bijlage 4 - REG BP Haaksbergen, O&K-terrein vaststelling (09-08-2023)
Tekst van het document
Regels
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsbedrijf Groen Maatschappelijk Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen - 1 Wonen - 2
9 9 10 11 14 15 16 20
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
24 24 25 26 27 28
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
29 29 30
Bijlagen bij de regels
31
Bijlage 1
Bedrijvenlijst
32
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
33
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan: Het bestemmingsplan Haaksbergen, partiele herziening O&K-terrein met identificatienummer NL.IMRO.0158.BP1208-0002 van de gemeente Haaksbergen. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij bijbehorende bijlagen; 1.3 aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang dusdanig is dat de activiteit in een woning en/of daarbij behorende andere gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.4 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning: een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken; 1.9
bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10 bed & breakfast: een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed & breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.11 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als nevenactiviteit van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende activiteiten;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 1.12 bedrijfsmatige activiteiten: activiteiten en werkzaamheden ten behoeve van een bedrijf; 1.13 beroep aan huis: een beroep, of beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij bijbehorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgevoerd; 1.14 bestaand: bebouwing of gebruik die op het tijdstip van eerste terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is, dan wel na dat tijdstip is of mag worden gebouwd of worden gebruikt krachtens een verleende (omgevings)vergunning, waarbij de aanvraag om omgevingsvergunning voor dat tijdstip is ingediend; 1.15 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip
van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 1.20 bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 carport: een overkapping in de vorm van een open constructie met minimaal twee open wanden voor de overdekte stalling van motorvoertuigen; 1.24 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 1.25 dienstverlening: het verlenen van financiële, economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van prostitutie; 1.26 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.27 erker: een uitbouw van de gevel van het hoofdgebouw en ondergeschikt aan het hoofdgebouw in vorm en uitstraling; 1.28 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 geschakelde woning: een woning die door middel van één bijgebouw is aangebouwd aan de naastliggende woning; 1.30 hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.31 huishouden: een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en daar zichzelf voorziet, of door derden wordt voorzien, in dagelijkse levensbehoeften; 1.32 kampeermiddelen: een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan, niet zijnde een stacaravan of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, één en ander voor zover
deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.33 kantoren: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.34 kap: de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 90°; 1.35 kelder: een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; 1.36 maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben, met uitzondering van een seksinrichting;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 1.37 maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.38 mansardekap: kapvorm met gebroken, naar buiten geknikte, hellende dakvlakken die in de nok samenkomen, waarbij de dakhelling van het onderste dakvlak steiler is dan het bovenste dakvlak; 1.39 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband in de vorm van inwoning en/of afhankelijke woonruimte; als afhankelijke woonruimte wordt aangemerkt een aanbouw, uitbouw of (vrijstaand of aangebouwd) bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.40 meergezinshuis: een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat; 1.41 nutsvoorziening: een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten 1.42 omgevingsvergunning: een vergunning voor het uitvoeren
van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna Wabo); 1.43 omgevingsvergunning voor het bouwen: omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, lid 1, onder a, van de Wabo. 1.44 onderbouw: een bouwlaag, afgedekt door een vloer, die geheel of gedeeltelijk is gelegen beneden peil; 1.45 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.46 peil: a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; 1.47 perceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.48 perceelsgrens: een grens van een perceel; 1.49 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen vergoeding;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 1.50 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.51 twee-aaneen: een twee-onder-één kap woning; 1.52 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.53 voorkeurswaarde: de waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.54 vrijstaande woningen: een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning; 1.55 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, gemalen, inlaten etc; 1.56 weg: een voor gemotoriseerd verkeer geschikt gemaakte strook grond; 1.57 wonen: de huisvesting van één huishouden in een woning; 1.58 woonhuis: een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneen gebouwd, dat slechts één woning omvat; 1.59 woning: een complex van ruimten,
uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding, woonwagens niet inbegrepen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
2.1
Gebouwen en bouwwerken
2.1.1
de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelgrens:
vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 1,00 m, respectievelijk overstekken van meer dan 1,00 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. 2.1.2
de lengte, breedte en diepte van een gebouw:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.3
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat bij een mansardekap de knik in het dakvlak wordt gerekend als goothoogte. 2.1.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.6
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen 2.1.7
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.1.8
het bebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen. 2.2
Ondergeschikte bouwdelen
bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en overkragingen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt. 2.3
Meten:
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. b. c. d. e.
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m2); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m3); voor verhoudingen in procenten (%); voor hoeken/hellingen in graden (º).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsbedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbare nutsvoorzieningen; met daarbij behorende: b. c. d. e.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; terreinen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
3.2
Bouwregels
Op de voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 3.3
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m; de bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende: d. e. f. g. h.
paden en verhardingen; parkeervoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen abri's; uitingen van beeldende kunst; nutsvoorzieningen.
4.2
Bouwregels
Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
als gebouwen mogen uitsluitend nutsvoorzieningen worden gebouwd; de maximum oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 10 m2 bedragen; de maximum bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 2 m bedragen.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 4.3
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van uitingen van beeldende kunst mag niet meer dan 5 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken ten behoeve van: a. b. c. d. e.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 5 5.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een fysiotherapiepraktijk; b. een bedrijfswoning; alsmede voor: c. d. e. f. g. h. i. j.
de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; bed & breakfast in de woning en/of in een aan de woning aangebouwd bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat niet meer dan vier bedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; erven, tuinen en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
a. b.
Op de voor ´Maatschappelijk´ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming; Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels.
5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen mogen worden gebouwd; uitsluitend het bestaande aantal bedrijfswoningen per bouwperceel zijn toegestaan; de voorgevels van hoofdgebouwen dienen voor zover aangegeven voor ten minste 60% te worden gebouwd in de gevellijn danwel in de bestaande gevellijn; de inhoud van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 900 m³; de breedte van hoofdgebouwen bedraagt ten minste 5 m; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; de minimale en maximale dakhelling bedragen respectievelijk 25° en 60°; de afstand van de niet aangebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 3 m; een kelder moet binnen de begrenzing van het hoofdgebouw gelegen zijn.
5.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw mag bedragen: 1. maximaal 50 m² bij vrijstaande bedrijfswoningen. in afwijking van het bepaalde in sub a onder 1 is een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m² toegestaan, mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd. het bijbehorende bouwwerk dient minimaal 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan te liggen; een overkapping dient gelijk aan dan wel achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,25 m bedragen; de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld g. h. i.
de goothoogte van aangebouwde bijbehorend bouwwerken mag maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen, vermeerderd met 0,25 m, maar nooit meer dan 3,25 m; de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorend bouwwerken moet minimaal 2 m minder zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen.
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, achter het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 2 m bedragen; de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, voor het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 1 m bedragen; de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer dan maximaal 6 m bedragen; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen, een overkapping moet daarnaast voldoen aan het bepaalde in artikel 5.2.3; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5 m bedragen.
5.2.5 a.
b.
c.
Afwijkende maatvoering
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, breedte, dakhelling, inhoud en/of afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van met vergunning tot stand gekomen bouwwerken, minder dan wel meer bedraagt dan in artikel 5.2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, breedte, dakhelling, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan; In die gevallen dat de bestaande situering van met vergunning tot stand gekomen bouwwerken, afwijkt van het bepaalde in artikel 5.2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die situering in afwijking van het bepaalde in artikel 5.2 als toegestane situering; Afwijkende maatvoering als bedoeld onder a en b geldt ook in geval van herbouw of sloop en nieuwbouw, met uitzondering van de maximale inhoud van hoofdgebouwen als bedoeld in lid 5.2.2 onder d.
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1
Afwijken van de bouwregels voor hoofdgebouwen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. b. c. d. e.
lid 5.2.1 sub b, ten behoeve van het afwijken van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan; lid 5.2.2 sub c, ten behoeve van een afwijkende situering van de voorgevel; lid 5.2.2 sub f, ten behoeve van het overschrijden van de maatvoeringsvlakken; lid 5.2.2 sub g, ten behoeve van een andere dakhelling; lid 5.2.2 sub h, ten behoeve van een kleinere afstand van de perceelgrens.
5.4.2
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld b. c. d.
de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de inpasbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen het straat- en bebouwingsbeeld; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen: a.
voor het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente of recreatieve bewoning.
5.5.2
Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
Voor het gebruik van gronden en opstallen voor een bedrijf, waarbij voor het uitoefenen van aan huis verbonden beroepen en bedrijven gelden de volgende bepalingen: 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 30% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende - al dan niet aangebouwde bouwwerken, met een maximum van 50 m²; het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bouwwerken mag niet bestaan uit detailhandel en/of horeca en/of prostitutie; er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken wordt niet onevenredig aangetast; er mag geen blijvende onevenredige afbreuk worden gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; er mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan; deze regeling is niet van toepassing op bedrijvigheid als bedoeld in lid 5.1 onder a.
5.6
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Afwijken ten behoeve van andersoortige maatschappelijke functie
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 onder a en toestaan dat een andere maatschappelijke functie wordt toegestaan die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de ter plaatse toegestane functie, met dien verstande dat. 5.6.2
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de inpasbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen het straat- en bebouwingsbeeld; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
tuinen; onbebouwde erven, met dien verstande dat erkers ten behoeve van de bestemmingen 'Wonen - 1' en 'Wonen - 2' zijn toegestaan; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g.
in- en uitritten; parkeergelegenheid; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2
Bouwregels
Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.1
Erkers
Voor een erker bij een woning gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt minimaal 1 m; de diepte van een erker mag niet meer dan 1,5 m bedragen; de breedte van een erker mag niet meer bedragen dan 60% van de breedte van de gevel van de woning waaraan de erker gebouwd wordt; de maximale bouwhoogte mag niet meer dan 3,25 m bedragen.
6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 6.3
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, achter het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 2 m bedragen; de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, voor het denkbeeldig verlengde van de van de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 1 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5 m bedragen. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 7 7.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met hoofdzakelijk een functie voor de ontsluiting van de aanliggende erven; b. parkeer- en groen- en speelvoorzieningen; c. tuinen en erven; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. uitingen van beeldende kunst; met de daarbij behorende: f.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2
Bouwregels
Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 7.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. 7.3
de bouwhoogte van lichtmasten en lantaarnpalen mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van uitingen van beeldende kunst mag niet meer dan 5 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,5 m bedragen. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van bebouwing, ter waarborging van: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 8 8.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; alsmede voor: b. c. d. e. f. g. h. i. j.
kantoren en (maatschappelijke) dienstverlening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' en tot een maximale omvang van 400 m² bvo; de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; bed & breakfast in de woning en/of in een aan de woning aangebouwd bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat niet meer dan vier bedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; erven, tuinen en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
a. b.
Op de voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming; Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels.
8.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b.
c.
d. e. f. g. h. i.
j.
k. l.
het maximaal toegestane aantal woningen binnen de bestemming 'Wonen - 1' bedraagt niet meer dan 93; de woningen mogen zowel vrijstaand, geschakeld, twee aaneengebouwd, aaneengebouwd en gestapeld worden gebouwd, met dien verstande dat gestapelde woningen uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' zijn toegestaan; de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat voor zover aangegeven, de voorgevel in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn moet worden gebouwd; de inhoud van vrijstaande woningen mag niet meer bedragen dan 900 m³; de breedte van hoofdgebouwen bedraagt ten minste 5 m; de diepte van aaneengebouwde woningen mag niet meer bedragen dan 12 m; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; de minimale en maximale dakhelling bedragen respectievelijk 25° en 60°, met dien verstande dat: 1. deze bepaling niet geldt ter plaatse van de aanduiding 'plat dak'; 2.
ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)' de aangegeven minimum en maximum dakhelling geldt; de afstand van de niet aangebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 3 m, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - zijdelingse perceelsgrens'; een kelder moet binnen de begrenzing van het hoofdgebouw gelegen zijn; een onderdoorgang is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang'.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 8.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de volgende regels: a.
b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw mag bedragen: 1. maximaal 30 m² bij meer dan twee aaneengebouwde woningen; 2. maximaal 50 m² bij vrijstaande, geschakelde en twee aaneengebouwde woningen; 3. bij gestapelde woningen zijn uitsluitend inpandige bijbehorende bouwwerken toegestaan; in afwijking van het bepaalde in sub a onder 1 is een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m² toegestaan, mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd; in afwijking van het bepaalde in sub a onder 2 is een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m² toegestaan, mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd; in aanvulling op het bepaalde a tot en met c geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een bijgebouw is toegestaan, mits niet meer dan 75% van het bouwperceel wordt bebouwd; het bijbehorende bouwwerk dient minimaal 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan te liggen; een overkapping dient gelijk aan dan wel achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,25 m bedragen; de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen; de goothoogte van aangebouwde bijbehorend bouwwerken mag maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen, vermeerderd met 0,25 m, maar
nooit meer dan 3,25 m; de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorend bouwwerken moet minimaal 2 m minder zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen.
8.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
b.
c. d. e.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, achter het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - muur' de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, voor het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 1 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - muur' de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer dan maximaal 6 m bedragen; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen, een overkapping moet daarnaast voldoen aan het bepaalde in artikel 8.2.3; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5 m bedragen.
8.3
Nadere eisen
8.3.1
Bevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
8.4
Afwijken van de bouwregels
8.4.1
Afwijken van de bouwregels voor hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 8.2.1 sub b, ten behoeve van het afwijken van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld b. c.
lid 8.2.2 sub i, ten behoeve van een andere dakhelling; lid 8.2.2 sub j, ten behoeve van een kleinere afstand tot de perceelgrens.
8.4.2
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de inpasbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen het straat- en bebouwingsbeeld; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
8.5
Specifieke gebruiksregels
8.5.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente of recreatieve bewoning; 8.5.2
Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
Voor het gebruik van gronden en opstallen voor een bedrijf, waarbij voor het uitoefenen van aan huis verbonden beroepen en bedrijven gelden de volgende bepalingen: 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 30% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende - al dan niet aangebouwde bouwwerken, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat het bijgebouw ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' volledig mag worden gebruikt als kantoor aan huis; het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bouwwerken mag niet bestaan uit detailhandel en/of horeca en/of prostitutie; er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken wordt niet onevenredig aangetast; er mag geen blijvende onevenredige afbreuk worden gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; er mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan; deze regeling is niet
van toepassing op bedrijvigheid als bedoeld in lid 8.1 onder b.
8.5.3 a.
b. c.
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik (laten) nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van een waterbergende voorziening van voldoende omvang binnen het plan, teneinde te komen tot een goede waterhuishoudkundige situatie; van een waterbergende voorziening van voldoende omvang is sprake indien binnen het plangebied minimaal 828 m3 aan waterberging beschikbaar is; in aanvulling op het bepaalde onder a en b geldt dat binnen een termijn van 60 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de waterbergende voorzieningen binnen het plan gerealiseerd moeten zijn en vervolgens in stand moeten worden gehouden, teneinde te komen tot een goede waterhuishoudkundige situatie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 8.6
Afwijken van de gebruiksregels
8.6.1
Afwijken voorwaardelijke verplichting waterberging
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5.3, mits sprake is van een goede waterhuishoudkundige situatie. 8.6.2
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de inpasbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen het straat- en bebouwingsbeeld; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 9 9.1
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; alsmede voor: b. c. d. e. f. g. h. i. j.
bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, met dien verstande dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; bed & breakfast in de woning en/of in een aan de woning aangebouwd bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat niet meer dan vier bedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; erven, tuinen en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
a. b.
Op de voor ´Wonen - 2´ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming; Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels.
9.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b.
c.
d. e. f. g. h. i. j.
uitsluitend vrijstaande en geschakelde woningen mogen worden gebouwd; uitsluitend het bestaande aantal woningen per bouwperceel zijn toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' maximaal 1 nieuwe vrijstaande woning mag worden gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak; de voorgevels van hoofdgebouwen dienen voor zover aangegeven voor ten minste 60% te worden gebouwd in de gevellijn danwel in de bestaande gevellijn, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand'; de inhoud van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 900 m³; de breedte van hoofdgebouwen bedraagt ten minste 5 m; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; de minimale en maximale dakhelling bedragen respectievelijk 25° en 60°, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is ter plaatse van de bouwaanduiding 'plat dak'; de afstand van de niet aangebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 3 m; een kelder moet binnen de begrenzing van het hoofdgebouw gelegen zijn.
9.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de volgende regels: a. b.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw mag bedragen: 1. maximaal 50 m² bij vrijstaande en geschakelde woningen. in afwijking van het bepaalde in sub a onder 1 is: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 1.
c. d. e. f. g. h. i.
een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m² toegestaan, mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd; 2. de oppervlakte toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 1 ingeval de gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt dan is toegestaan op basis van het bepaalde onder 1. het bijbehorende bouwwerk dient minimaal 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan te liggen; een overkapping dient gelijk aan dan wel achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,25 m bedragen; de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen; de goothoogte van aangebouwde bijbehorend bouwwerken mag maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen, vermeerderd met 0,25 m, maar nooit meer dan 3,25 m; de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorend bouwwerken moet minimaal 2 m minder zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen.
9.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, achter het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 2 m bedragen; de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag, voor het denkbeeldig verlengde van de naar de weg toegekeerde gevel(s), niet meer dan 1 m bedragen; de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer dan maximaal 6 m bedragen; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen, een overkapping moet daarnaast voldoen aan het bepaalde in artikel 9.2.3; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5 m bedragen.
9.2.5 a.
b.
c.
Afwijkende maatvoering
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, breedte, dakhelling, inhoud en/of afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van met vergunning tot stand gekomen bouwwerken, minder dan wel meer bedraagt dan in artikel 9.2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, breedte, dakhelling, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan; In die gevallen dat de bestaande situering van met vergunning tot stand gekomen bouwwerken, afwijkt van het bepaalde in artikel 9.2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die situering in afwijking van het bepaalde in artikel 9.2 als toegestane situering; Afwijkende maatvoering als bedoeld onder a en b geldt ook in geval van herbouw of sloop en nieuwbouw, met uitzondering van de maximale inhoud van hoofdgebouwen als bedoeld in lid 9.2.2 onder d.
9.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1
Afwijken van de bouwregels voor hoofdgebouwen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 9.2.1 sub b, ten behoeve van het afwijken van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld b. c. d. e.
lid 9.2.2 sub c, ten behoeve van een afwijkende situering van de voorgevel; lid 9.2.2 sub f en g, ten behoeve van het overschrijden van de maatvoeringsvlakken; lid 9.2.2 sub h, ten behoeve van een andere dakhelling; lid 9.2.2 sub i, ten behoeve van een kleinere afstand van de perceelgrens.
9.4.2
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de inpasbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen het straat- en bebouwingsbeeld; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
9.5
Specifieke gebruiksregels
9.5.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen: a.
voor het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente of recreatieve bewoning;
9.5.2
Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
Voor het gebruik van gronden en opstallen voor een bedrijf, waarbij voor het uitoefenen van aan huis verbonden beroepen en bedrijven gelden de volgende bepalingen: 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 30% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende - al dan niet aangebouwde bouwwerken, met een maximum van 50 m²; het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bouwwerken mag niet bestaan uit detailhandel en/of horeca en/of prostitutie; er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken wordt niet onevenredig aangetast; er mag geen blijvende onevenredige afbreuk worden gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; er mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan; deze regeling is niet van toepassing op bedrijvigheid als bedoeld in lid 9.1 onder b.
9.6
Afwijken van de gebruiksregels
9.6.1
Afwijken ten behoeve van andersoortige bedrijvigheid
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 9.1 onder b en toestaan dat andere bedrijvigheid wordt toegestaan die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met het op basis van bijlage 1 ter plaatse toegestane bedrijf, met dien verstande dat: 1. detailhandelsbedrijven niet zijn toegestaan; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 2. 3. 4. 5. 9.6.2
Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan; vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan; geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht niet zijn toegestaan; de maximale brutovloeroppervlakte zoals opgenomen in bijlage 1 niet toeneemt. Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de inpasbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen het straat- en bebouwingsbeeld; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 11 11.1
Algemene bouwregels
Afwijkende maatvoering
In afwijking van het bepaalde in de regels geldt dat indien een afwijkende maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan, deze maatvoering als maximum respectievelijk minimum mag worden gehanteerd voor dat bouwwerk en, voor zover het oppervlakten, goothoogten, bouwhoogten en dakhellingen betreft, voor uitbreidingen van dat bouwwerk. Bij sloop en herbouw van dat gebouw mag de afwijkende oppervlakte, afwijkende goothoogte, de afwijkende bouwhoogte en/of de afwijkende dakhelling herbouwd worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Als strijdig gebruik wordt in elk geval aangemerkt: a. b. c.
d.
het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik van niet bebouwde gronden voor kampeermiddelen; het gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 13 13.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. b.
c. d. e.
f.
g.
h.
i.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of - intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 2 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; ten behoeve van de bouw van bouwwerken voor openbare diensten, met dien verstande dat: 1.
de inhoud ten hoogste 50 m³ bedraagt; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1, de inhoud van een gasdrukregel- en meetstation ten hoogste 15 m³ bedraagt; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3,5 m bedraagt. ten aanzien van het bepaalde over het bouwen van (hoofd) gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bestemmings- en bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. (hoek)erkers over maximaal 60% van de gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bestemmings- en bebouwingsgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden en de bouwhoogte niet meer dan 3,25 m bedraagt; ten aanzien van het bepaalde over het bouwen van carports en overkappingen en toestaan dat de voorgevelrooilijn met 2 m wordt overschreden. De bouwhoogte mag niet meer dan 3,25 m bedragen en de maximale oppervlakte mag niet meer dan 20 m² bedragen. Voor de voorgevel van het hoofdgebouw dienen alle wanden open te zijn.
13.1.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Artikel 14 14.1 a.
b.
c. d.
Overige regels
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de normen in de parkeerkencijfers in de CROW-publicatie Toekomstbestendig parkeren (publicatie 381) en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en sub b dienen na de realisatie in stand te worden gehouden. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in sub a en sub b of de bepalingen: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1 a.
b. c.
15.2 a. b.
c. d.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder avoor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van het plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.