CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Notitie milieuafweging Broekheurnerweg 29 -Z

commissie Ruimte 11 januari 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, correctieve herziening diverse recreatiewoningen’22.841 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verzocht is om inzichtelijk te maken wat de planologische mogelijkheden zijn om de panden aan de NOTITIE Espoortstraat 165/Lipperkerkstraat 4-6 te Enschede te mogen aanwenden ten behoeve van twee Onderwerp: HetMilieuafweging Broekheurnerweg supermarkten. geldend bestemmingsplan is het29-Z bestemmingsplan “De Bothoven 2006”. Dit bestemmingsplan is bij raadsbesluit vastgesteld op 27 Auteur: Jeffrey Langejans en Niels Broekhuis november 2006 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 29 januari 2007. Hierna is een uitsnede van de planverbeelding opgenomen. Datum: 23 mei 2019

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

1. Aanleiding In het buitengebied van de gemeente Haaksbergen zijn acht recreatiewoningen aanwezig. Deze woningen worden minstens al vanaf 2003 onafgebroken permanent bewoond. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’ is aan deze woningen een reguliere woonbestemming toegekend. Echter is de provincie Overijssel hiertegen in beroep gegaan, waardoor het bestemmingsplan op dit onderdeel is vernietigd. Dit houdt in dat de toegekende woonbestemming geen juridische rechtskracht heeft verkregen en dat, op basis van het geldende bestemmingsplan, permanente bewoning niet is toegestaan. Wel zijn persoonsgebonden beschikkingen afgegeven waarmee de huidige bewoners van de recreatiewoningen hierin mogen blijven wonen. Op 12 april 2017 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 en de Omgevingsverordening 2017 vastgesteld. Hierbij is door Provinciale Staten een amendement aangenomen op het provinciale omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie. Het gewijzigde beleid leidt tot meer afwegingsruimte voor gemeenten om te bepalen of een als zodanig bestemde recreatiewoning in aanmerking komt voor een woonbestemming. Hiervoor gelden onder andere de volgende randvoorwaarden:    

de recreatiewoning werd vóór of op 31 oktober 2003 permanent bewoond en deze permanente bewoning is sindsdien onafgebroken voortgezet; er kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 voor (bestaande) reguliere woningen; er kan worden voldaan aan de relevante milieuregelgeving; en de bouwmogelijkheden binnen de te realiseren woonbestemming zijn niet ruimer dan nodig is voor de invulling van de huidige woonfunctie.

De gemeenteraad van Haaksbergen heeft besloten medewerking te verlenen aan het toekennen van een woonbestemming aan de volgende recreatiewoningen: Bosweg 2a –Z (voorheen Broekheurner 96 –Z), Bosweg 3a -Z Broekheurnerweg 27a –Z, Broekheurnerweg 29 –Z, Meijersgaardenweg 23 –Z, Porikweg 13a –Z, Stendermolenweg 3 –Z, Eibergsestraat 260 (voorheen Vloedsteegweg Z – 1) en Hambree 13 –Z, onder voorwaarde dat:   

aan alle voorwaarden voldaan wordt en uit milieutechnisch onderzoek is gebleken dat er tegen deze ontwikkeling geen bezwaren bestaan; in het kader van KGO-beleid voldaan wordt aan de basisinspanning ruimtelijke kwaliteit; er een anterieure overeenkomst met de eigenaren van de recreatiewoningen wordt gesloten waarin afspraken worden gemaakt over de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling en de afwenteling van eventuele planschade; er een partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen wordt doorlopen waarin de woonbestemmingen planologisch worden geregeld.

De gemeente neemt hierbij het initiatief en zal de herziening van het bestemmingsplan verzorgen. Hiervoor dienen de eigenaren van de reeds genoemde recreatiewoningen enkele stukken bij de gemeente aan te leveren, waaronder voorliggende notitie waaruit blijkt dat het omzetten van de bestemming van recreatie naar wonen voldoet aan de relevante milieuregelgeving en geen belemmering vormt voor omliggende (agrarische) functies. Voorliggende notitie heeft betrekking tot het perceel Broekheurnerweg 29 -Z te Haaksbergen.

1

2.

Locatie

Figuur 2.1 Ligging projectgebied ten opzichte van de kern Buurse (Bron: ArcGIS)

De functionele structuur van de omgeving van het projectgebied bestaat in hoofdzaak uit agrarische bedrijven, agrarische landschapsgronden, bos, recreatie en woningen. Het projectgebied wordt in het noorden en westen omsloten door agrarische gronden, in het oosten door camping Landgoed ’t Hazenbos en in het zuiden door bos en de Broekheurnerweg. In het projectgebied bevinden zich een recreatiewoning en een tweetal bijgebouwen. De grond rondom de recreatiewoning is voornamelijk in gebruik als tuin of verhard. In figuur 2.2 is een luchtfoto met daarin de huidige situatie op het perceel opgenomen. Het projectgebied is hierbij wederom indicatief aangegeven middels de rode omlijning.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Het projectgebied is gelegen aan de Broekheurnerweg 29 -Z, in het buitengebied van Haaksbergen. Het perceel bevindt zich nabij de Buurserbeek, op korte afstand van de kern Buurse en staat kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen, sectie R, nummer 212. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied indicatief ten opzichte van de kern Buurse en de directe omgeving weergegeven middels de rode omlijning.

Figuur 2.2 Ligging perceel ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel)

2

3.

Milieutoets

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders.

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.

3.1

Geluid

3.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 3.1.2

Situatie projectgebied

Voorliggend initiatief voorziet in een bestemmingswijziging van recreatiewoning naar reguliere woning, waarbij permanente bewoning is toegestaan. Een reguliere woning is in tegenstelling tot een recreatiewoning altijd aan te merken als een geluidsgevoelig object op grond van de Wgh.

BJZ.NU

3.1.2.1 Wegverkeerslawaai Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen in beginsel een nadere beoordeling verplicht is. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Broekheurnerweg en de Oude Buurserdijk waarop een maximum snelheid van 60 km/uur geldt. Voor beide wegen geldt een wettelijke geluidszone van 250 meter. De voorkeurswaarde voor geluidsgevoelige bebouwing waaraan moet worden voldaan bedraagt 48 dB. De woning is gelegen op een afstand van respectievelijk circa 112 en 230 meter uit de as van de Broekheurnerweg en Oude Buurserdijk. Beide wegen worden vrijwel uitsluitend door bestemmingsverkeer gebruikt. De verkeersintensiteit op deze wegen is dan ook beperkt. Gezien de maximum snelheid, de zeer beperkte verkeersintensiteit ter plaatse en de onderlinge afstand tussen de woning en as van de wegen, wordt verwacht dat de voorkeurwaarde van 48 dB niet zal worden overschreden. 3.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het projectgebied is gelegen. 3.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het projectgebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig.

Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).

3

3.1.3

Conclusie

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging.

3.2

Bodemkwaliteit

3.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijhorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoeksplicht: 1. als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; 2. als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; 3. als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud) en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd).

3.2.2

Situatie projectgebied

Voorliggend initiatief voorziet in een bestemmingswijziging van recreatiewoning naar reguliere woning, waarbij permanente bewoning is toegestaan. Hierbij wordt voldaan aan uitzonderingsregel 1. Het niet-wederrechtelijk gebruik (verblijf al dan niet permanent) wordt namelijk niet gewijzigd. Geconcludeerd wordt dat een bodemonderzoek achterwege kan blijven. 3.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit geen belemmering oplevert ten aanzien van voorliggend initiatief.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

4

3.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 3.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 3.3.2

Situatie projectgebied

Gelet op de aard en omvang van deze functiewijziging, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 3.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggende functiewijziging 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Een woning is niet aan te merken als een gevoelige functie in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 3.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de functiewijziging.

3.4

Externe veiligheid

3.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: 

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

5

   

de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 3.4.2

Situatie projectgebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 3.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het projectgebied (rode omlijning) en omgeving weergegeven.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

  

Figuur 3.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied:    

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

6

3.4.3

Conclusie

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Een en ander brengt met zich mee dat de functiewijziging in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid. 3.5

Milieuzonering

3.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:  

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 3.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woonen leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

7

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Het projectgebied is gelegen in het buitengebied waar geen sterke menging van functies aanwezig is. Derhalve wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

3.5.3

Situatie projectgebied

3.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 3.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 3.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de woning hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de nabije omgeving van het perceel Broekheurnerweg bevinden zich Camping Landgoed ’t Hazenbos aan de Broekheurnerweg 29A (milieucategorie 3.1), op circa 15 meter afstand en enkele agrarische bedrijven waarvan het agrarisch bedrijf aan de Bosweg 3 (intensieve veehouderij) de meest dichtbijzijnste is op een afstand van circa 250 meter.

Voor deze categorieën geldt op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand van 50 meter voor de camping (circa 15 meter afstand) en 200 meter voor het agrarisch bedrijf (250 meter afstand). Met deze afstanden, gemeten vanaf de bestemmingsvlakken van de functies tot het bestemmingsvlak van de woning, zijn alle functies, met uitzondering van de camping (50 meter voor het aspect ‘geluid’), op voldoende afstand gelegen. Omdat voor de camping niet wordt voldaan aan de richtafstand is er ter plaatse van het projectgebied een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is om aan te tonen dat er plaatse van het

8

projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het milieuaspect ‘geluid’. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze milieunotitie. De belangrijkste conclusies worden hieronder weergegeven

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Akoestisch onderzoek In de dagperiode kan ruimschoots aan de VNG-richtwaarde worden voldaan. In de avondperiode is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau L gelijk aan de VNG-richtwaarde. De avondperiode met de laagste norm is dus bepalend met het stemgeluid van een groep luid pratende mensen als dominante geluidbron. Ook de piekgeluiden liggen ruimschoots onder de norm. Omdat campings kampregels hebben ter voorkoming van geluidoverlast door eigen gasten is het stemgeluid beheersbaar. Door voldoende afstand tussen de standplaatsen en de woning is sprake van aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vanwege de grote bomen (eiken) langs de grens van de inrichting is het niet reëel dat extra standplaatsen dichter bij de woning komen. De camping moet voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit. Omdat het stemgeluid overeenkomstig art 2.18 lid a en b buiten beschouwing blijft is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau L nog lager en kan zeer ruim aan de normen worden voldaan. Bovendien worden piekgeluiden door het komen en gaan van bezoekers/gasten van een recreatie-inrichting, zoals een camping, niet getoetst (dus ook door het rijden van voertuigen art 2.18 lid 3a). De camping wordt niet beperkt in de bedrijfsvoering, ook niet wanneer meer plaatsen worden gecreëerd of extra activiteiten wordt toegevoegd dichterbij bij de woning.

De woning zal dan ook geen hinder ondervinden van reeds vermelde functies. 3.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt voor wat betreft de milieuaspecten geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 3.6

Geur

3.6.1

Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën, waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden:  

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën, waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de

9

belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Dit wordt ‘de omgekeerde werking’ genoemd. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

3.6.2

Situatie projectgebied

In het kader van de toetsing aan de Wgv dient beoordeeld te worden of er sprake is van geurhinder ten opzichte van een ‘geurgevoelig object’, in voorliggend geval een woning. Er is mogelijk sprake van ‘geurbelastende objecten’ in de vorm van een aantal agrarische bedrijven in de nabije omgeving. Gezien de woning zich buiten de bebouwde kom bevindt dient deze op minimaal 50 meter afstand van deze objecten gelegen te zijn. Gebleken is in paragraaf 3.5 dat de woning op voldoende afstand, namelijk op circa 250 meter, is gelegen van het dichtsbijzijnste agrarische bedrijf. Gelet op het vorenstaande kan gesteld worden dat ter plaatse van de bestaande woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat omgekeerd het agrarisch bedrijf niet wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering. 3.6.3

Conclusie

Op basis van de Wgv en een goede ruimtelijke ordening is er geen belemmering voor de realisatie van voorliggende functiewijziging.

3.7

Ecologie

3.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 3.7.2

Gebiedsbescherming

3.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het projectgebied bevindt zich op ruim 1 kilometer van Natura 2000-gebied 'Buurserzand en Haaksbergerveen'. Gelet op de aard en omvang van voorliggend initiatief en de afstand tot het Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat het voornemen geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. 3.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN' waarbij tevens zoveel mogelijk rekening gehouden dient te worden met

10

de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: herbegrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het projectgebied bevindt zich te midden van NNN-gebied. Gelet op de aard en omvang van voorliggend initiatief in relatie tot de huidige situatie wordt geconcludeerd dat het voornemen geen significant negatieve effecten (bijv. areaalvermindering) heeft op de doelstellingen van NNN-gebieden.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

3.7.3

Soortenbescherming

3.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 3.7.2.2 Situatie projectgebied Voorliggende ontwikkeling betreft een herbestemming (functiewijziging). Van de sloop van gebouwen, realisatie van nieuwe bebouwing en het kappen van bomen of verwijderen van andere groenelementen is dan ook geen sprake. In voorliggend geval is geen sprake van een negatief effect op (beschermde) flora en fauna en is het uitvoeren van een (veld)onderzoek dan ook niet noodzakelijk. 3.7.4

Conclusie

De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen herbestemming een nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. De herbestemming heeft tevens geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of het NNN. 3.8

Archeologie & Cultuurhistorie

3.8.1

Archeologie

3.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 3.8.1.2 Situatie projectgebied In dit geval vinden er geen bodemingrepen plaats. Van het uitvoeren van een archeologisch onderzoek kan dan ook worden afgezien. 3.8.2

Cultuurhistorie

3.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.

11

In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan of wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

3.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen nader archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

3.8.2.2 Situatie projectgebied Op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel bevinden zich in het projectgebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. In de directe omgeving van het projectgebied is eveneens geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Derhalve wordt geconcludeerd dat het plan geen negatieve invloed heeft op de cultuurhistorische waarden.

12

4.

Eindconclusie

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Gelet op de resultaten uit de milieukundige toets wordt geconcludeerd dat er geen bezwaren zijn tegen de herbestemming van het recreatieperceel Broekheurnerweg 29 -Z te Haaksbergen naar wonen.

13

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

14

BUIJVOETS BOUW- EN GELUIDSADVISERING

Akoestisch onderzoek woningen aan Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse.

Adviseur :

ing. Wim Buijvoets

Opdrachtgever :

BJZ.nu Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo

Contactpersoon :

dhr Jeffrey Langejans

Datum :

30 september 2018

Werknummer :

18.146

Hyacinthstraat 101

Telefoon : 0541-532343

mobiel : 06-54763258 Website : www.buijvoets.nl

7572 BB Oldenzaal

Telefax : 0541-532349

banknr : 1791.38.901

KvK Enschede : 08094436

E-mail : info@buijvoets.nl

Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd conform de R.V.O.I ’98, incl. wijzigingen en aanvullingen, zoals gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage op 12-november 1997 (een samenvatting van hoofdzaken is bij ons kantoor opvraagbaar)

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE ____________________________________________ I 1

2

3

INLEIDING ____________________________________________ 1 1.1

Milieuzonering ..................................................................................................1

1.2

Toetsingskader .................................................................................................2

1.3

Feitelijk gebruik met evt uitbreidingen camping ...............................................4

ANALYSE GELUIDBELASTING_______________________________ 6 2.1

Rekenmodel .....................................................................................................6

2.2

Geluidoverdracht ..............................................................................................6

2.3

Bronvermogensniveaus....................................................................................7

2.4

Bedrijfstijden en bedrijfstijdcorrecties ...............................................................8

2.5

Geluidbelasting.................................................................................................8

CONCLUSIES ________________________________________ 10 3.1

VNG-norm : langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en geluidniveaus

LAmax 10 3.2

Activiteitenbesluit............................................................................................10

BIJLAGEN bladzijde

transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina i

1

INLEIDING In opdracht van BJZ.nu is een akoestisch onderzoek ingesteld i.v.m. de geplande transformatie van 2 recreatiewoningen naar woning aan de Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z beiden te Buurse, gemeente Haaksbergen (zie plot en situatie in bijlage I). De situatie met woningen is weergegeven op de tekening in bijlage I. Doel van het onderzoek is het in beeld brengen van de geluidssituatie zodat kan worden bepaald of in dit geval wordt voldaan aan het principe van een “goede ruimtelijke ordening”.

1.1

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. De toelaatbare afstand tussen inrichtingen en milieugevoelige functies, in dit geval woning, is daarbij afhankelijk van de hindercategorie waarbinnen deze inrichtingen vallen. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van een bedrijf op milieuhygiënische aspecten wordt het instrument milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering is in dit geval bedoeld om de geplande woningen te toetsen op : - woning Broekheurnerweg 29-Z op de camping het ’t Hazenbos; Oude Buurserdijk 1 (afstand woning-camping 20 m) - woning Porikweg 13a-Z op de agrarisch bedrijf Mts. Heuzels-Morskieft; Porikweg 6 (afstand woning-veehouderij ±28 m) - woning Porikweg 13a-Z op de agrarisch bedrijf Porikweg 5 (sectie R, nr 9 en 968) (afstand woninggrens inrichting ±31 m). Overige bedrijven liggen buiten de richtafstanden van de VNG. Door middel van de milieuvergunning en de daarbij behorende vergunningsvoorschriften wordt de gewenste milieukwaliteit gerealiseerd. De basiszoneringslijst (Bedrijven en Milieuzonering, VNG, 2009) relateert milieuhindersoorten aan een minimale afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen.

De zogenaamde hindercategorie loopt uiteen van 1 t/m 6 en is direct afgeleid van de grootste afstand oplopend van 0 tot 1500 m. De camping heeft een zone van 50 m voor een rustige woonwijk/buitengebied. De geplande woning Broekheurnerweg 29-Z ligt binnen de richtafstand van 50 m van de camping. Een veehouderij heeft een afstand van 30 m voor rundvee en 50 m voor varkens/pluimvee. Voor Mts Heuzels-Morskieft aan de Porikweg 6 met rundvee en pluimvee is de richtafstand 50 m. De geplande woning Porikweg 13a-Z ligt binnen de richtafstand van 50 m van Mts Heuzels-Morskieft. Voor de Porikweg 5 wordt een richtafstand van 30 m aangehouden. De geplande woning Porikweg 13a-Z ligt buiten deze richtafstand van 30 m van de Porikweg 5. De bedrijvenlijst geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Op een grotere afstand worden milieugevoelige bestemmingen aanvaardbaar geacht. Op een kleinere afstand kan een nader onderzoek noodzakelijk zijn zoals in dit geval. Er zijn twee duidelijke zaken die aanbod moeten komen, te weten : A Zal de komst van de woningen de belangen van bedrijven schaden.

In dit deel dient getoetst te worden aan de grenswaarden uit de milieuvergunning (Mts Heuzels-Morskieft) of het Activiteitenbesluit milieubeheer inclusief het uitsluiten van toetsing van activiteiten overeenkomstig artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit (voor de camping); B Is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de te transformeren woningen. In de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat dienen alle geluidsbronnen beoordeeld te worden dus ook de bronnen die volgens artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn uitgesloten van toetsing. transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 1

Wat onder een goede ruimtelijke ordening moet worden verstaan en welke bronnen of aspecten hierin moeten worden meegenomen ligt niet in wetgeving vast. Hierna wordt ingegaan op het toetsingskader.

1.2

Toetsingskader De geluidbelasting t.g.v. inrichtingen wordt afzonderlijk in de dag-, avond en nachtperiode aan 3 normen getoetst waarbij de normen ’s nachts uiteraard lager liggen dan overdag : - langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT; dit niveau is de gemiddelde geluidbelasting (des te langer luidruchtige activiteiten duren des te hoger de geluidbelasting LAr,LT in een periode), - de maximale geluidniveaus, LAmax, dit zijn de hoogst gemeten of berekende geluidniveaus in de meterstand “Fast” (bijv. door het remmen/optrekken van een voertuig, laden/lossen, sluiten portier, open deur, enz). - het equivalente geluidniveau LAeq t.g.v. de verkeersaantrekkende werking op de openbare weg De gemeente Haaksbergen heeft geen geluidbeleid vastgesteld m.b.t. industrielawaai bij nieuwe ontwikkelingen. Voor het toetsingkader geluid bij de woning, in het kader van een aanvaardbaar woonen leefklimaat, wordt het stappenplan van de VNG gevolgd. De invallende geluidbelasting moet worden gemeten voor de gevels van een woning op een hoogte waar de geluidoverlast kan worden ondervonden. Toetsingkader geluid VNG De VNG hanteert voor het toetsingkader van geluid 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht.

Stap 1 : indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing in beginsel achterweg blijven. Stap 2 indien stap 1 niet toereikend is : Inpassing is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal (dagperiode van 07-19 uur) :  45 dBA voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT  65 dBA voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax  50 dBA t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dBA lager. Stap 3 indien stap 2 niet toereikend is : Inpassing is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal (dagperiode van 07-19 uur) :  50 dBA voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT  70 dBA voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax  50 dBA t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dBA lager. Bij stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom een concrete geluidbelasting acceptabel wordt geacht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4 : bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpasssing doorgaans niet mogelijk zijn.

transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 2

Verkeersaantrekkende werking De geluidbelasting op de woninggevels t.g.v. verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg wordt beoordeeld conform de circulaire “Geluidhinder veroorzaakt door wegverkeer van en naar de inrichting” d.d. 29 februari 1996 (Ministerie van VROM). Dit betekent dat dit verkeer uitsluitend wordt beoordeeld op het equivalente geluidniveau LAeq en de normstelling daarvoor aansluit bij de Wet geluidhinder (Wgh, 50 dBA voorkeursgrenswaarde). Het indirecte lawaai door voertuigen op de openbare weg van en naar de inrichting wordt beoordeeld bij geluidgevoelige bestemmingen waar dit nog afzonderlijk akoestisch herkenbaar is t.o.v. het overige verkeer. De ingang naar de camping ligt aan de Oude Buurserdijk op ruim 275 m uit de geplande woning Broekheurnerweg 29-Z. Verkeer van en naar de camping op de openbare weg is bij deze woning niet relevant. Het indirecte verkeer op de Porikweg van en naar Mts. Heuzels-Morskieft (Porikweg 6) op ruim 60 m uit de geplande woning Porikweg 13a-Z is ook niet relevant vanwege de grote afstand. Grenswaarden Activiteitenbesluit m.b.t. de camping De standaard grenswaarden van het Activiteitenbesluit liggen 5 dBA hoger dan de VNG-richtlijnen. Bij toetsing aan de normen van het Activiteitenbesluit wordt stemgeluid op de camping buiten beschouwing gelaten.

Bij toetsing aan de VNG-normen voor een goed woon- en leefklimaat wordt stemgeluid meegenomen. Alle grenswaarden bij de woningen zijn in tabel I samengevat. 2

TABEL I : grenswaarden

richtwaarden VNG

Activiteitenbesluit

periode

tijden

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

dag

07:00-19:00 uur 45

65

50

70

avond

19:00-23:00 uur 40

60

45

65

nacht

23:00-07:00 uur 35

55

40

60

1

1 in de dag niet van toepassing op laden/lossen en rijden voertuigen t.b.v. de inrichting 2 stemgeluid mag buiten beschouwing blijven

Omdat de belangrijkste bron op een camping, stemgeluid, niet wordt meegewogen en de norm ook nog hoger ligt zal een woonfunctie op Broekheurnerweg 29-Z niet leiden tot beperkingen voor de camping. Wanneer wordt aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning wordt ook ruim aan de norm van het Activiteitenbesluit en is een nader onderzoek niet nodig. Grenswaarden vergunning Mts Heuzels-Morskieft In 2017 is door Adviesbureau Sain een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar Mts Heuzels-Morskieft (nr 2017-3057 d.d. 29 okt. ‘17) waarin grenswaarden worden genoemd uit 2004 en zijn opgenomen in tabel II. Uitgangspunt is dat deze grenswaarden nog actueel zijn. In het onderzoek is de representatieve en incidentele bedrijfssituatie behandeld en zijn de resultaten daarvan opgenomen in tabel II. Omdat het onderzoek nog recent is wordt aangenomen dat de resultaten representatief zijn. Het onderzoek van Sain is in bijlage II opgenomen.

transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 3

TABEL II : grenswaarde + resultaat Porikweg 13a-Z

LAr,LT

LAmax

periode

tijden

grenswaarde

RBS

IBS

grenswaarde RBS

IBS

dag

07:00-19:00 uur

45

34

34

60

53

53

avond

19:00-23:00 uur

40

31

-

55

53

-

nacht

23:00-07:00 uur

35

27

28

50

41

48

Uit het onderzoek van Sain volgt dat bij de woning Porikweg 13a-Z zeer ruim aan de grenswaarde wordt voldaan. Ondanks dat de grens van de inrichting op ca 28 m, dicht bij de woning Porikweg 13aZ, ligt, vinden de activiteiten op veel grotere afstand van minimaal 70 m plaats en gedeeltelijk achter gebouwen waardoor bij de geluidimmissie bij de woning Porikweg 13a-Z laag is en sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het is niet nodig een nader onderzoek in te stellen.

1.3

Feitelijk gebruik met evt uitbreidingen camping Van de camping is geen akoestisch onderzoek beschikbaar en moet de geluidbelasting t.g.v. de representatieve bedrijfssituatie inzichtelijk worden gemaakt. Voor het feitelijk gebruik kan mogelijk met een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat hier sprake is van een aanvaardbare situatie. Een plattegrond en huisregels zijn aan de web-site ontleend (zie bijlage I). Representatieve bedrijfssituatie De geluidbelasting bij woningen in de omgeving dient te worden beoordeeld op de geluidemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt, veelal aangeduid als de "representatieve bedrijfssituatie (RBS)". De representatieve bedrijfssituatie heeft betrekking op een voor de geluiduitstraling kenmerkende bedrijfsvoering bij volledige capaciteit van de inrichting. Het betreft een kleine rustige camping met een oppervlakte van ca 6 Ha en 50 plaatsen voor campers, caravans en tenten. Op de drukste dagen in de zomerperiode verblijven ca 150 mensen op het park. Deze periode wordt als representatief beschouwd. De geluidbelasting wordt per periode (dag, avond, nacht) beoordeeld voor een representatieve bedrijfssituatie welke regelmatig voorkomt (>12 x per jaar). De akoestisch relevante bedrijfsactiviteiten bestaan uit voertuigbewegingen, installaties en stemgeluid.

Ten aanzien van de bedrijfscondities en uitgangspunten zijn de volgende akoestisch relevante gegevens gehanteerd (voor routes, bronposities zie plottertekening in bijlage I). Rijden voertuigen Volgens de CROW-publicatie 317 (okt. 2012) heeft een camping een parkeerbehoefte van gemiddeld 1.2 per plaats. Bij akoestisch onderzoek naar een inrichting wordt uitgegaan van een drukke dag welke regelmatig voorkomt, dat zal in het zomerseizoen zijn. . Volgens de regels mag de auto alleen naar het veld voor het halen/brengen van de caravan, vouwwagen of tent. De drukste dagen op de velden zijn dagen wanneer veel gasten komen en vertrekken. Een”worst case” scenario is (40 x 2 =) 80 bewegingen naar en van de velden, dat kunnen 40 nieuwe gasten zijn (bijv. vrijdagmiddag) maar ook een deel vertrekkende en een deel nieuwe gasten. De 80 bewegingen (alleen overdag) moeten worden verdeeld over alle velden en komen of gaan via de parkeerplaats D waar de gasten de auto moeten stallen. De meeste gasten gebruiken niet dagelijks hun auto, in een “worst case” scenario is uitgegaan van 4 bewegingen per standplaats per etmaal, dat is incl. het komen of gaan van gasten. Vanaf transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 4

parkeerterrein (zie D plattegrond) naar en van de openbare weg vinden dagelijks hooguit (200 - 80 =) 120 bewegingen plaats waarvan 100 tussen 07 en 19 uur en 20 tussen 19 en 23 uur. Tussen 23 en 07 uur is de camping gesloten voor verkeer. Installaties De sanitairgebouwen hebben huishoudelijke installaties (cv, warm water, ventilatie enz) volgens moderne techniek welke akoestisch niet relevant is bij de woning op 130 m afstand. Geluid uit gebouwen In de gebouwen wordt geen relevant geluid geproduceerd. Muziekgeluid mag volgens de kampregels niet bij andere standplaatsen herkenbaar zijn en zal dus ook bij de op grotere afstand gelegen woning niet herkenbaar zijn. De camping heeft geen kantine voor activiteiten. Stemgeluid Stemgeluid is vooral dominant bij stemverheffen, roepen/schreeuwen (bijv. kinderen vanaf een speelterrein, zwembad enz). Het betreft een relatief kleine camping niet speciaal gericht op gezinnen, er is ook geen zwembad. Voetbal en andere balspelen zijn niet toegestaan op het kampeergedeelte. Op het terrein zijn 2 kleine speeltuinen (zie E op de kaart in bijlage I). Om het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT t.g.v. stemgeluid op het terrein te kunnen vast stellen moet een inschatting worden gemaakt van het aantal mensen, het bijbehorende bronvermogen en de tijdsduur. Het maximum aantal kampeerders bij een gemiddelde bezetting van 3 persoon/plaats is 150.

Uitgangspunt is dat het na 23 uur op de camping stil moet zijn. Muziekgeluid mag volgens de kampregels bij andere standplaatsen niet hoorbaar zijn. Muziekgeluid is daardoor bij de woning op minimaal 40 m uit een standplaats ook niet herkenbaar. Het stemgeluid zal vergelijkbaar zijn als bij reguliere woningen in een woonwijk met een gemiddeld bronvermogen LWA van ca 65 dBA voor rustig praten (zonder stemverheffing) tussen mensen. Dit soort gesprekken is bij de kortste afstand van de standplaatsen tot de woning van ca 40 m niet meer herkenbaar (Li < 25 dBA). Maatgevend zijn bijeenkomsten van een groep mensen (bijv. bezoek, verjaardag enz). De staanplaatsen worden benut door 2 á 4 personen (gemiddeld 3), in een “worst case” 6 personen. Bij goed weer kan het voorkomen dat een groep mensen bij elkaar op bezoek komt en luider stemgeluid produceert. Gerekend wordt dat dit gebeurt op een standplaats het dichtst bij de woning door een groep van 6 personen. Hierna staat een omschrijving van de akoestische relevante activiteiten/bronnen met het aantal bewegingen van voertuigen en een inschatting van de tijdsduur voor stemgeluid (worst case). Overdag zijn mensen vaak weg, gerekend wordt met gemiddeld 6 en 3 uur stemgeluid op het terrein overdag respectievelijk in de avond.

Voor de speeltuin wordt als “worst case” scenario gerekend met gemiddeld 10 spelende kinderen 6 uur overdag en 1 uur in de avond. In tabel III staat een overzicht van de relevante geluidbronnen met bedrijfstijden. Tabel III : aantal transporten en/of tijd in gebruik per dag nummer

geluidbronnen/activiteiten per dag

route/bron

Dag

Avond

Nacht

7-19

19-23

23-7 uur

route 1 (komen+gaan is 1 route in het model)

rijden lichte voertuigen op het terrein

40 x

-

-

route 2

lichte voertuigen naar en van de parkeerplaats

100 x

20 x

-

oppervlaktebron hele terrein 150 mensen

stemgeluid 65 dBA/pp = 87 dBA

6 uur

3 uur

-

2 x oppervlakte 10 kinderen speeltuin

stemgeluid 75 dBA/pp = 85 dBA

6 uur

1 uur

-

puntbron 6 x luider pratende mensen

stemgeluid 76 dBA/pp = 84 dBA

6 uur

4 uur

-

transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 5

2

ANALYSE GELUIDBELASTING De geluidbelasting t.g.v. voertuigbewegingen en stemgeluid kan worden vastgesteld d.m.v. een rekenmodel (methode II) volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai ‘99, rekening houdend met de geografische gegevens en de representatieve bedrijfssituatie.

2.1

Rekenmodel De geluidoverdracht naar de omgeving is bepaald met een rekenmodel (software DGMR Geomilieu), waarin zijn opgenomen : de gebouwen en geluidreflecterende (harde) bodemvlakken, het campingterrein is als 20% verhard beschouwd de mobile geluidbronnen te weten de voertuigen met hun bronposities en bronvermogensniveaus LW stemgeluid in een oppervlaktebron op het kampeerterrein met een hoogte van 1.3 m stemgeluid in een bron voor 6 luid pratende mensen op 1.3 m hoogte op een standplaats het dichtst bij de woning en een bron voor 10 kinderen op 1.3 m hoogte in de speeltuin een immissiepunt op de gevel van de woning op 1.5 m hoogte boven het maaiveld Bijlage I geeft een overzicht en plottertekeningen met de invoergegevens van het rekenmodel. Het model is een benadering van de werkelijkheid en in dit geval de enige methode om met een broninventarisatie een betrouwbaar beeld te krijgen van de geluidimmissie in de omgeving.

2.2

Geluidoverdracht Het model is een benadering van de werkelijkheid en in dit geval de enige methode om met een broninventarisatie inzicht te krijgen van de geluidimmissie bij de geplande woning. Basisformule geluidoverdracht Bij een directe geluidmeting onder meteocondities wordt het zgn gestandaardiseerd immissieniveau Li vastgesteld. Dit is het equivalente (gemiddelde) geluidniveau gedurende een bepaalde periode van één of meerdere bronnen. Het gestandaardiseerd immissieniveau Li per bron kan ook worden berekend volgens : Li = LWR – D dBA waarin LWR = het immissierelevante bronvermogensniveau in dBA D = verzamelterm van alle verzwakkingen (HLMR IL ’99 meth. II) Voor de berekening van het langtijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT van een bron wordt uitgegaan van de gemiddelde bronsterkte tijdens een cyclus (bijv. het rijden van een vrachtwagen incl. optrekken/remmen). Voor de berekening van het maximale geluidniveau dient te worden gerekend met het maximale bronvermogensniveau LWr,max dat redelijkerwijs kan worden verwacht. Het langtijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT t.g.v.

een bepaalde bedrijfstoestand wordt bepaald uit het (A-gewogen) gestandaardiseerde immissieniveau volgens : LAeqi,LT = Li - Cb - Cm [dBA] waarin Li = gestandaardiseerd immissieniveau onder meteocondities Cm = meteocorrectie (0 tot 5 dB) afhankelijk van hoogtes en ri Cb = bedrijfstijd-correctie = -10 log Tb/To To = tijdsduur van de beoordelingsperiode (dag, avond of transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 6

nacht, voor tijden zie normstelling rapport) Tb = effectieve bedrijfstijd in die periode Wanneer op het beoordelings/rekenpunt bij een bepaalde bedrijfstoestand binnen het totaal aanwezige geluidniveau vanwege de betreffende inrichting geluid met een duidelijk hoorbaar tonaal-, impulsachtig- of muziekkarakter wordt waargenomen, wordt op het langetijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT van de betreffende bedrijfstoestand tijdens welke dit specifieke karakter optreedt, een toeslag toegepast voor : tonaal of impulsgeluid K = 5 dB of muziekgeluid K = 10 dB Uitgangspunt is dat bij de woninggevels geen sprake is van herkenbaar tonaal-, impuls-, of muziekgeluid zodat de geluidtoeslag niet van toepassing is.

2.3

Bronvermogensniveaus De basis voor de geluidoverdrachtsberekeningen vormen de gehanteerde bronvermogenniveaus van de verschillende geluidbronnen onder representatieve bedrijfsomstandigheden als hierna behandeld. De bronvermogenniveaus van de relevante geluidbronnen zijn afgeleid uit metingen, kengetallen, ervaringscijfers of gebaseerd op een aanname (nieuwe geluidbron). Voertuigen Bij mobiele bronnen (voertuigen) is de bronsterkte afhankelijk van het type voertuig, snelheid/toerental, bestrating en de bediening cq het rijgedrag. Uitgegaan wordt van een normaal rijgedrag met een lage maximum snelheid tot gemiddeld 10 km/uur in een laag toerental. Voor berekeningen van wegverkeerslawaai (volgens RMG ‘2012) wordt bij een snelheid van 30 km/uur gerekend met een bronvermogensniveau van 93 dBA voor lichte voertuigen (gemiddeld Nederlands wagenpark). Bij het rustig rijden/manoeuvreren van voertuigen met lagere snelheden in een lager toerental liggen de bronvermogens nog lager. Gerekend wordt met gemiddeld 89 dBA voor het stapvoets rijden/manoeuvreren van lichte voertuigen binnen de inrichting. Het piekbronvermogen bij het dichtslaan van portieren en optrekken bedraagt max. 100 dBA voor personenwagens. Stemgeluid Het geluidniveau door kinderen/mensen op het terrein wordt hoofdzakelijk bepaald door het stemgeluid.

Voor de maximale bronsterkte LWr van stemgeluiden, ontleend aan metingen, kunnen de onderstaande waarden worden aangehouden (in voorwaartse richting) :  normaal gesprek : LAmax = 80 - 85 dBA, LAeq = 65 - 70 dBA  stemverheffen : LAmax = 85 - 90 dBA, LAeq = 70 - 75 dBA  luid praten : LAmax = 90 - 95 dBA, LAeq = 75 - 80 dBA  roepen : LAmax = 95 - 100 dBA  schreeuwen : LAmax = 100 - 105 dBA  luid schreeuwen : LAmax = 105- 110 dBA  gillen : LAmax = > 110 dBA Het gemiddelde bronvermogensniveau rondom ligt ca 5 dBA lager dan in voorwaartse richting. In het NAG journaal nr. 123 van mei 1994 wordt voor stemgeluid in buitenzwembaden een gemiddeld bronvermogensniveau van 72 dBA (rondom) per persoon genoemd. Dit niveau wordt vooral bepaald door luid roepende kinderen. Bij een normaal gesprek is het verschil tussen het equivalente geluidniveau en het maximale geluidniveau (ca 8 dBA) veel kleiner dan bij roepen/schreeuwen. Het gemiddelde bronvermogensniveau (rondom) van een normaal gesprek transformatie woningen Broekheurnerweg 29-Z en Porikweg 13a-Z te Buurse

pagina 7

zonder stemverheffing is lager dan 70 dBA. In paragraaf 1.4 is al aangegeven dat een normaal gesprek tussen mensen een bronsterkte heeft van 65 dBA en bij de woning op minimaal 40 m niet herkenbaar zal zijn (Li < 25 dBA). In Duitsland bestaat een VDI-norm nr 3770 met kengetallen voor geluidvermogenniveaus bij sportcomplexen. Voor sprekende toeschouwers met “angehobener stimme” = verhoogde stem op een buitenterrein wordt gerekend met een bronvermogensniveau van 70 dBA hetgeen overeenkomt met voorgaande beschouwing. In 2005 zijn door Buijvoets Bouw- en Geluidsadvisering geluidmetingen uitgevoerd bij een besloten terras van een restaurant te Almelo :  normaal praten ca 40 mensen aan tafels: LWAmax = 92 dBA, LWA = 80 dBA (LWA per persoon = 64)  luider praten tijdens receptie in groep van ca 30 mensen : LWAmax = 100 dBA, LWA= 92 dBA (LWA per persoon = 77). In 2013 is ’s avonds laat het geluidniveau gemeten afkomstig van een verjaardagspartij waarbij ca 14 volwassenen (tussen 30-60 jaar) buiten aan praattafels staan. Het gemiddelde bronvermogensniveau per persoon bedroeg ca 77 dBA met pieken van 100 dBA. Er zit dus een grote spreiding in het niveau van stemgeluid van gemiddeld (LWA) 65 tot 77 dBA per persoon en maximaal (LWmax) 90 tot 96 dBA. Gemiddeld zal het op de meeste standplaatsen rustig zijn met lage stemniveaus welke bij de woning niet herkenbaar zijn.

Gerekend wordt met een groep van 6 mensen met een gemiddeld luid stemgeluid LWA is 76 dBA/pp en een totaal niveau van (10 x log 6 + 76 =) 84 dBA. Voor het maximale bronvermogensniveau wordt gerekend met 100 dBA. De gemiddelde bronsterkte van een spelend kind van de peuterspeelzaal en de kinderdagopvang bedraagt 76 dB(A). De maximale bronsterkte is 107 dB(A) voor een spelend kind. Deze bronsterktes zijn gebaseerd op praktijkmetingen bij basisscholen en een peuterspeelzaal. Deze geluidsniveaus komen overeen met de publicatie van Martin Tennekes in het tijdschrift ‘Journaal Geluid’ van december 2009, nr. 10. JG 2009. Hier wordt voor een speelplaats kinderdagverblijf uitgegaan van een gemiddeld bronvermogensniveau per kind van 73-77 dB(A). Voor het maximaal bronvermogensniveau per kind wordt uitgegaan van 95-110 dB(A) voor een speelplaats van een kinderdagverblijf. Gebruikelijk is dat het op campings na 23 uur rustig moet zijn zodat de andere gasten geen overlast ervaren.

2.4

Bedrijfstijden en bedrijfstijdcorrecties Afhankelijk van de bedrijfstijd van een geluidbron moet per periode een bedrijfstijdcorrectie Cb in rekening worden gebracht. De relevante voertuigbewegingen worden verzorgd via een route gemodelleerd in een rijlijn over het pad (zie figuur in bijlage I). De rijlijn van voertuigen is verdeeld in deeltrajecten op het terrein met een bronpositie in het midden daarvan. De bedrijfstijden zijn afgeleid uit informatie zoals opgenomen in hoofdstuk 1. Voor het normale stemgeluid op het hele terrein is uitgegaan van 6 en 3 uur in de dagrespectievelijk avond. Voor stemgeluid van een luide groep mensen is gerekend met 6 en 4 uur in de dag- respectievelijk avondperiode. Voor de speeltuinen is gerekend met 6 en 1 uur in de dagrespectievelijk avondperiode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12303572/1