CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

BW334.bijlage aanmeldnotitie

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling van 19 oktober 2018 in verband met de actualisatie van het bestemmingsplan ‘Industrie-West 2003’2.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Industrie-West 2017 Gemeente Haaksbergen

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Industrie-West 2017 Gemeente Haaksbergen

Rapportnummer:

P01041

Datum:

19 oktober 2018

Contactpersoon opdrachtgever:

Mevrouw S. van Wijk Lycens

Projectteam BRO:

Noud van der Heijden

Bron foto kaft:

BRO, Abstract 4

BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer

2 2 3 4 4

2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect

5 5 5 7 8

3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

9

Inhoudsopgave

1

1.

INLEIDING

1.1 Inleiding Ter plaatse van het bedrijventerrein Industrie-West (ook wel ’t Varck – Brammelo genoemd) geldt het bestemmingsplan ‘Industrie-West 2003’. Dit bestemmingsplan is in maart 2017 vastgesteld en is daarmee ouder dan 10 jaar. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente Haaksbergen voornemens het bestemmingsplan te actualiseren en van de mogelijkheid gebruik maken om verschillende wijzigingen door te voeren. De actualisatie en de wijzigingen worden geborgd in het bestemmingsplan ‘Industrie-west 2017’. De wijzigingen zijn na een participatietraject opgehaald bij bedrijven op het bedrijventerrein en de omgeving en behelzen:  De bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ aan de zuidzijde van het industrieterrein wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Gemengd’ waarbij de milieuzonering wordt verwijderd. Hierdoor is een breder scala aan bedrijfsactiviteiten mogelijk die zorgen voor een zachtere overgang naar de woningen.  Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ worden twee extra functies mogelijk gemaakt, namelijk een bedrijfsverzamelgebouw (milieucategorie 1 en 2) en een vrachtwagenparkeerterrein met bijbehorende kleine horecagelegenheid (middels een afwijkingsbevoegdheid) zodat de parkeerproblematiek kan worden opgelost.  Opnemen van de groenstrook aan de noordzijde van het industrieterrein in het bestemmingsplan en als dusdanig bestemmen.

 De mogelijkheid om Bevi-bedrijven op het bedrijventerrein te vestigen wordt uit de regels gehaald.  Aan toekomstige ontwikkelingen wordt een verplichting gekoppeld die bepaald dat de parkeerbehoefte op eigen terrein verwerkt moet worden.  Binnen de bestemming ‘Gemengd’ wordt detailhandel in volumineuze goederen met recht mogelijk gemaakt.  De wijzigingen ter plaatse van Industriestraat 3-5 die door een milieuvergunning mogelijk zijn gemaakt worden in het bestemmingsplan geborgd.  De bestemming ter plaatse van de woning Eibergsestraat 218 wordt gewijzigd naar ‘Wonen’.  De archeologische verwachtingswaarden zoals opgenomen in de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart zijn als dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan opgenomen.  Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ is een maximale bouwhoogte van 4 m voor een melk- of schuilstel opgenomen.  Op het middenterrein van het bedrijventerrein wordt de bouwhoogte verhoogd naar maximaal 12 meter.  Op de locatie Spinnerstraat is een maximale bouwhoogte opgenomen van respectievelijk 20 en 30 meter.  Voor het middenterrein van het bedrijventerrein wordt de bouwhoogte voor ondergeschikte bouwdelen op de gebouwen verhoogt tot 3 meter boven de maximale bouwhoogte. Daarnaast wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt onder voorwaarden silo’s te realiseren.

 Ter plaatse van de Tolstraat worden gronden met de bestemming Bos gewijzigd naar ‘Bedrijf’.  Woningen met persoonsgebonden overgangsrecht zijn opnieuw geïnventariseerd en opgenomen in het bestemmingsplan.  De regeling voor erfafscheidingen wordt aangepast conform de regeling uit vergelijkbare en recente bestemminsplannen voor bedrijventerreinen.

Hoofdstuk 1

2

Het aantal bestemmingen wordt gereduceerd. De bestemmingen Bos en Groen worden samengevoegd tot de bestemming Groen en de bestemmingen Verkeer en Verkeer-Verblijfsgebied worden samengevoegd tot de bestemming Verkeer.

Met de voorgestane wijzigingen worden geen grootschalige uitbreidingen of ontwikkelingen voorzien. De aard van de wijzigingen is het bieden van ontwikkelruimte aan bedrijven maar het afbouwen van de milieucategorie. Op perceelniveau worden in het centrale gedeelte van het bedrijventerrein (al dan niet onder voorwaarden) de bouwmogelijkheden uitgebreid en verder worden aan de randen van het bedrijventerrein de bestemming gewijzigd naar gemengd gebied of groen. Hierdoor ontstaat een zachtere overgang van het bedrijventerrein naar de omgeving en wordt ingezet op een transformatie naar een verlaging van de milieucategorie.

1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actualisatie van het vigerende bestemmingsplan ‘Industrie-West 2007’ en tevens in een wijziging van de ontwikkelingsmogelijkheden op het terrein. De aard van de wijzigingen is het bieden van ontwikkelruimte aan bedrijven en het afbouwen van de milieucategorie.

In het centrale gedeelte van het bedrijventerrein worden de bouwmogelijkheden (al dan niet onder voorwaarden) verruimt terwijl aan de randen van het terrein wordt ingezet op een gemengde zone met een breder scala aan categorie 1 en 2 bedrijven. Daarnaast wordt een bestaande groenstrook in het bestemmingsplan nopnemen. Hierdoor ontstaat een zachtere en geleidelijkere overgang van (relatief) zware bedrijvigheid naar woongebied. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van een bedrijventerrein valt onder de activiteit de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein (D 11.3). In het geval van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein is direct een m.e.r.beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein met een oppervlakte van meer dan 75 ha gaat. Met het oppervlakte bedrijventerrein waar de wijzigingen plaatsvinden blijft de voorgenomen ontwikkeling beneden de drempelwaarde zoals opgekomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, de gemeenteraad aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

Hoofdstuk 1

3

1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

1.4 Leeswijzer De hoofdstukken 2 en 3 vormen de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 4 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op:  de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden;  de kenmerken van de activiteit;  de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben;  de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).

Hoofdstuk 1

4

2.

EFFECTEN OP HET MILIEU

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel):  de kenmerken van het project;  de plaats van het project;  de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 103,26 ha en richt zich op de actualisatie van het vigerende bestemmingsplan en tevens worden beperkte bouwontwikkelingsmogelijkheden opgenomen. De aard van de wijzingen is het bieden van ontwikkelruimte aan bedrijven maar het afbouwen van de milieucategorie. In het centrale gedeelte van het bedrijventerrein worden de bouwmogelijkheden (al dan niet onder voorwaarden) verruimt terwijl aan de randen van het terrein wordt ingezet op een gemengde zone met een breder scala aan categorie 1 en 2 bedrijven.

Hoofdstuk 2

5

Kenmerken van het project Criteria

Toets

Cumulatie met andere

Nee

projecten Gebruik van natuurlijke

N.v.t.

hulpbronnen

Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.

Productie van afvalstof-

Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de

fen

productie van andere afvalstoffen.

Verontreiniging en hin-

De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied zijnde een bedrijventerrein

der

Luchtkwaliteit: Met onderhavig plan worden slechts zeer beperkte ontwikkelingsmogelijkheden geboden ten opzichte van de huidige situatie. De ontwikkelingsmogelijkheden blijven beperkt tot het verruimen van bouwhoogtes in het centrale gedeelte van het terrein. Daarnaast vindt aan de randen van het bedrijventerrein een omschakeling plaats naar een bredere diversiteit aan categorie 1 en 2 bedrijven. Deze bedrijfsactiviteiten hebben naar aard en schaal beduidend minder invloed op de luchtkwaliteit dan de huidige bedrijvigheid (categorie 3.1). Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Geluid wegverkeer: Het planvoornemen maakt geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk, tevens is geen sprake van een reconstructie van het wegennet. Het aspect wegverkeerslawaai is niet van toepassing op het plan. Geluid omliggende bedrijven: Het bedrijventerrein betreft een gezoneerd bedrijventerrein en met onderhavig bestemmingsplan wordt een nieuwe geluidzone vastgesteld. Daarnaast wordt een bedrijfswoning gewijzigd naar burgerwoning, de Wet geluidhinder maakt echter geen onderscheid tussen bedrijfs- of burgerwoningen op een gezoneerd bedrijventerrein. Het aspect industrielawaai leidt niet tot negatieve gevolgen.

Geur: Met uitzondering van het bedrijf Industriestraat 3-5 vinden er geen geurrelevante activiteiten plaats op het bedrijventerrein. Momenteel loopt bij de Provincie Overijssel een procedure om de geurbelastende activiteiten van het bedrijf in te perken en maatregelen te treffen. Het opnemen van een geurzone is daarom niet noodzakelijk. Bodem: Als binnen een toekomstig op te richten bedrijf bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten worden verricht, moet de kans op bodemverontreiniging tot een verwaarloosbaar minimum worden teruggebracht. Onder andere vanuit het Activiteitenbesluit worden hiertoe verplichte maatregelen en voorzieningen vereist. Denk hierbij aan vloeistofdichte vloeren en verhardingen en te treffen beheermaatregelen. Door deze voorwaarden, vertaald in vergunningen en meldingen, en handhaving hierop wordt de kans op verontreiniging door toekomstige bedrijven zo klein mogelijk gemaakt. Verwacht wordt dat het voortgezette gebruik van het terrein niet leidt tot bodembedreigende activiteiten.

Risico van ongevallen

Binnen het plangebied zijn meerder risicovolle inrichtingen aanwezig (LPG-tankstation, en LPGtanks) en tevens ligt het plangebied in het invloedsgebied van een buisleiding. In het vigerende bestemmingsplan is het groepsrisico van het tankstation uitgebreid beschouwd en ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan vinden er geen wijzigingen plaats voor wat betreft de uitbreiding van het bedrijventerrein of het toevoegeden van (beperkt)kwetsbare objecten. De bestaande risicovolle inrichtingen en buisleiding vormen geen belemmering. Tevens is er, op basis van het vast te stellen bestemmingsplan, geen sprake van de introductie van risicovolle activiteiten die een negatief effect kunnen hebben op de omgeving. Daarnaast wordt de mogelijkheid om Bevi-bedrijven op het bedrijventerrein te vestigen, uit de regels gehaald.

Hoofdstuk 2

6

2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

In de huidige situatie is sprake van een bedrijventerrein met bedrijvigheid tot en met categorie 3.2. Het plangebied is al geruime tijd in gebruik als bedrijventerrein waardoor er geen sprake is van een functiewijziging. Wel wordt ingezet op een verzachting van het type bedrijvigheid aan de randen van het bedrijventerrein. Er worden geen milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit

Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Wan-

en het regeneratievermogen

neer initiatiefnemers (bouw)activiteiten in het plangebied willen uitvoeren wordt per initiatief

van de natuurlijke hulpbronnen

getoetst aan de Wet natuurbescherming.

van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: -

gevoelige gebieden (wet-

Gezien de huidige bouw- en functiemogelijkheden in het plangebied, de afstand en de aard

lands, kustgebieden, berg-

van de ingreep zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (gelegen op 2 kilometer)

en bosgebieden, reserva-

uitgesloten. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk ten en natuurparken, Habi- Nederland (gelegen op 870 m) is gezien de aard van de ontwikkeling (actualisatie vigerend tat- en Vogelrichtlijngebie- bestemmingsplan en toevoegen beperkte bouwmogelijkheden) eveneens niet aan de orde. den)

Het plangebied behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Ook behoort het plangebied niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Bèlvéderegebied.

-

gebieden waarin bij com-

Nee

munautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden -

gebieden met een hoge

n.v.t.

bevolkingsdichtheid -

landschappen van histo-

Dit bestemmingsplan maakt bij rechte geen ruimtelijke ingrepen mogelijk waardoor er geen

risch, cultureel of archeo-

sprake is van bodemverstoring. Het bestemmingsplan heeft daardoor geen negatieve in-

logisch belang

vloed op mogelijk aanwezige archeologisch waarden in de bodem. De archeologische verwachtingswaarden zoals opgenomen in de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart worden als dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan opgenomen. De bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden zijn dan juridisch-planologisch geborgd. Overige is niet van toepassing.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Nee

Hoofdstuk 2

7

Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Nee

Watergebied van internationale beteke-

Nee

nis Natuur Netwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS). Er is

(voormalige EHS)

geen sprake van negatieve effecten op het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties. waterwingebieden,

Nee

en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument

Nee

Belvedere-gebied

Nee

2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische

Nee

zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het

Nee

effect Waarschijnlijkheid van het effect

Er zijn geen nadelige effecten op flora en fauna, landschap, cultuurhistorie, archeologie, externe veiligheid, geluid, bodem, lucht en water te verwachten. Waarschijnlijkheid van enig effect is daarom niet aan de orde.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid

Er is sprake van de actualisatie van het vigerende bestemmingsplan aangevuld met

van het effect

beperkte bouwontwikkelingsmogelijkheden. De aard van de wijzingen is het bieden van ontwikkelruimte aan bedrijven maar het afbouwen van de milieucategorie. De effecten blijven onveranderd en zijn blijvend. Zoals al verwoord in de voorgaande paragrafen zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Hoofdstuk 2

8

3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan voor Industrie-West 2017 geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Hoofdstuk 3

9

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl

Hoofdstuk 3

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10058086/1