CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr Ariënsstraat 9 e Toelichting

Gemeenteraad 28 februari 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan “Haaksbergen Dorp partiële herziening Dr Arienstraat 9 en ong.”14.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd

Januari ‘24

Definitief

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd”

Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:

Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd NL.IMRO.0158.BP1211-0002 Bestemmingsplan Vastgesteld Januari 2024

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................................................ 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ......................................................... 9

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

BODEM.................................................................................................................................................... 23 GELUID .................................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 25 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 27 GEUR ...................................................................................................................................................... 30 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 33

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 36 6.1 6.2

VIGEREND BELEID ...................................................................................................................................... 36 WATERPARAGRAAF................................................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 39 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 39 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 39 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 42 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 43 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 43 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 43 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 43

BIJLAGEN

............................................................................................... 44

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................................................ 45 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 46

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Op de locatie Doctor Ariënsstraat 9 (hierna: plangebied) in het centrum van Haaksbergen is een woning aanwezig. Initiatiefnemer wenst de bestaande woning te vervangen voor nieuwbouw. Tevens wenst de initiatiefnemer een tweede woning op het perceel te realiseren. Het voornemen ziet daarmee toe op de realisatie van twee nieuwe woningen. Het plangebied is kadastraal bekend: gemeente Haaksbergen, sectie K, nummers: 1843, 1844 en 1845. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen” van de gemeente Haaksbergen, dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Dr. Ariënsstraat in het centrum van Haaksbergen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Haaksbergen en de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0158.BP1211-0002) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

1.4

Planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen”. Dit bestemmingsplan is op 3 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen. Het plangebied ligt tevens binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan evenementen Haaksbergen” en “Paraplubestemmingsplan terrassen Haaksbergen”. Deze plannen zijn respectievelijk op 29 maart 2019 en 27 oktober 2021 vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen” opgenomen, waarin het plangebied indicatief met rode lijn is weergegeven. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen ter plaatse van het plangebied.

Afbeelding 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met bijzondere woonvoorzieningen, gastouderopvang, inwoning en/of mantelzorg, ambachtelijke dienstverlening, met de daarbij behorende tuinen, gebouwen, bouwwerken en voorzieningen. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken gebouwd worden. Daarnaast is door middel van maatvoeringsaanduidingen de maximale goot- en bouwhoogte voor woningen vastgelegd. ‘Tuin’ De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, erven met de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. ‘Waarde – Archeologie – Historische Kern’

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief De voor 'Waarde - Archeologie - historische kern' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk groter dan 50 m² en met een diepte van 50 cm of meer, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. ‘Waarde – Archeologie – Hoge Verwachtingswaarde’ De voor 'Waarde - Archeologie - Hoge Verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk groter dan 2.500 m² en met een diepte van 40 cm of meer, de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 1.4.3

Strijdigheid

Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen”. Binnen de bestemming ‘Wonen’ moeten hoofdgebouwen binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Ter plaatse van het plangebied is één bouwvlak aanwezig. Het voornemen ziet toe op de realisatie van een nieuwe woning iets verder vanaf de weg gesitueerd, het bouwvlak dient te worden verlegd. Daarnaast is het realiseren van een tweede hoofdgebouw in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, de inspraak en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED

Het plangebied ligt aan de Dr. Ariënsstraat 9 in het centrum van Haaksbergen. Het perceel ligt in de bocht van deze straat en is daarmee duidelijk zichtbaar vanaf de Spoorstraat. In de huidige situatie is op het perceel een woning aanwezig. De huidige woning ligt niet in de bebouwingslijn van omliggende woningen maar is verder naar de weg gesitueerd. De zuidzijde van het plangebied bevat bomen en bossages die de begrenzing vormen met de doodlopende straat van zuidelijke gelegen woongebied het Meuke. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrenst door een bedrijfsbestemming. Omliggend aan het plangebied zijn daarnaast voornamelijk woon- en centrumfuncties aanwezig. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode lijn weergegeven.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

Het voornemen ziet toe op de realisatie van twee nieuwe woningen op de locatie Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd. Initiatiefnemer wenst de bestaande woning te vervangen voor nieuwbouw. Tevens wenst de initiatiefnemer een tweede woning op het naastgelegen perceel te realiseren. De woningen worden in de beoogde situatie gesitueerd in de boogstraal van de straat. Dat betekent dat de nieuwe woning, welke de huidige woning vervangt, naar achteren wordt gesitueerd en daarmee in lijn ligt met de omliggende bebouwing en afstand tot de weg. Ook de tweede woning wordt op deze wijze gesitueerd. Aan de voorzijde van de woningen worden de gronden bestemd met een tuinbestemming. In afbeelding 3.1 is de nieuwe situatie weergegeven.

Afbeelding 3.1: Gewenste woningen aan de Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd (Bron: L&O Architecten)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. 3.2.2

Uitgangspunten

Qua functie, stedelijkheidsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •

Functie: 'Koop, huis, vrijstaand'; Stedelijkheidsgraad: 'weinig stedelijk' (CBS Statline); Stedelijke zone: ‘centrum’.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief Het voornemen ziet toe op het planologisch toevoegen van één woning. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt daarom uitgegaan van één woning. 3.2.3

Parkeren

Op basis van de genoemde uitgangspunten ontstaat de volgende parkeerbehoefte: Functie

Parkeerplaatsen per woning

Aantal woningen

Totaal aantal parkeerplaatsen

Koop, huis, vrijstaand

1,8

2

3,6

Totaal

Afgerond 4 parkeerplaatsen

Gelet op vorenstaande is er sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 4 parkeerplaatsen. Het parkeren ten behoeve van de nieuwe woningen vindt plaats op het eigen erf. Op beide percelen is ruimte voor twee parkeerplaatsen. Hiermee wordt aan de parkeerbehoefte voldaan. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.4

Verkeer

Op basis van de genoemde uitgangspunten ontstaat er het volgende beeld voor wat betreft de verkeersgeneratie. Opgemerkt dat uitsluitend in wordt gegaan op de toe te voegen woningen. Immers zorgt dit voor een toename van de verkeersgeneratie. Functie

Verkeersgeneratie per woning

Aantal woningen

Totale verkeersgeneratie

Koop, huis, vrijstaand

7,9

1

7,9

Totaal

Afgerond 8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal

Gelet op het vorenstaande is er sprake van een toename van de verkeersgeneratie van afgerond 8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gezien de minimale toename van de verkeersbewegingen en de voldoende capaciteit van omliggende wegen kunnen de voorgenoemde verkeersbewegingen eenvoudig en veilig afgewikkeld worden. 3.2.5

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing aan de Lader voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat voor het realiseren van woningen geldt, dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden beoordeeld als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Hieronder worden deze uitspraken weergegeven: • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Onderhavig voornemen ziet toe op het toevoegen van één woning. Er is hiermee op basis van de hierboven weergegeven jurisprudentie geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • •

•

4.2.2

Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1.

Of - generieke beleidskeuzes

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief 2. 3.

Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe - gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. 4.2.3.1 Of – Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.

In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe – Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘Of – generieke beleidskeuzes’ zijn de artikelen 2.1.5 lid 1 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.2.2 lid 1 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.5 lid 1: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform geldende gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend plan word de bestaande woning gesloopt en worden twee nieuwe woningen gebouwd. Door de sloop van een verouderde woning in het centrum van Haaksbergen en de realisatie van twee nieuwe woningen wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd. De nieuwe woningen sluiten aan bij de bestaande bebouwingslijn van de straat. Verder sluit de te realiseren woningen qua maat en schaal goed aan op de bestaande bebouwing. Gelet hierop wordt voldaan aan artikel 2.1.5 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 lid 1: Realisatie nieuwe woningen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief 1.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.

De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: 

Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven.

Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markten vastgoedanalyses en andere relevante gegevens.

Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.

Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt.

Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals uit artikel 2.2.2 lid 1 blijkt mogen bestemmingsplannen/wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan in aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voorliggend plan voorziet in het planologisch toevoegen van één woning in Haaksbergen. Deze woning is bedoeld voor de lokale behoefte. In paragraaf 4.3 wordt getoetst aan het relevante gemeentelijke beleid, waaronder het gemeentelijke woonbeleid. Er wordt hierin onder andere aangetoond dat er een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte is naar de beoogde woning. Geconcludeerd wordt dat wordt voldaan aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang.

In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de ‘Ontwikkelingsperspectieven’ Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval wordt de bestaande woning gesloopt en worden er twee nieuwe woningen gerealiseerd.

Met voorliggende ontwikkeling wordt binnen bestaand stedelijk gebied voorzien in de woningbehoefte in de kern Denekamp. Gesteld wordt dat het project goed aansluit op de ambities binnen het perspectief en aansluit op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven, vanwege de binnenstedelijke ligging van het plangebied en het feit dat de natuurlijke waarden niet meer voorkomen. Daarnaast wordt de 'Laag van de beleving' buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief 1.

De ‘Stedelijke laag’

In de ‘Stedelijke laag’ ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is gelegen de gebiedstypen ‘Informele trage netwerk’ en ‘Bebouwingsschil 1900-1955’. In afbeelding 4.3 is het plangebied (rode contour) weergegeven.

Afbeelding 4.3: Uitsnede Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Informele trage netwerk’ Het informele trage netwerk is het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (bv. bedrijventerreinen, woonwijken), dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut. ‘Bebouwingsschil 1900-1955’ De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken.

Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. Als herstructurering etc. plaats vindt in de tuindorpen en fabriekswijken, dan voegt de vernieuwde/nieuwe bebouwing zich in de structuur van de bebouwde massa en groenstructuur, gericht op behoud van eenheid en eenduidigheid, met oog voor details. Verder wordt gestuurd op hergebruik/reanimatie van cultureel erfgoed. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van twee nieuwe woningen in de gebiedstypen ‘Informele trage netwerk’ en ‘Bebouwingsschil 1900-1955’. Met de te realiseren woningen wordt rekening gehouden met de omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De bouwkenmerken worden afgestemd op de omgeving zodat deze qua maat, schaal en ritme niet afwijken van de omliggende bebouwing. De ter plekke geldende gebiedskenmerken van de ‘Stedelijke laag’ verzetten zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste Dorp van Twente

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.

In voorliggend geval zijn met name de ambities 4 ‘Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur’ en 5 ‘Benutten van (de toeristische potentie van) de samenhang tussen dorp en landschap’. Op deze ambities zal onderstaand nader worden ingegaan. 4.3.1.2 Uitwerking ambities Ambitie 4: Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur De gemeente wenst de eigenheid van Haaksbergen te versterken. De identiteit van een dorp als Haaksbergen wordt ontleend door de historische dorpsstructuur en de kwaliteit van de openbare ruimte in relatie met het omliggende cultuurlandschap. De gemeente zet zich in op de verbetering van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief . Ambitie 5: Benutten van - de toeristische potentie van - de samenhang tussen dorp en landschap Het toerisme in Haaksbergen is voornamelijk gericht op het buitengebied. Veel mensen laten de dorpskern links liggen. De gemeente Haaksbergen wenst het centrum aantrekkelijker te maken en wenst dat het aantal bezoekers naar de dorpskern zal toenemen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie 2030 Haaksbergen Het plangebied bevindt zich in een bestaand woongebied tegen het kernwinkelgebied aan. Het voornemen voorziet in een zorgvuldige inpassing van de nieuwe woningen met het aanleggen van een tuin aan de wegkant. Door deze toevoeging wordt de beleving van de wegstructuur van de Dr. Ariënsstraat versterkt. Ten aanzien van de bebouwingskenmerken wordt aangesloten bij de omliggende woningen. Het toevoegen van vrijstaande woningen met groen versterken tevens het dorpse karakter. Door onderhavig voornemen wordt het centrum van gemeente Haaksbergen levendiger en aantrekkelijker gemaakt. Geconcludeerd wordt dat de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ geen belemmering vormt voor het voorgenomen initiatief. 4.3.2

Woonvisie ‘Goed wonen in Haaksbergen’

4.3.2.1 Algemeen De gemeente Haaksbergen heeft ter voorbereiding op de nieuwe woonvisie een woonbehoefteonderzoek onder haar bevolking laten uitvoeren. Met het onderzoek is een helder beeld ontstaan omtrent de actuele behoefte aan woningen in algemeenheid (aantallen) als woningtypen. Op basis van het onderzoek is de Woonvisie “Goed wonen in Haaksbergen” opgesteld, waarin de uitgangspunten, ambities en voornemens voor de komende 5 jaar zijn verwoord. De visie is op 5 juli 2023 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen. Met deze visie wil de raad meer grip op de woningmarkt. Aan de hand van een verschillende thema’s wil de gemeenteraad inzetten op: • • • • • • •

versnellen van woningbouwproductie; realiseren van betaalbare woningen en gemêleerde woonwijken; doorstroming op de woningmarkt, door de juiste woning op de juiste plek; de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig te maken; waarborgen van vitaliteit en leefbaarheid in de kernen en het buitengebied; bouwen aan een inclusieve samenleving; verduurzaming van de bestaande woningvoorraad

De woonvisie wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Hierin staan de concrete acties voor de komende jaren benoemd. 4.3.2.2 Kwantitatieve behoefte De ambitie van de gemeente is groter dan de lange termijnbehoefte op basis van de Primos prognose (2020) en het plus scenario. Dit komt mede voort uit de grote landelijke ambitie (in de Nationale woon- en bouwagenda is een lange termijndoel van 900.000 woningen tot 2030 opgenomen) en de afspraken die de provincie Overijssel vervolgens heeft gemaakt met het Rijk en de regiogemeenten in het kader van de Woondeal Twente. In de Woondeal Twente, welke op 21 december door partijen is ondertekend, is afgesproken dat elke regionale gemeente, dus ook de gemeente Haaksbergen, een bijdrage levert aan de regionale woningbouwopgave van 14.100 woningen. Het aantal woningen per regiogemeente wordt “fair share” verdeeld. Hierbij is wel de kanttekening gemaakt dat de bijdrage moet passen bij de lokale opgave en het karakter van de gemeente. Het plus-scenario is gericht op het invullen van de extra (boven-) regionale ambitie: bovenop de basisbehoefte (basis-scenario) om een bijdrage te leveren aan het terugdringen van het woningtekort in de provincie. In het BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief plus-scenario is er in de periode 2020 tot 2030 behoefte aan 385 tot 445 woningen. Tot 2030 wordt een additionele behoefte voor 20 tot 60 grondgebonden koopwoningen verwacht (in totaal circa 500 woningen). Dit kan verklaard worden door het relatief grotere aandeel jonge stellen en gezinnen in het plus-scenario. Ook in het plus-scenario is in de gemeente Haaksbergen vooral behoefte aan appartementen en levensloopbestendige woningen, met name door de toename van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder. 4.3.2.3 Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve opgaven doen zich in toenemende mate voor in het segment appartementen en nultredenwoningen. Dit door de eerder genoemde vergrijzing en de kleiner wordende huishoudens. Het grootste deel van de woningvoorraad staat er op dit moment al. Nieuwbouw betreft maar een beperkt deel van de totale opgave op de woningmarkt. De grondgebonden woningen voor gezinnen zijn niet altijd geschikt (te maken) voor de toenemende groep oudere en/kleine huishoudens. Complementair toevoegen aan de voorraad gaat daarom steeds vaker om toevoegen van die woningtypen waar in de bestaande voorraad nog weinig aanbod is. De woningbouwplannen worden daarom adaptief geprogrammeerd.

Door adaptief te programmeren is het mogelijk flexibel te blijven, mee te bewegen met ontwikkelingen en in te spelen op kansen. Als de woningverdeling zoals afgesproken in de Woondeal Twente wordt toegepast op de bouw van circa 500 woningen voor de komende 10 jaar, dan komen de tot de volgende (indicatieve) programmering:

4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie ‘Goed wonen in Haaksbergen’ Uit het onderzoek blijkt dat tot 2023 een inbreidingsbehoefte in de bandbreedte 385 tot 445 woningen bestaat (kwantitatief) en dat er behoefte is aan grondgebonden koopwoningen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van 1 grondgebonden koopwoning. Dit aantal past binnen de geraamde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd wordt dat het plan aansluit bij de gemeentelijke woonvisie. 4.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Het initiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het relevante gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In het kader van de milieukundige uitvoerbaarheid worden in dit hoofdstuk de volgende thema’s behandeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Bodem

5.1.1

Algemeen

Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.1.2

Situatie plangebied

Ter plaatse van het plangebied is door Sigma een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten opgenomen. Onderzoeksresultaten zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bijzonderheden waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte aan cadmium, kwik, lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Gesteld wordt dat de huidige bodemkwaliteit voldoende is voor het beoogde gebruik. 5.1.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief

5.2

Geluid

5.2.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.2.2

Situatie plangebied

5.2.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken 350 m

600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Het voornemen ziet toe op de realisatie van twee nieuwe woningen op de locatie Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Lanskinkstraat (50 km/uur) en mogelijk de Werfheegde. Ten aanzien van de nieuwe woningen is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is bijgevoegd in bijlage 2 bij deze toelichting. Onderstaand wordt op de belangrijkste onderzoeksresultaten ingegaan. Onderzoeksresultaten De geluidsbelasting als gevolg van de Lansinkstraat bedraagt inclusief 5 dB reductie hoogstens 43 dB. De geluidsbelasting als gevolg van de Werfheegde bedraagt inclusief 5 dB reductie hoogstens 36 dB, Met deze waarden wordt voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Hiermee kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.2.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in de nabijheid van het plangebied geen (actieve) spoorlijn is gelegen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief 5.2.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Daarom is het aspect industrielawaai buiten beschouwing gelaten. In paragraaf 5.5 wordt ingegaan op (individuele) milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functies binnen het niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Bestemmingsplan “Centrum Haaksbergen, partiele herziening Dr. Ariënsstraat 9 en ongenummerd” Definitief 5.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13773177/1