CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

DB bijlage 8. Winningsplan Haaksbergen

Gemeenteraad 15 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen14.896 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 24, lid 1, onderdeel o, van het Mijnbouwbesluit verlangt dat het winningsplan, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, voor de winning van koolwaterstoffen bevat: een opgaaf van de onzekerheid omtrent de verwachte mate van bodemdaling in de tijd, als bedoeld in de onderdelen m en n. Binnen het voor de bodemdalingsprognoses gehanteerde veldontwerp van 12 cavernes zijn door KBB twee scenario's (2A en 2B) voor bodemdalingsprognose ontwikkeld [KBB 2012]. Er is dus naast het basisscenario (2A) een conservatief (2B) scenario ontwikkeld. Deze zijn weergegeven in paragraaf 6.1.1. Nobian heeft daarnaast ervoor gekozen om een zeer conservatief referentie-variant op te stellen om lange termijn effecten van de zoutwinning inzichtelijk te maken op gebied van waterhuishouding, infrastructuur en gebouwen [Royal HaskoningDHV 2020 & Royal HaskoningDHV 2021]. Deze referentie-variant wordt enkel toegepast in paragraaf 6.1.2.2. Nobian heeft er in dit winningsplan voor gekozen om 8 cavernes te ontwikkelen van 1 miljoen kubieke meter. Hierdoor zal de daadwerkelijk bodemdaling en de daaraan gekoppelde effecten ruim binnen de grenzen vallen van de in dit hoofdstuk (6) behandelde prognoses en effecten.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

29

Het gebied ten noordwesten van Haaksbergen is licht glooiend en loopt af naar het noordwesten. Haaksbergen zelf ligt op 28 meter +NAP, richting Hengevelde loopt het gebied af naar 18 meter +NAP. Een verval dus van zo’n 10 meter over ongeveer 5 kilometer (relatieve krommingsratio van 1:500), zoals weergegeven in Figuur . Direct ten westen van de N379 bevindt zich een hoger gelegen gedeelte met niveau op NAP+24 m. Hellingen kunnen hier lokaal steiler zijn dan 1:100.

Figuur 10. Topografische kaart Haaksbergen

Het bodemdalingsgebied bevindt zich ten noordwesten van Haaksbergen. De maximale bodemdaling bevindt zich in het midden van het caverneveld (uitgaande van het oorspronkelijke veldontwerp met 12 cavernes) met een maximale bodemdaling van 25 cm in scenario 2A (basis) en 34 cm in 2B (uiterste geval). In scenario 2B treedt er in 50 jaar een relatieve krommingsratio op van 1:5000, dit ligt minimaal een factor 10 lager dan wat er van de nature aanwezig is. Als uit de toets blijkt dat de effecten van variant 2 scenario B acceptabel en veilig zijn, dan is variant 1 (met 8 cavernes van 1 miljoen m3) altijd veilig. 6.1.1. Bodemdalingsvoorspelling: methodologie en resultaten De berekening van de bodemdaling is gebaseerd op het model zoals ontwikkeld door “SROKA en SCHOBER (1982)” en gegeneraliseerd door “EICKEMEIER”. Dit specifieke model is geïntegreerd in de algemeen aanvaarde code "SaltSubsid", een software die wordt gedistribueerd door de Solution Mining Research Institution (SMRI). De ontwikkeling van bodemdaling door zoutwinning in de tijd is een direct gevolg van het kruipgedrag van het zout in de ondergrond. De mate van bodemdaling als gevolg van zoutwinning is afhankelijk van:   

Veldontwerp (de locatie en afstanden tussen de omliggende cavernes, d.w.z. de diameter van de pijlers ten opzichte van de cavernediameter) Caverneontwerp en -ontwikkeling (volume gewonnen zout, diepte van winning per uitloogfase en de timing daarvan) Convergentiesnelheid van de bodemdaling door zoutkruip (snelheid waarmee het cavernevolume afneemt). Er wordt aangenomen dat het kruipvermogen enigszins varieert over de Haaksbergen-zoutkussenstructuur.

Bodemdaling door zoutwinning in Haaksbergen wordt veroorzaakt door het drukverschil tussen de caverne en het omringende en bovenliggende gesteente. Zoutkruip veroorzaakt

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

Figuur 11.: Bodemdalingsprognose in meters || 8 cavernes 50 jaar na aanvang productie || Scenario 1B (in het uiterste geval)

Figuur 12.: Bodemdalingsprognose in meters || 12 cavernes 50 jaar na aanvang productie || Scenario 2A (basisscenario)

31

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

32

Figuur 13.: Bodemdalingsprognose in meters || 12 cavernes 50 jaar na aanvang productie || Scenario 2B (in het uiterste geval)

Het bodemdalingsgebied bestaat uit de som van de totale volumereductie in de invloedssferen van de afzonderlijke cavernes. Het bodemdalingsprofiel aan het oppervlak hangt dus samen met de ligging en het totale aantal cavernes binnen het zoutwinningsgebied. De bodemdalingsprognose, zoals te zien is in Figuur 11, Figuur 12 en Figuur 13, is gemodelleerd door KBB [KBB 2012]. In scenario 2A (basisscenario) bedraagt de maximale uiteindelijke bodemdaling 25 cm in het diepste punt van het bodemdalingsgebied voor het voor dit winningsplan gebruikte veldontwerp (met 12 cavernes, waarvan er 8 nu daadwerkelijk in dit winningsplan worden aangevraagd). De afstand van het diepste punt tot de rand van de kom (mate van verzakking) is ongeveer 2 km. De maximale bodemdalingssnelheid na 10 jaar productie is ongeveer 1,3 cm per jaar in het diepste deel van de kom. Dit is de periode waarin de meeste cavernes tegelijkertijd produceren. Scenario 2A gaat na afsluiting uit van een gemiddeld convergentiepercentage van 0,032% per jaar, een factor zeven geringer dan het convergentiepercentage van de productiefase. De werkelijke gemiddelde convergentie zal naar verwachting vanaf 10 jaar na harde insluiting lager zijn dan de genoemde waarde [KBB 2012]. De prognose is gedaan voor het tijdstip 50 jaar na de start van de productie.

De productiefase zal naar verwachting ongeveer 7 jaar per caverne duren, gevolgd door de temperatuurvereffeningsfase van enkele jaren, de afsluiting en de nazorgfase van de caverne gedurende 20-30 jaar. De verwachting is dat na stopzetting van de productie de caverneconvergentie en daarmee de bodemdaling drastisch zal afnemen. Scenario 2B is gebaseerd op conservatieve aannames en geeft daarmee inzicht in een in het ergste geval te verwachten bodemdaling die kan optreden. De uiteindelijke mate van maximale bodemdaling voor de cavernes uit dit winningsplan varieert in de prognosescenario's van 25 cm tot maximaal 34 cm over 50 jaar. De variatie is ongeveer +/-

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

34

Figuur 15.: Skew (α) en relatieve kromming (β).

Met betrekking tot de vervorming van kabels en leidingen wordt geconcludeerd dat de berekende waarden ruim onder de zogenaamde toelaatbare voegrotaties liggen. Zoals gedefinieerd in de prognose van de horizontale rek zal er bij de voegovergangen geen ontkoppeling/scheiding plaatsvinden. Schade aan huisaansluitingen zal niet optreden omdat de huizen dezelfde daling als de leidingen ondergaan Vereisten voor de helling van riolen zijn in de orde van 1:200 tot 1:1000, afhankelijk van het funderingstype. De berekende maximale scheefstand is ongeveer 1:2000, wat aanzienlijk kleiner is dan de eisen voor helling en niet merkbaar is voor de omgeving. De zoutwinning zal dus geen nadelige invloed hebben op de werking van de riolering. De bodemdaling strekt zich geleidelijk uit over een lengte van van circa 4 km in beide richting, met circa 2 km van de kom tot de rand waar de bodemdaling kleiner is dan 1 cm. Deze taluds zijn als gevolg van de bodemvervorming vergelijkbaar met of kleiner dan de natuurlijke peilverschillen in het gebied. Waarbij de van nature aanwezig relatieve krommingsratio van 1:500, zoals beschreven in paragraaf 6.1.1, vele malen kleiner is dan de relatieve krommingsratio die optreedt door zoutwinning (zo’n 1:5000 in 50 jaar) De voorspelde daling heeft geen invloed hebben op het wegbeheer.

Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het risico op schade aan gebouwen als gevolg van zoutwinning onwaarschijnlijk wordt geacht. 6.1.2.2 Werking van het watersysteem De hydrologische effecten van de bodemdaling zijn bepaald met behulp van een grondwatermodel van Waterschap Vechtstromen (waarin Waterschap Regge en Dinkel is opgenomen). In deze studie [RoyalHaskoningDHV 2021] zijn de hydrologische effecten en de afgeleide effecten bepaald voor het referentie-variant, met als uitgangspunt de bodemdaling 50 jaar na aanvang productie. Het grondwatermodel is geverifieerd met behulp van peilbuizen. Voor de situatie na 50 jaar zijn de effecten op de MLG (Maatgevend Laagste Grondwaterstand) in de orde van grootte van maximaal 0,25 meter en positief voor de landbouw. De effecten op de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) zijn gering (maximaal 0,15 meter) en leiden op sommige percelen tot een toename van de landbouwschade van 5% tot 15%. Bij extreme regenval is op sommige plaatsen is een toename van overstromingen te verwachten. Er is geen effect te verwachten voor de bebouwing in het gebied en er is geen risico op zetting. De basisafvoer neemt in een aantal stromen toe tot maximaal 145 m3/dag. Omdat de waterlopen zijn ontworpen voor afwatering bij hoogwatersituaties, zal een verhoging van de basisafwatering niet tot problemen leiden.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

35

Door de daling van de helling met 0,03% over een traject van 1500 meter in het benedenstroomse deel binnen het bodemdalingsgebied zal bij hoogwater het peil stijgen. Dit kan leiden tot grotere overstromingsgebieden. Een hoger beekpeil bij hoogwater leidt echter na 50 jaar niet tot meer overlast voor gebouwen. Bij het ontwikkelen van plannen voor de herinrichting van de Bolscherbeek is een modelstudie uitgevoerd door HKV (PR2279.20, maart 2012), waarin is gekeken naar de effecten bij hoogwater. Van de door HKV berekende maatgevende situaties is voor het MER één situatie nader doorgerekend. Om de effecten van de bodemdaling te onderzoeken zijn berekeningen uitgevoerd met het Sobek oppervlaktewatermodel (geleverd door het Waterschap). Met het Waterschap is afgesproken om in een herontwikkelde beek het 50-jarige verzakkingseffect op het beekpeil vast te stellen. Figuur 16 toont het effect op het beekpeil als gevolg van de bodemdaling na 50 jaar in een T100-situatie (een situatie die eens in de 100 jaar voorkomt) ten opzichte van de situatie na herinrichting van de beek. Een relatieve peilstijging wordt aangegeven door een blauwe band op de waterlopen. In de groene vakken daalt het waterpeil meer dan de bodem. De berekende peilstijging bedraagt maximaal 0,15 meter in de zone met de grootste bodemdaling.

Net ten zuiden van de rode pijl in Figuur 16 ligt de berekende stijging tussen 0,05 en 0,1 meter. Ten noorden van de rode pijl is de stijging minder dan 0,05 m. Het berekende niveau is vervolgens gebruikt om de overstromingsgebieden te bepalen die eens in de 100 jaar kunnen ontstaan, zowel voor de referentiesituatie (op basis van het door de HKV aangeleverde peil) als voor de situatie na 50 jaar bodemdaling (Figuur 17).

Figuur 16.: Berekend effect, gebaseerd op de referentie-variant, op het beekpeil als gevolg van bodemdaling na 50 jaar.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

Figuur 17.: Berekende overstromingszones, gebaseerd op de referentie-variant.

Figuur 18.: Verloop van maaiveld en bebouwing in de huidige situatie, in stappen van 0,4 meter, gebaseerd op de referentie-variant.

36

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

37

De verwachte gevolgen van peilstijging rond de berekende inundatiezones zijn onderzocht. Figuur 18 toont het verloop van het maaiveld met de gebouwen.  De inundatie is berekend achter de noordelijke stuw in Figuur 18. Daar wordt door de bodemdaling een kleine peilstijging berekend. In de referentiesituatie zijn de gebouwen bij (2) gedeeltelijk omsloten door de inundatie. Als gevolg van de bodemdaling is voor slechts enkele modeloppervlakken (5 x 5 meter) extra wateroverlast berekend. De gebouwen op (3) liggen net op de grens van het inundatiegebied en er is geen extra overstromingsrisico als gevolg van de bodemdaling.  Er is geen inundatie berekend direct stroomafwaarts van de stuw, ook niet na bodemdaling. Hier neemt het risico voor de gebouwen bij (1) niet toe.  De kavels ten noorden en zuiden van de bebouwing bij (4) overstromen in de referentiesituatie. Door de bodemdaling wordt het inundatiegebied iets groter. De bebouwing bij (4), (5) en (6) is echter relatief hooggelegen, zodat er geen extra overstromingsrisico is.  Tussen (5) en (6) bevindt zich een smalle, diepe inundatiezone. Van hier naar het zuiden wordt de grootste waterstandstijging berekend als gevolg van de bodemdaling (0,1 – 0,15 meter). Omdat de inundatiezone diep is, heeft de stijging van het waterpeil slechts een geringe invloed op de grootte van de zone.

 Verder naar het zuiden, bij (8), wordt de beek relatief diep ingesneden. Er is geen overstroming berekend, ook niet na bodemdaling. Samenvattend wordt gesteld dat ten noorden van de rode pijl een kleine stijging van het beekpeil wordt berekend door bodemdaling. De omvang van de inundatiezones neemt hier iets toe. Er is geen extra risico voor de bebouwing. Door bodemdaling is het berekende beekpeil ten zuiden van de rode pijl hoger dan in de referentiesituatie. Door het verloop van het maaiveld kunnen de inundatiezones hier echter niet veel groter worden. De bebouwing is relatief hoog gelegen, zodat er geen overstromingsgevaar is als gevolg van de bodemdaling. 6.1.3

Verzachtende en/of Compenserende Maatregelen

Effecten op de grondwaterstand (GHG) en daarmee nadelige effecten op landbouw en gebouwen kunnen zo nodig hydrologisch eenvoudig worden opgevangen door een stuwpeil te verlagen, de perceelsloten plaatselijk te verdiepen of de ontwatering plaatselijk op de percelen te intensiveren. Dit zal leiden tot een wat hogere basisafvoer in de stromen. Omdat de waterlopen zijn ontworpen voor afwatering bij hoogwatersituaties, zal een verhoging van de basisafwatering geen problemen opleveren.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

38

6.2 Maatregelen om bodembeweging te voorkomen of te beperken Artikel 25, lid 2, van het Mijnbouwbesluit verklaart dat: Artikel 24 eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s, en Artikel 24, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit van overeenkomstige toepassing zijn voor de winning van zout. Artikel 24, lid 1, onderdeel r, van het Mijnbouwbesluit verlangt dat het winningsplan, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, voor de winning van koolwaterstoffen bevat: een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om bodembeweging te voorkomen of te beperken. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de preventie van bodemdaling door zoutwinning. Om bodemdaling op de lange termijn te voorkomen of te beperken kiest Nobian voor een gefaseerde veldontwikkeling. Voorafgaand aan de start van de zoutwinning zal er een nulmeting met betrekking tot bodemdaling worden uitgevoerd. Gedurende het uitlogen van de 8 cavernes zal de bodemdaling nauwkeurig worden gemeten volgens een in te dienen meetplan. Het nu gehanteerde veldontwerp – variant 1 gaat uit van 8 cavernes met een volume van 1 miljoen kubieke meter. Dit is ongeveer eenderde van het te ontwikkelen cavernevolume in veldontwerp – variant 2. De bodemdaling zal dan ook ongeveer eenderde zijn dan de prognoses die gebaseerd zijn op veldontwerp - variant 2B (zie paragraaf 6.1.1).

6.3 Risicoanalyse omtrent bodemtrillingen als gevolg van de winning Artikel 25, lid 2, van het Mijnbouwbesluit verklaart dat: Artikel 24 eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s, en Artikel 24, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit van overeenkomstige toepassing zijn voor de winning van zout. Artikel 24, lid 1, onderdeel p, van het Mijnbouwbesluit verlangt dat het winningsplan, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, voor de winning van koolwaterstoffen bevat: een risicoanalyse omtrent bodemtrillingen als gevolg van de winning. Bodemtrillingen als gevolg van delfstoffenwinning kunnen ontstaan als er aan drie geologische/ gesteentemechanische voorwaarden wordt voldaan: 1) Door het wegnemen van de delfstof uit de ondergrond is er een spanningsverschil ontstaan tussen twee blokken of lagen gesteente. 2) Dit drukverschil loopt op tot boven een gesteentespecifieke drempelwaarde voor het ontstaan van beweging ter plaatse in de ondergrond. 3) Er is een discrete (zwakkere) zone in het gesteente waarlangs de beweging plaats kan vinden, een breukzone. Wanneer het reservoirgesteente een relatief hoge drempelwaarde voor beweging heeft, zal de beweging (wanneer deze optreedt) schoksgewijs en duidelijk voelbaar zijn. Bij een lage drempelwaarde zal sprake zijn van een geleidelijke aanpassing/vereffening van de spanning.

Bij zoutwinning ontstaat een drukverschil tussen de caverne (holle ruimte gevuld met pekel) en het zoutgesteente. Aan de eerste voorwaarde wordt dus voldaan. Zoutgesteente gedraagt zich echter anders dan zandsteen of dolomiet waaruit olie en gas gewonnen wordt. Zoutgesteente heeft, in tegenstelling tot zandsteen of dolomiet, een lage drempelwaarde om te kunnen bewegen. De beweging binnen zoutgesteente vindt plaats in de vorm van zoutkruip, beweging binnen een kristalrooster van een zoutkristal en langs het grensvlak van twee of meer zoutkristallen. Door dit voor zoutgesteenten specifieke gedrag, vindt beweging in een zoutgesteente geleidelijk en verspreid plaats. Hierdoor ontstaan er geen discrete zwakte- of breukzones waar een forse drempelwaarde in drukverschil moet worden overschreden om tot een schoksgewijze en voelbare beweging te komen. Het risico op het voorkomen van voelbare

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

39

bodemtrillingen als gevolg van de geplande zoutwinning wordt dan ook verwaarloosbaar klein geacht. Overigens bevinden zich boven en onder de zoutlaag in Haaksbergen van nature aanwezige kleine breuken in de gesteentelagen. Tevens bevinden zich in het zout soms lagen of stukken gesteente met een andere samenstelling. Deze kleine breuken en andere gesteenten in het zout kunnen wel microtrillingen veroorzaken. Deze trillingen zijn niet voelbaar en veroorzaken geen schade. Het meten van deze trillingen levert wel nuttige informatie over de opbouw en het gedrag van de ondergrond op. Om deze reden heeft Nobian besloten om een microseismisch meetnetwerk te installeren. Dit meetnetwerk zal continu de trillingen in de ondergrond monitoren. Het wordt ruim voor aanvang van de zoutwinning geïnstalleerd, zodat ook een beeld ontstaat van de natuurlijke bodemtrillingen die zonder de aanwezigheid van zoutwinning in het gebied plaatsvinden. Daarnaast kan een toename van microtrillingen op een bepaalde locatie in of nabij het caverneveld een teken zijn dat er iets verandert in het gedrag van de ondergrondse lagen op die locatie. Door het continu meten van de microtrillingen kan dan onderzoek worden gedaan naar de oorzaak van deze verandering en indien nodig daarop reageren.

De meetgegevens van dit microseismisch meetnetwerk worden op real-time basis doorgegeven aan het KNMI en per kwartaal op de website van Nobian gepubliceerd. Tevens zal er gehandeld worden via een vooraf opgesteld meet- en regelprotocol, waarbij beheersmaatregelen (bijv. extra metingen) uitgevoerd zullen worden indien er (een serie) trillingen plaatsvinden van een bepaalde magnitude en oorzaaktype. Niet voelbare microtrillingen zijn wel te verwachten en zullen door het microseismisch meetnet worden waargenomen. Echter, op geen van de plaatsen waar Nobian zout wint, is ooit sprake geweest van trillingsschade. De conclusie is dat schade door bodemtrillingen als gevolg van zoutwinning uiterst onwaarschijnlijk is.

6.4 Mogelijke omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging Artikel 25, lid 2, van het Mijnbouwbesluit verklaart dat: Artikel 24 eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s, en Artikel 24, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit van overeenkomstige toepassing zijn voor de winning van zout. Artikel 24, lid 1, onderdeel q, van het Mijnbouwbesluit verlangt dat het winningsplan, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, voor de winning van koolwaterstoffen bevat: een beschrijving van de mogelijke omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de mogelijke negatieve effecten van de bodemdaling door zoutwinning, die ondanks de preventieve maatregelen uit paragraaf 6.2 toch naar verwachting zal ontstaan. Deze verwachte bodemdaling wordt beschreven in de paragraaf 6.1. De effecten zoals ze feitelijk voorspeld worden, worden beschreven in deze paragraaf. De mitigerende maatregelen om voorziene mogelijke schade in aard en omvang terug te dringen, worden beschreven in paragraaf 6.7. De mogelijke omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging is voorzichtigheidshalve bepaald op grond van de referentie-variant voor bodemdaling (paragraaf 6.1.2). De mogelijke schade is bepaald voor de bodemdaling over twintig jaar. Dit zijn de effecten van de zoutproductie zoals voorzien in dit winningsplan.

Daarnaast is de mogelijke schade bepaald voor de bodemdaling over vijftig jaar. Dit moment geldt als het einde van de veldontwikkeling, waarin de cavernes uit dit winningsplan vrijwel al hun uiteindelijke bodemdaling veroorzaakt hebben.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

40

De mogelijke schade na vijftig jaar is bepaald door middel van de referentie-variant voor bodemdaling als gevolg van zoutkruip, waarin ook een scenario voor mogelijk toekomstige uitbreidingen van de zoutwinning is meegenomen. Dit geeft een eerlijke doorkijk naar de totale effecten van de winning op het gehele zoutwinningsgebied. Het doel van deze aanpak is om aan te tonen dat de effecten van de bodemdaling ook bij de referentie-variant beheersbaar zijn. De mogelijke omvang en verwachte aard van de schade zijn bepaald voor de volgende zaken:  Bebouwing (woningen, bedrijfsgebouwen)  Infrastructuur (wegen, leidingen en kabels)  Oppervlakte water  Grondwater De mogelijke schade aan bebouwing, en infrastructuur is getoetst aan uit de literatuur bekende schadecriteria. Er wordt op deze gebieden geen schade verwacht vijftig jaar na aanvang productie bij de referentie-variant (Royal HaskoningDHV 2020, BH5570TPRP2010090939). Dit betekent dat de ontwikkeling zoals beschreven in dit winningsplan geen schade zal veroorzaken aan gebouwen en infrastructuur. De referentie-variant veroorzaakt meetbare effecten op het oppervlaktewater. Deze effecten zijn een toename van de afvoer van de beken en een geringe afname van het verhang met 0,03% na vijftig jaar. Omdat de beken zijn ingericht op afvoer tijdens hoogwatersituaties, leidt de toename van de basisafvoer niet tot schade.

Tijdens een T-100 neerslaggebeurtenis (regen in een intensiteit met de kans om één keer per honderd jaar voor te komen) zullen als gevolg van de bodemdaling enkele delen van percelen inunderen (Royal HaskoningDHV 2021, BH5570WATRP2103231402). Omdat het onbebouwde percelen zijn, valt dit binnen het door het waterschap geaccepteerde risicokader voor inundatie in het gebied. De referentie-variant veroorzaakt ook verandering in de grondwaterstanden. Deze veranderingen zijn bepaald met behulp van het grondwatermodel van Waterschap Regge en Dinkel. De mogelijke schade aan natuur en bebouwing als gevolg van veranderende grondwaterstanden is getoetst ten opzichte van geldende normen. De mogelijke schade aan landbouwgewassen is bepaald met Waternood, een instrument voor landbouwschadeberekeningen. De hogere grondwaterstanden leiden niet tot effecten op bebouwing omdat ze vooral optreden in onbebouwd gebied. Ook zullen de veranderende grondwaterstanden niet leiden tot schade aan natuur, aangezien er in de omgeving van het voorziene dalingsgebied geen natuurgebieden liggen. In de winter kan vernatting schade aan enkele landbouwpercelen veroorzaken. De toename van de natschade kan in sommige van die percelen oplopen tot 15% over vijftig jaar. In de zomer leidt de verhoogde grondwaterstand juist tot afname van de verdroging.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

41

6.5 Maatregelen om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken Artikel 35, lid 1, onderdeel f, van de Mijnbouwwet verlangt dat het winningsplan ten minste een beschrijving bevat van: de bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging, voor zover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat of onder de territoriale zee vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn, tenzij Onze Minister anders heeft bepaald. Artikel 25, lid 2, van het Mijnbouwbesluit verklaart dat: Artikel 24 eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s, en Artikel 24, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit van overeenkomstige toepassing zijn voor de winning van zout. Artikel 24, lid 1, onderdeel s, van het Mijnbouwbesluit verlangt dat het winningsplan, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, voor de winning van koolwaterstoffen bevat: een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de mitigerende maatregelen waarmee de voorziene mogelijke schade, zoals beschreven in paragraaf 6.6, in aard en omvang verminderd zal worden, waar mogelijk voordat deze schade op kan treden.

Om de bodemdaling en mogelijke schade te meten, zal Nobian in het zoutwinningsgebied een meetnet inrichten voor het monitoren van bodemdaling door middel van waterpassing. Voor aanvang van de winning zal een nulmeting worden uitgevoerd. Vervolgens worden er volgens het meetplan herhalingsmetingen uitgevoerd. De resultaten hiervan zullen worden vergeleken met de prognoses. Aanvullend aan de waterpassingen heeft Nobian ook historische INSAR gegevens ingewonnen voor het gebied Haaksbergen. Daarmee wordt de natuurlijke bodembeweging in het gebied bepaald voor aanvang van de zoutwinning. Tijdens de zoutwinning worden actuele INSAR gegevens ingewonnen om de bodembeweging in de periode tussen de waterpassingen te kunnen volgen. Door de bodembeweging met twee verschillende methoden te monitoren wordt ook de betrouwbaarheid vergroot. Op deze manier is tijdig te bepalen of de bodemdaling schade zou kunnen veroorzaken. Met Waterschap Vechtstromen (waterhuishouding) en Rijkswaterstaat (N18) is afgesproken dat er gezamenlijk zal worden gekeken naar de inrichting van het meetnet voor bodemdaling, zodat de bodemdaling en de effecten ervan op de waterhuishouding en de belangrijkste infrastructuur goed gemonitord kunnen worden.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

7

42

Effecten voor de omgeving

7.1 Risico’s voor omwonenden, gebouwen en infrastructuur Artikel 35, lid 1, onderdeel g, van de Mijnbouwwet verlangt dat het winningsplan ten minste een beschrijving bevat van: de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan met een risicobeoordeling. Artikel 36, lid 1, onderdeel a, van de Mijnbouwwet bepaalt dat de Minister de instemming met het winningsplan kan weigeren indien het in het winningsplan aangeduide gebied door Onze Minister niet geschikt wordt geacht voor de in het winningsplan vermelde activiteit om reden van het belang van de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. Externe effecten en mogelijke risico’s tijdens het boren zullen in de aanvraag van de omgevingsvergunning van de boringen worden meegenomen. Zoals in hoofdstuk 6 aangegeven zal bodembeweging (daling of trillingen) als gevolg van de zoutwinning in Haaksbergen geen veiligheidsrisico veroorzaken voor omwonenden of schade veroorzaken aan gebouwen of infrastructuur. Hoe de risico’s er per belanghebbende of groep van belanghebbenden gedefinieerd, geclassificeerd en waar nodig geminimaliseerd worden, is verder uitgewerkt in het Template risicosturing voor Zoutwinningsveld Haaksbergen (Vreugdenhil Milieuexpert 2021, zie ook Tabel 8, Figuur 19 en Figuur 20).

Risico Nummer Lekkage uit een caverne 1.1, 4.1 Lekkage in een put 1.2, 4.1 Lozing verontreinigd hemelwater 1.3, 1,4 Lekkage in het leidingnet 1.5, 4.2, 5.1, 7.1, 12.1, 14.1, 23.2 Lekkage in pompstation 1.6 Lekkage opslag blanketvloeistof 1.7 Bedreiging kwetsbare receptor 1.8, 4.3 Sinkhole voorafgaand aan afsluiting caverne 1.9, 4.4, 5.5, 11.1, 14.3, 15.1, 20.1, 21.1, 24.2, 27.3 Bodemdaling buiten voorspelde contouren 1.10, 4.5, 5.6, 11.2, 15.2, 19.1, 20.2, 21.2, 24.3, 27.4, 30.3 Negatieve publieke opinie 1.11, 4.6, 5.4, 6.1, 7.2, 8.1, 14.2, 16.2, 18.1, 27.2, 30.2, 31.2 Ontstaan verbinding tussen cavernes 1.12 Sinkhole na afsluiting caverne 1.13, 4.7, 11.1, 14.3, 15.1, 20.1, 21.1, 27.3 Lekkage uit caverne na afsluiting 1.14, 4.8 Bedreiging licence to operate Nobian 2.1, 2.2 Introductie preferente stroombaan WKO 5.2 Introductie preferente stroombaan geothermie 5.3 Verontreiniging waterwinningen 8.1, 16.1, 17.1, 25.1, 28.1 Verontreiniging natuurgebied 9.1, 22.1, 23.1 Verontreiniging landbouw- /eigen grond 10.1, 13.1, 26.1, 27.1, 29.1, 30.1 Verontreiniging leefomgeving St Isidorushoeve 24.1 Politieke discussie 31.1, 31.2 Tabel 8. Risico’s geordend per thema (Vreugdenhil Milieuexpert 2021)

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

De risico’s benoemd in Tabel 8 zij gegroepeerd per thema. Omdat ze voor verschillende belanghebben zijn bepaald, kunnen risico’s met hetzelfde thema verschillende kans*effectscores hebben in onderstaande figuren.

Figuur 19.: Risicomatrix met de classificatie van de ongemitigeerde risico’s (Vreugdenhil Milieuexpert 2021)

Figuur 20.: Risicomatrix met de classificatie van de risico’s na toepassen van de voorziene beheersmaatregelen (Vreugdenhil Milieuexpert 2021)

43

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

44

Tijdens de winning zijn de externe risico’s beperkt door de hoge drukleidingen ondergronds aan te leggen en de putten af te schermen met locatiebeveiliging. De integriteit van de pijpleidingen wordt gecontroleerd en onderhouden overeenkomstig het Pipeline Integrity Management System (PIMS) van Nobian. De integriteit van de putten wordt op vergelijkbare wijze gecontroleerd en onderhouden volgens het Well Integrity Management System (WIMS) van Nobian. De ontwikkeling van de cavernes wordt eveneens gecontroleerd uitgevoerd volgens het Cavern Stability and Integrity Management System (CSIMS). Hiermee worden de cavernes gedurende hun gehele levenscyclus stabiel en integer gehouden. Door deze zorgsystemen gezamenlijk worden de risico’s voor omwonenden, gebouwen en infrastructuur zo veel mogelijk geminimaliseerd (Vreugdenhil Milieuexpert 2021, zie de risicomatrix met de risicoclassificatie na toepassen van de beheersmaatregelen). Daarnaast heeft Nobian diverse bedrijfsprotocollen in werking die een beschrijving geven van te nemen acties indien er een calamiteit optreedt (overzicht calamiteiten protocollen Nobian)

7.2 Planmatig beheer van bodem en ondergrond Artikel 36, lid 1, onderdeel b, van de Mijnbouwwet bepaalt dat de Minister de instemming met het winningsplan kan weigeren in het belang van het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen. Het oorspronkelijke veldontwerp van 12 cavernes is omwille van bovengrondse inpassing aangepast naar 8 cavernes. Het huidige veldontwerp voldoet nog steeds aan het criterium van planmatig beheer, omdat het een aaneengesloten ontwikkeling betreft volgens dezelfde ontwerpfilosofie die ook voor het oude ontwerp gold (hexagonaal grid met maximaal vier buren). In het gebied van de winningsvergunning Isidorushoeve vindt geen ander type delfstoffenwinning plaats. Exploratie naar aardgas en steenkool in het verleden heeft weinig opgeleverd. Ook voor geothermie lijken andere gebieden kansrijker. Ook vindt in het gebied geen drinkwaterwinning plaats en bevindt zich geen grondwaterbeschermingsgebied in de nabijheid van de geplande zoutwinning. Met het gebruiken van Haaksbergen cavernes voor retourstromen van de zoutfabriek is geen rekening gehouden. De kalkslurry uit de zoutfabriek, die vrij komt bij het pekelzuiveringsproces zal middels de bestaande werkwijze in bestaande cavernes geborgen worden.

De concentraatspui uit de fabriek wordt vanwege de relatief korte afstanden tussen de fabriek en het caverneveld Twenthe-Rijn eveneens in het TwentheRijn caverneveld verwerkt. Vanuit het belang van planmatig beheer is rekening gehouden met de mogelijkheid van opslag van energie in de vorm van gassen in toekomstige zoutcavernes in het ontwerp van het caverneveld, met name in de onderlinge afstanden tussen de cavernes. Echter, Nobian heeft zelf niet de intentie om hergebruik te ontwikkelen. Na afloop van de voorziene zoutwinning zal Nobian de putten en cavernes afsluiten. Overigens heeft energieopslag ook nadelen. Zo kan er per caverne in de regel minder zout gewonnen worden en zullen bij ontwikkelingen voor energieopslag ook sneller nieuwe uitbreidingen van het Haaksbergen caverneveld nodig zijn. Wanneer er vraag naar een dergelijke opslag in Haaksbergen zou ontstaan zullen deze afwegingen moeten worden gemaakt in de voor opslag benodigde vergunning trajecten.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

45

7.3 Gevolgen voor milieu en natuur Artikel 36, lid 1, onderdeel c en d, van de Mijnbouwwet bepalen dat de Minister de instemming met het winningsplan kan weigeren indien nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan, of indien nadelige gevolgen voor de natuur worden veroorzaakt. Nadelige gevolgen voor het milieu kunnen met name ontstaan wanneer pekel of dekenvloeistof uitstroomt uit de installatie. Om te voorkomen dat dit gebeurt, hanteert Nobian een Pipeline Integrity Management System (PIMS) en een Well Integrity Management System (WIMS) om de integriteit van de leidingen respectievelijk de putten te bewaken en in stand te houden (Vreugdenhil Milieuexpert 2021). Tevens worden bodembeschermende voorzieningen aangebracht bij de constructie van de zoutwinningslocaties waarmee een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Daarnaast heeft Nobian onderzoek gedaan naar milieuvriendelijkere alternatieven voor het gebruik van diesel als dekenvloeistof. Als beste alternatief is hierbij Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) naar voren gekomen. Deze stof is qua eigenschappen en functionaliteit vergelijkbaar aan diesel, maar dan zonder schadelijke componenten voor het milieu (Vreugdenhil Milieuexpert 2021). In het gebied waar de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning invloed zou kunnen hebben op de waterhuishouding, komen geen beschermde natuurgebieden voor (Royal HaskoningDHV 2021).

Schade aan natuur als gevolg van veranderingen in de waterhuishouding zijn daardoor niet te verwachten. Effecten op de natuur als gevolg van de aanlegwerkzaamheden worden in detail beschreven in de milieueffectrapportage en de WABO-vergunningaanvraag.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

8

46

Referenties

TNO 2021. R11125 dd 22-06-2021, Ondergrondse Energieopslag in Nederland 2030 – 2050 IfG 2010. Rock Mechanical Investigations and Dimensioning for the new AkzoNobel NaClBrine Production Field Haaksbergen. Order No. (IfG) B IfG 39/2009. Leipzig, 30 juni 2010. IfG 2012a. Rock Mechanical Laboratory Investigations on Rock Salt from the AkzoNobel well ISH-01. Order No. (IfG) IfG 43/2011. Leipzig, 18 juli 2012. IfG 2012b. Haaksbergen – update of cavern convergence prediction. Project No. (IfG) 43/2011. Leipzig, 14 augustus 2012. KBB 2012. Development of a new Brine Cavern Field for Hengelo Salt Plant – Update of the Subsidence Prediction according to the Production Planning 2012. KBB UT Project No. 5304-880591-D. Hannover, 11 september 2012. MWH 2011. Seismic survey and geological model update of the Haaksbergen area of interest. MWH B.V., projectnummer M11B0186. Arnhem, 18 november 2011. Publieksversie. Nobian 2021. Chemical Safety Report for Hydrotreated Vegetable Oil (HVO), EC Number: 618-882-6, CAS Number: 928771-01-1, Registrant’s Identity: Nobian Salt B.V., Hengelo. Nobian 2022.Overzicht calamiteiten protocollen. Nobian 2022, Hengelo. Nobian 2022 CSIMS. Cavern Stability and Integrity Management System. Nobian 2022, Amersfoort. Royal HaskoningDHV 2019.

Beoordeling afdekmaterialen zoutwinning Nobian, Locatie specifieke afweging alternatieven voor het gebruik van diesel, rapport BG8017IBRP1909041106, 4 september 2019. Royal HaskoningDHV 2020. Effecten van bodemvervorming door zoutwinning te Haaksbergen, rapport BH5570TPRP2010090939, 9 oktober 2020. Royal HaskoningDHV 2021. Hydrologische effecten door bodemdaling, Zoutwinning Haaksbergen, rapport BH5570WATRP2103231402, 22 maart 2021. SodM 2020. KEM-17 Over-pressured salt solution mining caverns and possible leakage mechanisms. SodM, Brouard Consulting, MaP Microstructures and Pores, Smart Tectonics, KEM-17, Den Haag, 11 februari 2020. Vreugdenhil Milieuexpert 2021. Template risicosturing voor Zoutwinningsveld Haaksbergen. Rosmalen, 18 augustus 2021.

Winningsplan zoutwinning Haaksbergen

Lijst van bijlagen 1. Overzichtskaart van de winningsvergunningen van Nobian in Overijssel en van de geplande mijnbouwwerken 2. Situatiekaart met de geplande leidingen, zoutwinningslocaties en cavernes in de zoutwinning Haaksbergen 3. Opgave gegevens van de geplande putten en cavernes 4. Standaardbuizenserie Haaksbergen putten

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13362034/1