Bijlage 1 Stedenbouwkundige uitgangspunten Oversticht maart 2023
Tekst van het document
Stedenbouwkundige uitgangspunten Onderwerp
Zwarteland Haaksbergen
Datum
maart 2023
Opstellers Moniek Otten Aan
1
Gemeente Haaksbergen t.a.v. Sandra Scheggetman, Hariët Zuethoff
Afb.1 Huidige topografische situatie (bron: QGIS 2022)
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Verzoek In de buurt Zwarteland heeft woningcorporatie Domijn het grootste deel van de woningen in bezit. De technische staat van deze woningen zijn slecht en ze voldoen niet meer aan de woonwensen van deze tijd. In overeenstemming met de erfgoedraad is besloten voor sloop en nieuwbouw met behoud van karakter en waardevolle elementen zoals beschreven in de cultuurhistorische waardestelling van Het Oversticht van september 2021. Om de ruimtelijke verkenning voorspoedig tot een definitief stedenbouwkundig plan te leiden is gevraagd om stedenbouwkundige uitgangspunten.
Context Zwarteland is het eerste arbeiderswijkje van Haaksbergen en heeft daarmee een stedenbouwkundige waarde. De tuindorp gedachte waarmee het is ontworpen is nog enigszins herkenbaar. Er zijn cultuurhistorische waarden toe te kennen aan de verschillende tijdlagen van de bebouwing, de variatie van de ontwerpen door bekende Twentse architecten die een gezamenlijke eenheid bezitten, de sobere maar eenvoudige detaillering en het zeldzaam informeel dorpse karakter dat ondanks verschraling aanwezig is. Stedenbouwkundige kenmerken zijn de centrale groene plek (groene wig), kleine volumes, één bouwlaag met kap, verspringende rooilijn, ruimte tussen de gebouwen, groene straatprofielen, groene voortuinen, diepe achtertuinen.
Uitgangspunten In bijlage A zijn de belangrijkste uitgangspunten in concept aangegeven. Hiermee is getracht het kenmerkende karakter van het kleinschalige buurtje te behouden en versterken. Bebouwing In de ‘zone voor nieuwbouw’ kan worden gelezen als conceptuele bebouwingszone. Hierin kunnen de woonblokken in gewenste schakelingen (rijen van 2, 3, 4 en maximaal 5 aaneengesloten woningen) worden opgenomen. Daarbij is verspringing van de voorgevel rooilijn wenselijk. De aangegeven zone is bedoeld als uitgangspunt en kan - als de verkaveling hiermee verbetert - in detail afwijken. Alle woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte. Daar waar deze (overhoeks) grenzen aan een perk/ plantsoen, worden deze ook als voorgevel ontworpen. De voorgevels versterken de werking van de openbare ruimte. De vaste orientatielijnen zijn bedoeld om aan te geven waar de bebouwingzone in hoofdopzet niet kan afwijken.
2
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Deze komt op 3 plekken voor: •
De groene wig: het is belangrijk dat voldoende aaneengesloten voorgevels op de wig worden georiënteerd zodat de ruimtelijke werking van de wig wordt versterkt.
•
Vernauwing van de Beatrixstraat grenzend aan de wig: om de verschillende perken/plantsoenen te isoleren - zodat ze gaan werken als kleinschalige groene ruimte - is het belangrijk deze aaneen te schakelen met een basis straatprofiel wat langer is dan de straatbreedte. Met een straatprofiel (voorkanten woningen tegenover elkaar) van circa 20 meter kan worden gedacht aan een lengte van circa 30 meter.
•
Parallelle bouwblokken aan Zwarteland ter plaatse van de historische ligging van de spoorlijn. Voorkeur is hier wat langere bouwblokken te plaatsen, die ten opzichte van elkaar kunnen verspringen.
De bebouwingshoogte en typologie kan verschillen. Bij de letters die zijn aangegeven in de bebouwingszone kan het volgende worden aangehouden: A en C Rondom de groene wig de karakteristiek van één bouwlaag met (mansarde)kap terugbrengen. Hierbij kunnen op de koppen/hoeken grenzend aan de Zieneschstraat accenten worden aangebracht, hierbij kan ook gedacht worden aan een bijzondere woonvorm. B Door toevoeging van een nieuw groenelement die de bebouwing meer afstand tot de Beatrixstraat geeft is een wat steviger bebouwingshoogte mogelijk tot maximaal twee bouwlagen met kap. Dit kunnen zowel gestapelde woningen als rijen zijn. C Op de kop/hoek van de Beatrixstraat met Zwarteland kan een accent worden aangebracht volgend op de twee bouwlagen met kap. Hierbij kan ook gedacht worden aan een bijzondere woonvorm. D De zone vormt hier een overgang van één bouwlaag met (mansarde)kap naar eventueel maximaal twee bouwlagen met kap. E en F Maximaal twee bouwlagen met kap, waarbij F de lineaire structuur van de historische spoorlijn versterkt - met bijvoorbeeld een langskap parallel aan Zwarteland. Verder kunnen de volgende punten worden aangehouden: •
Oriënteer voorgevels op de openbare ruimte.
•
Vermijd blinde gevels aan de openbare ruimte.
•
Zorg voor voldoende voordeuren aan de openbare ruimte ten behoeve van sociale veiligheid.
•
Vermijd gesloten en ontsierende erfafscheiding aan de openbare ruimte.
•
Zorg voor groene afscherming waar een privé buitenruimte langs de openbare ruimte wordt gesitueerd.
•
Voorzie de openbare ruimte van een verblijfskwaliteit die past bij de functionele doelgroep. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: inpassing van bomen die verkoeling brengen in de zomer, ontmoetingsplekken, zichtlijnen vanuit verblijfsruimten op groen en recreatieve activiteiten, ruimte voor groepsactiviteiten.
3
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Groenstructuur De bestaande perken/plantsoenen worden versterkt en verbeterd en er worden enkele toegevoegd. Deze krijgen een logische heldere vorm die wordt gevormd en versterkt door de aangrenzende bebouwing. Hier kan ook de wateropgaaf worden ingepast. Op de erfgrens met de TKH wordt een gesloten erfsingel met bomen en onderbegroeiing aangebracht ter bescherming van zicht en geluid. Daarnaast voorkomt het de hittestress van de aangrenzende parkeerplaatsen. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk ingepast en nieuwe bomen kunnen worden toegevoegd in de nieuwe perken/plansoenen. Klimaatadaptatie en biodiversiteit •
Zorg voor voldoende compenserende maatregelen.
•
Zorg voor voldoende beschaduwing van het maaiveld (e.g. verharde oppervlakte) en bebouwing om hittestress tegen te gaan.
•
Integreer waterinfiltratie en -retentiemaatregelen in het ontwerp van de openbare ruimte.
•
Pas geen uitlogende en milieu-onvriendelijke materialen toe.
•
Zorg voor passieve (besparing) en actieve (opwekking) energetische duurzaamheidsmaatregelen.
•
Pas bij voorkeur groene erfafscheidingen toe.
•
Pas beplanting toe die de lokale biodiversiteit versterkt en die inspeelt op de klimaatadaptieve maatregelen in het plangebied.
Het Oversticht, 31-03-2023 Moniek Otten adviseur duurzame stedenbouw
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531 8000 AM Zwolle 038 – 421 32 57 www.hetoversticht.nl