Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen
Tekst van het document
Als algemeen gebruikelijke hulpmiddelen niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing kunnen zijn voor een probleem, moet de inwoner dergelijke apparatuur aanschaffen. Hierbij geldt dat het technische hulpmiddel voor de inwoner ook daadwerkelijk beschikbaar is, adequate compensatie biedt en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Zie daarvoor ook Beleidsregels artikel 2 lid 4. Het gaat om ‘schoon’ en ‘leefbaar’ Schoon betekent dat de leef vertrekken schoon moeten zijn. De woning dient zodanig schoon te zijn dat deze niet vervuilt. Het gaat om een basisniveau van schoon houden. Wat minimaal nodig is wordt gedaan. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Dit kan heel praktisch betekenen dat de uitvoering niet helemaal voldoet aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van inwoners.
2. Activiteiten en frequentie huishoudelijke ondersteuning 2.1 Een schoon en leefbaar huis Samen met de inwoner wordt besproken welke werkzaamheden worden ingezet om een schoon en leefbaar huis te realiseren. 2.2 Regie en organisatie Het kan zo zijn dat een inwoner niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden en de hulpverlener daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of extra tijd nodig heeft. Er kan dan extra ondersteuning worden ingezet bij de organisatie van het huishouden. Onder organisatie van het huishouden wordt verstaan het (over)nemen van verantwoordelijkheid en initiatief. De verantwoordelijkheid om bijvoorbeeld een blik in de koelkast te werpen om te controleren of producten staan te bederven. Regievoering gaat over prioriteiten (kunnen) stellen inzake hetgeen schoongemaakt moet worden of het instructie geven over de huishoudelijke taken die de inwoner zelf kan verrichten.
Als vanwege organisatie en regie extra tijd nodig is, kan hiervoor éénmaal per week 30 minuten extra ondersteuning worden ingezet. 2.3 Advies, instructie en voorlichting (AIV) AIV heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktische vaardigheden in het huishouden aan een inwoner. Bijvoorbeeld als een partner of gezinslid net is weggevallen en de inwoner nooit de huishoudelijke taken heeft aangeleerd. Het gaat bij deze activiteit om het aanleren en samen uitvoeren van activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en zo nodig de wasverzorging. Hiervoor kan tijdelijk (uitgangspunt is maximaal 6 weken) éénmaal per week ondersteuning worden ingezet.
3. Omvang huishoudelijke ondersteuning In onderstaande overzichten is de tijd opgenomen die nodig is per week en per jaar voor de inzet van de verschillende vormen van huishoudelijke ondersteuning. Soms kan er minder of juist meer nodig zijn dan de basisnorm. De toelichting voor die situaties komt aan de orde in onderdeel 4 (minder inzet) en onderdeel 5 (meer inzet) van deze bijlage.
Tabel 1. Overzicht in minuten per week en uren per jaar voor het realiseren van een schoon en leefbaar huis
Kenmerk
Basis-inzet
Basiscliëntsituatie volledige overname
125 minuten/week (108 uur per jaar)
Mogelijkheden van de inwoner zelf of het netwerk
Minder inzet (minuten/week)
Meer inzet (minuten/week)
15 minuten
Minder inzet (uur/jaar)
Meer inzet (uur/jaar)
13 uur
Enige extra inzet vanwege beperkingen van de inwoner
30 minuten
26 uur
Veel extra inzet vanwege beperkingen van de inwoner
60 minuten
52 uur
Extra kamer schoonmaken (geen slaapkamer)
5 minuten
4 uur
Extra kamer schoonmaken (in gebruik als slaapkamer)
18 minuten
16 uur
Bewerkelijke woning
15 minuten
13 uur
Extra inzet in huishouden met kinderen
Maatwerk (tijdelijk)
Maatwerk (tijdelijk)
Tabel 2. Overzicht in minuten per week en uren per jaar voor de wasverzorging.
Kenmerk
Basis-inzet
Wasverzorging éénpersoons huishouden
35 minuten/week (30 uur per jaar)
Wasverzorging tweepersoons huishouden
43 minuten/week (37 uur per jaar
Strijken (1 of 2 personen)
20 minuten per week (17 uur per jaar)
Eigen mogelijkheden inwoner of netwerk
Extra wasmachine vanwege beperkingen inwoner
Minder inzet (minuten/week)
Meer inzet (minuten/week)
17 minuten
Minder inzet (uur/jaar)
Meer inzet (uur/jaar)
15 uur
16 minuten
Tabel 3. Overzicht in minuten per week en uren per jaar voor de Regie en organisatie.
14 uur
Kenmerk
Basis-inzet
Regie en organisatie
30 minuten/week (26 uur per jaar)
Minder inzet (minuten/week)
Meer inzet (minuten/week)
Minder inzet (uur/jaar)
Meer inzet (uur/jaar)
Tabel 4. Overzicht in minuten per week en uren per jaar voor advies, instructie en voorlichting (AIV)
Kenmerk
Basisinzet
Advies, instructie en voorlichting
Max. 90 minuten per week gedurende 6 weken (9 uur per jaar)
Minder inzet (minuten/week)
Meer inzet (minuten/week)
Minder inzet (uur/jaar)
Meer inzet (uur/jaar)
4. Minder inzet nodig dan de basisnorm De in het normenkader opgenomen omvang van ondersteuning is gebaseerd op volledige professionele overname van alle activiteiten. Als er geen volledige overname van taken nodig is omdat een inwoner of het netwerk van de inwoner bepaalde activiteiten zelf kan uitvoeren, kan minder ondersteuning worden ingezet. Als de inwoner of een huisgenoot bepaalde activiteiten kan uitvoeren, spreken we van gebruikelijke hulp. Naast gebruikelijke hulp mag ook rekening gehouden worden met de inzet van (andere) personen uit het sociale netwerk of mantelzorgers, mits zij die ondersteuning inderdaad (blijven) bieden. 4.1 Schoon en leefbaar huis Uit onderzoek van HHM is gebleken dat inwoners die géén volledige overname nodig hebben omdat zij zelf of het netwerk bepaalde activiteiten uitvoeren, gemiddeld 15 minuten per week minder ondersteuning nodig hebben voor het schoon en leefbaar huis. Veelal gaat het dan om situaties waarin de inwoner of het netwerk zelf kan schoonmaken op middenniveau (afstoffen en nat afnemen) en algemeen opruimen. Het verminderen van de in te zetten ondersteuning kan alleen als een substantieel aantal activiteiten zelf wordt uitgevoerd.
Kan de inwoner of een huisgenoot meer activiteiten uitvoeren dan schoonmaken op middenniveau, dan kan op basis van de aanwezigheid van gebruikelijke hulp nog één of zelfs tweemaal extra mindering met 15 minuten plaatsvinden. Dat geldt ook als het sociale netwerk meer activiteiten uitvoert.
5. Meer inzet nodig dan de basisnorm Er kunnen verschillende omstandigheden zijn die maken dat méér inzet van huishoudelijke ondersteuning nodig is dan de basisnorm. Deze omstandigheden worden hierna toegelicht. 5.1 Schoon en leefbaar huis Beperkingen en belemmeringen inwoner
Bij de inwoner kan sprake zijn van beperkingen waardoor het huis vaker of intensiever schoongemaakt moet worden. Dit kan veroorzaakt worden door medische beperkingen, bijvoorbeeld ernstige incontinentie of COPD. In dat geval kan extra ondersteuning worden ingezet. De noodzaak voor meer inzet is daarbij leidend, niet de aanwezigheid van de aandoening op zich. Als enige extra inzet nodig is door uitbreiding op het ene bezoek/werkmoment per week, wordt 30 minuten hulp extra ingezet. Als veel extra inzet nodig is, veelal met een tweede bezoek/werkmoment per week, wordt 60 minuten hulp extra ingezet. Bij de beoordeling van (enige) extra inzet wordt nadrukkelijk het begrip eigen kracht betrokken. In alle redelijkheid mag van mensen worden verlangd dat zij bepaalde acties ondernemen of juist nalaten om hun beroep op de Wmo zoveel als mogelijk te beperken waardoor extra inzet vanwege extra vervuiling niet aan de orde behoeft te zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: dragen van deugdelijk incontinentiemateriaal; zorgdragen voor een deugdelijke schoonrolmat ter minimalisering van vervuiling door het gebruik van een rolstoel binnen en buiten; mogelijkheden om apparatuur zoals een koelkast op ooghoogte te brengen; ergonomisch aangepast bestek, borden, pannen en drinkgerei.
Samenstelling van het huishouden Als in het huishouden kinderen aanwezig zijn, kan het zo zijn dat het huis sneller vervuilt en vaker of intensiever schoongemaakt moet worden. Als dit noodzakelijk is, kan hiervoor extra ondersteuning worden ingezet. Dit is maatwerk. De professionele inschatting van het college is hierin leidend. Aanwezigheid in het huishouden van meerderjarige kinderen (van 18 jaar of ouder) alleen leidt niet tot toekenning van extra ondersteuning. Deze kinderen kunnen weliswaar zorgen voor extra vervuiling, maar zij kunnen ook een bijdrage leveren in het schoonhouden van de woning. Dit is uiteraard anders indien meerderjarige kinderen door stoornis en/ of gebrek deze activiteit niet kunnen vervullen. Extra kamers Naast de woonkamer, slaapkamer, keuken, het sanitair en de hal, kan de inwoner nog een of meerdere extra kamer(s) in gebruik hebben die wekelijks moet worden schoon gemaakt, zoals een intensief gebruikte hobbykamer en/of een extra slaapkamer die permanent in gebruik is. Een kamer betreft een afsluitbare inpandige verblijfsruimte. Een uitbouw van een woonkamer betreft in die zin geen extra kamer tenzij de woonkamer wordt afgescheiden van de aanbouw (serre) middels een deur of schuifpui. Een woonkamer die uiteenvalt in 2 delen (en suite) telt als één (woon-)kamer.
Als sprake is van een extra kamer die in gebruik is als slaapkamer (naast de hoofdslaapkamer van de inwoner), dan wordt hier 18 minuten extra ondersteuning per week voor ingezet. Denk bijvoorbeeld aan een stel dat altijd apart slaapt of de slaapkamer van een (minderjarig) kind, mits dit kind de slaapkamer niet zelf kan schoonhouden en op dit punt dus geen gebruikelijke hulp kan bieden. Voor een andere extra kamer, niet zijnde een slaapkamer, kan 5 minuten per week extra ingezet worden. Andere omstandigheid, zoals omvang/staat van de woning en bewerkelijkheid Er kunnen andere - hierboven niet genoemde – redenen zijn waardoor het huis sneller vervuilt en vaker of intensiever schoongemaakt moet worden, bijvoorbeeld vanwege de staat van onderhoud en inrichting/bewerkelijkheid van de woning (wat niet beïnvloed kan worden door aanpassing/eigen kracht). In dat geval wordt 15 minuten per week extra ondersteuning ingezet. 5.2 Wasverzorging In Haaksbergen bestaat een algemene voorziening voor de wasverzorging: WasT. Het uitgangspunt is dat dit in eerste instantie wordt ingezet. Als deze in een individueel geval niet toereikend is, kan hiervoor de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. De daarvoor gehanteerde basistijd is weergegeven in tabel 2 van deze bijlage.
Als de inwoner of het netwerk zelf activiteiten kan uitvoeren op het gebied van de wasverzorging, kan de in te zetten ondersteuning op dit punt met 17 minuten per week worden verminderd. Dit speelt veelal als de inwoner zware/grote wasstukken niet meer kan hanteren, maar de kleine stukken zoals kleding en ondergoed e.d., nog wel.