Evaluatie Armoedebeleidsplan 2016-2019
Tekst van het document
EVALUATIE ARMOEDEBELEIDSPLAN 2016-2019 GEMEENTE HAAKSBERGEN
Uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken Gemeente Haaksbergen oktober 2020
Inhoudsopgave Inleiding 1. Uitgangspunten Armoedebeleidsplan 2016-2019 2. Minimahuishoudens minimascan Stimulansz 3. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen 3.1 Regelingen voor het minimabeleid 3.2.Kwijtschelding 3.3 Bijzondere bijstand 3.4 Collectieve zorgverzekering 3.5 Individuele inkomenstoeslag 3.6 Verordening minimabeleid 3.7 Kindpakket 3.8 Jeugdfonds Sport & Cultuur 3.9 Stichting Leergeld Haaksbergen 4. De inkomenseffecten 4.1 Lokale minimaregelingen 4.2 Huishoudens en inkomensgrenzen 4.3 Inkomenseffecten 5. Conclusies en aanbevelingen
2
p. 3 p. 4 p. 5 p. 8 p. 8 p. 9 p. 10 p. 11 p. 12 p. 12 p. 13 p. 15 p. 15 p. 16 p. 16 p. 16 p. 17 p. 20
Inleiding Op 27 januari 2016 heeft de raad het Armoedebeleidsplan 2016-2019 vastgesteld. Met ons armoedebeleid willen we inwoners die (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam zijn ondersteunen, zodat zij weer grip krijgen op hun situatie, volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving en uiteindelijk weer zelfredzaam zijn. De termijn van het beleidskader is inmiddels afgelopen. In voorbereiding op een nieuw beleidskader hebben wij een evaluatie uitgevoerd. In deze evaluatie informeren wij u op welke wijze wij in de afgelopen jaren uitvoering hebben gegeven aan het Armoedebeleidsplan 2016-2019. De evaluatie is uitgevoerd door en in samenwerking met de Uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken Midden Twente (Borne, Hengelo en Haaksbergen). Met ingang van september 2016 is de uitvoering van het Armoedebeleidsplan voor een groot deel daar belegd. De evaluatie geeft inzicht in de omvang en samenstelling van de doelgroep, de inhoud en het gebruik van de minimaregelingen in de afgelopen jaren en de inkomenseffecten van het landelijk en lokale beleid voor minimahuishoudens. De uitkomsten van deze evaluatie en de aanbevelingen kunnen als input worden gebruikt voor het nieuwe beleidsplan. We hebben besloten niet opnieuw met een apart beleidskader voor armoedebeleid te komen, maar dit onderdeel te laten zijn van het Beleidsplan Sociaal Domein (breed).
Algemeen In het Armoedebeleidsplan verstaan we onder het minimabeleid alle besluiten en regelingen (verordeningen, nadere regels, beleidsregels) die erop gericht zijn om inwoners die (tijdelijk) niet zelfredzaam zijn te ondersteunen, te weten : Beleidsregels bijzondere bijstand; Verordening individuele inkomenstoeslag; Verordening minimabeleid en Kindpakket; Schulddienstverlening*; Bijdrage Jeugdfonds Sport & Cultuur; Stichting Leergeld; Subsidies die een rol spelen bij het beleid; Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen; De collectieve zorgverzekering. *Voor schulddienstverlening is een apart beleidskader op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening vastgesteld. De afgelopen jaren was er als gevolg van de economische situatie sprake van een daling van de doelgroep. Het coronavirus, waarmee we nu te maken hebben, kan voor een stijging zorgen. De effecten hiervan zijn echter niet van invloed op de evaluatie, maar wij nemen ze waar mogelijk en van toepassing wel mee in het nieuw op te stellen beleidskader. Leeswijzer In het eerste hoofdstuk van deze evaluatie blikken we kort terug op de uitgangspunten van Armoedebeleidsplan 2016-2019. In hoofdstuk 2 wordt de doelgroep voor het minimabeleid in beeld gebracht aan de hand van gegevens uit de minimascan van Stimulansz.
In hoofdstuk 3 geven we een overzicht van de inhoud en het gebruik van alle minimaregelingen. In hoofdstuk 4 beschrijven we de methodiek van de berekening van de inkomenseffecten van de lokale en landelijke regelingen en laten we zien wat de effecten zijn. In hoofdstuk 5 geven we onze belangrijkste bevindingen op basis van de cijfers weer, leggen we deze langs de in het beleidsplan geformuleerde uitgangspunten en doen we aanbevelingen voor het nieuw op te stellen beleidsplan.
3
1. Uitgangspunten Armoedebeleidsplan 2016-2019 Voor het gehele sociaal domein hebben we vier jaar geleden een aantal algemene inhoudelijke uitgangspunten geformuleerd: De inwoner staat centraal; Deelnemen naar vermogen; Eigen kracht en verantwoordelijkheid; Voorkomen is beter dan genezen. Mede op basis van bovenstaande uitgangspunten hebben we destijds de volgende hoofddoelstelling voor het armoedebeleid geformuleerd: Het doel van het nieuwe armoedebeleid is om inwoners die (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam zijn te ondersteunen, zodat zij weer grip krijgen op hun situatie, volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving en uiteindelijk weer zelfredzaam zijn. Het huidige armoedebeleid geven we vorm langs de volgende speerpunten: Financiële ondersteuning bij noodzakelijke kosten; Activeren van de (arbeids)participatie van minima; Inzetten op preventie; Speciale aandacht voor kwetsbare groepen: kinderen, kwetsbare ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Deze speerpunten zijn uitgewerkt in de regelingen die we in Hoofdstuk 3 nader toelichten en op onderdelen hebben geevalueerd.
4
2. Minimahuishoudens minimascan Stimulansz Algemeen Armoede kent vaak meerdere oorzaken. Voorbeelden hiervan zijn werkloosheid, een slechte gezondheid en psychische problemen. Daarnaast kunnen er verschillende ingrijpende gebeurtenissen zijn opgetreden zoals een echtscheiding of het overlijden van een partner, waardoor financiële problemen zijn ontstaan. Naast persoonlijke oorzaken wordt armoede ook sociologisch bepaald, dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn. Zogenoemde overerving van armoede. Cijfers van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) lieten zien dat huishoudens in 2019 meer dan de helft van hun inkomen kwijt zijn aan de vaste lasten. Dit was de afgelopen 10 jaar nog niet eerder zo hoog1. Uit recent onderzoek van het Cultureel Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau (CPB-SCP) is daarnaast gebleken dat armoede toeneemt als gevolg van de jaarlijkse verlaging van de bijstand tot en met 2035 (via de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand)2. Armoede is een ingrijpend probleem dat vaak meer gevolgen kent dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. Zo lopen mensen het risico om sociaal geïsoleerd te raken, doordat ze bijvoorbeeld over onvoldoende middelen beschikken om activiteiten te ondernemen.
Dit manifesteert zich op verschillende levensdomeinen; inkomen, arbeid, wonen, onderwijs, gezondheid en vrije tijd/samenleven. De uitsluitingen binnen deze levensdomeinen staan met elkaar in verband en versterken elkaar. Zo vormt armoede een negatieve spiraal, de zogenoemde cirkel van armoede, waaruit het vaak moeilijk ontsnappen is.
Opvallend is ook dat er zelfs grote verschillen in levensverwachting tussen sociaaleconomische groepen zijn. Uit onderzoek3 is gebleken dat mensen met alleen een basisschoolopleiding gemiddeld 6 à 7 jaar korter leven dan degenen met een hbo of universitaire opleiding. Hoewel dit onderzoek dateert uit 2010, bleek daaruit dat deze verschillen ook in de 10 jaar ervoor gelijk waren gebleven. Recenter onderzoek4 leert ons dat er vaak pas ruimte ontstaat om te werken aan een gezonde leefstijl als de achterliggende oorzaken van stress, veroorzaakt door bijvoorbeeld werkloosheid en armoede, zijn opgelost. Het inzetten op interventies als arbeidsbemiddeling of schuldhulpverlening is in dit soort gevallen daarom vaak een beter startpunt voor het verbeteren van de gezondheid dan het aanpakken van leefstijlfactoren. Omvang armoede in Haaksbergen Het huidige armoedebeleid kent verschillende inkomensgrenzen. De gehanteerde grens bepaalt de omvang van het armoedeprobleem en tevens ook de omvang van de doelgroep van de diverse regelingen. 1
Nibud Budgethandboek 2019
2
Kansrijk armoedebeleid CPB-SCP 2020
3
Gezondheid en determinanten Deelrapport van de VTV 2010 Van gezond naar beter RIVM
4
Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 RIVM
5
De gemeente Haaksbergen hanteert een inkomensgrens van 100% voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, de individuele inkomenstoeslag en de bijzondere bijstand, 115% voor het minimabeleid en Kindpakket en 120% voor de collectieve zorgverzekering. De groep inwoners met een laag inkomen is niet eenvoudig en tot op persoonsniveau in kaart te brengen. De exacte omvang weten we dus niet. Als indicator om te bepalen hoeveel huishoudens in Haaksbergen in armoede leven, hebben wij gebruik gemaakt van de grens van het wettelijk sociaal minimum. Het sociaal minimum is het bedrag dat mensen minimaal nodig hebben voor een waardige levensstijl. De hoogte van de bedragen wordt twee maal per jaar door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld. De minimascan van Stimulansz is gebaseerd op het cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en geeft een beeld van de huidige omvang en samenstelling van de doelgroep van het gemeentelijk armoedebeleid per gemeente of provincie. Dit overzicht gebruiken wij om inzicht te hebben hoe groot de armoede in Haaksbergen is. Minimahuishoudens In tabel 1.1 is te zien dat het percentage Haaksbergse huishoudens dat in armoede leeft, voor elke inkomensgrens, lager ligt dan in de provincie Overijssel en in heel Nederland.
Tabel 1.1 Percentage huishoudens met een inkomen tot ..% van het sociaal minimum 101% 115% 120% Haaksbergen 5,1 9,8 11,2 Overijssel 6,3 11,5 12,9 Nederland 6,7 11,4 12,7 In onderstaande tabel kunnen we vervolgens zien om welke absolute aantallen het gaat voor Haaksbergen. Tabel 1.2 Aantal huishoudens met inkomen tot ..% van het sociaal minimum 101% 115% Inkomsten als werknemer 45 89 Inkomsten als zelfstandige 52 64 Uitkering inkomensverzekering 210 516 Uitkering sociale voorzieningen 212 331 Totaal 519 1.000
120% 99 67 632 343 1.141
We zien door de economische ontwikkelingen in de afgelopen jaren een daling van het aantal inwoners dat tot de doelgroep van ons armoedebeleid behoort. In 2015 behoorde 10,9% van het aantal huishoudens in Haaksbergen tot de doelgroep van 115% van het Wsm. Dit percentage is in 2019 gedaald naar 9,8%. Dit betekent dat in 2019 nog 1.000 huishoudens in Haaksbergen onder de doelgroep van het armoedebeleid vielen. Huishoudens met kinderen De volgende tabel geeft een overzicht van het aantal huishoudens met kinderen, dat volgens de minimascan 2019 een inkomen heeft tot maximaal 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Tabel 1.3 Huishoudens met kinderen <18 jaar naar inkomen in Haaksbergen Inkomen Aantal Tot 101% Wsm 95 Tot 115% Wsm 170 Tot 120% Wsm 184 In totaal zijn er 95 huishoudens met kinderen <18 jaar met een inkomen tot 101% en 170 huishoudens met kinderen <18 jaar tot 115% Wsm. Opvallend is dat, kijkend naar het totaal aantal huishoudens dat op basis van het inkomen (tot 115% Wsm) tot de doelgroep behoort, het aantal huishoudens zonder kinderen bijna 5 keer zo hoog is als het aantal huishoudens mét kinderen. De afgelopen jaren hebben wij, mede met behulp van de extra middelen van het Rijk (Klijnsma middelen), veel inzet gepleegd op (huishoudens met) 6
kinderen. Tegelijkertijd blijkt dat de groep huishoudens met een laag inkomen voor een belangrijk deel bestaat uit personen zonder kinderen. Met het oog op het nieuwe beleidsplan is het derhalve van belang ook aandacht te hebben voor deze doelgroep. Kinderen In onderstaande tabel geven we het aantal kinderen <18 jaar weer dat opgroeit in een huishouden dat volgens de minimascan 2019 een inkomen heeft tot maximaal 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Tabel 1.4 Aantal kinderen <18 jaar in (minima)huishoudens Inkomen Aantal Tot 101% Wsm 150 Tot 115% Wsm 254 Tot 120% Wsm 273 Door de economische ontwikkelingen zien we ook een daling van het aantal kinderen dat tot de doelgroep van ons armoedebeleid behoort. Van alle 4.701 kinderen <18 jaar in Haaksbergen groeien er 254 op in een huishouden met een inkomen tot 115% Wsm. In 2015 vielen 420 kinderen onder de doelgroep. Dit aantal is, op basis van de gegevens in de minimascan, in 2019 gedaald tot 254.
7
3. Gebruik minimaregelingen Zoals gezegd geven we het huidige armoedebeleid vorm langs een viertal speerpunten. Voor elk van de spreerpunten zetten we regelingen in. Op basis van het Armoedebeleidsplan 2016-2019 is de indeling als volgt: Financiële ondersteuning bij noodzakelijke kosten Door bijzondere omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat het inkomen van een inwoner van Haaksbergen niet volledig toereikend is in de voorziening van noodzakelijke kosten. Indien er in de eigen omgeving of in voorliggende voorzieningen geen oplossing gevonden kan worden, kan de gemeente ertoe overgaan eenmalige of periodieke financiële ondersteuning te bieden. De regelingen die we hierbij inzetten zijn: Individuele bijzondere bijstand; Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen; Individuele inkomenstoeslag. Activeren van de (arbeids)participatie van minima Ons armoedebeleid ondersteunt mensen met lage inkomens bij maatschappelijke participatie. Door de inzet van ons armoedebeleid is het voor inwoners van alle leeftijden mogelijk om mee te blijven doen aan het sociale leven in Haaksbergen. Dat doen we met de volgende regelingen: Verordening minimabeleid Jeugdfonds Sport & Cultuur; Stichting Leergeld Haaksbergen.
Inzetten op preventie Met het armoedebeleid willen wij ons specifiek richten op preventie om problemen in de toekomst zoals bijvoorbeeld schulden en sociaal isolement te voorkomen. Vanuit het armoedebeleid zetten we de volgende regelingen in: Schulddienstverlening; Collectieve zorgverzekering. Speciale aandacht voor kwetsbare groepen: kinderen, kwetsbare ouderen, chronisch zieken en gehandicapten Middels regelingen uit ons armoedebeleid willen wij ons met name focussen op een drietal kwetsbare groepen: kinderen, kwetsbare ouderen en chronisch zieken en gehandicapten. Regelingen die we met name hiervoor inzetten: Kindpakket; Collectieve zorgverzekering. 3.1 Minimaregelingen In onderstaande tabel staan de hierboven genoemde gemeentelijke minimaregelingen in één overzicht nader toegelicht. De regelingen hebben inkomensgrenzen die zijn afgeleid van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) dat voor ieder huishoudtype geldt. Tabel 3.1 Minimaregelingen, inkomensgrenzen en bedragen 2019 Omschrijving Inkomensgrens t.o.v.
(Maximaal) bedrag Wsm Kwijtschelding lokale heffingen Kwijtschelding van gemeentelijke Tot 100% Wsm afvalstoffenheffing, rioolheffing, onroerende zaakbelasting en waterschapsbelasting Bijzondere bijstand Vergoeding van bijzondere en Tot 100% Wsm noodzakelijke extra kosten Collectieve zorgverzekering Menzis biedt samen met de gemeente Tot 120% Wsm Inwoners ontvangen een de collectieve zorgverzekering korting op de premie en in GarantVerzorgd aan: een complete pakket GarantVerzorgd 3 wordt zorgverzekering waar de gemeente het eigen risico niet opgelegd aan meebetaalt.
8
Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen die geen uitzicht hebben op inkomensverbetering Minimabeleid Het minimabeleid bestaat uit regelingen voor volwassenen: Lidmaatschap bibliotheek Contributie sportverenigingen en andere gesubsidieerde welzijnsinstellingen Scholings- en vormingsactiviteiten Abonnement voor een internetaansluiting Kindpakket Een pakket aan maatregelen voor kinderen < 18 jaar: Bijdrage voor Superspetters zwemlessen Schoolkosten Bijdrage fiets Jeugdfonds Sport & Cultuur Het Jeugdfonds Sport & Cultuur betaalt (een deel van) de contributie en eventuele materialen voor kinderen van 6 tot 18 jaar, die lid zijn van een sportvereniging of cultuur bij een club of vereniging doen Stichting Leergeld Haaksbergen Biedt ondersteuning (in natura) aan kinderen op het gebied van aan onderwijs gerelateerde zaken, zoals meedoen aan schoolreisjes, een fiets of laptop.
Minimaal 3 jaar tot 100% Wsm
Alleenstaande: € 345 per jaar Alleenstaande ouder: € 440 per jaar Echtpaar: € 490 per jaar
Tot 115% Wsm
75% van het totaal van de gemaakte kosten met een maximum van € 150 per jaar voor gehuwden en alleenstaande ouders en € 90 per jaar voor een alleenstaande
Tot 115% Wsm
Zwemlessen: eenmalig € 350 Schoolkosten: 4 t/m 11 jaar € 150 per subsidiejaar en 12 t/m 17 jaar € 200 per subsidiejaar Fiets: eenmalig € 150 voor kinderen in groep 7 of 8 van het basisonderwijs
Tot 115% Wsm en financieel moeilijke situaties
Sport: € 225 per jaar Cultuur: € 425 per jaar
Tot 115% Wsm en financieel moeilijke situaties
Maatwerk in natura
In de volgende paragrafen geven wij het gebruik van bovenstaande regelingen in 2019 weer. Indien mogelijk geven we het bereik weer of zetten we dit af tegen het gebruik in voorgaande jaren. Doordat we (financieel gezien) niet de mogelijkheid hadden de doelgroep te bevragen, is duiding van deze cijfers in sommige gevallen slechts een inschatting op basis van cijfers en ervaring ofwel een voor zover mogelijk goed onderbouwde aanname. Specifiek voor schulddienstverlening verwijzen naar het onlangs vastgestelde Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2020-2023. 3.2 Kwijtschelding Inwoners van Haaksbergen krijgen van de gemeente een aanslag gemeentelijke belastingen. Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. In dat geval hoeft men sommige belastingen niet of maar gedeeltelijk te betalen. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende belastingen: rioolheffing (tot 500 m³) afvalstoffenheffing (voor het vaste tarief) onroerende zaakbelasting waterschapsbelastingen Sinds 2017 vallen kwijtschelding van het rioolrecht en kwijtschelding van de afvalstoffenheffing onder het armoedebeleid en is daarvoor ruimte opgenomen in de begroting.
9
De inkomensgrens voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen ligt op 100% van het minimuminkomen. Tabel 3.2.1 Gebruik en bereik kwijtschelding Categorie Doelgroep 519 huishoudens Gebruik 601 huishoudens Percentage gebruik 115% In 2019 hebben 601 huishoudens gebruikgemaakt van de kwijtschelding. Afgezet tegen de doelgroep heeft 115% procent gebruik gemaakt. Een percentage hoger dan 100% is opvallend. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat de geschatte doelgroep in werkelijkheid groter is. Positief is in ieder geval dat een groot deel, en op basis van het percentage mogelijk de hele doelgroep, gebruik maakt van deze regeling. 3.3 Bijzondere bijstand Voor zover de betreffende inwoner voor dergelijke kosten geen beroep kan doen op een voorliggende voorziening en deze uitgaven evenmin uit de eigen middelen kunnen worden voldaan, kan voor de voorziening in noodzakelijke kosten bijzondere bijstand worden verstrekt. Relatief veelvoorkomende kostensoorten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd zijn kosten voor inrichting/huisraad (statushouders), eigen bijdrage rechtsbijstand en kosten bewindvoering. In onderstaande tabellen geven we een overzicht van de totale uitgaven voor bijzondere bijstand, in- en exclusief bewindvoering, rechtsbijstand en inrichtingskosten. Tabel 3.3.1 Uitgaven bijzondere bijstand Jaar Uitgaven in € incl.
bewind 2016 334.896 2017 290.314 2018 238.857 2019 256.772
Uitgaven in € excl. bewind 262.570 207.418 137.098 111.963
De totale uitgaven voor bijzondere bijstand zijn de afgelopen jaren gedaald. Reden voor deze daling is in de eerste plaats een afnemend bijstandsvolume. Ten opzichte van 2016 is er ook sprake van een geringe instroom van statushouders, aan wie in 2016 nog relatief grote bedragen aan bijvoorbeeld inrichtingskosten zijn verstrekt. De uitgaven voor bewindvoeringskosten zijn in 2019 ten opzichte van 2016 nagenoeg verdubbeld van € 72.326 naar € 144.809. Deze kosten drukken het zwaarst op het budget bijzondere bijstand, maar hebben we tegelijkertijd het minst invloed op. In het Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2020-2023 is hierover het volgende opgenomen: De afgelopen jaren is landelijk het aantal mensen in beschermingsbewind fors gestegen. Het feit dat inwoners met een laag inkomen voor de kosten van bewindvoering een beroep kunnen doen op bijzondere bijstand, betekent een forse kostenstijging voor gemeenten. Bewindvoering wordt opgelegd door de rechtbank, nadat een aanvraag is gedaan door de betrokkene zelf, een familielid of hulpverleningsorganisatie. Daarbij is niet altijd gezegd dat bewindvoering ook altijd het meest passende instrument is.
Om dit probleem het hoofd te bieden, ligt er nu een wetsvoorstel dat een adviesrecht voor gemeenten creëert, zodat de rechter bij de beoordeling van het verzoek tot het instellen van beschermingsbewind alternatieve vormen van ondersteuning in zijn afweging kan betrekken. Over de status van het advies in de juridische procedure en de uitvoeringskosten die met het instrument gepaard gaan heerst nog onduidelijkheid. Wij volgen deze landelijke ontwikkeling met belangstelling. Daarnaast heeft een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (augustus 2019) duidelijk gemaakt dat gemeenten het plan van aanpak voor beschermingsbewind mogen opvragen voor de beoordeling van een aanvraag voor bijzondere bijstand. Het college bekijkt met de Uitvoeringsorganisatie hoe we hiermee willen omgaan. Tabel 3.3.2 Gebruik bijzondere bijstand voor rechtsbijstand Jaar Gebruik 2016 61 2017 58 2018 54 2019 44 10
Uitgaven in € 11.031 8.983 11.105 10.075
De daling in het aantal verstrekkingen voor rechtsbijstand wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door daling van het bijstandsvolume. Het betreffen hier de kosten van de eigen bijdrage in de advocaatkosten (op basis van een toevoeging) en het griffierecht. Ook op deze kosten hebben wij geen invloed. Bovenstaand maakt duidelijk dat we in de eventuele keuzes naar de toekomst toe, relatief weinig invloed hebben op een groot deel van de kosten. Kijkend naar 2019 bedroegen de totale uitgaven voor bijzondere bijstand € 256.772, maar op € 154.884 (totaal bewind en rechtsbijstand) hiervan en dat is 60% hebben wij weinig tot geen invloed. Tabel 3.3.3 Gebruik bijzondere bijstand voor inrichtingskosten Jaar Gebruik Uitgaven in € 2016 67 99.881 2017 41 78.764 2018 17 28.454 2019 21 25.677 De uitgaven voor inrichtingskosten bedragen in 2019 nog slechts een kwart van de uitgaven in 2016. Een jaar waarin als gevolg van instroom van statushouders relatief veel aan inrichtingskosten is verstrekt. 3.4 Collectieve zorgverzekering In het Armoedebeleidsplan 2016-2019 hebben we afgesproken dat de collectieve zorgverzekering van Menzis wordt voortgezet de komende jaren. Omdat het merendeel (68%) van de inwoners uit de regio op dat moment verzekerd was bij Menzis, hebben wij ervoor gekozen om de collectieve verzekering ook alleen bij Menzis aan te bieden.
De inkomensgrens voor de collectieve zorgverzekering is vastgesteld op 120%. Menzis heeft er destijds voor gekozen hierbij niet te kijken naar eventueel bestaand vermogen. Bij de totstandkoming van het Armoedebeleidsplan maakte van de 1.800 inwoners van Haaksbergen die behoren tot de doelgroep, 30% gebruik van deze regeling. Wij hebben drie pakketten ingekocht welke verschillen in omvang. Alle drie de pakketten bieden financieel voordeel voor de inwoners door een collectiviteitskorting en een gemeentelijke bijdrage. In GarantVerzorgd 3 wordt daarnaast het verplicht eigen risico niet opgelegd. Belangrijker nog is dat inwoners met de collectieve zorgverzekering goed verzekerd zijn. Dit gaat zorgmijding tegen en voorkomt dat mensen achteraf met hoge kosten blijven zitten. Daarbij is deze regeling laagdrempelig en stimuleert het de zelfredzaamheid van burgers. Bereik In 2015 werd er minder uitgegeven aan de collectieve zorgverzekering dan was begroot. Bij de vaststelling van de het Armoedebeleidsplan hebben wij ons ten doel gesteld het gebruik van deze regeling te vergroten. Om dit te bewerkstelligen zouden wij intensiever gaan communiceren richting onze inwoners, zodat alle mensen die voldoen aan de voorwaarden ook daadwerkelijk op de hoogte zijn van de regeling en hiervan gebruik kunnen maken.
Hiervoor sluiten wij onder meer aan bij de (kosteloze) communicatiecampagne van BS&F en Menzis. Door meer inzet te plegen op communicatie omtrent de collectieve zorgverzekering, schatten we in dat het gebruik stijgt van 30% naar 50%. Jaarlijks evalueert BS&F BV voor ons de meerwaarde en de effecten van de Gemeentepolis. Uit het meest recente evaluatierapport Gemeentepolis 2020 is gebleken dat het bereik is gestegen naar 45%. Voor de berekening van de potentiële doelgroep binnen de gemeente is net als in dit rapport gebruik gemaakt van de meest recente versie van de Minimascan van Stimulansz (2019). Het bereik percentage is gebaseerd op het totaal aantal deelnemers: 18-/18+. De doelstelling het gebruik van deze regeling te vergroten is dan ook behaald. Preventie Aan de collectieve zorgverzekering wilden we ook een preventief element koppelen. Omdat de groep inwoners die gebruik maakt van de collectieve zorgverzekering in een kwetsbare financiële situatie zit, kan het voorkomen dat er een betalingsachterstand ontstaat bij de zorgverzekeraar. Bij alle zorgverzekeraars geldt dat wanneer de premie 6 maanden niet is betaald, mensen terug worden gezet naar de basisverzekering. Hierover betalen ze bovendien 30% boete. Om te voorkomen dat inwoners in deze situatie terechtkomen, wil de gemeente Haaksbergen tijdig actie 11
ondernemen. Wij kennen op dit moment 2 regelingen waarbij we mensen met schulden bij (onder meer) de zorgverzekeraar helpen: 1. De RUB: Regeling Uitstroom Wanbetalers. Hierbij kunnen personen die bij Menzis verzekerd zijn én in de bronheffing CAK zitten (daarin komt iemand die 6 maanden lang geen premie heeft betaald) én een bijstandsuitkering hebben, gebruik maken van een regeling waarbij mensen in 3 jaar schuldenvrij worden. Zij lossen een klein deel van de schuld af (€ 25 p/mnd), 3 jaar lang en de restantschuld wordt kwijtgescholden. Personen kunnen zich weer collectief aanvullend verzekeren bij Menzis. Nadeel: nu is de RUB alleen toegankelijk voor wanbetalers bij Menzis. En omdat het ook om mensen gaat die een P-wet uitkering hebben is de groep best beperkt (13 deelnemers op dit moment). 2. Daarnaast nemen we deel aan het Twentse convenant Vroegsignalering van schulden. We ontvangen van vaste lasten partijen maandelijks betalingsachterstanden. Daar zitten ook de grote zorgverzekeraars bij: Menzis, CZ, ZiKr en VGZ. Bij de inwoners waar meer dan 1 betalingsachterstand is (achterstanden tussen de 30 en 100 dagen) noemen we dat een match. We zoeken die personen vervolgens actief op (in principe huisbezoek, maar nu door corona aanbod ondersteuning per brief).
Met als doel om de hulpverlening aan inwoners met betalingsproblemen in een eerder stadium mogelijk te maken en erger te voorkomen. 3.5 Individuele inkomenstoeslag De langdurigheidstoeslag is afgeschaft en vervangen door de individuele inkomenstoeslag. Deze toeslag is bedoeld voor mensen die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen en geen zicht hebben op inkomensverbetering. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen zijn grotendeels wettelijk bepaald. Gemeenten kunnen zelf bepalen hoelang een inwoner over een laag inkomen moet beschikken. Ook bepaalt de gemeente de hoogte van de toeslag. Wij hebben de hoogte en de duur in de afgelopen jaren ongewijzigd voortgezet. De hoogte van de toeslag bedraagt € 345 per jaar voor een alleenstaande, € 440 per jaar voor een alleenstaande ouder en € 490 per jaar voor een echtpaar. Binnen de Uitvoeringsorganisatie bestaan tussen de gemeenten onderling verschillen in de uitvoering. Om te komen tot een eenduidige werkwijze wordt er een voorstel voorbereid het beleid naar de toekomst toe op elkaar af stemmen. Voor Haaksbergen betekent dit naar verwachting een uitbreiding van de doelgroep. En bij gelijkblijvende hoogte van de toeslagen ook een stijging van de kosten. Gezien de financiële situatie zou het (tijdelijk) verlagen van de toeslagen hiervoor een oplossing kunnen biedenn.
Deze en andere beleidskeuzes worden nader uitgewerkt in een nieuwe verordening. Deze wordt zo snel als mogelijk aan de raad voorgelegd. Tabel 3.5.1 Gebruik individuele inkomenstoeslag Jaar Gebruik 2016 78 2017 73 2018 93 2019 91
Uitgaven in € 31.154 28.405 36.415 35.150
3.6 Verordening minimabeleid Voor inwoners van 18 jaar en ouder met een laag inkomen, tot 115% van de bijstandsnorm, hebben we de Verordening minimabeleid. Hierin zijn tegemoetkomingen opgenomen voor scholings- en vormingsactiviteiten, contributie sportverenigingen en andere gesubsidieerde welzijnsinstellingen, gratis lidmaatschap van de bibliotheek en een bijdrage voor een abonnement voor een internetaansluiting. Tot november 2017 was er ook een bijdrage voor een tijdschriftabonnement opgenomen in de verordening. Bij de vaststelling van de nieuwe Verordening minimabeleid en kindpakket door de raad op 1 november 2017 is deze komen te vervallen.
12
3.6.1 Lidmaatschap bibliotheek Het betreft hier een bijdrage voor het lidmaatschap van de bibliotheek voor inwoners van 18 jaar of ouder behorend tot de doelgroep. Een abonnement voor kinderen <18 jaar is altijd gratis. Tabel 3.6.1 Gebruik lidmaatschap bibliotheek Jaar Gebruik 2016 2 2017 2018 1 2019 3
Uitgaven in € 60 33 114
In 2019 hebben we slechts 3 keer een vergoeding verstrekt voor een lidmaatschap van de bibliotheek. In 2018 1 keer en 2017 zelfs geen. In 2016 waren dit er nog 2. 3.6.2 Contributie sportverenigingen en andere gesubsidieerde welzijnsinstellingen, scholings- en vormingsactiviteiten Inwoners van 18 jaar en ouder kunnen een bijdrage krijgen in de kosten van de contributie voor sport- of andere gesubsidieerde welzijnsinstellingen, scholings- en vormingsactiviteiten. Tabel 2.6.2 Gebruik en bereik contributie sport, scholing en vorming Jaar Gebruik Uitgaven in € 2016 37 3.281 2017 34 3.643 2018 13 1.214 2019 33 2.213 Het gebruik hiervan wisselt sterk. In 2019 hebben we 33 verstrekkingen gedaan en in 2016 en 2017 waren dit er respectievelijk 37 en 34. In het tussenliggende jaar 2018 slechts 13. 3.6.3 Abonnement voor een internetaansluiting De bijdrage van het minimabeleid kan desgewenst ook worden gebruikt voor de kosten van een abonnement voor internetaansluiting. Tabel 3.6.4 Gebruik en bereik internetabonnement Jaar Gebruik 2016 107 2017 105 2018 140 2019 144
Uitgaven in € 13.038 13.453 17.523 18.270
Veruit de meeste verstrekkingen vanuit de Verordening minimabeleid worden gedaan voor de kosten van een internetaansluiting. In 2019 werd maar liefst 144 keer een bijdrage voor een internetaansluiting verstrekt. In 2018 waren dat er 140 tegenover 105 in 2017 en 107 in 2016. De reden hiervoor is wellicht dat vergoeding van een deel van deze kosten een directe lastenverlichting oplevert voor de inwoner. Een groot deel van de huishoudens beschikt naar verwachting over een internetaansluiting en maakt daarvoor (maandelijks) kosten. De hoogte van de vergoeding op basis van de Verordening minimabeleid bedraagt 75% van de totale kosten met een maximum van € 150 voor gehuwden en alleenstaande ouders en € 90 voor alleenstaanden. Als een inwoner gebruik maakt van de vergoeding voor een internetabonnement, geeft de vergoeding vanuit de verordening daarnaast geen of onvoldoende ruimte voor maatschappelijke participatie. Of inwoners, als de vergoeding vanuit de Verordening minimabeleid hoger was geweest, wel meer gebruik hadden gemaakt van de overige componenten als sport, scholing of bibliotheek kan niet direct worden aangenomen omdat we doelgroep hier niet op hebben bevraagd.
3.7 Kindpakket Voor kinderen uit gezinnen die moeten rondkomen van een minimuminkomen is het vaak lastig om mee te doen met leeftijdsgenoten, omdat hun ouders over onvoldoende middelen beschikken om (sociale) activiteiten te bekostigen. De kinderombudsman riep destijds dan ook op tot het instellen van een Kindpakket. Kinderen mogen niet de dupe worden van de financiële problemen van hun ouders.
13
Extra middelen Met ingang van 1 januari 2017 ontvangen wij € 86.551 per jaar extra van het Rijk, de zogenoemde Klijnsmagelden, voor de bestrijding van de gevolgen van kinderarmoede. Een brede inventarisatie onder burgers, instanties, uitvoerenden en de Participatieraad hebben geleid tot invoering van een Kindpakket. Een pakket aan maatregelen specifiek voor kinderen tot en met 17 jaar die opgroeien in een gezin met een laag inkomen tot 115% van de bijstandsnorm. Het Kindpakket is daarmee een structureel onderdeel geworden van ons minimabeleid. In het Kindpakket is anno 2019 opgenomen: eenmalige bijdrage van € 350 voor Superspetters zwemlessen; schoolkosten ad € 150 voor schoolgaande kinderen tot en met 11 jaar en € 200 voor schoolgaande kinderen van 12 tot en met 17 jaar; bijdrage fiets ad € 150 in groep 7 of 8. Daarnaast verstrekken wij bijdragen aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld zodat kinderen uit de doelgroep kunnen meedoen en hun talenten kunnen ontwikkelen. 3.7.1 Bijdrage voor Superspetters zwemlessen Kinderen in de leeftijd van 5 tot 18 jaar die (nog) niet zwemvaardig zijn, kunnen eenmalig een bijdrage van € 350 krijgen voor Superspetters zwemlessen. De totale kosten van Superspetters zwemlessen in zwembad De Wilder bedragen € 750.
Door samenwerking met het NFK die nog eens € 400 van de kosten voor haar rekening neemt, kunnen kinderen uit de doelgroep kosteloos leren zwemmen. Tabel 3.7.1 Gebruik en bereik Superspetters zwemlessen Jaar Gebruik 2017 12 2018 63 2019 30
Uitgaven in € 4.200 22.050 10.500
Opvallend is het hoge aantal kinderen dat in 2018 een bijdrage voor zwemlessen heeft ontvangen. Dit is te verklaren doordat dit het eerste volledige jaar was waarin deze regeling vanuit het Kindpakket van kracht was. Daarnaast ging het bij een groot deel van de kinderen om kinderen van statushouders. Afgezet tegen de (geschatte) gehele doelgroep van 254 kinderen, zou in 2019 12% gebruik hebben gemaakt van deze regeling. In de praktijk blijkt echter dat zwemlessen doorgaans worden gevolgd gedurende maximaal 3 leeftijdsjaren, van 5 tot en met 7 jaar. De doelgroep bedraagt dan 3/17 deel van 254 = 45 kinderen. Een gebruik van 30 kinderen in 2019, betekent dan een gebruik van 66%. 3.7.2 Schoolkosten De bijdrage voor schoolkosten bedraagt € 150 voor schoolgaande kinderen tot en met 11 jaar en € 200 voor schoolgaande kinderen van 12 tot en met 17 jaar. De geldelijke bijdrage wordt overgemaakt aan de ouders en is bedoeld voor zaken als bijvoorbeeld gymkleding, schooltas, schoolreisje en studiemateriaal. Wij betalen de schoolkosten in augustus automatisch uit aan ouders met een maandelijkse bijstandsuitkering van de gemeente. Tabel 3.7.2 Gebruik schoolkosten Jaar Schoolkosten bo 2017 45 2018 122 2019 73
Schoolkosten vo 21 88 67
Uitgaven in € 11.550 45.150 34.900
In totaal hebben 140 kinderen in 2019 een bijdrage voor schoolkosten ontvangen. Dit is 67% van de (geschatte) doelgroep.
14
3.7.3 Bijdrage fiets Kinderen van 10 tot en met 12 jaar, in groep 7 of 8 van de basisschool, kunnen eenmalig een bijdrage krijgen van € 150 voor de kosten van een fiets. Tabel 3.7.3 Gebruik bijdrage fiets Jaar Gebruik 2017 5 2018 16 2019 20
Uitgaven in € 750 2.400 3.000
In 2019 hebben 20 kinderen een bijdrage voor een fiets gekregen. Afgezet tegen de (geschatte) doelgroep 10- tot en met 12-jarigen, is dit 44%. 3.8 Jeugdfonds Sport & Cultuur Voor een bijdrage in de kosten van sportieve en culturele activiteiten kunnen ouders voor hun kinderen in de leeftijd van 6 tot 18 jaar een beroep doen op het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het gaat dan om de contributie van de sportvereniging of bijvoorbeeld muziekles en de voor de sport of culturele activiteit benodigde kleding en/of materialen. De maximale bijdrage voor sportieve activiteiten is € 225 per kind per jaar. De maximale bijdrage voor culturele activiteiten is € 425 per kind per jaar. De inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur ligt op 115% van het wettelijk minimum. Dit was 110%, maar is na vaststelling van het nieuwe Armoedebeleidsplan in 2017 opgehoogd naar 115% om zodoende het bereik te vergroten. Vanuit de Verordening minimabeleid is er in 2017 € 10.000 voor sport en € 3.500 voor cultuur overgemaakt aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Met ingang van 2018 tot heden bedraagt de bijdrage op basis van de verordening € 15.000 voor sport en nog eens € 5.000 voor cultuur. Deze bijdragen worden in de vorm van subsidie aangevraagd, verstrekt en vastgesteld. Daarnaast ontvangt het Jeugdfonds een bijdrage vanuit het zogenoemde Eurobudget van Menzis. Deze bedraagt € 2.500 per jaar.
Tabel 3.6.4 Gebruik Jeugdfonds Sport & Cultuur Jaar Sport Cultuur 2016 43 2 2017 61 6 2018 44 6 2019 57 19 Opvallend in 2019 is de stijging van het aantal kinderen dat een culturele activiteit is gaan doen. Uit de cijfers van het Jeugdfonds blijkt verder dat er gemiddeld iets meer jongens sporten en dat juist meisjes meer aan cultuur doen. Sporten als voetbal en gymnastiek voeren de lijst aan, terwijl muziek en dans de meest gekozen culturele activiteiten zijn. 3.9 Stichting Leergeld Haaksbergen Met ingang van 1 januari 2019 is de Stichting Leergeld Haaksbergen operationeel. De stichting biedt ondersteuning (in natura) aan kinderen op het gebied van aan onderwijs gerelateerde zaken, zoals meedoen aan schoolreisjes, een laptop of fiets, muziekles of het lidmaatschap van een sportof scoutingvereniging (voor zover het Jeugdfonds en/of het Kindpakket hierin niet voorziet). De inkomensgrens is 115% Wsm, maar ook gezinnen met kinderen met een hoger inkomen, maar financieel moeilijke situaties kunnen een aanvraag indienen. In het eerste jaar van haar bestaan, heeft de stichting 83 unieke kinderen weten te ondersteunen met in totaal 116 verstrekkingen. De meest aangevraagde en toegekende verstrekkingen zijn de fietsen (68) en laptops (29) geweest. De financiële bijdrage vanuit de gemeente Haaksbergen in 2019 bedroeg € 5.000.
Voor het jaar 2020 is dit bedrag eveneens toegezegd met daarbij de aanbeveling voor 2021 en verder een subsidieaanvraag te doen. Daarnaast bieden wij ambtelijke ondersteuning aan het bestuur en heeft de stichting de mogelijkheid voor hun bestuursvergaderingen gebruik te maken van Noaberpoort.
15
4 De inkomenseffecten In dit hoofdstuk worden de effecten van het lokale en landelijke armoedebeleid voor minimahuishoudens in beeld gebracht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen zes huishoudenstypen en vier inkomensgroepen. 4.1 Lokale minimaregelingen Het minimabeleid bestaat uit landelijke en gemeentelijke regelingen. Landelijke regelingen zijn bijvoorbeeld huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Daarnaast is er lokaal beleid mogelijk op drie onderdelen: 1. Individuele inkomenstoeslag; 2. Individuele bijzondere bijstand; 3. Minimaregelingen: Verordening minimabeleid en Kindpakket, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding lokale heffingen. In paragraaf 3.1 staan alle regelingen die onder het minimabeleid vallen beschreven. 4.2 Huishoudens en inkomensgrenzen In deze rapportage worden voor de volgende huishoudtypen de inkomenseffecten berekend: • • Alleenstaande, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; • • Alleenstaande ouder, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, met een kind; • • Alleenstaande, AOW-gerechtigd, zonder kind; • • Echtpaar, niet AOW-gerechtigd, zonder kinderen; • • Echtpaar, niet AOW-gerechtigd, met een kind; • • Echtpaar, AOW-gerechtigd. We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 115, 120 en 130 procent Wsm. De effecten worden berekend voor het jaar 2020.
4.2.1 Inkomsten De inkomsten bestaan uit de volgende categorieën: • Netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; • Bijdrage Rijk: Huurtoeslag; Zorgtoeslag; Combinatiekorting; Kindgebonden budget. De netto bedragen zijn gebruteerd en hierbij is rekening gehouden met vakantiegeld. De bruto jaarinkomens zijn gebruikt om de toeslagen, kindgebonden budget en heffingskorting te kunnen berekenen. Uitgezonderd de inkomensklasse 100% is het uitgangspunt dat in de overige klassen het bruto jaarinkomen uit inkomen uit arbeid bestaat. Bij de klasse 100% is het percentage vakantiegeld vastgesteld op 5 (percentage van de uitkering). Bij de overige klassen is het percentage vakantiegeld vastgesteld op 8. Bruto jaarinkomen Alleenstaande <AOW-gerechtigde leeftijd Echtpaar <AOW-gerechtigde leeftijd Alleenstaande >AOW-gerechtigde leeftijd Echtpaar >AOW-gerechtigde leeftijd
100% € 13.656 € 19.212 € 14.112 € 19.140
115% € 16.140 € 22.944 € 16.656 € 22.572
120% € 16.848 € 24.348 € 17.376 € 23.556
130% € 18.264 € 25.666 € 18.828 € 25.524
Uitgangspunten Voor de huurtoeslag is uitgegaan van een kale huur van € 585 per maand en servicekosten van € 48 per maand. De Inkomensafhankelijke Combinatiekorting is voor de combinatie van werk en zorg voor tenminste één kind in de leeftijd tot en met 12 jaar. Als beide ouders werken, dan ontvangt de minstverdienende ouder deze korting. De korting wordt als volgt berekend: arbeidsinkomen per jaar minus € 5.072 * maal 11,450% = jaarbedrag korting. Het bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting voor de alleenstaande ouder of werkende ouders wordt hoger naar mate het inkomen uit arbeid stijgt. *= bedrag waarover geen korting wordt gegeven.
16
Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk en wordt lager naarmate het verzamelinkomen hoger wordt. Voor de inkomensklassen tot en met 130% zijn de bedragen van het kindgebonden budget nog gelijk. De alleenstaande ouder kan in aanmerking komen voor de Alleenstaande Ouder Kop (Alokop) van het kindgebonden budget. De hoogte is € 3.190 per jaar.
4.2.2 Gemeentelijke regelingen Voor het berekenen van de inkomenseffecten nemen we regelingen mee die jaarlijks aangevraagd kunnen worden. Het gaat om de volgende gemeentelijke regelingen: Bijdrage van het Minimabeleid De bijdrage voor volwassenen bedraagt 75% van het totaal van bovenstaande gemaakte kosten met een maximum van € 150 per kalenderjaar voor gehuwden/partners en alleenstaande ouders, en een maximum van € 90 per kalenderjaar voor alleenstaanden. In de vergelijkingen is uitgegaan van de maximale bijdrage, omgerekend naar een maandbedrag. Voor een alleenstaande is dat € 7,50 per maand en voor een alleenstaande ouder en echtpaar € 12,50 per maand. Bijdrage van het Kindpakket Van het kindpakket zijn bijdragen voor verschillende kosten mogelijk. De gemiddelde bijdrage per kind van 10 jaar is als volgt: schoolkosten € 150. Verder is een eenmalige bijdrage in de kosten van een fiets mogelijk voor kinderen van 10 tot en met 12 jaar. De bijdrage is € 150 per kind. In totaal een bedrag van € 300, zijnde € 25 per maand. Een derde bijdrage betreft de eenmalige bijdrage voor Superspetters. De kosten hiervan worden rechtstreeks overgemaakt naar het zwembad De Wilder. Het leren zwemmen vindt in de regel op jonge leeftijd plaats. Om die reden is deze eenmalige bijdrage niet in de vergelijking meegenomen. 4.3 Inkomenseffecten
Alleenstaande zelfstandig wonend, <AOW-gerechtigd, zonder kind Netto inkomen per maand excl. vt Meerinkomen tov 120% Huurtoeslag per maand Zorgtoeslag per maand Subtotaal per maand Bijdrage Minimabeleid Totaal per maand
100%
115%
120%
130%
€ 1.000
€ 1.150
€ 1.200
€ 1.300
€ 322 € 104 € 1.626 € ---€ 1.626
€ 100 € 287 € 104 € 1.691 ---€ 1.691
€ 327 € 104 € 1.431 € 7,50 € 1.438,50
Alleenstaande zelfstandig wonend, >AOW-gerechtigd, zonder kind Netto inkomen per maand excl. vt Meerinkomen tov 120% Huurtoeslag per maand Zorgtoeslag per maand Subtotaal per maand Bijdragen Minimabeleid Totaal per maand
€ 327 € 104 € 1.581 € 7,50 € 1.588,50
100%
115%
120%
130%
€
1.117
€ 1.285
€ 1.341
€ 329 € 104 € 1.550 € 7,50 € 1.557,50
€ 329 € 104 € 1.718 € 7,50 € 1.725,50
€ 329 € 104 € 1.774 € ---€ 1.774
€ 1.453 € 112 € 315 € 104 € 1.872 ---€ 1.872
17
Alleenstaande zelfstandig wonend, <AOW-gerechtigd, met 1 kind Netto inkomen per maand excl. Vt Meerinkomen t.o.v. 120% Huurtoeslag per maand Zorgtoeslag per maand Ink.afh.combinate korting Kindgebonden budget Subtotaal per maand Bijdrage Minimabeleid Bijdrage kindpakket Totaal per maand
100%
115%
120%
130%
€ 1.000
€ 1.150
€ 1.200
€ 1300
€ 327 € 104 € 82 € 364 € 1.877 € 12,50 € 25 € 1.914,50
€ 327 € 104 € 106 € 364 € 2.051 € 12,50 € 25 € 2.088,50
€ 322 € 104 € 112 € 364 € 2.102 € --€ --€ 2.102
€ 100 € 287 € 104 € 126 € 364 € 2.181 ----€ 2.181
Echtpaar zelfstandig wonend, <AOW-gerechtigd, zonder kind Netto inkomen per maand Meerinkomen t.o.v. 120% Huurtoeslag per maand Zorgtoeslag per maand Subtotaal per maand Bijdrage Minimabeleid Totaal per maand
100%
115%
120%
130%
€ 1428 € 321 € 199 € 1.948 € 12,50 € 1.960,50
€ 1642
€ 1741
€ 296 € 182 € 2.120 € 12,50 € 2.132,50
€ 269 € 166 € 2.176 € --€ 2.176
€ 1810 € 69 € 249 € 155 € 2.214 --€ 2.214
Echtpaar zelfstandig wonend, > AOW-gerechtigd, zonder kind Netto inkomen per maand Meerinkomen t.o.v. 120% Huurtoeslag per maand Zorgtoeslag per maand Subtotaal per maand Bijdragen Minimabeleid Totaal per maand
100%
115%
120%
130%
€ 1515 € 330 € 199 € 2.044 € 12,50 € 2.056,50
€ 1742
€ 1818
€ 330 € 186 € 2.258 € 12,50 € 2.270,50
€ 330 € 175 € 2.323 € --€ 2.323
€ 1969 € 151 € 307 € 153 € 2.429 ---€ 2.429
Echtpaar zelfstandig wonend, <AOW-gerechtigd, met 1 kind Netto inkomen per maand Meerinkomen t.o.v. 120% Huurtoeslag per maand Zorgtoeslag per maand Ink.afh.combinatie korting Kindgebonden budget Subtotaal per maand Bijdrage Minimabeleid Bijdrage kindpakket Totaal per maand
100%
115%
120%
130%
€
1.428
€ 1.642
€ 1.741
€ 330 € 199 € 43 € 98 € 2.098 € 12,50 € 25 € 2.135,50
€ 305 € 182 € 61 € 98 € 2.288 € 12,50 € 25 € 2.325,50
€ 278 € 166 € 68 € 98 € 2.351 € --€ --€ 2.351
€ 1.810 € 69 € 258 € 155 € 68 € 98 € 2.389 ----€ 2.389
18
Referentiebudgetten Ter vergelijking: het Sociaal en Cultureel planbureau (SCP) stelt de hoogte van de armoedegrens vast met twee referentiebudgetten. Deze zijn grotendeels gebaseerd op gegevens van het Nibud. Het ene budget is strikter dan het andere. Het strikte basisbehoeftenbudget omvat de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden aan onvermijdbare, basale zaken als voedsel, kleding en wonen. Ook de uitgaven aan andere moeilijk te vermijden posten, zoals verzekeringen en persoonlijke verzorging, zijn meegeteld. Het niet-veelmaar-toereikendbudget is iets ruimer. Dat budget houdt ook rekening met de minimale kosten van ontspanning en sociale participatie. Denk aan het lidmaatschap van een sport- of hobbyclub of een jaarlijkse korte vakantie. Deze uitgaven zijn niet strikt noodzakelijk, maar veel mensen beschouwen ze wel als zeer wenselijk. Het niet-veel-maar-toereikendbudget is nog steeds bescheiden. Luxegoederen, zoals een auto, ontbreken. In 2017 was het basisbehoeftenbudget voor een alleenwonende € 1.039 per maand en het nietveel-maar-toereikendbudget € 1.135 per maand. Voor een alleenstaande met 1 kind was dit respectievelijk € 1340 en € 1464. Voor echtparen zonder kinderen bedroeg het basisbehoeftenbudget € 1423, met 1 kind € 1694. Voor deze huishoudens was het niet-veel-maar-toereikendbudget respectievelijk € 1555 en € 18505.
Een alleenstaande zonder kinderen heeft met een netto inkomen tot 115% een lager inkomen dan de genoemde referentiebudgetten. Bij een alleenstaande met 1 kind is dat zelfs tot 130% het geval. Een echtpaar zonder kinderen zit met het netto inkomen altijd boven het basisbehoeftenbudget. Voor een echtpaar met 1 kind ligt dit anders. Het netto inkomen tot 120% is lager dan het basisbehoeftenbudget, tot 130% is dit lager dan het niet-veel-maartoereikendbudget. Over het algemeen kunnen we stellen dat inkomens van bovenstaande huishoudtypen met de bijdragen van het Rijk boven de genoemde referentiebudgetten komen. De invloed van de gemeentelijke regelingen op het inkomen van inwoners is hierin zeer beperkt. Inkomenspolitiek is ook voorbehouden aan het Rijk. Als gemeente kan en mag je slechts de gevolgen van een laag inkomen (deels) compenseren/verzachten, het zogenoemde pleisters plakken. Met het oog op maatschappelijke participatie van inwoners en het tegengaan van sociale uitsluiting is deze inzet echter van wezenlijk belang. Opgemerkt moet wel worden dat regelingen als de collectieve zorgverzekering en kwijtschelding gemeentelijke belastingen niet zijn opgenomen in het overzicht. Deze zijn teveel afhankelijk van persoonlijke factoren en daarom niet een op een te vergelijken.
De invloed van de gemeentelijke regelingen op het inkomen is daardoor in werkelijkheid en in sommige situaties mogelijk iets groter.
5
Bron: Armoede in kaart 2019, SCP
19
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk vatten we, aan de hand van de speerpunten uit het Armoedebeleidsplan 20162019, de verschillende observaties nog eens kort samen. De conclusies volgen hieruit en zijn zoals gezegd cijfermatig, op basis van de gegevens en ervaring en in sommige gevallen goed onderbouwde aannames. Conclusies Algemeen Tijdens de evaluatie kwamen we tot de conclusie dat we de speerpunten destijds niet SMART genoeg hebben geformuleerd. SMART staat voor: Specifiek Meetbaar Acceptabel of aanvaardbaar Realistisch Tijdgebonden Dit maakt dat we voor ons gevoel onvoldoende en daadwerkelijk hebben kunnen meten wat de resultaten van het beleid in de afgelopen vier jaar zijn geweest. Een waardevolle aanvulling om de effecten van ons beleid op te halen, zou een zogenoemde behoeftepeiling onder de doelgroep zijn geweest. Bijvoorbeeld door middel van het afnemen van een enquête. Het op een goede en integere manier bevragen van de doelgroep, en belangrijker nog, het op een zorgvuldige manier verwerken van de respons en het trekken van conclusies hieruit, vraagt een zekere expertise die wij niet in huis hebben. Budget om deze kosten te dekken is er op dit moment helaas niet. Financiële ondersteuning bij noodzakelijke kosten Enerzijds is zoals gezegd de invloed van de gemeentelijke regelingen op het inkomen van inwoners zeer beperkt.
Inkomenspolitiek is voorbehouden aan het Rijk. Als gemeente kan en mag je slechts de gevolgen van een laag inkomen (deels) compenseren/verzachten, het zogenoemde pleisters plakken. Met het oog op maatschappelijke participatie van inwoners en het tegengaan van sociale uitsluiting is deze inzet echter van wezenlijk belang. Van regelingen als de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de individuele bijzondere bijstand wordt dan ook veevuldig gebruik gemaakt. Anderzijds hebben we geconstateerd dat armoede een ingrijpend probleem is dat vaak meer gevolgen kent dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen en zich manifesteert op verschillende levensdomeinen. Wij hechten daarom waarde aan een centrale, lokale toegang voor onze inwoners zoals wij deze hebben georganiseerd in de Noaberpoort. Dit betekent dat inwoners niet alleen voor informatie en het indienen van aanvragen van regelingen uit het armoedebeleid terecht kunnen in de Noaberpoort, maar ook voor advies en praktische ondersteuning op het gebied van welzijn, zorg, opgroeien, opvoeden, werk en inkomen. Sinds 2016 is er op het gebied van Werk en Inkomen, de uitvoering van met name de Participatiewet en de minimaregelingen, een samenwerking met de gemeenten Borne en Hengelo in de Uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken.
Activeren van de (arbeids)participatie van minima Het gebruik en bereik van de regelingen voor volwassenen op basis van de Verordening minimabeleid blijven vergeleken met het Kindpakket achter. Een verklaring hiervoor is, omdat we de doelgroep hierop niet hebben kunnen bevragen, moeilijk te geven. Te meer daar het bereik en gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de collectieve zorgverzekering redelijk tot goed te noemen zijn. Het was om die reden interessant geweest om bij de doelgroep op te halen of de huidige regelingen voldoende aansluiten bij de behoefte. En in hoeverre daarnaast de hoogte van de huidige bijdragen, zoals bijvoorbeeld die uit de Verordening minimabeleid, hierbij een rol speelt. Inzetten op preventie De doelstelling het gebruik van met name de collectieve zorgverzekering te vergroten is behaald. Aan de collectieve zorgverzekering wilden we ook een preventief element koppelen. Omdat de groep inwoners die gebruik maakt van de collectieve zorgverzekering in een kwetsbare financiële situatie zit, kan het voorkomen dat er een betalingsachterstand ontstaat bij de zorgverzekeraar. Wij kennen op dit moment 2 regelingen waarbij we mensen met schulden bij (onder meer) de
20
zorgverzekeraar helpen: de Regeling Uitstroom Bronheffing (RUB) en Vroegsignalering van schulden. Het bereik van de collectieve zorgverzekering is zoals gezegd vergroot. Het bereik zegt iets over het aantal inwoners in de doelgroep die wij kennen en/of ons kennen. Ondanks dat er veel inwoners gebruik maken van de collectieve zorgverzekering, blijft het gebruik van de regelingen voor volassenen op basis van de Verordening minimabeleid achter. Voor een optimaal bereik en gebruik van de voorzieningen voor minima is het van belang dat er intensief aandacht wordt besteed aan de communicatie. Om ervoor te zorgen dat onze inwoners de regels kennen en zij hier zo nodig gebruik van kunnen maken, worden zij op structurele wijze geïnformeerd over regelingen uit ons armoedebeleid door gebruik te maken van de website van Noaberpoort, het GemeenteNieuws en de nieuwsbrief Alinea. Voor vrijwilligers en medewerkers van zorg- & welzijnsorganisaties en andere belangstellenden die te maken hebben met minima, is er twee keer per jaar een bijeenkomst waarin ze worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen en wijzigingen. Speciale aandacht voor kwetsbare groepen: kinderen, kwetsbare ouderen, chronisch zieken en gehandicapten Door de economische ontwikkelingen hebben we de afgelopen jaren een daling gezien in het aantal inwoners dat tot de doelgroep van ons armoedebeleid behoort.
Kijkend naar de samenstelling van de doelgroep is het ons opgevallen dat het aantal huishoudens zonder kinderen bijna 5 keer zo hoog is als het aantal huishoudens mét kinderen. De afgelopen jaren hebben wij, mede met behulp van de extra middelen van het Rijk (Klijnsma middelen), veel inzet gepleegd op (huishoudens met) kinderen. Tegelijkertijd blijkt uit bovenstaand dat er veel armoede heerst bij huishoudens zonder kinderen. Met de invoering van het Kindpakket verwachtten we de gehele doelgroep te bereiken. Op basis van de absolute aantallen zijn we daarin niet geslaagd. Echter kijkend naar de extra middelen die wij hiervoor van het Rijk ontvangen, hebben wij deze in 2018 ruim en in 2019 voor zeker 90% ten goede gekomen aan de doelgroep. Een mooi resultaat. Daarnaast hebben we ook geconstateerd dat niet alle kinderen voor alle regelingen in aanmerking kúnnen komen. De vergoeding voor zwemlessen is bijvoorbeeld eenmalig, de schoolkosten voor kinderen vanaf 4 jaar en de fiets enkel bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Een bereik van 100% is alleen om die reden al niet haalbaar. Inwoners met een laag inkomen kunnen zoals gezegd voor sommige kosten van participatie ook een beroep doen op één van de fondsen. Uit onderzoek is gebleken dat de drempel om hulp te vragen bij een fonds minder hoog is dan bij de gemeente.
Kijkend naar bijvoorbeeld het Jeugdfonds of Stichting Leergeld, is het bereik en gebruik hiervan vergelijkbaar met dat van het gemeentelijk Kindpakket. De verwachting is echter dat dit bereik zal stijgen, en dan met name onder de groeiende groep werkende armen, omdat zij als fonds minder gebonden zijn aan een harde inkomensgrens van 115% en daardoor in het geval van financiële nood toch ondersteuning kunnen bieden. Een bijkomend (financieel) voordeel is dat fondsen d.m.v. fondsenwerving, sponsoren en (particuliere) giften hun budget kunnen vergroten. Aanbevelingen Op basis van bovenstaande bevindingen en conclusies hebben wij voor onszelf een aantal aanbevelingen geformuleerd. Algemeen Om de resultaten van ons beleid beter te kunnen meten, en eventueel tussentijds bij te sturen, doen we de aanbeveling de speerpunten of doelen in het nieuw op te stellen beleidsplan sociaal domein breed SMART te formuleren. Bij de evaluatie hebben we de doelgroep helaas niet kunnen bevragen. We doen de aanbeveling dit in de voorbereiding van het nieuw op te stellen beleidsplan nadrukkelijk wel te doen. Nader in te zoomen op de doelgroep volwassenen/gezinnen zonder kinderen De afgelopen jaren hebben wij, mede met behulp van de extra middelen van het Rijk (Klijnsma middelen), veel inzet gepleegd op (huishoudens met) kinderen.
Tegelijkertijd blijkt uit bovenstaand dat er veel armoede heerst (bijna 5 keer zoveel) bij huishoudens zonder kinderen. De aanbeveling die hieruit volgt is om, met het oog op het nieuwe beleidsplan, nader in te zoomen op deze groep en waar mogelijk bij de doelgroep, dan wel Participatieraad en/of Cliëntenraad Minima Hengelo op te halen of zij dit herkennen en welke aanbevelingen dit wellicht oproept voor het nieuwe beleidsplan. 21
Bereik en gebruik regelingen voor volwassenen vergroten Het gebruik en bereik van de regelingen voor volwassenen op basis van de Verordening minimabeleid blijven vergeleken met het Kindpakket achter. Een verklaring hiervoor is moeilijk te geven, omdat we de doelgroep hierop niet hebben kunnen bevragen. Voor de nieuwe beleidskaders is het aan te bevelen deze informatie alsnog op te halen bij de doelgroep, dan wel bij vertegenwoordigers als de cliëntenraad of Participatieraad, om zodoende het bereik en gebruik te vergroten. Harmoniseren uitvoering individuele inkomenstoeslag Zoals gezegd bestaan binnen de Uitvoeringsorganisatie tussen de gemeenten onderling verschillen in de uitvoering van de individuele inkomenstoeslag. Om te komen tot een eenduidige werkwijze voor alle clienten van de Uitvoeringsorganisatie doen wij de aanbeveling het beleid op elkaar af stemmen. Integrale aanpak Ondanks het feit dat we de doelgroep hierop niet hebben kunnen bevragen, zouden we ons inziens in ieder geval nog meer kunnen inzetten op bekendheid van de regelingen en de integrale aanpak. Waar de armoedebestrijding conform het armoedebeleid voorheen een aparte deeltaak was van de klantmanagers van de afdeling Sociale zaken, proberen wij steeds meer een bredere verbinding te maken met andere domeinen als jeugd en Wmo.
Om klantmanagers, regisseurs en consulenten op structurele wijze te informeren maken we gebruik van een nieuwsbrief per mail en sluiten we waar mogelijk aan bij reeds bestaande overlegstructuren. Of extra inzet op het bereik van onze regelingen gewenst is, met het oog ook op de financiële gevolgen hiervan, dient bij de voorbereidingen van het nieuwe beleidsplan (politiek) te worden afgestemd. Samenwerking fondsen Inwoners met een laag inkomen kunnen zoals gezegd voor sommige kosten van participatie ook een beroep doen op een van de fondsen zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur of Stichting Leergeld Haaksbergen. Deze zijn aanvullend op of voorzien in zaken die niet zijn opgenomen in het Kindpakket. Denk hierbij aan contributie en sportkleding, laptops en fietsen (anders dan bij de overgang naar het voortgezet onderwijs). Het bereik en gebruik hiervan is vergelijkbaar met dat van het gemeentelijk Kindpakket, maar de verwachting is echter dat dit bereik zal stijgen. Een aanbeveling is dan ook de samenwerking met deze fondsen te continueren of indien mogelijk zelfs te intensiveren. Dat laatste zou kunnen betekenen dat we bij een stijging van de doelgroep en een daardoor groter bereik met een voorstel komen de bijdrage hierop af te stemmen.
Afstemming noodvoorzieningen Haaksbergen Naast de reeds genoemde fondsen als het Jeugdfonds en Stichting Leergeld, is het goed om hier ook te noemen dat Haaksbergen nog meer voorzieningen en instanties voor noodhulp kent. Denk aan de Voedselbank Enschede-Haaksbergen, Stichting Noodfonds Haaksbergen (incl. Budgetmaatjes), Sterren Stralen (Rotary) etc. Om elkaar te versterken en zodoende hulp te kunnen (blijven) bieden aan de inwoners die het nodig hebben, zijn er het afgelopen jaar een aantal bijeenkomsten voor deze partijen in Noaberpoort geweest. Er is een overzicht (placemat) ontwikkeld voor professionals waarin is opgenomen welke partijen er zijn, welke ondersteuning zij bieden en aan wie en op welke manier en waar inwoners kunnen worden aangemeld. Het is aan te bevelen deze samenwerking in stand te houden en elkaar te blijven informeren.