CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening Eibergsestraat 250

Gemeenteraad 29 juni 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Eibergsestraat 250’28.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In zowel het noordelijke als het zuidelijke deel is de bodem verstoord tot minimaal 0,6 m-mv, waarbij geen potentiële cultuurlaag meer aanwezig zal zijn. Rondom het historische erf is een meer dan een meter dik plaggendek aangetroffen dat an sich al is te beschouwen als cultuurlaag. De onderzijde van het dek ligt op 1,1 à 1,4 m -mv. De verwachting op het aantreffen van resten uit de periode volle middeleeuwen en nieuwe tijd is onverminderd hoog vanwege de ligging op het historische erf Harink. Vanwege de bodemverstoringen en het gebruik als erf vanaf de middeleeuwen is de kans kleiner dat waarden van landbouwnederzettingen uit het neolithicum tot aan de volle middeleeuwen worden aangetroffen dan op basis van het bureauonderzoek werd verwacht. De kans op het aantreffen van een vuursteenvindplaats is nihil. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen met uitzondering van de eerder genoemde cultuurlaag die heeft gezorgd voor gunstige conserveringsomstandigheden van eventuele archeologische waarden.

Uit het booronderzoek, welke is opgenomen als Bijlage 6, blijkt dat indien de ingrepen in de bodem in de zone met een hoge archeologische verwachting tot 0,8 m of dieper reiken, een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven benodigd is. Echter zal de bodem volgens initiatiefnemer niet dieper verstoord worden dan de aangegeven 80 cm-mv. De hoge archeologische verwachting voor wat betreft het voorkomen van archeologische resten die samenhangen met het historische erf voor de plangebied blijft gehandhaafd. Ter plaatse van de stallen is een lage archeologische waarde vastgesteld. Cultuurhistorie De cultuurhistorische situatie van het plangebied hangt met name samen met de ligging ervan op de locatie van boerderij ‘Harink’. Deze boerderijplaats bevindt zich in het buurtschap Brammelo, dat ten zuidwesten van Haaksbergen gelegen is. De oudste vermelding van deze boerderij is aangetroffen uit een goederenregister uit 1188. Deze boerderij zal blijven bestaan en de bedrijfswoning worden van de initiatiefnemers. De ontsierende opstallen die niet passen binnen het Twentse karakter worden gesloopt en binnen het bestaande bouwvlak herbouwd tot functionele bedrijfsgebouwen welke passen binnen de Twentse stijl en ondergeschikt zijn aan de monumentale boerderij. Hierdoor wordt het monumentale karakter van het erf en de boerderij versterkt.

Conclusie De aspecten 'archeologie en cultuurhistorie' leveren geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 25 van 82

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door bedrijven en milieuzonering. Onder bedrijven en milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Bedrijven en milieuzonering heeft twee doelen:  

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de onderlinge afstand wordt gebruik gemaakt van de meest recente VNG-publicatie 'Bedrijven & Milieuzonering', waarin richtafstanden zijn opgenomen. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieugevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Situatie plangebied Het plangebied bevindt zich in landelijk gebied, omringd door landbouwgrond en bos. De initiatiefnemer is voornemens om een uitvaartcentrum te realiseren. Hierbij dient gekeken te worden naar de effecten van het uitvaartcentrum op de omgeving, de zogenaamde externe werking. Uitvaartcentra hebben een milieucategorie 1. Hierbij horen richtafstanden tot 10 meter. De dichtstbijzijnde woningen bevinden zich op meer dan 100 meter afstand van het toekomstige uitvaartcentrum waardoor geconcludeerd kan worden dat van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden als gevolg van deze functie is dan ook geenszins sprake.

Kijkend naar de effecten van het uitvaartcentrum op de bedrijfswoning van de initiatiefnemer kan worden geconcludeerd dat alleen voor de factor geluid een richtafstand van 10 meter geldt. Voor geluid is een bedrijfswoning, net als een gewone woning, een geluidsgevoelige functie. Echter, uitzondering hierop is de inrichting waar de bedrijfswoning bij hoort. Voor deze inrichting is de bedrijfswoning (in de milieuregelgeving) geen geluidsgevoelige functie. Wel moet voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening. Kijkend naar de interne werking, de effecten van de omgeving op de beoogde ontwikkeling, kan geconcludeerd worden dat er op dit moment ook sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de volledigheid zijn de 3 soorten bedrijven in de omgeving weergeven in onderstaande figuur en daaronder kort uitgelegd en verantwoord.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 26 van 82

Figuur 8: Bedrijf en milieuzonering omgeving plangebied Ten eerste wordt het plangebied omringd door agrarische bedrijven. Het betreft hier landbouwbedrijven met veeteelt met een oppervlakte groter dan 500m 2. Hiervoor geldt een milieucategorie van 3.1 en een richtafstand 50 m. Enkel de agrarische bestemming aangrenzend aan het plangebied is overlappend, maar dit is op dit moment een vervallen schuur. Kijkend naar de 'plek van ontwikkeling' dan ligt ook deze agrarische bestemming op voldoende afstand van de bedrijfswoning en dus hebben de omliggende agrarische bestemmingen geen negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Aan de overkant van de Eibergsestraat ligt een bedrijf gespecialiseerd in Ijzerwaren, Tuin en Park, Mechanisatie en Constructie. Hiervoor geldt een maximale milieucategorie 2 en bijbehorende richtafstand van 30 meter. Het bedrijf ligt op voldoende afstand van het plangebieden heeft geen negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Ten noorden van het plangebied ligt een tankstation. Een tankstation zonder LPG, waarvoor een milieucategorie van 2 geldt met een richtafstand van 30 m. Dit tankstation ligt op een afstand van circa 700 meter en heeft daarom geen negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' levert geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 27 van 82

4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij productie, gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd: 

het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de PR 10-6-contour rond inrichtingen waarin opslag en productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is geen norm, maar er geldt een verantwoordingsplicht. Binnen het invloedsgebied van het groepsrisico dient de realisatie van kwetsbare objecten, zoals het appartementengebouw, en eventuele gevolgen voor het groepsrisico verantwoord te worden.

Situatie plangebied In de nabijheid van het plangebied (ca. 500m) bevinden zich geen risicovolle inrichtingen en worden er geen gevaarlijke stoffen getransporteerd over weg, water of spoor of door buisleidingen. Het plangebied valt ruim buiten de PR 10-6 contour en het invloedsgebied van het groepsrisico van eventuele risicobronnen in de omgeving. Het aspect externe veiligheid vormt geen aandachtspunt voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.8

Geur

Bij het aspect 'geur' in het buitengebied vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden:

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 28 van 82

 

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Situatie plangebied In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele agrarische bedrijven. De dichtstbijzijnde agrarische bedrijven liggen op voldoende afstand waardoor vanuit de omgeving geen geurhinder op het plangebied wordt verwacht. Omdat het agrarisch gebruik binnen het plangebied ophoudt te bestaan leidt dit naar de omgeving toe tot een vermindering van eventuele geurhinder. Conclusie Het aspect 'geur' levert geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.9

Luchtkwaliteit

Bij ieder ruimtelijke ontwikkeling moet toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaatsvinden. Er dient te worden vastgesteld welke gevolgen het project heeft voor de luchtkwaliteit. Met name de (toename van) autoverkeer heeft ten gevolge dat de luchtkwaliteit verslechtert. Daarnaast dient beoordeeld te worden of de luchtkwaliteit zodanig is dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Voor het aspect 'luchtkwaliteit' zijn door de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In deze wet zijn grenswaarden voor verschillende luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. De belangrijkste zijn het Besluit en de Regeling NIBM (niet in betekenende mate bijdragen). Het Besluit NIBM staat ontwikkelingen toe wanneer de ontwikkeling 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij 3% van de grenswaarden genoemd voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in de Wet milieubeheer. Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats.

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Dit geldt, onder andere, voor:   

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Verder kunnen ook ruimtelijke ontwikkelingen die niet genoemd staan in de Regeling NIBM niet in betekenende mate bijdragen. Hiervoor geldt dat de bijdrage aan NO2 en PM10 onder de grenswaarde van 3% moet liggen. Situatie plangebied Voorliggend bestemmingsplan leidt niet tot wijzigingen in het aantal woningen binnen het plangebied. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen, of een positieve, invloed op de luchtkwaliteit. De ontwikkeling ligt bovendien ruim onder de grenswaarde van 3% uit het Besluit NIBM en draagt dus niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Naast de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren ontwikkeling wordt voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 29 van 82

de normen voor een goed woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de RIVM kaarten welke weergeven staan op www.atlasleefomgeving.nl. Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Naast de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren woningen voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de RIVM kaarten welke weergeven staan op www.atlasleefomgeving.nl. Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Op basis van de 'Atlas Leefomgeving' blijkt dat de achtergrondconcentraties in 2019 aan fijnstof PM10, PM2,5 en stikstofdioxide NO2 ter plaatse van het plangebied respectievelijk maximaal 16 µg/m³, 9 µg/m³ en 14 µg/m³ bedraagt. De achtergrondbelastingen liggen ruimschoots onder de grenswaarde van 40 µg/m³ voor PM10 en NO2 en ruimschoots onder de grenswaarde van 20 µg/m³ voor PM2,5. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' levert geen belemmering op ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.10

Kabels en leidingen

Kabels en (buis)leidingen in de grond in of nabij het plangebied kunnen van belang zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling en dienen derhalve planologisch geregeld te worden. Het gaat dan om kabels en leidingen met een veiligheidsrisico of een belangrijke maatschappelijke functie, zoals (ondergrondse) hoogspanningskabels, gasleidingen of buisleidingen voor brandbare en vergiftigde stoffen. Situatie plangebied Voor de bouw van kwetsbare objecten binnen een dubbelbestemming 'Hartlijn leiding hoogspanningsverbinding' dient normaliter onderzocht te worden wat de effecten van de electromagnetische velden op mens en dier is. Het uitvaartcentrum betreft hiervoor geen kwetsbaar object. De bedrijfswoning is reeds aanwezig. Derhalve wordt geen belemmering verwacht voor de ligging van het plan langs de hoogspanningsverbinding. Ook moet gekeken worden naar de veiligheid en leveringszekerheid van de verbinding. Voor de uitvoering van werken en werkzaamheden, het slopen van gebouwen en de eventuele nieuwbouw binnen de belemmerende strook moet daarom advies ingewonnen worden bij de leidingbeheerder. Conclusie Vanuit het aspect 'kabels en leidingen' wordt het plan uitvoerbaar geacht.

4.11

Verkeer en parkeren

Door Goudappel is een notitie opgesteld die ingaat op verkeer en parkeren. Deze notitie, 'Ontsluiting uitvaartcentrum startman', is opgenomen als Bijlage 7. De belangrijkste conclusies zijn hieronder opgenomen.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 30 van 82

Situatie plangebied Verkeer Het uitvaartcentrum leidt tot een beperkte verkeerstoename op de Eibergsestraat. Het extra verkeer rijdt vooral buiten de spitsen. In het plan is voorzien dat bezoekers voornamelijk aankomen over de Eibergsestraat en vertrekken via de Kerkweg. Ook op de Kerkweg kan het extra verkeer goed verwerkt worden. Met de eenrichtingsroute is voorzien in een veilige ontsluiting. Bij de entree van het plangebied wordt markering aangebracht om de toegang naar de Eibergsestraat te verduidelijken en te voorkomen dat men de toegang voorbij rijdt. Parkeren De parkeerplaats krijgt een plek aan de noordkant van het projectgebied, aan het einde van de oprijlaan. Een logische plek, waardoor bezoekers niet gaan dwalen. De parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast. De parkeerbehoefte, a 30 perkeerplaatsen, kan volledig op eigen terrein worden opgevangen en daarvoor is voldoende ruimte. In het plan wordt uitgegaan van een parkeerterrein in halfverharding. Rond de gebouwen is voldoende ruimte aanwezig om ook een paar invalidenparkeerplaatsen te realiseren. Conclusie Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd en met de nieuwe ontsluitingweg aan de Kerkweg kan het extra verkeer goed worden verwerkt. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

Aanmeldnotitie M.E.R.

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten daadwerkelijk een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er een drietal mogelijkheden: 1. 2. 3.

M.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; M.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of het uitvoeren van een m.e.r. verplicht is; Vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de in daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden.

Indien een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden, dient het bevoegd gezag na te gaan of de beoogde ontwikkeling mogelijk aanzienlijke milieugevolgen voor de omgeving kan hebben. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, moet er alsnog een verplichte m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Sinds mei 2017 is de inhoud van een de vormvrije-m.e.r. en de procedure gelijkgetrokken met een m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat de gemeenteraad voor een besluit (de omgevingsvergunning) een besluit genomen moet hebben of er wel of geen project-m.e.r. noodzakelijk is. Dit besluit dient te worden gemotiveerd door middel van een aanmeldnotitie, waarin dezelfde onderdelen aan bod dienen te komen als bij een m.e.r.-beoordeling.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 31 van 82

Situatie plangebied De beoogde ontwikkeling komt voor op de D-lijst van het Besluit m.e.r. (D 11.2). Echter overstijgt de voorgenomen ontwikkeling de drempelwaarde niet. Dat betekent dat voor onderhavig plan een vormvrije-m.e.r. uitgevoerd dient te worden om na te gaan of de ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Gezien de kleinschaligheid van het plan zijn significante milieueffecten niet te verwachten. Zoals aangetoond is in bovenstaande paragrafen zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet te verwachten. Er is dan ook geen aanleiding voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage. Conclusie Vanwege de geringe omvang van de ontwikkeling is beargumenteerd dat er geen significante milieueffecten optreden als gevolg van dit bestemmingsplan. Geadviseerd wordt de gemeente te laten besluiten dat het opstellen van een milieueffectrapportage niet benodigd is.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 32 van 82

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Omdat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met nationale belangen, wordt een vooroverleg met het Rijk niet noodzakelijk geacht. De provincie Overijssel heeft een 'Vooroverleglijst ruimtelijke plannen' opgesteld waarop plannen staan waar geen vooroverleg voor vereist is. Onderhavig plan valt onder de categorie 'nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding met KGO'. In het erfinrichtingsplan is onderbouwd hoe het plan past binnen het KGO beleid en in dit bestemmingsplan is het overige beleid verantwoord. Het plan past binnen het beleid. Gelet hierop wordt afgezien van het voeren van vooroverleg met de provincie Overijssel. Het waterschap Rijn en IJssel is middels de digitale watertoets geïnformeerd. Op basis van hun reactie wordt de waterparagraaf eventueel nog aangevuld. Inspraak Gezien de relatief geringe planologische betekenis is afgezien van het ter inzage leggen van een voorontwerp bestemmingsplan. Na overleg met de initiatiefnemer en de gemeente Haaksbergen is direct een ontwerp van dit bestemmingsplan, overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening, ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Eenieder heeft in deze periode de kans gekregen om zienswijzen in te dienen. In deze periode is één zienswijze ingediend. Ambtshalve zijn tevens een aantal aanpassingen doorgevoerd.

De beantwoording van de zienswijze en de ambtshalve wijzigingen staan vermeld in de ‘Zienswijzennnota’ zoals opgenomen in Bijlage 8 bij deze toelichting.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Er wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten waarin afspraken worden gemaakt over de voorgenomen ontwikkeling, alsmede alle financiële kaders waaronder mogelijke planschade, de exploitatiebijdrage en de daadwerkelijke investeringskosten van de beoogde ontwikkelingen Op basis van deze overeenkomst wordt het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht. Het kostenverhaal zal geen belemmering vormen voor uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 33 van 82

Hoofdstuk 6 Juridische regeling

6.1

Procedure bestemmingsplan

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase Door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haaksbergen wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3.1. van het Bro (in een huis-aan-huisblad en via de website), kennis gegeven van het voornemen om de bestemmingsplannen 'Buitengebied Haaksbergen' (2013) en 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' (2017) gedeeltelijk te wijzigen. De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan vervolgens onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg, op grond van artikel 3.1.1 Bro, haar voornemen (vaak in de vorm van een (voor)ontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant, in ten minste één plaatselijk dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en op de internetpagina van de gemeente Haaksbergen, wordt het ontwerp bestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door belanghebbenden een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan worden ingediend.

Vaststellingsfase Na de termijn voor de ter inzage legging stelt de gemeenteraad het ontwerp bestemmingsplan, indien nodig met aanpassingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt en wordt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage gelegd. Dit gebeurt als volgt: 

Indien Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport een zienswijze hebben ingediend die door het college niet volledig is overgenomen of indien het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en/of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport wordt het vaststellingsbesluit door uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 34 van 82

6.2

Plansystematiek

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de Wro, het Bro en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. In het Bro is een formulering opgenomen ten aanzien van de antidubbeltelregel en het overgangsrecht. Deze teksten zijn neergelegd in de planregels.

6.3

Toelichting op de regels

Inleidende regels Hoofdstuk 1 van de regels bevat de inleidende regels, waaronder de begrippen en de wijze van meten. Artikel 1: Begrippen In artikel 1 van de regels worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Artikel 2: Wijze van meten De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is opgenomen in artikel 2. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de bestemmingsregels voor het gehele plangebied. Artikel 3: Agrarisch met waarden - Landschap De in het plan opgenomen bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' is grotendeels overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' en vervangt het deel van de oorspronkelijke bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' welke niet de bestemming 'Maatschappelijk' krijgt. Daarmee sluit dit deel aan op de omliggende bestemmingen. Artikel 4: Bos De in het plan opgenomen bestemming 'Bos' is grotendeels overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' en vervangt een deel van de oorspronkelijke bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap'.

Artikel 5: Maatschappelijk De in het plan opgenomen bestemming 'Maatschappelijk' is grotendeels overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' en vervangt het deel van de oorspronkelijke bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' waar het uitvaartcentrum met bijbehorende voorzieningen beoogd is. Artikel 6: Leiding - Hoogspanningsverbinding De in het plan opgenomen dubbelbestemming 'Leiding' is onverkort overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 35 van 82

Artikel 7: Waarde - Hoge archeologische verwachting De in het plan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' is onverkort overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'. Artikel 8: Waarde - Lage archeologische verwachting De in het plan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Lage archeologische verwachting' is onverkort overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'. Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels. De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen. Artikel 9: Anti-dubbeltelregel De antidubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De antidubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. Deze bepaling is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen.

Een verdichting kan zich met name voordoen wanneer een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan een keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 10: Algemene bouwregels In dit artikel zijn specifieke bouwregels opgenomen voor gebouwen welke worden gebouwd in de nabijheid van wegen en watergangen. Artikel 11: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. Voor de redactie van de gebruiksregels is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit maakt het noodzakelijk dat de bestemmingsomschrijving (lid 1 van elk artikel) voldoende duidelijkheid schept. Bij de meeste artikelen is aangegeven wat in elk geval onder "verboden gebruik" moet worden verstaan. Artikel 12: Algemene aanduidingsregels In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' wegens de ter plaatse geldende aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en 'luchtverkeerszone' waarop specifieke regels van toepassing zijn.

Artikel 13: Algemene afwijkingsregels De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 36 van 82

Artikel 14: Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn de regels opgenomen op grond waarvan het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd is het plan te wijzigen. Artikel 15: Algemene procedureregels In dit artikel zijn regels opgenomen met betrekking tot de voorbereidingsprocedure voor een besluit tot het stellen van nadere eisen. Artikel 16: Overige regels In dit artikel is bepaald dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Overgangs- en slotregels In Hoofdstuk 4 zijn, overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012, de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen 17 en 18 van de regels opgenomen.

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 37 van 82

Bijlagen

planstatus vastgesteld

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 38 van 82

Bijlage 1

planstatus vastgesteld

Landschappelijk inrichtingsplan

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 39 van 82

Erve Harink Inrichtingsplan

Afbeelding 1. Topografische kaart van de omgeving: Projectlocatie ligt aan de Eibergsestraat tussen Haaksbergen en Eibergen in.

Opdrachtgever: Naam: Uitvaartcentrum Startman Adres: Eibergsestraat 250 Postcode: 7481 HP Plaats: Haaksbergen

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer:

201034 - 201549

Datum:

16-05-2022

Projectleider:

TR

Opgesteld:

NS

Gecontroleerd:

JS

Status:

Definitief

Versie:

1

© 2022 Eelerwoude

Dit rapport is dubbelzijdig opgemaakt.

Afbeelding 2. Luchtfoto van de omgeving: Het erf ligt ingebed in bosjes, een hogere es en de N-weg. Het kleinschalige karakter, van weleer, met coulissen en kleine kamers, is veelal verdwenen.

4

| Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

1. Inleiding Aanleiding herinrichting erf

Ligging Erve Harink

Startman uit Haaksbergen. Op Erve Harink willen zij een uitvaartcentrum realiseren

uit een bosperceel, grasland en een erf. Het erf bestaat uit een karakteristieke

met een rusttuin waarin de landschappelijke beleving van het Twentse landschap

boerderijwoning, tevens een rijksmonument, een tweetal varkensstallen, welke

centraal staat. Daarnaast zullen zij in de oude boerderij gaan wonen.

verbouwd zijn voor melkvee, en een kapschuur ten behoeve van de stalling van

De locatie Eibergsestraat 250, Erve Harink, is aangekocht door Uitvaartcentrum

Erve Harink is gelegen aan de Eibergestraat 250 te Haaksbergen. Het gebied bestaat

landbouwmachines. De agrarische functie is de laatste jaren afgenomen. De huidige Een principeverzoek voor deze ontwikkeling is ingediend. Daaropvolgend is deze

bijgebouwen zijn op dit moment niet meer agrarisch in gebruik en staan leeg.

rapportage, hierin zijn de plannen concreet uitgewerkt. Binnen de beleidskaders van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, ook wel het KGO-beleid genoemd, is in deze rapportage opgesteld. Het rapport laat zien dat de ontwikkeling in balans is met de

Opbouw inrichtingsplan

ruimtelijke tegenprestatie die de initiatiefnemer op gaat pakken.

Deze rapportage bestaat uit een beleidsanalyse in hoofdstuk 2. Vervolgd door de landschapsanalyse en daaruit volgt de landschappelijke visie in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 volgt het ontwerp. Dit ontwerp wordt uitgewerkt in een beplantingsplan.

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

5

Afbeelding 3. Bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’

6

| Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

2. Het Beleid Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Overijssel (2019) De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

De provincie Overijssel wil ontwikkelingen in de groene omgeving samen laten

leefomgeving van Overijssel. Leidende thema’s zijn duurzaamheid en ruimtelijke

gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de ‘Kwaliteitsimpuls Groene omgeving’

kwaliteit. Volgens de Omgevingsvisie ligt het plangebied in het ontwikkelperspectief

ontwikkeld als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Het ontwikkelingsperspectief

voor rood, rood voor groen, VAB’s, Erveeren etc. Deze regelingen blijven daarin

Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie

overigens wel herkenbaar. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes

met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene

van ontwikkelingsplanologie toepasbaar te maken voor sociaaleconomische

kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als

ontwikkelingen in de groene omgeving. De basis ligt in de principes van zuinig

belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur,

en zorgvuldig ruimtegebruik, de ontwikkelingsperspectieven en de ‘Catalogus

recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

Gebiedskenmerken’. Ontwikkelingen in de groene omgeving worden als volgt benaderd: er wordt ruimte voor sociaaleconomische ontwikkeling geboden als deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en in het ontwikkelingsperspectief ter plekke past en volgens de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’ wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden dus voorwaarden verbonden om ruimtelijke kwaliteit te handhaven dan wel in voorkomende gevallen de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat hierbij in alle gevallen om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Op deze manier wordt aantasting van de omgevingskwaliteit en een verlies aan ecologisch en landschappelijk kapitaal als gevolg van de nieuwe ontwikkeling voorkomen dan wel in voldoende mate

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

7

gecompenseerd. Een en ander moet nader worden onderbouwd in een bij het

sfeer mee versterken. Met de herontwikkeling van Erve Harink tot uitvaartcentrum

ruimtelijk plan behorende toelichting. Dit KGO-Beleid is in het gemeentelijk KGO-

wordt voortgeborduurd op deze snelheidsverlaging. Zo worden de landschappelijke

beleid van de gemeente Haaksbergen verwerkt.

kwaliteiten van het huidige Erve versterkt om zo de relatie tussen landschap en dorp te verbeteren en het Erve als toekomstig uitvaartcentrum, en onderdeel van het

Gemeentelijk beleid

buitengebied, weer bereikbaar te maken voor de bewoners van Haaksbergen.

Structuurvisie 2030

Daarbij wordt aan de huidige karakteristieke boerderijwoning (rijksmonument) een

De gemeente Haaksbergen geeft in haar structuurvisie richting aan de gewenste

omstreken bereikbaar is. Met de herbestemming van het rijksmonument wordt de

ruimtelijke ontwikkelingen in haar gemeente. Onderdeel van deze structuurvisie

continuïteit van de cultuurhistorische waarden die het pand heeft gewaarborgd

is de visiekaart, hierop is te zien dat in het plangebied behoort tot de oude

en, vanwege zijn toekomstige maatschappelijke functie, ook beschikbaar voor de

ontginningen en bosgebieden en ligt nabij het versterken van de radialen.

gemeenschap van Haaksbergen.

Versterken en herstellen van (historische) radiaalstructuren Om van Haaksbergen het groenste dorp van Twente te maken, wordt ingezet op robuuste dorpse groenstructuren die alle groene plekken aaneenrijgen tot een stevig raamwerk. De radiaalstructuren van wegen (dorpslinten), beekdalen en daaraan gekoppelde groenstructuren, die van oudsher de opbouw van het dorp bepaalden, worden beter herkenbaar gemaakt. De Eibergsestraat is een van de radiaalwegen van Haaksbergen waar de komende jaren maatregelen worden genomen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dit betreft het terugbrengen van de maximale snelheid naar 60. Op het verbeteren van de verkeersveiligheid wil de gemeente Haaksbergen hier tevens de dorpse

8

| Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

nieuwe invulling gegeven die in toekomst voor alle inwoners van Haaksbergen en

LOP Hof van Twente & Haaksbergen (2005) Met het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) willen de gemeenten zich inzetten voor

Ontwerpuitgangspunten: •

beplantingsvormen, indeling, begrenzing en soortkeuze. •

het behoud en de versterking van de kwaliteiten en kenmerken van het landschap. De zwakkere plekken worden verstevigd en samenhang in verscheidenheid wordt aangebracht. Dit willen ze doen door beheer, herstel en nieuwe aanleg van

Herstel van de relatie tussen erf en landschap doormiddel van Onderscheid tussen voor- en achterzijde van de boerderij. Herstel van sier en/of moestuin aan de voorzijde van het erf.

•

Behouden en versterken van oude elementen, gebouwen en groen.

(LOP Haaksbergen & hof van twente 2005)

elementen. Het erf op de Eibergsestraat 250 ligt in het Kampenlandschap en typeert zich als een Twents erf. De ligging van Twentse erven is meestal iets van de doorgaande weg af met een slingerende toegangslaan naar de losse achterkant. De Twentse erfinrichting wordt bepaald door een open achterkant en besloten voorkant met moest- en/of siertuin omzoomd door hagen van Meidoorn of Beuk. Karakteristiek aan de Twentse erven kunnen historische bouwsels zijn, zoals kapberg, bakhuis, put met puthaal en een fruitboomgaard. Naast fruitbomen markeert veelal een solitaire boom, linde, noot of paardenkastanje het voorhuis. Andere beeldbepalende beplantingen zijn de houtwallen en de bosjes met Inlandse eik in hoge dichtheid voor bouwhout. Bij deze erven horen ook de elzensingels en de geriefhoutbosjes met Meidoorn, Inlandse eik, Vuilboom en Berk en Els voor hakhout. De karakteristieke verharding op de oude erven bestaat uit veldkeitjes of klinkers.

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

9

Afbeelding 4. Bodemkaart: De bodem in het projectgebied bestaat uit veldpodzolgrond (roze), Beekeerdgrond (groen) en enkeerdgrond. De enkeerdgrond is een resultaat van het eeuwenlang bemesten van hoge gronden.

Afbeelding 6. Hoogtekaart: de hoogtekaart laat zien hoe het kleinschalige Twentse landschap ooit is ontstaan: door grote hoogteverschillen (en verschil tussen hoog, droog en laag, nat) varieerde het grondgebruik nogal op korte afstand. Landschapselementen zorgden dat deze functies naast elkaar konden bestaan. Ze voorkwamen bijvoorbeeld dat vee de akker op liepen om het gewas op te eten.

10 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

Afbeelding 5. Geomorfologische kaart: De hoge delen in het landschap, de dekzandruggen, zijn ontstaan na de laatste ijstijd. Het projectgebied ligt op een dekzandrug.

3. Landschapsanalyse Om de ontwikkeling in de landschappelijke context van waarde te laten zijn

3.1.1 Potentiële vegetatie

voor haar bewoners en haar omgeving is in dit hoofdstuk geanalyseerd wat de

Op een veldpodzolgrond groeit van nature: zomereik, geoorde wilg, ruwe berk,

uitgangspunten vanuit landschap zijn. Vanuit deze analyse is het mogelijk om de

vuilboom, zachte berk, grauwe wilg, grove den, lijsterbes, zwarte els, krent. Dit

landschappelijke, klimaat technische bijdrage en de bijdrage aan de biodiversiteit

noemen we de potentieel natuurlijke vegetatie (PNV). Op een veldpodzolbodem

van deze ontwikkeling te benoemen.

groeit van nature PNV 7: Vochtig Berken-zomereikenbos. Op beekeerdgronden groeit van nature: Es, Gelderse roos, Vogelkers, zwarte els.

3.1 Bodem

Op enkeerdgronden groeit van nature: Beuk, appel, boswilg, hulst, lijsterbes, peer,

De bodem binnen de projectgrenzen wordt in drie soorten gronden onderverdeeld,

ratelpopulier, ruwe berk, Vuilboom, wintereik, winterlinde en zomereik.

enkeerdgrond, veldpodzolgrond en beekeerdgrond. De hoge zwarte enkeerdgronden duiden op oude, hoge bouwlanden, ook wel de essen of kampen* genoemd. Deze zijn herkenbaar in het landschap doordat hier podstalbemesting heeft plaats

3.1.2 Geomorfologie

gevonden, waardoor een es is ontstaan. De hoogtekaart geeft deze essen ook goed

De geomorfologie geeft de grove vorming van de ondergrond van het landschap

weer, omdat ze nog steeds hoger liggen dan de omringende percelen. Het karakter

weer. Het projectgebied ligt op een dekzandrug. Deze hoge delen in het landschap,

van de essen is open. Het omringende landschap rondom de essen zijn van oudsher

de dekzandruggen, zijn ontstaan na de laatste ijstijd. Op de geomorfologische kaart

vaak gesloten en kleinschalig.

is het voormalige overstromingsgebied van de Buurser beek te zien, dit is ten zuiden van het plangebied, de beekoverstromingsvlakte genoemd.

* In Salland, de Achterhoek en Twente behoorden sommige bouwlandcomplexjes tot maar één boerderij. Deze individuele omheinde essen worden ook kampen (van het Latijnse woord voor veld, campus) genoemd.

Ontwerpuitgangspunt: •

Beplantingsplan baseren op potentieel natuurlijke vegetatie die op bodem in projectgebied groeit. De PNV leidend is voor de beplanting die

Veldpodzolgronden (weergegeven op de bodemkaart met roze, Hn21) zijn

voorgesteld wordt.

vroeger gebruikt als heidevelden die rondom de essen lagen. Beekeerdgronden (weergegeven in het groen op de bodemkaart, zEZ21) duiden op beken, deze gronden zijn rondom beken te vinden en bestaan uit leem en fijn zand. Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

11

Afbeelding 7. Historische kaart 1850: Een kleinschalig, informeel landschap met schapenpaden over het Eeltink Veld. De projectlocatie is al bewoond. De locatie kenmerkt zich door een dichtbegroeide oost- en westkant en zijn ligging aan de smalle es, aan de westkant.

Afbeelding 8. Historische kaart 1905: Het spoor is aangelegd. Het erf wordt ontsloten aan de zuid-oostkant, over de akker, naar de Eibergseweg. Een waterpartij scheidt de voortuin van haar omgeving. De voortuin heeft in deze periode echt een formele functie van entreegebied.

Afbeelding 9. Op de kaart uit 1940 is een duidelijke indeling van het erf te zien van een ‘voor-’ en een ‘achtererf’. Een boomgaard in de omgrachte voortuin. De ontsluiting ligt nu aan de esrand, waardoor de voortuin een geheel eigen wereld vormt.

Afbeelding 10. Het landschap in de 21e eeuw is grootschaliger en het Twentse landschap verdwijnt langzaam.

12 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

3.2 Ontstaan van het landschap Tussen de natte beekdalen en de schrale, droge heidegronden is Erve Harink ontstaan. Doordat nat en droog relatief zo dicht op elkaar voor kwam, was het gebruik ook kleinschalig. Kleine open akkers, omsloten door houtwallen en kleine vochtige weides vormden het landschap. Een landschap wat we nu bestempelen als ‘typisch Twents’. Omdat Twente uniek was in deze landschappelijke diversiteit. Ten westen van het plangebied lag een informeel landschap met schapenpaden over het Eeltink Veld. De locatie zelf kenmerkt zich door een dichtbegroeide oostkant en zijn ligging aan de smalle es, aan de westkant. De rand van deze es was dicht beplant. Erve Harink is op de kaart van 1850 al een sterk element in het landschap, doordat het omsloten wordt door groen. Rond 1900 werd het voorerf van de boerderij omsloten door waterpartijen, gelijkend grachten. Het erf wordt dan ontsloten aan deze zuidoostkant, over de akker, naar de Eibergseweg. De voortuin heeft in deze periode echt een formele functie van entreegebied. Halverwege de vorige eeuw wordt het erf al ontsloten vanaf de westkant. De gracht is nu niet meer dan een sloot. Binnen de gracht ligt een grote fruitgaard. Het landschap is rond 1940 al een stuk minder kleinschalig dan rond de eeuwwisseling. Ontwerpuitgangspunt: •

Herstel van Twents landschap waar mogelijk;

•

Herstel (bio-)diversiteit van het erf;

•

Herstel voor- en achtererf.

Afbeelding 11. Erve Harink in 1997 (bron: E. Ooink)

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

13

Afbeelding 12. Het erf is aan de zuidkant omsloten door grasland. De maat en schaal van het landschap is niet te vergelijken met het Twentse landschap van weleer. Ook nodigt de openheid niet uit om het Harink te verkennen.

14 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

Afbeelding 13. Zicht op het erf vanaf de noorkant bezien. Rechts op de foto is de doorkijk naar de smalle es mogelijk, waardoor het landschap zich al laat zien en minder uit nodigt om te verkennen. Door herstel van het oude landschap, komt de nieuwe functie van het erf beter tot haar recht.

3.3 Huidige erf Een eeuwwisseling later is er weinig over van het Twentse landschap. Het huidige erf en de omgeving heeft veel karakteristieken van het kleinschalige kampen landschap verloren. Het contrast tussen de open essen en de omgeving is verloren gegaan door schaalvergroting. Hoogteverschilletjes herinneren aan een kleinschalig, divers landschap van weleer. De voor – en achterzijde van het erf zijn nog steeds goed te herkennen. De watergang om het voorerf is verdwenen. Uniek aan het erf zijn de historische bomen ten noorden van de boerderij. De grote bomen bepalen de sfeer en vormen de achtergrond van het erf. Samen vormen ze een ensemble wat bij elkaar hoort.

Open

Achtererf

Erfbosjes

Werken Hagen

Ont

sluiti

ngw eg

Intiem Wonen

Sterke relatie met landschap Bijzondere solitaire bomen

Voorerf Afbeelding 14. Algemene traditionele erfopbouw (Oversticht, Greet Bierema)

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

15

zic hten o or

Duidelijke voorzijde van het erf, met

es met bijzo n d lan g s

dichte r a

H oo

g en

o p en

es

n de

re d

gracht en beeld bepalende bomen

Kleine ruimtes

Kleinschalig coulisse landschap

Afbeelding 15. Visie: Ontwerpen in de traditie van het landschap

16 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

3.4 Visie De sterke historische entree (historische kaart 1905) is een uitnodiging om de sterke landschappelijke voorzijde van het erf te herstellen. De kleine landschapskamers

Park Landschap

Weids & open

tussen de robuuste groenstructuur van vroeger vormen een uitgangspunt voor het nieuwe ontwerp. De groene randen herstellen het contrast tussen de es en het omliggende landschap. De nieuwe gebouwen worden door het creëren van kleine

Cultuur

Bos

kamers opgenomen in het landschap. De maat en schaal van de nieuwe vormgeving geven de gebruikers van het erf privacy, geborgenheid en rugdekking. De nieuwe vormgeving is gestoeld op de oude traditie van het Twentse landschap. Samen met de bestaande boerderij en vernieuwde schöppe, die enkel een nieuw passend uiterlijk krijgt, ontstaat een ensemble met een rafelig silhouet. In het ontwerp zijn

Weids & open in kamers

doorzichten belangrijk, waardoor een interessante beleving ontstaat en het erf uitnodigt tot verkennen.

Afbeelding 16. Het erf bindt drie landschappen: het agrarische landschap (de open es) en de weide met kamers, het parklandschap van eiken en wintergroene ondergroei en het bos. Dat maakt de omgeving interessant om te verkennen.

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

17

Opbaar- en condoleanceruimte

Parkeren

Nieuwbouw

In bos

Nieuw bos Aanvulling op

Schöppe

bestaande bos

Vernieuwd Aula

Boerderij

Bos

Nieuwbouw

Historisch

Beheer naar meer biodiversiteit

Singel

Heg

Deels herstellen oude singel

Verwijzing oude structuur

Rusttuin

Grondwal Weide

Singel Esrand

Deels herstellen oude singel

Verdichten

Solitaire boom

Afbeelding 17. Ontwerp: herstel kleinschaligheid en biodiversiteit van het landschap leidt tot een landschap passend voor de nieuwe functie

18 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

4. Ontwerp Het ontwerp geeft aan hoe deze erfontwikkeling landschappelijk het best ingepast

Esrand versterken

kan worden. De landschappelijke tegenprestatie wordt al behaald door een KGO

De beplante esrand is een historische sterke en noodzakelijke structuur. Aan de

bijdrage. In dit hoofdstuk worden alle ingrepen en landschapselementen benoemd

zuidkant is de esrand al reeds weer aangeplant. In dit ontwerp versterken we de

die het plan tot een meerwaarde voor zijn omgeving en het landschap maakt. Deze

esrand met bloeiende heesters zoals Gelderse roos, sleedoorn, meidoorn en rozen.

ingrepen zijn aanvullende maatregels die Uitvaartcentrum Startman onderneemt,

Waardoor de esrand een bijzondere achtergrond vormt voor de rusttuin. Ter hoogte

bovenop de KGO bijdrage. Het ontwerp zet in op een robuuste groenstructuur:

van de bebouwing vormen groepen heesters met een enkele markante boom voor

bestaande groenstructuren, zoals het bos, worden versterkt en historische

een begeleidt zicht de es op.

structuren worden waar mogelijk, hersteld.

4.1 Landschapselementen

Bos meer divers Het bestaande bos bestaat uit oude eiken en wat spontaan opschot. De rand is

Herstel perceelsbeplanting

beperkt ontwikkeld. Dit bos wordt middels onderhoud diverser in opbouw. Die

Op het open veld ten zuidwesten van de boerderij worden de historische

besdragers spelen een belangrijke rol in de zoom die het uiteindelijke bos gaat

landschapselementen aangegrepen om een klein kader te vormen, waarin de

krijgen. De te planten soorten in het bos zijn linde en heesters zoals roos, hulst,

bezoeker zich op een prettige manier kan bewegen. Delen van de singels worden

meidoorn en haagbeuk.

diversiteit zit in de leeftijd van de bomen, de soorten en groeivorm. Bloei- en

hersteld door aanplant van enkele bomen en struweel. De herstelde singels worden op de historische kruispunten gemarkeerd door solitaire bomen(zomer eik of lindes). De singels worden drie meter breed en bestaan uit soorten zoals: zomereik,

Parkeren in parkachtig landschap

geoorde wilg, ruwe berk, vuilboom, zachte berk, grauwe wilg, grove den, lijsterbes,

De parkeerplaats krijgt een plek aan de noordkant van het projectgebied, aan het

zwarte els en krent.

einde van de oprijlaan. Een logische plek, waardoor bezoekers niet gaan dwalen. De parkeerplaatsen zijn enigszins gestrooid (of per groepen van 3) tussen de bomen gemaakt. Hierdoor blijven er historische eiken staan en vormen met de

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

19

Parkeerplaats tussen bestaande eiken en wintergroene heesters, zoals hulst en rhododendrons

Solitaire boom

(iep, populier of beuk)

Privétuin

Heg Boomgaard

Open plek

Bloemrijkgrasland Met gemaaide paden en bloeiende heestergroepen

Solitaire bomen

Weide

(iep, populier of beuk)

Solitaire bomen

(zomer eik of linde)

Afbeelding 18. Ontwerp uitgelicht 20 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

boomkronen een dak. Tussen de auto’s in overhoeken en in de rand worden wintergroene heesters geplant. Hierdoor past de parkeerplaats bij de vormgeving van de bestaande groepen rododendrons aan de rand van het bos. Het blik is door de groenblijvende heesters niet overheersend in de groene omgeving. Al op de parkeerplaats wordt het karakter van het erf helder: rust en groen.

Historisch erf herstellen Het erf kent een open achterkant met zichtlijnen de es op. Het groen aan de achterzijde van het erf is ondergeschikt aan de omgeving en bestaat enkel uit bestrating met grasvlakken. Het voorerf wordt omkaderd door de heg, die delen van het sterke historische kader van de grachten, visualiseert. In het heggencarré wordt de bestaande boomgaard opgenomen. Binnen het carré is plek voor een privétuin. Door de heg haaks op de zuidkant van de boerderij hoog te laten groeien (n combinatie met heesters), ontstaat ook privacy. Een solitaire boom maakt dat

Afbeelding 19. Bloemrijk grasland

de bebouwing een rafelig silhouet krijgt van groen en rood, wat typisch Twents is. Het erf gaat daarmee op in het landschap en heeft, van een afstand, een zacht voorkomen.

Park doortrekken tot boerderij Het parkachtige landschap wat ten noorden van de boerderij is ontstaan, wordt doorgetrokken tot de gevel van de boerderij. Heestergroepen, zoals de bestaande rododendrons, worden nabij de gevel aangeplant en toekomstbomen worden aangeplant: jonge eiken die ook in de toekomst de unieke sfeer op het erf veilig stellen. Afbeelding 20. Gevelgroen bepaalt de sfeer tussen de gebouwen

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

21

3

2

4 1 5

6

Afbeelding 21. Zichtlijnen

22 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

Afbeelding 22. Belevingsroute: 1. Dicht en donker 2. Doorzichten onder de boomkronen, verstilling 3.Doorkijkje over de es 4. Naar binnen 5. Perpectief 6. Dwalen

Rusttuin

Bepading

De rusttuin is de tuin waar bezoekers tot rust kunnen komen, kunnen dwalen en even

De bepading door het landschap is onverhard. Voor de parkeerplaats wordt

kunnen verblijven. In de rusttuin is alles er op gericht om met bloemrijk grasland

een combinatie van grasbetonegels en halverharding zoals grint of graustabiel

en bloeiende heesters (zoals vlinderplanten, Gelderse roos, rozen, sleedoorn en

voorgesteld. Op het erf worden klinkers als verharding gebruikt.

syringen) en gemaaide paden een idylle te creëren. Naast voor mensen, is deze plek van betekenis voor dag- en nachtvlinders en bijen. De rusttuin zou ook een plek kunnen zijn waarin inheemse fruitstruiken een plek krijgen, zoals aalbes, kruisbes en zwarte bes. Het bloemrijkgrasland van de rusttuin omringd de zuidzijde van de Aula. Het nieuwe gebouw krijgt hierdoor een zachte en natuurlijke uitstraling.

Gevelgroen In de ruimte tussen de gebouwen aan de noordwestkant van de boerderij wordt de plint tussen de bestrating en de muren deels beplant. Hierdoor ontstaat een aangename ruimte tussen de gebouwen. Klanken worden niet hard weerkaatst en neerslag wordt eenvoudig richting de plantvakken geleid. Door te kiezen van historische boerderijplanten, zoals stokrozen, rozen of (klim-)hortensia’s ontstaat ook een beeld wat past bij de historische boerderij en het erfensemble.

Solitaire bomen Op het erf en in de rusttuin staan enkele solitaire bomen. Deze bomen zijn inheems en markant. Zij kunnen uitgroeien in hun natuurlijke vorm. Denk hierbij aan (fladder) iepen, populieren of beuken.

Afbeelding 23. Door een enkele boom op de historische lijn te plaatsen, lijkt het alsof de bomen de restanten zijn van de singel van weleer

Inrichtingsplan landgoed Harink | Eelerwoude |

23

Afbeelding 24. Gemaaide paden door bloemrijk grasland

Afbeelding 25. Boomgaard op het voorerf zet de historische boerderij in de juiste setting

Afbeelding 26. Streefbeeld rusttuin

Afbeelding 27. Boomgaard met bloemrijk grasland als ondergroei

24 | Eelerwoude | Eibergsestraat 250 Haaksbergen

Bijlage 2

planstatus vastgesteld

Verkennend bodemonderzoek

NL.IMRO.0158.BP1198-0003

pagina 40 van 82

RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Eibergsestraat 250 - Haaksbergen

Opdrachtgever: Eelerwoude Locatie: Eibergsestraat 250 7481 HP Haaksbergen Mei 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend (asbest)bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Eibergsestraat 250 - Haaksbergen

Opdrachtgever: Eelerwoude Mossendamsdwarsweg 3 7472 DB Goor Locatie: Eibergsestraat 250 7481 HP Haaksbergen Projectcode: 21013116 Rapportagedatum: 11 mei 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.1

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

9 9 9 12 13 14 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

15

6

Literatuur en bronvermelding

17

2

3

4

Bijlagen I

IV V

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2021 Boorstaten Legenda boorstaten Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses Resultaten asbestanalyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21013116

II III

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Eelerwoude op een terreindeel aan de Eibergsestraat 250 in Haaksbergen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van een aula en een opbaarkamer. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de locatie een werkplaats en 2 bovengrondse dieseltanks aanwezig zijn geweest. Deze locaties worden als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden als onverdacht beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11547746/1