CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Archeologisch bureau- en veldonderzoek

commissie Ruimte 12 januari 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Wensen en bedenkingen kenbaar maken in het kader van het vooroverlegplan bouwplan beschermd wonen aan de Brem6.620 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 548

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Brem 5, Haaksbergen gemeente Haaksbergen (OV).

november 2020 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

v2.3

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 548

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen (OV) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: J. Wijnen Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, november 2020

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in november 2020 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Brem 5 te Haaksbergen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom een gebouw voor de opvang van jongeren en jong volwassenen in een beschermde woonomgeving. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Het plangebied ligt op een grote dekzandrug, dat als een schiereiland wordt omringd door lagergelegen – en waarschijnlijk drassige – gronden. Op de dekzandrug is een enkeerdgrond aanwezig. Vermoedelijk is dit een tamelijk late kampontginning. In de omgeving komen een aantal historische erven voor. Een daarvan is op basis van historische documenten tot ver in de Late Middeleeuwen terug te voeren. De overige zijn waarschijnlijk veel jonger. De esverkaveling zoals deze op een oude kaart is aangegeven wijst op een kampontginning. Dergelijke ontginningen stammen meestal uit de Nieuwe Tijd. In de omgeving zijn weinig archeologische vondsten bekend.

Op basis van de inventarisatie kunnen resten vanaf het midden-Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen verwacht worden. Resten uit oudere perioden (Laat-Paleolithicum tot en met vroeg-Neolithicum worden niet verwacht. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen voorkomen, maar de kans hierop wordt laag ingeschat. Deze lage verwachting is gebaseerd op oude kaarten. Gezien de aanwezigheid van een plaggendek kan het oorspronkelijke leefniveau nog intact zijn, waardoor eventuele archeologische resten wellicht goed bewaard zijn gebleven. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord, mogelijk met uitzondering van één boring. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.

De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Haaksbergen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer A. Vissinga (regio-archeoloog). Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting __________________________________________________ 5 1 Inleiding ____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek________________________________________________7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________7 Administratieve gegevens ____________________________________________8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________9 Geplande verstoring________________________________________________10 Gemeentelijk beleid ________________________________________________10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________10

2 Inventarisatie________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________12 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________12 Archeologie ______________________________________________________14

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________14 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________14 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________15

Historie _________________________________________________________16

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 19 3.1 3.2

Conclusie ________________________________________________________19 Verwachtingsmodel ________________________________________________19

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 21 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________21 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________21 Resultaten: archeologie _____________________________________________22

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 23 6 Selectieadvies _______________________________________________ 24 literatuur _____________________________________________________ 25 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 27 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 28 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek________________ 29 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 30 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 31 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 32 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 33 BIJLAGE 8 Dikte verstoord pakket_________________________________ 34 BIJLAGE 9 Top intacte dekzand ___________________________________ 35 BIJLAGE 10 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 36 BIJLAGE 11 Verklarende woordenlijst ______________________________ 39

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een complex voor de opvang van jongeren en jong volwassenen in een beschermde woonomgeving aan de Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen (OV). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Haaksbergen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Brem 5 in Haaksbergen, gemeente Haaksbergen (OV), zie onderstaande afbeelding.

7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Het plangebied heeft een omvang van circa 2100 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

1

Provincie

Overijssel

Gemeente

Haaksbergen

Plaats

Haaksbergen

Beheerder/eigenaar grond

M. Krooshoop

Toponiem

Brem 5

Kadastrale perceelnummer(s)1

HBG01-0-2469

Laagland Archeologie projectnummer

HABR201

Datum conceptrapportage

27-11-2020

kadastralekaart.com 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

Datum definitief rapport XY-coördinaten

247015/465195 247055/465190 247015/465135 247055/465150

Kaartblad

2

34E

Oppervlakte/lengte Plangebied

circa 2100 m2

Datering

Neolithicum - Late Middeleeuwen

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

4923580100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase

Datum begin veldonderzoek

25-11-2020

Datum eind veldonderzoek

25-11-2020

Opdrachtgever

BJZ.nu

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

gemeente Haaksbergen

Adviseur namens bevoegde overheid

A. Vissinga

Beheer documentatie

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel deels bebouwd. De westelijke helft bestaat uit een grasveldje. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 De bestaande bebouwing blijft behouden. Westelijk daarvan is een nieuw gebouw voorzien dat dienst zal doen voor de opvang van jongeren en jong volwassenen in een beschermde woonomgeving.

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont een plattegrond van de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts).

1.5 GEPLANDE VERSTORING

De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De nieuwbouw wordt waarschijnlijk op staal gefundeerd. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.

1.6 GEMEENTELIJK BELEID

De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.7 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld

10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

11

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

De gemeente Haaksbergen ligt voor een groot deel op het zogenaamde OostNederlandse plateau.4 Gedurende de laatste ijstijd (het Weichselien) lag er geen landijs in Nederland maar heersten wel periglaciale condities. De ondergrond was permanent bevroren, waardoor sneeuwsmeltwater en regenwater moest afstromen via het oppervlak. Door de grote verschillen in waterafvoer gedurende het jaar hadden de rivieren en kleinere waterlopen een vlechtend karakter (verwilderde rivieren). Onder dit koude en droge klimaat was er weinig vegetatie, waardoor zand gemakkelijk door de wind kon worden verplaatst en er dekzandruggen konden ontstaan. Door sneeuwsmeltwater traden tevens uitgebreide verspoelingen op. Deze afzettingen bestaan uit min of meer gelaagde zanden, al dan niet met leemlagen en/of planten- en houtresten.5 Dit wordt ook wel ‘Oud Dekzand’ genoemd. In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien) werd opnieuw op grote schaal dekzand gevormd. Dit dekzand manifesteert zich in de vorm van vrij hoge ruggen en koppen. De goed gesorteerde, weinig gelaagde afzettingen worden ook wel ‘Jong Dekzand’ genoemd. Aan het eind van het Weichselien en in het begin van het Holoceen nam de vegetatie toe, waardoor de verplaatsing van zand door de wind steeds minder werd en het zacht glooiende dekzandreliëf gefixeerd raakte. Door deze fixatie was het landschap minder dynamisch en kon bodemvorming optreden.

Het natuurlijke bodemtype dat waarschijnlijk in het dekzand ontstond was een podzolgrond. Verder veranderde het afvoerregime van rivieren en beken, omdat door het verdwijnen van de permafrost het neerslagwater beter kon infiltreren. Door de aanwezige vegetatie werd in deze warmere periode minder materiaal verplaatst door de rivieren dan in koudere perioden. Het afvoerregime van de rivieren en beken werd meanderend, waarbij de afvoer meestal werd beperkt tot een afvoergeul. Doordat vanaf het Neolithicum de landbouw werd bedreven door de mens, werd de natuurlijke vegetatie steeds meer omgezet in bouw- en weideland. Door

4

Goossens, 2009.

5

Stichting voor Bodemkartering 1979. 12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

grondbewerking is de oorspronkelijke, natuurlijke bodem grotendeels vergraven. Vanaf de Late Middeleeuwen konden zich in de zandgebieden enkeerdgronden vormen door de bemesting van plaggenmest. De plaggenbemesting was beperkt tot de zandgronden die geschikt waren voor landbouwkundig gebruik, maar waar een bemesting voor een betere opbrengst zorgde. Er zijn aanwijzingen dat de eerste wijd verbreidde plaggenophogingen in Twente in de periode 1500-1600 ontstonden.6 Voor een beschrijving van de geomorfologische situatie wordt in deze studie gebruik gemaakt van de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart. Deze biedt een gedetailleerder beeld dan de standaard geomorfologische kaart 1:50.000. Op de gemeentelijke waarden- en verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied op een grote dekzandrug. Westelijk komt een overstromingsvlakte voor. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is te zien dat het plangebied op de lagere helling van deze dekzandrug ligt. De dekzandrug wordt nog geaccentueerd door een plaggendek (es). Vanwege de bebouwing is het plaggendek in het plangebied lastig te herkennen, maar wat noordelijker zijn de typisch kussenvormige escomplexen duidelijk te zien op het AHN.

Op de gemeentelijke kaart, de (minder nauwkeurige) bodemkaart (1:50.000) en de (zeer nauwkeurige) eerste kadastrale kaart (zie paragraaf 2.4) ligt het plangebied steeds in een plaggendekzone.7 Bodemkundig komen in de omgeving onder andere veldpodzolgronden voor. Dit bodemtype is relatief laaggelegen en tegenwoordig weliswaar tamelijk vochtig, maar gedurende lange tijd is de bodem voldoende ontwaterd geweest om bodemvorming mogelijk te maken. In de wat hogere en drogere gronden, zoals in het plangebied waar dekzandruggen aanwezig zijn, heeft zich mogelijk een haarpodzolgrond kunnen ontwikkelen. Onderstaande afbeelding toont een detailopname van het AHN. Hier is sprake van een zachte helling neerwaarts in noordwestelijke richting. Het plangebied ligt iets hoger dan de omgeving, evenals de rondomliggende bouwblokken, met name ten zuiden. Hier is sprake van (recente) ophogingen.

6

Spek en Groenewoudt 2007.

7

Op de eerste kadastrale kaart is bouwland aangegeven. Voor dit deel van Nederland is dat 13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. Ruim 800 m van het plangebied is een vindplaats bekend uit de late-Nieuwe Tijd (waarneming 26380). De resten (voornamelijk bouwafval zoals bakstenen en dakpannen en dergelijke) zijn aangetroffen bij archeologisch booronderzoek. Het complextype is niet bekend, maar waarschijnlijk gaat het om resten van een historisch erf, dat oorspronkelijk tot in de Late Middeleeuwen is terug te voeren.

2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op landschappelijke kenmerken (dekzandrug met daarop een plaggendek). Vanuit diverse archeologische onderzoeken in de omgeving en in andere delen van Nederland is bekend dat bewoning in vroeger tijden met name op de hogere delen in het landschap is aan te treffen. De aanwezigheid van een plaggendek op deze locatie 14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

impliceert enerzijds dat de grond geschikt was voor landbouw. De oudste plaggendekken zijn ontstaan op akkers die al voor het in zwang komen van plaggenbemesting in gebruik waren als landbouwgrond. Anderzijds betekent de aanwezigheid van een plaggendek dat resten uit oudere perioden onder het plaggendek aanwezig kunnen zijn; de dikte van het plaggendek is een belangrijke factor geweest dat eventueel aanwezige resten vaak goed beschermd zijn gebleven tegen latere bodemingrepen.

2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Onderzoeksmelding 21919 omvat een bureau- en verkennend booronderzoek.8 In dit plangebied (‘Wissinkbrink’) bevinden zich twee dekzandruggen waarop resten vanaf de steentijd worden verwacht, met een specifieke verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen op en rondom twee historische boerenerven. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn plaggendekken aangetroffen. Onder een éénmanses is daarnaast een oude akkerlaag gevonden. Aanbevolen wordt op de dekzandruggen karterend booronderzoek uit te voeren indien hier verstoringen zijn gepland. Onderzoeksmelding 26380 betreft een aanvulling op het hierboven beschreven onderzoek.9 Ten opzichte van het eerder uitgevoerde onderzoek is een gedetailleerde bodemkaart (1:10.000) gebruikt. De eerder vastgestelde verwachtingszones zijn op basis daarvan aangepast. Het karterend booronderzoek vond plaats op de twee boerenerven. Daarbij is aardewerk en baksteen uit de periode 1350 – 1900 na Chr. aangetroffen. Onder een deel van het plaggendek is nu een witgrijze laag aangetroffen die een E-horizont kan zijn of een oude akkerlaag. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt in delen van het plangebied vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek geadviseerd.

Onderzoeksmelding 55172 omvat een archeologische begeleiding van een riooltracé.10 Daarbij zijn een vijftal grondsporen (één kuil en vier greppels) uit de periode late middeleeuwen – (voornamelijk) nieuwe tijd aangetroffen. Er zijn geen resten van historische erven gezien. Zaakidentificatienummer 4742229100 betreft een bureau- en verkennend booronderzoek11 op ongeveer 75 m zuidwestelijk van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting op resten uit het middenNeolithicum tot en met de Romeinse tijd/Vroege Middeleeuwen. Daarnaast is er kans op resten uit de Late Middeleeuwen. Zaakidentificatienummer 4743225100 ligt ongeveer 400 m westelijk. Dit betreft een bureau- en verkennend booronderzoek.12 In het zuidwestelijk deel van dit plangebied ligt een kleine dekzandrug waarop resten uit de periode Mesolithicum – Romeinse tijd worden verwacht. Elders kunnen depotvondsten uit de periode Neolithicum – IJzertijd worden verwacht en tevens resten van bijgebouwen van naburige historische erven uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Uit het booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel overal tot in de C-horizont is verstoord.

8

Van Putten, 2007. Buesink, 2008. 10 Kemme e.a., 2014. 11 Brouwer, 2019(1). 12 Brouwer, 2019(2). 9

15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

2.4 HISTORIE

De situatie rond het midden van de 18e eeuw is op onderstaande kaart aangegeven.

Afbeelding 4. Uitsnede uit de kaart van Nico ten Have, circa 1737 – 1750. Bron: VU Amsterdam. Blauw: plangebied met rondom onderzoeksgebied (locatie bij benadering). Het plangebied ligt hier nog ver buiten de bebouwde kom van Haaksbergen (Haexberg). Oostelijk ligt het Haexberger Veen. Geïsoleerde bebouwing (boerenerven) zijn op bovenstaande kaart niet aangegeven. Oostelijk van het plangebied loopt een van de uitvalswegen van Haaksbergen. Op basis van latere kaarten loopt deze weg tussen plangebied en Haaksbergen waarschijnlijk wat minder rechttoe-rechtaan dan op deze kaart is weergegeven. Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)13 is het plangebied en haar omgeving onbebouwd en in gebruik als akker (zie onderstaande afbeelding).

13

bron: hisgis.nl 16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

A

B C

Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, bruin: hakhout, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Er is geen/nauwelijks verkaveling aanwezig in het plangebied. Waarschijnlijk betreft dit een bouwlandareaal dat is begonnen als enkele kleinschalige kampontginningen, die in de loop der tijd naar elkaar toegegroeid zijn en uiteindelijk een groter bouwland vormden. In de omgeving van het plangebied komen een aantal historische erven voor (A t/m C). Deze worden hieronder kort beschreven.14 ‘A’ betreft Erve Horkenborg. De eerste historische vermelding dateert uit 1475, maar het is terug te voeren tot 1188-1331 als leengoed van Huis Diepenheim. In 1475 is de Horkenborg (‘Holkenborch’) omschreven als een kathe.15 In 1602 is genoteerd dat het erf ‘leyt wost’ (ligt woest, dat wil zeggen: ‘is onbewoond/vervallen’) ‘B’ betreft erve ’t Morsinkhof. Dit erf komt niet voor in het leenregister. Aangenomen kan worden dat het hier om een late ontginning gaat. Ten zuiden van Haaksbergen komt Erve Morssinkhof/Bröcking voor, een allodiaal erf dat genoemd is in bronnen uit 1475. Wellicht is B een late afsplitsing (kathe) van dit historisch erf.

14

bron: Woolderink e.a., 2015.

15

Een kathe (katerstede) is een kleine boerderij. Bij vererving kreeg de oudste zoon meestal het ouderlijke erf en boerderij. Het kwam wel voor dat een jongere zoon elders een nieuw boerenbedrijf opstartte. Dit vond meestal plaats op voor landbouw minder geschikte gronden; de meer geschikte gronden waren al in gebruik van gevestigde boerderijen. Een kathe kon zich dan ook meestal niet tot dezelfde omvang ontwikkelen. 17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

‘C’ is een niet bij naam genoemd erf. Ook hier gaat het waarschijnlijk om een late ontginning. Vanaf de 10e/11e eeuw na Chr. ontstaat een proces waarbij de boerenerven zich verplaatsen naar de randen van de es en waarbij deze zich op of binnen een zeer beperkt gebied fixeren. Daarvoor was het gebruikelijk dat boerderijen midden op de bouwlanden werden geplaatst, en dat de gebouwen zich in de loop der tijd verplaatsten (‘wandelende erven’). Hierboven is sprake van erven die naar de randen van de essen zijn verplaatst en die zich daar hebben gefixeerd. Op en in de omgeving van dergelijke boerenerven (meestal wordt een straal van 200 m gehanteerd) worden regelmatig sporen en structuren aangetroffen die bij voorgangers van deze boerenerven behoren. Het gaat daarbij om spiekers, afvalkuilen, greppels en dergelijke. Doorgaans liggen de voorgangers van deze erven hoger op de dekzandruggen. Op oude kaarten blijft het plangebied en haar directe omgeving tot ongeveer 2000 onbebouwd. Het grootste deel van die tijd is het in gebruik als akker. Pas later komt het braak te liggen.

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1990. Bron: topotijdreis.nl.

18

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

3C

ONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op een grote dekzandrug, dat als een schiereiland wordt omringd door lagergelegen – en waarschijnlijk drassige – gronden. Op de dekzandrug is een enkeerdgrond aanwezig. Vermoedelijk is dat een tamelijk late ontginning: de verkaveling zoals deze op een oude kaart is aangegeven wijst op een kampontginning. Dergelijke ontginningen stammen meestal uit de Nieuwe Tijd. Erve Horkenborg ten noorden van het plangebied heeft een historie die tot bijna in de Volle Middeleeuwen is terug te voeren, hoewel het in historische documenten is omschreven als een kathe (katerstede). De overige boerenerven rondom het plangebied zijn waarschijnlijk veel jonger. In de omgeving zijn weinig archeologische vondsten bekend. Dat hoeft niet te betekenen dat dit gebied door de eeuwen heen weinig bewoning heeft gekend. De kans is groot dat de schrale omvang van het vondstbestand is toe te schrijven aan een relatief gering aantal archeologische opgravingen.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Op basis van het landschap is het terrein wellicht geschikt geweest voor bewoning vanaf het midden-Neolithicum. Op basis van de geraadpleegde bronnen kunnen dan ook resten vanaf het midden-Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen verwacht worden. Resten uit oudere perioden (Laat-Paleolithicum tot en met vroegNeolithicum worden niet verwacht. In deze periode leefde men van jacht, visvangst en voedselverzameling. Men leidde een overwegend rondtrekkend bestaan. Resten van kampementen uit die periode worden hoofzakelijk teruggevonden op kleine dekzandopduikingen in een beekdal of andere landschappelijke omstandigheden waar voldoende voedselaanbod en vers water aanwezig was. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen voorkomen, maar de kans hierop wordt laag ingeschat. Deze lage verwachting is gebaseerd op oude kaarten. Enerzijds blijkt uit deze kaarten dat het gebied gedurende de Nieuwe Tijd aldoor onbewoond is geweest. Anderzijds wijst de geringe omvang en het grotendeels ontbreken van verkaveling van de es op een relatief late ontginning, in een periode dat bewoning al naar de randen van de essen was verplaatst. Gezien de aanwezigheid van een plaggendek kan het oorspronkelijke leefniveau nog intact zijn, waardoor eventuele archeologische resten wellicht goed bewaard zijn gebleven.

Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de

19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).16 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, dicht onder een plaggendek. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

16

bron: Tol e.a., 2006. 20

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het hele plangebied was grotendeels toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Dit betreft de huidige situatie. In de nieuwe situatie blijft deze bestaan. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld17 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van zes verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm.

De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 9. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 8.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Het typerende bodemprofiel bestaat uit een verstoord pakket van gemiddeld ongeveer 60 cm dik, gevolgd door een C-horizont. In boring 2 zijn mogelijk resten

17

E. Brouwer, 2020 21

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

van een plaggendek gezien met daaronder (mogelijk) een B-horizont. Waarschijnlijk echter betreft het ook hier een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. Bijlage 8 toont de geïnterpoleerde dikte van het verstoorde pakket. Dit pakket bestaat in grote lijnen uit zwak siltig, zeer fijn zand. De geringste verstoring is aangetroffen in boring 6 (45 cm).18 De dikste verstoring is gezien in boring 4 (100 cm). De bovenste circa 30 cm is homogeen donkerbruin van kleur, matig humeus en doet denken aan een plaggendek. Daaronder echter ligt een pakket duidelijk opgebracht zand of een duidelijk verstoorde laag. Het opgebrachte zand heeft een dikte van 1015 cm en is aangetroffen in boringen 1, 3 en 4. Het betreft zwak-matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. Dit zand is lichtgrijs/wit of geelgrijs van kleur, kan grind bevatten en de zandkorrels voelen scherp aan. De begrenzing met de onderliggende laag is steeds scherp. Het resterende verstoorde pakket is wisselend donkergrijs of donkerbruin met diverse kleurschakeringen. Hardgebakken baksteenfragmentjes in het verstoorde pakket zijn aangetroffen in boringen 1, 3 en 6. Boring 6 is op bouwpuin gestagneerd op een diepte van 45 cm –mv. In boring 4 is tussen 75-100 cm –mv een laag lemig zand aangetroffen. De top hiervan is grijs; de onderste grijs met bruine roestvlekken.

Dit betreft een opgebrachte en daarbij waarschijnlijk gekeerde19 laag keileem. In boring 2 is mogelijk een plaggendek aangetroffen met daarotussen 40 en 65 cm – mv. Deze laag bestaat uit een homogene donkerbruinzwarte, matig humeuze laag van zwak siltig, zeer fijn zand. Daaronder ligt een laagje van 5 cm dik dat geïnterpreteerd kan worden als een overgangslaagje (ontginningslaagje). Deze laag is licht humeus, grijs/zwart/bruin van kleur en bestaat eveneens uit zwak siltig, zeer fijn zand. Tussen 70-75 cm –mv ligt een donkerbruin/bruine laag dat mogelijk een B-horizont betreft. De genoemde lagen in boring 2 zijn homogeen van samenstelling en kleur en zijn onderling onscherp of diffuus begrensd, wat wijst op een intacte bodemlaag en een relatief hoge ouderdom. De mogelijke B-horizont is echter zeer scherp begrensd met de onderliggende C-horizont, wat vaak wijst op verstoring. Bijlage 9 toont de geïnterpoleerde hoogteligging van de nog resterende dekzandtop ten opzichte van NAP. De C-horizont bestaat uit matig siltig, zeer-matig fijn zand. Dit zand is overwegend lichtgeelgrijs gekleurd. De nog intacte dekzandtop toont weinig hoogtevariatie (laagste punt ligt op 23,22 m +NAP in boring 4; hoogste punt ligt op 23,51 m +NAP in boring 5).

4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE

Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

18 feitelijk is de dunste verstoring aangetroffen in boring 2 (40 cm). Echter, het is geenszins zeker dat de onderliggende lagen intact zijn.

19

hoewel zeker geen vast gegeven, is het meestal de top van een natuurlijke bodemlaag die roestvlekken bevat. 22

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

5C

ONCLUSIE EN VERWACHTING In de meeste boringen is een AC-profiel waargenomen. De oorspronkelijke, natuurlijke bodemhorizonten ontbreken, mogelijk afgezien van boring 2. Het ontbreken van een plaggendek en de intacte overgang van plaggendek naar onderliggende dekzandtop, alsmede het ontbreken van intacte bodemhorizonten in het dekzand (anders dan de C-horizont) wijst erop dat het oorspronkelijke leefniveau is verdwenen. Daarmee zijn ook de archeologisch relevante niveaus (onderzijde plaggendek, oorspronkelijke top van het dekzand) verdwenen. Alleen diepere sporen kunnen nog worden verwacht: ondiepe sporen en het niveau waarop mobiele vondsten kunnen worden verwacht zijn weg. De archeologische waarde van eventueel nog aanwezige resten van diepere grondsporen is daarmee gering. Het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel kan daarmee worden verworpen: voor alle perioden geldt een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten.

23

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

6S

ELECTIEADVIES

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van resten van diepere grondsporen. Het archeologisch belang hiervan is laag. In één boring zijn mogelijk resten van een plaggendek en een B-horizont gezien, maar het resterende deel van het plangebied is verstoord tot in de C-horizont. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Haaksbergen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer A. Vissinga. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

24

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Brouwer, E.W., 2019. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Violier 26/Duizendblad 48, Haaksbergen, gemeente Haaksbergen (OV). Laagland Archeologie Rapport 354. Almelo. Brouwer, E.W., 2019. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Goorsestraat 72 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen. Laagland Archeologie Rapport 356. Almelo. Brouwer, E.W., 2020. Plan van Aanpak ivo-verkennend. Almelo. Buesink, A., 2008. Gemeente Haaksbergen. Plangebied Wissinkbrink en Veldmaat Aanvulling op het bureauonderzoek en karterend booronderzoek. ’s-Hertogenbosch. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Kemme, A.W.A., en M. Mostert, 2014. Haaksbergen. Uitbreiding Transportriool.

Archeologische begeleiding. ’s-Hertogenbosch. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Putten, M.J. van, 2007. Gemeente Haaksbergen. Plangebieden Wissinkbrink en Veldmaat (Haaksbergen). Inventariserend archeologisch veldonderzoek (verkennende fase). ’s-Hertogenbosch. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

25

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brem 5 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, Overijssel

Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 23-11-2020 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 23-11-2020 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 23-11-2020 Beleidsadvieskaart. Bron: gemeente Haaksbergen. Geraadpleegd op 19-11-2020 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 23-11-2020 Minuutplan 1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 23-11-2020 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 17-112020 Transisalania vulgo Over-Yssel (Nico ten Have, tussen 1737 – 1750). Bron: vu.contentdm.oclc.org. Geraadpleegd op 24-11-2020 Gemeentelijke Verwachtingskaart Haaksbergen. Bron: gemeente Haaksbergen. Geraadpleegd op 17-11-2020

26

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

27

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

28

BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK

29

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

30

BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gwk

31

BIJLAGE 6 BODEMKAART

bodem

32

BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

33

BIJLAGE 8 DIKTE VERSTOORD PAKKET

34

BIJLAGE 9 TOP INTACTE DEKZAND

35

BIJLAGE 10BOORSTATEN VELDONDERZOEK

36

37

38

BIJLAGE 11VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren.

De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. DE BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van Bnaar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning.

Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de 39

voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Mesolithicum - Het Mesolithicum (8.800 – 4.900 voor Chr.) begon tijdens het begin van het Holoceen. De gemiddelde temperatuur steeg. Vegetatie ontwikkelde zich sterk en de variatie in flora en fauna nam toe. De mens trok als jager/verzamelaar door het land. Materiële resten uit deze periode worden gekenmerkt door kleine vuursteenvoorwerpen (microlithen). Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen.

Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd.

In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10842556/1