Buitengebied Haaksbergen partiële herziening Molenveldweg 12-14 vastgesteld 1.doc
Tekst van het document
Indien een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden, dient het bevoegd gezag na te gaan of de beoogde ontwikkeling mogelijk aanzienlijke milieugevolgen voor de omgeving kan hebben. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, moet er alsnog een verplichte m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Sinds mei 2017 is de inhoud van een de vormvrije-m.e.r. en de procedure gelijkgetrokken met een m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat de gemeenteraad voor een besluit (de omgevingsvergunning) een besluit genomen moet hebben of er wel of geen project-m.e.r. noodzakelijk is. Dit besluit dient te worden gemotiveerd door middel van een aanmeldnotitie, waarin dezelfde onderdelen aan bod dienen te komen als bij een m.e.r.-beoordeling. Situatie plangebied Woningen komen voor op de D-lijst van het Besluit m.e.r. (D 11.2). Echter overstijgt de voorgenomen ontwikkeling de drempelwaarde niet. Dat betekent dat voor onderhavig plan een vormvrije-m.e.r. uitgevoerd dient te worden om na te gaan of de ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Gezien de kleinschaligheid van het plan, waarbij het aantal woningen gelijk blijft, zijn significante milieueffecten niet te verwachten zijn. Zoals aangetoond is in bovenstaande paragrafen zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet te verwachten.
Er is dan ook geen aanleiding
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 26 van 60
voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage. Conclusie Vanwege de geringe omvang van de ontwikkeling is beargumenteerd dat er geen significante milieueffecten optreden als gevolg van dit bestemmingsplan. Geadviseerd wordt de gemeente te laten besluiten dat het opstellen van een milieueffectrapportage niet benodigd is.
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 27 van 60
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Omdat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met nationale belangen, wordt een vooroverleg met het Rijk niet noodzakelijk geacht. De provincie Overijssel heeft een 'Vooroverleglijst ruimtelijke plannen' opgesteld waarop plannen staan waar geen vooroverleg voor vereist is. Woningbouw staat als volgt op deze lijst: 'Plannen/projectbesluiten voor geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging of verandering van een bestaande en bestemde woning/bedrijfswoningen/of van een bij de woning behorend bijgebouw. Bij vervanging/vernieuwing gaat het omdezelfde plek van de bestaande woning of op daartoe bestemde gronden binnen een afstand van maximaal 10 meter van de bestaande woningmits passend binnen de gebiedskenmerken met een versterking van de ruimtelijke kwaliteit'. De woningen worden niet geheel op dezelfde plek teruggebouwd, maar wel op korte afstand van de bestaande woningen. Middels het erfinrichtingsplan wordt de ontwikkeling passend binnen de gebiedskenmerken gerealiseerd en vindt versterking van de ruimtelijke kwaliteit plaats. Gelet hierop wordt afgezien van het voeren van vooroverleg met de provincie Overijssel. Het waterschap Rijn en IJssel is middels de digitale watertoets geïnformeerd. Na uitvoering van de digitale watertoets is gebleken dat het waterbelang gering is.
Inspraak Gezien de relatief geringe planologische betekenis is afgezien van het ter inzage leggen van een voorontwerp bestemmingsplan. Na overleg met de initiatiefnemer en de gemeente Haaksbergen is direct een ontwerp van dit bestemmingsplan, overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening, ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gebracht zijn of haar zienswijze in te dienen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Het ontwerp bestemmingsplan wordt ongewijzigd ter vaststelling ingediend.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Er wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten waarin afspraken worden gemaakt over de voorgenomen ontwikkeling, alsmede alle financiële kaders waaronder mogelijke planschade, de exploitatiebijdrage en de daadwerkelijke investeringskosten van de beoogde ontwikkelingen Op basis van deze overeenkomst wordt het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht. Het kostenverhaal zal geen belemmering vormen voor uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 28 van 60
Hoofdstuk 6 Juridische regeling
6.1
Procedure bestemmingsplan
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase Door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haaksbergen wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3.1. van het Bro (in een huis-aan-huisblad en via de website), kennis gegeven van het voornemen om de bestemmingsplannen 'Buitengebied Haaksbergen' (2013) en 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' (2017) gedeeltelijk te wijzigen. De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan vervolgens onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg, op grond van artikel 3.1.1 Bro, haar voornemen (vaak in de vorm van een (voor)ontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in het Gemeenteblad, in ten minste één plaatselijk dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en op de internetpagina van de gemeente Haaksbergen, wordt het ontwerp bestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door belanghebbenden een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan worden ingediend.
Vaststellingsfase Na de termijn voor de ter inzage legging stelt de gemeenteraad het ontwerp bestemmingsplan, indien nodig met aanpassingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt en wordt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage gelegd. Dit gebeurt als volgt:
Indien Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport een zienswijze hebben ingediend die door het college niet volledig is overgenomen of indien het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en/of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport wordt het vaststellingsbesluit door uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd.
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 29 van 60
6.2
Plansystematiek
Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de Wro, het Bro en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. In het Bro is een formulering opgenomen ten aanzien van de antidubbeltelregel en het overgangsrecht. Deze teksten zijn neergelegd in de planregels.
6.3
Toelichting op de regels
Inleidende regels Hoofdstuk 1 van de regels bevat de inleidende regels, waaronder de begrippen en de wijze van meten. Artikel 1: Begrippen In artikel 1 van de regels worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Artikel 2: Wijze van meten De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is opgenomen in artikel 2. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de bestemmingsregels voor het gehele plangebied. Artikel 3: Wonen De in het plan opgenomen bestemming 'Wonen' ziet toe op het kunnen realiseren van de woningen. Bouwregels zijn nader in de regels vastgelegd. Het gaat hierbij onder meer om de maatvoering en dergelijke. Artikel 4: Waarde - Hoge archeologische verwachting De in het plan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' zijn onverkort overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'. Artikel 5: Waarde - Middelmatige archeologische verwachting De in het plan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Middelmatige archeologische verwachting' zijn onverkort overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'. Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels.
De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen.
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 30 van 60
Artikel 6: Anti-dubbeltelregel De antidubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De antidubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. Deze bepaling is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Een verdichting kan zich met name voordoen wanneer een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan een keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 7: Algemene bouwregels In dit artikel zijn specifieke bouwregels opgenomen voor gebouwen welke worden gebouwd in de nabijheid van wegen en watergangen. Artikel 8: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. Voor de redactie van de gebruiksregels is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit maakt het noodzakelijk dat de bestemmingsomschrijving (lid 1 van elk artikel) voldoende duidelijkheid schept.
Bij de meeste artikelen is aangegeven wat in elk geval onder "verboden gebruik" moet worden verstaan. Artikel 9: Algemene aanduidingsregels In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' wegens de ter plaatse geldende aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' waarop specifieke regels van toepassing zijn. Artikel 10: Algemene afwijkingsregels De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. Artikel 11: Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn de regels opgenomen op grond waarvan het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd is het plan te wijzigen. Artikel 12: Algemene procedureregels In dit artikel zijn regels opgenomen met betrekking tot de voorbereidingsprocedure voor een besluit tot het stellen van nadere eisen. Artikel 13: Overige regels In dit artikel is bepaald dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Overgangs- en slotregels In Hoofdstuk 4 zijn, overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012, de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen 14 en 15 van de regels opgenomen.
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 31 van 60
Bijlagen
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 32 van 60
Bijlage 1
planstatus vastgesteld
Verkennend bodemonderzoek
NL.IMRO.0158.BP1194-0002
pagina 33 van 60
VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK Conform NEN5740, NEN5707 en NEN5897 Molenveldweg 12-14 - Haaksbergen
Opdrachtgever: De heer R.J. Mentink Locatie: Molenveldweg 12-14 7481 VD Haaksbergen Juli 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek Conform NEN5740, NEN5707 en NEN5897 Molenveldweg 12-14 - Haaksbergen
Opdrachtgever: De heer R.J. Mentink Molenveldweg 14 7481 VD Haaksbergen Locatie: Molenveldweg 12-14 7481 VD Haaksbergen Projectcode: 21041816 Rapportagedatum: 19 juli 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Historische gegevens 2.3 Geologie en geohydrologie
2 2 2 3
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie 3.2 Chemische analyses 3.3 Toetsing chemische analyses 3.4 Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6
4
Resultaten 4.1 Algemeen 4.2 Veldwerkzaamheden 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses 4.5 Resultaten van de asbestanalyses 4.6 Bespreking asbestanalyses
8 8 8 11 11 12 12
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
13
6
Literatuur en bronvermelding
15
Bijlagen I Topografische kaart Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek, Kruse Milieu BV, juli 2021 II Boorprofielen en legenda III Resultaten chemische analyses en toetsingstabellen IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van de heer R.J. Mentink op een terreindeel aan het Molenveldweg 12-14 in Haaksbergen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat binnen de locatie een asbestverdachte puinverharding (oprit) aanwezig is (deellocatie A). De bovengrond van het gehele te onderzoeken terreindeel is verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5725, “Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 - NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrond-, norm- en de streefwaarden overschrijden.
De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in juli 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 1 van 15
2
Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Molenveldweg 12-14, op circa 1400 meter ten zuiden van de bebouwde kom van Haaksbergen. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 247.591 en y = 461.869. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Haaksbergen, sectie F, nummers 2505 (ged.), 2552 (ged.) en 2553 (ged.). De Molenveldweg is ten oosten van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding Binnen de onderzoekslocatie bevinden zich 2 woonhuizen met 2 vrijstaande schuren. De inpandige vloeren zijn hoofdzakelijk van beton. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers. De onverharde terreindelen zijn braakliggend, in gebruik als tuin of begroeid met gras. Het terrein ten noorden van het erf betreft een siertuin. Het terrein ten westen en ten oosten en ten zuiden van de onderzoekslocatie betreft grasland. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen. Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: puinverharde oprit (420 m2); - Te herontwikkelen terreindeel (circa 4750 m2). In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan opgenomen.
2.2 Historische gegevens In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, bij een erfgenaam van de voormalige eigenaar en bij de gemeente Haaksbergen. De volgende informatie is verzameld: - De oudste bebouwing dateert van 1962 en is later verbouwd en vernieuwd. Het schuurtje op het zuidelijke terreindeel dateert van 2011. De locatie was ook voor 1962 bebouwd, met vermoedelijk een klein agrarisch bedrijf. - Er zijn geen Hinderwet- of milieuvergunningen van de locatie bekend. Tot circa 1992 was het hoofdgebouw in gebruik als café (met bovenwoning) en aangrenzende zaal (thans woning). De oostelijk gelegen schuur werd gebruik voor opslag en kleedkamers. Ten zuiden van het erf was een voetbalveld gelegen. Na 1992 wordt de locatie alleen nog bewoond. - De onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - De puinverharde oprit (deellocatie A) is aangelegd rond 1996. Het puin is afkomstig van Langezaal. Er is geen productcertificaat bekend.
De puinverharding wordt beschouwd als asbestverdacht. - De bovengrond van de onderzoekslocatie is vanwege het gebruik en historie verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK, minerale olie en asbest in de bodem. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Volgens de bodemkwaliteitskaart valt de te onderzoeken bodem in de kwaliteitsklassen Wonen (bovengrond) en AW2000 (ondergrond). - Er zijn geen bodemonderzoeken op de locatie of binnen een straal van 50 meter rondom de onderzoekslocatie bekend. Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 2 van 15
2.3 Geologie en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - De locatie is nabij het glaciale dal Rekken-Haaksbergen-Hengelo gelegen. - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 24 meter boven NAP. - De basis van het glaciale dal wordt gevormd door tertiaire afzettingen; de diepte tot de basis bedraagt 30 tot 70 meter min maaiveld. - Het watervoerend pakket is opgebouwd uit een afwisseling van matig fijn tot matig grof zand en klei (Formatie van Drente). Het afdekkend pakket bestaat uit fijn slibhoudend zand, klei en veenlagen (Eemformatie en Formatie van Twente). - De hydraulische weerstand van het afdekkend pakket, dat een maximale dikte van 35 meter heeft, is niet bepaald. Het doorlatend vermogen is ongeveer 100 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. De grondwaterstromingsrichting is (noord)westelijk gericht. - Er bevindt zich in de omgeving van de onderzoekslocatie geen waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. - Op circa 90 meter ten noordwesten van de onderzoekslocatie stroomt de Buurserbeek in zuidwestelijke richting.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 3 van 15
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740, NEN5707 en NEN5897zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: puinverharde oprit (420 m2); - Te herontwikkelen terreindeel (circa 4750 m2). Deellocatie A - puinverharding oprit De onderzoeksstrategie is gebaseerd op norm NEN5897, paragraaf 6.5.2: onderzoek van halfverhardingslagen.
Er zijn op basis van het oppervlak van 420 m2 in totaal 4 inspectiegaten voorgeschreven van 0.3x0.3 meter tot onderzijde van de verharding. De inspectiegaten worden doorgeboord tot de ongeroerde bodemlaag met een maximum van 2.0 m-mv. Indien visueel geen bijzonderheden worden opgemerkt, wordt 1 mengmonster van de fijne fractie (MM FF) van de puinverharding geanalyseerd op asbest. Al het ontgraven puin wordt gezeefd over 20 mm en de grove fractie wordt visueel geïnspecteerd. Aangenomen wordt dat visueel geen asbestverdachte materialen worden opgemerkt. De gaten worden gecodeerd als: A1 tot en met en A4. Te herontwikkelen terreindeel Gezien de historie wordt de bovengrond beschouwd als verdacht voor zowel chemische componenten (zware metalen, minerale olie en PAK) en asbest. Derhalve wordt het onderzoek van de bovengrond uitgevoerd conform norm NEN5740 en NEN5707 (beide verdacht heterogeen, VED-HE-NL). De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht; hiervoor wordt norm NEN5740 (onverdacht, ONV-NL) gehanteerd. De 3 strategieën worden met elkaar gecombineerd, waarbij in totaal 18 inspectiegaten worden gegraven (gecodeerd als 1 tot en met 18). Van de 18 inspectiegaten worden er 4 doorgeboord tot in de ondergrond met een maximum van 2.0 m-mv. Eén diepe boring wordt afgewerkt tot peilbuis. In tabel 1 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie.
Deellocatie A Te her ontwikkelen terreindeel Kruse Milieu BV
420 m2
Boringen of gaten tot 0.5 m-mv 4
4750 m2
14
Oppervlakte
Project: 21041816
Boringen tot 1.0 m-mv
Boringen tot 2.0 m-mv
Peilbuis
-
-
-
-
3
1
Pagina 4 van 15
3.2
Chemische analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratoria voor analyses conform de AS3000-protocollen. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740, NEN5707 en NEN5897 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster Deellocatie A
Puinlaag (1x)
Asbest en droge stof
A - MM FF
Te herontwikkelen terreindeel Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
BG I, BG II, BG III en OG
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
PB 1
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
MM FF - 01 MM FF - 02 MM FF - 03
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.3 Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 5 van 15
De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
3.4 Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 6 van 15
De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde.
Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 7 van 15
4
Resultaten 4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en 4.5 en in paragraaf 4.4 en 4.6 worden de resultaten besproken. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juli 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 7 juli 2021 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 1 boring verricht en 23 inspectiegaten gegraven met behulp van een schep. Er zijn (minimaal) 5 inspectiegaten doorgeboord tot de ondergrond. Er is één diepe boring afgewerkt tot peilbuis met behulp van een zuigerboor. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Het maaiveld was grotendeels vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 100%). De bodem kon deels, vanwege de aanwezigheid van verhardingslagen en gras, niet of niet goed geïnspecteerd worden; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen of weinig neerslag).
Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot maximaal 2.80 meter diepte uit voornamelijk matig fijn zand. In de ondergrond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 3). De puinverharding bestaat uit een dunne laag gravel van 3 centimeter met daaronder een dunne laag puingranulaat van 3 tot 9 centimeter. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen in de bodem en in de puinverharding. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming Deellocatie A
A1
0 - 0.03 0.03 - 0.08
Sporen puin Puingranulaat
A2
0 - 0.03 0.03 - 0.06
Sporen puin Puingranulaat
A3
0 - 0.03 0.03 - 0.11
Sporen puin Puingranulaat
A4
0 - 0.03 0.03 - 0.11
Sporen puin Puingranulaat
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 8 van 15
Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming Te herontwikkelen terreindeel
1
0 - 0.05 0.05 - 0.50
Gravel Sporen baksteen
2
0 - 0.03 0.03 - 0.10 0.10 - 0.15
Beton Oude klinkerverharding Beton
3
0 - 0.60
Sporen baksteen
5
0 - 0.50
Sporen baksteen
6
0 - 0.50
Sporen baksteen
7
0.20 - 0.35
Sporen baksteen
8
0.08 - 0.50
Sporen baksteen
9
0.50 - 1.00
Sporen baksteen
10
0 - 0.40
Sporen baksteen
11
0.08 - 0.60
Sporen baksteen
12
0 - 0.60
Sporen baksteen
14
0.20 - 0.40
Sporen puin
16
0 - 0.35
Sporen baksteen
18
0 - 0.50
Sporen baksteen
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de monsterpunten zijn de (meng)monsters geanalyseerd, zoals in tabel 4 staat omschreven. Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Deellocatie A A - MM FF
A1 A2 A3 en A4
0 - 0.08 0 - 0.06 0 - 0.11
Asbest
Te herontwikkelen terreindeel Bovengrond, BG I (sporen puin)
1 5 en 18 16
0.05 - 0.50 0 - 0.50 0 - 0.35
NEN5740standaardpakket
Bovengrond, BG II (sporen puin)
3 6 10 11
0 - 0.50 0 - 0.35 0 - 0.40 0.08 - 0.50
NEN5740standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 9 van 15
Vervolg tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Analyse
Traject (diepte in m-mv)
Te herontwikkelen terreindeel Bovengrond, BG III (sporen puin)
7 8 12 14
0.20 - 0.35 0.08 - 0.50 0 - 0.50 0.20 - 0.40
NEN5740standaardpakket
Ondergrond, OG I
1 2 3 4
0.50 - 1.40 0.40 - 1.20 0.60 - 1.50 0.50 - 1.05
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01
1 5 en 18 16
0.05 - 0.5 0 - 0.5 0 - 0.35
Asbest
MM FF - 02
3 en 12 6 10
0 - 0.50 0 - 0.35 0 - 0.40
Asbest
MM FF - 03
7 8 en 11 14
0.20 - 0.35 0.08 - 0.50 0.20 - 0.40
Asbest
Boring 1 is doorgezet tot 2.80 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 13 juli 2021 is het grondwater bemonsterd. Dit is een dag eerder dan de voorgeschreven minimale rusttijd van 7 dagen. De mogelijke negatieve invloed op de analyseresultaten worden zeer gering geacht. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
1
1.80 - 2.80
1.25
6.6
180
28
Goed
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 10 van 15
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft 6 dagen rusttijd gehad na plaatsing. Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In het grondwater zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. De bovengrond (BG I, BG II en BG III) en in de ondergrond (OG I) zijn niet verontreinigd. Tabel 6: Verhoogde concentraties (µg/l).
1
Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1 of streefwaarde
Interventiewaarde
Grondwater, PB 1
Barium Cadmium Zink
110 0.5 170
110 * 0.5 * 170 *
50 0.4 65
625 6.0 800
AW2000
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 11 van 15
Grondwater - PB 1 - Barium, cadmium en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de bovenen ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.5 Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Monster
Component
Gewogen asbestconcentratie
Toetsingswaarde nader asbestonderzoek
Deellocatie A Inspectiegat A1
Asbest
13.2
50
Inspectiegat A2
Asbest
12.5
50
Inspectiegat A3
Asbest
13.1
50
Inspectiegat A4
Asbest
13.4
50
Te herontwikkelen terreindeel MM FF - 01
Asbest
n.a.
50
MM FF - 02
Asbest
n.a.
50
MM FF - 03
Asbest
n.a.
50
In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6 Bespreking asbestanalyses In de puinverharding van de oprit is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De puinhoudende bodemlagen, die zijn opgenomen in de 3 mengmonsters van de fijne fractie, van het te herontwikkelen terreindeel zijn niet asbesthoudend.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 12 van 15
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van de heer R.J. Mentink is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 1790 m² aan de Molenveldweg 12-14 te Haaksbergen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen. Het verkennend bodemonderzoek is verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: puinverharde oprit (420 m2); - Te herontwikkelen terreindeel (circa 4750 m2). Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat binnen de locatie een asbestverdachte puinverharding (oprit) aanwezig is (deellocatie A). De bovengrond van het gehele te onderzoeken terreindeel is verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal is er 1 grondboring verricht en zijn er handmatig 23 inspectiegaten gegraven.Minimaal vijf gaten zijn doorgeboord tot in de (ongeroerde) ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis.
Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de puinverharding en in de bodem. Het freatische grondwater in peilbuis 1 is aangetroffen op 1.25 meter min maaiveld. Analyseresultaten Op basis van de resultaten van de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie A (puinverharde oprit) - A - MM FF is asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Overig te herontwikkelen terreindeel - Bovengrond, BG I en BG II zijn niet verontreinigd; - MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 zijn niet asbesthoudend; - Ondergrond, OG I is niet verontreinigd; - Grondwater, PB 1 is (zeer) licht verontreinigd met barium, cadmium en zink. Hypothese De hypothese "verdachte locatie" dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” voor deellocatie A dient te worden aangenomen, aangezien asbest is aangetoond. De hypothese asbestverdacht voor het overig te herontwikkelen terreindeel dient te worden verworpen; aangezien geen asbest is aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 13 van 15
Conclusies en aanbevelingen Deellocatie A (puinverharde oprit) In de puinverharding van de oprit is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Overig te herontwikkelen terreindeel De bovengrond BG I, BG II en BG III en de ondergrond (OG) zijn niet verontreinigd. Het grondwater is (zeer) licht verontreinigd met barium, cadmium en zink. De mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 zijn niet asbesthoudend. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is.
Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 14 van 15
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Haaksbergen NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.
Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS”, Ministerie van I en W, 29 november 2019 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Topografische kaart, kaartblad 34 G. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl
Kruse Milieu BV
Project: 21041816
Pagina 15 van 15
Bijlage I Topografische kaart Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek, Kruse Milieu BV, juli 2021
Molenveldweg 12-14 te Haaksbergen
Topografische kaart
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Projectnummer: 21041816
Schaal: 1:25000
Bijlage: I
Kaartblad: 34 G
De heer R. J. Mentink Molenveldweg 12-14 7481 VD Haaksbergen Verkennend bodemonderzoek
gras A1
A2
deellocatie A puinverharde oprit
Mo
1
le n
nieuw te bouwen woning
ve eg
18
A3
gras tuin
tuinhuis 16
nieuw te bouwen bijgebouw
ldw
17 gras
tuin
woning 15
A4
4
tuin 5 14
oprit
woning
schuur 2
tuin 8
13
tuin
gras
12
nieuw te bouwen woning 9
tuin recreatiewoning
tuin
3 6
gras
11
10 = Onderzoekslocatie = Huidige enkelbestemming Wonen = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
7
nieuw te bouwen bijgebouw
25
0
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: JH/RV/NP/BD
Projectcode Schaal Datum
Tekenaar: JK
: 21041816 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2021
Bijlage II Boorstaten
1
1
gras / cm t ov m aaiveld
0
4 0
hout en vloer / cm t ov m aaiveld
0
edelm an, gravelgranulaat 1 50 2
-5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , sporen bakst een, edelm an
50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer, edelm an
oude bet onvloer -27
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand -50
-90 3
-17 1
-50
100
0
30x30cm
3
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel -80
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, sporen roest , edelm an
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, st erk t eelaarde -105
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, zwak roest
150 -160
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
180
-135
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, sporen roest -150
-240
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
250 280
-280
5
gras / cm t ov m aaiveld
0
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er N ick Pe p p in g
1 50
2
bet on / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen bakst een -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, m at ig oer
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-55
0
31x30cm -3
1
oude klinkerverharding
2
bet oncem ent vloer
-10
50
6
-15
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde 3
100
1
-40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige -70
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, rood, zwak oer
150
weiland / cm t ov m aaiveld
0
-150
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
50
-35
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, st erk oer
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50
7 3 0 1 50
1 0
31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen zand, sporen bakst een
100 3
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen zand, sporen bakst een
2 50
-50 2
150
klinker / cm t ov m aaiveld
0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, zwak wort els, sporen oer, sporen bakst een
0 -7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, zwak oer -20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, st erk wort els, sporen puin
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-35
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer -50
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde
8
-110
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest
klinker / cm t ov m aaiveld
0 -150 1 50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
0 -8
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen bakst een, sporen t eelaarde, ophoogzand geroerd -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer -60
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
M ole n ve ld w e g 1 2 -1 4 - H a a k sb e r g e n 21041816 N EN 5 1 0 4
9
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 50
14 0
1
-8
2
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, zwak oer -50
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak zand, sporen bakst een, geroerd
100
klinker / cm t ov m aaiveld
0
50
-7
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand -20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, st erk wort els, sporen puin
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
0
-50 -110
15
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1
10
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-40
50
-25
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, st erk wort els, sporen bakst een
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50
16
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
11
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 50
-35
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, st erk oer
0 -8
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen bakst een, sporen t eelaarde, ophoogzand geroerd
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen bakst een
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50
-50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen bakst een, sporen t eelaarde, ophoogzand geroerd
17
gras / cm t ov m aaiveld
0 -60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer
1 -65
12
-40
50
groenst rook / cm t ov m aaiveld
0 1 50
0
31x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen bakst een, sporen zand
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen bakst een, sporen zand
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
18 -60
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, m at ig oer
1 -65 50
13
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
0
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, zwak wort els
2
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -65
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer -70
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, st erk oer -60
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
0
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen oer, zwak zand, sporen bakst een, geroerd
M ole n ve ld w e g 1 2 -1 4 - H a a k sb e r g e n 21041816 N EN 5 1 0 4
A1 0
gravel / cm t ov m aaiveld
0
38x35cm , st erk gravel bovenlaag 3 cm m et puingranulaat van 5 cm . dik., st erk puin, gf/ff : 1,8/13,2 kg. geen asbest aanget roffen.
50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-8
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , ophoogzand -25
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -50
A2 0
gravel / cm t ov m aaiveld
0
30x35cm , st erk gravel bovenlaag gravel 3 cm m et puingranulaat van 3 cm . dik., st erk puin, gf/ff : 2,1/10,3 kg. geen asbest aanget roffen.
50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-6
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , ophoogzand -20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -50
A3 0
gravel / cm t ov m aaiveld
0
33x35cm , st erk gravel bovenlaag gravel 3 cm m et puingranulaat van 8 cm . dik., st erk puin, gf/ff : 2,8/17,6 kg. geen asbest aanget roffen.
50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-11
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , ophoogzand -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart -50
A4 0
50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 7 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
gravel / cm t ov m aaiveld
0
33x35cm , st erk gravel bovenlaag gravel 3 cm m et puingranulaat van 8 cm . dik., st erk puin, gf/ff : 2,2/18,6 kg. geen asbest aanget roffen. -11
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , ophoogzand -18
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer -50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
M ole n ve ld w e g 1 2 -1 4 - H a a k sb e r g e n 21041816 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV T.a.v. J. Kienstra Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN
Analysecertificaat Datum: 14-Jul-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021113343/1 21041816 Molenveldweg 12-14 - Haaksbergen 07-Jul-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL