CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Wijzigingen op basis van de model-APV VNG

Gemeenteraad 27 oktober 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van de Algemene plaatselijke verordening1.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Wijzingen op basis van model-APV VNG De wijzigingen van de model-APV VNG in 2018 zijn: a. De artikelen 2:24, 2:25 en 2:25a over evenementen zijn aangepast en aangevuld met een regeling voor vechtsportevenementen en een uitzondering voor theaters. b. Artikel 2:59a over gevaarlijke honden op eigen terrein is nieuw. De toelichting op de wijzigingen zijn: ad a. Voor door de burgemeester aangewezen categorieën van vechtsportevenementen of -gala’s is geregeld dat als deze als klein evenement aangemerkt moeten worden (in de gevallen van een eendaags evenement), de uitzondering op de vergunningplicht zoals neergelegd in artikel 2:25a, derde lid, niet van toepassing is. Er kan dus niet worden volstaan met een melding, maar er dient altijd een vergunning te worden aangevraagd. Als aanvullende voorwaarde is gesteld dat de organisator van een vechtsportevenement of -gala of de aanvrager van de vergunning niet van slecht levensgedrag mag zijn. Het zijn van slecht levensgedrag kan – naast de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:8 – aanleiding zijn de vergunning te weigeren. Ook is geregeld dat theatervoorstellingen evenals bioscoopvoorstellingen niet als een evenement worden aangemerkt. ad b.

Het aanlijn- en/of muilkorfgebod dat de burgemeester kan opleggen voor het laten verblijven of laten lopen van een gevaarlijke hond op een openbare plaats of op het terrein van een ander (artikel 2:59), is niet in alle gevallen voldoende om bijtincidenten te voorkomen. Deze maatregel voorkomt niet dat mensen geconfronteerd worden met bijtincidenten op privéterrein. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan postbezorgers en koeriers, maar ook aan bijtincidenten die plaatsvinden binnen een huishouden. Daarom is het nieuwe artikel 2:59a opgenomen. Hierin is bepaald dat het de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond verboden is die hond zonder muilkorf op zijn terrein los te laten lopen. Het verbod geldt niet als in de bepaling genoemde voorzieningen zijn getroffen waardoor gevaar voor derden in de openbare en vrij toegankelijke privéruimte niet aanwezig is. Deze bepaling is gericht op de veiligheid in de openbare ruimte en voorkomt dat gevaarlijke honden op de openbare weg komen doordat ze van het terrein ontsnappen. De wijzigingen op de model-APV VNG in 2019 zijn: a. Het vermelden van medebewindswetgeving in de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV). b. Het herbenoemen van een aantal hoofdstukken en afdelingen en het in verband hiermee schrappen van een aantal titels. c. Het benoemen van een ‘waterpijpcafé’ als openbare inrichting in artikel 2:27. d.

Het uitdrukkelijker omschrijven van het aanlijn- en muilkorfgebod voor hinderlijke of gevaarlijke honden in artikel 2:59. De toelichting op de wijzigingen zijn: ad a. In de APV is als grondslag van de verordenende bevoegdheid de medebewindswetgeving benoemd. De APV is voor een groot deel gebaseerd op de algemene verordende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 149 van de Gemeentewet). Maar de APV bevat ook een aantal bepalingen waarvoor de verordenende bevoegdheid is gebaseerd op andere wettelijke bepalingen. ad b. De titel van sommige hoofdstukken of afdelingen is gewijzigd, omdat de plaatsing van een artikel in een hoofdstuk of afdeling mede bepaalt hoe het gelezen moet worden (de zogenoemde ‘rubrica est lex’-regel). De systematiek van een APV is van belang voor het antwoord op de vraag op welke gronden de ontheffing of vergunning mag worden geweigerd (ABRvS 24-10-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3487).

In artikel 2:27 is ‘waterpijpcafé’ (ook bekend als ‘shisha-lounge’) toegevoegd in de opsomming van openbare inrichtingen. Gevolg is dat de exploitatie van een waterpijpcafé nu ook altijd aan een vergunning is onderworpen. ad d. In artikel 2:59 (gevaarlijke honden) is in het tweede en derde lid uitdrukkelijker aangegeven dat de eigenaar of houder van de hond zich moet houden aan een opgelegd aanlijn- en muilkorfgebod. Dit is mede gebeurd op aanwijzing van het OM in het kader van de handhaving. Het aanlijngebod houdt in dat de lijn een lengte kan hebben van ten hoogste 1,50 meter. In de feitcodes van het OM staat ‘kort aangelijnd’. Om discussie te voorkomen, is het woord ‘kort’ toegevoegd aan de bepaling. ad c.

De wijzigingen op de model-APV VNG in 2020 zijn: a. In artikel 2:10 over voorwerpen op of aan de weg is aan het begrip ‘weg’ het begrip ‘openbare plaats’ toegevoegd. b. In artikel 2:10, lid 5 is het ‘bevoegd bestuursorgaan’ gewijzigd in ‘college’. c. Artikel 2:26 lid 2 en 3 en artikel 2:50a zijn nieuw. Op verzoek van de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid zijn in de model-APV bepalingen opgenomen die ertoe strekken uiterlijk vertoon van verboden organisaties, zoals Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) in de openbare ruimte te verbieden. d. Aan lid 3 van artikel 2:28 is de mogelijkheid toegevoegd dat de burgemeester een exploitatievergunning kan weigeren als de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. e. Artikel 2:48a over het lachgasverbod is nieuw. f. In artikel 2:65 over Bedelarij zijn de begrippen ‘op of aan de weg’ en ‘een voor het publiek toegankelijk gebouw’ vervangen door het begrip ‘openbare plaats’. g. In artikel 5:32 is aan het eerste lid crossen buiten wedstrijdverband aan de verbodsbepaling toegevoegd. De toelichting op de wijzigingen zijn: ad a. Door de toevoeging van het begrip ‘openbare plaats’ gaat het verbod ook gelden in bijvoorbeeld plantsoenen en parken. ad b.

Deze wijziging is aangebracht omdat in dit specifieke geval alleen aan het college de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels (algemeen verbindende voorschriften) kan worden gedelegeerd. Op basis van de oude tekst kon zowel het college als de burgemeester nadere regels stellen. ad c. Het Openbaar Ministerie heeft bij de civiele rechter verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. De vraag is dan aan de orde wat te doen wanneer een lid van een verboden club het bij die club horende jasje, ook wel ‘colors’ genoemd, in het openbaar blijft dragen. In de fase dat de verbodenverklaring onherroepelijk is geworden, kan een (dreigende) overtreding van de strafbepaling (vrees voor) een verstoring van de openbare orde opleveren. Gelet hierop kan de burgemeester in beginsel gebruik maken van zijn orderechtelijke bevoegdheden. Te denken valt aan de handhaving op clublocaties, bij evenementen en ‘ride outs’, noodbevelen, gebiedsontzeggingen of cameratoezicht. Veel gemeenten hebben al in aanvulling hierop in de APV een bepaling opgenomen dat uiterlijke kenmerken van verboden organisaties niet zijn toegestaan in de openbare ruimte. Het Landelijk Strategisch Overleg integrale aanpak OMG’s juicht deze initiatieven toe, omdat in het geval van een overtreding de politie dan direct kan optreden. ad d. De toevoeging is ontleend aan de gemeentelijke praktijk.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft aan dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. ad e. Lachgas valt sinds juli 2016 onder de Warenwet en is een legaal middel. Lachgas mag daardoor vrij verkocht worden. Daarmee is de beschikbaarheid van lachgas een gegeven. Alhoewel in de bestaande bepalingen in de APV de gemeente hinder en overlast door lachgas kan aanpakken, hebben veel gemeenten toch gevraagd om

een specifieke bepaling. Daarom is in de model-APV een voorbeeldartikel opgenomen. Het eerste lid beperkt zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dit gebruik, die gepaard gaan met de verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet door het college gemotiveerd worden waar het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat) ad f. Het opnemen van het begrip ‘openbare plaats’ maakt dat het verbod ook in bijvoorbeeld plantsoenen en parken geldt. ad g. Het crossverbod beperkte zich tot wedstrijden of de voorbereiding daarvan. Het crossen buiten wedstrijdverband is nu ook aan de verbodsbepaling in het eerste lid toegevoegd.

De wijzigingen op de model-APV VNG in 2021 zijn: De evaluatie van de Drank- en horecawet in 2016 en het in 2018 gesloten Nationaal Preventieakkoord hebben de basis gevormd voor de wijziging van de Drank- en horecawet. De naam van de Drank- en horecawet is gewijzigd in Alcoholwet en treedt per 1 juli 2021 in werking. In onderstaande artikelen is de naam Drank- en horecawet vervangen door Alcoholwet: - artikel 2:24, lid 1 onder d; - artikel 2:28, lid 5; - artikel 2:48, lid 2 onder a en b; - artikel 3:5, lid 2 onder c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10613171/1