Besluit eerste wijziging van de Legesverordening 2024
Tekst van het document
Besluit
college
Datum vergadering: 23 april 2024 Portefeuille(houder): Financiën, Economie en Energie; wethouder mr. J.H. Niemans Programma/Paragraaf: Paragraaf Lokale heffingen Onderwerp: Eerste wijziging van de Legesverordening 2024 Samenvatting besluit Met dit besluit stellen we de raad voor de Legesverordening 2024 te wijzigen. We stellen voor het tarief voor de basisvoltrekking van een huwelijk of partnerschapsregistratie en het tarief voor de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) aan de tarieventabel toe te voegen. De kleine bopa wordt gedefinieerd in de bijlage bij de legesverordening. We hebben geconstateerd dat het tarief bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (of uitwerkingsplicht) niet overeenkomt met de leges die in de Legesverordening 2023 voor vergelijkbare ontwikkelingen golden.
Besluit: 1. de raad voor te stellen de Eerste wijziging van de Legesverordening 2024 vast te stellen waarin: a. het tarief voor de basisvoltrekking van een huwelijk of partnerschapsregistratie wordt toegevoegd; b. het tarief voor een omgevingsvergunning voor een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt toegevoegd; c. het tarief voor toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in de Legesverordening 2024 wordt aangepast aan het tarief dat in de Legesverordening 2023 gold voor vergelijkbare ontwikkelingen; d. het tarief voor de toetsing aan redelijke eisen van welstand van toepassing wordt verklaard op zowel de binnenplanse omgevingsplanactiviteit als de buitenplanse omgevingsplanactiveit.
Openbaar / Niet-openbaar: Maak een keuze Openbaar Embargo tot: Kies Datum Vul hier de argumenten voor embargo in Personele zaak, niet actief openbaar Vul hier de argumenten voor personele zaak, niet actief openbaar in Niet openbaar/ geheim Vul hier de argumenten voor niet openbaar/ geheim in (Gemeentewet in samenhang met Wet open overheid)
Pagina 1 van 6
Aldus besloten Paraaf gemeentesecretaris:
Indien afwijkend besloten:
Besluit en argumenten
Pagina 2 van 6
Inleiding / aanleiding Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in werking getreden. Ter voorbereiding hierop is op 20 december 2023 de Legesverordening 2024 Haaksbergen (9.11o) door de gemeenteraad vastgesteld. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging hebben we geconstateerd dat er een aantal onvolkomenheden in de Legesverordening 2024 zitten. Wij stellen de raad hierbij voor de Legesverordening 2024 op een aantal punten te wijzigen. De voorgestelde aanpassingen worden hieronder toegelicht. Kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor), beter bekend als de kruimellijst, komen te vervallen. Deze lijst maakte het onder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) mogelijk dat wij in specifieke gevallen een omgevingsvergunning konden verlenen voor bepaalde kleinere afwijkingen van het bestemmingsplan. De afwijkingen werden altijd getoetst aan een goede ruimtelijke ordening en voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Deze vergunning werd verleend volgens de reguliere procedure van 8 weken. Het ging bijvoorbeeld om schuttingen, bijbehorende bouwwerken, dakkapellen, dakterrassen en balkons. Een aanvrager hoefde voor deze kleine afwijkingen dus niet de uitgebreide vergunningprocedure van 6 maanden te doorlopen.
Onder de Omgevingswet is de reguliere proceduretijd van 8 weken van toepassing voor alle buitenplanse afwijkingen. Om die reden heeft het Rijk besloten de kruimellijst te laten vervallen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om (onderdelen van) de kruimellijst op te nemen als afwijkingsmogelijkheden in het definitieve omgevingsplan. De gemeente Haaksbergen heeft echter nog geen definitief omgevingsplan. De regels uit de kruimellijst zijn daarom (nog) niet opgenomen als afwijkingsregels in het omgevingsplan. Het gevolg hiervan is dat een voormalig “kruimelgeval” alleen toegestaan kan worden door een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen of door de gemeenteraad het omgevingsplan te laten wijzigen. De leges die in rekening gebracht worden voor “kruimelgevallen” (relatief kleine afwijkingen) zijn daarmee hetzelfde als voor grote afwijkingen (€ 6.247,00 of € 12.527,40). Onder de Wro was dit niet het geval. Wijzigingsbevoegdheid Naast de aanpassing voor kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten stellen wij ook voor de onderdelen over toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (of uitwerkingsplicht) bij een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit aan te passen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet waren wij bevoegd om delen van een bestemmingsplan te wijzigen of uit te werken als de gemeenteraad dit aan ons gedelegeerd had.
In dat geval stond er een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet bestaat de collegebevoegdheid voor het aanpassen van bestemmingsplannen niet meer. De oude bestemmingsplannen zijn echter onderdeel geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daardoor staan er nog steeds wijzigingsbevoegdheden in het geldende omgevingsplan. Door regels in het omgevingsplan die gemeenten van het Rijk hebben gekregen (de zogenoemde bruidsschat), moeten wij deze nu bij de vergunningaanvraag voor een bouwactiviteit betrekken. Daarvoor geldt de reguliere vergunningprocedure van 8 weken. In de Legesverordening 2024 is opgenomen dat er € 309,80 in rekening wordt gebracht voor een dergelijke vergunning. Onder de Wro werd voor vergelijkbare ontwikkelingen € 8.157,00 in rekening gebracht. Het tarief van € 8.157,00 was bepaald op basis van de kosten en werkzaamheden die de gemeente maakt voor het begeleiden van een dergelijke procedure. Het bedrag van € 309,80 komt daar niet mee overeen. Welstand In de Legesverordening 2024 staan tarieven opgenomen voor de regels over toetsing aan de redelijke eisen van welstand bij aanvragen voor bouwactiviteiten. De locatie van deze tarieven in de tarieventabel heeft tot gevolg dat deze leges alleen in rekening gebracht kunnen worden bij binnenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Dat is onwenselijk, gezien een welstandstoets ook bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten uitgevoerd wordt.
Pagina 3 van 6
Basisvoltrekking van een huwelijk of partnerschapsregistratie Op 19 maart jl. hebben wij de Regeling Burgerlijke Stand Haaksbergen ter inzage gelegd. Met deze regeling wordt de basisvoltrekking van een huwelijk of partnerschapsregistratie geregeld. Bestuurlijk / wettelijk kader Rijk Gemeentewet Omgevingswet Algemene wet bestuursrecht Gemeente Legesverordening 2024 Haaksbergen (9.11o) Regeling Burgerlijke Stand Haaksbergen Argumenten 1.1 Met een basisvoltrekking voor een huwelijk of partnerschapsregistratie willen we leges heffen om de minimale kosten van de basisvoltrekking te dekken. Met de Regeling Burgerlijke Stand Haaksbergen wordt de basisvoltrekking van een huwelijk of partnerschapsregistratie geregeld. De basisvoltrekking bestaat uit een ceremonie zoals gedefinieerd in voornoemde regeling met een legestarief van €160. Dit tarief wordt opgenomen in artikel 1.1.2.6. 1.2
Niet alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn met elkaar te vergelijken qua omvang en te leveren uren. De kosten die bijvoorbeeld gemaakt worden bij het in behandeling nemen van een aanvraag om drie woningen in strijd met de omgevingsplanregels op te richten, zijn hoger dan de kosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een schutting in strijd met de omgevingsplanregels te plaatsen. Toch geldt hiervoor hetzelfde legestarief. Wij vinden het niet rechtvaardig voor deze activiteiten met een relatief kleine impact dezelfde kosten in rekening te brengen als voor activiteiten met een grote ruimtelijke impact. Daarom stellen wij voor dit in de Legesverordening 2024 aan te passen. De voorgestelde aanpassing betreft een onderscheid in ‘grote’ en ‘kleine’ buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Er wordt een bijlage toegevoegd waarin staat wat onder de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit valt. Dit is gebaseerd op de oude kruimellijst. Niet alle activiteiten van de kruimellijst zijn overgenomen. Een aantal onderdelen (zoals o.a. de permanente bewoning van recreatiewoningen en het verlenen van een tijdelijke vergunning voor een periode van 10 jaar) zijn niet opgenomen. Voor de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wordt in de tarieventabel in artikel 2.6 onder g en artikel 2.51 onder a een bedrag van € 309,80 opgenomen.
Dit komt overeen met de tarieven voor de binnenplanse afwijking en de buitenplanse kleine afwijking (kruimelgevallen) uit de Legesverordening 2023. De aanvraag voor een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit is daarmee gelijk aan het bedrag voor de aanvraag van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit in de Legesverordening 2024. 1.3
Het tarief voor toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (of uitwerkingsplicht) komt niet overeen met het tarief voor vergelijkbare ontwikkelingen onder de Wro. Onder de Wro waren er in de legesverordening van de gemeente Haaksbergen verschillende legesbedragen opgenomen voor de aanpassingen van bestemmingsplannen. Hierbij was een onderscheid gemaakt voor bestemmingsplan aanpassingen als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wro en als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wro. Praktisch gezien gaat het hier om een verschil tussen leges voor een partiële herziening van het bestemmingsplan (waarbij de gemeenteraad het bevoegde gezag is om de aanpassing van het bestemmingsplan vast te stellen) en wijzigingsplannen (waarbij wij het bevoegde gezag zijn om de aanpassing van het bestemmingsplan vast te stellen). Voor een partiële herziening werd in de legesverordening van 2023 een bedrag van € 12.057,10 in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Voor een wijzigingsplan werd in de legesverordening van 2023 Pagina 4 van 6
een bedrag van € 8.157 in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Deze bedragen gingen ervan uit dat de gemeente de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan betaalde. Aanvullend daarop waren er in de legesverordening tarieven opgenomen voor het verlenen van vergunningen voor planologisch strijdig gebruik. Voor vergunningen voor planologisch strijdig gebruik waren vergelijkbare leges opgenomen als voor de hierboven genoemde partiële herziening (€ 12.057,10). Onder de Omgevingswet zijn er leges opgenomen voor het verlenen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Deze vergunningen zijn enigszins vergelijkbaar met de vergunning voor planologisch strijdig gebruik onder de Wro. Om die reden zijn voor BOPA’s onder de Omgevingswet, dezelfde leges van toepassing als voor vergunningen voor strijdig gebruik en in het verlengde daarvan dus van partiële herzieningen onder de Wro. Onder de Omgevingswet bestaan er geen wijzigingsplannen meer zoals die onder de Wro bestonden. Het is echter wel mogelijk een vergunning te verlenen voor een bouwactiviteit, waarbij beoordeeld moet worden of het in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (of het voldoen aan een uitwerkingsplicht) in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
Deze activiteiten worden aan dezelfde kaders getoetst en maken hetzelfde mogelijk als voorheen een wijzigingsplan. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een bouwactiviteit wordt € 309,80 in rekening gebracht. Volgens de huidige legesverordening wordt dit bedrag vermeerderd met € 309,80 als moet worden beoordeeld of de bouwactiviteit in overeenstemming is met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (of uitwerkingsplicht). De beoordeling van dergelijke verzoeken is onder de Omgevingswet zeer vergelijkbaar als onder de Wro. De tarieven staan echter niet in verhouding tot de kosten die wij maken, omdat wij ook de evenwichtige toedeling van functies aan locaties goed moeten onderbouwen. Hiervoor worden de leges aangepast. Er wordt net als bij de aanvraag van een ‘grote’ buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 2.6 onder i en j en artikel 2.51 onder b en c) een onderscheid gemaakt in de situatie, waarin de onderbouwing door de aanvrager zelf wordt aangeleverd en de situatie waarin dat niet zo is. In artikel 2.6 onder f worden leges opgenomen voor de situatie waarin de aanvrager de ruimtelijke onderbouwing niet, kwalitatief onvoldoende, onvolledig of niet digitaal aanlevert. In dat geval zorgen wij voor de onderbouwing. Het tarief is dan € 8.157.
Hierbij wordt aangesloten bij het in de Legesverordening 2023 opgenomen tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan op basis van een wijzigingsbevoegdheid. Daarbij betaalden wij ook de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan. De bouwactiviteit waarbij beoordeeld moet worden of het in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (of het voldoen aan uitwerkingsplicht), wordt aan dezelfde kaders getoetst en maakt hetzelfde mogelijk als voorheen een wijzigingsplan. De beoordeling van dergelijke verzoeken is onder de Omgevingswet ook zeer vergelijkbaar als onder de oude Wet ruimtelijke ordening. Wanneer de aanvrager de ruimtelijke onderbouwing wel volledig en digitaal aanlevert, hebben wij geen kosten aan het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing. Deze kosten worden daarom in mindering gebracht. Op basis van opgevraagde offertes kost het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing onder de Omgevingswet gemiddeld € 4.400. In de legesverordening is daarom in artikel 2.6 onder e een bedrag opgenomen van € 3.757 (€ 8.157 - € 4.400). 1.4
De tarieven voor de welstandsbeoordeling stonden alleen bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteit, maar gelden voor alle omgevingsplanactiviteiten bestaande uit een bouwactiviteit. In de Legesverordening 2024 zijn tarieven opgenomen voor de toetsing aan de redelijke eisen van welstand bij aanvragen voor bouwactiviteiten. De locatie van deze tarieven in de tarieventabel heeft tot gevolg dat deze leges alleen in rekening gebracht kunnen worden bij binnenplanse Pagina 5 van 6
omgevingsplanactiviteiten. Dat is onwenselijk, gezien het feit een welstandstoets ook bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten uitgevoerd wordt. 1.5 In de wijzigingsverordening wordt voorzien in overgangsrecht. De wijzigingsverordening is niet van toepassing op belastbare feiten die zich voor de datum van inwerkingtreding van de wijzigingsverordening hebben voorgedaan. Op deze belastbare feiten is de Legesverordening 2024 zoals deze luidde na vaststelling op 20 december 2023 van toepassing. Risico’s Er zijn geen risico’s. Vervolgproces en uitvoeringsaspecten De vastgestelde Eerste wijziging van de Legesverordening 2024 wordt bekendgemaakt in het digitale Gemeenteblad en op www.overheid.nl geplaatst.
Bijlagen: Eerste wijziging van de Legesverordening 2024 (9.11o1)
Pagina 6 van 6