CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Nota Inspraak en Overleg Masterplan (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Voornemen tot het vaststellen van het ontwerp “Masterplan Uitbreidingslocaties”32.215 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

6 alinea's met “breed”: 116 123 197 245 307 353

Nota Inspraak en Overleg Ontwerp Masterplan ‘Uitbreidingslocaties Haaksbergen, Deelgebieden Honesch en Wissinkbrink’

Gemeente Haaksbergen

Afdeling: Omgeving & Ontwikkeling Versie: 8 december 2025

1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft in haar vergadering van 28 oktober 2025 besloten het ontwerp Masterplan ‘uitbreidingslocaties Haaksbergen, deelgebieden Honesch en Wissinkbrink’ ter inzage te leggen met de mogelijkheid voor een ieder om hier op te reageren middels een inspraakreactie. Dit Masterplan is een verdere uitwerking op het Addendum op de structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente. Het ontwerp Masterplan heeft vanaf 30 oktober 2025 voor een periode van twee weken voor een ieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis. Ook is het ontwerp Masterplan gepubliceerd op de gemeentelijke website. Tijdens deze termijn zijn er 35 inspraakreacties ingediend. De ingediende reacties zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Daarbij is aangegeven of en hoe het Masterplan ‘uitbreidingslocaties Haaksbergen, deelgebieden Honesch en Wissinkbrink’ wordt aangepast naar aanleiding van de inspraakreactie.

2

2. Algemene beoordeling op veel voorkomende inspraakreacties In dit hoofdstuk is de algemene beoordeling opgenomen van de veelvoorkomende inspraakreacties. In hoofdstuk 4, de beantwoording van de inspraakreacties, wordt vanuit vele reacties verwezen naar onderstaande paragrafen.

Onderverdeling van de algemene beoordelingen op veelvoorkomende inspraakreacties: 2.1

Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan

2.2

Specifieke uitgangspunten Masterplan

2.3

Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing

2.4

Een samenhangend stedenbouwkundig concept

2.5

Het is inbreiden en uitbreiden

2.6

Woonbehoefte in Haaksbergen

2.7

Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan

2.1 Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 27 november 2024 het “Addendum: Locatieonderzoek wonen en werken bij de Structuurvisie 2030: Haaksbergen, groenste dorp van Twente” vastgesteld. In dit Addendum zijn de voorkeurslocaties voor wonen en industrie opgenomen aan de randen van de kernen van Haaksbergen, Buurse en St. Isidorushoeve. De keuze voor de uiteindelijke voorkeurslocaties is gebaseerd op een uitgebreide inventarisatie die heeft plaatsgehad van diverse zoekgebieden. De reden om voor deze voorkeurslocaties te kiezen is onder andere gebaseerd op een betere milieu-planologische situatie, eigendomssituatie en financiële haalbaarheid ten opzichte van de andere zoekgebieden. De beoogde woningbouw in de voorkeurslocaties Honesch en Wissinkbrink vinden allebei plaats in essenlandschap. Daarnaast moet voor het gebied Honesch specifiek worden benoemd de gunstige ligging ten opzichte van de voorzieningen. De andere voorkeurslocaties locaties, zoals genoemd in het Addendum, zijn niet afgevallen. Deze kunnen nog steeds in een tweede fase worden ontwikkeld, afhankelijk van de behoefte. Met betrekking tot het vorenstaande wordt opgemerkt dat wij bij de keuze voor deze voorkeurslocaties ook het provinciaal beleid betrekken, zoals de provinciale Omgevingsvisie en de daarbij behorende Omgevingsverordening.

Het provinciale beleid is veelal gebaseerd op onderliggende beleidskaarten, zoals in het bijzonder de veelbesproken beleidskaart waarin de essen zin weergegeven. De betreffende essenbeleidskaart is in 2005 opgesteld. Met de nadere uitwerking van de voorkeurslocaties in het Masterplan wordt toegewerkt naar meer detaillering waarbij rekening is gehouden met het essenlandschap en de aanwezige waardevolle essen. De essen binnen het plangebied zijn integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt dan wel hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw.

3

2.2 Specifieke uitgangspunten Masterplan Het Masterplan Uitbreidingslocaties is opgesteld waarbij de bestaande landschappelijke kwaliteiten als uitgangspunt zijn gehanteerd. Bij het opstellen van het Masterplan is rekening gehouden met de bespreking die rondom het Addendum heeft plaatsgehad en toezeggingen die tijdens dit besluitvormingsproces zijn gedaan: • Er wordt bij nieuwe bebouwing op de percelen een afstand van 100 meter aangehouden tot aan de bestaande bebouwing aan de Rosinkweg en de Klaashuisstraat. Deze toezegging is gedaan als onderdeel van de bespreking rondom het al dan niet aankopen van het perceel sectie S, nummer 106. Dit vanwege de typering van het perceel als “es” en die vanwege deze zichtbare kwaliteit niet zal worden bebouwd. De afstand van 100 meter moet nadrukkelijk worden beschouwd in samenhang met de situering van de betreffende es in relatie tot de woningen aan de Rosinkweg en de Klaashuisstraat. Aan deze toezegging is volledig tegemoet gekomen. De woningen de Rosinkweg en de Klaashuistraat behouden allemaal zichtlijnen op de es waarbij de afstand 100 meter of zelfs groter is ten opzichte van de beoogde woningbouw. Met de gedane toezegging is nadrukkelijk niet bedoeld dat een afstand van 100 meter wordt gehanteerd rondom de bestaande woningen aan de Rosinkweg en de Klaashuisstraat.

De duiding van de toezegging zoals deze moet worden uitgelegd is op onderstaande afbeelding geïllustreerd:

•

Er wordt niet gebouwd op essen. Het beoordelen of er al dan niet op een es wordt gebouwd kan de gemeente alleen maar beoordelen in afstemming met de provincie en de wijze waarop de feitelijk aanwezige kwalitatieve landschappelijke elementen in de ontwerpen zijn betrokken. Wij merken daarbij nadrukkelijk wel op dat de provinciale essenbeleidskaart als vertrekpunt is gebruikt, maar dat vanuit de bestaande feitelijke situatie de plannen nader zijn uitgewerkt.

4

De bestaande feitelijke situatie is daarbij voor ons leidend om te voorkomend dat er geen landschappelijke elementen worden beschermd die niet meer in het gebied aanwezig zijn. Met het Masterplan is ervoor gekozen om landschappelijke elementen die niet of nauwelijks nog aanwezig zijn juist weer te versterken. Hierover wordt met de provincie gesproken om te bepalen of de denklijnen die wij hanteren ook de instemming van de provincie hebben. Wij hechten er waarde aan om samen met de provincie hierin op te trekken. 2.3 Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing De provincie is van mening dat de onderbouwing van de locatiekeuze voor uitbreiding van woningbouw primair bij de gemeente Haaksbergen ligt. Dit neemt niet weg dat de gemeente regelmatig afstemming met de provincie zoekt. Zo heeft de gemeente ook de inhoud van het Addendum vooraf met de provincie Overijssel afgestemd. Met de nadere uitwerking van de voorkeurslocaties in het Masterplan krijgt de provincie nu ook een goed inzicht in de wijze waarop de randen van de kern Haaksbergen met ruimtelijke kwaliteit kunnen worden versterkt en de wijze waarop daarbij het landschap als onderlegger als uitgangspunt is gehanteerd. Ook het Masterplan Uitbreidingslocaties is met de provincie afgestemd. Het is aan de gemeente om hier verdere invulling aan te geven, met inachtneming van provinciale instructieregels.

De provincie verwijst hier naar onder meer “Afdeling 4.3 ruimtelijke kwaliteit” zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. Op deze wijze neemt de gemeente de landschappelijke en ecologische waarden nadrukkelijk mee in de uitbreidingslocaties voor woningbouw. De uitwerking die de voorkeurslocaties in het Masterplan hebben gekregen vergt als onderdeel van de juridische doorvertaling naar een omgevingsplan nog wel om nadere keuzes en meer detaillering. Gelet op vorenstaande zijn de essen dan wel is het essenlandschap niet per definitie uitgesloten van ontwikkelingen. Van belang is het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en koppelen van meerdere opgaven. De interpretatie van de es op basis van de feitelijke landschappelijke kenmerken en versterken van de herkenbaarheid is daarbij van belang. Uit de gesprekken die tot dusverre met de provincie zijn gevoerd kunnen wij gerust stellen dat de provincie op voorhand geen bezwaar heeft tegen de landschappelijke denklijn zoals in het Masterplan is beschreven. De denklijn die uitgaat van passende woningbouw in een landschappelijk raamwerk gecombineerd met onder andere zichtlijnen, esherstel en esrandbeplantingen met aandacht voor opgaven voor water, het landelijke karakter van de rafelrand en (recreatieve) verbindingen. De gemeente zoekt blijvend afstemming met de provincie.

Wellicht ten overvloede wordt nog opgemerkt dat de gemeente niet aan woningbouwplannen werkt die uiteindelijk niet op de goedkeuring van de provincie kan rekenen. 2.4 Een samenhangend stedenbouwkundig concept Wij vinden het belangrijk dat de ontwikkellocaties zoals die in het Masterplan nadere uitwerking hebben gekregen in zijn geheel worden beschouwd. Deze ontwikkellocaties bestaan veelal uit verschillende percelen en zijn in bezit van verschillende grondeigenaren. Het is niet wenselijk om de verschillende percelen in te vullen enkel vanuit het oogpunt van bijvoorbeeld het belang van een grondeigenaar of het belang van een direct aanwonende. De reden hiervan is dat wij de ontwikkellocaties vanuit de bestaande landschappelijke kwaliteiten hebben uitgewerkt tot één stedenbouwkundig concept waarin de afzonderlijke percelen zich in een logische onderlinge samenhang tot elkaar verhouden.

5

Een voorbeeld hiervan is dat de randen van de nieuwe woongebieden overwegend worden ingevuld met de woonbouwtypologieën die meer het landschappelijk wonen uitademt. Ook willen wij het parkeren zoveel mogelijk een plek geven aan de binnenkant van de woongebieden. Een andere reden is dat in deze logische stedenbouwkundige samenhang ook rekening is gehouden met een evenwichtige verdeling van het woningbouwprogramma waar wij rekening mee moeten houden. Daarmee bedoelen wij dat sociale woningbouw, betaalbare woningbouw en woningbouw in het duurdere segment in de verhouding 30-40-30 in het plan is verwerkt. Kortom, in het Masterplan is ervoor gezorgd dat elke woningtype voor de verschillende doelgroepen een plek heeft gekregen. Tot slot wordt opgemerkt dat ook andere opgaven meespelen die in de uitwerking van de ontwikkellocaties een plek hebben gekregen. Het gaat dan bijvoorbeeld op voldoende ruimte voor waterberging, het maken van (recreatieve) fiets- en wandelverbinding, maar ook de aanleg van voldoende groen in de woonstraten. Gelet op vorenstaande komen wij niet tegemoet aan wensen die deze logische stedenbouwkundige samenhang kunnen verstoren. Wel hebben wij uiteraard daar waar mogelijk rekening gehouden met de wensen die bij ons zijn aangedragen.

Bij de verdere uitwerking van de plannen zijn er nog volop mogelijkheden voor het aanbrengen van aanpassingen die beter aansluiten bij de specifieke individuele wensen van bijvoorbeeld bestaande aanliggende woonpercelen. 2.5 Het is inbreiden en uitbreiden De woningbouwopgave is dusdanig groot dat deze niet alleen is op te lossen door binnenstedelijke locaties tot woningbouw te (her)ontwikkelen. Daarnaast is het belangrijk dat een dorp groen moet blijven voor de leefbaarheid en de klimaatadaptatie. Niet alle lege binnenstedelijke gronden kunnen om die reden worden bebouwd. Daarbij komt dat niet elke locatie die in de bestaande bebouwde kom is gelegen zonder meer beschikbaar is. Denk daarbij aan locaties die weliswaar beleidsmatig voor woningbouw zijn aangewezen, maar die thans nog anders in gebruik zijn zoals bijvoorbeeld ten behoeve van een bestaand bedrijf of die van een maatschappelijke functie zoals een school. Bovendien zijn al veel binnenstedelijke locaties omgevormd tot woningbouw of zijn in de planvorming dusdanig gevorderd dat deze daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Om in voldoende woningen te voorzien voor de eigen inwoners van deze gemeente moeten wij zo’n 900 woningen realiseren in de periode tot 2035. Dit in de verhouding van 30-40-30 (30% sociale huur/koop, 40% betaalbare huur/koop en 30% in het dure segment).

Wij zijn dan ook van mening dat met deze aantallen aan nieuw te bouwen woningen geen andere conclusie mogelijk is dan dat uitbreiding noodzakelijk is. Aanvullend op het vorenstaande moet ook rekening worden gehouden dat bovenop deze 900 woningen er waarschijnlijk nog meer woningen nodig zijn vanwege de ambitie om als regio Twente met 100.000+ aan inwoners te groeien tot 2050. Dit betekent dat er circa 60.000+ nieuwe woningen meer nodig zijn. Deze verstedelijkingsstrategie is terug te lezen in de ontwerp Nota Ruimte waarin nationaal beleid is vastgelegd. Deze schaalsprong die voor deze regio is beoogd biedt voor onze gemeente kansen om de voorzieningen op peil te houden.

6

2.6 Woonbehoefte in Haaksbergen De omvang naar de woonbehoefte in Haaksbergen is voor het opstellen van het “Addendum: Locatieonderzoek wonen en werken bij de Structuurvisie 2030: Haaksbergen, groenste dorp van Twente” geactualiseerd door de Stec Groep (2024). De Stec Groep heeft in 2020 ook het vorige woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek is de paragraaf over de woningbouwopgave in het Addendum geactualiseerd. Overigens heeft dit niet geleid tot een gewijzigd inzicht. De woonbehoefte is alleen verder toegenomen. Uit onderzoek blijkt ook dat er naast een kwantitatieve woonbehoefte er ook een kwalitatieve woonbehoefte is. De kwalitatieve woonbehoefte ziet toe op het toevoegen van levensloop bestendige woningen door de toenemende vergrijzing en bouwen van kleinere woningen om aan te sluiten bij de huishoudensverdunning. Van belang voor een leefbare gemeente is het behoud van voorzieningen in het dorp. Ook hiervoor is het van belang te bouwen naar behoefte van de eigen- en regionale behoefte. Dit heeft Dit blijkt ook uit de meest recente Primos prognose (2024). De gemeentelijke ambitie blijft ongewijzigd 900 woningen tot 2034/2035. Zie paragraaf 2.5 ‘inbreiden en uitbreiden’ voor de verstedelijkingsstrategie uit de ontwerp Nota Ruimte, waarbij een schaalsprong is beoogd voor onze gemeente.

Ook in de reeds vastgestelde Omgevingsvisie (26-11-2025) wordt de regionale opgave benoemd. Recentelijk is er opdracht gegeven aan Tellers en Benoemers, in het kader van het volkshuisvestingsprogramma, om het woonbehoefteonderzoek opnieuw te actualiseren. Hierbij is de vraag breder gesteld dan de opdracht aan de Stec Groep in 2024. Er wordt nu ook gekeken naar de opbouw van de bestaande wijken en de opbouw/aanwezigheid van doelgroepen. Ook wordt er gekeken naar gemeentelijk en regionaal beleid en welke invloed dit heeft op de toekomstige woonbehoefte van de gemeente Haaksbergen. De uitkomsten van dit onderzoek worden eind Q12026 verwacht en zullen in verdere uitwerkingen worden meegenomen.

2.7 Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan Op 27 mei 2025 heeft het college het Participatieplan ‘Masterplan Uitbreidingslocaties’ vastgesteld. Het participatieplan is vastgesteld volgen de ‘handreiking participatie’ volgens de Omgevingswet. Volgens het vastgestelde participatieplan zijn de grondeigenaren en direct aanwonenden ingedeeld op trede 1 en 2 van de participatieladder. Dat wil zeggen informeren en raadplegen.

Op 24 september heeft Odin tijdens de raadpleegsessie het eerste landschappelijke concept van het Masterplan getoond aan de grondeigenaren en direct aanwonenden. Deze avond stond in het teken van infomeren hoe het concept tot stand is gekomen en het ophalen van wensen om tot een ontwerp Masterplan te komen. Op 15 oktober heeft Odin tijdens de terugkoppelsessie het ontwerp van het Masterplan getoond. Tijdens deze avond is toegelicht wat er is gedaan met de wensen en input van de grondeigenaren en direct aanwonenden, hoe het wel of niet is verwerkt en waarom de keuzes zijn gemaakt. Ook was er beide avonden de gelegenheid tot het stellen van verdiepende vragen in een kleinere setting. 7

Ook hebben er twee avonden plaatsgevonden (22 september en 27 oktober 2025) voor een brede doelgroep, om op te halen waar de (woon)wensen liggen en daarbij met het opstellen van het Masterplan bij aan te sluiten. Op deze manier ontstaat er een realistisch en wenselijk Masterplan die aansluit bij de wensen van woningzoekenden. Op 23 september 2025 hebben de belangrijke stakeholders (woningcorporatie, zorgpartijen etc.) kennis mogen nemen van het concept Masterplan. Ook zij hebben belangrijke input mogen leveren over de wensen en verwachtingen bij de nieuwe woongebieden. Op deze manier sluit het Masterplan ook aan bij de wensen van de woningcorporatie en zorgpartijen, waarmee voldaan kan worden aan de prestatieafspraken met Domijn en de woonzorgvisie. Participatie moet niet worden verward met draagvlak. Alle argumenten die aan bod zijn gekomen tijdens de sessies en inspraakreacties zijn gehoord, gelezen en afgewogen, maar hebben niet tot andere inzichten geleid. Hieronder een overzicht van de verschillen tussen het concept en het ontwerp Masterplan en wat er is gedaan met de opgehaalde wensen tijdens de raadpleegsessie op 24 september 2025:

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

3. Overlegreacties Het ontwerp Masterplan is voorgelegd aan de Provincie Overijssel. De Provincie heeft hierop gereageerd. Hieronder volgt een samenvatting van de reactie. Reactie provincie De onderbouwing van de locatiekeuze voor uitbreiding van woningbouw ligt primair bij de gemeente Haaksbergen. In dat kader heeft de gemeenteraad van Haaksbergen op 27 november 2024 het “Addendum: Locatieonderzoek wonen en werken bij de Structuurvisie 2030: Haaksbergen, groenste dorp van Twente” vastgesteld. In dit Addendum zijn de voorkeurslocaties voor wonen en industrie opgenomen aan de randen van de kernen van Haaksbergen, Buurse en St. Isidorushoeve. De inhoud van dit Addendum is vooraf met de provincie Overijssel afgestemd. De gehanteerde uitgangspunten, met het landschap als onderlegger, geven ons inziens een goed inzicht op de wijze waarop de randen van de kern Haaksbergen met ruimtelijke kwaliteit kunnen worden versterkt en waar daarvoor kansen liggen. Tegelijkertijd vragen de vertaling en uitwerking van de gehanteerde uitgangspunten om nadere uitwerking en keuzes. Het is aan de gemeente om hier invulling aan te geven, met inachtneming van provinciale instructieregels. We verwijzen hier naar ondermeer “Afdeling 4.3 ruimtelijke kwaliteit” zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening.

Op deze wijze nemen wij landschappelijke en ecologische waarden nadrukkelijk mee in de beoordeling van uitbreiding van woningbouw. Hierover vindt de komende tijd afstemming plaats tussen gemeente Haaksbergen en provincie Overijssel. De essenkaart van de provincie Overijssel wordt gebruikt als indicatie voor de ligging van essen. De kaart is gebruikt als onderlegger voor de kaartlaag van de agrarische cultuurlandschappen uit de Catalogus gebiedskenmerken Overijssel. De provincie benoemt daarin gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken.

19

4. Inspraakreacties In onderstaand schema is per deelgebied een samenvatting opgenomen van de ingediende inspraakreactie en de gemeentelijke reactie hierop. De deelgebieden die we onderscheiden zijn: 1. Wissinkbrink 2. Honesch Wissinkbrink 1. (4)

Nr. Join Registratie Naam en adres Betreft gebied Z/25/032198 Datum inspreker Wissinkbrink D-169311 05-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: De inspreker maakt bezwaar tegen onderdelen van het plan voor de nieuwe woonwijk van circa 300 woningen achter zijn perceel. De bezwaren richten zich op twee hoofdpunten: de hoogte van de geplande bebouwing en de ligging van het wandelpad (“ommetje”). a. Hoogbouw (vier à vijf woonlagen): • De inspreker benadrukt dat bewoners niet tegen woningbouw op zich zijn, maar wel tegen de voorgenomen hoogte van de appartementencomplexen direct achter hun kavels. • Volgens hem leidt hoogbouw tot: o Landschappelijke aantasting: het gebied grenst aan open buitengebied; hoge gebouwen verstoren dit groene karakter. o Privacy verlies en verminderd woongenot: inkijk vanuit hogere verdiepingen tast de persoonlijke levenssfeer aan. o Schaalverschil: vier à vijf lagen passen niet in een overgangsgebied tussen kern en buitengebied. • Hij acht bebouwing tot maximaal twee bouwlagen passend bij de omgeving. b. Ligging van het “ommetje”: • Het geplande wandelpad ligt volgens het ontwerp direct langs het weiland achter zijn tuin, op slechts enkele meters afstand. • Dit veroorzaakt risico op overlast van wandelaars en loslopende honden, die nu al regelmatig op het erf komen.

• De inspreker wenst rust, privacy en veiligheid voor zijn dieren (kippen) te behouden. • Hij stelt daarom voor het pad te verleggen naar de andere zijde van de bestaande bomenrij, bij voorkeur met een sloot als natuurlijke afscheiding.

Reactie gemeente

Wat wordt gewenst: De inspreker verzoekt de gemeente om: 1. De bouwhoogte te beperken tot maximaal twee lagen, passend bij de schaal van het omliggende gebied; 2. Het “ommetje” te verplaatsen naar de andere zijde van de bomenrij, met een fysieke scheiding zoals een sloot; 3. En zijn zienswijze serieus te betrekken bij de planaanpassing, waarbij hij bereid is tot nadere toelichting of overleg over mogelijke alternatieven.

Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, maar dient wel bij de nadere uitwerking van de plannen betrokken te worden.

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’. De uitbreidingslocaties zijn in het Masterplan dusdanig uitgewerkt dat sprake is van een stedenbouwkundige samenhang die in een landschappelijk raamwerk worden ingepast. Hierbij is nadrukkelijk ook gekeken naar de bestaande bebouwing die in de directe nabijheid van de toekomstige woongebieden liggen. Zoals uit het ontwerp blijkt is geen sprake van hoogbouw direct achter de kavel van inspreker, maar is deze op enige afstand van de kavel van inspreker gesitueerd. De hoogbouw is meer in het middengebied van de nieuwe woongebieden stedenbouwkundig ingepast. Dit neemt niet weg dat voor de specifieke situatie van inspreker sprake kan zijn van verlies van privacy en een verminderd woongenot. De uitbreidingsplannen kunnen betekenen dat voor inspreker sprake is van een nadelige situatie ten opzichte van de huidige situatie. Een gewijzigde situatie kan betekenen dat er financiële schade wordt geleden, omdat bijvoorbeeld de waarde van de woning van inspreker daalt.

De wetgever heeft hierin voorzien door in de wet voor dergelijke situaties de mogelijkheid van nadeelcompensatie op te nemen. Overigens is met deze beantwoording nog niet bepaald of de uitbreidingsplannen daadwerkelijk sprake is van nadeelcompensatie (oftewel een vergoedbare planschade zoals dat voorheen werd genoemd). Ook moet worden opgemerkt dat pas sprake kan zijn van nadeelcompensatie wanneer de situatie daadwerkelijk is gewijzigd. Hiervan is vooralsnog geen sprake. 2. De recreatieve verbindingen zoals die in het Masterplan zijn opgenomen liggen vast, omdat deze een wezenlijk onderdeel uitmaken van het stedenbouwkundig concept. Wel zien wij bij de nadere uitwerking van de plannen nog voldoende mogelijkheden om in belangrijke mate tegemoet te komen aan de suggesties die door inspreker zijn gedaan. Wij gaan graag met inspreker in gesprek als onderdeel van de verdere planuitwerking. 3. Wij nemen de reactie van inspreker serieus en willen met inspreker graag in gesprek blijven.

20

2. Nr. Join Registratie Naam en adres Betreft gebied (21) Z/25/032198 Datum inspreker Wissinkbrink D-169395 12-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. De inspreker heeft een recht op levering van gronden binnen het deelgebied Wissinkbrink (sectie O, percelen 741, 2226, 1321, 229 en 1056, samen circa 4 hectare) en wil hier woningbouw ontwikkelen in samenwerking met een ontwikkelaar. b. Hij spreekt waardering uit voor het ontwerp-masterplan en de ruimtelijke opzet, die volgens hem goed doordacht is en een aantrekkelijk woonmilieu biedt. Wel plaatst hij enkele kanttekeningen: • De keuze voor woonvolumes in de blokken ‘7’ op zijn gronden wordt niet passend geacht; deze grootschaligheid zou niet goed aansluiten bij de ligging nabij de doorgaande weg en de bestaande dorpskern. • Kleiner woningvolume en woonsfeer 4 (meer in lijn met de wijk aan de overzijde van de Noordsingel) zou beter passen bij de omgeving en tot een evenwichtiger overgang leiden. c. Daarnaast merkt hij op dat het plan nog verder uitgewerkt moet worden en dat: de verkeersontsluitingen en parkeervoorzieningen nog nadere aandacht vragen; de aantallen woningen in het masterplan nog niet zijn vastgelegd, wat van belang is voor de haalbaarheid van de ontwikkeling. Wat wordt gewenst: De inspreker verzoekt de gemeente om: 1.

De woonvolumes in blokken ‘7’ te heroverwegen en te vervangen door kleinere bouwmassa’s (woonsfeer 4); 2. De initiatiefnemer actief te betrekken bij de verdere uitwerking van het plan; 3. In de vervolgfase aandacht te besteden aan een goede verkeersontsluiting, voldoende parkeergelegenheid en een realistisch woningprogramma dat de uitvoerbaarheid ondersteunt. 3. Nr. Join Registratie Naam en adres Betreft gebied (24) Z/25/032198 Datum inspreker Wissinkbrink D-169421 11-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Verstoring van rust en leefomgeving o De paardenfokkerij is afhankelijk van een rustige omgeving. o Extra geluid, verkeer, verlichting en menselijke activiteit door de geplande wijk (ca. 250 woningen) veroorzaken stress bij de dieren. b. Aantasting agrarisch karakter o Het buitengebied van Haaksbergen heeft een waardevol landelijk en agrarisch karakter. o De nieuwe woonwijk tast dit open landschap blijvend aan. c. Beperkingen voor bedrijfsvoering o Woonwijk naast agrarisch bedrijf kan leiden tot klachten van bewoners (geur, geluid, activiteiten). o Risico dat bedrijfsvoering wordt beperkt of uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

d.

Toename verkeer en onveiligheid

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’. Het is fijn te horen dat inspreker ook van mening is dat het ontwerp van het Masterplan uitgaat van een goed doordachte ruimtelijke opzet alsook een aantrekkelijk woonmilieu biedt. Het is juist om deze reden dat wij vast willen blijven houden aan het logisch samenhangende stedenbouwkundige concept dat nu voorligt en die in een landschappelijk raamwerk wordt ingepast. Een verschuiving in de woonblokken zoals door inspreker wordt voorgesteld zien wij dan ook niet zitten. 2. Allereerst merken wij op kennis te hebben genomen van de stelling dat inspreker meent recht op levering te hebben van de betreffende gronden. Tevens hebben wij kennisgenomen van het standpunt van inspreker deze gronden samen met een ontwikkelaar te willen ontwikkelen. Wij willen inspreker uiteraard betrekken bij de verdere uitwerking van het Masterplan. Dit willen wij doen zoals wij dat voor iedere inwoner, belanghebbende of geïnteresseerde willen doen.

Wij zijn ons bewust dat inspreker zijn wens van betrokkenheid (mede) uit vanwege zijn stelling dat de betreffende gronden aan hem moeten worden overgedragen. 3. Wij zijn het met inspreker eens dat het plan nog nader moet worden uitgewerkt. Met voorliggend Masterplan wordt een duidelijke richting gegeven ten behoeve van de nadere uitwerking die hierna nog moet plaatsvinden. Nadat het Masterplan definitief is vastgesteld zullen wij de uitbreidingsplannen dusdanig concretiseren dat een betere reactie kan worden gegeven op het aantal woningen dat gerealiseerd gaat worden en de wijze waarop bijvoorbeeld ook de openbare ruimte in de nieuwe woongebieden wordt ingericht. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, maar wel met de constatering dat het plan om nadere uitwerking vraagt.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: a. Het Masterplan is opgesteld waarbij rekening is gehouden met de bestaande omliggende omgeving. Dit geldt uiteraard ook voor de agrarische bedrijvigheid die reeds in het gebied is gevestigd. Het uitwerken van de nieuwe woongebieden moet voldoen aan de huidige regel- en wetgeving. Dit betekent dus ook dat wij rekening dienen te houden met de agrarische bedrijvigheid van inspreker. b. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’ met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen. De nieuwe woongebieden worden in een landschappelijk raamwerk ingepast. c. Verwezen wordt naar de reactie die wij hiervoor onder punt a hebben toegelicht. d. Met het realiseren van nieuwe woongebieden zal ook sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het onderliggende wegennetwerk heeft voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen van en naar deze nieuwe woongebieden zonder problemen af te wikkelen. Dit neemt niet weg dat wij de zorg van inspreker goed begrijpen en dat moet worden voorkomen dat er ongewenste verkeersbewegingen gaan ontstaan.

Wij hebben daarom gemeend het nieuwe woongebied aan deze zijde van de Wissinkbrink dan ook zodanig te ontsluiten dat de verkeersafwikkeling rechtstreeks op de rotonde aan de Goorsestraat wordt afgewenteld. Met deze verkeerskundige oplossing wordt ervoor gezorgd dat het woongebied slechts één aansluiting op de Hassinkbrinkweg nodig heeft (en het verkeer van daaruit rechtstreeks naar de rotonde wordt gestuurd). Daarnaast zullen wij ook bekijken welke civieltechnische maatregelen kunnen worden getroffen die ertoe bijdragen dat de Hassinkbrinkweg bijvoorbeeld niet als verdeelweg van het woongebied wordt gebruikt en al helemaal niet sluipverkeer uitnodigt. 21

o

Ontsluitingswegen zorgen voor forse verkeersdruk op de Hassinkbrinkweg en omliggende wegen. o Dit levert risico’s op voor mens en dier. e. Waardedaling en leefbaarheid o Zorgen over waardedaling van het perceel. o Leefomgeving verandert fundamenteel: van rust en ruimte naar een woonwijk met 250 voordeuren. Wat wordt gewenst: 1. Dat de belangen van bestaande agrarische bedrijven nadrukkelijk worden meegenomen in de planontwikkeling. 2. Een ruime afstandsbuffer tussen de woonwijk en agrarische percelen en het treffen van maatregelen ter bescherming van rust en veiligheid voor mens en dier. Voorkomen dat agrarische bedrijfsvoering wordt beperkt door toekomstige bewonersklachten.

4. Nr. Join (31) Z/25/032198 D-169416 en D169884

Registratie Datum 12-11-2025 en 27-11-2025

Naam en adres inspreker -

Betreft gebied Wissinkbrink

Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. De inspreker is eigenaar van de percelen Haaksbergen, sectie O, nrs. 2533 en 2535 (totaal 1,44 ha), gelegen aan de Hassinkbrinkweg en grenzend aan het plangebied Wissinkbrink. De percelen worden agrarisch gebruikt, onder andere voor het verbouwen van voedsel voor mens en dier. De komst van een woonwijk zorgt volgens de Parochie voor toenemende drukte en overlast op de aangrenzende agrarische percelen. b. Ondanks de zorgen staat de Parochie open voor overleg en staat zij positief tegenover het opnemen van haar gronden in de woningbouwplannen. De parochie ziet een mogelijke juridische procedure, maar geeft aan die te willen voorkomen door tijdig in gesprek te gaan met de gemeente. c. De parochie vraagt de gemeente om contact op te nemen voor een overleg en om de inspraakreactie schriftelijk te bevestigen. Wat wordt gewenst: 1. Opname van de percelen 2533 en 2535 in het woningbouwplan voor de Wissinkbrink. 2. Een uitnodiging voor een gesprek met de gemeente om deze integratie verder te bespreken. 3. Voorkomen van juridische procedures door tijdig overleg en afstemming.

e. De uitbreidingsplannen kunnen voor inspreker betekenen dat sprake is van een nadelige feitelijke situatie ten opzichte van de huidige situatie. Als gevolg hiervan kan financiële schade worden geleden, omdat bijvoorbeeld de waarde van het perceel van inspreker daalt. De wetgever heeft hierin voorzien door in de wet voor dergelijke situaties de mogelijkheid van nadeelcompensatie op te nemen. Overigens is met deze beantwoording nog niet bepaald of de uitbreidingsplannen daadwerkelijk sprake is van nadeelcompensatie (oftewel een vergoedbare planschade zoals dat voorheen werd genoemd). Ook moet worden opgemerkt dat pas sprake kan zijn van nadeelcompensatie wanneer de situatie daadwerkelijk is gewijzigd. Hiervan is vooralsnog geen sprake. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Hieraan komen wij tegemoet. Wij houden rekening met de bestaande omgeving alsmede met de bestaande agrarische bedrijven die in de uitbreidingsgebieden zijn gevestigd. 2. Hieraan komen wij tegemoet door te voldoen aan geldende regel- en wetgeving. Dit om ervoor te zorgen dat de verschillende functies (zoals agrarische bedrijvigheid enerzijds en het wonen anderzijds) in het gebied naast elkaar kunnen bestaan. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Het opgestelde Masterplan is een uitwerking van het vastgestelde Addendum op de structuurvisie, zoals vastgesteld op 27 november 2024. In het Addendum zijn de mogelijke nieuwe woongebieden vastgelegd. Het Addendum ziet niet toe op het toevoegen van twee nieuwe percelen. 2. Kijken naar eventuele mogelijkheden kan altijd. Alleen opnemen in het reeds vastgestelde Addendum en ontwerp Masterplan is geen optie. 3. Wij nemen kennis van deze stelling. Het heeft uiteraard ook onze voorkeur om het aantal juridische procedures zo minimaal mogelijk te houden. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

22

5. Nr. Join Registratie Naam en adres Betreft gebied (33) Z/25/032198 Datum inspreker Wissinkbrink D-169438 11-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. De geplande verkeersontsluiting via de Hassinkbrinkweg zorgt naar verwachting voor extra verkeersdrukte en ongewenst autoverkeer door de straat. De insprekers willen de Hassinkbrinkweg autoluw houden, uitsluitend toegankelijk voor bewoners. Er wordt gewezen op het risico dat verkeer “stiekem” de Hassinkbrinkweg zal gebruiken in plaats van de hoofdroute. Verhoogde verkeersdrukte leidt tot meer geluidsoverlast voor bewoners nabij de aanrijdroute. b. Extra verlichting tast het huidige buitengebied karakter van de Hassinkbrinkweg aan. c. Hoogbouw past volgens de insprekers niet in het huidige karakter van de wijk en het omliggende buitengebied. Er wordt gerefereerd aan het plan Honesch, waarin lage woningtypologieën zijn toegepast. Wat wordt gewenst: 1. Aanleg van een autotunnel vanaf de rotonde Goorsestraat richting Hassinkbrinkweg, zodat autoverkeer niet door de Hassinkbrinkweg gaat. Hassinkbrinkweg autoluw houden, alleen toegankelijk voor bewoners; fietsers mogen de weg wel gebruiken. Een geluidswal langs de aanrijroute, ter hoogte van de percelen Hassinkbrinkweg 1 en Goorsestraat 74A, om geluidsoverlast te beperken. 2.

Geen extra openbare verlichting aan de Hassinkbrinkweg, om het gevoel van buitengebied te behouden. 3. Inrichting van de Hassinkbrinkweg als fietsstraat, met maximaal 30 km/u en waarbij auto’s te gast zijn. 4. Geen hoogbouw in het gehele plangebied; voorkeur voor laagbouw zoals boven/benedenwoningen, vergelijkbaar met het plan Honesch. 6. Nr. Join Registratie (34) Z/25/032198 Datum D-169767 27-11-2025

Naam en adres inspreker -

Betreft gebied Wissinkbrink

Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: • Zijn tegen het bouwplan om een deel van de nieuwbouw wat aan de Hassinkbrinkweg grenst te ontsluiten op de Hassinkbrinkweg i.p.v. op het nieuwbouwplan. Het is al een stuk drukker geworden op de bestaande wegen door o.a. Nobian en de 5 nieuwe woningen. • Met nog meer huizen en mensen die hun ‘rondje gaan lopen’ zal het gevaarlijke situatie opleveren. Wat wordt gewenst: 1. Geen ontsluitingen maken op de Hassinkbrinkweg.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Allereerst wordt verwezen wordt naar de inspraakreactie van inspreker 3, onder punt d. De aanleg van een autotunnel zoals door inspreker wordt voorgesteld is niet aan de orde. De verkeerskundige situatie is niet dusdanig dat dergelijke ingrijpende infrastructurele voorzieningen moeten worden getroffen. Het aanleggen van geluidswallen staat haaks op een goede landschappelijke inpassing. 2. Wij willen bij de nadere uitwerking rekening houden dat extra openbare verlichting aan de Hassinkbrinkweg beperkt blijft. Het bevorderen van (verkeers)veiligheid weegt voor ons zwaarder en mag hiervan niet ten koste gaan. Het is onvermijdelijk dat er sprake is van toename van licht. Dit is nu eenmaal inherent aan de ontwikkeling van het gebied ten gunste van woningbouw. 3. De suggestie om de Hassinkbrinkweg als fietsstraat in te richten willen wij betrekken bij de nadere uitwerking van de plannen. 4.

Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’ met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1.In het eerste concept Masterplan waren er een aantal nieuwe woonvelden ontsloten op de Hassinkbrinkweg. Op 15 september 2025 is dit punt in de raadpleegsessie aan bod gekomen, met het zelfde bezwaar. Voor de verkeersveiligheid niet extra ontsluiten op de Hassinkbrinkweg. Wij hebben dit meegenomen in de uitwerking naar het ontwerp Masterplan. In het ontwerp Masterplan zijn alle woonvelden van binnenuit ontsloten en niet op de Hassinkbrinkweg. Eén woonveld gelegen in het bovenste hoekje is niet mogelijk van binnenuit te ontsluiten, vanwege de watergang. Deze enkele woningen zullen wel ontsloten moeten worden op de Hassinkbrinkweg. De verkeersdrukte op de Hassinkbrinkweg zal door de nieuwbouw niet meer toenemen. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 7 ‘’Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan’’. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

23

7. Nr. Join (35) D-169894

Registratie Datum 27-11-2025

Naam en adres inspreker -

Betreft gebied Wissinkbrink

Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Participatie en procedure • Tijdens de raadpleeg- en teruggeefsessies is nauwelijks iets gedaan met de zorgen van omwonenden. • De termijn van slechts twee weken voor inspraak wordt als onzorgvuldig en niet serieus ervaren. • Participatie voelt als een minimale verplichting waar inhoudelijk niets mee gebeurt. b. Hoogbouw en woonvelden Wissinkbrink • Hoogbouw (meerdere lagen) past niet in het landschappelijk buitengebied en veroorzaakt inkijk, aantasting van privacy en verlies van woongenot. • De huidige situering van hoogbouw direct achter Wissinkbrinkweg is onacceptabel. • In het masterplan is geen rekening gehouden met de eerdere wens om aan randen juist grotere vrijstaande kavels te realiseren. c. Verkeersontsluiting • De voorgestelde ontsluiting via de Goorsestraat creëert een sluiproute richting de Hengelosestraat, wat leidt tot verkeersonveiligheid. • Kruising met de Hassinkbrinkweg is volgens bewoners onacceptabel. d. Verlichting • Het buitengebied is nu donker; reguliere straatverlichting past niet bij het landschap en veroorzaakt overlast. e. Bufferzones en landschappelijke inpassing • Het plan biedt onvoldoende afstand en groenbuffer tussen het perceel Wissinkbrinkweg en de nieuwe wijk. • Bewoners vrezen verlies van privacy, geluidsoverlast en lichtoverlast.

• Zij hebben sinds aankoop steeds aangegeven dat behoud van vrij wonen essentieel is, mede gezien hun eerste recht van koop op aangrenzende gronden. f. Wandel- en fietspaden • Er is eerder al bezwaar gemaakt tegen paden langs de erfgrens; deze zouden fors ingrijpen in de rust en privacy. • Toch tekent de gemeente wederom wandel- en fietspaden direct langs hun kavel. Wat wordt gewenst: 1. Verwijderen/schuiven hoogbouw • Hoogbouw mag niet aan de randen komen en moet — als het al wordt toegestaan — naar het centrale deel van het plangebied worden verplaatst. • Aan de randen moeten woningen passen bij het landschap: erven en vrije kavels. 2. Realiseren van een ruime groene bufferzone • Een brede strook vrijhouden voor onderhoud en privacy. • Aanleg van: o een brede watergang, o een groene buffer, o een verhoogde geluids- en lichtwal. 3. Alternatieve verkeersoplossing • Geen kruising/sluiproute via de Hassinkbrinkweg. • Eventueel een tunnel/brug zodat de Hassinkbrinkweg niet belast wordt.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: a. Er wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 7 ‘’Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan’’. Hier wordt uitgelegd hoe er is geparticipeerd. b. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’ met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen. De nieuwe woongebieden worden in een landschappelijk raamwerk ingepast. De woonbehoefte is groot in Haaksbergen. Er ligt voor nu een opgave om ruim 900 woningen te bouwen, waarvan een deel ook in uitbreiding zal worden gebouwd. Als deze woningen allemaal laagbouw zouden zijn, is er nog veel meer grondoppervlakte benodigd om aan de opgave te kunnen voldoen. Daarom is er in een samenhangend stedenbouwkundig concept gekeken naar waar mogelijk gestapeld gebouwd zou kunnen worden. Hier is rekening gehouden met direct aanwonenden. c. Verkeersveiligheid zal bij de verdere uitwerking richting het wijzigen van het Omgevingsplan nog verder worden onderzocht. Vanuit het Masterplan is de Hassinkbrinkweg wel gespaard van verkeerstoename. Er zal een nieuwe ontsluitingsweg komen waarbij het nieuwe woongebied rechtstreeks op de rondweg wordt ontsloten. Er zal geen extra verkeer over de Hassinkbrinkweg worden geleid.

De Wissinkbrinkweg zal niet extra worden belast, omdat het nieuwe woongebied een eigen ontsluitingsweg zal krijgen. d. Het is onvermijdelijk dat er sprake is van toename van licht. Dit is nu eenmaal inherent aan de ontwikkeling van het gebied ten gunste van woningbouw. e. Vanuit het concept naar de uitwerking van het ontwerp Masterplan is er meer ruimte gekomen tussen het nieuwe woongebied en de kavel. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 7 ‘’Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan’’. Er is rekening gehouden met een water- en groene dichte buffer. f. Er zijn wandel- en fietspaden ingetekend, omdat deze structuren belangrijk zijn voor de recreatie en verbinding naar het centrum en buitengebied. Het nieuwe woongebied zal fungeren als overgangsgebied van het dorp naar het buitengebied. Er is rekening gehouden om deze paden zo ver mogelijk van de bestaande percelen te houden of aan de andere zijde van de groene buffer, zodat er zo min mogelijk overlast ontstaat. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Er wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’ en punt b hierboven. 2. Zie punt e hierboven. 3. Zie punt c hierboven. 4. Zie punt d hierboven. 5. Zie punt f hierboven. Hierover gaan wij graag met inspreker in gesprek als onderdeel van de verdere planuitwerking. 6.

Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 7 ‘’Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan’’, ook in de verdere uitwerking zal er rekening worden gehouden met de direct aanwonden en zal er participatie plaatsvinden. 7. Hierbij wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

24

4. Geen of minimale verlichting • Behoud van het huidige donkere buitengebied door lage of geen verlichting toe te passen. 5. Geen wandel/fietspad langs perceelgrens • Paden moeten op afstand van Wissinkbrinkweg worden geplaatst. 6. Serieuze betrokkenheid • Bewoners willen actief betrokken worden om de inrichting van de grenszone (direct achter hun kavel) gezamenlijk vast te stellen. 7. Voorrang voor inbreiding • Gemeente moet eerst de inbreidingsmogelijkheden benutten voordat uitbreiding in het buitengebied wordt overwogen.

25

Honesch 1.

Nr. Join Z/25/032198 D-169081 en D-169343

Registratie Datum 27-10-2025 en 10-112025

Naam en adres inspreker -

Betreft gebied Honesch

Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: De inspreker heeft zijn eerdere zienswijze vervangen door deze uitgebreide inspraakreactie op het ontwerp Masterplan van 23 oktober 2025. Hij maakt bezwaar tegen de geplande woningbouw in en rond het essenlandschap van de Honesch (Smitterij-es) en stelt tal van inhoudelijke vragen over beleid, uitvoering en planvorming. Belangrijkste punten: a. Bouwen ten oosten van de Enschedese weg: volgens eerdere provinciale uitspraken mocht daar niet worden gebouwd. De inspreker vraagt waarom dit beleid nu gewijzigd is. b. Bouwen in het essenlandschap: de gemeente stelt dat niet “op”, maar “in” het essenlandschap wordt gebouwd. De inspreker betoogt dat dit onderscheid betekenisloos is, omdat het karakter van het essenlandschap daardoor alsnog verloren gaat. c. Grenzen en ligging van de Smitterij-es: op basis van de Atlas van Overijssel ligt circa 70% van het geplande bouwgebied op esgronden. De inspreker vraagt bevestiging van deze begrenzing. d. Bouw op de es: volgens hem blijkt uit het masterplan (figuur 2) dat er wél op de es wordt gebouwd, in strijd met eerdere toezeggingen dat dit niet zou gebeuren. e. Aanleg van voorzieningen: tuinen, wegen, riolering, groen en waterberging zullen deels in of door de es worden aangelegd, wat eveneens aantasting van de es betekent. De inspreker vraagt of dit door de provincie is toegestaan. f.

Eshoogte: de es is in het verleden verlaagd; de vraag is of de gemeente het terrein nu zal ophogen en, zo ja, met hoeveel. g. Houtwallen: de gemeente wil nieuwe houtwallen aanleggen langs de esranden. De inspreker vraagt of dit een impliciete erkenning is dat er op de es wordt gebouwd, en of de aanleg van houtwallen daadwerkelijk gegarandeerd is. h. Waarheidsgehalte impressies: hij vreest dat de artist impressions niet overeenkomen met de uiteindelijke uitvoering (minder groen, meer bebouwing) en vraagt of de gemeente kan garanderen dat houtwallen van 2–3 meter breed daadwerkelijk worden gerealiseerd. i. Eigendom en onderhoud houtwallen: de inspreker vraagt wie eigenaar wordt van de houtwalzones (gemeente of bewoners) en pleit voor behoud als gemeentelijke grond met publiek onderhoud om versnippering of verwijdering te voorkomen. j. Kelders en zwembaden: uit archeologisch oogpunt zou het graven van diepe kelders of zwembaden ongewenst zijn; de inspreker vraagt of de gemeente dit kan verbieden via notariële of planologische bepalingen. k. Stikstofproblematiek: vanwege de nabijheid van Natura 2000-gebied ’t Buurserzand (op ca. 1 km afstand) vraagt de inspreker of de stikstofeffecten van aanleg en bewoning zijn onderzocht en hoe dit zich verhoudt tot de geldende natuurwetgeving. l.

Wat is er zo bijzonder aan de Veldmaat? Hoe verhoudt zich het niet betrekken van de Veldmaat tot de uitspraak inbreiden voor uitbreiden? Wensen ze in de Veldmaat geen sociale huur? m. Ruimte genoeg voor inbreiding, waarom dan toch op de Honesch? n. Hoeveel woningen zijn er daadwerkelijk nodig? Wie bepaalt dit? Hoe verhoudt zich dit tot de vergrijzing en de woonbehoefte? o. Waarom wordt er niet gestapeld gebouwd tegen de Noordsingel?

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: Inspreker heeft 38 vraagtekens geplaatst achter de vragen waar antwoord op dient te worden gegeven. De vragen zijn samengevat en worden hieronder samengevat beantwoord. Alle onderwerpen komen aan bod. a. Destijds was de Koningin Wilheminastraat een provinciale weg, N18. Deze is recentelijk afgewaardeerd tot een ontsluitingsweg. Hiermee is de harde lijn tussen Haaksbergen dorp en de Honesch verdwenen. Er zijn geen provinciale belemmeringen, omdat de harde contouren genoemd in het streekplan al lang niet meer bestaan. Wel moeten de plannen uiteraard voldoen aan bestaand provinciaal beleid. b. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 ‘’Specifieke uitgangspunten Masterplan’’ en paragraaf 3 ‘’Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing’’. Bij het opstellen van het Addendum is gekeken naar de bestaande kaartmaterialen. Vandaaruit was het moeilijk te beoordelen waar de es begrenzing precies ligt en wat de kwaliteit van de es is. Met de uitwerking van het Masterplan is gekeken vanuit de landschappelijke waarden en kwaliteiten. Hieruit is gebleken dat het landschappelijk gezien beter is het gehele gebied mee te nemen in de ontwikkeling van de plannen.

De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. c. Deze begrenzing is zoals weergegeven op de kaart. De kaart zegt nog niets over de kwaliteit van het essenlandschap. Zie bovenstaande punt b ten aanzien van de catalogus Gebiedskenmerken waaraan moet worden voldaan. d. Zie punt b. e.

Bij de verdere uitwerking van de plannen worden er diverse onderzoeken uitgevoerd, onder andere bodem en archeologie, om de haalbaarheid van de plannen aan te kunnen tonen. Daarnaast gaan wij ook aan de slag met een civieltechnische uitwerking van de plannen. Wij blijven ook bij de uitwerking de plannen met de provincie afstemmen. f. Dit behoeft verdere uitwerking om de juiste hoogtes te bepalen. De insteek vanuit het Masterplan is om de esranden aan te zetten met stijlranden. g. Zie bovenstaande punten over het bebouwen van essen. h. De opzet van het Masterplan is de basis voor de verdere procedures. Hier kunnen zeker veranderingen in zitten als blijkt dat in werkelijkheid of na het uitvoeren van onderzoeken aanpassingen moeten worden doorgevoerd. Het uitgangspunt voor het opstellen van het Masterplan is de landschappelijke kwaliteit behouden en versterken en voldoen aan alle belangrijke opgaven. Het is essentieel voor de verdere planuitwerking dat dit geborgd blijft. i. Zaken die men ongewijzigd (houtwal) wil laten kunnen het beste in eigendom blijven van de gemeente. Ook zijn er juridisch mogelijkheden om te borgen dat zaken moeten blijven zoals bedoeld. In de verdere procedures zal gekeken worden hoe de eigendommen verdeeld worden. Wij kunnen de redenatie van inspreker goed begrijpen en zullen dit bij het uitwerken van de plannen betrekken. j. Zie punt e. k.

Op 18 september 2024 is er door Lycens een Milieu-planologische impactanalyse opgesteld. Hierin is vanuit een eerste verkenning gekeken naar: activiteiten en milieuzonering, akoestiek, archeologie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geur en ontplofbare oorlogsresten. Deze uitkomsten van de onderzoeken zijn meegenomen als uitganspunt bij het opstellen van het Masterplan. In de Milieu-planologische impactanalyse is ook gekeken naar de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebied. In de verdere procedure tot het wijzigen van het Omgevingsplan zullen alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd om de haalbaarheid van de plannen aan te kunnen tonen. 26

Wat wordt gewenst: De inspreker verzoekt de gemeente om: 1. Af te zien van woningbouw op of in het essenlandschap van de Honesch (Smitterij-es); 2. Duidelijkheid te verschaffen over de grenzen van de es, de hoogteverschillen en de ophoging van het terrein; 3. Te bevestigen dat voorzieningen niet op of door de es worden aangelegd; 4. Te garanderen dat houtwallen van 2–3 meter breed worden gerealiseerd, gemeentelijk eigendom blijven en door de gemeente worden onderhouden; 5. Bij doorgang van het plan het graven van kelders en zwembaden te verbieden; 6. En een volledig stikstofonderzoek uit te voeren in relatie tot het nabijgelegen Natura 2000gebied voordat verdere besluitvorming plaatsvindt.

l. In het Addendum op de structuurvisie zoals vastgesteld op 27 november 2024 is toegelicht waarom de Veldmaat niet is meegenomen als mogelijke uitbreidingslocatie. Belangrijkste kenmerk van een ‘goed’ dorp is dat er geen scherpe grens is tussen bebouwd gebied en de rest van het landschap. Op veel plekken in Haaksbergen zijn er al rafelige randen, wat een divers beeld oplevert. Deze geleidelijke overgang is bij de Veldmaat al duidelijk waarneembaar, waardoor hier geen grootschalige woningbouwprojecten thuis horen. Hierbij ook een verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’. m. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’. n. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘’Woonbehoefte in Haaksbergen’’. Dat er daar bovenop meer woningen nodig zijn heeft ermee te maken dat de landelijke overheid de regio Twente heeft aangewezen als groeiregio met 100.000+ meer aan inwoners en 60.000+ meer aan woningen. o. Uitgangspunt is bebouwing toevoegen met landschappelijke kwaliteit en in een landschappelijk kader. Het snel neerzetten van containerwoningen of dergelijke constructies hoort niet tot het toevoegen van kwaliteit.

Met een flexibel en tijdelijk karakter plaatsen van tijdelijke woningen is wel wat steeds onderzocht wordt en ook waar mogelijk wordt toegepast, maar dan wel op de juiste plaats met een landschappelijke inpassing. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 ‘’Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing’’. Zoals bij punt n te lezen is, is de woonbehoefte in Haaksbergen groot. Om deze reden heeft de gemeenteraad verzocht om een Addendum op de structuurvisie op te stellen waarin aangegeven staat wat de nieuwe woon- en werkgebieden in Haaksbergen kunnen worden. Dit Addendum is op 27 november 2024 vastgesteld. Het Masterplan is een verdere uitwerking van het Addendum. De aangewezen woongebieden binnen de Honesch zijn benodigd om te kunnen voldoen aan de te bouwen aantallen voor de woonbehoefte. Het herzien van deze plannen is niet aan de orde. 2. Zie punt b en c. 3. Zie punt e, dit zal uit nadere uitwerking moeten blijken. 4. Nadere uitwerking, eigendommen worden in een later stadium bepaald. Mee ontwerpen en mee realiseren. Essentieel om de kwaliteit te borgen om hier goed aandacht aan te besteden. 5. Nadere uitwerking. Ook kijkend naar de grondwaterstanden of dit überhaupt wenselijk is en zie punt e. 6. Zie punt k.

Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

2.

Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied Z/25/032198 Datum Honesch D-169082 22-10-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: De insprekers verwijzen naar de gemeentelijke bijeenkomsten van 24 september en 15 oktober 2025 over woningbouw op de Honesch en naar de informatieavond van Stichting Red het Essenlandschap Honesch. Op basis van deze bijeenkomsten stellen zij dat woningbouw in dit gebied onwenselijk is. Belangrijkste argumenten: • De keuze voor de Honesch als uitbreidingslocatie is onlogisch en onjuist, vooral vanuit cultuurhistorisch en landschappelijk perspectief. • De Honesch (“Hoge Es”) bestaat grotendeels uit oude esgronden met een uniek coulissenlandschap, oude erven, houtwallen, eiken en monumentale panden, die samen het karakteristieke buitengebied van Haaksbergen vormen. • De archeologische waarde van deze gronden is mogelijk groot, gezien hun eeuwenoude agrarische gebruik.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 ‘’Specifieke uitgangspunten Masterplan’’. Het uitgangspunt dat is meegegeven aan het landschapsbureau voor het opstellen van het Masterplan is; Respecteren, handhaven en versterken van de landschappelijke kwaliteiten. Dit uitgangspunt is de basis voor het opgestelde Masterplan. 2. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘’Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan’’. De woonbehoefte in Haaksbergen is groot. Om deze reden heeft de gemeenteraad verzocht om een Addendum op de structuurvisie op te stellen waarin aangegeven staat wat de nieuwe woon- en werkgebieden in Haaksbergen kunnen worden. Dit Addendum is op 27 november 2024 vastgesteld. Het Masterplan is een verdere uitwerking van het Addendum. De aangewezen woongebieden binnen de Honesch zijn benodigd om te kunnen voldoen aan de te bouwen aantallen voor de woonbehoefte. Het herzien van deze plannen is niet aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413991/1