BIJ 6 TOE QuickScan Natuurwaardenonderzoek
Tekst van het document
Toetsing Wet natuurbescherming Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen
Opdrachtgever: Familie Hollink Kalkovenweg 8 7481 RX Haaksbergen Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
9456 16-4-2020 M. van Hoek R. Kroeskop M. Leenen Definitief 1
© 2020 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1 1.1 2
Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 Aanleiding ...............................................................................................................................................5 Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 6
2.1
Huidige situatie .......................................................................................................................................6
2.2
Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................9
3
Natuurwetgeving en -beleid...................................................................................................................... 10
3.1
Inleiding ................................................................................................................................................10
3.2
Bescherming van soorten .....................................................................................................................10
3.3
Bescherming van gebieden ...................................................................................................................10
3.4
Bescherming van houtopstanden .........................................................................................................11
3.5
Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................12
4
Methode.................................................................................................................................................... 13
4.1
Inleiding ................................................................................................................................................13
4.2
Bureauonderzoek .................................................................................................................................13
4.3
Terreinbezoek .......................................................................................................................................13
5
Beschermde soorten ................................................................................................................................. 15
5.1
Planten..................................................................................................................................................15
5.2
Zoogdieren ............................................................................................................................................15
5.2.1
Vleermuizen .................................................................................................................................15
5.2.2
Overige zoogdieren ......................................................................................................................18
5.3
Vogels ...................................................................................................................................................19
5.4
Reptielen...............................................................................................................................................21
5.5
Amfibieën .............................................................................................................................................21
5.6
Vissen ....................................................................................................................................................23
5.7
Ongewervelden ....................................................................................................................................24
6 6.1
Conclusie ................................................................................................................................................... 25 Beschermde soorten.............................................................................................................................25
6.1.1
Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt ....................................................................25
6.1.2
Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt ..................................................................25
6.1.3
Algemene zorgplicht ....................................................................................................................25
6.2
Bescherming gebieden .........................................................................................................................26
6.2.1
Niet stikstof-gerelateerde effecten..............................................................................................26
6.2.2
Stikstof-gerelateerde effecten .....................................................................................................26
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 3
6.3
Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................26
6.4
Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................26
6.5
Uitvoerbaarheid van de plannen ..........................................................................................................26
6.6
Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................26
Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 29
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Men is voornemens om aan de Goorsestraat 243 een aantal landschap ontsierende opstallen te slopen. Aanleiding voor de sloop is de beëindiging van de agrarische bedrijfstak op deze locatie en het realiseren van een nieuw woonhuis (compensatiekavel) van 1000 m2. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een Rood-voor-Rood regeling. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 5
2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Aan de Goorsestraat 243 (provinciale weg de N347) ligt een voormalige intensieve veehouderij, het bedrijf ligt in het landbouwontwikkelingsgebied van Haaksbergen (zie afbeelding 1 voor de ligging van het plangebied). Tot enkele jaren geleden werd het zeugenbedrijf Annex aannemersbedrijf uitgeoefend in de vorm van een B.V. De intensieve varkenshouderij is inmiddels op deze locatie beëindigd (Eelerwoude, 2020). De opvolger van het zeugenbedrijf annex aannemersbedrijf gaat verder als eenmanszaak in de bouw- en veehouderijtak. De veehouderijtak betekent enkel het verrichten van werkzaamheden bij andere agrarische bedrijven, daarbij denkend aan inhuur door andere agrariërs. De agrarische activiteiten aan de Goorsestraat worden dan ook gestaakt. Dit geldt niet voor de aannemerstak, deze wordt uitgevoerd vanaf de Goorsestraat 243. Hiervoor is een ruime werkplaats nodig alsmede opslagfaciliteiten. Door de veranderingen in de bedrijfsvoering én met name het staken van de agrarische activiteiten aan de Goorsestraat, komt een groot deel van de schuren leeg te staan. Het gaat om een oppervlak van circa 1400 m 2 welke als het ware vrijkomt door het staken van de intensieve agrarische bedrijfstak.
De opvolger van het bedrijf is voornemens deze schuren te slopen en heeft hiervoor een overeenkomst met de initiatiefnemer, die volgens de Rood-voor-Rood regeling een nieuwe woning wil realiseren aan de Kalkovenweg (Eelerwoude, 2020). Rond het hele erf is groen aanwezig in de vorm van struiken, gazon, sierplantsoen en bomen. Aan de voorkant van het erf (aan de kant van de Goorsestraat) is groen aanwezig met soorten als hortensia, buxus, haagliguster en diverse andere tuinplanten. Aan de bomen aan de voorzijde van het erf hangen diverse nestkasten voor mezen. De aantree van het erf heeft aan de rechterzijde hooggaande kastanjebomen. Aan de zuidkant van het erf is een singel aanwezig en ter hoogte van de perceelsgrens met de buren hangt een steenuilenkast in een els. Watervoerende elementen als poelen of sloten zijn op het erf en binnen het plangebied (schuren) niet aanwezig. De opstallen (oude varkensstallen) zijn in de huidige staat uit gebruik genomen. Het dakbeschot van de schuren bestaat uit golfplaten gemaakt van asbest. De binnenzijde bevat timmerwerk met houten dwarsbalken en latten die het dakbeschot dragen. De muren van de schuren bestaan grotendeels uit enkelsteens muren zonder tussenruimten. Op de plekken waar de varkens hebben gezeten (stallen) zijn diverse tussenruimten in de muren die hebben fungeert voor de afvoer van stank.
De gierputten van de varkensstallen zijn momenteel nog gevuld en er heerst in de opstallen een sterke ammoniakgeur. De schuur aan de zuidkant van het plangebied wordt momenteel vooral gebruikt als opslag van diverse spullen. Deze schuur bestaat aan de binnenzijde uit houten gebintwerk en heeft ook een asbestplaten dak. Aan de voorzijde van deze schuur zijn grote schuifdeuren aanwezig en de zijkanten bestaan uit ijzeren wandplaten. In afbeelding 2 worden enkele foto’s getoond van de varkensstallen en van de opslagschuur.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 6
Afbeelding 1. Ligging plangebied, paarse omlijning geven de te slopen opstallen weer. Boven met topografische kaart (van Aalst, 2020), onder met luchtfoto 2018 (ESRI, 2020).
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 7
Afbeelding 2. Impressie plangebied, situatie op 9 april 2020.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 8
2.2 Voorgenomen ontwikkeling Het resterende bedrijf omvat op locatie aan de Goorsestraat na sloop enkel nog de aannemerstak. Zoals aangegeven in het inrichtingsplan wordt ongeveer 1.400 m 2 aan landschap ontsierende opstallen gesloopt. Het is de bedoeling dat bij Goorsestraat 243 ruim 700 m 2 aan bedrijfsgebouwen behouden blijft. Ongeveer 100 m2 van de resterende bedrijfsgebouwen wordt in de toekomst gebruikt voor privédoeleinden (het gebouw bij de woning), de overige 600 m2 zal worden gebruikt als werkplaats, kantoor, kantine en opslag bouwmaterieel (dus dienstbaar aan de aannemerstak. De gevels (bovenste deel) van de te behouden schuren worden vernieuwd en al het asbest wordt gesaneerd (Eelerwoude, 2020). Het groen op het erf blijft behouden, er worden geen tuinen of groen rondom het plangebied gerooid. Het straatwerk zal ook grotendeels verwijderd worden. Het erf wordt na de sloop van de opstallen landschappelijk ingericht met streekeigen plantgoed. In afbeelding 3 wordt een inrichtingsschets van het erf getoond. Er wordt geen extra verlichting op het erf aangebracht, de lichtsituatie blijft nagenoeg hetzelfde.
Afbeelding 3. Nieuwe situatie (inrichtingsschets) erf aan de Goorsestraat 243. (Eelerwoude, 2020)
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 9
3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.
3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De wet Natuurbescherming in een nationale wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de wet Natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.
3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 10
Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied ligt een Natura 2000-gebied. Op ongeveer 6 km afstand (hemelsbreed) ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen. De aard van de voorgenomen sloopwerkzaamheden maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten De aard van de ontwikkeling is dusdanig klein en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dusdanig groot dat een stikstof-gerelateerd effect op één of meerdere Natura-2000 gebieden onwaarschijnlijk is. Een AERIUS-berekening is echter altijd noodzakelijk om de precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen (AERIUS, 2020). De gegevens die voor deze berekening noodzakelijk zijn, zijn in deze fase van de ontwikkeling nog niet beschikbaar.
Een berekening dient zodra meer bekend is over de ontwikkeling (type materieel, rijbewegingen, draaiuren, etc.) te worden uitgevoerd en maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.
3.4 Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is gelet op de Wet natuurbescherming niet zomaar toegestaan. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.
De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom: • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • het dunnen van een houtopstand;
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 11
•
• • •
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.
De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of er hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden. Gevolgen plangebied Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
3.5 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Provincies hebben hiervoor soms een andere benaming. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNN denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNNtoetsing uit te voeren. Gevolgen plangebied Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het NNN (Het plangebied ligt op ongeveer 2,5 kilometer (hemelsbreed) van begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen sloopwerkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 12
4 Methode 4.1 Inleiding De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.
4.2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie; • De NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is daarnaast geraadpleegd. De NDFF heeft meer dan honderd miljoen gevalideerde waarnemingen door heel Nederland. Deze database bevat beschermde, zeldzame tot zeer zeldzame en algemeen voorkomende plant- en diersoorten in Nederland. Voor dit plangebied is een breder gebied getrokken dan het huidige plangebied en zijn er gevalideerde waarnemingen uit het gebied opgeroepen tot 10 jaar terug. • De landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied. • De flora- en faunadatabase van Eelerwoude is eveneens geraadpleegd. Eelerwoude heeft meerder onderzoeken in de nabije omgeving van Haaksbergen uitgevoerd. De data van deze onderzoeken zijn opgeslagen in deze database.
4.3 Terreinbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag door R. Kroeskop uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het veldbezoek is uitgevoerd op 9 april 2020 bij gunstige weersomstandigheden. Het veldbezoek lag daarnaast in het broedseizoen van vogels. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 13
Kader – Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:
-
op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of
-
op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of
-
als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 14
5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.
5.1 Planten Voorkomen en functie Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook uit de NDFF-gegevens van de afgelopen 10 jaar zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantsoorten. Wel komen er binnen het plangebied een aantal algemeen voorkomende plantsoorten als straatgras, klaverzuring, gewone paardenbloem en Engels raaigras. Daarnaast is een deskundigenbeoordeling van de potentiële aanwezigheid van beschermde planten in het plangebied uitgevoerd op basis van een biotoopanalyse. Gelet op de aanwezige terreintypen, het beheer en de agrarische functie van het plangebied is het niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied beschermde plantensoorten voorkomen. Veel van de beschermde soorten komen nagenoeg uitsluitend voor in natuurgebieden. Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, enkel algemeen voorkomende plantensoorten. Het biotoop is daarnaast ook niet geschikt voor beschermde plantsoorten en kunnen om die reden worden uitgesloten, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk.
5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het dagbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, franjestaart laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen (zie kader Vleermuisverblijfplaatsen). Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats; • zomerverblijfplaats; • paar- en/of baltsverblijfplaats; • winterverblijfplaats.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 15
Kader - Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Rosse vleermuis is voornamelijk boombewonend en gewone grootoorvleermuis, franjestaart en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.
Gebouwen Op het erf zijn diverse gebouwen aanwezig. Hierna wordt per gebouw omschreven welke functie deze hebben in relatie tot vleermuizen. Gemakshalve zijn de schuren in afbeelding 4 genummerd en hierna per nummer apart beschreven.
Afbeelding 4. Te slopen opstallen, nummers 1 tot 3.
Schuur nummer 1 Schuur nummer 1 is een schuur voor opslag van divers spullen met aan de voorzijde grote schuifdeuren. Deze schuur is gezien de bouw en constructie ongeschikt voor vleermuizen om in te verblijven. Het dakbeschot van deze schuur bestaat uit enkelplaats asbest zonder gunstige tussenruimten voor vleermuizen om achter te kunnen verblijven. Tocht en andere weersomstandigheden hebben in deze schuur vrij spel. Vanwege enkele openingen aan de zijkanten van het gebouw(tocht) en beperkte bufferende capaciteit lijkt de schuur ongeschikt als verblijfplaats, omdat er voor vleermuizen een ongunstig microklimaat heerst. De buitenmuren van de schuur zijn laag met groene golfplaten zonder spouwruimten. Ook hier kunnen gebouwbewonende vleermuizen niet achter verblijven. Tijdens het veldbezoek is grondig met een zaklamp gezocht naar sporen (uitwerpselen) die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen, deze zijn niet aangetroffen.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 16
Schuur nummers 2 en 3 Deze schuren zijn de uit bedrijf genomen varkensschuren. Deze schuren hebben beide een asbestdakbeschot en zijn met enkele deuren naar binnen toe te bereiken. Er heerst een zeer sterke ammoniakgeur, vanuit expert judgement en op basis van ervaringen mijden vleermuizen plekken met luchtverontreiniging door toedoen van ammoniak, verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden om die reden in deze schuren niet verwacht. De varkensschuren hebben wel muren met open luchtruimen. Deze ruimten in de muren werden gebruikt voor de stankafvoer van de varkensstallen. Deze muren zijn in de huidige situatie niet geschikt voor vleermuizen, omdat deze ruimten in verbinding staan met de buitenlucht: tocht en weersinvloeden hebben hier ook vrij spel, waardoor deze ongeschikt zijn voor vleermuizen om in te kunnen verblijven. Zoals eerder beschreven houden vleermuizen van omgeving waar een constant, gunstig microklimaat heerst. Tijdens het veldbezoek is grondig met een zaklamp gezocht naar sporen (uitwerpselen) die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen, deze zijn in beide varkensschuren niet aangetroffen. Bomen Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Op het erf (buiten het sloopwerkgebied van de opstallen) staan enkele witte paardenkastanjes welke geschikt zijn voor vleermuizen om in te verblijven.
Deze blijven voor, tijdens en na de ontwikkeling van het erf gehandhaafd. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is redelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Ook de omgeving is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, ondermeer door de aanwezigheid van diverse landschappelijke elementen, zoals de houtsingel aan de zuidkant van het plangebied. Vleermuizen gebruiken lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen, zoals houtsingels, welke als vliegroute kan dienen. Deze zijn rondom het plangebied aanwezig. Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dienen te allen tijde gegarandeerd te blijven (zie ook kader - Foerageergebieden en vliegroutes). Met betrekking tot het foerageergebied en de vliegroutes van de vleermuizen zal de ontwikkelingen op het erf geen negatief effect hebben op de functionaliteit van het gebied. Alle groene elementen rondom het plangebied blijven gehandhaafd. Daarnaast is het plangebied voor vleermuizen ook na de ontwikkeling nog steeds beschikbaar.
Om negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen te voorkomen is men verplicht de sloopwerkzaamheden uiteraard overdag uit te voeren, buiten de kwetsbare activiteiten (nacht) van foeragerende vleermuizen. Bouwverlichting dient in de nachtelijke uren uitgeschakeld te zijn. Door het ontbreken van geschikte ruimten in dak en muur van de opstallen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen niet noodzakelijk.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 17
Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.
5.2.2 Overige zoogdieren Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Op basis van het aanwezige biotoop, sporen, literatuurgegevens en expertise kunnen diverse algemene muizen het plangebied gebruiken om te foerageren. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als (onderdeel van hun) leef- en foerageergebied. Daarnaast maken een aantal van het plangebied gebruik als migratieroute. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Provincie Overijssel heeft de vrijstelling van de ontheffingsplicht voor kleine marterachtige wezel, hermelijn en bunzing ingetrokken. Daarom is het plangebied beoordeeld en gecontroleerd op geschiktheid voor kleine marters. Hermelijn heeft als voorkeurshabitat gevarieerde natte terreinen met oppervlaktewater. De wezel en bunzing hebben als leefgebied met name drogere en kleinschalige agrarische habitats met gevarieerde bossen. Hierbij hebben kleine marterachtigen meerdere jachtgebieden nodig in de directe omgeving van hun verblijfplaats. Waar wezel en bunzing ook in buitenwijken en groene delen van dorpen en steden voorkomen, komt hermelijn maar incidenteel voor aan de randen van de bebouwde kom. Hierbij geldt wel dat kleine marterachtigen drukke omgevingen met aanwezigheid van drukke wegen, paden, recreanten en bedrijvigheid mijden.
De plangebieden liggen in het agrarisch gebied, waar dagelijks nog in beperkte mate bedrijvigheid aanwezig is. Potentiële verblijfplaatsen als dichte houtstapels of takkenhopen zijn op het erf niet aangetroffen. De groenstructuren aan de zuidkant van het plangebied zijn mogelijk wel geschikt voor kleine marters. Deze groenstructuren worden mogelijk door kleine marters gebruikt om te foerageren tussen de verschillende jachtgebieden in de omgeving. Verblijfplaatsen van kleine marterachtigen of sporen hiervan zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen en worden op basis van het biotoop (veelal stenige omgeving met weinig groen en schuilmogelijkheden) ook niet verwacht. Vanuit recente verspreidingsgegevens (NDFF) zijn er geen waarnemingen bekend van kleine marters binnen en in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, 2020). Provincie Overijssel heeft per 1 december 2019 ook de vrijstelling van de ontheffingsplicht voor egel ingetrokken. Egel is een zeer algemeen voorkomende soort in Overijssel, de soort komt veel voor in dorpskernen en randen van de stedelijke omgeving. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden voor deze soort. Het plangebied is voor de egel ongeschikt om te foerageren en als leefgebied, er is rondom de opstallen geen groen aanwezig en bestaat veelal uit harde oppervlakten met bestrating.
Egel heeft niet de kans om bladnesten te maken of zich in de grond te kunnen ingraven. Daarnaast vormt de N347 een behoorlijke barrière voor egels. Op deze N-wegen zijn veel verkeersslachtoffers van egel bekend.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 18
Een andere beschermde soort die in de omgeving voorkomt is steenmarter (NDFF, 2020). Steenmarter komt tegenwoordig wel op elk erf voor. Er zijn geen (prooi)sporen of latrines binnen en rondom de te slopen opstallen aangetroffen. Ook zijn verblijfplaatsen, of aanwijzingen hiervan niet gevonden. Het erf maakt mogelijk onderdeel uit van het leefgebied van steenmarter, maar betreft hier geen essentieel leefgebied voor deze soort. Daarnaast vormt de drukke provinciale weg N347 net als voor egels een behoorlijke barrière voor steenmarter. Vaste rust of verblijfplaatsen van steenmarter worden daarmee niet verwacht en worden uitgesloten. Het plangebied blijft na de ontwikkelingen van het erf nog steeds voor de soort beschikbaar. Andere beschermde soorten worden niet binnen het plangebied verwacht, zoals eekhoorn en das. Verblijfplaatsen ontbreken van deze soorten, er is geen geschikt leefgebied voorhanden voor deze soorten. De NDFF-gegevens laten in de directe omgeving van het plangebied ook geen waarnemingen van deze soorten zien (NDFF, 2020). Gezien de ligging van de plangebieden (erven) worden deze soorten niet verwacht door het ontbreken van voldoende dekking en voedsel voor deze soorten.
Mogelijk dat das sporadisch het plangebied kan betreden om te kunnen foerageren, maar dit betreft echter geen essentieel leefgebied gezien de ligging in een groene omgeving en omringende percelen. Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”. Ook na de ontwikkeling blijven de plangebieden nog steeds voor deze soorten voorhanden. Daarnaast zijn voor deze beschermde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Voor bovenstaande soorten, de soorten met een bescherming als, bunzing, hermelijn, wezel, egel en steenmarter geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn ter plaatse van de erfontwikkelingen niet aangetroffen en worden niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soorten. De houtsingel en al het overige erfgroen blijft behouden. Ook na de erfontwikkeling blijft het plangebied voor grondgebonden zoogdieren nog steeds voorhanden, waardoor er geen negatieve effecten worden verwacht.
Een negatief effect op beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.
5.3 Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid wordt gemaakt tussen vogels met jaarrond beschermde nesten, vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving en overige (broed)vogels. Onder de vogels met jaarrond beschermde nesten vallen onder andere soorten die hun nesten ook buiten het broedseizoen gebruiken, soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn en soorten die steeds van hetzelfde nest gebruik maken en niet of nauwelijks zelf een nest kunnen bouwen. Onder de vogels met jaarrond beschermde leefomgeving vallen soorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 19
die zij het jaar daarvoor hebben gebruikt of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogelsoorten, of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruikmaken zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Er zijn enkel zingende huismussen waargenomen in het woonhuis aan de voorzijde van het erf. De voorjaarsperiode is een geschikte periode om zingende huismussen te waarnemen. In alle opstallen is gezocht naar braakballen van jaarrondsoorten steenuil en kerkuil. Deze zijn niet aangetroffen in de te slopen opstallen. De eigenaar van het erf gaf aan dat de buurman een kerkuil en steenuil territorium heeft. Aan de zuidkant van het plangebied, ter hoogte van de houtsingel is een steenuilkast aanwezig. Deze kast is enkele jaren door steenuil in gebruik. Steenuil en kerkuil kunnen gebruik maken van het plangebied om te jagen. Mogelijk dat naast steenuil en kerkuil enkele andere soorten met jaarrond beschermde nesten het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied, zoals buizerd of torenvalk. Vaste rust en verblijfplaatsen van jaarrondsoorten zijn niet aangetroffen.
Jaarrond beschermde functionele leefomgeving In deze situatie zijn enkele vogelsoorten aangetroffen dan wel te verwachten waarvan de functionele leefomgeving jaarrond beschermd is. Het gaat om soorten als zwarte roodstaart, boomkruiper, koolmees etc. Genoemde soort zwarte roodstaart kan de opstallen gebruiken om te foerageren, van deze soort is bekend dat ze ook in nissen van gebouwen kunnen broeden. Koolmees en boomkruiper zijn holenbroeders die in kasten en holten van bomen broeden. Overige (broed)vogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van bossen, struwelen, tuinen en parken. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken van het plangebied; houtduif, merel, roodborst en winterkoning. Binnen het plangebied zijn verschillende nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels. Effecten en ontheffing Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Huismus, steenuil en kerkuil vallen onder deze bescherming. Nestplaatsen van huismus zijn in de te slopen opstallen niet aangetroffen en bevinden zich in de woning aan de voorzijde van het erf.
Deze woning blijft met de voorgenomen ontwikkeling onaangetast, waardoor er geen sprake is van een negatief effect op huismus. Voor steenuil en kerkuil geldt dat deze vaste rust en verblijfplaats zich bevinden in de door de buurman geplaatste nestplaatsen en uilenkast. Mogelijk dat deze twee jaarrondsoorten het plangebied enkel gebruiken om te jagen, hetgeen geen essentieel leefgebied betreft. Ook na de erfontwikkeling blijft het plangebied voor steenuil en kerkuil behouden, waardoor negatieve effecten op kerkuil en steenuil kunnen worden uitgesloten. Jaarrond beschermde functionele leefomgeving Gelet op de beperkte omvang van de projectlocatie en het beperkte aanbod aan geschikt leefgebied voor deze soorten, gaat het om slechts enkele broedparen van genoemde algemeen voorkomende soorten. Met het slopen van de opstallen zal slechts een klein deel van het leefgebied van zwarte roodstaart verloren gaan, hetgeen geen essentieel leefgebied betreft. Er zijn in de omgeving daarnaast voldoende alternatieve nestmogelijkheden en leefgebied aanwezig (gebouwen van de buren en erven in weide omgeving). Nestkasten
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 20
en bomen blijven met de ontwikkelingen gehandhaafd. Genoemde soorten zijn bovendien goed in staat alternatieve nestplaatsen te vinden, daarnaast zal het plangebied ook na de ontwikkelingen nog steeds voor genoemde soorten beschikbaar zijn. Compenserende maatregelen of het aanvragen van een ontheffing is om deze redenen dan ook niet aan de orde. Overige (broed)vogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijdt met deze verbodsbepaling. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen1. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort.
Conclusie: bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels.
5.4 Reptielen Voorkomen en functie Beschermde reptielen, zoals ringslang, gladde slang, levendbarende hagedis en hazelworm, zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens (NDFF) bekend van reptielen in en rondom het plangebied. Effecten en ontheffing Op basis van de afwezigheid van geschikt biotoop kunnen beschermde reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk.
5.5 Amfibieën Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Een aantal soorten zoals bruine kikker of gewone pad kunnen het plangebied gebruiken als landbiotoop. In het plangebied zelf zijn geen waterelementen of geschikt landbiotoop in vorm van kruidenrijk grasland aanwezig. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde soorten amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals kamsalamander of rugstreeppad, worden niet verwacht in het plangebied vanwege ongeschikt habitat voor deze soorten. Zo ontbreken waterelementen
1 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang
is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 21
in het plangebied, daarnaast is geschikt landbiotoop in de vorm van kruidenrijk grasland afwezig. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde amfibieën rondom het plangebied.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 22
Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep (de herinrichting van het terrein) zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Na de ontwikkelingen blijft het plangebied voor de vrijgestelde amfibieën nog steeds beschikbaar. Daarnaast zijn voor deze beschermde soorten bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, kunnen op basis van de aanwezige biotoop worden uitgesloten, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor amfibieën niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet noodzakelijk.
5.6 Vissen Voorkomen en functie Binnen het plangebied zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig. Derhalve ontbreekt geschikt leefgebied voor vissen en zijn deze dan ook niet aanwezig. Effecten en ontheffing Beschermde vissen zijn niet in het plangebied aanwezig. Er worden dan ook geen effecten op beschermde vissen verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vissen is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde vissen niet noodzakelijk.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 23
5.7 Ongewervelden Voorkomen en functie Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoorn niet verwacht. Dit door het ontbreken van geschikt habitat dat onder andere bestaat uit heideterreinen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en rondom het plangebied (NDFF, 2020). In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse waarnemingen bekend van kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder (zie afbeelding 5). Beide dagvlindersoorten zijn beschermd en opgenomen in de Wet natuurbescherming. Kleine ijsvogelvlinder komt voor in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. De waardplant van kleine ijsvogelvlinder (waar de soort de eitjes op af zet) is kamperfoelie (De Vlinderstichting, 2020). De grote weerschijnvlinder komt ook voor in gevarieerde terreinen met de aanwezigheid van vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. Geschikt biotoop voor de soort is met name aanwezig rond de Buurser Beek, ten zuiden van het plangebied. Belangrijke waardplanten voor grote weerschijnvlinder zijn boswilg en soms grauwe wilg (De Vlinderstichting, 2020).
Afbeelding 5. Kleine ijsvogelvlinder links, grote weerschijnvlinder rechts. Foto: Bert Haamberg
Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde ongewervelden aanwezig. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor ongewervelden niet aan de orde. In het plangebied ontbreekt geschikt (voortplanting)biotoop voor grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder. De waardplanten van beide soorten zijn afwezig, met uitzondering van de houtsingel aan de zuidkant van het erf. Negatieve effecten op leefgebied van grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder worden niet verwacht. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 24
6 Conclusie 6.1 Beschermde soorten 6.1.1 Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.
6.1.2 Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Vleermuizen Men dient de sloopwerkzaamheden uitsluitend overdag uit te voeren, buiten de nachtelijke activiteit van vleermuizen. Bouwverlichting dient daarnaast in de nachtelijke uren te worden uitgeschakeld. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren.
6.1.3 Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.
2
In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 25
6.2 Bescherming gebieden 6.2.1 Niet stikstof-gerelateerde effecten In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming voor niet stikstofgerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
6.2.2 Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is echter altijd noodzakelijk om de precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen (AERIUS, 2020). De gegevens die voor deze berekening noodzakelijk zijn, zijn in deze fase van de ontwikkeling nog niet beschikbaar. Een berekening dient zodra meer bekend is over de ontwikkeling (type materieel, rijbewegingen, draaiuren, etc.) te worden uitgevoerd en maakt geen onderdeel uit van deze natuurtoets.
6.3 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
6.4 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied en omliggende gebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake. Tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
6.5 Uitvoerbaarheid van de plannen Mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar.
6.6 Geldigheid rapportage Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen | Eelerwoude | 26
Sloop agrarische opstallen Goorsestraat 243, Haaksbergen
Literatuurlijst -
De Vlinderstichting. (2020, maart 30). Grote weerschijnvlinder. Opgehaald van De Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder
-
De Vlinderstichting. (2020, maart 30). Kleine ijsvogelvlinder. Opgehaald van De Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/kleine-ijsvogelvlinder
-
Eelerwoude. (2020). Rood-voor-Rood regeling Kalkovenweg. Goor: Eelerwoude.
-
Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3.
-
van Aalst, J. (2020, maart 24). Imeris. Opgehaald van www.imeris.nl
Foto’s: Bert Haamberg, Eelerwoude.
Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 3. 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.
3 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de
bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern
Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b.v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen.