Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Rietmolenweg 26, Benteloseweg 41, Boonkweg ong
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening Rietmolenweg 26, Benteloseweg 41, Boonkweg ong.’ NL.IMRO.0158.BP1199-0002
Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Rietmolenweg 26, Benteloseweg 41, Boonkweg ong.
Inhoudsopgave
Toelichting
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
5 5 6 9 12
Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Herziening bestemmingsplan
13 13 16 18
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 21 24
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Flora en fauna (incl. stikstof) 4.4 Archeologie en cultuurhistorie 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Geur 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Water 4.11 Aanmeldnotitie M.E.R.
26 26 27 28 33 34 36 37 37 39 39 42
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid
43 43 43
Hoofdstuk 6 Juridische regeling 6.1 Procedure bestemmingsplan 6.2 Plansystematiek 6.3 Toelichting op de regels
44 44 45 45
Bijlagen
48
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Landschappelijk inpassingsplan Rietmolenweg Landschappelijk inpassingsplan Boonkweg Verkennend bodemonderzoek Rietmolenweg Verkennend bodemonderzoek Boonkweg Quickscan natuurwaarden Rietmolenweg en Benteloseweg Quickscan natuurwaarden Boonkweg ong
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
49 50 51 52 53 54
pagina 2 van 94
Regels
55
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
56 56 63
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschap Bedrijf Wonen Tuin Waarde - Hoge archeologische verwachting
65 65 69 75 79 80
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
81 81 81 82 83 84 85 85 86
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
87 87 88
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
89 Inpassingsplan Rietmolenweg Te slopen bebouwing Benteloseweg Inpassingsplan Boonkweg Entreepartij Boonkweg ongenummerd
Verbeelding
planstatus vast te stellen
90 91 92 93
94
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 3 van 94
Toelichting
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 4 van 94
Hoofdstuk 1 Inleiding Het voorliggende verzamelplan heeft betrekking op een drietal locaties in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen. Het verzamelplan is een herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' waarin drie nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen worden gerealiseerd.
1.1
Aanleiding
Rietmolenweg 26 en Benteloseweg 41 Initiatiefnemer heeft een principeverzoek ingediend voor een herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen” ter plaatse van de Rietmolenweg 26 en Benteloseweg 41 te Haaksbergen. Dit principeverzoek heeft betrekking op een uitbreiding van 341 m 2 aan bedrijfsvloeroppervlak binnen het bestaande bestemmingsvlak van de Rietmolenweg 26. Ter compensatie wordt er 683 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Benteloseweg 41 gesloopt. De bestemming van de Benteloseweg 41 wordt hierbij aangepast naar een woonbestemming. Beide locaties worden landschappelijk ingepast. De Gemeente Haaksbergen heeft besloten medewerking te verlenen aan het principeverzoek. De gewenste ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen”. Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen” heeft de Rietmolenweg 26 de enkelbestemming ‘Bedrijf’. Binnen deze enkelbestemming mag de Rietmolenweg 26 200 m2 aan bedrijfsgebouwen hebben, maar de gewenste uitbreiding betreft 341 m2. Het KGO-beleid biedt de mogelijkheid om de toegestane oppervlakte uit te breiden zolang er een evenwichtige compensatie wordt geleverd. Deze compensatie wordt geleverd in de vorm van sloopmeters. Deze sloopmeters zijn gevonden aan de Benteloseweg 41 in het buitengebied van Haaksbergen.
Daarnaast wordt bij de Benteloseweg de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' omgezet naar een woonbestemming waar met een functieaanduiding op basis van het VAB-beleid de huidige activiteiten als nevenfunctie kunnen worden voortgezet. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Boonkweg ongenummerd In maart 2021 heeft de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend bij de gemeente Haaksbergen. Het principeverzoek betreft het verplaatsen van een bestaande (onbebouwde) Rood voor Rood kavel aan de Boonkweg ong. De Gemeente Haaksbergen heeft besloten medewerking te verlenen aan het principeverzoek. De initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Boonkweg ong.. Op 28 september 2016 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Boonkweg 21’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft het mogelijk gemaakt om de voormalige karakteristieke boerderij te renoveren tot twee wooneenheden, het renoveren/verbouwen van een voormalige karakteristieke vleesvarkensstal tot bijgebouw behorende bij de twee wooneenheden en het realiseren van een nieuwe woning van maximaal 750 m 3 met bijgebouw van maximaal 150 m2. De initiatiefnemer wenst het bouwblok voor de nieuwe woning met bijgebouw te verplaatsen in noordwestelijke richting.
Het verplaatsen van het bouwblok is op basis van de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Haaksbergen’ en ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Boonkweg 21’ niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient er een partiële herziening van het bestemmingsplan doorlopen te worden. Het geheel dient landschappelijk ingepast te worden.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 5 van 94
1.2
Plangebied
Dit wijzigingsplan heeft betrekking op 3 locaties in het buitengebied van Haaksbergen. Het plangebied aan de Rietmolenweg ligt ten zuiden van de kern Sint-Isidorushoeve en de planlocatie aan de Boonkweg ligt ten noorden van de kern Sint-Isidorushoeve. Het plangebied aan de Benteloseweg ligt verder noordwaarts in het buitengebied van Haaksbergen. In afbeelding 1 is de ligging van de plandelen ten opzichte van de kern Haaksbergen en elkaar weergegeven.
Figuur 1: Ligging van de locaties ten opzichte van Haaksbergen en van elkaar
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 6 van 94
Rietmolenweg 26 en Benteloseweg 41 Het plangebied op de locatie Rietmolenweg staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Haaksbergen, sectie M, perceelnummer 1148. Het plangebied is globaal weergegeven op figuur 2.
Figuur 2: situering plangebied Rietmolenweg 26
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 7 van 94
Het plangebied op de locatie Benteloseweg 41 staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Haaksbergen, sectie O, perceelnummer 1269. Het plangebied is globaal weergegeven op figuur 3.
Figuur 3: situering plangebied Benteloseweg 41
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 8 van 94
Boonkweg ongenummerd De locatie Boonkweg ong. staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Haaksbergen, sectie O, perceelnummers 2607,2608, 2182. Het plangebied is globaal weergeven op figuur 4.
Figuur 4: situering plangebied Boonkweg 21
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Rietmolenweg 26 en Benteloseweg 41 Binnen het plangebied aan de Rietmolenweg 26 en Benteloseweg 21 gelden de bestemmingsplannen: 'Buitengebied Haaksbergen', vastgesteld op 2 juli 2013, en 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1', vastgesteld op 1 november 2017. De geldende enkelbestemmingen zijn voor beide locaties weergegeven in onderstaande figuren.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 9 van 94
Figuur 5: Vigerend bestemmingsplan Rietmolenweg 26
Figuur 6: Vigerend bestemmingsplan Benteloseweg 41 Op basis van het “bestemmingsplan Buitengebied” zijn de gronden ter plaatse van de locatie aan de Rietmolenweg 26 voorzien van de enkelbestemming 'Bedrijf'. Verder gelden er ter plaatse de gebiedsaanduidingen 'Luchtvaartzone', 'Reconstructiewetzone verwevingsgebied' en 'wro- zonewijzigingsgebied.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 10 van 94
Voor de locatie Benteloseweg 41 zijn op basis van het 'bestemmingsplan Buitengebied' verschillende bestemmingen aangewezen, waaronder 'Agrarisch met waarden- Landschap', 'bos' en 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Ook hier gelden de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerzone' en 'reconstructiewetzone-verwevingsgebied'. Via het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' ligt ter plaatse van beide plangebieden de dubbelbestemming 'Waarde- Hoge Archeologische verwachting'. De gewenste ontwikkelingen passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen”. Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen” heeft de Rietmolenweg 26 de enkelbestemming ‘Bedrijf’. Binnen deze enkelbestemming mag de Rietmolenweg 26 200 m2 aan bedrijfsgebouwen hebben, maar de gewenste uitbreiding betreft 341 m2. Het KGO-beleid biedt de mogelijkheid om de toegestane oppervlakte uit te breiden zolang er een evenwichtige compensatie wordt geleverd. Deze compensatie wordt geleverd in de vorm van sloopmeters. Deze sloopmeters zijn gevonden aan de Benteloseweg 41 in het buitengebied van Haaksbergen. Bij de Benteloseweg wordt de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' omgezet naar een woonbestemming waar met een functieaanduiding op basis van het VAB-beleid de huidige activiteiten als nevenfunctie kunnen worden voortgezet.
Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Boonkweg ongenummerd
Figuur 7: Vigerend bestemmingsplan Boonkweg ong. Op basis van het “bestemmingsplan Buitengebied” zijn de gronden ter plaatse van de locatie aan de Boonkweg ong. voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden- Landschap' en 'wonen'. Verder gelden er ter plaatse de gebiedsaanduidingen 'Luchtvaartzone', 'Reconstructiewetzone verwevingsgebied' en 'wro- zone-wijzigingsgebied. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn op basis van het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Boonkweg 21' veranderingen ontstaan waarbij de enkelbestemmingen hetzelfde bleven. Dit betreffen de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden - Landschap'. Via het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' ligt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde- Hoge Archeologische verwachting'.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 11 van 94
Het verplaatsen van het bouwblok is op basis van de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Haaksbergen’ en ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Boonkweg 21’ niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient er een partiële herziening van het bestemmingsplan doorlopen te worden.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk komt in hoofdstuk 2 het planvoornemen aan de orde. De daaropvolgende twee hoofdstukken behandelen het van toepassing zijnde beleidskader (hoofdstuk 3) en geven de onderbouwing van de uitvoerbaarheid wat betreft milieukundige en planologische randvoorwaarden (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 bevat ten slotte de juridische vormgeving.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 12 van 94
Hoofdstuk 2 Planvoornemen
2.1
Bestaande situatie
Rietmolenweg 26-28 en Benteloseweg 41 Op dit moment is op het perceel aan de Rietmolenweg 26 een bedrijf gevestigd dat bedrijfsdeuren produceert. Vanwege groeiende werkzaamheden voldoet het huidige bedrijfspand niet meer aan de benodigde ruimte en voorzieningen. In de huidige situatie is er vanaf de Rietmolenweg zicht op het bedrijfspand waarbij de rechterzijde van het pand de uitbreidinglocatie is. Naast het bedrijfspand bevindt zich de woning, dit is weergeven in figuur 8.
Figuur 8: Bestaande situatie Rietmolenweg 26 Aan de Benteloseweg 41 is momenteel boerderij Horstboer gevestigd. Op het perceel bevinden zich het woonhuis en enkele schuren en opstallen. Dit is weergeven in figuur 9.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 13 van 94
Figuur 9: Bestaande situatie Benteloseweg 41
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 14 van 94
Boonkweg ongenummerd Het erf aan de Boonkweg ligt van oudsher in een kleinschalig landschap. In het bestaande Rood voor Rood plan, dat in 2016 is vastgesteld, is de nieuwe woning dicht aan de weg en aansluitend op de bestaande karakteristieke boerderij geplaatst. Hoewel dit zorgt voor een compacte opzet, zorgt het ook voor een gevoelsmatig vol erf. Tevens wordt er een extra inrit gecreëerd, waardoor het nieuwe erf los komt te liggen van het bestaande erf. Het vastgestelde plan uit 2016 is weergeven in figuur 10.
Figuur 10: Bestemmingsplanmatig bestaande situatie Boonkweg ong.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 15 van 94
2.2
Toekomstige situatie
Rietmolenweg 26 en Benteloseweg 41 De eigenaar van het bedrijf wil het bedrijfspand uitbreiden om te kunnen voldoen aan de nodige ruimte en voorzieningen. Deze uitbreiding zal plaats vinden op het huidige kavel, aan de rechterzijde van het bedrijfspand. Er wordt aan de gehele voorzijde van de kavel aan de Rietmolenweg 26 een haag geplaatst die het directe zicht op verharding wegneemt. Om het zicht op de bedrijfshal te verzachten, en om de bestaande groenstructuur te versterken, zullen een viertal bomen worden geplant. De beoogde ontwikkeling voor de Rietmolenweg 26 is weergeven in figuur 11. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in Bijlage 1.
Figuur 11: Beoogde ontwikkeling Rietmolenweg 26 Voor de nodige compensatie ten behoeve van de ontwikkeling aan de Rietmolenweg worden sloopmeters gekocht elders in de gemeente. Deze sloopmeters worden verkregen door het slopen van een landschapsontsierende schuur aan de Benteloseweg 41 in Haaksbergen. De locatie aan de Benteloseweg krijgt tevens een andere bestemming. De enkelbestemming 'Agrarisch- Agrarisch bedrijf' wordt omgezet naar de enkelbestemming 'Wonen'. De beoogde ontwikkeling wordt weergegeven in figuur 12.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 16 van 94
Figuur 12: Beoogde ontwikkeling Benteloseweg 41 Boonkweg ongenummerd De wens voor de nieuwe ontwikkeling is om het bestaande, maar nog niet gerealiseerde, Rood voor Rood kavel te verplaatsen. De kavel wordt langs de bosrand gepositioneerd, waardoor er een groene ruimte overblijft tussen de rand van het dorp en het gebied. De kavel wordt op zodanige wijze gepositioneerd en ontwikkeld, dat dit tevens versterkend is voor het landschap. Het kleinschalige landschap, met sterke groenstructuren, open plekken en doorkijken is hierin een belangrijk uitgangspunt. Het belangrijkste uitgangspunt voor de gewijzigde positie van de kavel is het behouden en versterken van de kleinschaligheid en groenstructuren. Tussen het verplaatste kavel en de rand van het dorp komt een open veld (weide), omsloten door (transparante) groenstructuren. Deze groenstructuren bestaan uit bomenrijen en houtsingels, al dan niet met onderbegroeiing. De beoogde positie van de kavel is weergeven in figuur 13 'bestaande kavel verplaatst'. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in Bijlage 2.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 17 van 94
Figuur 13: Beoogde ontwikkeling Boonkweg ong.
2.3
Herziening bestemmingsplan
Om het planvoornemen planologisch mogelijk te maken, vindt een partiële herziening van het bestemmingsplan plaats. Daarin worden de geldende bestemmingen binnen de plangebieden waar nodig gewijzigd en zullen de regels binnen het bestemmingsplan aan worden gepast. Het bestemmingsplan bestaat uit de onderdelen verbeelding (plankaart), regels en uit de toelichting. De regels en de verbeelding zorgen na de onherroepelijke inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor de juridisch-planologische borging van de ontwikkeling en vormen gezamenlijk het kader waarbinnen de ontwikkeling gerealiseerd dient te worden. De toelichting bevat een omschrijving van het te ontwikkelen plan en de verantwoording van het plan. In de verantwoording dienen alle onderdelen aan bod te komen die noodzakelijk zijn om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving, beleid en uitvoerbaarheid.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 18 van 94
Hoofdstuk 3 Beleid
3.1
Rijksbeleid
Voor een toetsing aan het Rijksbeleid zijn de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Ladder voor duurzame verstedelijking relevant. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld op grond van de geldende regelgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat, zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Prioriteiten Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden.
Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier prioriteiten: 1.
2.
3.
4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken.
Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 19 van 94
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:
De Omgevingsagenda
Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio.
De NOVI-gebieden
Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Haaksbergen is geen onderdeel van deze voorlopige aandachtsgebieden waardoor er geen vraagstukken met extra prioriteit van toepassing zijn. Conclusie Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen, zoals onderhavige. Het onderhavige plan raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Daarnaast valt Haaksbergen ook niet binnen één van de NOVI-gebieden. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in NOVI. Ladder duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen en eenmaal, in 2017, gewijzigd. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt. Er is veel jurisprudentie over wanneer een plan wel of niet als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' kan worden geclassificeerd.
Centraal daarin staan vragen als: betreft het een ontwikkeling? Is deze ontwikkeling nieuw? Neemt het ruimtebeslag toe? Is er sprake van een toename van bouwmogelijkheden? Hoe verhoudt het zich tot het voorgaand planologisch regime? etc. Beoordeling De beoogde plannen leiden tot geringe veranderingen:
Bij de locatie Rietmolenweg 26 is er een uitbreiding van 341 m 2 aan bedrijfsvloeroppervlak voorzien. Deze toename wordt gecompenseerd door toepassing van het KGO-beleid, waardoor er 683 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Benteloseweg 41 wordt gesloopt. Hierdoor neemt het totale ruimtebeslag dus af. Bij de locatie Benteloseweg 41 zijn behoudend de sloop van de schuur geen fysieke wijzigingen voorzien. Het gebruik van het terrein wiizigt wel, van agrarische bedrijf naar wonen. Op de locatie Boonkweg ongenummerd vindt ook geen toename van het ruimtebeslag plaats. De beoogde ontwikkeling betreft de verplaatsing van een bestaand bouwblok voor een nieuwe woning met bijgebouw, zoals vastgelegd in bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Boonkweg 21
Het ruimtebeslag zal bij alle drie de planlocaties samen dus afnemen in plaats van toenemen, waardoor geen sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Conclusie Op basis van bovenstaande en naar aard en omvang van het plan wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor de Ladder voor duurzame verstedelijk niet toegepast hoeft te worden. De plannen betreffen de verplaatsing van een bouwblok en de uitbreiding van bedrijfsvloeroppervlak dat gecompenseerd wordt door toepassing van het KGO-beleid. De planvoornemens voldoen aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 20 van 94
3.2
Provinciaal beleid
Voor een toetsing aan het provinciaal beleid zijn de Omgevingsvisie 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening relevant. Omgevingsvisie 'Beken Kleur' De Omgevingsvisie van de provincie Overijssel, getiteld 'Beken Kleur', is in 2017 vastgesteld. Jaarlijks wordt de Omgevingsvisie geactualiseerd. Momenteel geldt de geactualiseerde versie sinds 2019. Op dit moment (december 2021) ligt de Ontwerp Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2021 ter inzage. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.
Beoordeling Kijkend naar de overkoepelende rode draden kan worden geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde ruimtelijke beleid. In de beoogde ontwikkelingen wordt het bedrijfsvloeroppervlakte van een bedrijf uitgebreid en wordt ter compensatie 683 m 2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Op de locatie van de Boonkweg betreft het een verplaatsing van een bestaand bouwblok ten behoeve van mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. De plannen worden landschappelijk ingepast. Alle ontwikkelingen kunnen dus worden aangeduid als duurzame ontwikkelingen die de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving ten goede komen. Conclusie De planvoornemens voldoen aan de vereisten uit de omgevingsvisie 'Beken Kleur'. Omgevingsverordening Overijssel De provincie Overijssel beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.
De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Met de provinciale ruimtelijke verordening kan het provinciaal bestuur vooraf regels stellen die gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen in acht moeten nemen. De provincie Overijssel zet in principe alle instrumenten uit de gereedschapskist van de Wro in, dus ook de ruimtelijke verordening. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het uitvoeringsmodel omgevingsvisie.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 21 van 94
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.
Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.
Het uitvoeringsmodel hangt onder de 'paraplu' van de drie eerdergenoemde rode draden: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit (zie onderstaand figuur).
Figuur 7: Uitvoeringsmodel omgevingsverordening Overijssel Bij een initiatief dient aan de hand van deze drie stappen bepaald te worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. 1. Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, het Rijk of de provincie. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 22 van 94
Voor onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende beleidsnormen uit de Omgevingsverordening relevant:
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (art. 2.1.3)
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik stelt dat er enkel een stedelijke ontwikkeling of extra ruimtebeslag buiten bestaand bebouwd gebied (waaronder het buitengebied) kan plaatsvinden indien aannemelijk is gemaakt dat er binnen de bebouwde kom geen geschikte ruimte is en de ruimte binnen bebouwd gebied optimaal is benut. Het principe heeft ten doel onnodig ruimtebeslag op de groene omgeving tegen te gaan. De beoogde ontwikkelingen worden niet getypeerd als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals uitgelegd in paragraaf 3.1. Er is op hogere schaal zelfs sprake van afname van het ruimtebeslag, doordat de uitbreiding aan de Rietmolenweg gecompenseerd wordt door sloop van het dubbele vierkante meter. Om deze reden kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen voldoen aan de beleidsnorm 'Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik'.
Toekomstbestendigheid (art. 2.1.4.).
Toekomstbestendigheid stelt de eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn. Dit houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling aan de Boonkweg, wordt mede gedaan om mogelijke ontwikkelingen op het perceel in de toekomst te kunnen realiseren. Aan de locatie Rietmolenweg wil een bedrijf uitbreiden om economische reden. Op deze manier is het bedrijf voorbereid op de toekomst. Om deze redenen kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen voldoen aan de beleidsnorm 'Toekomstbestendigheid'. 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent volgens de Provinciale Omgevingsvisie het volgende ontwikkelingsperspectief: 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Dit landschap biedt ruimte aan zowel melkveehouderijen, akkerbouwgronden en opwekking van hernieuwbare energie als natuur, recreatie, wonen en overige bedrijvigheid.
Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven, indien maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap worden ondersteund. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Dit bestemmingsplan voorziet in de verplaatsing van een bouwblok en de uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak van een bedrijf binnen de bedrijfsbestemming. De huidige functies van de planlocaties blijven grotendeels behouden en zijn passend binnen het ontwikkelperspectief. De ontwikkelingen worden landschappelijk ingepast en dragen bij aan het mixlandschap in het buitengebied van Haaksbergen. Om deze redenen kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen passen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. 3. Hoe - gebiedskenmerken In elk bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Aan de hand van de provinciale 'vier-lagenbenadering' wordt gemotiveerd hoe de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. De 'vier-lagenbenadering' bestaat uit vier lagen met gebiedskenmerken (zie ook het eerder weergegeven figuur van het uitvoeringsmodel). Voor elke laag gelden specifieke
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 23 van 94
kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven. De vier lagen en bijbehorende voorwaarden voor het plangebied worden hieronder weergegeven:
Natuurlijke laag. Het plangebied aan de Rietmolenweg bevindt zich op de natuurlijke laag van dekzandvlaktes en -ruggen. Ontwikkelingen in dit landschap dienen het hoogteverschil en watersysteem beleefbaar en beter zichtbaar te maken. Het plangebied aan de Boonkweg bevindt zich op de natuurlijke laag van Beekdalen en natte laagtes waarbinnen de ambitie geldt de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Op de planlocatie aan de Benteloseweg bevinden zich beide bovenstaande lagen. Laag van agrarische cultuurlandschappen. De plangebieden aan de Benteloseweg en de Boonkweg bevindt zich in geheel en grotendeels in het Oude hoevenlandschap. Dit landschap kenmerkt zich door verspreide erven met veel variatie op korte afstand. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. De planlocatie aan de Rietmolenweg bevindt zich in geheel in de laag jong heide- en broekontginningslandschap. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit een impuls te geven door in te zetten op de dragende structuren. Stedelijke laag. Het plangebieden bevinden zich in het 'informele trage netwerk'. De locaties Boonkweg en Benteloseweg kennen verspreide bebouwing en de locatie Rietmolenweg betreft een 'woonwijk 1955-nu.
Het informele trage netwerk wordt gekenmerkt door fiets-, ruiter- en wandelpaden welke het mogelijk maken het landschap 'langzaam' te ervaren. Ambities voor deze laag gelden enkel voor ontwikkelingen in de nabijheid van steden en dorpen en derhalve niet voor de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Het gebiedskenmerk 'verspreide bebouwing' wordt gekenmerkt door verspreid gelegen boerenerven en losse burgerwoningen en een samenhang tussen de agrarische erven en het omliggende landschap. Vele erven en burgerwoningen kennen een lange geschiedenis. Ontwikkelingen op de erven dienen bij te dragen aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur. De woonwijken 1955 - nu worden gekenmerkt door repeterende stempelstructuur, ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details. De ambitie hier is om te herstructureren ten behoeve van vitale steden. De beoogde ontwikkelingen zijn niet in strijd met de ambities die zijn geformuleerd voor de verschillende stedelijke lagen. Laag van beleving. De plangebieden bevatten geen laag van beleving.
Conclusie Naar aanleiding van het provinciale uitvoeringsmodel wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie 2030 'Haaksbergen: groenste dorp van Twente' De gemeentelijke structuurvisie, getiteld 'Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente', is op 5 maart 2014 door de gemeenteraad vastgesteld. Kort samengevat staan er negen ambities centraal om Haaksbergen gemoedelijk, gezellig, bereikbaar en groen te houden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en het op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van de voorzieningen. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 24 van 94
Elk initiatief dat bij de gemeente wordt ingediend, moet een bijdrage leveren aan deze ambities. Dat hoeft niet te betekenen dat een plan aan álle ambities moet voldoen, maar het mag niet tegen ambities ingaan, en waar mogelijk moet het bijdragen aan meerdere ambities. Voor het buitengebied stelt de gemeente Haaksbergen de ambitie om de kwaliteit van het buitengebied met zijn hoge cultuurhistorische waarden en de bijzondere natuurgebieden op peil te houden. Tegelijkertijd dient in het buitengebied ruimte te zijn voor agrarische activiteiten om een plattelandseconomie te behouden. De plangebieden bevinden zich niet in het Natuurnetwerk Nederland of een Natura 2000-gebied. Doordat de landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt aan de Benteloseweg en de nieuwe ontwikkelingen op een landelijke manier wordt ingepast levert het een bijdrage aan de hoge cultuurhistorische waarden van het buitengebied. De ontwikkeling betreffen duurzaam ruimtegebruik waarbinnen de cultuurhistorische en archeologische waarde van het buitengebied niet negatief beïnvloed worden. Doordat de beoogde ontwikkeling dermate klein van aard zijn en er geen negatieve effecten op de omgeving te verwachten zijn kan gesteld worden dat de ontwikkelingen voldoen aan de uitgangspunten van de structuurvisie 2030.
Conclusie De planvoornemens voldoen aan de uitgangspunten gesteld in de Structuurvisie 2030 'Haaksbergen: groenste dorp van Twente'.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 25 van 94
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Bodem
In het bestemmingsplan dient een motivering te zijn opgenomen over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Uitgangspunt daarbij is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Situatie plangebied Rietmolenweg 26-28 In opdracht van de initiatiefnemer is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 375 m² aan de Rietmolenweg 28 te Haaksbergen. De resultaten zijn opgenomen in Bijlage 3. In totaal zijn er 5 inspectiegaten gegraven, waarvan 2 gaten zijn verdiept en één diepe boring is afgewerkt met een peilbuis (PB 41). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in het puingranulaat of in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1.25 m-mv. In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 41) zijn enkele verontreinigingen aangetoond. Aangezien de gemeten gehalten de tussenwaarden niet overschrijden, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
In de fijne fractie van mengmonster MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen uitbreiding, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Benteloseweg 41 Aan de Benteloseweg betreft het enkel het slopen van enkele bestaande opstallen ten behoeve van de ontwikkeling aan de Rietmolenweg. Op de locatie van de gesloopte schuur vindt geen nieuwbouw plaats. Er hoeft geen bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Boonkweg ongenummerd In opdracht van de initiatiefnemer is een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd aan de Boonkweg, deze is opgenomen als Bijlage 4. In de ondergrond (boring 16.3 (0.6-1.0 m-mv) zijn enkele van de onderzochte stoffen in (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. In de bovengrond (BG I, BG II en BG III) en in de ondergrond (OG I) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Verontreinigingen in de grond met metalen zijn niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin). Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.
Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 26 van 94
Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.2
Geluid
Bij het doorlopen van een procedure op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening geldt een onderzoeksplicht voor geluid. Dit onderzoek richt zich op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen die binnen een geluidszone van een weg, een spoorweg of een industrieterrein zijn gelegen. Wanneer een nieuw geprojecteerde geluidsgevoelige functie binnen de geluidszonering van een weg valt, dient getoetst te worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) en de uiterste grenswaarde. Deze grenswaarde is voor autosnelwegen 53 dB en voor wegen in stedelijk gebied 63 dB. Geluidsgevoelige functies zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, zorggebouwen en kinderdagverblijven. De geluidszonering van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken van de weg en de binnen- of buiten stedelijke ligging van de weg. Voor geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van een autosnelweg, gelden altijd de buiten stedelijke normen ten gevolge van de autosnelweg. Wanneer nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt binnen de onderzoek zone van de aanwezige wegen, moet akoestisch onderzoek plaatsvinden. Situatie plangebied Rietmolenweg 26-28 Aan de Rietmolenweg is een bedrijf gevestigd. Bedrijven worden niet getypeerd als geluidsgevoelige objecten. Toetsing aan de Wet geluidhinder is niet benodigd.
Benteloseweg 41 In de huidige situatie is een agrarisch bedrijf gevestigd aan de Benteloseweg 41. Het plangebied aan de Benteloseweg 41 wordt omsloten door 3 wegen, te noemen Benteloseweg, Brummelhuizerbrink en Bentelerhaarweg, waarbij de woning op respectievelijk 180m, 210m en 490 m ligt. Deze wegen liggen allemaal buiten de bebouwde kom en worden getypeerd als 'buitenwegen'. In buitenstedelijk gebied geldt voor deze wegen een onderzoekszone van 250 meter. Het plangebied is overlappend met de onderzoekszone van de Benteloseweg en de Brummelhuizerbrink. Het verrichten van een akoestisch onderzoek is in dit geval echter niet noodzakelijk omdat de functie van de bestaande (bedrijfs)woning, namelijk ‘wonen’, niet wijzigt, enkel de enkelbestemming veranderd. Daarnaast is in artikel 76 van de Wgh bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Boonkweg ongenummerd In 2016 is voor het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Boonkweg 21' akoestisch onderzoek verricht. Hieruit bleek dat de nieuwe woningen in “buitenstedelijk” gebied binnen de wettelijk vastgestelde geluidszones, als bedoeld in art. 74 van de Wet geluidhinder, van de Goorsestraat (N347).
De voorkeursgrenswaarde van 48 dB werd niet overschreven. Verplaatsing van het bouwblok in noordwestelijke richting zoals beoogd in dit bestemmingsplan zorgt enkel voor een grotere afstand tussen de woning en de betreffende weg. De Boonkweg betreft daarnaast een weg met een zeer beperkte verkeersintensiteit. Er hoeven hierdoor geen overschrijdingen van de voorkeurswaarde te worden verwacht van de Goorsestraat en Boonkweg. Conclusie Het aspect 'geluid' levert geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 27 van 94
4.3
Flora en fauna (incl. stikstof)
Op 1 januari 2017 is de 'Wet natuurbescherming' in werking getreden. De 'Boswet', de 'Flora en faunawet' en de 'Natuurbeschermingswet 1998' zijn per die datum ingetrokken. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de soortenbescherming en gebiedsbescherming. Bij een ruimtelijke ingreep moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de op grond van de Wet natuurbescherming gestelde regels. Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Projecten of andere handelingen en plannen die negatieve effecten op deze beschermde gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie).
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij' principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Soortenbescherming De soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten.
Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 28 van 94
Situatie plangebied Rietmolenweg 26-28 Soortenbescherming Door natuurbank Overijssel is ter hoogte van het plangebied aan de Rietmolenweg en de Benteloseweg een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 5. Hieruit blijkt dat:
Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Er zijn in het plangebied geen nestlocaties voor huismussen vastgesteld. Er zijn in het plangebied geen aanwijzingen gevonden dat uilen of roofvogels er een nestplaats te bezetten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren niet af. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Door het verwijderen van beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën niet af.
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Van negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland is dus geen sprake. Het plangebied ligt op minimaal 3,63 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Het plangebied ligt op minimaal 4,83 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, is Buurserzand & Haaksbergerveen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Figuur 8: Ligging plangebied Rietmolenweg t.o.v natura 2000-gebieden
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 29 van 94
Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is een negatief effect uitgesloten. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt mogelijk iets toe als gevolg van de uitbreiding en exploitatie van het bedrijf. Deze toename van verkeer leidt tot een lichte toename van emissie van stikstofoxiden welke kunnen neerslaan buiten het plangebied. Gelet op de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Daarvoor is de toename van emissie van stikstofoxiden te gering, gelet op de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied. Benteloseweg 41 Soortenbescherming Door natuurbank Overijssel is ter hoogte van het plangebied aan de Rietmolenweg en de Benteloseweg een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 5. Hieruit blijkt dat:
Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Er zijn in het plangebied geen huismussen waargenomen en er zijn geen (oude)nesten van huismussen in het plangebied vastgesteld. De schuur met dakpannen beschik niet over dakbeschot waardoor huismussen niet onder deze dakpannen kunnen nestelen. et plangebied bestaat volledig uit bebouwing en vormt matig foerageergebied voor vogels. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied aangetast voor vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, zoals van steenuil en huismus. De betekenis van het plangebied als foerageergebied neemt door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten voor vogels niet af. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren niet af. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield.
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen foerageergebied voor vleermuizen aangetast. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën niet af.
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Van negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland is dus geen sprake. Het plangebied ligt op minimaal 1,24 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Het plangebied ligt op minimaal 6,63 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, is Buurserzand & Haaksbergerveen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 30 van 94
Figuur 9: Ligging plangebied t.o.v. natura 2000-gebied Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Er wordt bestaande agrarische bebouwing gesaneerd met als gevolg dat de emissie van stikstof (ammoniak en stikstofoxiden) sterk afneemt. Er vinden hier geen bouwwerkzaamheden plaats, enkel sloopwerkzaamheden. De emissie van stikstof tijdens de gebruiksfase is lager dan de huidige en leidt daarom niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Boonkweg ong. soortenbescherming Door natuurbank Overijssel is ter hoogte van het plangebied aan de Boonkweg ong. een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 6. Hieruit blijkt dat:
Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Er zijn geen nestlocaties van huismussen aanwezig in het plangebied.ls gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels niet af. In de omgeving van het plangebied is een grote hoeveelheid aan foerageergebied voor steenuil aanwezig waardoor het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor deze soort wordt beschouwd. Er wordt geen essentieel foerageergebied van een vogel aangetast waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, zoals van steenuil of huismus. Door het verwijderen van opgeslagen goederen/materialen en het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een grondgebonden zoogdieren gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren af.
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 31 van 94
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Ook wordt met het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten geen foerageergebied voor vleermuizen aangetast. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Door het verwijderen van opgeslagen goederen/materialen en het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rustplaats beschadigd en/of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën niet af.
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Van negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland is dus geen sprake. Het plangebied ligt op minimaal 3,01 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren Het plangebied ligt op minimaal 4,57 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, is Buurserzand & Haaksbergerveen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Figuur 10: Ligging plangebied t.o.v. natura 2000-gebieden Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Het intensief beheerde grasland wordt getransformeerd naar een woonerf. Als gevolg van deze functieverandering neemt de bemesting van het plangebied sterk af en wordt het terrein niet meer beheerd door tractoren. Als gevolg van het bewonen van de woning, neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar het erf toe. Deze toename van verkeersbewegingen veroorzaakt emissie van stikstofoxiden, maar dit zal zeer beperkt zijn. Gelet op de beperkte toename van
planstatus vast te stellen
NL.IMRO.0158.BP1199-0002
pagina 32 van 94
stikstofemissie en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat voorliggend project zal leiden tot toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het uitvoeren van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkelingen. Ook hebben de ontwikkelingen geen negatief effect op beschermde gebieden.