DB bijlage 4. Concept instemmingsbesluit gewijzigd winningsplan
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Nobian Salt B.V. Boortorenweg 27 7554 RS Hengelo
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000
Datum Betreft
T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk
Instemmingsbesluit gewijzigd winningsplan Zoutwinning Haaksbergen
Behandeld door mr. drs. ing. M. Claasen T 070 379 6132 M.Claasen@minezk.nl
Instemmingsbesluit 1. Inleiding Op 28 mei 2021 heeft de toenmalige minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de minister) een verzoek ontvangen van Nobian Salt B.V. (hierna: Nobian) om in te stemmen met het gewijzigd winningsplan zoutwinning Haaksbergen. De minister heeft met het instemmingsbesluit van 20 augustus 2014 (kenmerk DGETM-EM/14122644) ingestemd met het winningsplan Haaksbergen uit 2013. Het winningsplan behoeft op grond van artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw) instemming van de minister. De bevoegdheid tot instemmen met een winningsplan is nu belegd bij de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de staatssecretaris). De aanvraag is op 25 oktober 2021, 22 april 2022, 3 oktober 2022 en 6 oktober 2022 gewijzigd.
Ons kenmerk PDGGO-DTDO / 22542995 Uw kenmerk Bijlage(n)
Het gebied ligt binnen de winningsvergunning Isidorushoeve, verleend op 7 juni 2012 (kenmerk DGETM-EM/12044124). Het gebied ligt in de provincie Overijssel, binnen de grenzen van de gemeente Haaksbergen en binnen het verzorgingsgebied van het waterschap Vechtstromen. Het zout bevindt zich in de gesteentelaag met de naam Zechstein op 500 tot 950 m diepte. De reden dat Nobian de productieduur wil verlengen is dat Nobian nog niet gestart is met de uitvoering van het winningsplan. Daarnaast gaat het gewijzigd winningsplan uit van minder cavernes met een kleinere omvang dan het geldende winningsplan. Ook zal Nobian minder zout gaan winnen dan opgenomen in het geldende winningsplan. Tevens is de afdekvloeistof gewijzigd van minerale dieselolie naar Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). Nobian verwacht in totaal maximaal 14,5 miljoen ton zout te winnen. In 2014 is ingestemd met een initiële hoeveelheid zout van maximaal 47 miljoen ton zout. De wijziging van het winningsplan vereist een actualisatie van de productie- en de bodemdalingsprognoses en analyse van het seismisch risico. 2. Beleid zoutwinning in Nederland In de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 27 september 2018 (Kamerstukken II 2018-19, 32849, nr. 136) met een reactie op het rapport 'Staat Pagina 1 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
van de sector zout' van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), beschrijft de minister dat het huidige beleid voor de zoutwinning dezelfde strenge voorwaarden kent die ook gelden voor de andere mijnbouwsectoren. Zoutwinning is een economische activiteit die al ruim 100 jaar plaatsvindt in verschillende regio's in Nederland alwaar het bijdraagt aan de werkgelegenheid en de economie. Zout is een grondstof die in het binnen- en buitenland onder andere wordt gebruikt voor de chemische-, medische- en de voedingsmiddelenindustrie. In Nederland gebruiken we zout voor de industrie, landbouw, consumptie en als strooizout. 3.
PDGGO-DTDO / 22542995
Juridisch kader en voorbereidingsprocedure
3.1 Mijnbouw wet- en regelgeving Een wijziging van een winningsplan dient te worden getoetst aan de Mbw en de daarop gebaseerde regelgeving. De artikelen 34, 35 en 36 van de Mbw en artikel 24 van het Mijnbouwbesluit (hierna: Mbb) vormen het juridisch kader waaraan een verzoek tot instemming met een winningsplan wordt getoetst. Uit artikel 34, vierde lid, onder b van de Mbw volgt dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) niet van toepassing is indien sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard omdat die niet leidt tot een andere beoordeling van: de effecten van de wijze van winning, alsmede daarmee verband houdende activiteiten, de effecten van bodembeweging als gevolg van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging en de risico’s voor omwonenden, gebouwen en infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. Ter beoordeling of de staatssecretaris kan instemmen met de wijziging van het winningsplan, toetst hij de wijziging aan artikel 36, eerste lid van de Mbw.
De staatssecretaris kan zijn instemming geheel of gedeeltelijk weigeren of daaraan voorschriften of beperkingen verbinden, als dat gerechtvaardigd wordt door één van de volgende belangen: de veiligheid van omwonenden, het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, het belang van planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte of andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen de nadelige gevolgen voor het milieu, de nadelige gevolgen voor de natuur. 3.2. Voorbereidingsprocedure De aanvraag van Nobian van 28 mei 2021 betreft een aanpassing van de verwachte duur van de zoutproductie in Haaksbergen van 2045 naar 2050, de hoeveelheid te produceren zout, een aanpassing van het aantal en volume van de cavernes (minder en kleinere cavernes) en een aanpassing van de te gebruiken hulpvloeistof (geen toxische bestanddelen). De staatssecretaris is van oordeel dat de verzochte wijziging een wijziging van ondergeschikte aard is, omdat deze wijziging niet leidt tot een andere beoordeling van de effecten en risico’s, die in artikel 34, vierde lid, onder b van de Mbw worden genoemd. Nu voorliggende wijziging van ondergeschikte aard is en Pagina 2 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
kennelijk niet kan leiden tot een andere beoordeling van de effecten van de wijze van winning, eventuele bodembeweging of een andere beoordeling van het risico, is afdeling 3.4 van de Awb niet van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van de instemming. De staatssecretaris stelt vast dat het wijzigingsbesluit betrekking heeft op een verkleining van de omvang van de winning en derhalve de effecten. De wijziging kan zodoende de gegevens die de beoordeling van de effecten van de wijze van winning, bodembeweging of een beoordeling van het risico niet in een ander daglicht stellen. Daarom zal de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet gevolgd worden. De staatssecretaris motiveert dit verder onder punt 5 van dit besluit. Gelet op artikel 34, vierde lid onder b, van de Mbw, is dit verzoek tot instemming met een gewijzigd winningsplan voorbereid met toepassing van de reguliere procedure uit hoofdstuk 4 van de Awb.
PDGGO-DTDO / 22542995
De staatssecretaris heeft advies gevraagd aan SodM (artikel 127 van de Mbw), de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) (artikel 35, tweede lid en artikel 114, tweede lid onder a, van de Mbw) en aan de betrokken decentrale overheden (artikel 34, vijfde lid, van de Mbw). Belanghebbenden die het niet eens zijn met dit besluit kunnen daartegen bezwaar maken. Meer informatie over het indienen van bezwaar staat onderaan dit besluit. 4. Adviezen Op verzoek van de staatssecretaris hebben de volgende adviseurs advies uitgebracht over de aanvraag: Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Adviesgroep Economische Zaken (TNO) heeft op 16 november 2022 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 22-10.100) met betrekking tot de verificatie van de berekeningen op de onderdelen doelmatige winning, bodemdaling en seismisch risico. SodM heeft op 31 augustus 2022 advies uitgebracht (kenmerk: ADV-7573 / 22219777). SodM heeft dit advies op 21 november 2022 aangevuld (kenmerk: ADV-7776/22513983). De Tcbb heeft op 15 mei 2023 advies uitgebracht (kenmerk: TCBB/27271432). Het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel heeft op 21 maart 2023 advies uitgebracht (kenmerk: D2023-02-007409). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaksbergen heeft op 11 april 2023 advies uitgebracht (kenmerk: D-147219).
Het bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft op 30 maart 2023 advies uitgebracht (kenmerk: Z-2342758/23149599). Naast de aanvraag van Nobian hebben de betrokken decentrale overheden ook de adviezen van SodM, TNO en de Tcbb ontvangen en het conceptinstemmingsbesluit van de staatssecretaris. 5. Beoordeling van de aanvraag Hieronder beschrijft de staatssecretaris op hoofdlijnen wat Nobian in de aanvraag heeft opgenomen. Daarna volgt (indien van toepassing) het advies van de adviseurs en de beoordeling door de staatssecretaris, waarbij de staatssecretaris op basis van een integrale afweging beargumenteerd of de staatssecretaris het advies of de aanbeveling overneemt.
Pagina 3 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
5.1
De effecten van de wijze van winning
Winningsplan
PDGGO-DTDO / 22542995
Algemeen Nobian verwacht dat de zoutwinning Haaksbergen zal beginnen in 2023. Bij een cavernevolume van 1 miljoen m3 zal elke caverne naar verwachting 7-8 jaar in bedrijf zijn. Naar verwachting gaan de cavernes gefaseerd rond 2030-2032 uit productie. Wijze van winning Nobian wint het zout door middel van oplosmijnbouw. Hierbij injecteert Nobian water onder druk in de zoutlaag. Na oplossing van het zout drukt Nobian de ontstane pekel uit de caverne omhoog. In de zoutfabriek dampt Nobian de pekel in voor de productie van vacuümzout. Nobian maakt gebruik van een dekenvloeistof als mijnbouwhulpstof. Het oplossen van zout verloopt daardoor gecontroleerd De dekenvloeistof drijft als een dunne laag op de ruwe pekel in wording. Op deze manier beschermt Nobian het dak van de caverne tegen uitloging en ontwikkelt de caverne zich in de breedte. Deze techniek past Nobian sinds ongeveer 50 jaar toe en zorgt ervoor dat het dak van de caverne de juiste dikte blijft houden. Het gesteente blijft dan mechanisch sterk. Dit voorkomt de zogenaamde opwaartse migratie van cavernes die bij sommige oudere cavernes van vóór het gebruik van dekenvloeistof kan voorkomen. Tot nu werd dieselolie als dekenvloeistof gebruikt. Om het gezondheids- en milieurisico te verlagen heeft Nobian in 2019 een studie gedaan naar alternatieve dekenvloeistoffen.
Het meest gunstige alternatief blijkt HVO (Hydrotreated Vegetable Oil). HVO is een olieproduct van plantaardige oorsprong dat qua gebruikseigenschappen zeer vergelijkbaar is met diesel. HVO heeft minimale gezondheids- en milieurisico’s omdat het geen toxische bestanddelen bevat. Nobian past deze HVO bij de winning in Haaksbergen toe. Omdat toepassing van HVO als mijnbouwhulpstof niet is geregistreerd onder het Europese systeem voor registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen REACH (Registration, Evaluation, Authorization and restriction of Chemicals) heeft Nobian een Chemical Safety Report (CSR) opgesteld. Dit CSR beschrijft het gebruik van HVO als dekenvloeistof. Het CSR is aangemeld bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Nobian meet de positie van de dekenvloeistofspiegel permanent. Door het gecontroleerd instellen en controleren van deze spiegel kan Nobian de ontwikkeling van de caverne nauwkeurig sturen. Levenscyclus De levenscyclus van een caverne bestaat uit de volgende fases: 1. Ontwerp en aanleg Op dit moment produceert de zoutfabriek jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen ton zout. Voor de ontwikkeling van de zoutwinning Haaksbergen is uitgegaan van 2,5 miljoen ton zout per jaar uit het Haaksbergenveld. Dit komt neer op 8,3 miljoen kubieke meter pekel per jaar bij een concentratie van 312 gram zout per liter pekel.
Pagina 4 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Nobian is voornemens in de periode 2023-2024 te starten. Er wordt dan nog geen aan zout verzadigde pekel gewonnen. Om een voldoende zoute stroom uit Haaksbergen te krijgen leidt Nobian de pekel via bestaande cavernes in Twente naar de fabriek. Nobian verzadigt de pekel uit Haaksbergen op deze manier met zout uit Ganzebos. De daadwerkelijke hoeveelheid zoutproductie uit Haaksbergen is in deze periode nog beperkt.
PDGGO-DTDO / 22542995
Nobian geeft aan dat het uitgangspunt is dat de uiteindelijke veldontwikkeling leidt tot een nazorgprogramma waarbij geen schade aan de omgeving ontstaat. Tijdens de aanleg beschrijft Nobian daarvoor de volgende gegevens te meten: • Boorkernen van de eerste boring; onderzoek naar de mate van vervorming en doorlaten van het zout. • Gammastraling log; karakteriseren van gesteente- en formatielagen. • Dichtheid log; nauwkeurige bepaling van het soortelijke gewicht van alle gesteentelagen en van de gradiënt in de ondergrond. • Temperatuur log; in beeld brengen van de gesteentetemperatuur op diepte. • Boorgruismonsters van elke 10 m in de afsluitende laag en elke 2 m van de zout sectie: karakteriseren van gesteente- en formatielagen. • Druktesten van de eerste boring; meten van de drukbestendigheid van het zoutgesteente. 2. Productie In de loop van 2024 zullen de cavernes zelf verzadigde pekel produceren. Vanaf 2030 voorziet het Haaksbergen veld in het merendeel van de vraag van de zoutfabriek in Hengelo. Tussen 2030 en 2035 zullen de cavernes uit dit winningsplan het maximale volume van 1 miljoen m3 bereiken en zal de winning stoppen. Tijdens de pekelproductie in Haaksbergen injecteert Nobian in de 8 cavernes jaarlijks 7,7 miljoen m3 water voor de productie van 7,3 miljoen m3 pekel.
Om het uitlogen van het zout te sturen maakt Nobian per caverne gebruik van voldoende dekenvloeistof om het dak op de juiste hoogte te houden. De verwachting is dat hiervoor 150 m3 dekenvloeistof per uitloogfase nodig is. Bij de winning in Haaksbergen gebruikt Nobian HVO. Nobian injecteert de HVO gedurende de winning en de HVO zal daarom in de caverne aanwezig zijn. Na beëindiging van de winning zal Nobian de dekenvloeistof zoveel als mogelijk via de boorput uit de caverne verwijderen. Tijdens de productiefase meet Nobian de volgende zaken: • Oplosbaarheid van het zout en eventuele voorkeursoplosrichtingen van het zoutvoorkomen. Dit gebeurt door middel van 3D-sonar metingen die Nobian gemiddeld om de twee jaar uitvoert. • Pekelconcentratie. Dit gebeurt op basis van continue dichtheidsmeting en wekelijkse monstername. • Pekeltemperatuur. Nobian meet deze continu op vaste punten in het proces en daarnaast op diepte in de caverne in combinatie met de sonarmeting. • Bodemdaling. Dit gebeurt door middel van jaarlijkse waterpassing. • Bodemtrillingen. Nobian meet zowel natuurlijke trillingen als gerelateerd aan uitloging. Dit gebeurt door continue seismische monitoring met een lokaal meetnet.
Pagina 5 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
3. Temperatuurvereffening Het water dat Nobian vanuit Hengelo naar de cavernes pompt om het zout uit te logen is ruim 30 °C. Op 950 meter diepte is de temperatuur van de zoutlaag ongeveer 38 °C. Het duurt 7 jaar na stilleggen van de productie om de putten daadwerkelijk af te sluiten omdat de temperatuur moet worden vereffend. Tijdens deze periode meet Nobian de volgende zaken: • Pekeltemperatuur om te bepalen of er voldoende temperatuurevenwicht bereikt is. • Drukopbouw in de caverne. • Pekelvolume dat Nobian aflaat om de druk per 1 bar te verlagen. • Cavernevorm. • Kruipgedrag van het zout door het uitvoeren van testen. • De mate van het doorlaten van het zout en evenwichtsdruk van de caverne door het uitvoeren van testen. • Bodemdaling. • Bodemtrillingen.
PDGGO-DTDO / 22542995
Nobian zal een specifiek verwijderingsplan indienen voor een caverne of het caverneveld waar de caverne toe behoort na beëindiging van de productie uit deze caverne. Het verwijderingsplan beschrijft de precieze duur van de fase van temperatuurvereffening. 4. Afsluiting Nobian zal de putten in overeenstemming met de voorschriften uit de mijnbouwwetgeving en industrie-standaarden permanent afsluiten en het gebied herstellen zoals het voor aanleg aangetroffen is. Uitgangspunt is mogelijke ondergrondse filtratie en vloeistofverontreiniging naar het oppervlak te voorkomen. Hiertoe plaatst Nobian duurzame barrières. Nobian wijzigt de methode van afsluiten niet ten opzichte van het geldende winningsplan. Deze methode van hard insluiten houdt in dat Nobian in de toegangsputten naar de cavernes een stop plaatst. Daarboven vult Nobian de put met cement. Nobian verwijdert de putlocatie ter hoogte van het maaiveld. Nobian herstelt de locatie in oorspronkelijke staat. In de caverne zal eerst de druk oplopen tot er een evenwicht ontstaat waarbij de bodemdaling vrijwel tot stilstand komt. Het uitgangspunt is dat de zoutwinning tot een stabiele situatie leidt. Nobian maximaliseert de hoogte van de caverne op 125 m waardoor het verschil in drukopbouw gering blijft.
Om deze reden ontwikkelt Nobian de 8 cavernes in dit winningsplan tot een maximaal volume van 1 miljoen m3 en een maximale hoogte van 125 m. Het volume van 1 miljoen m3 als uitgangspunt voor veilig abandonneerbare cavernes is gebaseerd op de ervaring die Nobian in andere velden heeft met vergelijkbare cavernes in het Zechstein zout. Dit betreft: • Stade (Duitsland)– de volgende cavernes met volumes boven 1 miljoen m3 zijn geabandonneerd eind 2005 en begin 2006. Nadien zijn geen nadelige gevolgen aan het maaiveld waargenomen: o caverne T1: 1,35 miljoen m3 volume en 330 meter hoog, bodem op 780 m-mv. o caverne T5: 1,54 miljoen m3 volume en 560 meter hoog, bodem op 1250 m-mv
Pagina 6 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
caverne T6: 1,05 miljoen m3 volume en 245 meter hoog, bodem op 755 m-mv Hvornum (Denemarken) – de volgende caverne met een volume boven 1 miljoen m3 is geabandonneerd in 2021: o caverne HV5: 1,35 miljoen m3 volume en 184 meter hoog, bodem op 790 m-mv. o
•
PDGGO-DTDO / 22542995
De maximale hoogte van 125 m is als uitgangspunt gekozen omdat: • De hoogte aanmerkelijk geringer is dan die van de bovengenoemde cavernes met 1 miljoen m3 of meer volume die Nobian al veilig geabandonneerd heeft. Dit beperkt het risico verder. • De bolvorm qua gesteentemechanica en abandonneerbaarheid het gunstigst is. Het verschil in drukopbouw tussen bodem en dak is daarmee het kleinste. Een test op Stassfurt caverne S102, laat zien dat er een veilige evenwichtsdruk ontstaat bij een gradiënt van 0,19 bar/m. Dit is 86% van de druk in de ondergrond. Caverne S102 bevindt zich ook in Zechstein zout met een hoogte van 125 m. Een gedetailleerde analyse van de lokale geologie zoals aangetroffen tijdens het boren van de put en analyse van de putkwaliteit na einde productie gebruikt Nobian om de finale diepte van de afdichting te bepalen. De geologische evaluatie omvat waarnemingen en metingen die zijn uitgevoerd tijdens de booroperatie. De analyse van de putkwaliteit doet Nobian op basis van beschikbare logs en gegevens. Het definitieve ontwerp en de isolatiestrategie bereidt Nobian op basis hiervan voor en voert deze uit. Voor de Haaksbergen putten en cavernes spitst Nobian deze generieke lijn specifiek toe op de karakteristieken van het Haaksbergen-veld. 5.
Nazorg Nobian hanteert de volgende uitgangspunten voor het nazorgprogramma: • De cavernes bevinden zich rond- of binnen 1000 m onder maaiveld; • Nobian begrenst het cavernevolume op 1 miljoen m3; • Nobian begrenst de cavernehoogte op 125 m. De volgende risico's zijn bij hard insluiten voor de nazorgfase geïdentificeerd: • Na harde insluiting lekkage van pekel buiten de caverne(s) en het omringende zoutvoorkomen met mogelijke milieuverontreiniging tot gevolg. • Het na harde insluiting ontstaan van een lek naar omliggende cavernes en daardoor een groter of sneller lek naar buiten het zoutvoorkomen en/of meer bodemdaling. • Caverne-instabiliteit als gevolg van indringen van pekel in het zout na harde insluiting. Caverne-instabiliteit leidt mogelijk tot bodemdaling. • Bodemdaling na harde insluiting. De oorzaken van het optreden van bovengenoemde risico's liggen in ondergrondse processen die optreden in en rond de cavernes nadat de pekelproductie is gestopt en de putten permanent zijn afgesloten. SodM heeft onderzoek laten doen naar de lange-termijnrisico’s van het afsluiten van zoutcavernes (het KEM-17 onderzoek). Het KEM-17 rapport vermeldt dat drie processen het gedrag van een caverne en het omliggende zoutgesteente bepalen: • Opwarming van de pekel kan leiden tot thermische uitzetting en een verdere verhoging van de pekeldruk in de caverne.
Opwarming van pekel is Pagina 7 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
•
•
onafhankelijk van de cavernedruk. Als de vloeistoftemperatuur van de pekel in de caverne vrijwel overeenkomt met de gesteentetemperatuur van het PDGGO-DTDO / 22542995 zoutgesteente rond de caverne zijn de effecten van thermische uitzetting te verwaarlozen. Dit blijkt uit KEM-17. Het doel van de temperatuurvereffeningsfase is om dit effect voor de nazorgfase te minimaliseren. In de verdere nazorgfase zal het dan nog een kleine rol spelen. Zoutkruip bepaalt de mate van bodemdaling die bij winning optreedt. Zuitkruip is een afnemende functie van de cavernedruk en de gesteentespanning. De kruipsnelheid neemt toe met de diepte. Een ondiepere caverne leidt tot minder kruip. Permeatie van pekel kan optreden door de cavernewand of het dak. Permeatie is een functie van toenemende cavernedruk die afhankelijk is van cavernehoogte en cavernediepte. Na afsluiting bouwt de druk in de caverne op. Dit duurt totdat permeatie ontstaat. Er ontstaat dan een evenwicht waarbij de drukopbouw door kruip en de drukafname door permeatie even groot zijn.
Het temperatuureffect voor de cavernes in Haaksbergen en het kruipgedrag van het zout in Haaksbergen zijn inzichtelijk. De cavernes liggen relatief ondiep. Op basis van het gehanteerde maximale volume en de gehanteerde maximale hoogte stelt Nobian dat permeatie optreedt bij een evenwichtsdruk tussen 85% en 100% van de druk van de ondergrond. In de cavernes is deze evenwichtsdruk aanzienlijk lager dan de druk in de ondergrond. Permeatie is daardoor onwaarschijnlijk. Uit het KEM-17 project kwam de aanbeveling dat Nobian voor een veilige afsluiting en nazorg op drie schaalniveaus naar bovenstaande processen kijkt: • Microschaal • Caverneschaal • Zoutvoorkomen-schaal Nobian heeft deze aanbevelingen opgevolgd door dezelfde experts te benaderen die aan het KEM-17 project hebben gewerkt. Met deze experts heeft Nobian het zogenaamde Cavern Closure Consortium (CCC) gevormd. Doel van het CCC is om op basis van bestaand materiaal en bestaande gegevens de uitgangspunten voor een veilig en beperkt nazorgprogramma te verifiëren. Gedurende de nazorgfase zal Nobian in elk geval de bodembeweging nog 30 jaar blijven monitoren door middel van waterpassing en INSAR en seismische monitoring. Advies TNO TNO stelt dat het gewijzigd winningsplan Haaksbergen goed aansluit bij de principes van planmatig gebruik en beheer van de ondergrond.
Advies SodM SodM stelt dat de voorgenomen zoutwinning zowel planmatig als efficiënt is. Nobian geeft een beschrijvende en niet-locatie specifieke onderbouwing van het gedrag na insluiten van de cavernes. SodM stelt dat concrete onderbouwing in de vorm van metingen, berekeningen of analyses van vergelijkbare gesteentes nog niet beschikbaar is. Deze gegevens heeft Nobian voor Haaksbergen nog niet. Deze komen beschikbaar na de eerste boringen.
Pagina 8 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
SodM stelt dat op dit moment de enige metingen aan het kruipgedrag van een voor Haaksbergen locatie-specifieke kern gedaan zijn in de ideale omgeving van een laboratorium. Praktijkinformatie over kruipgedrag bij lage spanningsverschillen ontbreekt. De permeatie bij oplopende druk in de specifieke lagen en de impact van gesteenteheterogeniteit op permeatie en kruip zijn nog onbekend. Volgens SodM is het hierdoor niet mogelijk om vooraf in te schatten op welke evenwichtsdruk de cavernes zullen stabiliseren. Nobian kan niet aantonen dat Nobian scheurvorming in het dak voorkomt. Als gevolg daarvan kan SodM onvoldoende beoordelen welke impact hard insluiten heeft op de bodemdaling of de stabiliteit van de cavernes en daarmee op de veiligheid van het grondwater.
PDGGO-DTDO / 22542995
SodM adviseert daarom een voorwaarde op te nemen in het besluit voor het in voldoende mate borgen van de veiligheid op lange termijn. Deze voorwaarde vereist dat Nobian een beschrijving van beëindiging oplevert waarin Nobian onderbouwt dat hard insluiten van de door Nobian beoogde cavernes in Haaksbergen veilig kan. Voor een dergelijke onderbouwing is informatie nodig die Nobian met een boring in het Haaksbergen zoutvoorkomen kan verzamelen. Dit betreft informatie die Nobian verkrijgt door metingen en uit testen aan de boorkern en in de zoutlaag. Deze gegevens heeft Nobian voor Haaksbergen nog niet. Nobian kan deze wel verkrijgen na de eerste boringen. SodM adviseert voor te schrijven dat een beschrijving van beëindiging, met een locatie-specifieke onderbouwing, binnen 18 maanden na de eerste boring moet zijn goedgekeurd door de inspecteur-generaal der mijnen. Adviezen decentrale overheden De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat de putmetingen die horen bij deze analyses moeten plaatsvinden voordat een caverne wordt ontwikkeld. De provincie en de gemeente stellen dat de voorschriften van artikelen 3 en 4 van het concept-instemmingsbesluit de adviezen van SodM niet borgen. Uit de artikelen komt niet naar voren dat Nobian de metingen die kunnen helpen met de onderbouwing van veilig afsluiten moet uitvoeren voorafgaand aan caverneontwikkeling.
De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat de aanvraag tot instemming met het gewijzigd winningsplan Haaksbergen gaat over zoutwinning, niet over gasopslag. Door Nobian is nadrukkelijk aangegeven dat er geen sprake zal zijn van mogelijke gasopslag in de cavernes zodra de zoutwinning voorbij is. De gemeente Haaksbergen stelt dat het mogelijk hergebruik van de cavernes ten behoeve van gasopslag één van de redenen is dat de gemeente haar stem heeft laten horen met betrekking tot de zoutwinning. De gemeente Haaksbergen stelt dat bij eventuele instemming de overweging van secundair gebruik ten behoeve van de energietransitie in een zo vroeg mogelijk stadium verder uit moet worden gewerkt, bijvoorbeeld met een haalbaarheidsstudie. Beoordeling van de wijze van winning De aanvraag betreft de wijziging van een winningsplan waarmee reeds is ingestemd en Nobian beschikt over een bestaande winningsvergunning. De staatssecretaris heeft beoordeeld of de effecten van de wijze van de gewijzigde winning en de daarmee verband houdende activiteiten anders worden dan in het winningsplan uit 2013 zijn omschreven en waarmee de minister in 2014 heeft ingestemd. De regelgeving (op basis waarvan de wijze van winning in het gewijzigde winningsplan wordt beoordeeld) is hetzelfde gebleven als bij het oorspronkelijke besluit.
De staatssecretaris oordeelt dat de voorgenomen zoutwinning planmatig is. Pagina 9 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Bij planmatig gebruik en beheer van de ondergrond moet er sprake zijn van een efficiënte winning van de delfstof. De wijze waarop Nobian het zout wint is van belang. Het tempo waarmee en de hoeveelheid te winnen zout is ook van belang. Er zijn geen andere gebruiksvormen van de ondergrond voorzien.
PDGGO-DTDO / 22542995
De staatssecretaris benadrukt naar aanleiding van de adviezen van de gemeente Haaksbergen en de provincie Overijssel dat de cavernes in Haaksbergen niet zullen worden gebruikt voor de opslag van stoffen. Opslag van stoffen in deze cavernes maakt geen onderdeel uit van het winningsplan. Dit besluit staat opslag van stoffen in de cavernes niet toe. Het winningsplan dient op basis van artikel 25 lid 1 onder f van het Mijnbouwbesluit een beschrijving te bevatten van de wijze waarop de caverne na beëindiging van de winning buiten gebruik wordt gesteld. De staatssecretaris is het met SodM eens dat het huidige winningsplan onvoldoende onderbouwing biedt voor hard insluiten van de cavernes in Haaksbergen. Er ontbreekt een locatiespecifieke onderbouwing gebaseerd op metingen en analyses aan het Haaksbergen zout. De staatssecretaris kan op dit moment – vanwege het ontbreken van de meetgegevens - niet beoordelen of hard insluiten van een caverne met het door Nobian aangegeven beoogde volume en andere eigenschappen zal leiden tot een stabiele situatie op de lange termijn. De staatssecretaris stelt dat het noodzakelijk is voor het in voldoende mate borgen van de veiligheid op lange termijn, dat Nobian een beschrijving van beëindiging oplevert waarin Nobian onderbouwt dat hard insluiten van de door Nobian beoogde cavernes in Haaksbergen veilig kan.
De staatssecretaris is het met SodM eens dat voor een dergelijke onderbouwing informatie nodig is die met een boring in het Haaksbergen zoutvoorkomen verzameld kan worden. Op dit punt neemt de staatssecretaris, in lijn met het advies van SodM, een aantal voorwaarden op. De staatssecretaris schrijft voor dat Nobian binnen 18 maanden na afronding van de eerste boring dient te zorgen voor een door SodM goedgekeurde nadere locatie-specifieke beschrijving van beëindiging, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel f, van het Mijnbouwbesluit, waarin Nobian de veiligheid op lange termijn aantoont voor de cavernes H-01 tot en met H-05 en H-07 tot en met H09. Deze moet gebaseerd zijn op een locatie-specifieke analyse van de wijze waarop Nobian de cavernes kan afsluiten. In de beschrijving moet Nobian de effecten op de bodemdaling opnemen, als gevolg van de wijze waarop Nobian de cavernes gaat afsluiten. Het verzamelen en analyseren ervan kost tijd. Tevens is het belangrijk om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verkrijgen. Om deze reden is gekozen voor een termijn van 18 maanden na de eerste boring. Op dat moment hebben de cavernes nog een dusdanige omvang dat hard afsluiten mogelijk is. De staatssecretaris benadrukt dat indien Nobian niet aan dit voorschrift voldoet het aan de toezichthouder SodM is om vast te stellen of Nobian de voorgenomen winning kan voortzetten.
Aangezien de lokale geologie per locatie kan verschillen stelt de staatssecretaris dat Nobian vanaf de tweede boring per boring de onderbouwing voor hard insluiten moet herbeoordelen met de daarmee verzamelde gegevens. Deze gegevens bestaan in ieder geval uit een druktest om de permeatie te bepalen. De gegevens moet Nobian binnen zes maanden na de boring aan SodM leveren.
Pagina 10 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De staatssecretaris merkt op dat de winningsplannen voor de zoutwinning bij Ganzebos instemming van de minister hebben tot en met 2035. Dit biedt de mogelijkheid om de pekel uit Haaksbergen te verzadigen met zout uit Ganzebos. Nobian dient rekening te houden met de cavernevolumes en de effecten op de bodemdaling zoals opgenomen in de winningsplannen voor de zoutwinning bij Ganzebos. De verzadiging in de cavernes in Ganzebos mag de grenzen uit deze winningsplannen niet overschrijden.
PDGGO-DTDO / 22542995
Conclusie wijze van winning De staatssecretaris stelt vast dat door de gevraagde wijziging van de zoutwinning Haaksbergen de hoeveelheid te winnen zout niet toeneemt. De gevraagde wijziging maakt een andere vorm van gebruik van de ondergrond niet onmogelijk. De wijziging van de zoutwinning is in overeenstemming met het planmatig gebruik en beheer van de ondergrond (artikel 36, eerste lid van de Mbw). De staatssecretaris concludeert dat de wijziging van het winningsplan niet leidt tot een andere beoordeling van de effecten van de wijze van winning. De beoordeling van de effecten van de wijze van winning is niet anders dan bij het geldende winningsplan uit 2013 (artikel 34, vierde lid, onder b van de Mbw). 5.2 De effecten van bodembeweging als gevolg van de aanvraag en de maatregelen ter voorkoming van schade Bodemdaling Winningsplan Nobian stelt ervoor gekozen te hebben om een zeer conservatief referentie-variant op te stellen om langetermijneffecten van de zoutwinning inzichtelijk te maken op gebied van gebouwen en infrastructuur. De conservatieve variant maakt het ook mogelijk om de langetermijneffecten op de waterhuishouding inzichtelijk te maken. Het bodemdalingsgebied bevindt zich ten noordwesten van Haaksbergen.
De maximale bodemdaling zoals beschreven in het huidige winningsplan uit 2013 bevindt zich in het midden van het caverneveld met een maximale bodemdaling van 34 cm in het centrum van de bodemdalingskom na 50 jaar. Nobian heeft er in voorliggend winningsplan voor gekozen om 8 cavernes te ontwikkelen van 1 miljoen m3. Hierdoor zal de daadwerkelijk bodemdaling en de daaraan gekoppelde effecten ruim binnen de grenzen vallen van de prognoses en effecten zoals beschreven in het winningsplan uit 2013. De bodemdaling als gevolg van 8 cavernes van maximaal 1 miljoen m3 na 50 jaar productie bedraagt volgens het winningsplan maximaal 12 cm. De berekening van de bodemdaling is gebaseerd op het model zoals ontwikkeld door SROKA en SCHOBER en gegeneraliseerd door EICKEMEIER. Dit specifieke model is geïntegreerd in de algemeen aanvaarde software van de Solution Mining Research Institution. De ontwikkeling van bodemdaling door zoutwinning in de tijd is een direct gevolg van het kruipgedrag van het zout in de ondergrond. De mate van bodemdaling als gevolg van zoutwinning is afhankelijk van: • Veldontwerp • Caverneontwerp en -ontwikkeling • Convergentiesnelheid van de bodemdaling door kruip. Nobian stelt dat het kruipvermogen enigszins varieert over de Haaksbergen-zoutkussenstructuur. Pagina 11 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Het drukverschil tussen de caverne en het omringende en bovenliggende gesteente veroorzaakt bodemdaling. Kruip veroorzaakt een geleidelijke volumevermindering van de cavernes. De volumevermindering van een caverne leidt tot bodemdaling in het gebied van de betreffende caverne aan het oppervlak.
PDGGO-DTDO / 22542995
Het bodemdalingsgebied bestaat uit de som van de totale volumereductie in de invloedssferen van de afzonderlijke cavernes. De bodemdalingsprognose is gemodelleerd door KBB. Het scenario uit het winningsplan uit 2013 is gebaseerd op conservatieve aannames en geeft daarmee inzicht in een in het ergste geval te verwachten bodemdaling die kan optreden. De uiteindelijke mate van maximale bodemdaling voor de cavernes uit het winningsplan uit 2013 varieert in de prognosescenario's van 25 cm tot maximaal 34 cm over 50 jaar. De variatie is ongeveer +/-10 cm. De gehanteerde afname van het cavernevolume gaat uit van de maximale operationele druk van caverne Haaksbergen-02. Dit is de op één na diepste caverne. Dit is voor het grootste deel van het veld een conservatieve waarde voor de temperatuurvereffeningsfase voorafgaand aan harde insluiting. Door de diepte heeft deze caverne een snellere kruip dan gemiddeld voor het hele veld te verwachten valt. Na harde insluiting ontstaat in de caverne uiteindelijk een evenwichtsdruk. Hierbij is de drukopbouw door met name kruip gelijk aan de drukaflaat door permeatie. De convergentiesnelheid die correspondeert met de evenwichtsdruk blijft constant op de lange termijn. Deze evenwichtsdruk ligt naar verwachting tussen 16 en 21 MPa (megapascal, eenheid van druk).
De convergentiesnelheid van het scenario zoals beschreven in het winningsplan uit 2013 heeft een evenwichtsdruk van 15,5 MPa. Het in het winningsplan 2013 beschreven scenario is dan ook voor de nazorgfase een conservatieve benadering omdat de cavernedruk in dit scenario lager ligt dan de te verwachten evenwichtsdruk na hard insluiten en de convergentiesnelheid daardoor hoger is dan te verwachten valt na hard insluiten. De hydrologische effecten van de bodemdaling zijn bepaald met behulp van een grondwatermodel van Waterschap Vechtstromen. In deze studie zijn de hydrologische effecten en de afgeleide effecten bepaald voor de referentie-variant. Het uitgangspunt is de bodemdaling 50 jaar na aanvang van de productie. Het grondwatermodel is geverifieerd met behulp van peilbuizen. Door de daling van de helling met 0,03% over een traject van 1500 m in het benedenstroomse deel binnen het bodemdalingsgebied zal bij hoogwater het peil stijgen. Dit kan leiden tot grotere overstromingsgebieden. Een hoger beekpeil bij hoogwater leidt echter na 50 jaar niet tot meer overlast voor gebouwen. Om de effecten van de bodemdaling te onderzoeken zijn berekeningen uitgevoerd met het Sobek oppervlaktewatermodel. Met het Waterschap is afgesproken om in een beek het 50-jarige verzakkingseffect op het beekpeil vast te stellen.
De berekende peilstijging bedraagt maximaal 0,15 meter in de zone met de grootste bodemdaling. Het berekende niveau is vervolgens gebruikt om de overstromingsgebieden te bepalen die eens in de 100 jaar kunnen ontstaan. Dit is zowel gedaan voor de referentiesituatie als voor de situatie na 50 jaar bodemdaling.
Pagina 12 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Nobian stelt dat in het noorden van het gebied een kleine stijging van het beekpeil door bodemdaling ontstaat. De omvang van het gebied dat onder water wordt gezet neemt hier iets toe. Er is geen extra risico voor de bebouwing. Door bodemdaling is het berekende beekpeil in het zuiden van het gebied hoger dan in de referentiesituatie. De bebouwing is relatief hoog gelegen. Er is geen overstromingsgevaar als gevolg van de bodemdaling.
PDGGO-DTDO / 22542995
Verlaging van een stuwpeil kan effecten op de gemiddeld hoogste grondwaterstand en daarmee nadelige effecten op landbouw en gebouwen zo nodig hydrologisch eenvoudig opvangen. Andere mogelijkheden zijn de perceelsloten plaatselijk te verdiepen of de ontwatering plaatselijk op de percelen te intensiveren. Dit zal leiden tot een wat hogere basisafvoer in de stromen. De waterlopen zijn ontworpen voor afwatering bij hoogwatersituaties. Een verhoging van de basisafwatering zal geen problemen opleveren. Om bodemdaling op de lange termijn te voorkomen of te beperken kiest Nobian voor een gefaseerde veldontwikkeling. Voorafgaand aan de start van de zoutwinning voert Nobian een nulmeting met betrekking tot bodemdaling uit. Gedurende het uitlogen van de 8 cavernes zal Nobian de bodemdaling nauwkeurig meten volgens een in te dienen meetplan. Het nu gehanteerde veldontwerp gaat uit van 8 cavernes met een volume van 1 miljoen m3. Dit is ongeveer een derde van het te ontwikkelen cavernevolume in het winningsplan uit 2013. De bodemdaling zal dan ook ongeveer een derde zijn van de prognoses die gebaseerd zijn op het winningsplan uit 2013. Advies TNO TNO stelt dat de maximum hoeveelheid bodemdaling volgens het gewijzigde winningsplan tijdens de winningsfase naar verwachting ruim binnen de oorspronkelijk prognose in het geldende winningsplan voor 12 cavernes zal blijven.
TNO kan zich vinden in de gebruikte waarden voor de kruipsnelheden van het steenzout. Deze zijn gebaseerd op voorkomen-specifieke metingen. De kruipsnelheid op lage spanningen is onzeker. Dit valt buiten het bereik van de testcondities van de laboratoriumanalyse. Het effect hiervan is relevant voor de te verwachten bodemdaling tijdens de insluitingsfase en deels ook al tijdens winning. Daarom adviseert TNO om voor te schrijven onderzoek hiernaar binnen twee jaar na instemming voor te leggen aan de staatssecretaris - als deze onderzoeksresultaten daar aanleiding toe geven kan dat leiden tot een actualisering van het sluitingsplan op het punt van een harde of zachte insluiting. Nobian noemt het CCC als uitvoerende partij. CCC bouwt zowel inhoudelijk als qua experts voort op de resultaten van het KEM-17 project. Over de voortgang van dit onderzoek meldt Nobian niets. Daardoor kan TNO de voortgang van dat onderzoek voor Haaksbergen fase 1 niet beoordelen. De kwaliteit en relevantie van het onderzoek zijn, kan TNO niet beoordelen. TNO adviseert om Nobian over de onderzoekagenda en tussenresultaten van het CCC periodiek te laten rapporteren. TNO benadrukt de noodzaak om de convergentie van de cavernes en de daardoor veroorzaakte bodemdaling in één geïntegreerd model te behandelen. De aanpak in het winningsplan Haaksbergen is gebaseerd op een rapport van KBB uit 2012.
Dit rapport behandelt die twee aspecten ten onrechte gescheiden. TNO adviseert om op te nemen dat Nobian in haar periodieke rapportages over de voortgang van haar onderzoek zowel bodemdaling in één geïntegreerd model als lineaire kruip ten gevolge van begrensde drukoplossing adresseert.
Pagina 13 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Advies SodM SodM stelt dat het geschetste beeld van de bodemdaling niet onrealistisch is voor de in het geactualiseerde winningsplan voorgestelde winning. De scenario’s geven voor deze periode mogelijk een overschatting van de bodemdaling. Een nieuwe analyse zal niet leiden tot een heel andere maximale daling. SodM adviseert om een realistische inschatting van de maximale bodemdaling ook voor de periode ná de winning te verkrijgen.
PDGGO-DTDO / 22542995
SodM stelt de bodemdalingsanalyse van het gewijzigd winningsplan Haaksbergen te onderschrijven. Er zijn onzekerheden en er is een ruime marge genomen. SodM stelt dat er onderzoek nodig is naar kruipsnelheden bij kleine spanningsverschillen. Deze zijn namelijk relevant voor de situatie na winning. SodM stelt dat 34 cm bodemdaling voor 50 jaar na de start van de winning een conservatieve schatting is. SodM stelt dat er onvoldoende rekening is gehouden met de bodemdaling op de zeer lange termijn. Het is van belang bij de inschatting van gevolgen van de winning rekening te houden met doorgaande bodemdaling tot 5 mm per jaar. De bodemdaling loopt nog eeuwenlang door en is niet te stoppen. SodM stelt dat de geschetste maatregelen passend moeten zijn bij de bodemdaling die ontstaat als gevolg van de zoutwinning op grond van dit winningsplan. De maatregelen moeten ook passen bij de jaren daarna. SodM stelt dat er geen problemen in de waterafvoer zullen ontstaan. Het is gebruikelijk om in een winningsplan een maximaal bodemdalingsscenario op te nemen. De effecten daarvan op de omgeving moet Nobian beschrijven. Op basis van deze analyse beoordeelt de staatssecretaris wat de maximaal vergunde bodemdaling is waarop SodM kan toezien. Deze realistische bodemdalingsprognose vormt de basis waarop de lokale overheden hun mitigerende maatregelen kunnen voorbereiden.
SodM stelt dat een maximum worst-case bodemdaling minder wordt dan de 34 cm uit het geldende winningsplan. Dit getal is berekend voor twaalf cavernes van 2,1 miljoen m3. Dit is een behoorlijke reductie. Bovendien verwacht SodM dat het dalende gebied in grootte een stuk beperkter is. SodM adviseert dat het definitieve instemmingsbesluit is gebaseerd op een realistische maximale bodemdalingskaart op basis van een relevant worst-case scenario. Advies Tcbb De Tcbb stelt belang te hechten aan onderzoek naar kruipsnelheden bij kleine spanningsverschillen om met de resultaten daaruit de bodemdaling aan het einde van de productieperiode en daarna beter te kunnen inschatten en op basis daarvan een insluitingsmethode vast te stellen. De Tcbb kan de schadeverwachting ten gevolge van de bodemdaling in de periode na de zoutproductie pas goed beoordelen als de bodemdaling geschat wordt op basis van een reëel scenario of relevant worst-case scenario. De Tcbb adviseert dat dit onderzoek wordt uitgevoerd voordat wordt ingestemd met het winningsplan. Adviezen decentrale overheden De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat de staatssecretaris in artikel 1 van het conceptbesluit voorschrijft dat de bodemdaling tijdens productie maximaal 12 cm mag zijn in het diepste punt na 50 jaar.
Eerder in het concept-besluit geeft de staatssecretaris aan 12 cm bodemdaling te herleiden uit figuur 11 van het winningsplan van Nobian. De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat niet duidelijk is hoe de staatssecretaris Pagina 14 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
op 12 cm komt. De binnenste contourlijn geeft immers 11 cm aan maar dit is geen maximale waarde. Die maximale daling bevindt zich binnen deze contour maar hiervoor geeft het figuur noch de aanvraag een waarde. De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat eventuele instemming gebaseerd moet zijn op het worst-case scenario bodemdaling tijdens zoutwinning met acht cavernes. Dit is nu niet gebeurd aangezien er geen maximale waarde bekend is.
PDGGO-DTDO / 22542995
Het waterschap Vechtstromen stelt dat in het nu voorliggende winningsplan, waarin wordt uitgegaan van 8 cavernes, een bodemdalingsprognose is gegeven van 11 cm tot aan het moment van de insluiting. Na insluiting zal de bodemdaling met een constante snelheid doorgaan tot een maximale bodemdaling van 34 cm. Deze 34 cm is echter gebaseerd op het oude winningsplan waarbij is uitgegaan van 12 cavernes. De uiteindelijk maximaal te verwachten bodemdaling is niet bepaald voor het ontwerp met 8 cavernes. Daarnaast wordt door SodM aangegeven dat onvoldoende onderbouwd is dat de beoogde harde insluiting van de cavernes zal leiden tot een stabiele situatie. Het waterschap Vechtstromen adviseert om voordat de daadwerkelijk zoutwinning van start gaat, Nobian de verplichting op te leggen om de lange termijn bodemdalingseffecten in kaart te brengen op grond van het winningsplan waarmee ingestemd wordt. Beoordeling bodemdaling De staatssecretaris stelt dat het definitieve instemmingsbesluit gebaseerd moet zijn op een realistische maximale bodemdalingskaart op basis van een relevant worst-case scenario. De staatssecretaris stelt op basis van figuur 11 van het winningsplan vast dat de bodemdaling als gevolg van 8 cavernes van maximaal 1 miljoen m3 na 50 jaar na aanvang productie maximaal 12 cm bedraagt. De binnenste contourlijn geeft immers 11 cm aan.
De afstand tussen de binnenste 2 contouren bedraagt 1 cm. Dit betekent dat de zoutwinning Haaksbergen de in het winningsplan uit 2013 toegestane maximale bodemdaling van 34 cm niet overschrijdt. Hij baseert zich daarbij op het advies van SodM en TNO. Op basis daarvan zijn redelijkerwijs geen extra of andere effecten te verwachten als gevolg van de zoutwinning Haaksbergen dan bij de instemming op het winningsplan uit 2013 zijn beoordeeld. De instemming is gebaseerd op het worst-case scenario bodemdaling na 50 jaar na aanvang van de zoutwinning met acht cavernes. De maximale waarde na 50 jaar na aanvang bedraagt in dit worst-case scenario maximaal 12 cm. Nobian mag deze 12 cm bodemdaling niet overschrijden. SodM ziet hier op toe. De staatssecretaris is het met SodM eens dat er onvoldoende rekening is gehouden met de bodemdaling op de zeer lange termijn. Het winningsplan beschrijft de effecten die optreden tot 50 jaar na de start van de winning. Daarna heeft de omgeving nog te maken met bodemdaling als gevolg van zoutwinning. Nobian berekent een maximale bodemdaling in het centrum van de bodemdalingskom na 50 jaar van 12 centimeter als gevolg van 8 cavernes van maximaal 1 miljoen m3. Dit is niet het einde van de daling. De staatssecretaris stelt dat de geschetste maatregelen passend moeten zijn bij 12 cm in 2050. De maatregelen moeten ook passend zijn over de jaren daarna.
Om een realistisch beeld van de bodemdaling te verkrijgen schrijft de staatssecretaris een nieuwe analyse van de effecten op de bodemdaling voor, wanneer zicht is op veilige afsluiting van de cavernes.
Pagina 15 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De bodemdaling wordt gemeten conform een meetplan (artikel 30 Mbb). Indien uit de metingen blijkt dat de bodemdaling groter dreigt te worden dan in dit winningsplan is beschreven kan Nobian de winning conform dit winningsplan niet voortzetten.
PDGGO-DTDO / 22542995
Om het waterschap te kunnen laten anticiperen op de bodemdaling schrijft de staatssecretaris voor dat Nobian zorgt voor het aanbieden van de volgende gegevens, aan het waterschap: • het actuele statusrapport van de bodemdaling na uitvoering van iedere waterpassing, binnen 12 weken na het indienen van het meetregister bij de inspecteur-generaal der mijnen; • een 5-jaarlijks statusrapport ten aanzien van de winning in relatie tot de bodemdalingsprognoses in het winningsplan. Aan de hand van de statusrapporten en de beschrijving van de effecten van beëindiging kan Nobian in nauwe samenwerking met het waterschap Vechtstromen, op grond van de lange termijn bodemdalingseffecten, een nieuwe doorvertaling te maken naar de effecten op het watersysteem. Dit stelt Nobian en het waterschap in staat om procesafspraken te maken over de mitigerende maatregelen die eventueel nodig zijn om de negatieve effecten op het watersysteem te beperken of te voorkomen. De staatssecretaris is het met TNO eens dat Nobian betrokkenen informeert over de onderzoeksagenda en tussenresultaten van het CCC. De staatssecretaris stelt echter dat het instemmingsbesluit met het winningsplan niet de geschikte plek is om een onderzoeksagenda te bepalen en benoemen. Dit neemt niet weg dat het gewenst is om in overleg met Nobian tot een goede uitwisseling van onderzoeksresultaten te komen.
Voortgaande uitwisseling van nieuwe inzichten is van belang tussen Nobian, de staatssecretaris, de betrokken omgeving, SodM en andere partijen in Nederland die zich bezighouden met kennisontwikkeling op het gebied van zoutwinning. Bodemtrilling Als gevolg van mijnbouw kan de druk in de ondergrond dalen en kunnen spanningsveranderingen optreden ten opzichte van omliggende gesteentelagen. Soms kan daardoor een kleine verschuiving in de ondergrond optreden. Deze verschuiving treedt plotseling op. De verschuiving ontstaat op de plek van een van nature reeds aanwezige breuk (die miljoenen jaren geleden al is gevormd). Dat is een bodemtrilling. De beschrijving van de bodemtrillingen als gevolg van de zoutwinning op basis van dit winningsplan wijzigt niet. Het risico op het voorkomen van voelbare bodemtrillingen als gevolg van de geplande zoutwinning acht Nobian verwaarloosbaar klein. Advies TNO TNO onderschrijft het nut van een meet- en regelprotocol en de installatie van een micro seismisch meetnetwerk en adviseert om dit voor de start van de winning als een verplichting op te nemen in het besluit. Advies SodM SodM stelt dat de cavernes moeten zich op voldoende afstand van de breuken bevinden. SodM stelt dat de aanleg van een micro-seismisch netwerk om inzicht Pagina 16 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
te krijgen in ondergrondse processen nodig is. SodM stelt dat een meet- en regelprotocol nodig is. Waarbij SodM adviseert om een stoplichtsysteem voor te schrijven. SodM adviseert daarnaast een goedgekeurd seismisch risico beheersplan (SRB) voor te schrijven. Om duidelijkheid te kunnen verschaffen over de effecten van winning adviseert SodM dat de staatssecretaris voorschrijft gedurende ten minste zes maanden voordat er ondergrondse activiteiten plaatsvinden het achtergrondniveau van natuurlijke trillingen te observeren. SodM stelt dat het meetnetwerk ten minste zes maanden voor winning volledig operationeel zal zijn.
PDGGO-DTDO / 22542995
Adviezen decentrale overheden De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat de staatssecretaris in artikel 6 voorschrijft dat Nobian uiterlijk 6 maanden voor de winning een seismisch risicobeheersplan bij de staatssecretaris moet indienen. De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat zoutwinning niet kan plaatsvinden voordat SodM het seismisch risicobeheersplan heeft goedgekeurd. De provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen stellen dat de staatssecretaris dit in het voorschrift niet heeft geborgd. De gemeente Haaksbergen stelt dat voorafgaand aan het ontwikkelen van cavernes en het winnen van zout metingen moeten worden uitgevoerd zodat vooraf de risico’s en consequenties duidelijk zijn. De gemeente Haaksbergen stelt dat het seismisch risicobeheersplan voorafgaande aan het instemmingsbesluit bekend moet zijn en daarvan onderdeel moet uitmaken. In het seismisch risicobeheersplan moeten de gevolgen van de meetresultaten zijn beschreven. Beoordeling bodemtrilling De staatssecretaris stelt op basis van de adviezen van SodM en TNO vast dat bij de instemming op het winningsplan uit 2013 de effecten als gevolg van bodemtrilling zijn beoordeeld. De kans op een beving als gevolg van de zoutwinning Haaksbergen blijft beperkt.
Er zijn redelijkerwijs geen andere effecten te verwachten als gevolg van bodemtrilling, dan bij de instemming op het winningsplan uit 2013 zijn beoordeeld. De staatssecretaris is het met SodM, TNO en de decentrale overheden eens dat de aanleg van een micro-seismisch netwerk nodig is om inzicht te krijgen in ondergrondse processen. De staatssecretaris neemt de voorwaarde op dat het winningsplan-specifiek risicobeheersplan en het micro-seismisch meetnetwerk ten minste zes maanden voor aanvang van de winning volledig operationeel moeten zijn en voorafgaand ingediend moeten zijn bij de staatssecretaris. De staatssecretaris kan zich voorstellen dat Nobian voor zo ver dat mogelijk is bestaande beheerssystemen uitbreidt op basis van locatie specifieke omstandigheden. De staatssecretaris schrijft voor dat Nobian de volgende onderdelen in het risicobeheersplan beschrijft: • de methodiek waarmee het seismisch risico wordt bepaald; • het micro-seismisch meetnetwerk; • het risicobeheerssysteem waarmee het seismisch risico en de schade zo veel mogelijk worden beperkt; • de beslis- en escalatiestructuur door middel van een stoplichtsysteem; • de halfjaarlijkse publicatie van meet- en monitoringsresultaten. Het risicobeheersplan wordt beoordeeld door SodM. Pagina 17 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De staatssecretaris benadrukt naar aanleiding van de adviezen van de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen dat zoutwinning niet kan plaatsvinden voordat SodM akkoord gaat met het seismisch risicobeheersplan.
PDGGO-DTDO / 22542995
De staatssecretaris stelt dat het micro-seismisch meetnetwerk ten minste 6 maanden voor aanvang van de winning volledig operationeel moet zijn. Zodoende worden voorafgaand aan het ontwikkelen van cavernes en het winnen van zout metingen uitgevoerd waardoor vooraf de risico’s en consequenties duidelijk zijn. De staatssecretaris heeft voorgeschreven waar het seismisch risicobeheersplan aan moet voldoen. Door middel van een beslis- en escalatiecultuur moet in het seismisch risicobeheersplan de gevolgen van de meetresultaten worden beschreven. De staatssecretaris stelt dat het seismisch risicobeheersplan wordt voorgelegd aan SodM. Hiermee is geborgd dat Nobian zonder een goedgekeurd seismisch risicobeheersplan niet kan starten met de zoutwinning. Natuur en Milieu Winningsplan Nobian stelt dat nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan wanneer pekel of dekenvloeistof uitstroomt uit de leiding of put. Nobian hanteert een Pipeline Integrity Management System (PIMS) en een Well Integrity Management System (WIMS) om de integriteit van de leidingen respectievelijk de putten te bewaken en in stand te houden. Dit voorkomt dat pekel of dekenvloeistof uitstroomt uit de installatie. Ook brengt Nobian bodem beschermende voorzieningen aan bij de constructie van de zoutwinningslocaties waarmee Nobian een verwaarloosbaar bodemrisico realiseert.
Nobian stelt dat bij het putontwerp rekening gehouden is met de mogelijke aanwezigheid van koolwaterstoffen en waterstofsulfide. Nobian stelt dat het in het gedetailleerde werkprogramma voor de boringen verder ingaat op het beheersen van de mogelijke risico’s. Nobian geeft aan dat de gebruikte buis geschikt is voor de drukken die relevant zijn voor zoutwinning en dat de te gebruiken koppelingen zijn geclassificeerd als gasdicht. Het cement en de mond voldoet ook hieraan. Daarnaast heeft Nobian onderzoek gedaan naar milieuvriendelijkere alternatieven voor het gebruik van diesel als dekenvloeistof. Als beste alternatief is hierbij HVO naar voren gekomen. Deze stof is qua eigenschappen en functionaliteit vergelijkbaar aan diesel, maar dan zonder schadelijke componenten voor het milieu. In het gebied waar de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning invloed zou kunnen hebben op de waterhuishouding komen geen beschermde natuurgebieden voor. Nadelige gevolgen voor natuur als gevolg van veranderingen in de waterhuishouding zijn daardoor niet te verwachten. Advies SodM SodM stelt dat Nobian nadelige gevolgen voor het milieu zo veel als mogelijk moet voorkomen. Gebreken aan de put moet Nobian direct melden. SodM adviseert een voorwaarde op te nemen dat Nobian de integriteit van de putten bewaakt met een degelijk WIMS.
Het voorgestelde putontwerp is standaard bij zoutwinning en bestaat uit 3 concentrische buizen. De LCC met gasdichte koppelingen vormt de primaire barrière naar het omringende gesteente. De ruimte tussen de LCC en de eerste Pagina 18 van 28
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
binnenbuis is gevuld met HVO. HVO beschermt de LCC en de eerste binnenbuis tegen corrosie. Nobian monitort de vloeistofdruk en injectievolume van de HVO constant. De zoet water- en pekelwater buizen staan in contact met de caverne. Nobian monitort de drukken. Nobian monitort ook de injectie- en productievolumes. Hiermee monitort Nobian een put voor lekkage. Het meten van het grondwater in de buurt van de putten is noodzakelijk. Een verontreiniging van het grondwater bij een eventuele lekkage uit de put kan Nobian dan waarnemen. SodM adviseert een grondwater beschermingsplan en periodieke grondwatermetingen voor te schrijven.
PDGGO-DTDO / 22542995
SodM stelt de gedetailleerde ontwerpen van de putten te toetsen bij de beoordeling van het werkprogramma voor de boringen. De putten zijn ontworpen voor zoutwinning. SodM stelt dat de minimale dikte van de dakpijler van het Zechstein Z1 zout ruimschoots gehaald zal worden. SodM stelt verder op dat er boven de primaire seal in het Zechstein Z1 zout een tweede seal van afwisselend anhydriet, dolomiet en kleisteen ligt. Als scheurvorming tijdens en na de winning wordt voorkomen, stelt SodM dat de integriteit van de afdekkende lagen voldoende kan worden geborgd. SodM stelt dat de wetenschappelijke ontwikkelingen sinds 2012 een herbeoordeling van de geologische analyses (2012), die de basis vormen van deze aanvraag, rechtvaardigen. Advies decentrale overheden De provincie Overijssel stelt dat op drinkwaterwinning geen nadelige effecten te verwachten zijn aangezien deze buiten de invloedsfeer van de zoutwinning en bodemdalingskom zijn gelegen. Voor de gevolgen voor natuur, milieu en ruimtelijke ontwikkelingen verwijst de provincie Overijssel naar haar adviezen op de aanvragen voor de omgevingsvergunningen. Het waterschap zal adviseren over de gevolgen van bodemdaling voor het watersysteem. Beoordeling natuur en milieu De staatssecretaris beoordeelt de aanvraag op mogelijke gevolgen voor natuur en milieu door bodembeweging. Bodembeweging kan gevolgen hebben voor natuur en milieu.
Dit is de verzamelnaam voor bodemdaling en bodemtrillingen. Voor bodemtrilling geldt dat alleen uitzonderlijk zware trillingen gevolgen kunnen hebben voor natuur en milieu. Dat is bij zoutwinning Haaksbergen niet aan de orde. Bodemdaling kan in algemene zin de waterhuishouding beïnvloeden. Dit kan effecten hebben op natuur en milieu. Bodemdaling beïnvloedt de hoogte van het waterpeil in absolute zin niet. Bodemdaling kan wel gevolgen hebben voor het waterpeil in relatieve zin. Het water komt hoger te staan ten opzichte van het maaiveld. Dit kan leiden tot vernatting en daarmee tot nadelige (of voordelige) gevolgen voor natuur en milieu. De toekomstige bodemdaling als gevolg van de zoutwinning Haaksbergen bedraagt maximaal 12 cm tot 50 jaar na aanvang van de winning en blijft daarmee binnen de al in 2013 voorspelde totale bodemdaling van 34 cm als gevolg van de zoutwinning Haaksbergen. Nobian heeft in de analyse van de effecten rekening gehouden met de bodemdaling van 34 cm. Van een toename of extra bodemdaling ten opzichte van het geldende winningsplan is dan ook geen sprake.