Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Stegenhoekweg 8
Tekst van het document
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
22012010 Stegenhoekweg 8 - Haaksbergen Jan Hartman
Eenheid
1
trans 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
CKW (som)
µg/L
<1.6
Analyse
S S
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Tribroommethaan
µg/L
<0.20
S
Vinylchloride
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
µg/L
0.14
S
1,1-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,3-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
Dichloorpropanen som factor 0.7
µg/L
0.42
Minerale olie (C10-C12)
µg/L
<10
Minerale olie (C12-C16)
µg/L
<10
Minerale olie (C16-C21)
µg/L
<10
Minerale olie (C21-C30)
µg/L
<15
Minerale olie (C30-C35)
µg/L
<10
Minerale olie (C35-C40)
µg/L
<10
Minerale olie totaal (C10-C40)
µg/L
<50
S
2022038430/1 09-Mar-2022 11-Mar-2022 11-Mar-2022/11:07 A,B,C 2/2
1)
Minerale olie
S
Nr. Uw monsteromschrijving
1
Peilbuis 1
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Water (AS3000)
12620860
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022038430/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
12620860
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
Peilbuis 1
0692185852
1
180
280
09-Mar-2022
0801049397
1
180
280
09-Mar-2022
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2022038430/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022038430/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
Barium (Ba)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Metalen
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Aromaten (BTEXN)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Xylenen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Styreen
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
VOCl (11)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Tribroommethaan (Bromoform)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Vinylchloride
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,1-Dichlooretheen
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
DiClEtheen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,1-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,2-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,3-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
DiChlprop. som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
W0215
GC-FID
pb 3110-5
Minerale olie
Minerale olie (C10-C40)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
22012010 Stegenhoekweg 8 - Haaksbergen
Analyse
Eenheid
09-03-2022 Jan Hartman 2022038430 09-03-2022 11-03-2022
Metalen µg/L Barium (Ba) Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen µg/L Benzeen Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L µg/L Xylenen (som) factor 0,7 BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen µg/L Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan Trichlooretheen µg/L µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen µg/L µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan Vinylchloride µg/L µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 1,1-Dichloorpropaan µg/L µg/L 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie µg/L Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
12620860
Peilbuis 1
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
S
Streefwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20
0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21
-
0,2 0,2 0,2
0,2 7 4
15,1 504 77
30 1000 150
-
0,2
0,2
35,1
70
0,014 0,14
-
0,02 0,2
0,01 6
35 153
70 300
<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42
0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07
-
0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 203 5 262 20 454 204 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
-
0,2 0,1 0,2
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
-
0,6
0,8
40,4
80
<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50
7 7 7 10,5 7 7 35
-
50
50
325
600
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
* -
Gebruikte afkortingen *
S
87 0,14 1,4 1,4 0,035 1,4 2,1 1,4 34
Overschrijding Streefwaarde
-
RG
87 <0,20 <2,0 <2,0 <0,050 <2,0 <3,0 <2,0 34
Legenda Nr.
Oordeel
0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42
0,77 Geen oordeel mogelijk
Bijlage IV Informatie gemeente Haaksbergen
Kruse Milieu BV T.a.v. de heer P. Haverkort Postbus 51 7650 AB TUBBERGEN
Uw kenmerk : Behandeld door : Team Omgeving & Ontwikkeling
Ons kenmerk Datum
: : 22 februari 2022
Onderwerp: informatie bodem
Geachte heer Haverkort, Op 18 februari 2022 heeft u het verzoek gedaan aan de gemeente Haaksbergen om bodem informatie te geven over de locatie: Stegenhoekweg 8. Hierover kunnen wij u het volgende berichten. • •
Op deze locatie is geen bodemonderzoek bekend. Op deze locatie is geen ondergrondse tank bekend.
Dit vooradvies is niet uitputtend en geeft geen garantie dat er zich op de betreffende locatie geen ondergrondse tank of geen bodemverontreiniging bevindt. Slechts een bodemonderzoek kan uitsluitsel geven over de verontreinigingssituatie. De leges voor dit advies bedragen € 17,30. U krijgt hiervoor binnenkort van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente een acceptgiro.
Met vriendelijke groet, Team Omgeving & Ontwikkeling
Gemeentehuis Haaksbergen Postbus 102 7480 AC Haaksbergen, Markt 3 7481 HS Haaksbergen, Tel: 053-5734567, Fax: 053-5728075 Website: www.Haaksbergen.nl E-mail: gemeente@Haaksbergen.nl Openingstijden: maandag t/m vrijdag 8.30-12.30, dinsdag 17.00-19.00 uur
Bijlage V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Termen De gehalten van de chemische componenten in de bodem en in het grondwater worden getoetst aan de zogenaamde achtergrond- of streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2013. Deze waarden worden gecorrigeerd voor de gehalten lutum en organische stof (humus) voor de betreffende bodem. Deze gehalten worden in het laboratorium bepaald. Achtergrondwaarden: De gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden: Waarden, die het niveau aangeven, waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Gebruikt symbool: S. De streefwaarde wordt alleen voor grondwater gebruikt. Interventiewaarden: Waarden, die aangeven wanneer de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Gebruikt symbool: I. Tussenwaarde: Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Gebruikt symbool: T.
Overige termen, die in dit rapport worden gebruikt, zijn als volgt te definiëren: Niet verontreinigd: Gehalte van elke component overschrijdt de achtergrond- of streefwaarde niet. Zeer licht verontreinigd: Gehalte van een component ligt boven de achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt het dubbele van de achtergrond- of streefwaarde niet. Licht verontreinigd:
Gehalte van een component is hoger dan het dubbele van de Achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt de tussenwaarde niet.
Matig verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de tussenwaarde, maar overschrijdt de interventiewaarde niet. Sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de interventiewaarde, maar overschrijdt het tienvoud van de interventiewaarde niet. Zeer sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan het tienvoud van de interventiewaarde. NEN5740:
Nederlandse norm "Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek." Een verkennend onderzoek heeft tot doel met relatief beperkt onderzoek vast te stellen of er sprake is van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie.
Verdachte locatie:
Locatie, waarvan op basis van vooronderzoek of historische informatie wordt verwacht dat er verontreiniging aanwezig is.
Nulsituatie:
Huidige chemische kwaliteit van grond en grondwater ten aanzien van bodemverontreinigende stoffen.
Nader onderzoek:
Bodemonderzoek, waarin de ernst en de omvang van een eerder aangetoonde verontreiniging wordt vastgesteld.
Afkortingen AMvB BG BOOT BSB BSB BTEX BTEXN BZV CZV EC EOCl EOX GHG GLG GWS HBO HCB HCH ILT Ministerie van I en W MM FF MVR NEN NNI NPR NTA NVN OCB OG OW-test PAK PCB PFAS pH SUBAT VC VNG VROM VOCl WBB As Ba Cd Cr Co Cu Fe Hg Mn Mo Na Ni Pb St Zn
Algemene Maatregel van Bestuur Bovengrond Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen Bouwstoffenbesluit Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, Xylenen Afkorting voor vluchtige aromaten (BTEX) en Naftaleen Biologisch zuurstofverbruik Chemisch zuurstofverbruik Elektrisch geleidingsvermogen Extraheerbare organochloorverbindingen Extraheerbare organohalogeenverbindingen Gemiddeld hoogste grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand Actuele grondwaterstand Huisbrandolie Hexachloorbenzeen Hexachloorhexaan Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Mengmonster fijne fractie Ministeriële Vrijstellingsregeling Nederlandse norm Nederlands Normalisatie Instituut Nederlandse praktijkrichtlijn Nederlandse technische afspraak Nederlandse voornorm Chloorpesticiden Ondergrond Olie/water-test Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Polychloorbifenylen poly- en perfluor alkyl stoffen Zuurgraad Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations Vinylchloride Vereniging van Nederlandse Gemeenten Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Vluchtige organochloorverbindingen, zoals per en tri Wet Bodembescherming Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper IJzer Kwik Mangaan Molybdeen Natrium Nikkel Lood Tin Zink
Regels
pagina 34 van 58
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
De in de regels gebruikte begrippen worden in dit artikel verklaard. Voor alle overige begrippen wordt verwezen naar het moederplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'. 1.1
plan:
het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Stegenhoekweg 8 met identificatienummer NL.IMRO.0158.BP1202-0002 van de gemeente Haaksbergen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen; 1.3
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7
archeologische waarde
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;
pagina 35 van 58
1.9
bebouwingspercentage
de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden; 1.10
bed & breakfast
een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed&breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Indien en voor zover twee bouwpercelen middels de aanduiding relatie met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bouwperceel; 1.18
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel;
pagina 36 van 58
1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn toegelaten; 1.20
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.22
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.23
eerste verdieping
de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.24
gebiedseigen
aan de groene omgeving en de streek gebonden; 1.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26
groene omgeving
landelijk gebied, buitengebied; 1.27
hoofdgebouw
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt 1.28
huishouden
een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en daar zichzelf voorziet, of door derden wordt voorzien, in dagelijkse levensbehoeften; 1.29
inwonen
wonen in een ondergeschikt deel van een woning als medegebruiker van het pand waarbij de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet groter mag zijn dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; 1.30
inwoning
twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;
pagina 37 van 58
1.31
landschappelijke inpassing
inpassing in het omringende landschap door bij de situering in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen; 1.32
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.33
maaiveld
het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land of de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.34
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.35
mantelzorgindicatie
een indicatie dat sprake is van een zorgbehoefte en een daarvan afgeleide noodzaak tot huisvesting ten behoeve van mantelzorg; 1.36
nadere eis
een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.37
normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.38
overkapping
een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten of afgedekte ruimte van lichte constructie zonder eigen wanden; 1.39 a. b. c.
peil voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil of de hoogte van het terrein ter plaatse van de meest nabij gelegen locatie waar het water grenst aan het vaste land;
pagina 38 van 58
1.40
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.41
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.42 a. b. 1.43
verbeelding de digitale verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Stegenhoekweg 8; de analoge (papieren) kaart van het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Stegenhoekweg 8 met legenda en tekeningnummer NL.IMRO.0158.BP1202-0002; verticale diepte van een gebouw
de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 1.44
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.45
waterkwaliteit
de chemische kwaliteit zowel als de ecologische kwaliteit van de oppervlaktewateren en van het grondwater; 1.46
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.47
woning
een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; in geval van inwoning zijn twee afzonderlijke huishoudens toegestaan; 1.48
wooneenheid
een gebouw of deel van een gebouw dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden; 1.49
woonhuis
een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat; 1.50
zolder
de bovenste ruimte in een gebouw onmiddellijk onder de kap.
pagina 39 van 58
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Gebouwen en bouwwerken
2.1.1
De afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelgrens:
Vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 1,00 m, respectievelijk overstekken van meer dan 1,00 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. 2.1.2
De bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, zonnepanelen op het dak en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.3
De breedte van een gebouw:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.4
De dakhelling:
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.5
De goothoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.6
De inhoud van een bouwwerk:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.7
De oppervlakte van een bouwwerk:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken, zonnepanelen op het dak en overkragingen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt.
pagina 40 van 58
2.3
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. b. c. d. e. 2.4
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m2); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m3); voor verhoudingen in procenten (%); voor hoeken/hellingen in graden (º). Meten
Bij de toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van de lijn.
pagina 41 van 58
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis verbonden beroep; in het bestemmingsvlak is maximaal 1 wooneenheid toegestaan; het hobbymatig houden van dieren met een bedrijfsomvang van maximaal 10 nge; bed & breakfast in de woning, met dien verstande dat niet meer dan 2 tweepersoonsbedden of 4 eenpersoonsbedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; landschappelijke inpassing; waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;
met daarbijbehorende: g. h. i. j. k.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken; zonnepanelen; buitenrijbakken, met dien verstande dat: 1. bij eenzelfde woning niet meer dan één buitenrijbak is toegestaan; 2. de buitenrijbak in de onmiddellijke nabijheid van de betreffende woning wordt gesitueerd; 3. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 6,00 m bedraagt; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde niet meer dan 1,50 m mag bedragen; 5. de ter plaatse dan wel in de directe nabijheid voorkomende landschaps- en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; 6. ter bewerkstelliging van een redelijk visuele inpassing van één en ander in het landschap, eisen kunnen worden gesteld betreffende situering en afscherming door beplanting of anderszins; l. tuinen; m. erven. 3.2
Bouwregels
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. b.
een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 Algemene bouwregels; inwoning van de woning is toegestaan onder de voorwaarden dat: 1. sprake is van gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning; 2. de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling inpandig toegankelijk zijn; 3. sprake is van één hoofdtoegang (het inwoongedeelte is slechts bereikbaar via het hoofdgedeelte van de woning; het inwoongedeelte beschikt niet over een eigen achteruitgang; tuindeuren zijn wel acceptabel);
pagina 42 van 58
4. 5. 6.
c. d. e. f. g. h. i.
de woning de verschijningsvorm van één woning behoudt; het inwoongedeelte geen eigen zelfstandige berging heeft; het inwoongedeelte niet beschikt over zelfstandige nutsvoorzieningen (tussenmeters zijn wel acceptabel); 7. de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet meer bedraagt dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; 8. per woning sprake is van maximaal één inwoonsituatie; de inhoud exclusief kelder mag niet meer dan 750 m3 bedragen; de dakhelling mag niet minder dan 30º en niet meer dan 60º bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; de breedte van een hoofdgebouw dient minimaal 6,00 m te bedragen; de afstand van het hoofdgebouw tot de perceelgrens mag niet minder dan 3,00 m bedragen; een kelder dient binnen de begrenzing van de woning gelegen te zijn; bouwdelen waarvan de nok op minder dan 2,00 m uit de nok van de woning liggen, welke aan de woning zijn aangebouwd, worden beschouwd als onderdelen van de woning.
3.2.2
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een woning gelden bovendien de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen moeten minimaal 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan liggen; een overkapping dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gebouwd te worden; de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m2, met inbegrip van het bepaalde in 3.2.3 lid d, waarvan niet meer dan 100 m2 aangebouwd mag zijn; de goothoogte mag niet meer dan 3,25 m bedragen; de bouwhoogte van aangebouwde bijgebouwen dient minimaal 2,00 m minder dan de bouwhoogte van de woning te bedragen; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 7,00 m bedragen;
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen op tenminste 1,00 m achter de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1,00 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5,00 m bedragen. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 150 m2, met inbegrip van het bepaalde in 3.2.2 lid c.
3.2.4
Afwijkende maatvoering
In afwijking van het bepaalde in 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3, geldt dat indien een afwijkende maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en deze legaal tot stand is gekomen, deze maatvoering als maximum respectievelijk minimum mag worden gehanteerd voor dat gebouw en, voor zover het goothoogten, bouwhoogten en dakhellingen betreft, voor uitbreidingen en nieuwbouw van dat gebouw.
pagina 43 van 58
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
het beginsel van bebouwingsconcentratie; het bebouwingsbeeld; de landschappelijke inpassing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen.
3.4
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. b. c.
d. e. f.
g. h. i.
3.2.1 onder d om toe te staan dat de dakhelling minder dan 30º of meer dan 60º bedraagt; 3.2.1 onder g om toe te staan dat de afstand van de woning tot de perceelgrens wordt verkleind tot 0 m; 3.2.1 onder h om toe te staan dat de kelder buiten de begrenzing van de woning wordt gebouwd, met dien verstande dat de oppervlakte van de kelder buiten de begrenzing van de woning meetelt voor de oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen; 3.2.2 onder a om toe te staan dat bijgebouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan worden gebouwd; 3.2.2 onder a om toe te staan dat vrijstaande bijgebouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan worden gebouwd 3.2.2 onder c om toe te staan dat de gezamenlijke oppervlakte wordt vergroot tot niet meer dan 250 m2, mits een zodanig oppervlakte aan bestaande bebouwing wordt gesloopt dat sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst; 3.2.2 onder d om toe te staan dat de goothoogte wordt vergroot met niet meer dan 1,00 m; 3.2.2 onder f en g om toe te staan dat de bouwhoogte wordt vergroot met niet meer dan 2,00 m; 3.2.3 onder a om toe te staan dat erf- of perceelafscheidingen tot een bouwhoogte van 2,00 m tot aan en voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met dien verstande dat: 1.
daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en 2. de erf- of perceelafscheidingen overwegend doorzichtig worden gebouwd.
3.4.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
pagina 44 van 58
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.
de bewoning van vrijstaande bijgebouwen; het gebruik van opstallen ten behoeve van mantelzorg.
3.5.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe gebouwen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe gebouwen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 18 maanden na de in gebruikname van de gebouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
3.6
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.5.1 onder b ten behoeve van mantelzorg in een aanbouw of bijgebouw, mits: 1. 2. 3. 4. 5.
3.6.1
een indicatie voor mantelzorg is afgegeven; mantelzorg plaatsvindt op een oppervlakte van maximaal 100 m2, met dien verstande dat het aansluitende erf voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd; het bijgebouw een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; de tijdelijkheid van de situatie verzekerd is; Het gebruik voor zelfstandige bewoning stopt wanneer geen sprake meer is van de bestaande behoefte aan mantelzorg. Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
pagina 45 van 58
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
tuinen; onbebouwde erven; de instandhouding van inrichtingsmaatregelen zoals beschreven in Bijlage 1 behorend bij de regels;
met de daarbij behorende: d. e. f. g.
in- en uitritten; parkeergelegenheid; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Bouwregels
Op de tot 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. 4.3
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5 m bedragen; Het bouwen van overkappingen is niet toegestaan. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden van het gebied; de externe veiligheid.
pagina 46 van 58
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming 'Tuin' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig de bestemming 'Tuin' onder de voorwaarde dat binnen 18 maanden na de in gebruikname van de gebouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
pagina 47 van 58
Artikel 5 5.1
Waarde - Hoge archeologische verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 5.2
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,4 m: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, mengen, diepploegen en ontginnen; 2. het ophogen en egaliseren van gronden met meer dan 0,4 m ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; 3. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 4. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 5. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 6. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 5.2, onder a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleend, winnen zij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. De onder 5.2, onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1.
plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 3. het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht; 6. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven.
b.
c.
5.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
pagina 48 van 58
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Bebouwingsgrenzen
Onverminderd het bepaalde in de overige regels dienen, wanneer gebouwen worden gebouwd op gronden grenzend aan de volgende bestemmingen, de volgende afstanden uit de as van de wegen in acht te worden genomen: bestemming
afstand
Verkeer - 2
50 m
Verkeer - 3
30 m
Verkeer - 4
20 m
wegen binnen de gebiedsbestemming
15 m
7.2
Afwijken van de bebouwingsgrenzen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.1 ten behoeve van een kleinere afstand tot de as van de weg, indien dat uit stedenbouwkundig oogpunt ter plaatse aanvaardbaar is en uit overleg met de wegbeheerder blijkt dat daar uit oogpunt van het wegbeheer en de verkeersveiligheid geen bezwaar tegen bestaat. 7.3
Geluidszones langs wegen
Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van:
250 m ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken; 400 m ter weerszijden van een weg met drie of vier rijstroken;
mogen toegelaten geluidgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde. 7.4
Afstand tot water
Onverminderd het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag op en in gronden die grenzen aan de gronden met de bestemming 'Water' niet worden gebouwd binnen een afstand van 5,00 m, loodrecht gemeten op de bestemmingsgrens van die gronden. 7.4.1
Afwijken van de afstand tot water
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.4 ten behoeve van het bouwen tot aan de bestemmingsgrens van die gronden, met dien verstande dat advies is ingewonnen bij de beheerder van de betreffende watergang omtrent de waterstaatkundige aanvaardbaarheid daarvan en de beheerder te kennen heeft gegeven dat bebouwing tot aan de perceelgrens mogelijk is.
pagina 49 van 58
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Toegestaan gebruik
Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan: a.
b.
8.2
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend; het aanleggen of laten aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4 inch en/of een druk van meer dan 40 bar; 2. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van meer dan 4 inch; 3. hoogspanningsleidingen; 4. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1,00 meter of meer en een lengte van 10 km of meer. Strijdig gebruik
Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. b.
8.3
het gebruik van bebouwde en onbebouwde gronden ten behoeve van een seksinrichting, behoudens in het geval dat gebruik uitdrukkelijk is toegestaan; het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden. Uitoefening 'vrij' beroep in en bij een woning
Het gebruik van een woning, waaronder begrepen een bedrijfswoning, en daarbijbehorende bijgebouwen voor de uitoefening van een 'vrij' beroep is toegestaan, met dien verstande dat de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een 'vrij' beroep, in voorkomend geval samen met de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 8.4, niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbijbehorende bijgebouwen, en in ieder geval niet meer dan 50 m2.
pagina 50 van 58
8.4
Beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis
Het gebruik van ruimten binnen de woning, waaronder begrepen een bedrijfswoning, en in de daarbijbehorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en bedrijfsactiviteiten, anders dan een 'vrij' beroep, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
b.
c. d. e. f. g. h.
het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale brutovloeroppervlakte van 30% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende -al dan niet aangebouwde bijgebouwen-, met een maximum van 50 m2; het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen mag niet bestaan uit detailhandel (met uitzondering van kapsalons) en/of horeca en/of kinderopvang en/of prostitutie; er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken wordt niet onevenredig aangetast; er mag geen blijvende onevenredige afbreuk worden gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; er mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan.
Artikel 9 9.1
Algemene aanduidingsregels
luchtvaartverkeerzone
Ter plaatse van de aanduiding luchtvaartverkeerzone geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens zijn bestemd voor de bescherming van de laagvliegroute van defensie. 9.2
reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied
Ter plaatse van de aanduiding reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied zijn specifieke regels van toepassing die zijn opgenomen bij artikel 3.8, 4.1, 4.7 en 8.8 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen'.
pagina 51 van 58
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a.
b.
c.
d.
e.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages met uitzondering van de oppervlaktes tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages in bijzondere situaties; de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de bij de omgevingsvergunning behorende afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.
10.1.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de sociale veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid;
pagina 52 van 58
Artikel 11 11.1
Algemene wijzigingsregels
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. b.
c.
nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van de verbeelding verwijderen; de bestemmingsvlakken voorzien van nieuwe nadere aanduidingen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het bebouwingsbeeld; 2. de landschappelijke waarde; 3. de cultuurhistorische waarde; 4. de milieusituatie; 5. de verkeersveiligheid; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 7. de sociale veiligheid; 8. de externe veiligheid; de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen wijzigen met dien verstande dat: 1. de bij wijziging betrokken grenzen mogen met niet meer dan 20 m worden verschoven; 2. de oppervlakte van de bij de wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag met niet meer dan 10% worden verkleind of vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór de wijziging; 3. de belangen en waarden die het plan beoogt te beschermen niet onevenredig mogen worden aangetast.
11.1.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
pagina 53 van 58
Artikel 12 12.1
Algemene procedureregels
Nadere eis
Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. b. c. d. e.
een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende één week ter inzage; de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aanhuisbladen of op een andere geschikte wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede; er kan worden afgeweken van het bepaalde onder a tot en met d, indien de belangen van gebruikers en/of eigenaren de betreffende en de aanliggende gronden niet worden geschaad.
Artikel 13 13.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
pagina 54 van 58
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 14 14.1
Overgangsrecht
Bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
14.2
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 14.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.4
Gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. 14.5 a.
b.
14.6
Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 14.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in 14.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Het bepaalde in 14.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Stegenhoekweg 8'.
pagina 55 van 58