Besluit startvoorstel bedrijfswijziging Broekdijk 16
Tekst van het document
Advies/besluit
college
Datum vergadering: 14 april 2026 Portefeuille(houder): Ruimte en Mobiliteit; wethouder J.H. (Jan-Herman) Scholten Programma/Paragraaf: 8 Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Onderwerp: Startvoorstel bedrijfswijziging Broekdijk 16 Samenvatting besluit Wij zijn in principe voornemens onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de bedrijfswijziging en herontwikkeling van het perceel aan de Broekdijk 16 te Haaksbergen. Initiatiefnemer, deelnemer aan de beëindigingsregeling voor veeboeren (LBV-plus regeling) is voornemens een vijftal initiatieven te realiseren. Gelet op de beoogde ontwikkeling dient het perceel planologisch te worden omgezet. Met een wijziging van het Omgevingsplan (STOP – TPOD) wordt de ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt.
Besluit: 1. In principe medewerking te verlenen aan het verzoek van de initiatiefnemer op het perceel aan de Broekdijk 16 tot: - het wijzigen van een deel van de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar de functie ‘Wonen’; - het behouden van een deel van de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met vastleggen bouwmogelijkheden; - het toekennen van de planologische functieaanduiding ‘recreatiewoningen’ en ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’; - het verwijderen van de planologische aanduiding ‘intensieve veehouderij’; - het verwijderen van de planologische aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 1’; - het realiseren van een 2-onder-1 of 3-onder-1 en een 4-onder-1 kap woningen gekoppeld aan het beleid ‘Betaalbare woningen gemeente Haaksbergen’. Hierbij wordt de betaalbaarheid gekoppeld aan de landelijke vastgestelde betaalbaarheidsnorm; - het realiseren van zes recreatieobjecten met een gemiddeld vloeroppervlak van 55 m2; - het inzetten van de niet gerealiseerde bedrijfswoning ten behoeve van de beoogde bedrijfsvoering. Hierbij wordt de bestaande bedrijfswoning naar reguliere woning omgezet; - het meenemen van de sloopvoucher (5.983,49 m2) met zaaknummer D2026-00005031 in voorgenomen ontwikkeling. 2.
Aan de medewerking het volgende voorbehoud verbinden; - uit milieutechnische onderzoeken dient te blijken dat er tegen deze ontwikkeling geen onvermijdelijke bezwaren bestaan; - uit ruimtelijke overwegingen dient te blijken dat er tegen deze ontwikkeling geen onoverkoombare bezwaren bestaan; - het Omgevingsplan gemeente Haaksbergen wordt gewijzigd middels een STOP-TPOD procedure, waarin de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt; - het plan wordt ingepast conform een nog te beoordelen landschappelijk inpassingsplan; - er wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken worden gemaakt over de wijziging van het Omgevingsplan, inspanningsverplichting en verantwoordelijkheden omtrent nadeelcompensatie en investeringskosten alsmede de overdracht van de contractpositie; - het participatietraject conform de beleidsnota participatie is doorlopen. 3. De agendacommissie verzoeken het startvoorstel te agenderen voor de commissie Ruimte voor het geven van wensen en bedenkingen. Pagina 1 van 8
Aldus besloten Paraaf gemeentesecretaris:
M. (Marcel) Broekhuis
Indien afwijkend besloten: Besluit: Argumenten:
Pagina 2 van 8
Inleiding / aanleiding N+L Landschapsontwerpers heeft een principeverzoek ingediend bij de gemeente Haaksbergen namens de initiatiefnemers van locatie Broekdijk 16. Initiatiefnemers zijn deelnemer aan de beëindigingsregeling veeboeren (LBV-plus regeling). Dit betekent dat deelnemer stopt met het houden van varkens en/of koeien, vergunningen moeten worden ingetrokken en de schuren, waarin de dieren werden gehouden, gesloopt moeten worden. Het perceel aan de Broekdijk 16 betreft een gemengd bedrijf bestaande uit een varkenstak (circa 750 zeugen en 1000 vleesvarkens) en een melkveetak (50 melkkoeien). Het gaat om een intensief bedrijf nabij het Natura 2000 gebied Haaksbergerveen. Door de decennia heen is op dit erf flink geïntensiveerd. Dit heeft geresulteerd in een grote toename aan bebouwing. Gelet op deelname aan de LBV regeling dient het erf te worden herontwikkeld. Hierbij vormt de sloopvoucher en de niet ingezette vergunning met betrekking tot een bedrijfswoning de basis. Planologische situatie De gronden waar de beoogde ontwikkeling op ziet, zijn voorzien van de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Hierbij is het bouwvlak gelijk aan de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Tevens is de bouwaanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 1’ en de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ van toepassing.
Tot slot is de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied’ en de dubbelfunctie ‘Waarde – hoge archeologische waarde’ aanwezig. In afbeelding 1 is een uitsnede van de betreffende gronden weergegeven. De zwarte omkadering geeft de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ weer.
Afbeelding 1: planologische situatie plangebied (uitsnede Omgevingsplan gemeente Haaksbergen)
Op basiss van de functie(s) met gebiedsaanduiding is ter plaatse de uitoefening van een agrarisch bedrijf toegestaan. Ter plaatse van de bouwaanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 1’ is een sterlocatie toegestaan.
Pagina 3 van 8
Verder is de functie ‘Waarde - Hoge archeologische waarde’ van toepassing. Hierbij geldt dat voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0.4 m een verbod geldt. Onderzoek biedt mogelijkheden hiervan af te wijken. Initiatiefnemer heeft het ‘Verzoek beoordeling vooroverlegplan’, met een eerste aanzet van het inrichtingsplan ingediend. Bij het inrichtingsplan is gestreefd naar een één erven principe. Op basis van het Omgevingsplan Haaksbergen is het niet mogelijk reguliere woningen op gronden met een agrarische functie te realiseren. Tevens dient gelet op de bedrijfswijziging het plangebied conform voornemen planologisch te worden geborgd. Hierbij worden aanduidingen op het plangebied toegevoegd, dan wel verwijderd. Er dient daarom een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Het betreft hierbij een wijziging van het Omgevingsplan (STOP-TPOD).
Bestuurlijk / wettelijk kader Rijk Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) Omgevingswet (artikel 2.4) Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (artikel 5 lid 1 sub g) Provincie Overijssel Omgevingsvisie Overijssel Omgevingsverordening Overijssel Gemeente Haaksbergen Beleidskader betaalbare woningen gemeente Haaksbergen Tijdelijk Omgevingsplan, onderdeel ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ vastgesteld op 2 juli 2013 Tijdelijk Omgevingsplan, onderdeel ‘Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening’ vastgesteld op 1 november 2017 Regionale spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Zuidwest-Twente Omgevingsvisie Haaksbergen Woonvisie Haaksbergen Argumenten 1.1 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een positieve bijdrage aan Natura 2000 herstel. Het perceel Broekdijk 16 ligt in de nabijheid van de Natura 2000 gebieden Buurserzand en Haaksbergerveen. De huidige bedrijfsvoering ziet op een intensieve veehouderij, waardoor de bedrijfsvoering impact heeft op de nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Bij deelname aan de LBV-regeling zijn bepaalde voorwaarden van toepassing. Eén van de voorwaarden is een significante stikstofreductie van 85%. Gelet op de beëindiging van een LBV-sterlocatie vindt er een ruime verbetering plaats voor wat betreft stikstofuitstoot.
Deze wordt uitgewerkt in een stikstofberekening, om aan te tonen dat het initiatief aan de 85% reductie voldoet. Om te voldoen aan de LBV-regeling moet de intensieve tak worden beëindigd en wordt het perceel zodanig ingepast dat niet langer een veehouderij kan worden gevestigd. Daarom wordt tevens de planologische aanduiding ‘intensieve veehouderij’; en ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering 1’ verwijderd. Indien uitvoering wordt gegeven aan de beëindiging van de intensieve veehouderij, wordt voldaan aan de stikstofreductie en als het perceel planologisch wordt ingepast, kunnen wij concluderen dat er sprake is van vermindering van de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000 gebieden en de ontwikkeling voorziet in een positieve bijdrage aan Natura 2000 herstel. 1.2
De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en de rood-voor-rood regeling, die onderdeel is van de Regionale spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Zuidwest-Twente en de Woonvisie. Het perceel aan de Broekdijk 16 ligt in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen. Het initiatief gaat uit van een bedrijfswijziging, omzetten bedrijfswoning naar reguliere woning, toevoeging reguliere woningen en recreatiewoningen. Hierbij wordt, met nadere uitwerking, een passende toekomstbestendige functie binnen het plangebied gevonden. Pagina 4 van 8
De bestaande bedrijfswoning wordt naar een reguliere woning omgezet. Hiervoor zijn geen sloopmeters benodigd. Initiatiefnemer beschikt over een vergunning voor een nieuwe bedrijfswoning. Deze vergunning, destijds een tweede bedrijfswoning, was aan de zuidzijde gesitueerd, maar nooit gerealiseerd. Aangezien de bedrijfsvoering naar de noordzijde van het perceel wordt verplaatst, is het passend dat de woning bij de bedrijfsvoering wordt gesitueerd. Dit voor een passend erf. De vergunning van destijds heeft enkel betrekking op de bouw van een woning, omdat voor bijgebouwen een aparte aanvraag benodigd is. Er dient nog een nadere uitwerking plaats te vinden van de beoogde invulling en situering van de woning. Op het perceel wordt 6.133,49 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Dit als voorwaarde voor deelname LBV-regeling en de daarbij gewenste bedrijfswijziging. De voormalige agrarische bebouwing wordt hierbij nagenoeg in zijn geheel verwijderd, met uitzondering van de te behouden schuur voor de gebruiksgerichte paardenhouderij. Gelet op de bedrijfswijziging vinden er sloopwerkzaamheden plaats. Hierbij komen sloopmeters vrij. Op grond van het beleid ‘Regionale spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Zuidwest-Twente’ (hierna: Regionale spelregels) zijn voor deze ontwikkeling voorwaarden van toepassing.
Voor de sloop van de landschapsontsierende bebouwing is een sloopvoucher van 5.983,49 m² door ons verstrekt. Deze meters dienen als uitgangspunt te worden gehouden voor onderstaande ontwikkelingen. Reguliere woningen Initiatiefnemer is voornemens om, in lijn met de voormalige bebouwing, meerdere woningen in twee verschillende objecten te realiseren. De woningen worden verdeeld over twee objecten, waarmee een blok ontstaat van 2 of 3 wooneenheden en een blok van 4 wooneenheden. In de basis kunnen, op grond van de Regionale spelregels, voor een inbreng van 3.000 m2 twee woningen van 1000 m3 worden gebouwd. Omdat initiatiefnemer voornemens is in totaal 6 of 7 woningen te realiseren in twee verschillende objecten, wordt maatwerk toegepast. Met toepassing van maatwerk worden er twee woonobjecten met daarin in totaal 6 of 7 wooneenheden gerealiseerd. De (compensatie)wooneenheden zijn hierdoor niet gekoppeld aan de vierkante meters in vloeroppervlakte (m2), maar aan de inhoudsmaat (m3). Initiatiefnemer is voornemens de sloopmeters als volgt in te zetten: - het eerste woonobject, waarbinnen 2 of 3 wooneenheden worden gerealiseerd, heeft een inhoud van 1000 m3. Hiervoor worden 1500 m2 aan sloopmeters ingezet; - het tweede woonobject, waarbinnen 4 wooneenheden worden gerealiseerd, heeft een inhoud van 1200 m3. Hiervoor worden 1900 m2 aan sloopmeters ingezet.
Hiervoor zijn 400 m2 sloopmeters extra benodigd, aangezien het object boven een inhoudsmaat van 1000 m3 komt; om verdere verstening tegen te gaan is gekozen voor een gezamenlijke schuur, voor beide woonobjecten. Hierdoor wordt één schuur gerealiseerd, waarbij de totale omvang van bebouwing ten behoeve van de schuur onder de bewoners wordt verdeeld. De schuur heeft in de basis een oppervlakte van 200 m2, deze meters zijn onderdeel van de woonobjecten. Om aan de behoefte te voldoen van de bewoners is er voor gekozen de schuur te vergroten tot 325 m2. Hierdoor moeten aanvullende sloopmeters worden ingezet, met een sloopverhouding van 1:2. Dit betekent dat 250 m2 extra aan sloopmeters moet worden ingezet voor de vergroting van de schuur. Bovenstaande houdt in dat voor de woonobjecten inclusief vergroting van de schuur 3.650 m2 aan sloopmeters benodigd zijn. De overige sloopmeters worden ingezet voor de realisatie van de recreatieobjecten en de bedrijfsvoering(en). Door maatwerk te leveren en toe te staan dat meerdere wooneenheden in één object worden gerealiseerd, geven wij initiatiefnemer de mogelijkheid meerdere betaalbare woningen in de markt te zetten. Hiermee kunnen wij ruimte bieden aan bijvoorbeeld starters en houden wij ons buitengebied leefbaar en vitaal.
Voor de ontwikkeling van deze wooneenheden moet voor een deel van het perceel de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ worden gewijzigd naar de functie ‘Wonen’. Recreatieobjecten, bedrijfsvoering en verkooppunt van streekproducten Om in de toekomst een verdienmodel te hebben, is initiatiefnemer voornemens, naast de realisatie van de woonobjecten, kleinschalige verblijfsrecreatie te realiseren in de vorm van zes recreatieobjecten. Pagina 5 van 8
Voor de bebouwing ten behoeve van een recreatieobject geldt een verhouding van 1:2. De gemiddelde oppervlakte van een recreatieobject is 55 m2. Initiatiefnemer is voornemens zes recreatieobjecten te bouwen, waardoor 660 m2 aan sloopmeters benodigd zijn (totaaloppervlakte is 330 m2 aan recreatieve bebouwing). Met de toevoeging van de woon- en recreatieobjecten blijft 1673 m2 aan sloopmeters over.1500 m2 hiervan wordt ingezet voor de beoogde bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering is drieledig. Enerzijds de verkoop van streekproducten, anderzijds de beoogde agrarische bedrijfsvoering, onderverdeeld in een akkerbouwbedrijf en een gebruiksgerichte paardenhouderij. De meest noordelijke schuur op het perceel blijft behouden en wordt gebruik voor de gebruiksgerichte paardenhouderij. Daarnaast wordt een nieuwe schuur gebouwd, die dient als werktuigenberging, werkplaats, ruimte voor de paardenhouderij (boxen, verzorgingsruimten en douche) en de opslag van voer. De wens betreft een object waarbinnen 20 paardenboxen kunnen worden gerealiseerd. 10 voor de vaste verhuur en 10 voor recreatieve doeleinden. Bij een positief principebesluit dient het bedrijfsplan nader te worden uitgewerkt. Dit hoofdzakelijk vanwege het gewenste oppervlak. De bestaande schuur wordt verruimd met een oppervlakte van 500 m2. De nieuwe schuur heeft een oppervlakte van 1.000 m2.
Aangezien bij nieuwe agrarische bebouwing een sloopverhouding van 1:1 van toepassing is, zijn voor de beoogde ontwikkeling 1.500 m2 aan sloopmeters benodigd. In totaliteit is sprake van een totale bedrijfsoppervlakte van 2.500 m2 aan bedrijfsbebouwing. Initiatiefnemer wenst een verkooppunt voor streekproducten te realiseren. Het gaat om een object, dat op basis van bovenstaande meters over blijft. De exacte omvang is nog onduidelijk. Echter, de overgebleven voucher laat een object van maximaal 87 m2 toe. Hierbij geldt een verhouding van 1:2. Om bovenstaande ontwikkelingen te realiseren moet een deel van het perceel de functie ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ behouden, waarbij de bouwmogelijkheden worden vastgelegd. Daarnaast moeten de planologische functieaanduidingen ‘recreatiewoningen’ en ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’ worden toegekend. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt circa 6.133 m2 aan landschapsontsierende bebouwing verwijderd en vindt er per saldo een afname aan verharding plaats. Tevens wordt de locatie landschappelijk ingepast. Een landschappelijk inpassingsplan wordt nog aangeleverd.
Door medewerking te verlenen aan de bovenstaande ontwikkelingen, kan initiatiefnemer voldoen aan de LBV-regeling, voorzien we in reductie van de stikstofdepositie op het omliggende Natura 2000 gebied, vindt per saldo een afname aan verharding plaats en maken we een economische drager in het buitengebied van Haaksbergen mogelijk. In onderstaande figuur is een eerste opzet van de gehele ontwikkeling weergegeven.
Figuur 2: Beoogde invulling (bron: N+L Landschapsontwerpers)
Pagina 6 van 8
Zonnepanelen Op het huidige erf zijn circa 1.580 zonnepanelen aanwezig. Zonnepanelen dienen op bebouwing te worden gerealiseerd. Gelet op de sloopactiviteiten vindt er een afname aan bebouwing plaats. Hierbij is de schatting dat circa 1.110 panelen binnen het plangebied blijven (op de bebouwing). Wat er met de resterende zonnepanelen gebeurt, moet nog nader worden uitgewerkt. 1.3
Vanuit ruimtelijk oogpunt worden geen bezwaren verwacht tegen de realisatie van reguliere woningen aan de Broekdijk 16. Invulling plangebied In voorliggende situatie wordt er een bedrijfswijziging gerealiseerd, waarbij de bestaande bedrijfswoning naar reguliere woning wordt omgezet. Nabij de bestaande bedrijfswoning wordt een nieuw wooncluster gerealiseerd met de beoogde rood-voor-roodwoningen. Het gaat hierbij om de toevoeging van nieuwe gevoelige functies. Aan de zuidzijde van het perceel worden maximaal zeven woningen gerealiseerd. Aangezien een gevoelige functie wordt toegevoegd, dient een spuitzone rondom de gevoelige functie te worden gelegd. Dit dient nader uitgewerkt te worden in een overeenkomst met omliggende grondeigenaren. Op een passende afstand van de woonobjecten wordt een verkooppunt voor streekproducten gerealiseerd. Ten noorden van het verkooppunt voor streekproducten komen zes recreatieobjecten. Hierbij wordt een passende afstand beoogd tussen de woon- en recreatieobjecten in verband met het aspect geluid. Tot slot zijn recreatieobjecten aan de noordzijde beoogd. Dit zodat er een verbinding is met de bedrijfsvoering. Hierbij ontstaat een mooie clustering van bedrijfsvoering met de beoogde invulling van de recreatieobjecten. Dit dient nader te worden uitgewerkt. Omgeving plangebied In de omgeving van het plangebied zijn gronden van derden aanwezig.
Verder zijn in de omgeving van het plangebied enkele agrarische bedrijven aanwezig. Het gaat hierbij om de adressen Broekdijk 14 en Broekdijk 18. Ten tijde van het sluiten van de anterieure overeenkomst zal een spuitzoneringovereenkomst moeten zijn afgesloten. Dit aangezien in de omgeving gronden van derden aanwezig zijn, waarbij een contour van 50 meter rondom de woon- en recreatiefunctie wordt aangehouden. 1.4
Met het uitvoeren van een milieutechnisch onderzoek moet worden aangetoond, dat de voorgenomen ontwikkeling geen consequenties heeft voor of ondervindt van milieukundige aspecten. Uit milieutechnisch onderzoek moet blijken dat er geen bezwaren zijn tegen het planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling. Bij de aanvraag om het omgevingsplan te wijzigen, dienen alle benodigde milieuonderzoeken te worden aangeleverd. Deze moeten aantonen dat de beoogde ontwikkeling milieutechnisch aanvaardbaar is. In voorliggende situatie speelt milieuzonering een belangrijke rol. Dit vanwege de beoogde invulling van het plangebied dan wel de ontwikkelmogelijkheden. Bij een positief principebesluit dienen er enkele milieukundige onderzoeken te worden uitgevoerd. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de Omgevingsdienst Twente. 1.5
Uit het vooroverleg met de provincie Overijssel moet blijken dat voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale belang. Door de voorsamenwerking kan de provincie tijdig duidelijk maken op welke wijze volgens haar rekening moet worden gehouden met het provinciale belang. Het overleg tussen de gemeente en de provincie vindt plaats via een vooroverleg. De provincie staat op voorhand positief tegenover de gedachte van een gemengd erf. Echter, wel met de opmerking dat het ook ruimtelijke en milieukundige verantwoord moet zijn. 2.1
Door het sluiten van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers zijn de afspraken vastgelegd. Pagina 7 van 8
Op grond van artikel 13.13 van de Omgevingswet kan de gemeente met de initiatiefnemers een overeenkomst aangaan over het kostenverhaal. Door het sluiten van een anterieure overeenkomst worden de initiatiefnemers verantwoordelijk voor alle financiële kaders omtrent nadeelcompensatie en de daadwerkelijke investeringskosten van de beoogde ontwikkeling. 3.1 De agendacommissie bepaalt welke voorstellen in de commissie Ruimte behandeld worden. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sindsdien is er geen sprake meer van partiële herzieningen, maar van aanpassingen van het Omgevingsplan. Voor deze ontwikkeling is een STOP-TPOD procedure nodig. Hiermee wordt het Omgevingsplan aangepast. Dit is een bevoegdheid van de gemeenteraad, net als bij de toenmalige herzieningen van bestemmingsplannen. De reden dat voor een wijziging van het Omgevingsplan (STOP-TPOD) is gekozen, is vanwege het wijzigen van de onderliggende functie, door het uitsluiten van de intensieve veehouderij en het toewijzen van passende gebruiks- en bouwmogelijkheden. Hierdoor worden de bestaande functiemogelijkheden uitgesloten en worden de gronden naar de beoogde situatie gewijzigd. Conform deze werkwijze wordt ons besluit aan de Commissie Ruimte aangeboden. Deze wordt op deze manier vroegtijdig betrokken bij en blijft op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in de gemeente.
Het is voor ons, maar zeker ook voor de initiatiefnemers, goed te weten of de commissie Ruimte zich kan vinden in de ruimtelijke kaders van het voorgenomen besluit. Risico’s Er zijn geen risico’s voor de gemeente Haaksbergen. Het kostenverhaal is verzekerd door middel van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 13.13 van de Omgevingswet. Vervolgproces en uitvoeringsaspecten Na besluitvorming wordt een brief opgesteld. In de brief wordt aangegeven welke stukken er dienen te worden opgesteld/aangeleverd en hoe de STOP-TPOD procedure kan worden opgestart. Participatie dient verder te worden uitgewerkt, evenals het aspect spuitzonering. Ten tijde van de vergadering van de Commissie Ruimte dient een participatieverslag te zijn bijgevoegd. Bij een positief besluit dient een landschappelijk inpassingsplan te worden uitgewerkt en dienen de benodigde milieuonderzoeken te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt een anterieure overkomst tussen de initiatiefnemers en de gemeente Haaksbergen gesloten.
Bijlagen: Bijlage 1 N+L Principeverzoek_V2_Broekdijk16_16-03-2026 Bijlage 2 Sloopvoucher Broekdijk 16 Bijlage 3 Bedrijfsplan Bijlage 4 Verslag participatie
Pagina 8 van 8