Brief aan PS Voorgenomen windbeleid (uitvoering motie Grip op Wind)
Tekst van het document
Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21
Provinciale Staten van Overijssel Inlichtingen bij I. van der Sloot Telefoon +31384999348 I.vd.Sloot@overijssel.nl
Datum
Kenmerk
Zaaknummer
Pagina
18.07.2023
D2023-07-000024
2023-020819
1 van 5
Bijlagen
Uw brief
Uw kenmerk
Onderwerp: Brief aan PS Voorgenomen windbeleid (uitvoering motie Grip op Wind)
____________________________________________________________________________________ Toezending aan Provinciale Staten met oogmerk: [X] ter informatie [] anders, en wel: ____________________________________________________________________________________ Bijlage I Voorgenomen windbeleid (bijgevoegd) Bijlage 2 Uitwerking toezeggingen commissie 5 juli 2023 (bijgevoegd) Overzicht van bestaande afspraken over windturbines De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 is door de gemeenteraden, Provinciale Staten (30 juni 2021) en algemeen besturen van de waterschappen vastgesteld. De provincie heeft als partner in de RES de doelstelling onderschreven om in 2030 3,3 TWh aan duurzame energie door zon (totaal 1,3 TWh) en door wind (totaal 2 TWh) op te wekken. In een streefverhouding van 40% zon en 60% wind. Om die doelstelling te behalen, zijn ongeveer 90 extra (naast de 32 die Overijssel al telt) windturbines in de provincie nodig. Het definitieve aantal is afhankelijk van het soort windturbine en de locatie. Afgesproken is dat gemeenten voor 1 juli 2023 zoekgebieden aanwijzen om de opwek van duurzame opwek door zon en wind op land een plek te geven. Als partner in de RES hebben wij afgesproken dat wij verzoeken van initiatiefnemers voor medewerking aan windprojecten voor 1 juli 2023 niet in behandeling nemen.
Wij willen de gemeenten de gelegenheid geven zoekgebieden aan te wijzen, zodat wij daar rekening mee kunnen houden bij de behandeling van verzoeken van windinitiatieven. In bepaalde gevallen is met gemeenten een andere datum overeengekomen, dit ter ondersteuning van het aanwijzen van zoekgebieden door de betreffende gemeenteraden. Een andere afspraak is dat de partners in de RES de ruimtelijke inpassingsprincipes voor de grootschalige opwek van duurzame energie door wind op land in hun omgevingsbeleid opnemen. Deze ruimtelijke kaders zijn in november 2022 opgenomen in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening 2022. Dit alles is samengebracht in de Overijsselse windladder: • De voorkeursvolgorde in opstellingen, zoals opgenomen in de RES 1.0; • De provinciale uitsluitingsgebieden, zoals onderdeel van het huidige Omgevingsbeleid; • De nationale uitsluitingsgebieden; • De Natura 2000- en NNN-gebieden;
Datum verzending 18.07.2023
•
Gebieden met hoge economische, landschappelijke of ecologische waarden gebaseerd op de Catalogus Gebiedskenmerken; Op basis daarvan geeft de windladder een ruimtelijk beeld van voorkeursgebieden en voorkeurs opstellingen voor windprojecten. Strekking motie Hoogland C.S. Provinciale Staten hebben op 21 juni 2023 de motie Grip op Wind aangenomen waarin ze GS oproepen om: ● Regie te nemen en richting te geven op het aandeel windenergie conform RES 1.0; ● Om vóór 1 juli 2023 een besluit te nemen over een ruimtelijk afwegingskader (beleidsregel) voor windenergie en dat te baseren op: het clusteren op provinciaal niveau van windturbines; de overige ruimtelijke ontwerpprincipes uit de RES 1.0, het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie en de kaders van het Provinciaal Programma Energiestrategie; het inperken van de mogelijkheden voor individuele turbines (minder dan 4 turbines) buiten de gebieden die in aanmerking komen voor clustering. ● Ernaar te streven dat minimaal 50% lokaal eigendom bij nieuwe en lopende initiatieven voor windturbines is gegarandeerd. Hierbij geven wij aan hoe wij deze motie uitwerken. We respecteren het RES-proces. Als één overheid zijn we samen verantwoordelijk voor het behalen van de klimaatdoelen Iedere overheid heeft hierin een eigen rol en bevoegdheid. Gemeenten zijn de eerste bestuurslaag voor inwoners.
De gemeenten houden de regie bij het aanwijzen van zoekgebieden. Wij blijven zo veel mogelijk samenwerken met gemeenten. Het provinciaal programma energiestrategie (PPE) blijft van kracht en vullen we aan met de uitwerking van de hieronder beschreven ruimtelijke kaders. De gemeenteraden en Provinciale Staten hebben de RES vastgesteld. Daarmee is de RES ook een provinciale ambitie en zijn we medeverantwoordelijk. Vanuit dit vertrekpunt kijken we niet alleen naar die aspecten waarvoor de provincie aan de lat staat, maar kijken we in de volle breedte naar wat wij kunnen doen om bij te dragen aan het halen van de gezamenlijke ambities. De meeste gemeenten hebben zoekgebieden aangewezen, enkele zijn daar nog mee bezig en hebben dat proces uiterlijk voor 1 januari 2024 afgerond. Met het aanwijzen van zoekgebieden houden gemeenten zoveel mogelijk de regie, zowel binnen de grote clusters als daarbuiten. Regie vraagt om een andere rol in de samenwerking met gemeenten De provincie is partner in de RES en heeft zich verbonden aan de gezamenlijke doelstelling van 3,3 TWh. Hiervan is bijna 1 TWh gerealiseerd en zijn er voor ruim 0,5 TWh aan concrete plannen. Dit betekent dat nog 1,8 TWh ontwikkeld moet worden, zie figuur 1. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord en de RES dienen de Omgevingsvergunningen voor 1 januari 2025 verleend zijn.
Figuur 1 stand van zaken opwek van duurzame elektriciteit door zon en wind in Overijssel
Concentratie van windturbines in clusters en daarbuiten volgens de ruimtelijke inpassingsprincipe vraagt een duidelijke rolneming en inhoudelijke sturing van de provincie naar zowel gemeenten als initiatiefnemers/ ontwikkelaars alsook met betrekking tot participatie van inwoners. Wij hebben in het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) onze rol in het RES-proces nader beschreven. Wat betreft de ruimtelijke ontwerpprincipes is de richting van het beleidsvoornemen niet nieuw. Door de provincie is consistent gewezen op het belang van ruimtelijke inpassing, onderlinge samenhang, afstemming van
Pagina 2 van 5
zoekgebieden en de subregionale samenwerking. Het nemen van regie op de grote clusters volgt uit de uitgangspunten en processtappen in het PPE. In de uitvoering gaan we van een faciliterende overheid naar een stimulerende overheid en waar nodig een ontwikkelende overheid. De precieze rolinvulling qua regie hangt van de specifieke situatie af. De samenwerking met gemeenten als één overheid blijft daarbij, binnen de nieuwe ruimtelijke kaders, in stand. Ook het afwegingskader van het PPE blijft in stand. Dit betekent dat wij initiatieven voor wind toetsen aan gemeentelijke zoekgebieden en in alle gevallen met gemeenten afstemmen hoe en wie een initiatief oppakt. Dit betekent ook dat gemeenten, die de tijd hebben gekregen zoekgebieden alsnog vast te stellen, dit proces kunnen afmaken en wij daarmee rekening houden. Regie betekent in veel gevallen het optimaliseren van de bekende en beschikbare locaties.
Clustering vraagt om een nadere definiëring en een aanscherping van het ruimtelijk beleid De ruimtelijke ontwerpprincipes uit de RES – zoals ook opgenomen in het PPE zijn: • Koppeling van energievraag en aanbod • Ruimtelijke meekoppelkansen • Energieopwekking langs hoofdinfrastructuur • Ontzien van waardevolle gebieden, zoals opgenomen in de catalogus gebiedskenmerken Overijssel • Clustering in de daarvoor geschikte landschappen Op basis van deze kaders is een voorkeursvolgorde voor windturbines opgenomen in de windladder en is in het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie een richtinggevende uitspraak over windenergie gedaan, waarbij gekeken is naar geschikte gebieden voor grootschalige clusters. Door de bestaande ruimtelijke kaders aan te scherpen zorgen we ervoor dat windturbines zoveel mogelijk in grootschalige clusters, binnen landschappen die zich daarvoor lenen, worden geplaatst. We zijn hierdoor niet langer verplicht mee te werken aan verspreid liggende, losse windturbines in de andere landschappen. De windladder heeft een voorkeursvolgorde qua locaties en type opstellingen. We leggen in het voorgenomen beleid vast: 1. De gebieden die geschikt zijn voor grootschalige clustering 2. Alleen nog mee te werken aan windturbines in trede 1-3 van de windladder, zowel binnen als buiten de gebieden voor grootschalige clustering. 3.
In principe niet meer mee te werken aan initiatieven uitsluitend in trede 4 en 5, tenzij onderdeel van een cluster van 4 (of meer) 4. Buiten de gebieden die voor grootschalige clustering in aanmerking komen, in principe alleen nog mee te werken aan initiatieven van 4 of meer windturbines. Deze initiatieven moeten tevens voldoen aan de ruimtelijke ontwerpprincipes (trede 1-3 van de windladder). Met deze aanscherping creëren we meer duidelijkheid over de plekken waar turbines kunnen komen en dat kan bijdragen aan rust in de maatschappij. We willen hiermee onze verantwoordelijkheid nemen voor de rol die wij in de energietransitie hebben. Voor lopende initiatieven, die we in behandeling hebben, heeft dit geen gevolgen. De windladder passen we aan het voorgenomen beleid aan en nemen we op in het PPE. De meeste potentie voor windenergie zien we in vier grote clustergebieden Op basis van de zoekgebieden van gemeenten, projecten die daarin tot ontwikkeling komen en de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie zien we vier gebieden met de meeste potentie. Dit zijn de gebieden waar we de regie nemen (en buiten deze gebieden geldt de clustereis van 4).
Tegelijkertijd is het aantal bestaande initiatieven, de omvang van deze initiatieven en het tempo van ontwikkeling van de initiatieven in deze gebieden te beperkt voor de doelrealisatie in 2030. Om doelrealisatie (2 TWh aan windenergie) in zicht te houden is het van belang deze gebieden zo optimaal mogelijk in te vullen. Elk gebied heeft zijn eigen aanpak. In het definitieve beleid in het PPE werken wij dit verder met de betrokken gemeenten uit. In het voorgenomen beleid (bijlage 1) hebben we een eerste uitwerking gegeven van onze inzet per cluster. Ommen/Hardenberg In dit gebied kan een significant aantal turbines gerealiseerd worden op een beperkt aantal plekken. De gemeente Ommen heeft meerdere zoekgebieden aangewezen. De gemeente Hardenberg heeft twee zoekgebieden aangewezen waarvan er één kansrijk is voor een grotere opstelling. Tegelijkertijd kent Hardenberg ruimte voor grotere opstellingen buiten haar zoekgebieden. A1 Deventer/Rijssen-Holten In dit gebied zal een beperkt aantal initiatieven langs de A1 tot ontwikkeling komen. In Deventer is dit een initiatief van 4 turbines (ligt nog geen principeverzoek). In deze gemeente is het proces om een
Pagina 3 van 5
zoekgebied langs de A1 aan te wijzen in procedure. In Rijssen-Holten zijn de initiatieven nog niet openbaar en/of ingediend. Deze gemeente heeft de procedure om zoekgebieden aan te wijzen voor 1 januari 2024 afgerond. A35/ATT Almelo, Twenterand, Tubbergen, Enschede, Haaksbergen, Borne, Hengelo, Hof van Twente, Wierden, Hellendoorn Dit gebied is het meest divers van alle clusters. Enerzijds zijn hier meerdere bekende initiatieven, die we als bevoegd gezag in behandeling moeten nemen. Anderzijds betreft dit ook het ATT-gebied. In het ATT gebied zal een grote clustering van windturbines plaats moeten vinden die verder gaat dan de doelstelling, die de drie gemeenten tot nu toe hebben op basis van de RES 1.0. ZSDZ Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland In dit cluster is al lange tijd samenwerking met de gemeenten in een gezamenlijke gebiedsontwikkeling. Met de voorgenomen plannen van de gemeenten verwachten we de potentie voor wind in dit gebied beter te kunnen benutten en daarover in gesprek te treden. De effecten van het voorgenomen beleid zijn optimalisatie van de clusters en geen solitaire turbines Windturbines, die afvallen door het nu voorgestelde beleid, waren wel onderdeel van de ‘pijplijn’. Om de doelstelling uit de RES te halen, is het nodig dit op te vangen door windturbines op andere plekken te plaatsen.
Daarvoor worden de clusters en ruimtelijke ontwerpprincipes gebruikt. Er is beperkt ruimte buiten de clustergebieden, waar minimaal 4 turbines kunnen worden geplaatst. Doelrealisatie zal dus grotendeels binnen de grootschalige clusters moeten worden bereikt. We zorgen als provincie dat wij ons aandeel leveren om de wettelijke doelstelling en de afspraken uit het Klimaatakkoord en de RES na te komen. Dit heeft wel tot gevolg dat gemeenten in de gebieden voor grootschalige clustering een aandeel windenergie gaan leveren dat groter is dan hun individuele bod uit de RES 1.0. Gemeenten geven in de reflectie aan dat een uitzondering op de clustereis van 4 wenselijk is voor windturbines op bedrijventerreinen en Smart Energy Hubs. We constateren dat de motie daartoe geen ruimte laat, maar zeggen toe bij de uitwerking van het beleid hierop terug te komen en aan te geven hoeveel concrete gevallen het zijn. In bijlage 2 staan volgende gegevens, die gevraagd zijn in de PS vergadering van 5 juli 2023: - welke gemeenten kunnen geen windinitiatieven meer realiseren als gevolg van de motie; - welke projecten en principeverzoeken zijn er op dit moment (voor zover publiekelijk bekend); - een kaart met bestaande en nieuwe initiatieven. Het doelbereik voor 2030 is realiseerbaar Door in te zetten op clustering kunnen we het doel voor 2030 halen.
Dat betekent wel dat we moeten zorgen voor optimalisatie in de clustergebieden. Door initiatieven t/m 3 turbines niet te vergunnen buiten de grootschalige clustergebieden voorkomen we versnippering van het landschap en vergroten we tevens het draagvlak doordat we grote delen van de provincie vrij houden van windturbines. Lokaal eigendom is ruimtelijk niet afdwingbaar en vraagt om nader beleid en inzet In de RES en het PPE is het doel van minimaal 50% lokaal eigendom opgenomen. In de praktijk is nog veel onduidelijk over wat lokaal eigendom betekent. Daarom is het van belang scherper te definiëren wat we verstaan onder lokaal eigendom en een aanpak te ontwikkelen hoe we dat garanderen, waartoe de motie oproept. Feit is dat we de mate van lokaal eigendom niet mogen meewegen in de ruimtelijke procedure. Daarmee is minimaal 50% lokaal eigendom binnen een ruimtelijke procedure niet afdwingbaar. Dit betekent ook dat solitaire turbines met 100% lokaal eigendom op grond van de ruimtelijke criteria niet toegestaan kunnen worden enkel om de reden dat er sprake is van 100% lokaal eigendom. Indien zich initiatieven met meer dan 50% lokaal eigendom, maar minder dan 4 turbines melden, bezien we vanuit onze ‘aanjagende en ontwikkelende’ rol of het initiatief uitgebreid of doorontwikkeld kan worden tot 4 turbines of meer. Indien dit inpasbaar is sluiten we aan op de lokale initiatieven.
Hoewel we lokale coöperaties inhoudelijk en financieel steunen is aanvullend beleid gewenst. In paragraaf 4 van bijlage 1 vindt u de eerste uitwerking hiervan. Door het beleidsvoornemen te publiceren is het per 20 juli 2023 van kracht Initiatieven voor windturbines toetsen we per 20 juli 2023 aan het voorgenomen beleid. De voorgestelde wijzigingen zijn te vinden in bijlage 1. Het tweede deel van het jaar is nodig om het beleid verder uit te werken in het PPE, de tervisielegging, plan-MER en het verwerken van de zienswijzen. De verdere
Pagina 4 van 5
uitwerking van regie op de grote clusters en de manier waarop we 50% lokaal eigendom garanderen is hier onderdeel van. We nemen verzoeken voor windinitiatieven per 20 juli 2023 in behandeling met uitzondering van de initiatieven in gemeenten waarmee wij afspraken gemaakt hebben over het vaststellen van zoekgebieden na 1 juli 2023. De bevoegdheid tot het stellen van nadere kaders ligt bij Gedeputeerde Staten De opdracht om de aanscherping van de ruimtelijke kaders snel te regelen, is alleen te realiseren door die kaders op te nemen in het PPE. Het PPE is een programma onder de Omgevingswet en daarmee ligt de bevoegdheid om het programma vast te stellen/aan te passen bij Gedeputeerde Staten. Opnemen van de kaders in het PPE betekent dat de provincie daar zelf aan gebonden is. Daarmee is de doorwerking van het aangescherpte beleid voldoende verzekerd. De provincie is immers in bijna alle gevallen bevoegd gezag voor de vergunningverlening van windprojecten omdat al bij 1 grote windturbine sprake is van een windenergieproject > 5MW. De provincie is bij de vergunningverlening gebonden aan haar eigen beleidskaders, ook als die in een programma zijn neergelegd.
Communicatie met de partners in de Regionale Energiestrategie Voorafgaand aan vaststelling van dit beleidsvoornemen zijn de wethouders van de clusters OmmenHardenberg, A1 en A35/ATT en ZSDZ geïnformeerd over de motie zoals is aangenomen door PS op 21 juni 2023. Tevens zijn gemeenten buiten de clustergebieden, maar die wel effecten ondervinden van het nieuwe beleid geïnformeerd. Daarbij zijn zij ook geïnformeerd over de uitvoering van de motie: • het voornemen van GS om het windbeleid aan te scherpen • nader uitwerking te geven aan 50% lokaal eigendom. Vervolgens zijn alle partners in de RES per mail gevraagd om vooruitlopend op ons besluit een reflectie over de gevolgen van de motie te geven op het aanwijzen van zoekgebieden binnen hun gemeente. Deze reflecties hebben we voor zover het zoekgebieden betreft meegewogen in ons besluit. De overige punten nemen wij mee in het proces tot vaststellen van het definitieve beleid. Tevens zijn de bestuurlijk voorzitters van beide RES-regio’s geïnformeerd. Na ons besluit krijgen alle partners in de RES een mail met het besluit, het voorgenomen beleid en een afschrift van deze PS-brief met daarin de nadere duiding van het besluit. In de mail staan we tevens stil bij de manier waarop we met de gemeenten willen komen tot realisatie van de clusters en het overleg hierover met de gemeenten. Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
Pagina 5 van 5
secretaris, N. Versteeg