Bijlage 3 Verkennend- en nader bodemonderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 NEN 5707 en NTA 5755 Blankenburg 20-22 - Haaksbergen ,
Opdrachtgever: Bouwbedrijf Wijlens BV Locatie: Blankenburg 20-22 7481 DZ Haaksbergen Oktober 2020
Kruse Milieu BV Bezoekadres:
Huyerenseweg 7678
SC
Internet: 33
Geesteren
inito@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Postadres: Postbus 51
Bankgegevens:
7650
AB
Tubbergen
NL34ABNA0501
Tel:
0546
63 96 63
KvK: 06068751
-
ABN
AMRO:
BTW-nr:
NL
538739
8019.25.125.B01
Rapport
Verkennend en Nader Bodemonderzoek conform NEN 5740, NEN 5707 en NTA 5755
Blankenburg
Opdrachtgever: Bouwbedrijf Wijlens
20-22
-
Haaksbergen
BV
Handelsstraat 20 7482 GW Haaksbergen Locatie:
Blankenburg 20-22 7481 DZ Haaksbergen Projectcode:
20021116
Rapportagedatum:
14 oktober 2020
(geanonimiseerd) Auteur:
Kruse Milieu
BV
A
aboma
BRL
4:
Sh
&
gm
SVMS-007
milieukundig
Eslopen
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
3 3 3 5
Uitvoering verkennend bodemonderzoek Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
6 6 7 8 9 10
4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5
Resultaten verkennend bodemonderzoek Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestonderzoek
11 11 11 14 15 16
5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5
Uitvoering nader bodemonderzoek Conceptueel model nader onderzoek Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek Veldwerkzaamheden nader bodemonderzoek Resultaten van de chemische analyses nader bodemonderzoek Bespreking resultaten chemische analyses nader bodemonderzoek
17 17 17 18 19 19
6
Samenvatting conclusies en aanbevelingen ,
21
7
Literatuur en bronvermelding
24
2 2. 1 2. 2 2. 3 3 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 4
5
Onderzoeksstrategie
Bijlagen I
Regionale ligging locatie Boorplan oriënterend bodemonderzoek Geofox BV april 2002 Boorplan (2x) nader bodemonderzoek Aveco de Bondt augustus 2003 Boorplan verkennend en nader bodemonderzoek Kruse Milieu BV oktober 2020 Detailtekeningen (2x) nader bodemonderzoek Kruse Milieu BV oktober 2020 Boorstaten en legenda boorstaten Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses Resultaten asbestanalyses Informatie van de gemeente Haaksbergen Tanksaneringscertificaten Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen ,
,
,
,
,
II III IV V VI
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend en nader bodemonderzoek dat in opdracht van Bouwbedrijf Wijlens BV aan de Blankenburg 20-22 te Haaksbergen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. ,
De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de herontwikkeling van het terrein (woningbouw). In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning is bodemonderzoek noodzakelijk. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Er is op basis van het vooronderzoek 1 verdachte deellocatie aan te merken die niet eerder is onderzocht: een voormalige was- en werkplaats (deellocatie G). In eerdere onderzoeken zijn reeds deellocaties A t/m F onderzocht die betrekking hadden op de voormalige ondergrondse tankinstallatie. Ter plekke van deellocatie E is een sterke bodemverontreiniging met vluchtige aromaten aanwezig. Inzicht in de huidige verontreinigingssituatie is gewenst waarbij ook aandacht wordt besteed aan de oostelijke verspreiding (onder het pand) van de bodemverontreiniging. De bovengrond van het overige terrein wordt beschouwd als verdacht voor zware metalen minerale olie PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater op het overig terrein zijn niet verdacht. ,
,
,
,
,
De aanleiding voor het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de analyseresultaten van de grond van boring E3 en het grondwater in de peilbuizen 103 en 206 ter plekke van deellocatie E waarbij met name sterke verontreinigingen met xylenen zijn aangetoond. ,
De onderzoeksopzet gaat uit van: “Bodem - Inspectie monsterneming en analyse van asbest in bodem en - NEN 5707 + C2 partijen grond” NNI Delft december 2017; - NEN 5725 “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend oriënterend nader onderzoek” NNI Delft oktober en 2017; - NEN 5740 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft januari 2009; " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend - NEN 5740/A1 bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft februari 2016; - NTA 5755 " Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging " NNI Delft juli 2010; “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en - NEN 5897+C2 recyclinggranulaat” NNI Delft december 2017. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrond- norm- en de streefwaarden overschrijden. ,
Het veldwerk is uitgevoerd in augustus september en oktober 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 2002 en 2018 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. ,
,
,
In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 1 van 25
De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 2 van 25
2
Locatiegegevens 2. 1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de gelegen aan de Blankenburg 20-22 binnen de bebouwde kom van Haaksbergen. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten: x = 247. 826 en y = 464. 071. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Haaksbergen sectie K nummer 6484. De Blankenburg is ten westen van de onderzoekslocatie gelegen. De onderzoekslocatie is gelegen in een woonwijk. ,
,
,
Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel deels bebouwd met een leegstaand bedrijfspand en een loods. Inpandig bevinden zich betonvloeren. In het hoofdgebouw bevindt zich een klinkerverharding op de betonvloer. Het onbebouwde terrein is verhard met tegels en klinkers.
Onderzoekslocatie De aanleiding van het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de herontwikkeling van het terrein (woningbouw). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 1558 m.2 In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen:
Boorplan oriënterend bodemonderzoek Geofox BV april 2002; - Boorplan (2x) nader bodemonderzoek Aveco de Bondt augustus 2003; oktober 2020; - Boorplan verkennend en nader bodemonderzoek Kruse Milieu BV oktober 2020. - Detailtekeningen (2x) nader bodemonderzoek Kruse Milieu BV -
,
,
,
,
,
2. 2
Vooronderzoek
Het vroegere gebruik van het terrein is van belang omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en bij de gemeente Haaksbergen (zie bijlage V). Een deel van onderstaande informatie is ontleend aan eerder uitgevoerde bodemonderzoeken verricht door Geofox in april 2002 en Aveco de Bondt in augustus 2003. De heer J. L. Kienstra van Kruse Milieu BV heeft op 25 maart 2020 de locatie bezocht. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie is gelegen in het historisch centrum van Haaksbergen. Op historische topografische kaarten van voor 1900 is bebouwing (vermoedelijk woningen/boerderijen) binnen de onderzoekslocatie zichtbaar. Er is geen informatie voorhanden van de periode tot 1969. - De onderzoekslocatie was de laatste jaren in gebruik door een winkelbedrijf (benodigdheden in paardensport) en een meubelmakerij (alleen mechanische houtbewerking). Daarvoor (van 1990 tot 1994) was een deel van het pand in gebruik door een doe-het-zelf-bedrijf. - Van circa 1969 tot 1990 was op de locatie garagebedrijf Hilderink gevestigd. De inrichting bestond uit een werk-/wasplaats (deellocatie G) en een showroom. Het achterterrein werd gebruikt voor opslag en stalling van voertuigen. Tot circa medio jaren ‘80 was een tankstation met 3 ondergrondse brandstoftanks (2x benzine en 1x diesel) in gebruik.
In 1990 is na de eigendomsoverdracht het bovenwerk behorende bij het tankstation verwijderd (in enkele documenten is sprake van 1994 als einddatum van het tankstation). De tanks zijn in september 2002 verwijderd. Van de tanksanering zijn saneringscertificaten afgegeven (zie bijlage V). - Er was volgens de provinciale asbestsignaleringskaart (niet meer in gebruik) een grote verwachtingswaarde met betrekking tot asbest in de bodem. In juli 2020 heeft Kruse Milieu BV een asbestinventarisatie verricht (projectnummer 20046991). ,
,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 3 van 25
Hieruit blijkt dat er een asbesthoudend rookkanaal asbesthoudende kit en asbesthoudend pakkingsmateriaal (CV) aanwezig zijn. Er zijn diverse bodemonderzoeken van de locatie bekend: ,
-
Oriënterend bodemonderzoek Blankenburg 20-22 te Haaksbergen Geofox ,
,
,
rapportnummer 22060/bf d. d. maart 1990 Dit rapport was niet voorhanden bij de gemeente of opdrachtgever. De resultaten van dit onderzoek zijn samengevat in het oriënterend bodemonderzoek van Geofox uit april 2002. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond en in het grondwater ter plekke van de vulpunten sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond met minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX). De grondverontreiniging is aangetoond in het bodemtraject van 0. 8 tot 1. 0 m-mv. In de opgeboorde grond bij de afleverzuil (diesel) is zintuiglijk in zwakke mate minerale olie waargenomen in het bodemtraject van 0 tot 0. 4 m-mv. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met minerale olie. Er zijn geen vluchtige aromaten aangetoond. In de opgeboorde grond bij de overige boringen (ter plaatse van de ondergrondse tanks en de afleverzuilen voor benzineproducten) zijn geen minerale oliecomponenten aangetoond. Beknopt bodemonderzoek Blankenburg 20-22 te Haaksbergen Geofox rapportnummer 22061/rh d. d. oktober 1993 Dit rapport was niet voorhanden bij de gemeente of opdrachtgever. De resultaten van dit onderzoek zijn samengevat in het oriënterend bodemonderzoek van Geofox uit april 2002. In dit onderzoek is zowel de grond als het grondwater ter plaatse van de vulpunten van de benzinetanks herbemonsterd.
In de opgeboorde grond zijn zintuiglijk vanaf maaiveld tot circa 1. 0 m-mv minerale oliecomponenten waargenomen. Analytisch is in zowel grond als in het grondwater minerale olie aangetoond in een gehalte hoger dan de streefwaarde. De gehalten vluchtige aromatische koolwaterstoffen waren hoger dan de interventiewaarden. De concentraties waren lager dan in 1990. ,
,
,
Oriënterend bodemonderzoek Blankenburg 20-22 te Haaksbergen Geofox projectnummer B5251/RSE/rfr d. d. 18 april 2002 ,
,
,
Aanleiding voor het bodemonderzoek was globaal inzicht te verkrijgen in de verontreinigingssituatie zoals deze is aangetoond in 1990 en 1993. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: Deellocatie A en B (ondergrondse benzinetanks): de grond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met xylenen. Het grondwater bevat geen MTBE. Deellocatie C (dieseltank): de grond en het grondwater zijn niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. Deellocatie D (pompeiland): de bovengrond is licht verontreinigd met minerale olie. In het grondwater van peilbuis 10 zijn lichte verontreinigingen met benzeen naftaleen en minerale olie aangetoond. Het gehalte xylenen overschrijdt de tussenwaarde. Peilbuis 7 is niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. Deellocatie E (vul- en ontluchtingspunten): de bovengrond is matig verontreinigd met minerale olie. Het grondwater in peilbuis 2 is sterk verontreinigd met benzeen xylenen ethylbenzeen naftaleen en minerale olie. Het gehalte tolueen overschrijdt de streefwaarde. De aangetoonde gehalten liggen aanzienlijk hoger dan in voorgaande onderzoeken. Aanvullend onderzoek deellocatie E: peilbuis 14 is licht verontreinigd met xylenen. In peilbuis 13 (op enkele meters van de voormalige vulpunten stroomafwaarts) is MTBE aangetoond in een gehalte lager dan de indicatieve toetsingswaarden.
Er zijn geen minerale oliecomponenten aangetoond. Ook peilbuis 14 is niet verontreinigd. Door het aantonen van MTBE kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging ook na 1985 is ontstaan en er mogelijk sprake is van zorgplicht. Deellocatie F (ontluchting dieseltank): zintuiglijk geen olie waargenomen; er hebben geen analyses plaatsgevonden. ,
,
,
,
,
,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 4 van 25
Nader bodemonderzoek Blankenburg 20-22 te Haaksbergen Aveco de Bondt werknummer 03. 2900. 06 d. d. 28 augustus 2003 Doel van het nader bodemonderzoek is het nader in kaart brengen van de aanwezige verontreiniging zodat een beschikking op ernst en spoedeisendheid genomen kan worden. ,
,
,
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter plekke van de vulpunten (Geofox deellocatie E). Er zijn geen inpandige boringen verricht. Uit de resultaten bleek het volgende: Grond: de verontreiniging strekt zich enigszins uit naar zuidelijke richting (boring 109). De verontreiniging is in verticale richting afgeperkt op circa 2. 0 m-mv. De omvang van de sterke grondverontreiniging (onbebouwd terreindeel) bij de vulpunten wordt geschat op 15 m 3 (10 m 2 x 1. 5 m).1 ,
Grondwater: er worden 2 separate verontreinigingskernen onderscheiden: 1x bij de voormalige vulpunten en 1 bij de voormalige ontluchting (benzine). Niet bekend is of de verontreiniging zich onder het pand bevindt. Geschat werd dat op basis van de beschikbare gegevens ongeveer 40 m 3 grondwater sterk verontreinigd was. In april 2004 heeft Grontmij (kenmerk 167831 d. d. 1 april 2004) een dimensioneringsadvies afgegeven in hoeverre een aan te leggen drainagesysteem in de Blankenburg invloed heeft op de mogelijke verspreiding van de grondwaterverontreiniging. De conclusie was dat de invloed van de drainage op de eventuele mobilisatie van de verontreiniging nihil is. Bevindingen locatiebezoek maart 2020: Er vinden momenteel geen (bedrijfs)activiteiten plaats op de locatie. Er zijn binnen of buiten geen putten aangetroffen die duiden op een slibvangput of een olie/waterafscheider. Er zijn diverse (bruikbare) peilbuizen aanwezig van Geofox (2002) en Aveco de Bondt (2003). Er zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een (nieuwe) bodemverontreiniging. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. ,
,
2. 3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: De locatie is nabij het glaciale dal Rekken-Haaksbergen-Hengelo gelegen. - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 25 meter boven NAP. - De basis van het glaciale dal wordt gevormd door tertiaire afzettingen; de diepte tot de basis bedraagt 30 tot 70 meter min maaiveld. - Het watervoerend pakket is opgebouwd uit een afwisseling van matig fijn tot matig grof zand en klei (Formatie van Drente). Het afdekkend pakket bestaat uit fijn slibhoudend zand klei en veenlagen (Eemformatie en Formatie van Twente). dat een maximale dikte van 35 - De hydraulische weerstand van het afdekkend pakket meter heeft is niet bepaald. Het doorlatend vermogen is ongeveer 100 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1. 2 meter onder het maaiveld. De grondwaterstromingsrichting is westelijk gericht. - Er bevindt zich geen oppervlaktewater in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Er bevindt zich in de omgeving van de onderzoekslocatie geen waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. -
,
,
,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 5 van 25
3
Uitvoering verkennend bodemonderzoek 3. 1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: “Bodem - Inspectie monsterneming en analyse van asbest in bodem en - NEN 5707 + C2 partijen grond” NNI Delft december 2017; - NEN 5740 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft januari 2009; " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend - NEN 5740/A1 bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft februari 2016; - NTA 5755 " Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging " NNI Delft juli 2010. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn afgestemd met de Omgevingsdienst Twente. In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. ,
,
Nader bodemonderzoek deellocatie E De omvang van de verontreiniging bij de voormalige vul- en ontluchtingspunten is deels in kaart gebracht in 2001 (Geofox) en 2003 (Aveco de Bondt). Aangezien de laatste metingen in 2003 hebben plaatsgevonden kan de bodemkwaliteit na 16 jaar (sterk) gewijzigd zijn. ,
Derhalve wordt de huidige verontreinigingssituatie geactualiseerd. Omdat de verontreiniging onder het pand nooit afgeperkt is zal ook hier aandacht aan worden besteed. Hiervoor worden de volgende werkzaamheden en analyses verricht: - Het bemonsteren van de bestaande peilbuizen 103 105 206 en 209; zodat inzicht wordt verkregen in de - Het plaatsen van een freatische peilbuis 301 in het pand grondwaterkwaliteit met betrekking tot minerale oliecomponenten onder het pand. De resultaten geven eveneens inzicht in de (zuid)oostelijke verspreiding van de grondwaterverontreiniging bij de voormalige vul- en ontluchtingspunten; - Het verrichten van 4 boringen (E1 E2 E4 en E5) voor de afperking van de grondverontreiniging onder het pand (oostelijke afperking); - Het actualiseren van de grondkwaliteit in de kern van de verontreinigingen bij de voormalige vul- en ontluchtingspunten (boring E3 en E6); - Het herbemonsteren van de bestaande peilbuis 13 (deze staat stroomafwaarts van de grondwaterverontreiniging). Hierdoor wordt inzicht verkregen of de grondwaterverontreiniging zich heeft verplaatst. ,
,
, ,
,
,
Deellocatie G (200 m 2 ): dit betreft de voormalige werkplaats en wasplaats. Er is geen slibvangput met olie/benzine-afscheider bekend. Er worden conform strategie verdacht (VEP) uit norm NEN 5740 in totaal 4 boringen verricht tot 1. 0 m-mv waarvan er 1 wordt afgewerkt tot peilbuis. De bovengrond van deellocatie G is verdacht voor minerale olie en PAK. Om een zo goed mogelijk beeld te vormen van de bodemkwaliteit worden de bovengrond en het grondwater geanalyseerd op het standaard pakket. ,
,
Overig terrein (1558 m 2 ): gezien de historie en de voormalige bedrijfsactiviteiten wordt de bovengrond beschouwd als verdacht voor zowel chemische componenten (met name minerale olie en PAK) en asbest. Derhalve wordt het onderzoek van de bovengrond uitgevoerd conform norm NEN 5740 en NEN 5707 (beide verdacht heterogeen VED-HE-NL). ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 6 van 25
De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht; hiervoor wordt norm NEN 5740 (onverdacht ONV-NL) gehanteerd. De 3 strategieën worden met elkaar gecombineerd waarbij in totaal 13 inspectiegaten worden gegraven (gecodeerd als 301 tot en met 313). De gaten in de betonverharding worden voorgeboord met een boordiameter van 120 mm. De gaten 301 302 303 en 305 worden doorgeboord tot de ondergrond. Eén diepe boring wordt afgewerkt tot peilbuis (peilbuis 305). Boring 301 wordt afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van de oostelijke afperking van de grondwater-verontreiniging bij deellocatie E. Er worden 3 mengmonsters van de bovengrond 1 meng-monster van de ondergrond en 1 grondwatermonster geanalyseerd op het standaard pakket. Er worden minimaal 2 mengmonsters van de fijne fractie geanalyseerd op asbest. ,
,
,
,
,
In tabel 1 is de onderzoeksstrategie per deellocatie weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie. Deellocatie
Oppervlakte
Boringen of gaten tot 0. 5 m-mv
Boringen tot 1. 0 m-mv
Boringen tot 2. 0 m-mv
20 m 2 2 200 m 3 G 1558 m 2 10 Overig terrein * plaatsen 1 freatische peilbuis + herbemonsteren 5 bestaande peilbuizen E
Peilbuis
6
6 * 1 1
-
2
Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft december 2017. ,
Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.
Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. ,
,
3. 2
Veldwerkzaamheden
Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 2002 en 2018 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. ,
Kruse Milieu BV
,
Project: 20021116
,
Pagina 7 van 25
Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3. 3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam te Amsterdam een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. ,
,
De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen de bodemopbouw en posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4. 2 in tabel 4. ,
De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN 5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket Deellocatie E
Bovengrond (2x) Ondergrond (4x)
Minerale olie vluchtige aromaten (BTEX) stof en droge stof
Grondwater (6x)
Minerale olie vluchtige aromaten (BTEX) naftaleen MTBE zuurgraad (pH) elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
,
,
,
naftaleen MTBE ,
,
,
,
organische
,
,
Deellocatie G Bovengrond (1x)
Zware metalen (Ba Cd Co Cu Hg Mo Ni Pb en Zn) minerale olie PCB PAK (10) PFAS organische stof lutum en droge stof ,
,
Grondwater (1x)
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Zware metalen (Ba Cd Co Cu Hg Mo Ni Pb en Zn) minerale olie vluchtige aromaten (BTEX) naftaleen styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket) zuurgraad (pH) elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Overig terrein Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba Cd Co Cu Hg Mo Ni Pb en Zn) minerale olie PCB PAK (10) PFAS organische stof lutum en droge stof
Bovengrond (2x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba Cd Co Cu Hg Mo Ni Pb en Zn) minerale olie vluchtige aromaten (BTEX) naftaleen styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket) zuurgraad (pH) elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. van het - De zuurgraad (pH) het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. ,
Kruse Milieu BV
,
Project: 20021116
Pagina 8 van 25
3. 4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond- streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. ,
,
De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad 22 oktober 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering.
,
De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. ,
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. ,
Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- streef- en interventiewaarden. ,
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS PFOA en GenX in grond en grondwater. ,
,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 9 van 25
3. 5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. ,
,
,
Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 10 van 25
ISKG 4
Resultaten 41
verkennend
bodemonderzoek
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De asbestanalyses worden in paragraaf 4.5 behandeld.
42
Veldwerkzaamheden
(ge(ganoimsnerd)onimise rd) september 2020 uitgevoerd door de heren (geanonimiseerd) De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). De veldwerkzaamheden
zijn in augustus
en
Op 24 en 26 augustus 2020 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 16 grondboringen verricht met behulp van een Edelman- en zuigerboor en 7 inspectiegaten gegraven met behulp van een schep. In totaal zijn 3 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. De grondmonsters ter plaatse van deellocatie E zijn genomen door middel van een steekbusapparaat. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage Het maaiveld
|.
grotendeels vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 100%). De bodem kon, vanwege de aanwezigheid van verhardingslagen, niet geïnspecteerd worden; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen of weinig neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. was
Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage Il. De
bodemopbouw
ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot maximaal 2.4 maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn zand aangetroffen. Onder het zandpakket bevindt zich leem. In de ondergrond zijn veen-, grind-, roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 3). Ter plekke van deellocatie G en onder de betonvloer van de voormalige showroom en winkelruimte zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. meter min
Tabel 3: Weergave bodemvreemde
materialen.
Deellocatie E 0.65-0.75 0.75
En
-
1.20
1.10-
1.50
1.10-
1.50
060-080
Kruse Milieu BV
|Sterk baksteenhoudend Sterke olie/water-reactie, sterke
brandstofgeur Matige olie/water-reactie, matige brandstofgeur
| Sporen baksteen | Sporen baksteen |Sporen baksteen
Project:
20021116
Pagina
11 van
25
Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv)
Waarneming
Overig terrein 303
0. 30 - 0. 80
Sporen puin
304
0. 40 - 0. 70
Sporen puin
305
0. 40 - 0. 70
Sporen baksteen
306
0 - 0. 40
Sporen puin
307
0. 50 - 0. 70
Sporen puin
308
0. 30 - 0. 60
Sporen puin
309
0. 20 - 0. 70 0. 70 - 1. 50
Sporen puin
310
0. 40 - 0. 60
Sporen puin
312
0. 65 - 0. 80
Sporen baksteen
Zwakke olie/water-reactie zwakke oliegeur ,
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen bodemsamenstelling en/of geografische positie van ,
de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld zoals in tabel 4 staat omschreven. In verband met de zintuiglijke waarnemingen zijn extra analyses uitgevoerd. ,
Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Monsterpunt
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Deellocatie E Boring E1
E1
1. 10 - 1. 30
Minerale olie BTEXN en MTBE
Boring E2
E2
1. 10 - 1. 30
Minerale olie BTEXN en MTBE
Boring E3 (vulpunt)
E3
0. 80 - 1. 00
Minerale olie BTEXN en MTBE
Boring E4
E4
1. 10 - 1. 30
Minerale olie BTEXN en MTBE
Boring E5
E5
1. 10 - 1. 30
Minerale olie BTEXN en MTBE
Boring E6 (ontluchting)
E6
0. 10 - 0. 30
Minerale olie BTEXN en MTBE
,
,
,
,
,
,
Deellocatie G
G1 G2 G3 G4
G - BG
0. 19 - 0. 45 0. 19 - 0. 60 0. 16 - 0. 40 0. 18 - 0. 50
NEN 5740 Standaard pakket
Overig terrein Bovengrond BG I (zintuiglijk schone grond) ,
Bovengrond BG II (sporen puin) ,
Kruse Milieu BV
302 313
0. 40 - 0. 90 0. 50 - 1. 00
NEN 5740 Standaard pakket
303 304 en 305 306
0. 30 - 0. 80 0. 40 - 0. 70 0 - 0. 40
NEN 5740 Standaard pakket
Project: 20021116
Pagina 12 van 25
Vervolg tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Monsterpunt
Traject (diepte in m -mv)
307 308 309 310
0. 50 - 0. 70 0. 30 - 0. 60 0. 20 - 0. 70 0. 40 - 0. 60
NEN 5740 Standaard pakket
301 en 311 304 307 312 313
0. 16 - 0. 66 0. 07 - 0. 40 0. 07 - 0. 50 0. 08 - 0. 58 0. 08 - 0. 50
NEN 5740 Standaard pakket
309
0. 70 - 1. 20
NEN 5740 Standaard pakket
301 en 302 303 en 305
1. 00- 1. 50 0. 80 - 1. 30
NEN 5740 Standaard pakket
MM FF - 01
303 304 306 307 308 309 310
0. 30 - 0. 80 0. 40 - 0. 70 0 - 0. 40 0. 50 - 0. 70 0. 30 - 0. 60 0. 20 - 0. 70 0. 40 - 0. 60
Asbest
MM FF - 02
312 313
0. 65 - 0. 80 0. 50 - 1. 00
Asbest
Bovengrond BG III (sporen puin) ,
Bovengrond BG IV (zintuiglijk schoon ophoogzand) ,
Boring 309 (0. 7-1. 2)
Ondergrond OG ,
Analyse
De boringen 301 305 en G1 zijn doorgezet tot maximaal 3. 80 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1. 0 meter gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter met een diameter van 28 x 32 mm is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. ,
,
,
,
,
Het grondwater is bemonsterd op 3 september 2020. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand
pH (-)
(m-mv)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
Deellocatie E PB 13
0. 90 - 1. 90
0. 84
7. 6
740
5. 4
Goed
PB 103
0. 10 - 1. 80
0. 86
7. 3
600
7. 69
Goed
PB 105
1. 00 - 2. 00
0. 85
7. 7
680
9. 96
Goed
PB 206
0. 10 - 2. 10
1. 00
7. 3
740
9. 85
Goed
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 13 van 25
Vervolg tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand
pH (-)
(m-mv)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
Deellocatie E PB 207
1. 80 - 2. 20
1. 05
7. 3
860
9. 85
Goed
PB 301
2. 80 - 3. 80
1. 22
7. 2
820
8. 68
Goed
880
8. 12
Goed
580
8. 38
Goed
Deellocatie G PB G1
1. 50 - 2. 50
1. 20
7. 0
Overig terrein PB 305
1. 60 - 2. 60
1. 15
6. 7
pH-waarden tussen 5. 5 en 7.5 EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde < 10 worden als normaal beschouwd. ,
4. 3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. ,
De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- streef- en interventiewaarden. ,
In de bovengrond BG II G - BG en in het grondwater in peilbuis G1 305 103 en 206 zijn (zeer) lichte tot sterke verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6 op de volgende pagina. ,
,
,
Boring E1 Boring E2 Boring E4 Boring E5 Boring E6 de bovengrond BG I BG III BG IV Boring 309 (0. 7-1. 2) en de ondergrond OG zijn niet verontreinigd. Het grondwater in peilbuis 13 105 207 en 301 is niet verontreinigd met minerale olie vluchtige aromaten en naftaleen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De rapportagegrenzen van de gehalten benzeen tolueen en MTBE in boring E3 zijn verhoogd ten gevolge van het verdunnen van het grondmonster (in verband met het sterk verhoogde xylenengehalte). De stoffen benzeen tolueen en MTBE zijn niet aangetoond. ,
,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 14 van 25
,
Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d. s. of μg/l). Monster
Component
Gemeten
GSSD
Achtergrond of Streefwaarde
Interventiewaarde
concentratie Deellocatie E Boring E3
Ethylbenzeen Xylenen Minerale olie
14 160 310
70 ** 805 *** 1550 *
0. 2 0. 45 190
110 17 5000
Grondwater PB 103
Benzeen Xylenen Naftaleen Minerale olie
1. 2 190 0. 22 86
1. 2 * 190. 1 *** 0. 22 * 86 *
0. 2 0. 2 0. 01 50
30 70 70 600
Grondwater PB 206
Benzeen Xylenen Naftaleen Minerale olie
0. 44 270 27 150
0. 44 * 272. 3 *** 0. 22 * 150 *
0. 2 0. 2 0. 01 50
30 70 70 600
,
,
Deellocatie G Bovengrond
,
G - BG
Grondwater PB G1 ,
PCB
0. 0073
0. 0365 *
0. 02
1. 0
Barium
190
190 *
50
625
PAK
35 52 0. 0058 1. 6
52. 19 * 236. 4 * 0. 0263 * 1. 642 *
50 190 0. 02 1. 5
530 5000 1. 0 40
Barium
130
130 *
50
625
Overig terreindeel Bovengrond
,
BG II
Grondwater PB 305 ,
Lood Minerale olie
PCB
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4. 4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. ,
Deellocatie E Alleen ter plekke van de voormalige vulpunten is de bodemlaag van boring E3 vanaf 0. 75 m-mv sterk verontreinigd met xylenen. De gehalten benzeen naftaleen en minerale olie zijn hoger dan de achtergrondwaarden. De verhoogde gehalten zijn aanzienlijk lager dan in voorgaande onderzoeken. De verontreiniging heeft zich niet aantoonbaar verplaatst in oostelijke richting (onder het pand). De horizontale afperking in oostelijke richting heeft in voldoende mate plaatsgevonden; boring E1 E3 E4 E5 en het grondwater in peilbuis 301 zijn niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. In de bodem bij de voormalige ontluchtingspunten (boring E6) is geen verontreiniging meer aangetoond. ,
,
Kruse Milieu BV
,
,
Project: 20021116
Pagina 15 van 25
Het grondwater in peilbuis 206 bij de voormalige vulpunten is sterk verontreinigd met xylenen. De gehalten benzeen naftaleen en minerale olie zijn hoger dan de streefwaarden. De verhoogde gehalten zijn aanzienlijk lager dan in voorgaande onderzoeken. De nabijgelegen peilbuis 207 is niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. ,
Op basis van de onderzoeksresultaten uit eerdere onderzoeken en de resultaten in dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de omvang de verontreiniging niet aantoonbaar is toegenomen en zich vermoedelijk beperkt tot de bron (voormalige vulpunten). Dit geldt min of meer ook bij de voormalige ontluchtingspunten. In de grond (boring E6) zijn geen verontreinigingen met minerale oliecomponenten aangetroffen. Het grondwater in peilbuis 103 is sterk verontreinigd met xylenen. De gehalten benzeen naftaleen en minerale olie zijn hoger dan de streefwaarden. De verhoogde gehalten zijn aanzienlijk lager dan in voorgaande onderzoeken. De nabijgelegen peilbuis 105 is niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. Op basis van de onderzoeksresultaten uit eerdere onderzoeken en de resultaten in dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de omvang de verontreiniging niet is toegenomen en zich vermoedelijk beperkt tot de bron (voormalige ontluchtingspunten). ,
Om
meer inzicht te krijgen in de huidige omvang van de bodemverontreiniging is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Het nader bodemonderzoek staat omschreven in hoofdstuk 5.
Deellocatie G De bedrijfsactiviteiten in de voormalige was- en werkplaats hebben geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. De bovengrond is G - BG is zeer licht verontreinigd met PCB. Hiervoor is geen directe oorzaak aan te geven. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Het licht verhoogde bariumgehalte is waarschijnlijk van nature aanwezig. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.
Overig terrein Bovengrond BG II - Lood minerale olie PCB
en PAK De lichte verontreinigingen met minerale olie PCB en PAK houden waarschijnlijk (deels) verband met de voormalige bedrijfsactiviteiten. De licht verhoogde gehalten met lood en PAK kunnen ook reeds voor 1969 in de bodem aanwezig zijn geweest aangezien de locatie in het historisch centrum van Haaksbergen ligt. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. ,
,
,
,
,
Boring 309 (0. 7-1. 2) is niet verontreinigd. De zwakke olie/water-reactie en zwakke oliegeur zijn analytisch niet bevestigd.
Grondwater - Barium Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een natuurlijke verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. ,
,
4. 5
Resultaten asbestonderzoek
Het analyserapport is opgenomen in bijlage IV. Uit de analyseresultaten blijkt dat MM FF - 01 en MM FF - 02 niet asbesthoudend zijn.
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 16 van 25
Uitvoering nader bodemonderzoek
5
De onderzoeksopzet gaat uit van NTA 5755 " Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging." ,
5. 1
Conceptueel model nader onderzoek
Tabel 7: Conceptueel model in tabelvorm. De lichte tot sterke verontreinigingen met minerale oliecomponenten Oorzaak van de verontreiniging bevinden zich bij de voormalige vul- en ontluchtingspunten. De verontreinigingen zijn veroorzaakt door morsverliezen en mogelijke overvulling van de brandstoftanks in het verleden. Alleen het gehalte xylenen is sterk verhoogd aanwezig in zowel grond als grondwater. Bodemgebruik Het terreindeel waar de verontreiniging zich bevindt is thans verhard met klinkers en beton. De toekomstige inrichting van dit terreindeel is nog niet bekend. Bodemopbouw De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 2. 0 tot 2. 5 meter min maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn zand aangetroffen. Vanaf 2. 0 tot 2. 5 m-mv bevindt zich een leemlaag. Deze leemlaag is vermoedelijk aaneengesloten en heeft vermoedelijk een remmende werking op de verticale verspreiding van de verontreiniging. De omvang van de matige tot sterke verontreiniging (met name xylenen) is Omvang van de verontreiniging niet exact bekend. In eerdere onderzoeken is een afname in de omvang van de bodemverontreiniging vastgesteld. De gehalten in de kern van de verontreiniging liggen aanzienlijk lager dan de gemeten gehalten in het onderzoek van Aveco de Bondt in 2003.
Ernst van de Aangenomen wordt dat de omvang van de verontreiniging in zowel grond verontreiniging als grondwater verder is afgenomen. De omvang van de verontreiniging aan de oostzijde (onder het pand) is reeds in voldoende mate in kaart gebracht. Er is vermoedelijk geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. ,
5. 2
,
Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek
De onderzoeksstrategie en het boorplan voor het nader bodemonderzoek is afgestemd met de Omgevingsdienst Twente. De onderstaande werkzaamheden worden verricht in het kader van het nader bodemonderzoek naar de omvang van de verontreiniging in de grond en grondwater ter plekke van deellocatie E. -
Ten behoeve van de verticale afperking van de verontreiniging wordt stroomafwaarts op kleine afstand van de kern bij boring E3 een diepe peilbuis geplaatst (gecodeerd als E12) in de zintuiglijk schone leemlaag. Omdat de sterke grondverontreiniging in boring E3 tot aan het grondwater (circa 1. 0 m-mv) reikt worden geen grondmonsters genomen voor de verticale afperking. Voor de horizontale afperking van de verontreiniging worden 2 freatische peilbuizen geplaatst waarvan 1 (peilbuis E13) tussen de 2 verontreinigingskernen (vulpunten en ontluchtingspunten). Voor de horizontale afperking van de grondverontreiniging worden de verdachte bodemlagen van boring E11 tot en met E14 bemonsterd met steekbussen. Boring E11 wordt ten noordoosten van boring E3 geplaatst. ,
-
,
-
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 17 van 25
nd Er worden
4 grondanalyses en 3 grondwateranalyses verricht op vluchtige aromaten (BTEX), organische stof en droge stof om de visuele waarnemingen te onderbouwen.
Als stopcriterium tussenwaarde.
5.3
voor
het nader onderzoek wordt
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden
(geanonimiseerd)
gehalte gehanteerd
van
maximaal
de
nader bodemonderzoek
zijn in september .
een
De veldwerkers
oktober 2020 uitgevoerd door de heren (geanonimise rd) SIKB BRL 2000 conform en erkend zijn gecertificeerd en
(certificaatnummer K44441/08). Er
zijn op 29 en
september 2020 zijn in totaal 4 boringen verricht met behulp van een er 3 zijn afgewerkt tot peilbuis. De situering van de monsterpunten is de situatieschets van bijlage |. weergegeven op Edelmanboor,
30
waarvan
Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage Il. De
bodemopbouw
ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot maximaal 3.0 maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn zand aangetroffen. Vanaf 3.0 m-mv bevindt zich leem. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 8). Deze zijn in tabel 9 weergegeven. Visueel zijn geen waarnemingen gedaan, die duiden op een verontreiniging met brandstoffen. meter min
Tabel 8: Weergave zintuiglijke waarnemingen.
0.25-0.40
E11
0.60
-
1.00
[Sporen baksteen |Matige onbekende geur
0.25-0.60
[Sporen baksteen
0.20
0.70
|Matig baksteenhoudend
0.25-0.60
[Sterk baksteenhoudend [Sporen baksteen
0.80-
-
1.20
Op basis van en ter verificatie van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of de geografische positie van de boringen zijn de grondmonsters geanalyseerd, zoals weergegeven in tabel
9.
Tabel 9: Geanalyseerde
grondmonsters.
aa diepte in
Boring Bonn
E11
0.70
Ee
0.90-
Boring E13
0.90
Boring
0.90
E14
Kruse Milieu BV
-
m-mv
0.90 1.10
-
Horizontale
1.10
afperking
- 1.10
Project:
20021116
Pagina
18 van
25
Het grondwater is bemonsterd op 7 oktober 2020. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand
pH (-)
(m-mv)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
Deellocatie E PB E12
3. 50 - 4. 50
0. 96
7. 4
820
9. 63
Goed
PB E13
1. 20 - 2. 20
0. 85
7. 2
690
4. 23
Goed
PB E14
1. 10 - 2. 10
0. 82
7. 2
660
3. 63
Goed
pH-waarden tussen 5. 5 en 7.5 EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde < 10 worden als normaal beschouwd. ,
5. 4
Resultaten van de chemische analyses nader bodemonderzoek
De analyseresultaten en toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. De verhoogde gehalten staan weergegeven in tabel 11. De verdachte grondlagen in boring E11 E12 en E14 zijn niet verontreinigd met vluchtige aromaten (BTEX). Het grondwater in peilbuis E12 en E14 zijn niet verontreinigd met vluchtige aromaten. In de verdachte grondlaag van boring E13 en in het grondwater van peilbuis E13 zijn enkele lichte verontreinigingen met xylenen aangetoond ,
Tabel 11: Verhoogde concentraties (mg/kg d. s. of μg/l). Monster
Component
Gemeten
GSSD
Streef- of Achtergrondwaarde 1
Interventiewaarde
concentratie Boring E13
Xylenen
0. 16
0. 775 *
0. 45
17
Peilbuis E13
Benzeen Xylenen
2. 4 1. 1
2. 4 * 1. 17 *
0. 2 0. 2
30 70
1 AW2000
In de vierde kolom van tabel 11 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 5. 5
Bespreking resultaten chemische analyses nader bodemonderzoek
De horizontale en verticale afperking van de verontreiniging met xylenen heeft in voldoende mate plaatsgevonden. In de monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking zijn geen of slechts licht verhoogde gehalten aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 19 van 25
De omvang van de verontreinigingen wordt geschat op: Vulpunten grond: 16 m 2 x 0. 5 meter = 8 m 3 waarvan circa 6 m 3 sterk verontreinigd is. Vulpunten en ontluchting grondwater: 16 m 2 x 2. 0 meter = 32 m 3 waarvan circa 15 m 3 sterk verontreinigd is. ,
,
,
Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging aangezien het omvangscriterium van 25 m 3 sterk verontreinigde grond en/of 100 m 3 sterk verontreinigd grondwater niet wordt overschreden. ,
De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan een eventuele sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld dat door het bevoegd gezag (gemeente Haaksbergen) dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 20 van 25
6
Samenvatting , conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Bouwbedrijf Wijlens BV is in een verkennend en nader bodemonderzoek de bodem onderzocht op het terrein van 1558 m 2 aan de Blankenburg 20-22 te Haaksbergen. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een leegstaand bedrijfspand en een vrijstaande loods. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de herontwikkeling van het terrein (woningbouw). Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Er is op basis van het vooronderzoek 1 verdachte deellocatie aan te merken die niet eerder is onderzocht: een voormalige was- en werkplaats (deellocatie G). In eerdere onderzoeken zijn reeds deellocaties A t/m F onderzocht die betrekking hadden op de voormalige ondergrondse tankinstallatie. Ter plekke van deellocatie E is een sterke bodemverontreiniging met vluchtige aromaten aanwezig. Inzicht in de huidige verontreinigingssituatie is gewenst waarbij ook aandacht wordt besteed aan de oostelijke verspreiding (onder het pand) van de bodemverontreiniging. De bovengrond van het overige terrein wordt beschouwd als verdacht voor zware metalen minerale olie PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht. ,
,
,
,
,
De aanleiding voor het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de analyseresultaten van de grond van boring E3 en het grondwater in de peilbuizen 103 en 206 ter plekke van deellocatie E waarbij met name sterke verontreinigingen met xylenen zijn aangetoond. ,
Resultaten veldwerk In totaal zijn er 8 inspectiegaten gegraven en zijn 19 grondboringen verricht waarvan 6 diepe boring is afgewerkt tot peilbuis. In totaal zijn 5 bestaande peilbuizen herbemonsterd. Van de 19 grondboringen zijn er 4 verricht ten behoeve van het nader bodemonderzoek waarvan er 3 zijn afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand leem en veen. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materialen (puinresten) waargenomen. Alleen in boring E3 is zintuiglijk verontreinigd met minerale oliecomponenten. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 0. 98 meter min maaiveld. ,
,
,
Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie E Boring E4 Boring E5 Boring E6 zijn niet verontreinigd met minerale - Boring E1 Boring E2 oliecomponenten; matig verontreinigd met ethylbenzeen en licht - Boring E3 is sterk verontreinigd met xylenen verontreinigd met minerale olie; - Boring E11 E12 en E14 zijn niet verontreinigd met vluchtige aromaten (BTEX); - Boring E13 (0. 9-1. 1) is licht verontreinigd met xylenen; - Peilbuis 13 105 207 en 301 zijn niet verontreinigd met minerale oliecomponenten; - Peilbuis 103 is sterk verontreinigd met xylenen en licht verontreinigd met benzeen naftaleen en minerale olie; - Peilbuis 206 is sterk verontreinigd met xylenen en licht verontreinigd met benzeen naftaleen en minerale olie - Peilbuis E12 en E14 zijn niet verontreinigd met vluchtige aromaten (BTEX); - Peilbuis E13 is licht verontreinigd met xylenen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Deellocatie G - de bovengrond G - BG is zeer licht verontreinigd met PCB; - Peilbuis G1 is licht verontreinigd met barium. ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 21 van 25
Overig terreindeel -
-
de bovengrond BG I is niet verontreinigd; de bovengrond BG II is zeer licht verontreinigd met lood minerale olie PCB en PAK; de bovengrond BG III is niet verontreinigd; de bovengrond BG IV is niet verontreinigd; Boring 9 (0. 7-1. 2) is niet verontreinigd; de ondergrond OG is niet verontreinigd; de fijne fractie van de puinhoudende bodem (MM FF - 01 en MM FF - 02) is niet asbesthoudend; het grondwater in peilbuis 305 is licht verontreinigd met barium. , ,
,
,
, ,
,
Hypothese De hypothese " verdachte locatie " met betrekking tot deellocatie G en de bovengrond van het overig terreindeel dient te worden geaccepteerd aangezien enkele zeer lichte verontreinigingen zijn aangetoond. De hypothese verdacht met betrekking tot asbest kan worden verworpen aangezien geen asbest is aangetoond. ,
De hypothese " onverdachte locatie " met betrekking tot de ondergrond van het overig terrein kan worden geaccepteerd. De hypothese onverdacht met betrekking tot het grondwater dient te worden verworpen aangezien een lichte verontreiniging is aangetoond. ,
Conclusies en aanbevelingen Met uitzondering van deellocatie E zijn de monsters niet of zeer licht verontreinigd. De puinhoudende bodem is niet asbesthoudend. De voormalige bedrijfsactiviteiten hebben op de bodemkwaliteit ter plekke van deellocatie G en het overig terrein geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetoond die waarschijnlijk van nature aanwezig is. Het licht verhoogde gehalte geeft geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. ,
De omvang van de verontreiniging met vooral xylenen in grond en grondwater bij deellocatie E is ten opzichte van eerder uitgevoerde onderzoeken verder afgenomen. Ook de gemeten concentraties liggen lager dan in voorgaande bodemonderzoeken. De horizontale en verticale afperking van de verontreiniging met vooral xylenen heeft in voldoende mate plaatsgevonden. In de monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking zijn geen of slechts licht verhoogde gehalten aangetoond. De omvang van de verontreinigingen wordt geschat op: Vulpunten grond: 16 m 2 x 0. 5 meter = 8 m 3 waarvan circa 6 m 3 sterk verontreinigd is. Vulpunten en ontluchting grondwater: 16 m 2 x 2. 0 meter = 32 m 3 waarvan circa 15 m 3 sterk verontreinigd is. ,
,
,
Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging aangezien het omvangscriterium van 25 m 3 sterk verontreinigde grond en/of 100 m 3 sterk verontreinigd grondwater niet wordt overschreden. ,
De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan een eventuele sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld dat door het bevoegd gezag (gemeente Haaksbergen) dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 22 van 25
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. ,
,
,
,
Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen) sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. ,
Kruse Milieu BV
Project: 20021116
Pagina 23 van 25
7
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Haaksbergen
Oriënterend bodemonderzoek Blankenburg 20-22 te Haaksbergen Geofox rapportnummer ,