CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 21 Zienswijzennota

Gemeenteraad 27 november 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Bestemmingsplan - toelichting (5)16.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Reactie strijd met structuurvisie • Zie de algemene beantwoording van deze zienswijze onder nummer 1. Verkeer(sveiligheid) • Er is door dit plan sprake van een forse verkeerstoename in de Hibbertsstraat en Het Meuke. Er wordt ook uitgegaan van een herinrichting van de Hibbertsstraat. De vraag is of na deze herinrichting deze verkeersintensiteit acceptabel is. • Reclamant verwacht dat er ondanks de aanbevelingen in de verkeerskundige rapporten een groot knelpunt zal ontstaan rondom de kruising Hibbertsstraat/Het Meuke, omdat in deze (kleine) straten sprake is van diverse verkeerstromen. • Parkeergarages zijn vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking aangewezen op de hoofdinfrastructuur. Het Meuke en de Hibbertsstraat zijn hier veel te klein voor en kunnen niet dienen als hoofdinfrastructuur bij deze verkeersaantallen. • De in- en uitrit van de parkeergarage van de supermarkt zal zorgen voor nog drukker verkeer langs de laad- en los plek waar de vrachtwagens ook nog moeten manoeuvreren. Hiervoor verwijst reclamant ook naar een artikel over een vergelijkbare situatie bij een supermarkt in Oldenzaal. • Ook de toename van verkeer op de kruising Lansinkstraat/Het Meuke, alsmede de toename van het verkeer op Het Meuke, de Lansinkstraat, de Eibergsestraat en de Spoorstraat baart reclamant zorgen.

Reclamant dringt er op aan een oplossing voor deze knelpunten te vinden, voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. • Verder vreest reclamant voor het gebruik van haar eigen oprit aan Het Meuke door de toegenomen verkeersdrukte, kan zij nog wel veilig op- en af rijden. 25

Reactie verkeer(sveiligheid) Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder nummers 3, 4 en 5. Uit het onderzoek van Roelofs blijkt dat de verkeerssituatie acceptabel en voldoende veilig is. Roelofs doet de suggestie om op het door reclamant genoemde kruispunt Hibbertsstraat – Het Meuke een kruispuntplateau te realiseren. Naar deze maatregel zal nog nader onderzoek worden gedaan, waarna op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zal worden besloten tot het wel of niet treffen van de maatregel. Benadrukt wordt dat de maatregel ‘slechts’ een suggestie is en niet noodzakelijk is voor de aanvaardbaarheid van het bestemmingsplan . Fijnstof • Reclamant heeft zorgen over de toename van fijnstof door de toename van het verkeer door dit plan. Reactie fijnstof • Er is ten behoeve van het bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen overschrijding van de normen voor fijnstof is. Geluid • Reclamant wijst er op dat een supermarkt volgens de handreiking Bedrijven en milieuzonering vanwege de geluidsoverlast niet zo dicht op woningen geplaatst mag worden. • Volgens het geluidsrapport zal er 75 dB aan belasting ontstaan op de woning van reclamant, terwijl volgens het akoestisch rapport een belasting van 55 dB aanvaardbaar is. Deze waarde is zelfs met een geluidscherm niet haalbaar.

Er is ten onrechte niet onderzocht of met gevelisolatie ook daadwerkelijk een acceptabel geluidsniveau op en in de woning van reclamant kan worden gerealiseerd. • De commissie MER heeft geadviseerd om nog uitgebreider naar de akoestische en gezondheidseffecten te kijken. De potentiële geluidseffecten van alle verkeersstromen dienen bij elkaar opgeteld te worden en er moet rekening worden gehouden met mogelijke slaapverstoring. Ook adviseert de commissie MER om de geluidwering van de woning van reclamant te onderzoeken, dit is nog niet gebeurd. • Voor wat betreft de woningen aan De Bron kan reclamant uit de gegevens die ter inzage liggen niet opmaken welke soort koelinstallaties, warmtepompen etc worden geïnstalleerd en wat de gevolgen voor de geluidsbelasting daarvan zijn. Reclamant krijgt hier graag meer duidelijkheid over. • Reclamant vindt dat de geluidreducerende maatregelen niet voldoende zijn geborgd in het bestemmingsplan. • Gezien de geluidsoverlast is reclamant al met al tegen de komst van een supermarkt. Reactie geluid Zie voor een reactie op dit onderdeel van de zienswijze allereerst de algemene beantwoording onder punt 3. Allereerst wordt opgemerkt dat reclamant de geluidsniveaus onjuist interpreteert. De genoemde norm van 55 dB betreft namelijk het geluidsniveau binnen de woning (binnenwaarde) en niet op de gevel waar de 75 dB betrekking op heeft.

Wat betreft het akoestisch onderzoek naar de woning van reclamant aan de Hibbertsstraat 18 26

verdient opmerking dat dit onderzoek is verricht en aan de toelichting op het bestemmingsplan wordt toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van deze woning aan de geluidnormen kan worden voldaan. Maatregelen zijn hier niet noodzakelijk om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen, ook geen scherm. Hierover is in het bestemmingsplan dan ook niets geregeld. Dat neemt niet weg dat een scherm gerealiseerd gaat worden. In het bestemmingsplan zijn in verband met akoestische gevolgen wel enkele voorwaardelijke verplichtingen opgenomen, onder andere voor de normen voor installaties en warmtepompen, het vervangen van wegdelen door stille elementenverharding en het plaatsen van een geluidscherm. Trilling • Het onderhoud aan de Hibbertsstraat is langdurig uitgesteld. Hierdoor heeft een aantal woningen al scheurvorming. Ook de riolering laat te wensen over. De verwachting is dat door het zware bouwverkeer de kwaliteit van de straat er niet beter op wordt. Dit zal gevolgen hebben voor de trillingschade in de woning van reclamant. • Reclamant verzoekt om waarborgen op te nemen in het bestemmingsplan om de gevolgen van trilling schade te ondervangen, zoals een voorwaardelijke verplichting tot aanpassing van de straat voordat de werkzaamheden beginnen. Reactie trilling • Zie de algemene beantwoording van deze zienswijze onder nummer 10.

Uitzicht en schaduwwerking • Reclamant merkt op dat haar woning het dichtstbij de ontwikkeling staat. Hierdoor zal er meer schaduwwerking op haar perceel zijn. Zij vindt dat beide gebouwen niet aansluiten op het dorpse karakter van de huidige bebouwing en dat er geen sprake is van stedenbouwkundige samenhang. Reactie uitzicht en schaduwwerking Mede naar aanleiding van de zienswijzen is onderzoek gedaan naar de gevolgen die het bestemmingsplan heeft voor schaduwwerking. Uit dit onderzoek, dat als bijlage aan de toelichting op het bestemmingsplan wordt toegevoegd, blijkt dat de schaduweffecten op veel plekken relatief gering zijn en dat bij alle omliggende woningen nog sprake zal zijn van minimaal 2 uur per dag toetreding van zonlicht. Daarmee wordt voldaan aan de zogenaamde lichte TNO-norm, zodat sprake zal zijn van een acceptabele situatie. Reclamant wordt verder niet gevolgd in haar standpunt dat het plan stedenbouwkundig niet zou deugen. Aan de stedenbouwkundige aspecten en de wijze waarop het plan zich in de omgeving voegt is juist veel aandacht besteed. Dit blijkt ook uit de toelichting op het bestemmingsplan. Daarnaast is voor het plan een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat tegelijkertijd met het bestemmingsplan zal worden vastgesteld. Ook hiermee is geregeld dat de nieuwe op een goede wijze zal worden ingepast in de omgeving.

Financiële uitvoerbaarheid • De door reclamant genoemde knelpunten (aanpassingen wegdek, geluidsreductie, trilling, schadevergoeding) is alleen op te lossen door het bestemmingsplan aan te passen, geen supermarkt toe te staan en de verkeersstromen te veranderen. Gelet op de financiële gevolgen daarvan vraagt reclamant zich af of het plan dan nog wel uitvoerbaar is.

27

•

Reclamant vindt het vreemd dat kosten worden geregeld in een overeenkomst en dat daarin geen inzage mag worden gegeven.

Financiële uitvoerbaarheid • Zie de algemene beantwoording van deze zienswijze onder nummer 11. Verwachte overlast • De aanwezigheid van een supermarkt zal leiden tot overlast. Reclamant vreest dat de supermarkt een aantrekkingskracht zal hebben op (hang)jongeren en dak- of thuislozen die hier in de omgeving zullen gaan rondhangen. Hierdoor zal een gevoel van onveiligheid ontstaan. Reactie verwachte overlast • Dit betreft een aspect dat niet ruimtelijk geregeld wordt. Mocht er na realisering van de supermarkt sprake zijn van (hang)jongeren en dak- of thuislozen, dan zullen indien nodig maatregelen worden genomen. Planschade • Reclamant behoudt zich het recht voor om een verzoek tot planschade te doen, omdat zij vindt dat haar woongenot door dit plan ernstig wordt geschaad. Reactie planschade • Dit is een recht waartoe reclamant een verzoek kan indienen zodra sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan. Zienswijze 6 Datum: 11 december 2023 Zaaknummer: Z/23/27051 Dossiernummer: D-152101 Datum binnenkomst: 12 december 2023 Samenvatting zienswijze: Achtergrond • Eerder heeft de raad gekozen voor een bestemmingsplan dat geen supermarkt mogelijk maakte op deze locatie. Hiertegen heeft is destijds beroep ingediend. Hierover heeft de Raad van State uitspraak gedaan waarbij is geoordeeld dat de raad aandacht had moeten besteden aan het supermarktplan.

De Raad van State heeft niet geoordeeld dat de raad het supermarktplan moest toestaan, zodat het de raad nog steeds vrij staat om de supermarkt niet toe te staan. Er is geen behoefte aan nog een supermarkt in het centrum • DTNP heeft in 2011 een haalbaarheidsstudie ‘De Markt centraal’ uitgevoerd. Uit het rapport van Seinpost Adviesbureau ‘Second opinion supermarktinitiatief Marktplan Haaksbergen’ van december 2016 blijkt dat er geen marktruimte is voor uitbreiding van het dagelijks winkelaanbod in de vorm van een nieuwe supermarkt. In het rapport van Rho van 15 december 2021 wordt dit bevestigd. • Er is geen kwantitatieve behoefte, maar hooguit een kwalitatieve behoefte aan een invulling van het Gat in de Markt (zie ook het rapport van Rho van 2 juni 2023). Seinpost (thans:Ginder) heeft onderzoek gedaan en zij concludeert dat de vermeende kwalitatieve behoefte aan een supermarkt op de Markt er om verschillende redenen niet is. 28

In de toelichting wordt nauwelijks aandacht besteed aan de bestaande leegstaand in en om het centrum op plekken waar detailhandel bij recht is toegestaan. Reactie geen behoefte aan een supermarkt in centrum? • Zie de algemene beantwoording van deze zienswijze onder de nummers 1 en 2 • Naar aanleiding van de opmerking over bestaande leegstand wordt erop gewezen dat dit bestemmingsplan juist is bedoeld om een invulling te geven aan specifiek de locatie aan de Markt. Dit met als doel het compacte kernwinkelgebied te versterken. In de diverse rapporten is dit voldoende onderbouwd. Er is sprake van een ongerechtvaardigde bevoordeling van een nieuwe toetreder • De verplaatsing van een bestaande supermarkt zou in ruimtelijke zin overwogen kunnen worden, in welk geval een bestaande ondernemer een eerlijke kans krijgt om te mogen verplaatsen naar het Gat in de Markt. Die eerlijke kans is tot op heden nooit geboden en het is voor bestaande supermarkten ook niet mogelijk om te concurreren met een nieuwe toetreder. Een andere invulling met een groot draagvlak is hier ook mogelijk. De raad houdt geen rekening met een concreet initiatief dat tijdig kenbaar is gemaakt (rapport van Ginder).

Reactie inzake onrechtvaardige bevoordeling van een nieuwe toetreder en concreet alternatief • Er is voor het door de gemeente te verkopen perceel in 2016 een tender geweest, waarop een ieder kon inschrijven, mits er sprake was van een plan dat passend was binnen het door de gemeenteraad vastgestelde beleid Haalbaarheidsstudie De Markt Centraal uit 2011. Op basis van die studie waren er twee ontwikkelingsmogelijkheden voor het gebied. Eén voor de ontwikkeling van alleen de gemeentegrond en één voor de ontwikkeling van gemeentegrond inclusief het pand van Konings. De ontwikkeling waarbij ook het pand van Konings in het plangebied zat, ging uit van de realisering van een supermarkt. Aan deze tender kon een ieder meedoen, ook de reeds bestaande supermarkten. • Voor wat betreft het alternatieve plan wordt verwezen naar de beantwoording bij de algemene beantwoording bij nummer 2. Er zijn onvoldoende parkeerplaatsen in het ontwerpbestemmingsplan voorzien, de parkeerdruk wordt onderschat. • Het is onduidelijk waarom het in overeenstemming met een goede ruimtelijke onderbouwing zou zijn als 122 parkeerplaatsen ten behoeve van de centrumbestemming en 32 ten behoeve van de woonbestemming gerealiseerd worden. • De behoefte van de supermarkt Is niet 122, maar ongeveer 150 parkeerplaatsen .

• Binnen de woonbestemming mogen 28 woningen worden gerealiseerd waarvoor slechts 32 parkeerplaatsen worden gerekend. • Onduidelijk is welke keuzes gemaakt zijn ten aanzien van de gehanteerde CROW-kengetallen en waarom daarvoor wordt gekozen. Er wordt niet ingegaan op de parkeerdruk in de omgeving en ook wordt niet gemotiveerd waarom de afwenteling van de benodigde parkeerplaatsen op de openbare ruimte in overeenstemming is met een goede ruimtelijke onderbouwing. • Ondernemers worden dubbel bestraft door naast verdringing geconfronteerd te worden met een verslechtering van de parkeersituatie.

29

Reactie onvoldoende parkeerplaatsen • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 4. Ook in de toelichting op het bestemmingsplan en in het rapport van Roelofs wordt toegelicht dat op basis van juiste uitgangspunten geconcludeerd kan worden dat er in de omgeving sprake zal zijn van voldoende parkeerplaatsen en een aanvaardbare parkeeroplossing voor het centrum van Haaksbergen. De verkeersonderbouwing is ontoereikend, het aantal verkeersbewegingen wordt eveneens onderschat. • In het verkeersonderzoek wordt ten onrechte aangenomen dat het aannemelijk is dat de verkeersbewegingen naar het centrumgebied als geheel ongeveer gelijk blijven. • Dit betekent ook dat bij de stikstofberekening van onjuiste verkeersaantallen is uitgegaan. Bovendien gaat het om een grootschalige bouwactiviteit die op zichzelf al zou leiden tot een stikstofdepositie. Dit kan voorts de luchtkwaliteit ter plaatse aantasten. Reactie de verkeersonderbouwing is ontoereikend • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 3. Het plan kan leiden tot aantasting van de beeldbepalende boom • Het ontwerpbestemmingsplan voorziet ten onrechte slechts ten aanzien van een klein gebied in een bepaling ter bescherming van de beeldbepalende boom.

• De regeling uit het ontwerp sluit niet aan op de bescherming die aan de beeldbepalende boom toekomt op grond van de gedeeltelijke contour die is opgenomen in het bestemmingsplan Centrum 2013. Als die contour zou worden doorgetrokken dan zou binnen een veel groter gebied een beschermingsregime gelden ten behoeve van de beeldbepalende boom. • Een groot deel van de beoogde supermarkt – met parkeergarage – zou binnen dit beschermingsregime voor de beeldbepalende boom vallen. Een motivering waarom van deze oorspronkelijke regeling wordt afgeweken wordt niet gegeven. • Bovendien is het op basis van de APV verboden om zonder omgevingsvergunning handelingen te verrichten die de dood van de boom of ernstige beschadiging tot gevolg hebben. Er is op dit punt niet aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Reactie beeldbepalende boom • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 6. Een doelgroepenregeling-/verantwoording ontbreekt ten onrechte • Er is in het ontwerpplan niet geborgd dat sociale huurwoningen, midden huurwoningen, goedkope en middel dure koopwoningen worden gebouwd en behouden blijven voor de doelgroep. Het lijkt er op dat de ontwikkelaar de vrije hand krijgt om woningen te realiseren die het meest opleveren. Dit is in strijd met de ontwerp woonvisie van de gemeente. Reactie doelgroepenregeling • De gemeente heeft geen doelgroepenverordening .

Uitgangspunt voor de gemeente is dat bij deze ontwikkeling rekening wordt gehouden met de woondeal, op basis waarvan 30% sociale woningbouw gerealiseerd dient te worden (naast 30% middeldure en 40% dure woningen). Dit is dan ook vastgelegd in de overeenkomst die met de ontwikkelaars is afgesloten.

30

Zienswijze 7 Datum: 1 december 2023 Zaaknummer: Z/23/27031 Dossiernummer: D-152041 Datum binnenkomst: 13 december 2023 Samenvatting zienswijze: Reclamanten hekelen het participatietraject Het niet betrekken van de directe omwonenden bij de plannen heeft geleid tot grote ontevredenheid van reclamanten. Fundamenteel heeft nooit participatie met omwonenden plaats gevonden. Reactie participatietraject • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 7. De supermarkt is niet de publiekstrekker waar de gemeente op hoopt • Het voornemen om een supermarkt te realiseren kent zijn oorsprong in de haalbaarheidsstudie van DTNP waarin gesteld werd dat het centrum van Haaksbergen een publiekstrekker nodig zou hebben, wat vorm gegeven werd door een supermarkt. In 2022 heeft een actualisering van dit onderzoek plaats gevonden, maar deze actualisering is volledig gericht op de voorgenomen plannen voor een supermarkt en heeft onvoldoende rekening gehouden met alternatieven. • Er dient aandacht te zijn voor het rapport van Ginder. Hierin staat dat er geen behoefte is aan een nieuwe supermarkt op de voorgenomen locatie. • Uit de memo van DTNP van 23 mei 2023 volgt dat de vestiging van de nieuwe supermarkt niet leidt tot een grote aantrekking van publiek van buiten Haaksbergen. In hoeverre van een publiekstrekker gesproken kan worden is dan ook twijfelachtig.

• Reclamanten geven aan dat de parkeervoorzieningen in het plangebied vooralsnog afhankelijk zijn van de toestemming die de supermarkt uiteindelijk zal geven voor het gebruik van het parkeerterrein voor bezoeken voor lange termijn. Als de supermarkt een publiekstrekker is, vereist dat dat er langdurig parkeren bij de supermarkt mogelijk is, zonder restricties die combinatiebezoeken beperken. Reactie supermarkt niet de publiekstrekker waar gemeente op hoopt • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij de nummers 1 en 2. Het plan zorgt voor een forse toename van de verkeersdruk • Het plan zorgt voor meer verkeersbewegingen. Het bestemmingsplan voorziet onvoldoende in mogelijkheden voor een goede ontsluiting. Onvoldoende rekening wordt gehouden met het feit dat het plangebied, en specifiek de ontsluiting over de Hibbertsstraat zal geschieden over een 30 km weg met klinkers. De Hibbertsstraat is een woonstraat en het gebruiken daarvan als ontsluitingsweg vanaf de supermarkt doet af aan de leefbaarheid en veiligheid. Reactie forse parkeerdruk door plan • Zie voor een reactie de algemene onderbouwing onder nummers 3 en 4. Reclamanten vrezen dat het plan voor geluidsoverlast zorgt • Het plan zorgt voor een toename van verkeersbewegingen en dus tot geluidsoverlast. Gevraagd wordt om een voorwaardelijke verplichting in de planregels op te nemen, waardoor de 31

geluidsoverlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt wordt, bijvoorbeeld de voorwaarde dat ‘stille elementenverharding’ toegepast moet worden. Reactie geluidsoverlast • Zie voor een reactie de algemene beantwoording onder 3. In het bestemmingsplan is onder meer voor het toepassen van ´stille elementenverharding’ op enkele wegdelen een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. Reclamanten betwijfelen hoe zeker de voltooiing van het plan is • Momenteel bestaat onvoldoende duidelijkheid over onderhoud en eventuele aanpassingen van de Hibbertsstraat en Het Meuke. Reclamanten zouden graag zien dat het bestemmingsplan gepaard gaat met een plan van aanpak inzake de aanpassing van de omliggende wegen. Reclamanten willen verduidelijking welke zekerheid er is dat het plan in zijn volledigheid wordt uitgevoerd, waaronder de herinrichting van de wegen de openbare ruimten. Reactie hoe zeker is voltooiing plan • De realisering van het plan is niet in het geding. Zie verder ook de algemene beantwoording onder 11. Planschade kan voorkomen worden door een aanpassing van het plan • Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat u het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk houdt. Ook daarom wordt gevraagd om andere locaties te zoeken waar geen of minder planschade is.

Reactie voorkomen planschade • De voorgenomen ontwikkeling past binnen het door de gemeente in 2011 vastgestelde beleid “Haalbaarheidsstudie De Markt Centraal” en de Actualiteitscheck. Hierin wordt aangegeven dat een supermarkt als trekker de beste invulling is om het kernwinkelgebied te versterken. Voor zover nadeel wordt ondervonden, kan te zijner tijd voor betrokkenen een verzoek om tegemoetkoming hierin worden ingediend. Zienswijze 8 Datum: 13 december 2023 Zaaknummer: Z/23/27037 Dossiernummer: D-152060 Datum binnenkomst: 14 december 2023 Samenvatting zienswijze: Participatie Er is onvoldoende mogelijkheid geboden tot inhoudelijke relevante participatie bij de tot stand koming van het ontwerpbestemmingsplan. Er was tijdens dit traject te weinig aandacht voor (betere) alternatieven. Reactie participatie • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij de nummer 7. Voor wat betreft de specifieke punten waarover reclamant aangeeft dat hieraan voldoende aandacht is geschonken,

32

wordt verwezen naar bijlage “Afronding bestuurlijke opdracht ‘uitvoering participatieplan inrichting openbare ruimte rond het Marktplan” van het bestemmingsplan. Gronden zijn niet aangeboden conform het Didam-arrest • Volgens het arrest Didam is de gemeente verplicht als zij van mening dat er maar één serieuze gegadigde voor deze planontwikkeling is, om het voornemen tot verkoop te publiceren om andere potentiële gegadigden gedurende een bepaalde termijn in de gelegenheid te stellen om zich kenbaar te maken bij de gemeente. Een dergelijke publicatie heeft nog niet plaats gevonden. Dit terwijl er wel andere serieuze gegadigden zijn, hierbij wordt gewezen op het plan van L&O architecten. • Nog niet alle gronden zijn eigendom, zoals bijvoorbeeld de gronden van Sirtaki. Reactie Didam arrest • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 8. Voor wat betreft de gronden van Sirtaki, deze maken geen onderdeel uit van deze planontwikkeling en hoeven dan ook niet verworven te worden om dit plan mogelijk te maken. Alternatief plan ten onrechte niet overwogen • Reclamanten geven aan dat een andere partij een alternatieve invulling van het gebied heeft voorgesteld. In die variant is geen supermarkt opgenomen en dit plan is naar het oordeel van reclamanten beter passend in dit gebied (woningen vormgegeven met kleine winkeleenheden en horecagelegenheden).

Deze variant komt niet terug in het bestemmingsplan, terwijl de gemeenteraad verplicht is dergelijke alternatieve plannen te betrekken in hun afweging. Verzocht wordt om dit plan alsnog te beoordelen. Reactie alternatief plan • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij de nummer 2. Ontbrekende koppeling met beeldkwaliteitsplan • In de regels van het ontwerpbestemmingsplan komt nergens een verplichting terug om het plangebied ook daadwerkelijk conform het beeldkwaliteitsplan in te richten. Reactie ontbrekende koppeling met beeldkwaliteitsplan • Het beeldkwaliteitsplan is een aanvulling op de welstandsnota en wordt daarom ook apart vastgesteld, tegelijkertijd met het bestemmingsplan. Het beeldkwaliteitsplan is het toetsingskader bij het verlenen van de omgevingsvergunningen voor deze ontwikkeling. Kwantitatieve behoefte en meerwaarde supermarkt • Volgens het distributie planologisch onderzoek is er geen behoefte aan extra winkels zoals een supermarkt. Reclamant vreest dat het toevoegen van (nog) een supermarkt zal zorgen voor leegstand in het centrum omdat kleinere (lokale) supermarkt en winkels met een verglijkbaar aanbod dan niet meer kunnen blijven bestaan. Op basis van artikel 3.1.6. Bro moet gemotiveerd worden dat er een kwantitatieve behoefte is aan de toe te voegen stedelijke ontwikkeling. Deze kwantitatieve behoefte is er volgens het dpo niet.

• Het toevoegen van een supermarkt gaat voorbij aan het haltermodel omdat er bij de realisering van een supermarkt geen zicht is op de winkels in het tussengebied, terwijl ook de afstand tot deze winkels te groot is. 33

•

Het rapport van Ginder van 23 januari 2023 toont aan dat het plan zoals weergegeven in het ontwerpbestemmingsplan achterhaald is. Hierbij wordt gerefereerd naar een passage uit dit rapport, waarbij aangegeven wordt dat door de toevoeging van de supermarkt het detailhandelsaanbod fors toeneemt.

Reactie kwantitatieve behoefte en meerwaarde supermarkt • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij de nummers 1 en 2. Strijd met structuurvisie • In de structuurvisie van Haaksbergen wordt aangegeven dat wordt gestreefd naar een compact centrum zonder leegstand. Reclamant is van mening dat dit plan juist zal leiden tot extra leegstand. Reactie strijd met Structuurvisie • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 1. Oplossingen ter overweging voor de gemeenteraad • Het verplaatsen van de inrit van de parkeergarage aan de voorzijde van de Markt met een toegang via de Molenstraat. Hiermee wordt een groot deel van de verkeersdrukte in de Spoorstraat, Hibbertsstraat, Het Meuke en de Lansinkstraat weggenomen. Volgens het Actieplan centrum Haaksbergen geven entrees (zoals die via de Molenstraat) bovendien de eerste indruk weer van het betreden van een winkelgebied. • Het realiseren van een harde knip in de Spoorstraat, ter hoogte van Ter Stal. Dit draagt bij aan een betere verkeersveiligheid voor het kruispunt Hibbertsstraat/Meuke. Hiermee wordt het een deel van de Spoorstraat en Markt autoluw gemaakt. Hiervoor zou volgens het Actieplan Centrum een verkeersbesluit ontworpen worden door ondernemers • De realisatie van een autovrij gedeelte voor dit deel van het centrum.

Hierdoor bereikt men een nagenoeg autoluw centrum en wordt er tevens beschikt over een park. Deze optie zou gevoelig liggen bij ondernemers. Reclamanten vinden dat de pijn evenredig verdeeld zou moeten worden tussen omwonenden en ondernemers. Reactie oplossingen ter overwegingen voor de gemeenteraad De oplossingen die worden aangedragen zijn onderdeel geweest van het participatietraject met de omgeving en in dat traject zijn die onderdelen behandeld en beoordeeld. Zie hiervoor ook bijlage 7 van het bestemmingsplan “Afronding bestuurlijke opdracht ‘Uitvoering participatieplan inrichting openbare ruimte rond het Marktplan”. Fijnstof • Reclamant heeft zorgen over de toename van fijnstof door de toename van het verkeer door dit plan. Reactie fijnstof • Er is ten behoeve van het bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen overschrijding van de normen voor fijnstof is.

34

Geluid • Volgens het akoestisch onderzoek neemt de geluidsbelasting toe met maximaal 3,4 dB. Volgens metingen is de hoeveelheid geluid die op de woning van reclamanten terecht komt momenteel 54,65 dB. Na aanpassing van het wegdek zal deze naar verwachting 52,62 dB bedragen. De woning bevindt zich in wegvak 304, volgens het akoestisch onderzoek krijgen reclamanten te maken met een toename aan geluidsbelasting van meer dan 1,5 dB. Reclamanten zien graag gewaarborgd dat de supermarkt gebruik gaat maken van elektrische vrachtwagens. • Naast het geluid van verkeer hebben reclamanten als omwonenden ook te maken met een toename van geluid door de supermarkt zelf, vanwege koelinstallaties, waterpompen, vrachtverkeer, laden en lossen ed. Dit geluid zou met een scherm gereduceerd worden. Voor locatie De Bron kunnen reclamanten niet opmaken welke soort installaties worden geïnstalleerd en wat de gevolgen voor de geluidsbelasting. Daar zouden reclamanten graag meer duidelijkheid over krijgen. Reclamanten zijn van mening dat geluidreducerende maatregelen onvoldoende gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Zij willen de garantie dat zij geen geluidshinder hebben. Reactie geluid Zie voor de beantwoording voor het geluid in het algemeen de algemene beantwoording bij nummer 3.

De maatregelen die noodzakelijk zijn voor een akoestisch gezien acceptabele situatie, zijn in het bestemmingsplan geborgd door middel van voorwaardelijke verplichtingen. De inzet van elektrische vrachtwagens is, gelet op het feit aan de normen wordt voldaan, niet noodzakelijk. Trilling • Het onderhoud aan de Hibbertsstraat is langdurig uitgesteld. Hierdoor heeft een aantal woningen al scheuren in de woning. Ook de riolering laat te wensen over. De verwachting is dat door het zware bouwverkeer de kwaliteit van de straat er niet beter op wordt. Dit zal gevolgen hebben voor de trilling schade in de woning van reclamant. • Volgens de Aerius berekeningen zijn er veel verkeersbewegingen ten behoeve van de bouwactiviteiten, waarbij bouwmaterialen als beton en zand aangevoerd worden. Dit zal voornamelijk plaats vinden via de Hibbertsstraat en Eibergsestraat. Reclamant verwacht dat deze extra verkeersbewegingen zullen leiden tot aanzienlijke trillingen op de woning met schade als gevolg. Vanwege de slechte staat van de weg vraagt reclamant zich af of de straat wel bestand is tegen het bouwverkeer. • Reclamant verzoekt om waarborgen op te nemen in het bestemmingsplan om de gevolgen van trillingsschade te ondervangen, zoals een voorwaardelijke verplichting tot aanpassing van hun straat voordat de werkzaamheden beginnen.

Reactie trilling • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij nummer 10. Financiële uitvoerbaarheid • De door reclamant genoemde knelpunten (aanpassingen wegdek, geluidsreductie, trilling, schadevergoeding) is alleen op te lossen door het bestemmingsplan aan te passen, geen supermarkt toe te staan en de verkeersstromen te veranderen. Gelet op de financiële gevolgen daarvan vraagt reclamant zich af of het plan dan nog wel uitvoerbaar is. • Reclamant vindt het vreemd dat kosten worden geregeld in een overeenkomst en dat daarin geen inzage mag worden gegeven. 35

Reactie financiële uitvoerbaarheid • Zie voor de beantwoording de algemene beantwoording bij de nummer 11. Planschade • Reclamanten geven aan dat hun woongenot ernstig wordt geschaad door deze plannen. Door de toename van verkeer en verhoging van geluidsbelasting op hun woning zal de waarde van hun woning fors dalen. Reclamanten behouden zicht het recht voor om een tegemoetkoming aan te vragen inzake planschade. Reactie planschade Dit is een recht waartoe reclamant een verzoek kan indienen zodra sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan. Zienswijze 9A en 9B Datum: 12 december 2023 Zaaknummer: Z/23/27027 Dossiernummer: D-152055 en D-156315 Datum binnenkomst: 13 december 2023 Samenvatting zienswijze: •

In het plan wordt een supermarkt van 2.500 m2 gepland, die ca 400.000 tot 450.000 verkeersbewegingen gaat genereren. Dit is volgens DTNP 35 tot 40% van al het supermarktverkeer en ca 15-20 procent van alle verkeersbewegingen in Haaksbergen. Hierdoor is er sprake van een aanzienlijke verlegging van verkeersstromen. Dit zal consequenties hebben gezien de ruimtelijke ontwikkeling van Haaksbergen. De ruimtelijke ontwikkeling, de winkelstructuur en het wegennet worden in de zienswijze beschreven (waaierstructuur, winkels vormen een wandelende tak, dubbelfunctie van de Lansinkstraat).

Reactie Zie allereerst de algemene beantwoording onder nummers 3 en 4. Er vindt door de komst van de supermarkt aan de Markt vooral een verschuiving van verkeersbewegingen plaats. Ook DTNP stelt vast dat er sprake zal zijn van een herverdeling van supermarktbezoekers. Uit het verkeersonderzoek van Roelofs blijkt verder dat de wegenstructuur in Haaksbergen de nieuwe verkeerssituatie prima verwerken. •

De gemeente is uitgegaan van een tweepolenmodel, waarbij de ene pool een groeipool is (noordzijde Spoorstraat) en de andere een krimppool (Von Heijdenstraat, Molenstraat, Markt). Zij spreekt van een haltermodel. Dat haltermodel kan alleen slagen als de gewichten aan beide zijden even zwaar zijn. Het model zal niet slagen nu het uitgaat van een symmetrie die niet bestaat.

Reactie Zie de algemene beantwoording onder nummer 1. Uit onderzoeken van DTNP blijkt dat het haltermodel wel degelijk succesvol kan zijn, met als effect een versterking van een compact kernwinkelgebied.

36

•

Met het Marktplan maakt de gemeente zich afhankelijk van investeerders. De gemeente stelt de randvoorwaarden en bij het Marktplan is dat onmogelijk zonder Staatsteun, al dan niet in natura. Door de PPS-constructie is de gemeente bovendien dubbel gebonden (plannenmaker en contractueel gebonden aan de ontwikkelaars). Daardoor kan de gemeente niet meer zuiver alle belangen wegen.

Reactie • Er is geen sprake van Staatssteun of PPS-constructie. Voor het overige herkent de gemeente zich niet in de constateringen met betrekking tot haar rol in het geheel. Oplossingsrichting: grootste knelpunten en technische oplossingen Om te bereiken dat het verkeer kan worden verwerkt, zijn aanpassingen nodig. Reclamant beschrijft de aanpassingen, die onder meer bij de Lansinkstraat en Het Meuke nodig zijn. Reactie oplossingsrichting: grootste knelpunten en technische oplossingen • Zoals eerder aangegeven, blijkt uit het onderzoek van Roelofs dat de wegen- en verkeersstructuur op de nieuwe situatie berekend zijn. Dat geldt zowel voor het bezoekersverkeer als voor de vrachtwagenbewegingen in verband met laden en lossen. Extra maatregelen zijn niet nodig. Daarbij zij erop gewezen dat de Lansinkstraat onderdeel uitmaakt van de centrumring van Haaksbergen. Deze heeft altijd voorrang. Behalve op twee plekken waar belangrijke fietsroutes voorrang hebben, te weten de kruisingen Werfheegde en Ariënstraat met de Lansinkstraat. Het is gezien de centrumfunctie van de Lansinkstraat niet wenselijk een extra voorrangskruising toe te voegen. Ontbrekende afweging van effecten, belangen, kosten en baten • De bovengenoemde problemen en oplossingen zijn altijd te voorzien geweest.

Des te opvallender is het dat de verkeerstoename in de Lansinkstraat in de verkeersstudie niet wordt genoemd en dat daar ook geen tellingen zijn gedaan. Slechts een deel van de problemen is in beeld gebracht en er zijn wegen onderzocht waarover het verkeer van en naar de supermarkt zich nu juist niet zal afwikkelen. Reactie • Reclamant onderbouwt niet welke belangrijkste verkeerseffecten niet zijn geïnventariseerd. Reclamant wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat de verkeerde wegen zijn onderzocht. Het onderzoek heeft zich gericht op de wegen die voor het verkeer van en naar het plangebied het meest voor de hand liggen. Het is juist dat er geen tellingen zijn gedaan in de Lansinkstraat. Dat is ook niet nodig. De intensiteit op deze weg is bij de gemeente bekend op basis van recente wegvaktellingen. De weg heeft een etmaalintensiteit van ca. 5.000 mvt/etmaal. Gelet op het karakter van die weg en het aantal verkeersbewegingen aldaar, zullen de extra verkeersbewegingen van en naar het plangebied opgaan in het heersende verkeersbeeld. De weg kan een capaciteit van 8.000 tot 10.000 mvt/etmaal goed aan. Dit betekent dat er voldoende capaciteit is voor het opvangen van de toename van het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het bestemmingsplan. Er zijn bij de gemeente ook geen klachten of onwenselijke situaties over het verkeer op de Lansinkstraat bekend.

Slotconclusie van reclamant Er is op basis van het bovenstaande sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. De raad kan niet bepalen of aan het evenredigheidsbeginsel wordt voldaan. Dit omdat de financiële 37

consequenties van verkeersmaatregelen en geschade belangen niet zijn becijferd en niet kan worden onderzocht of er sprake is van staatssteun. Reactie Zie voor wat betreft het aspect staatssteun de reeds gegeven reactie op deze zienswijze. Voor wat betreft de financiële haalbaarheid wordt verwezen naar de antwoorden op veelvoorkomende zienswijzen. Aanvullende zienswijze samenvatting: Op 6 juni 2024 heeft mr. Maatman namens reclamanten een aanvulling op de zienswijze ingediend. Hoewel deze aanvulling buiten de zienswijzentermijn is binnengekomen, wordt deze hierna wel behandeld. Verkeersintensiteiten in verhouding tot onderzoek Goudappel uit 2007 De verkeersintensiteiten waarmee in het bestemmingsplan rekening wordt gehouden, zijn lager dan die uit een rapport van Goudappel uit 2007. Dit terwijl dat plan zag op een kleinere supermarkt. Reactie De verkeersintensiteiten die thans zijn aangehouden, zijn gebaseerd op deugdelijke kengetallen die in de praktijk veelvuldig worden gehanteerd. Dit maakt dat de uitkomsten van het verrichte onderzoek representatief en juist zijn. Er is ook geen reden om op basis van een (gedateerd) rapport van Goudappel te twijfelen aan de juistheid van de gekozen uitgangspunten. Temeer niet nu dit rapport betrekking heeft op geheel ander plan dan de ontwikkelingen waarin onderhavig bestemmingsplan voorziet.

Het Meuke doodlopend Het Meuke wordt een doodlopende straat. Er is geen rekening gehouden met het verkeer dat zal omdraaien. Verderop in de zienswijze wordt ook gesproken van een voorgenomen knip in Het Meuke. Reactie Het is niet juist dat Het Meuke een doodlopende straat zal worden. Ook zal er geen sprake zijn van een knip in deze weg. Vermoedelijk baseert reclamant dit op een verkenning uit het verleden, waarvan schetsen zijn gepresenteerd, waarbij een knip in Het Meuke een optie was. Hieraan is verder geen uitvoering gegeven. Mogelijk wordt het opnieuw overwogen bij een toekomstige verkenning van de verkeerssituatie in het centrum van Haaksbergen, maar dit is op dit moment geenszins aan de orde. Kruispuntplateau is onvoldoende en kruispunt Het Meuke-Lansinkstraat moet aangepast Het enkel voorzien in een kruispuntplateau is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid onvoldoende. Enkele straten zullen ook moeten worden verbreed. Ook zal het kruispunt Het Meuke – Lansinkstraat moeten worden aangepakt. Dat blijkt ook uit de wachttijden die zijn genoemd in het rapport van Goudappel uit 2007. Reactie Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder nummers 3 en 4. De verkeersveiligheid is niet in het geding. Aanvullende maatregelen worden niet nodig geacht. De in het (oude) rapport van 38

Goudappel genoemde wachttijden worden voor de huidige situatie niet herkend; problematische opstoppingen rond of door dit kruispunt doen zich niet voor. Zienswijze 10 Datum: 11 december 2023 Zaaknummer: Z/23/27014 Dossiernummer: D-151973 Datum binnenkomst: 12 december 2023 Samenvatting zienswijze: •

Het perceel van reclamant met K nr 7397 is buiten dit bestemmingsplan gelaten. Hierdoor valt het voorste deel van het perceel in het bestemmingsplan Centrum 2013, terwijl het deel waar nu de serre en tuin zijn vallen binnen het bestemmingsplan Centrum uit 2003. Dit terwijl de gemeente de verplichting heeft elke 10 jaar een bestemmingsplan te herzien.

Reactie In deze bestemmingsplanherziening zijn enkel de gronden meegenomen die betrekking hebben op de gronden die onderdeel uitmaken van het projectgebied van het Marktplan. Een verplichting om een bestemmingsplan eens per 10 jaar te herzien is er rechtens overigens niet. •

Bezwaar wordt gemaakt tegen het verwijderen van de historische tuin. Deze tuinmuur is Rijksmonument en mag niet verwijderd worden. Het is tevens ongewenst om deze muur te verwijderen vanwege de gasten van het restaurant aan de zuidzijde van het gebouw.

Reactie De tuinmuur heeft geen monumentale status. Het verwijderen van de tuinmuur is noodzakelijk om de openbare ruimte die daar achter ligt ook een openbare functie te geven in het Marktplan. •

De gemeente wil nu een open park hebben met zicht op hun terras, dit is niet wenselijk. Met name vanwege privacy. Zij geven aan dat het voor de gemeente (en haar rechtsopvolgers) niet is toegestaan om zicht te creëren op de pastorietuin en op de zuidzijde van het pastoriegebouw en de serre. Een en ander zoals beschreven in de erfdienstbaarheid die op de percelen ligt. Tevens ligt er een erfdienstbaarheid op de tuinen met betrekking tot de erfafscheiding en tuinmuren. Er wordt verwezen naar een volledige beschrijving van de erfdienstbaarheid in de akte van 28-021991. Op basis van erfdienstbaarheid is de gemeente ook verplichting om een doorgang te creëren ter plaatse van een eventuele nieuw te metselen muur en dient er een verbindingsweg aangelegd te worden. Deze erfdienstbaarheid is opgenomen in de akte van 23-12-2003.

Reactie Het feit dat de openbare ruimte ook feitelijk openbaar wordt door het verwijderen van de tuinmuur, is op basis van de erfdienstbaarheden gewoon mogelijk. Voor wat betreft het garanderen van privacy bij het weghalen van de tuinmuur, kan daar bij de uitwerking rekening mee worden gehouden. •

Er is geen sprake geweest van participatie en er is geen contact met hen opgenomen over het ontwerpbestemmingsplan.

39

Reactie Er is een uitgebreid participatietraject geweest waarbij omwonenden en ondernemers uitgenodigd zijn om deel te nemen in een werkgroep. Daarnaast zijn er ook algemene sessies geweest, zie ook de algemene beantwoording van zienswijzen onder reactie 7. •

Tevens hebben zij bezwaar tegen de hoogte van het gebouw. Aan de Marktsteeg mag een hoogte van 14 en 16 meter gerealiseerd worden. Er is sprake van een supermarkt met drie bouwlagen. Zij vrezen dat zij in hun bedrijfsvoering worden beperkt vanwege klachten van toekomstige bewoners. Zij willen dan ook dat het gebouw op een grotere afstand wordt geplaatst. Tevens is de privacy van de gasten niet meer gewaarborgd doordat er vanaf de balkons en woonkamers van de appartementen aan de Marktsteeg uitgekeken wordt op het terras.

Reactie Het gebouw is op deze afstand bepaald, o.a. vanwege het uitgangspunt dat er weer een dichte gevel ontstaat aan de Markt, zoals dat oorspronkelijk ook altijd het geval is geweest. Een grotere afstand is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ook niet noodzakelijk. Naar aanleiding van de reactie van reclamant is een bezonningsrapportage opgesteld. Uit die rapportage blijkt dat met name in de herfst en de winter gevolgen van de bebouwing worden ondervonden, doordat de zon dan laag staat. In de lente en de zomer zijn er niet of nauwelijks effecten. Juist dan wordt doorgaans het meest gebruik gemaakt van een terras. Voor zover het realiseren van het plan ertoe zal leiden dat er op de terrassen meer schaduw zal zijn, is van belang dat deze terrassen zijn gelegen in een binnenstedelijke omgeving, waarin schaduwwerking als gevolg van de hoogte van de bebouwing en de onderlinge afstand van gebouwen niet ongebruikelijk is. Het bezonningsrapportage zal als onderdeel van de toelichting toegevoegd worden. Zienswijze 11 Datum: 8 december 2023 Zaaknummer: Z/23/27018 Dossiernummer: D-151982 Datum binnenkomst: 12 december 2023 Samenvatting zienswijze: •

•

De plangrens verloopt niet logisch, omdat het geen rekening gehouden wordt met de kadastrale grenzen, zodat een klein gedeelte van perceel K4599 buiten het plangebied valt. Hetzelfde geldt voor een gedeelte van de naastgelegen steeg. Op perceel K4599 is thans vergunde bebouwing aanwezig. Tevens heeft het college een vergunningaanvraag van reclamant ontvangen dat voorziet in een verbouwing van de bestaande bebouwing. Deze aanvraag is door het college buiten behandeling gesteld. Tegen dit besluit is bezwaar aangetekend. Er is nog niet op dit bezwaar beslist, maar de commissie van bezwaar en beroep heeft al wel geadviseerd het advies gegrond te verklaren.

Reactie Bij de plangrens is rekening gehouden met de grondruil die de parochie overeengekomen is met één van de ontwikkelaars van het Marktplan. Vanwege deze overeenkomst is niet aannemelijk dat het aangevraagde bouwplan van de parochie gerealiseerd kan worden. Om die reden is de vergunningaanvraag (op basis van rechtspraak) buiten behandeling gelaten.

40

•

In het nu voorliggende bestemmingsplan krijgen de percelen deels de bestemming ‘verkeerverblijfsdoeleinden’ en ‘groen’. Binnen die bestemmingen is geen sprake van noemenswaardige bebouwingsmogelijkheden en een deel van het parochiegebouw wordt weggestemd. Dat is in strijd met de bescherming van het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol behorende bij het EVRM en jurisprudentie van de afdeling dat legaal gebruik moet worden bestemd.

Reactie Zie eerdere reactie, er is sprake van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen één van de ontwikkelaars en de parochie om een deel van het kadastrale perceel K4599 te ruilen. •

Van het feitelijk wegbestemmen kan geen sprake zijn vanwege de overgangsrechtelijke bescherming van artikel 3.2.1. en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijk ordening, welke artikelen in artikel 15.1 en 15.2. in het ontwerp zijn opgenomen.

Reactie Bij het bepalen van de plangrenzen in een bestemmingsplan is het niet noodzakelijk dat alle gronden van een plangebied in eigendom zijn. Wel van belang is de uitvoerbaarheid van het plan. Aangezien er een overeenkomst is tussen één van de ontwikkelaars en de parochie is de uitvoerbaarheid niet in het geding. •

Het gebouw van reclamant is in gebruik als parochieel centrum en zal ook in de toekomst gebruikt gaan worden als parochieel centrum. De nieuwe woningen worden te dicht op het bestaande gebouw gebouwd. Reclamant vreest voor een beperking van de toekomstige mogelijkheden. Ook na kerkdiensten en of andere gelegenheden maakt reclamant gebruik van de tuin achter het gebouw. Het is een behoorlijke inbreuk op de privacy voor wat betreft inkijk als hier een gebouw van vier lagen komt te staan Daarnaast leidt het tot het wegnemen van zon- en daglicht. Voorts wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 5:50 lid 1 BW op grond waarvan het niet is toegestaan om binnen twee meter van de perceelsgrens balkons of ramen te hebben die uitzicht bieden op het naastgelegen perceel. De woningen/appartementen zouden op grotere afstand van de steeg geprojecteerd moeten worden.

Reactie Er is geen sprake van balkons binnen 2 meter van de perceelsgrens. Er is een bezonningsstudie uitgevoerd en hieruit blijkt dat er meer schaduwwerking is. Echter het gebouw en de bijbehorende buitenruimte bij de parochie zijn gelegen in een binnenstedelijke omgeving, waarin schaduwwerking als gevolg van de hoogte van de bebouwing en onderlinge afstand niet ongebruikelijk is. •

Op dit moment is een terreinafscheiding van 2 meter hoog rondom het perceel ter plaatse van de openbare ruimte. Reclamant wenst dit te handhaven. Op het moment dat het perceel K 4587 in eigendom van de gemeente ook een openbaar karakter krijgt, zal reclamant hier ook een erfafscheiding plaatsen. Met het ontwerpbestemmingsplan zoals het nu ter inzage ligt is hier geen mogelijkheid voor en dit is niet wenselijk.

Reactie Er is sprake van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen één van de ontwikkelaars en de parochie. Op basis daarvan zijn de grenzen zo vastgelegd in het bestemmingsplan. Perceel K 4857 is niet nabij dit plangebied gelegen. Wel liggen de percelen K 7396 van de parochie en K 5587 van de gemeente hier. Vermoedelijk wordt gedoeld op deze percelen. Niet duidelijk is of hier 41

wordt gedoeld op een erfafscheiding bij de steeg of juist een andere plek. Op basis van de bestemming ‘groen’ is het plaatsen van een erfafscheiding van 2,5 meter mogelijk. Zienswijze 12 Datum: 23 november 2023 Zaaknummer: Z/23/26933 Dossiernummer: D-154169 Samenvatting zienswijze: Reclamant is voor het plan met de Lidl. Hij ziet echter niets van het kerkepad en de doorgang van de Hibbertsstraat naar de Markt (kerk) terug. Vroeger was er tussen Konings en de Bank een gang. Reactie De ligging van de steeg is zodanig gelegd dat er sprake is van zicht op de kerk.

42

3. Wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en ambtshalve De zienswijzen leiden tot de volgende wijzigingen in het bestemmingsplan. Verbeelding •

Dubbelbestemming ‘Waarde - Beeldbepalende boom’ met 2 meter verruimd conform Boomtechnisch onderzoek.

Regels • Leden 3.5.4 en 6.4.2 (specifieke gebruiksregels) toegevoegd; betreft een voorwaardelijke verplichting voor het vervangen van enkele wegdelen door stille elementenverharding. • Lid 3.5.5 (specifieke gebruiksregels) toegevoegd; betreft voorwaardelijke verplichting voor het plaatsen van een geluidscherm. • Bijlage 1 Kaart stille elementenverharding toegevoegd in verband met voorwaardelijke verplichting • Bijlage 2 Kaart geluidscherm toegevoegd in verband met voorwaardelijke verplichting. Toelichting (uitsluitend relevante wijzigingen benoemd) • • • •

Toegevoegd; bezonningsstudie (tekstueel verwerkt en als bijlage opgenomen) Toegevoegd; nadere analyse en actualiteitscheck DTNP 2024 (tekstueel verwerkt en als bijlage opgenomen) Toegevoegd; boomtechnisch onderzoek (tekstueel verwerkt en als bijlage opgenomen) Toegevoegd, geluidsonderzoek Hibbertsstraat 9 en 18 (tekstueel verwerkt en als bijlage opgenomen)

Daarnaast zijn er nog een aantal ambtshalve wijzigingen noodzakelijk, namelijk: Verbeelding •

•

Aanduidingen met betrekking tot het laad- en losdok en in-/uitgang parkeergarage in beperkte mate vergroot (overlappend), zodat bij verdere uitwerking van het plan sprake is van enige flexibiliteit binnen het plan. Aanduiding ‘parkeergarage’ beperkt gewijzigd binnen bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ ten gevolge van aanpassing contour parkeergarage.

Regels • Verwijzingen naar wetten die zijn komen te vervallen ten gevolge van de Omgevingswet verwijderd. • Begripsdefinitie lichte motorvoertuig aangepast en begrippen middelzware en zware motorvoertuigen toegevoegd. • Lid 3.2.1 onder b en c (bouwregels); tekstuele aanpassingen. • Leden 3.5.1 en 6.4.1 (specifieke gebruiksregels) verwijderd aangezien het genoemde strijdige gebruik sowieso niet toegestaan is op basis van de bestemmingsomschrijving (3.1. en 6.1).

43

•

• •

•

Lid 3.6 en 6.5 (afwijken van de gebruiksregels) toegevoegd; betreft de mogelijkheid tot afwijken van de voorwaardelijke verplichtingen waterberging en stille elementenverharding onder de gestelde voorwaarden. Lid 6.2.1 onder b; tekstuele aanpassingen. Lid 8.4 o onder a; toegevoegd onevenredig (overeenkomstig afweging genoemd onder c) o tekstuele aanpassingen Lid 8.6 tekstuele aanpassingen

Toelichting (uitsluitend relevante wijzigingen benoemd) • • • •

Hoofdstuk 9; geactualiseerd Vervangen; akoestisch onderzoek industrielawaai (aanpassing figuur 5 i.c.m. incorrecte waarde, verwerken resultaten geluidweringsonderzoek) Vervangen; AERIUS-berekening (vanwege update AERIUS-software) Vervangen; aanmeldnotitie Besluit mer (aangepast op basis van meest recente onderzoeken)

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588990/1