Beleidsnota speelvoorzieningen [OUD]
Tekst van het document
Beleidsnota speelvoorzieningen
Haaksbergen is nog lang niet uitgespeeld.
Januari 2024
1
Inhoudsopgave Voorwoord wethouder............................................................................................................................ 4 1. Inleiding en beleidskaders ................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Inventarisatie van de huidige speelplekken en toestellen ............................................................ 5 1.3 Beleidskaders................................................................................................................................. 5 Coalitie akkoord............................................................................................................................... 5 Beweeg en sportakkoord ................................................................................................................ 6 Plan specifieke uitkering SPUK ........................................................................................................ 6 Omgeving als basis en als middel ....................................................................................................
7 Groenvisie........................................................................................................................................ 7 Omgevingsvisie ................................................................................................................................ 8 VN-verdrag rechten van mensen met een beperking ..................................................................... 8 1.4 Visie ............................................................................................................................................... 8 1.5 Beleidsdoelstellingen..................................................................................................................... 9 Hoofdstuk 2 Demografische ontwikkelingen ........................................................................................ 10 2.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 10 2.2 Aantallen kinderen ...................................................................................................................... 10 2.3 Speelplekken verspreid over de wijken.......................................................................................
10 2.4 Samenvatting............................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 3 Voorwaarden voor goede en aantrekkelijke speelplekken .............................................. 12 3.1 Kinderen tot circa 6 jaar .............................................................................................................. 12 3.2 Kinderen van 6 tot 12 jaar ........................................................................................................... 12 3.3 Kinderen tot circa 16 jaar ............................................................................................................ 13 Grote speelplekken / ontmoetingsplekken ................................................................................... 13 Overlast ......................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 4. Spelen en regelgeving, materiaalkeuze, keuze van leveranciers, overige informatie..... 14 4.1 Speelvoorzieningen en de wet .................................................................................................... 14 Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen ............................................................................
14 Aansprakelijkheid .......................................................................................................................... 14 4.2 Toestellen van metaal, kunststof, hout? ..................................................................................... 14 4.3 Leverancierskeuze ....................................................................................................................... 15 4.4 Adoptie van speelplekken ........................................................................................................... 15 4.5 Zandbakken- en valzand .............................................................................................................. 15 4.6 Informele speelplekken ............................................................................................................... 16 4.7 Speelplekken als ontmoetingsplekken ........................................................................................ 16 2
Bankjes .......................................................................................................................................... 17 Skatebaan/pumptrack ................................................................................................................... 17 4.8 Speeltoestellen op schoolpleinen ............................................................................................... 17 Hoofdstuk 5 participatie en speelvoorzieningen.................................................................................. 18 5.1 Wat te doen met de inspraakreacties ......................................................................................... 19 5.2 Participatie bij de (her)inrichting van speelplekken .................................................................... 19 Hoofdstuk 6 Financiën ........................................................................................................................... 20 6.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 20 Bijlagen .................................................................................................................................................. 21
3
Voorwoord wethouder Voor kinderen is spelen vanzelfsprekend. Het is niet alleen een tijdverdrijf, met spelen bereiden kinderen zich voor op het volwassen leven. Maar naast de geestelijke ontwikkeling is spelen ook goed voor de motorische ontwikkeling van kinderen. Zeker in een tijd dat de digitale wereld een aantrekkelijk tijdverdrijf is voor kinderen, zijn goede en aantrekkelijke speelvoorzieningen belangrijk. De verwoorde visie in dit document kan ik helemaal onderschrijven. Speelvoorzieningen maken onderdeel uit van de openbare ruimte, waar door tal van andere ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie steeds vaker aanspraak op wordt gemaakt. Dan is het slim om combinaties te maken, met bijvoorbeeld het openbaar groen. De financiële situatie van de gemeente van de afgelopen jaren heeft er toe geleid dat op het vervangen van speelvoorzieningen is bezuinigd. We moeten een inhaalslag maken. De meeste toestellen staan al langer dan de geplande levensduur. Dat betekent tot nu toe geen gevaarlijke situaties, maar wel een achterstand in het regelmatig herinrichten van speelplekken. Met deze nota denken wij een goede impuls te geven aan de kwaliteit van onze speelvoorzieningen.
Wethouder ruimte en mobiliteit. Jan-Herman Scholten
4
1. Inleiding en beleidskaders 1.1 Aanleiding Voor u ligt een nieuwe nota speelvoorzieningen, waarmee het beleid wordt geactualiseerd. Het beleid dient om verschillende redenen geactualiseerd te worden: -
de huidige financiële kaders zijn onvoldoende; veel speeltoestellen en speelplekken zijn verouderd; de bevolkingssamenstelling van Haaksbergen wijzigt; ideeën over buiten spelen wijzigen;
1.2 Inventarisatie van de huidige speelplekken en toestellen Hoeveel speelplekken en toestellen hebben we in Haaksbergen? Dat wordt allemaal in een digitaal systeem bijgehouden. Uit dat systeem is de volgende informatie gehaald: - er zijn 342 toestellen, verdeeld over 70 locaties; - de verwachte levensduur van de speeltoestellen varieert van 10 tot 25 jaar; - de gemiddelde levensduur van de speeltoestellen bedraagt 16,7 jaar; - toestellen gaan dan ook gemiddeld langer mee dan de verwachte levensduur; - het oudste toestel is van 1993, het jongste 2022. - uitgaande van de gemiddelde levensduur zijn er 66 = 19,3% toestellen ouder dan 16 jaar, geleverd voor het jaar 2006. Uit deze cijfers kan worden geconcludeerd dat: - de tot nu toe aangeschafte toestellen van goede kwaliteit zijn en de verwachte levensduur overtreffen; - 19,3% van de toestellen “over de datum “ van verwachte levensduur is; - de toestellen goed worden onderhouden; - er achterstand is ontstaan in het herinrichten van bestaande speelplekken. Aan de hand van de halfjaarlijkse inspectierapporten, klachten / opmerkingen van inwoners, wijkraden en belangengemeenschappen en aanwezige kennis bij de medewerkers van Twente Milieu en gemeente is een prioriteitenlijst opgesteld van noodzakelijke herinrichting van speelplekken. Deze lijst is als bijlage 3 bijgevoegd.
1.3 Beleidskaders Spelen is voor kinderen een wezenlijk facet in het opgroeien, het is een noodzaak. Een kind moet altijd kunnen spelen. Het aanbieden van speelvoorzieningen in de buitenruimte is voor de gemeente dan ook een vanzelfsprekendheid. Zeker in een tijd dat buiten spelen vaak moet concurreren met de aantrekkingskracht van digitale spelletjes is het belangrijk dat kinderen gestimuleerd worden om gebruik te maken van aantrekkelijke speelvoorzieningen. De waarde van goede en aantrekkelijke speelvoorzieningen ondersteunt verschillende gemeentelijke beleidsterreinen.
Coalitie akkoord Sociaal Domein: Zorg en Welzijn Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zetten we vol in op preventie en laagdrempelige hulp. Een uitvloeisel hiervan is de deelname aan het beweeg- en sportakkoord. 5
Beweeg en sportakkoord In navolging op het Nationaal Sportakkoord is het Haaksbergse Sport- en beweegakkoord ontwikkeld en in 2020 voor het eerst vastgesteld. In 2023 is het akkoord geactualiseerd. Met dit Sport- en beweegakkoord willen we samen bereiken dat iedereen, écht iedereen, plezier in sport en bewegen kan hebben. De ambities van dit akkoord zijn uitgewerkt in verschillende thema's, waaronder het thema “Van jongs af vaardig in bewegen”. In het eerste sportakkoord is de ambitie vastgesteld: “ De ambitie is dat meer kinderen aan de beweegnorm gaan voldoen en dat hun motorische vaardigheden gaan toenemen. Daarbij gaat de grootste aandacht naar de groep van 0 tot 12 jaar. De Haaksbergse jeugd heeft de toekomst. Goed en gezond bewegen is een basis die wij iedereen willen meegeven. De laatste jaren bewegen kinderen echter steeds minder en gaan de motorische vaardigheden van kinderen sterk achteruit. Kinderen die op jonge leeftijd weinig bewegen ontwikkelen zich motorisch minder goed en hebben een grotere kans op overgewicht. Uit onderzoek blijkt dat goede motorische vaardigheden van belang zijn voor het ontwikkelen van een actieve leefstijl. Dit vraagt met nadruk samenwerking tussen de sectoren kinderopvang, onderwijs, zorg en sport en bewegen.
Zo kunnen kinderen thuis, op school, op de kinderopvang, in de wijk en bij de sportclub voldoende bewegen.” ln de in 2023 geactualiseerde versie zijn de ambities in de volgende 5 thema's uitgewerkt: 1 Inclusie en Diversiteit 2 Sociaal Veilige Sport 3 Vitale Sport- en beweegaanbieders 4 Vaardig in bewegen, waarbij talentherkenning een onderdeel is en aansluiting wordt gezocht bij regionale en provinciale ontwikkelingen 5 Ruimte voor Sport en bewegen (sportief inrichten openbare ruimte) Voor het 5e thema geldt: Ruimte voor Sport en Bewegen “Steeds meer mensen sporten en bewegen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld wandelen, hardlopen, fietsen, mountainbiken en bootcamp. Om meer mensen te stimuleren dit te doen en het buitenspelen te bevorderen, moeten de bestaande schoolpleinen en sportparken worden benut voor recreatief gebruik en moet de openbare ruimte uitnodigend, inspirerend en beweegvriendelijk zijn ingericht. Ook hier heeft privatisering effect op de mogelijkheden. Daarvoor zijn verbindingen nodig tussen verschillende gemeentelijke domeinen, zoals sport, natuur, energie, wijkontwikkeling en ruimtelijke ordening. “
Plan specifieke uitkering SPUK Het Gezond en Actief leven akkoord (GALA) omvat afspraken over het bereiken van een gezonde generatie in 2040. Het rijk stelt voor de periode 2023 – 2026 extra middelen beschikbaar in een brede uitkering voor gemeenten. Hiermee stimuleert zij de beweging naar een gezond Nederland.
6
Gemeenten kunnen voor hun eigen inzet op de doelen in het GALA een beroep doen op rijksfinanciering vanuit de brede specifieke uitkering (SPUK). Het plan is inmiddels door de kerngroep positief beoordeeld en de subsidie is ontvangen. In het vastgestelde plan uitkering SPUK staat onder meer het volgende.
Omgeving als basis en als middel We worden steeds bewuster van de invloed die de leefomgeving op de gezondheid van inwoners heeft. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die veilig is, waar voldoende mogelijkheden en voorzieningen zijn die uitnodigen tot gezond actief gedrag. De leefomgeving kan zo een belangrijke bijdrage leveren aan het verleiden van inwoners tot een gezondere leefstijl. Ze nodigt uit tot beweging (wandelen, fietsen, sporten, spelen), tot ontmoeting en tot ontspanning. Een gezonde leefomgeving levert ook een bijdrage om ongezond gedrag tegen te gaan. Zo kunnen de risico’s op overgewicht worden beperkt door het aanbod van voedsel op verschillende plekken (bijvoorbeeld in de buurt van of op scholen) gezonder te maken. Het rookvrij maken van gebieden draagt eveneens bij aan een gezonde leefomgeving. We willen de leefomgeving op een positieve en uitdagende wijze inrichten en gezonder maken zodat meer mensen worden verleid tot bewegen, ontmoeten en ontspanning. Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. De inrichting en vormgeving van de buurt heeft invloed op de gezondheid en leefstijl van inwoners. Het bepaalt mede in hoeverre mensen bewegen, elkaar ontmoeten, naar voorzieningen als de arts en supermarkt kunnen en activiteiten kunnen ondernemen.
Omdat een gezonde generatie in 2040 het doel is, willen wij investeren in een gezonde fysieke leefomgeving. Met name voor kinderen en jongeren. De specifieke uitkering versterking voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023-2026 (SPUK BREED) is inmiddels toegekend.
Groenvisie In de huidige groenvisie van de gemeente Haaksbergen staat vermeld onder 3.3.2. woongebieden, laatste alinea: “Groen in woongebieden kan uitstekend gecombineerd worden met andere functies, zoals waterberging en spelen. Dit is een landelijke tendens, die in Haaksbergen nog niet veel wordt toegepast. Door functies te combineren ontstaat meerwaarde; 1+1 = 3. Een voorbeeld hierbij is een waterinfiltratievoorziening die is ingericht als natuurlijke speelplek.” De groenvisie kent een aantal speerpunten, waaronder “Voldoende gebruiksgroen in woongebieden”. In de jonge woonwijken (aangelegd vanaf circa 1970) is bij aanleg voldoende gebruiksgroen gerealiseerd. In de oude wijken is hier echter geen rekening mee gehouden. In die wijken is onvoldoende gebruiksgroen aanwezig. Het is wenselijk bij herinrichting en inbreiding de mogelijkheden tot het realiseren van gebruiksgroen te onderzoeken. Een groene omgeving nodigt kinderen uit om buiten te spelen en te bewegen. Kinderen die in een groene omgeving wonen spelen vaker buiten en hebben minder last van overgewicht. De inrichting van een speelplek als natuurspeelplek (NB: een natuurspeelplek is niet ingericht met speeltoestellen maar met natuurlijke speelaanleidingen zoals heuveltjes, boomstammen, stenen, water, zand, enz.) 7
prikkelt de creativiteit en verbeeldingskracht van kinderen om zelf manieren te vinden om te spelen en de natuurlijke elementen te ontdekken. Rondom speelplekken ligt bijna altijd gemeentegroen. Bij het herinrichten van speelplekken zal ook het omliggende gemeentegroen worden betrokken. Voorwaarde is wel dat er voldoende ruimte in de wijk voorhanden is. Momenteel wordt aan de actualisering van de groenvisie gewerkt, die naar verwachting medio voorjaar 2024 aan de raad ter vaststelling kan worden voorgelegd.
Omgevingsvisie Het doel van de Omgevingswet is een gezonde leefomgeving. Daar hoort een buitenruimte bij die geschikt is voor bewegen, voor spelen en ontmoeten. In de omgevingsvisie en omgevingsplannen willen we een regel opnemen dat bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken een bepaald percentage van de grondoppervlakte als speelruimte moet worden ingericht..
VN-verdrag rechten van mensen met een beperking Speelplaatsen moeten, voor zover mogelijk, toegankelijk zijn voor kinderen met een handicap. Voor meer dan 100.000 kinderen met een handicap in Nederland is toegankelijkheid van speelplekken een probleem. Niet mee kunnen spelen en er dus niet bij horen zijn negatieve ervaringen die we zoveel mogelijk moeten voorkomen. Niet alle speelplekken kunnen ingericht worden voor kinderen met een beperking, We streven ernaar verschillende speelplekken verdeeld over de gemeente zo in te richten.
1.4 Visie De laatste beleidsnota over speelvoorzieningen is “Haaksbergen speelt verder” van september 2009. Daar is een uitgebreide visie in opgesteld. Het belangrijkste deel van die visie luidt: “ De gemeente Haaksbergen onderkent het belang van speelvoorzieningen. Speelvoorzieningen dienen niet alleen als tijdverdrijf van kinderen, ze dragen bij aan meerdere doelen en aan verschillende ontwikkelingen van de kinderen. Zo is het sociale aspect belangrijk, kinderen ontmoeten elkaar bij speelvoorzieningen, leren met elkaar te spelen, te delen en elkaar te begrijpen. Ook het gezondheidsaspect speelt een rol, kinderen krijgen de gelegenheid om buiten te spelen en te bewegen. Zowel de buitenlucht als de beweging zijn goed voor de gezondheid, zo kunnen speelvoorzieningen ook een rol spelen bij het voorkomen van overgewicht bij kinderen.” Deze visie gaat nog steeds op. In een tijd dat kinderen steeds minder buiten spelen, zijn aantrekkelijke buitenspeelvoorzieningen nog belangrijker geworden dan voorheen. Daarnaast kunnen speelvoorzieningen ook als ontmoetingsplek in de wijk fungeren, waardoor de sociale cohesie in de wijk wordt versterkt.
8
1.5 Beleidsdoelstellingen Deze visie laat zich vertalen in de volgende beleidsdoelstellingen: -
in alle wijken zijn voldoende speelplekken en speeltoestellen; het aanbod van speelplekken is voldoende gevarieerd; buurtbewoners worden betrokken bij de (her)inrichting van speelplekken; speelplekken zijn voldoende veilig; speelplekken worden (her)ingericht, daarbij rekening houdend met een zo laag mogelijke footprint; speelplekken zijn voldoende aantrekkelijk; er zijn inclusieve speelplekken; er is voldoende budget om speeltoestellen aan te schaffen en te onderhouden.
Deze doelstellingen zijn geactualiseerd en worden in deze beleidsnota verder uitgewerkt.
9
Hoofdstuk 2 Demografische ontwikkelingen 2.1 Inleiding De bevolking van Haaksbergen vergrijst. Het aantal bewoners van Haaksbergen zal ongeveer gelijk blijven, maar bij vergrijzing betekent dat meer inwoners op leeftijd en minder kinderen. Een grote afname van het aantal kinderen, kan gevolgen hebben voor het aantal speelplekken en speeltoestellen. Daarom is het belangrijk een beeld te krijgen van het aantal kinderen in de toekomst.
2.2 Aantallen kinderen In december 2022 is het “integraal huisvestingsplan Onderwijs Haaksbergen” door de gemeenteraad behandeld en vastgesteld. In het bijbehorende document “Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2022” is op pagina 1 een tabel opgenomen waarin de leerlingenprognoses voor alle basisscholen in Haaksbergen staan vermeld. De gegevens uit deze tabel kunnen worden gebruikt voor het vaststellen van het aantal kinderen per woonwijk. Het aantal kinderen dat naar een school buiten de eigen wijk gaat, is verwaarloosbaar.
Tabel 1. Prognose leerlingenaantallen. Tabel uit leerlingenprognose en ruimtebehoefte 2022 Gemeente Haaksbergen Instnr Naam 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2032 2037 2042 07YR00 CNS Op den Akker 85 86 88 86 85 87 86 81 79 79 09SY00 RKBS Dr Ariens 85 0 0 0 0 0 0 0 0 0 11BU00 RKBS Paus Joannes 162 172 175 169 165 166 164 154 150 150 11ON00 RKBS Pius X 117 155 162 164 166 174 171 159 154 154 11ZU00 RKBS Sint Bonifatius 184 177 171 165 167 173 174 177 176 176 12LX00 De Kameleon 181 175 177 177 175 179 181 189 195 196 12YQ00 Het Palet 259 318 305 303 298 307 304 317 314 316 13AF00 OBS Honesch 81 77 74 73 71 70 71 67 66 67 13EN00 RKBS Buurse 78 76 75 78 79 86 85 82 80 77 13JY00 RKBS Sint Bonifacius 121 117 107 106 110 113 113 118 116 117 22KJ00 Montessori Haaksbergen 71 66 62 59 57 56 56 56 56 56 29TN00 Basisschool Loshoes 347 321 306 298 290 289 288 290 296 299 Totaal 1771 1740 1702 1678 1663 1700 1693 1690 1682 1687
Uit de tabel blijkt dat het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd van 1771 kinderen in 2021 daalt naar 1663 in 2025 en uiteindelijk weer oploopt naar 1687 in 2042. Dat is een verschil van 84. Een vaak gehanteerde norm voor het bepalen van het aantal speeltoestellen per kind is 0,1 toestel per kind. Dat zou een vermindering van 8,4 toestellen over heel Haaksbergen inhouden. Dat is een te laag aantal om bewust beleid in te zetten op het verminderen van speeltoestellen en speelplekken.
2.3 Speelplekken verspreid over de wijken Naast de norm van 0,1 toestel per kind om het aantal speeltoestellen te bepalen, kan aan de hand van die norm ook beoordeeld worden of de speelvoorzieningen voldoende verspreid over de wijken liggen. Om dat te beoordelen is een overzicht gemaakt van het aantal schoolgaande kinderen per school/wijk en het aantal speellocaties in de wijk. Die tabel staat hieronder afgedrukt.
10
De aantallen kinderen in onderstaande tabel zijn ontleend aan tabel 1. Tabel 2. wijk Centrum Noord Oost
Schoolnaam Op den Akker / Paus Joannes Dr Ariens / het Zienesch-Wolferink Palet Centrum Zuid West Pius x St Bonifatius/De Veldmaat Kameleon/Montessori
Aantal gewenste toestellen: Leerlingen aantal speel 0,1 toestel per kind aantallen 2023 lokaties 263
26,3
8
305
30,5
9
162
16,2
3
410
41,0
12
Hassinkbrink
Los Hoes
306
30,6
10
Honesch-Langelo
Honesch
74
7,4
2
Buurse
Buurse
75
7,5
2
St Isidorushoeve
Bonifacius geen school, wel speelplekken
107
10,7
3
de Pas
0
6
Elke speelplek telt minstens 3 speeltoestellen. In deze tabel valt het op dat de aantallen kinderen per wijk en de aantallen beschikbare speeltoestellen goed met elkaar oplopen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden dat de grenzen van wijken op papier wel bestaan, maar voor kinderen niet. Zij kunnen ook gebruik maken van toestellen/speelplekken die net in een andere wijk liggen. Er zijn in het verleden speeltoestellen solo geplaatst, bijvoorbeeld één wipkip. Dat bleek geen succes. De toestellen werden sporadisch gebruikt en één toestel nodigt helemaal niet uit tot samen spelen. De solo-toestellen zijn in de loop der jaren verwijderd, meestal doordat ze versleten of kapot waren. Ze zijn daarna niet vervangen door nieuwe toestellen. Met geplande woningbouw is in bovenstaande geen rekening gehouden. Meer woningen in Haaksbergen leveren naar verwachting ook meer kinderen op. Bij de ontwikkeling van eventuele nieuwbouwplannen dient rekening te worden gehouden met nieuw aan te leggen speelplekken. Informele speelplekken worden niet meegeteld in de berekening van de behoefte van het aantal speelplekken.
2.4 Samenvatting Door vergrijzing komen er minder kinderen. Maar de afname van het aantal kinderen over de komende jaren is dermate gering dat dat geen maatstaf hoeft te zijn om het aantal speeltoestellen te verminderen of speelplekken op te heffen. Ook liggen de huidige speelplekken voldoende verspreid over de verschillende wijken. Nieuwe woningbouwprojecten kan de afname van het aantal kinderen nog verminderen, of zelfs het aantal kinderen laten toenemen. Bij nieuwbouwplannen dient rekening te worden gehouden met de aanleg van speelplaatsen. Een overzichtskaartje van de locaties van alle speelplekken in Haaksbergen is als bijlage toegevoegd.
11
Hoofdstuk 3 Voorwaarden voor goede en aantrekkelijke speelplekken Speelplekken kunnen voor verschillende leeftijdsklassen worden ingericht. Een veelgebruikte indeling is kinderen tot circa 6 jaar, kinderen van 6 tot 12 jaar en kinderen tussen 12 en circa 16 jaar.
3.1 Kinderen tot circa 6 jaar Voor deze kinderen en ook voor hun ouders is het belangrijk dat speelvoorzieningen in de directe nabijheid van de woning aanwezig zijn. Deze speelvoorzieningen moeten veilig bereikbaar en redelijk beschermd gelegen zijn. Ook dienen de speelvoorzieningen aan veiligheidseisen te voldoen. Voor kinderen tot 6 jaar zou een speelvoorziening binnen een straal van 100 tot 150 meter aanwezig moeten zijn. Voor kinderen uit deze leeftijdsgroep wordt vooral de nadruk gelegd op de formele speelvoorzieningen (dus specifiek aangelegde speelvoorzieningen). Voor speelvoorzieningen voor deze groep kinderen gelden de volgende aanbevelingen: de speelvoorziening moet binnen een straal van 150 meter bereikbaar zijn, waarbij een drukke straat de bereikbaarheid niet mag belemmeren; de speelvoorziening is voldoende veilig ingericht.
3.2 Kinderen van 6 tot 12 jaar Kinderen in deze leeftijd zijn al veel ondernemender, hun mobiliteit is al toegenomen en zij zijn avontuurlijker ingesteld. Voor deze kinderen mag het aanbod groter, avontuurlijker en diverser zijn. Speelvoorzieningen voor deze doelgroep hoeven niet altijd formeel van aard te zijn, ook informele speelvoorzieningen zijn voor deze doelgroep geschikt. Evenals bij de doelgroep jongere kinderen zullen ook voor deze kinderen de speelvoorzieningen veilig bereikbaar moeten zijn. Voor speelvoorzieningen voor deze groep kinderen gelden de volgende aanbevelingen: de speelvoorziening moet binnen een straal van 250 meter bereikbaar zijn, waarbij een drukke straat de bereikbaarheid niet mag belemmeren. bij de aanleg/herinrichting van speelvoorzieningen voor kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar zal nadrukkelijk gekeken moeten worden of het mogelijk is aanwezige groenstructuren om te vormen tot informele speelvoorzieningen.
12
Voor kinderen tot 6 jaar zijn vaak speelmogelijkheden in de achtertuin mogelijk. Kinderen ouder dan 12 jaar zijn vaak al mobiel en minder gebonden aan speelplekken in de directe woonomgeving. De speelplekken voor kinderen van 6 – 12 jaar in de directe woonomgeving zijn de belangrijkste speelplekken van de drie gehanteerde leeftijdsklassen.
3.3 Kinderen tot circa 16 jaar Voor de wat oudere jeugd (tot circa 16 jaar) hebben speelvoorzieningen voornamelijk betrekking op een skatepark of een wat groter trapveld cq basketbalveld. Deze kinderen bewegen zich door het hele dorp.
Grote speelplekken / ontmoetingsplekken Het is denkbaar enkele grote, ruim opgezette speelplekken in het dorp te realiseren, waar voornamelijk de wat oudere jeugd met elkaar kan spelen en ontmoeten. Die speelplekken bestaan uit uitdagende speeltoestellen, tafeltennistafels en plekken die voor ontmoeting zijn ingericht. Naast het vinden van een voldoende grote locatie en financiering, dient er ook rekening te worden gehouden met geproduceerd geluid, uit de koers geraakte ballen ed, wat vaak als overlast wordt ervaren.
Overlast Van sommige speelplekken wordt overlast door omwonenden ervaren. De overlast wordt dan vaak veroorzaakt door kinderen/jongeren die niet uit de directe omgeving komen. Overlast kan bestaan uit vandalisme, geluidsoverlast of agressief gedrag van jeugdigen. Bij meldingen van overlast worden de klagers eerst geadviseerd zelf contact met de jongeren te zoeken. Bij voortdurende overlast kunnen jongerenwerkers, handhavers en/of de politie worden ingeschakeld.
13
Hoofdstuk 4. Spelen en regelgeving, materiaalkeuze, keuze van leveranciers, overige informatie 4.1 Speelvoorzieningen en de wet Bij de aanleg en onderhoud van speelvoorzieningen hebben we met wetten en regels te maken. Verder wordt de keuze van gebruikte materialen van speeltoestellen steeds belangrijker.
Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen Voor speeltoestellen is het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (= WAS) de belangrijkste. De WAS richt zich vooral op de veiligheid. In het besluit staat dat speeltoestellen veilig moeten zijn, en alle toestellen een certificaat moeten hebben. Speeltoestellen moeten veilig geproduceerd en beheerd worden. Verder zijn er eisen voor de schokdemping van de ondergrond, om zo hersenletsel te voorkomen. Er zijn Europese normen voor speeltoestellen. Het Warenwetbesluit verwijst naar deze normen als een goede manier om aan de wettelijke eisen te voldoen. De NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) is de instantie die het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen controleert. Op 1 juli 2023 is het nieuwe WAS 2023 van kracht. Hierin is de meldplicht bij ernstige ongevallen toegevoegd, zijn het model merk en certificaat van goedkeur aangescherpt om meer fraudebestendig te zijn en worden de regels voor verhuurders aangescherpt. Bij dat laatste moet vooral worden gedacht aan verhuur van opblaasbare springkussens ed.
Aansprakelijkheid De eigenaar van de ondergrond waar een speeltoestel op staat, is verantwoordelijk voor het toestel en kan voor schade of letsel aansprakelijk worden gesteld. Dit heet natrekkingsrecht. Alleen met een recht van opstal kan de aansprakelijkheid anders worden geregeld. Wie de eigenaar/koper van het toestel is, maakt dus niet uit. Bij een aansprakelijkheidstelling speelt de actualiteit van het logboek en de uitgevoerde inspecties een belangrijke rol. De gemeente werkt met een digitaal logboek per toestel en de verplichte inspecties worden door een gecertificeerd bedrijf regelmatig uitgevoerd.
4.2 Toestellen van metaal, kunststof, hout? Hout is de meest natuurlijke, energie-efficiënte en milieuvriendelijke grondstof voor speeltoestellen. Hout heeft een CO2-footprint die lager is dan beton, staal en kunststof. Elke kuub hout legt daarnaast ook nog eens bijna een ton CO2 (900 kg/m3) vast. Een van de hardnekkigste vooroordelen is dat het gebruik van hout zorgt voor ontbossing en alle gevolgen van dien. De enorme ontbossing wordt namelijk veroorzaakt door onverantwoorde houtkap voor bijvoorbeeld de sojateelt. Door gecertificeerd hout te gebruiken, kunnen meer bossen gecertificeerd worden waarmee onverantwoorde houtkap wordt voorkomen. Met fsc gecertificeerd hout is er dus geen ontbossing. In verband met de levensduur heeft het de voorkeur om alleen de kern van het hout te gebruiken. Daarnaast is het prima om gerecycled kunststof toe te passen. Ook metalen zijn een mogelijkheid, omdat dit na een lange levensduur zeer goed te hergebruiken is. Er zijn ook leveranciers die hun oude toestellen ook innemen bij vervanging.
14
4.3 Leverancierskeuze We kiezen om deze redenen alleen materialen van leveranciers die aantoonbaar rekening houden met circulariteit: • de producten mogen van hout, metaal of gerecycled kunststof zijn. • we stellen als voorwaarde dat er een garantietermijn van minimaal 10 jaar wordt geboden. • voor hout vragen we een FSC certificering (of vergelijkbaar). • voorkeur gaat bovendien uit naar leveranciers die door middel van certificering op de CO2 prestatieladder, aantonen dat ze werken aan een zo laag mogelijke CO2 footprint. Niveau 3 is daarbij een instapniveau, dat we als minimum stellen. Bij niveau 5 wordt er serieus werk van gemaakt, ook in de hele keten.
4.4 Adoptie van speelplekken Adoptie van speelplekken door omwonenden is mogelijk en gebeurt ook. De speelplek maakt dan al vaak onderdeel uit van openbaar groen. Net zoals bij groenadoptie blijft de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud van bomen, het gras én de speeltoestellen. Die staan bij adoptie namelijk altijd op gemeentegrond .
4.5 Zandbakken- en valzand Het zand in zandbakken moet om hygiënische redenen elke 2 jaar worden vervangen, valzand moet elke 3 jaar worden vervangen. Andere ondergronden onder speeltoestellen zoals rubberen tegels en houtsnippers gaan langer mee, maar zijn ook duurder in aanschaf.
15
4.6 Informele speelplekken Naast de ingerichte formele speelplekken bestaan er ook informele speelplekken. In feite kan dat overal in de openbare ruimte zijn, zoals stoepranden, een muur om tegen te voetballen, grasvelden, wadi’s, enzovoorts. Daar waar speelruimte schaars wordt, doordat de openbare ruimte steeds meer wordt ingenomen door bestrating en geparkeerde auto’s ed. ontstaan vanzelf meer informele speelplekken. Informele speelplekken kunnen vanzelf door gebruik ontstaan, maar kunnen ook gestimuleerd worden door bijvoorbeeld een speelaanleiding te plaatsen. Een speelaanleiding is geen officieel speeltoestel, maar bijvoorbeeld een rioolbuis of een liggende boom. Tot nu toe is er geen beleid voor informele speelplekken gevoerd. Er komen af en toe meldingen van overlast door gebruik van informele speelplekken, bijvoorbeeld voetballen op een grasveldje. Deze meldingen zijn tot nu toe altijd zonder tussenkomst van de gemeente opgelost. Gezien het aantal geringe meldingen van overlast lijkt beleid voor informele speelplekken niet direct noodzakelijk. Het ontstaan en gebruik van informele speelplekken kan situationeel worden aangepakt.
4.7 Speelplekken als ontmoetingsplekken Verschillende speelplekken fungeren niet alleen als speelplek, maar ook als ontmoetingsplek voor buurtgenoten. Dat een speelplek zo’n functie heeft is niet af te dwingen, maar wel te stimuleren. De aanwezigheid van bankjes bijvoorbeeld is daar een eenvoudig voorbeeld van. De aantrekkelijkheid van een speelplek zorgt voor intensief gebruik, waardoor buurtgenoten elkaar eerder ontmoeten. Daarmee wordt de sociale cohesie versterkt en neemt de sociale controle op gebruik van de speelplek toe. Een speelplek is aantrekkelijk als: -
er speeltoestellen staan die geschikt zijn voor de kinderen van de betreffende leeftijdsklasse; de speelplek en nabije omgeving goed verzorgd is/wordt; er bankjes in de buurt staan; de locatie als veilig wordt ervaren. 16
Een omgeving met buitenspeelruimte is levendig als zij goed gebruikt worden (mensen trekken mensen aan). Er zijn vaker meer mensen op straat waardoor het sociaal netwerk versterkt wordt en de sociale veiligheid verbetert. Een aantrekkelijke en goed bereikbare buitenspeelmogelijkheid is daarmee een ondersteuning in de opvoeding en kan de druk op de ouders verlichten. De sociale blijven wonen of bewust kiezen om naar een buurt toe verhuizen.
Bankjes Speelvoorzieningen zijn belangrijk, niet alleen voor kinderen, maar goed ingerichte speelvoorzieningen zijn vaak ook belangrijke ontmoetingsplaatsen in een wijk. Ouders of grootouders ontmoeten elkaar. Daarom zijn bankjes bij speelplekken ook belangrijk. De komende jaren is er weer budget om bankjes te vervangen of te plaatsen.
Skatebaan/pumptrack Jaarlijks komen er enkele verzoeken van kinderen voor een skatebaan. De skatebaan aan de Scholtenhagenweg was verouderd en is opgeheven. Een nieuwe locatie vinden is niet eenvoudig: die moet van ruime afmetingen zijn en geen (geluids)overlast veroorzaken. Een nieuwe ontwikkeling is een zogenaamde pumptrack, die kan worden gebruikt met een crossfiets, mountainbike, step, loopfiets, inline skates, longboards of skateboard en zorgt voor een breder aanbod dan een skatebaan.
Daarom gaat de voorkeur uit naar een pumptrack boven een skatebaan bij een eventuele aanleg. Mocht een geschikte locatie worden gevonden, dan zal de financiële haalbaarheid moeten worden onderzocht. Een pumptrack kost circa € 500,- per strekkende meter.
4.8 Speeltoestellen op schoolpleinen In 2012 zijn er afspraken met Keender gemaakt over de speeltoestellen op schoolpleinen. De toestellen op schoolpleinen worden in de regelmatige inspecties naar veiligheid meegenomen. De kosten van inspectie zijn voor de gemeente. De kosten van reparaties of vervanging zijn voor rekening van de school / Keender.
17
Hoofdstuk 5 participatie en speelvoorzieningen Participatie strekt zich bij het onderwerp speelvoorzieningen uit over -
het opstellen van deze beleidsnota én bij het (her)inrichten van speelplekken.
In de raadsvergadering van 31 mei 2023 is het participatieplan voor het tot stand komen van deze beleidsnota door de raad vastgesteld. Het participatieplan kende verschillende fases. Fase 1: Informatie, raadplegen en advies over in welke wijk Tijdspad: Juni- Juli Fase 1: trede 1, 2 & 3 Dit willen we doen door middel van: - Actieve uitvraag via de wijkraden - Actieve uitvraag via de basisscholen - Samen Haakbergen ( nieuw digitaal participatieplatform) - Via lokale media - Via sociale media - Via de gemeentelijke website Met name de ontvangen enqueteformulieren hebben veel informatie opgeleverd. Er zijn meer dan 50 ingevulde formulieren via de website www.samenhaaksbergen.nl ontvangen. De gemaakte opmerkingen zijn in bijlage 2 te vinden. Veel gemaakte opmerkingen waren: -
zandbakken worden verontreinigd door voornamelijk katten speeltoestellen zijn niet geschikt voor de leeftijdsgroep fietsen, voetballen en klimmen zijn populair speeltoestellen zijn saai, niet uitdagend
Minder vaak gemaakte, maar toch belangrijke opmerkingen waren: -
betrek ook het omliggende groen bij speelplekken maak enkele grote speelplekken met voldoende uitdagende toestellen.
18
De formulieren konden door (groot)ouders én kinderen worden ingevuld. In sommige gevallen werden de formulieren alleen door de (groot)ouders ingevuld, waardoor de vragen voor kinderen niet werd ingevuld. Het concept van deze beleidsnota wordt zoals gebruikelijk ter inzage gelegd. Ook dan kunnen nog inspraakreacties komen, die in de definitieve versie kunnen worden verwerkt.
5.1 Wat te doen met de inspraakreacties Voetballen, klimmen en fietsen zijn de meest genoemde populaire activiteiten van spelende kinderen. Er zijn al verschillende trapveldjes en er zijn ook al veel speelklimtoestellen. Maar met name het fietsen als spelen verdient aandacht. Daar waar mogelijk zullen speelplekken zo ingericht worden dat fietsen ook als spelen mogelijk is. Bij de gesprekken met de omwonenden over herinrichting van speelplekken zal daar zeker aandacht voor zijn.
5.2 Participatie bij de (her)inrichting van speelplekken Tot nu toe (2019) wordt een speelplek opnieuw ingericht als speeltoestellen kapot gaan en reparatie economisch niet rendabel is. Omdat een speelplek bijna altijd in één keer is ingericht zijn de toestellen bijna altijd even oud en dient de speelplek dan ook volledig opnieuw ingericht te worden. Nu zijn er ook verschillende meldingen dat speelplekken weliswaar nog wel voldoende veilig zijn, maar wel gedateerd. Bij de herinrichting van speelplekken wordt de buurt altijd betrokken. Belangrijke onderwerpen die dan ter sprake komen zijn: -
de leeftijdsklasse van de kinderen waar de speeltoestellen voor geschikt zijn; de situering van de toestellen en eventuele bankjes op de locatie; het materiaal (metalen of houten toestellen bijvoorbeeld); de ondergrond; betrekken we de nabije omgeving (gemeentegroen) ook bij de herinrichting; de opgedane ervaringen van omwonenden over het gebruik van de speeltoestellen; moet omliggend openbaar groen ook worden betrokken bij de herinrichting; zijn andere functies bij de herinrichting ook denkbaar; is adoptie door omwonenden een optie;
Een gesprek op locatie, nog voor de geplande herinrichting, met omwonenden en gebruikers levert vaak voldoende informatie op om enkele leveranciers een ontwerp te laten maken met de daarbij horende offerte. Hoe beter de participatie, hoe groter ook de omwonenden vaak verantwoordelijkheid voor de speelplek voelen. Ze houden de plek in de gaten op ongewenst gedrag, doen klein onderhoud en ontmoeten elkaar dus ook regelmatig op de speelplek.
19
Hoofdstuk 6 Financiën 6.1 Inleiding Met het vaststellen van het financieel herstelplan in 2020 was er alleen nog budget voor onderhoud van de speelvoorzieningen, maar niet voor de aanschaf van toestellen. Er zijn van 2019 tot en met 2023 slechts enkele nieuwe speeltoestellen aangeschaft. Haaksbergen telt 70 locaties met 342 toestellen, is gemiddeld 4,8 toestel per locatie. De verwachte levensduur van de speeltoestellen varieert van 10 tot 25 jaar, de gemiddelde verwachte levensduur van de 342 speeltoestellen in Haaksbergen bedraagt 16,7 jaar. Bij 70 speelplekken en een verwachte levensduur van circa 15 jaar dienen elk jaar 4,6 = 5 speelplekken opnieuw ingericht te worden. De kosten van herinrichting van speelplekken moet worden ingeschat op gemiddeld € 15.000,00. Daarbij wordt uitgegaan van 3 tot 4 toestellen, eventueel hekwerk en vernieuwen van de ondergrond. Speeltoestellen van hout en metaal zijn de laatste jaren flink duurder geworden. Onzeker is of de prijzen nog zullen zakken. Voorgesteld wordt om eenmalig € 200.000,00 aan de algemene reserve te onttrekken voor het wegwerken van de achterstanden in renoveren van circa 13 tot 16 speelplekken. Bij de kadernota 2025 dient de hoogte van een eventueel structureel budget voor vervanging van toestellen in beeld te worden gebracht.
20
Bijlagen 1. overzichtskaart van de locaties van speelplekken 2. overzicht van ingeleverde enquête formulieren 3. prioriteitenlijst van te herinrichten speelplekken
21