk huishouden zelf invloed op de hoogte van de heffing. Wanneer je grondstoffen als GFT, oud papier, glas en PMD goed scheidt, heb je lagere kosten dan wanneer je ervoor kiest dit niet te doen en de restafvalcontainer vaker ter lediging aan te bieden. Dit betekent dat het ene huishouden er door deze systematiek meer op vooruit zal gaan dan het andere.
Bij invoering van financieel belonen kan gekozen worden voor aanvullende service zoals uitgebreider faciliteren van luierinzameling en de inzet van de mobiele milieustraat (zoals beschreven in paragraaf 5.5). Uiteraard zijn aan deze extra service kosten verbonden. Wanneer we er bij de invoering van fase 3 voor kiezen om deze service te gaan verlenen, bekijken we wat de kosten zijn die hieraan verbonden zijn en of we die willen aangaan. Uitvoeringsplannen Per fase stellen we samen met Twente Milieu een uitvoeringsplan op, met daarin de details met betrekking tot planning, kosten en benodigde kredieten.
31
BIJLAGEN 1. Onderzoeksrapport Kennispunt Twente inwonersbevraging afvalinzameling gemeente Haaksbergen 2. Nota van zienswijzen Grondstoffenvisie 2026-2030
32