CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-wordt-tabel-wijziging-apv-omgevingswet en overige aanpassingen

Gemeenteraad 20 december 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Algemene Plaatselijke Verordening13.832 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 2: Was-wordt-tabel wijziging Algemene plaatselijke verordening i.v.m. actualisering model – APV, lokale behoefte en inwerkingtreding Omgevingswet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:

- bebouwde kom: de bebouwde kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;

- bebouwde kom: de bebouwde kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;

-

- beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

- bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, onder a van de Bouwverordening;

- bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

- bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

- bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

- college: het college van burgemeester en wethouders;

- college: het college van burgemeester en wethouders;

- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de Woningwet;

- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

- handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

- handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

- motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

- motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

- openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

- openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

- openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

- openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

- parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

- parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 1

- rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

- rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

- weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

- weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.

3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

4. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste 18 weken.

4. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste 18 weken.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

-

3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

2

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

-

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.

-

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden voor publiek als straatmuzikant op te treden op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom.

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden voor publiek als straatmuzikant op te treden op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening.

2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 3

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.

3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.

4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. bouwmaterialen, steigerwerken, stortkokers, mobiele toiletten, containers of bouwketen, daaronder begrepen zaken en materialen in verband met genoemde voorwerpen, mits: - geplaatst op verhardingen tot een maximum van 15 m2; -voor een maximale duur van 14 dagen; -voorzien van goede verkeersmaatregelen/markering zoals schildjes of verlichting eventueel aangevuld met reflecterende linten (lint alleen is onvoldoende); -geen wegafsluiting nodig is;

5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. bouwmaterialen, steigerwerken, stortkokers, mobiele toiletten, containers of bouwketen, daaronder begrepen zaken en materialen in verband met genoemde voorwerpen, mits: - geplaatst op verhardingen tot een maximum van 15 m2; -voor een maximale duur van 14 dagen; -voorzien van goede verkeersmaatregelen/markering zoals schildjes of verlichting eventueel aangevuld met reflecterende linten (lint alleen is onvoldoende); -geen wegafsluiting nodig is; 4

-het object zodanig wordt geplaatst dat het geen belemmering of gevaar oplevert voor gebruikers van de weg, er blijft tenminste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter op voetpaden en 3,50 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer; -uiterlijk 15 dagen van tevoren melding aan het college is gedaan; -de bruikbaarheid van brandkranen niet wordt belemmerd;

-het object zodanig wordt geplaatst dat het geen belemmering of gevaar oplevert voor gebruikers van de weg, er blijft tenminste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter op voetpaden en 3,50 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer; -uiterlijk 15 dagen van tevoren melding aan het college is gedaan; -de bruikbaarheid van brandkranen niet wordt belemmerd;

d. overige gevallen waarin krachtens een

d. overige gevallen waarin krachtens een

wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

7. Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Provinciale wegenverordening.

6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

7. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.

2. Van de melding wordt kennis gegeven in de wekelijkse informatierubriek van de gemeente in het plaatselijk weekblad.

2. Van de melding wordt kennis gegeven in de wekelijkse informatierubriek van de gemeente in het plaatselijk weekblad.

3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of

3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of 5

d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.

4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

6

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen: d. het in de inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. sportwedstrijden in de daarvoor bedoelde overdekte sportaccommodaties en openlucht sportaccommodaties, niet zijnde vechtsportwedstrijden als bedoeld in het tweede lid, onder f.

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen: d. het in de inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. sportwedstrijden in de daarvoor bedoelde overdekte sportaccommodaties en openlucht sportaccommodaties, niet zijnde vechtsportwedstrijden als bedoeld in het tweede lid, onder f.

2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een wedstrijd op of aan de weg; e. een feest, muziekvoorstelling of buurtbarbecue op de weg; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een wedstrijd op of aan de weg; e. een feest, muziekvoorstelling of buurtbarbecue op de weg; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

-

3. In deze afdeling wordt onder slecht levensgedrag verstaan: gedragingen die naar hun ‘aard en ernst’ de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de organisator of aanvrager als verantwoordelijke voor het evenement een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt waar het evenement plaats vindt. Ook wordt rekening gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ‘ernstig’ kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat de betrokkene de voor hem geldende regels niet naleeft, zodat ook dan de vrees als vorenbedoeld bestaat.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

7

2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, (internet)café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, afhaalzaak of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.

Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, (internet)café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, afhaalzaak, bezorgservice of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.

2.Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

3. In deze afdeling wordt onder leidinggevende verstaan: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; b. de natuurlijke persoon, die de algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen; c.de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting.

3. In deze afdeling wordt onder leidinggevende en exploitant verstaan: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; b. de natuurlijke persoon, die de algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen; c. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting. 4. In deze afdeling wordt onder slecht levensgedrag verstaan: gedragingen die naar hun ‘aard en ernst’ de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant of de leidinggevende als verantwoordelijke voor de exploitatie van de openbare inrichting een 8

bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt waar de openbare inrichting is gevestigd. Ook wordt rekening gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ‘ernstig’ kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat de betrokkene de voor hem geldende regels niet naleeft, zodat ook dan de vrees als vorenbedoeld bestaat. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of een omgevingsvergunning met het bestemmingsplan strijdig gebruik.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant.

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. er zich geen weigeringsgronden voordoen

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. er zich geen weigeringsgronden voordoen 9

als bedoeld in het tweede en/of derde lid; b. aan de exploitant een geldige vergunning op grond van de Alcoholwet is verleend; c. zich in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek om vrijstelling of het besluit tot ambtshalve vrijstelling geen incidenten hebben voorgedaan gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel in of bij de inrichting.

als bedoeld in het tweede en/of derde lid; b. aan de exploitant een geldige vergunning op grond van de Alcoholwet is verleend; c. zich in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek om vrijstelling of het besluit tot ambtshalve vrijstelling geen incidenten hebben voorgedaan gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel in of bij de inrichting.

6. De burgemeester trekt de vrijstelling in wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder c.

6. De burgemeester trekt de vrijstelling in wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder c.

7. De burgemeester verbindt in het geval een terras onderdeel uitmaakt van de openbare inrichting de volgende voorwaarden aan de exploitatievergunning: -de door de politie, brandweer of de daartoe door het college aangewezen ambtenaren te geven aanwijzingen stipt en onmiddellijk worden opgevolgd; -objecten op het terras blokkeren geen vluchtwegen of bluskranen, waardoor vluchtwegen en bluskranen altijd duidelijk zichtbaar en voor de brandweer bereikbaar zijn; -het gebruik van vuurkorven, haarden, houtkachels, barbecues, fakkels, gelbranders en andere open vuren is niet toegestaan; -als het terras gesloten is kan het terras niet worden gebruikt en wordt voorkomen dat hinder voor het verkeer en de omgeving ontstaat.

Bij gebleken misbruik en/of onveilige situaties worden er maatregelen getroffen door de exploitant; -als het terras voor een langere periode gesloten is worden de terrasschermen opgeslagen; -het terras is verzorgd en ordelijk van karakter en wordt door de exploitant schoongehouden; -kabels en snoeren worden goed bevestigd of liggen vast, bijvoorbeeld met plak-strips vastgeplakt of met matten afgedekt, ter voorkoming van struikelen en/of vallen, letsel en beschadiging; -er wordt geen gebruik gemaakt van de stroompunten van de gemeente voor de elektrische apparatuur op het terras; -exploitatie van het terras geschiedt zodanig dat geen ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat ontstaat -de exploitant draagt er zorg voor dat de op het terras aanwezige bezoekers geen hinder of overlast veroorzaken; -levende of mechanische muziek kan alleen ten gehore worden gebracht wanneer

7. De burgemeester verbindt in het geval een terras onderdeel uitmaakt van de openbare inrichting de volgende voorwaarden aan de exploitatievergunning: -de door de politie, brandweer of de daartoe door het college aangewezen ambtenaren te geven aanwijzingen stipt en onmiddellijk worden opgevolgd; -objecten op het terras blokkeren geen vluchtwegen of bluskranen, waardoor vluchtwegen en bluskranen altijd duidelijk zichtbaar en voor de brandweer bereikbaar zijn; -het gebruik van vuurkorven, haarden, houtkachels, barbecues, fakkels, gelbranders en andere open vuren is niet toegestaan; -als het terras gesloten is kan het terras niet worden gebruikt en wordt voorkomen dat hinder voor het verkeer en de omgeving ontstaat.

Bij gebleken misbruik en/of onveilige situaties worden er maatregelen getroffen door de exploitant; -als het terras voor een langere periode gesloten is worden de terrasschermen opgeslagen; -het terras is verzorgd en ordelijk van karakter en wordt door de exploitant schoongehouden; -kabels en snoeren worden goed bevestigd of liggen vast, bijvoorbeeld met plak-strips vastgeplakt of met matten afgedekt, ter voorkoming van struikelen en/of vallen, letsel en beschadiging; -er wordt geen gebruik gemaakt van de stroompunten van de gemeente voor de elektrische apparatuur op het terras; -exploitatie van het terras geschiedt zodanig dat geen ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat ontstaat -de exploitant draagt er zorg voor dat de op het terras aanwezige bezoekers geen hinder of overlast veroorzaken; -levende of mechanische muziek kan alleen ten gehore worden gebracht wanneer 10

hiervoor een melding is ingediend of een ontheffing of een vergunning is verleend.

hiervoor een melding is ingediend of een ontheffing of een vergunning is verleend.

8. De burgemeester kan in de exploitatievergunning voor een openbare inrichting en voor een daarbij behorend terras een andere sluitingstijd of sluitingstijden vaststellen dan bepaald in artikel 2:29, lid 1 en 3.

8. De burgemeester kan in de exploitatievergunning voor een openbare inrichting en voor een daarbij behorend terras een andere sluitingstijd of sluitingstijden vaststellen dan bepaald in artikel 2:29, lid 1 en 3.

9. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

9. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas als recreatief roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon-

Artikel 2:48a (Vervallen)

11

leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen en verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voor zien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:50a (Vervallen)

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, waarbij het ook zonder de bordjes “verboden voor honden” voor iedereen duidelijk is dat de hond daar niet mag zijn, niet aangelijnd en niet loslopend: b. binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, op de weg of een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; d. op de weg of een openbare plaats als die hond geen halsband om heeft of een ander identificatiemerk heeft waaruit blijkt wie de eigenaar of houder van de hond is.

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, waarbij het ook zonder de bordjes “verboden voor honden” voor iedereen duidelijk is dat de hond daar niet mag zijn, niet aangelijnd en niet loslopend: b. binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, op de weg of een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; d. op de weg of een openbare plaats als die hond geen halsband om heeft of een ander identificatiemerk heeft waaruit blijkt wie de eigenaar of houder van de hond is.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen losloopgebieden.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen losloopgebieden.

12

3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats of weg binnen de bebouwde kom begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden opgeruimd.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats of weg binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 2 bij deze verordening, begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden opgeruimd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitlaatplaatsen (HUP).

3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitlaatplaatsen (HUP).

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken ter voorkoming of beëindiging van overlast.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Afdeling 10a. Carbidschieten

Afdeling 10a. Carbidschieten en gebruik klaphamer, knalhamer of knalijzer.

13

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:73 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. bus: een al dan niet originele melkbus, of een andere bus van staal of ijzer, een container, een opslagvat, een buis of een ander daarmee gelijk te stellen voorwerp: b. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumacetylide) en water of van een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen.

Artikel 2:73 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. bus: een al dan niet originele melkbus, of een andere bus van staal of ijzer, een container, een opslagvat, een buis of een ander daarmee gelijk te stellen voorwerp: b. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumacetylide) en water of van een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen. c. klaphamer, knalhamer of knalijzer: een mechaniek waarmee een harde knal kan worden gemaakt. Het apparaat bestaat uit een zware hamer en een metalen plaat waarop poedervormig magnesium of een mengsel van bijvoorbeeld zwavel en natriumchloraat, kaliumnitraat of kaliumcarbonaat wordt gelegd. Zodra de hamer het poeder raakt komt dit tot ontbranding en veroorzaakt het een knal.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:73b Verbod en algemene vrijstelling 1. Carbidschieten in de open lucht is verboden.

Artikel 2.73b Verbod en algemene vrijstelling 1. Carbidschieten in de open lucht is verboden.

2. Het in het eerste lid gestelde geldt niet indien carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen zonsopgang en zonsondergang buiten de bebouwde kom en buiten natuurgebieden, mits: a. daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste 50 liter; b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen in de omgeving; c. de plaats op het terrein van waaraf wordt geschoten is gelegen: 1. op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing; 2. op een afstand van ten minste 150 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg; 3. op een afstand van ten minste 150 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren; 4. op een afstand van ten minste 300 meter van een natuurgebied; d. er niet wordt geschoten in de richting van de dichtstbijzijnde woonbebouwing;

2. Het in het eerste lid gestelde geldt niet indien carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen zonsopgang en zonsondergang buiten de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening, en buiten natuurgebieden, mits: a. daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste 50 liter; b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen in de omgeving; c. de plaats op het terrein van waaraf wordt geschoten is gelegen: 1. op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing; 2. op een afstand van ten minste 150 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg; 3. op een afstand van ten minste 150 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren; 4. op een afstand van ten minste 300 meter van een natuurgebied; d. er niet wordt geschoten in de richting van de dichtstbijzijnde woonbebouwing;

14

e. het vrijschootsveld ten minste 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen; f. er geen busdeksels of andere gevaarzettende voorwerpen worden weggeschoten; g. het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat daardoor geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt; h. de bussen zodanig stevig in de bodem, in een frame of op andere wijze zijn verankerd, dat terugslag wordt voorkomen; i. de locatie van waaraf wordt geschoten is afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal; j. het carbidschieten plaatsvindt door een persoon van ten minste 16 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen; k. om de veiligheid van het publiek en de eigen veiligheid te waarborgen, toezicht op het carbidschieten wordt gehouden door ten minste één persoon van ten minste 18 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen; l. hiervan ten minste voor 31 december melding is gedaan aan het college met het door het college vastgestelde meldingsformulier.

e. het vrijschootsveld ten minste 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen; f. er geen busdeksels of andere gevaarzettende voorwerpen worden weggeschoten; g. het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat daardoor geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt; h. de bussen zodanig stevig in de bodem, in een frame of op andere wijze zijn verankerd, dat terugslag wordt voorkomen; i. de locatie van waaraf wordt geschoten is afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal; j. het carbidschieten plaatsvindt door een persoon van ten minste 16 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen; k. om de veiligheid van het publiek en de eigen veiligheid te waarborgen, toezicht op het carbidschieten wordt gehouden door ten minste één persoon van ten minste 18 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen; l. hiervan ten minste voor 31 december melding is gedaan aan het college met het door het college vastgestelde meldingsformulier. 3. Het is verboden om in de open lucht gebruik te maken van een klaphamer, knalhamer of knalijzer.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig

Artikel 3:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig 15

of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon of personen; g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon of personen; g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. i.

slecht levensgedrag: gedragingen die naar hun ‘aard en ernst’ de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant en/of de beheerder als verantwoordelijke voor de exploitatie van de seksinrichting/escortbedrijf/sekswinkel een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt waar de seksinrichting/escortbedrijf/sekswinkel is gevestigd. Ook wordt rekening gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ‘ernstig’ kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat de betrokkene de voor hem geldende regels niet naleeft, zodat ook dan de vrees als vorenbedoeld bestaat.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:6 Sluitingstijden 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a. op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00 uur en 06:00 uur;

Artikel 3:6 Sluitingstijden 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a. op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00 uur en 06:00 uur; 16

b. op zaterdag en zondag tussen 02:00 en 06:00 uur. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

b. op zaterdag en zondag tussen 02:00 en 06:00 uur. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan welde aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. de veiligheid van personen of goederen; e. de verkeersvrijheid of -veiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid; g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan welde aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. de veiligheid van personen of goederen; e. de verkeersvrijheid of -veiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid; g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder:

17

a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; b. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; c. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; g. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

a. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; c. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; e. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; f. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; g. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

18

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom, die is aangegeven op bijlage 1 bij deze verordening, op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:11 Vellen houtopstanden

Artikel 4:11 Vellen houtopstanden

Tabel 1: Binnen de bebouwde kom Uitzonderingen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. In enkele gevallen is er wel een melding vereist. Houtopstand op een erf dat kleiner is dan 500 m2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13521769/1