CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen over de Kadernota gesteld tijdens het Technische beraad

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Kadernota 2027-20305.290 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen over de Kadernota gesteld tijdens het Technische beraad o

Vraag: Hoe groot is het probleem met een tekort van 1 miljoen? Is dat eenvoudig om te buigen?

Antwoord: Het gepresenteerde tekort van € 1.000.000 is relatief groot gezien de zeer beperkte beïnvloedbare ruimte en materieel doordat majeure investeringsopgaven nog niet volledig in het saldo zijn verwerkt. Feitelijk is sprake van een grotere structurele opgave op een financieel kwetsbare basis. o

Vraag: Geeft de meicirculaire een indicatie aan? In hoeverre is het mogelijk daar inzicht in te krijgen?

Antwoord: Op vrijdag 29 mei is de meicirculaire uitgekomen. Wij informeren u voor besluitvorming over de Kadernota over de meicirculaire. o

Vraag: Overhead is 15,9 % (?) trend is dat hierop bezuinigd kan worden, wordt dat hier wel in meegenomen, bezuinigingen door AI?

Antwoord: De trend om te besparen op overhead/bedrijfsvoering herkennen wij niet. De ontwikkeling van AI volgen wij als Haaksbergen ook. Wij zijn ook bezig te kijken wat dit betekent voor de inrichting en op welke plekken je dit kunt inzetten. Dit vraagt uiteindelijk wel eerst investeringen, voordat dit besparingen met zich meebrengt. o

Vraag: Eerdere bezuinigingstrajecten doorlopen, gaan we deze weer van de plank halen of gaan we iets nieuws doen?

Antwoord: Uiteraard wordt gekeken naar de inzichten die voortkomen uit eerdere bezuinigingstrajecten. Echter zijn eerder in beeld gebrachte besparingen al verwerkt in onze begroting en vraagt dit om nieuwe maatregelen. Daarnaast hebben beleidsprocessen niet stil gestaan en zijn verschillende ontwikkelingen op ons afgekomen, wat betekent dat de situatie is gewijzigd. Dit vraagt een nieuwe analyse van mogelijke besparingsmaatregelen. o

Vraag: OZB: wat is expliciet 1% ozb verhoging en wat betekent dat per huishouden. Graag ontvangen we weer een staatje.

Antwoord: De OZB bestaat uit drie componenten: 1. OZB woningen 2. OZB niet-woningen eigenaren 3. OZB niet-woningen gebruikers

€ 5.124.933 begroot in 2026. € 2.354.193 begroot in 2026. € 1.424.967 begroot in 2026.

De ‘standaard’ verhoging van het OZB-tarief in 2027 is gekoppeld aan de gecombineerde BBP-index. Het Rijk maakt ook gebruik van deze index bij de berekening van het Gemeentefonds. De BBP-index betreft voor 2027 4,48%. Dat betekent dat voor het begrotingsjaar 2027 al rekening is gehouden met een OZB-verhoging van 4,48%.

1

Verder is in de Kadernota 2026 (pag. 15) opgenomen dat we de OZB voor de jaren 2026, 2027 en 2028 in drie stappen met 17,5% extra gaan verhogen. In 2026 is al een verhoging van 7,5% meegenomen. In de Kadernota 2027 is voor de jaren 2027 en 2028 rekening gehouden met een extra verhoging met 5% per jaar. Dat betekent dat voor het begrotingsjaar 2027 al rekening is gehouden met deze extra OZB-verhoging van 5%. Per saldo is voor het jaar 2027 dus rekening gehouden met een OZB-verhoging van in totaal 9,48% (4,48% + 5%). Financiële gevolgen per huishouden Gemiddeld betaalt een eigenaar van een woning in Haaksbergen in 2026 € 580,27 aan OZB. Het betreft een gemiddelde: per huishouden kan het flink verschillen, afhankelijk van de woningwaarde. Een verhoging van de OZB met 9,48% komt neer op een jaarlast per huishouden van gemiddeld € 635,28. Een gemiddeld huishouden gaat dan € 55,01 per jaar meer aan OZB betalen. Gevolgen 1% verhoging of verlaging tarief Per % dat de OZB extra wordt verhoogd bovenop de 9,48% die al is geraamd, levert dat een extra structurele inkomst op van € 89.000. Andersom geldt ook dat als de raad besluit de OZB met minder dan 9,48% te verhogen, elke % verlaging een structureel nadeel van € 89.000 oplevert. o

Vraag: SWB: In de kadernota is opgenomen dat de wens van de SWB om de volledige Rijksbijdrage voor hun dienstverlening te betalen. Dit zou betekenen dat een structurele extra bijdrage nodig is van EUR 3,5 ton: o Zou er een overzicht kunnen komen van de gelden SWB en Wsw die wij nu betalen aan de SWB?

Antwoord: Totale inschatting bijdrage SWB 2026 Omschrijving

2026 Begroting

Loonkosten dv stichting WSW Haaksbergen Loonkostensubsidie begeleid werken Kosten Medisch Vervoer Accountantskosten Totale bijdrage Wsw (Beschut en Begeleid werk)

1.869.987 63.815 67.484 5.000 2.006.286

Dienstverbanden Nieuw Beschut Begeleidingsvergoeding Nieuw Beschut Aanvullen verlies Beschut Totale bijdrage Wsw Nieuw Beschut werk Totale verwachte bijdrage SWB 2026

112.365 29.946 142.311 2.148.597

De verwachte bijdrage is berekend op basis van de begroting van de SWB. De uiteindelijke bijdrage zal worden berekend op basis van de realisatie gedurende het jaar en per jaareinde wordt een eindafrekening gemaakt.

o

2

Bij de ontmanteling van de voormalige sociale werkplaats Hameland is het personeel ondergebracht in de Stichting Wsw Haaksbergen. Dit waren toen 100

personeelsleden. Bestaat deze Stichting nog en voor hoeveel personeelsleden worden vanuit deze stichting nog salarissen betaald? Antwoord: De Stichting bestaat nog steeds. De voorzitter van het bestuur is de gemeentesecretaris van de gemeente Haaksbergen. De administratie van deze stichting wordt gedaan door het SWB Midden Twente. Hieronder is een overzicht opgenomen met het aantal medewerkers per type dienstverband. Aantal medewerkers Type dienstverband realisatie Prognose 2025 2026 Begeleid Werken 8,27 8,27 Detachering 18,70 18,7 Intern (Beschut werk) 25,20 23,2 Totaal: 52,2 50,2

o

Hoeveel betalen we nu aan de SWB voor de dienstverlening en wat is het inverdienbedrag van de mensen die er werken. Graag zouden we hiervan een totaaloverzicht van kosten en opbrengsten SWB ontvangen?

Antwoord: Voor het antwoord op de eerste vraag verwijzen wij naar het antwoord op de eerste vraag (gemeentelijke bijdrage). De vraag met betrekking tot het inverdienbedrag hebben wij uitgezet bij het SWB Midden Twente, omdat wij zelf niet over deze gegevens beschikken. Hierop hebben wij het volgende antwoord ontvangen: “De gemeente Haaksbergen betaalt volgens DVO voor: - uitvoering Wsw-taken: Aanbieden passend werk, staftaken en ontwikkeling van beleid (€ 355.335) - uitvoering HRM-taken (€ 20.000) Vervolgens betaalt SWB aan de gemeente Haaksbergen voor gederfde inkomsten van haar Wsw-medewerkers eenzelfde bedrag van € 375.355. Dit is het inverdienbedrag van de medewerkers en wordt ieder jaar opnieuw bepaald. Ieder jaar wordt het bedrag voor Uitvoering Wsw-taken hierop aangepast, zodat dit een kostenneutraal ‘factuurronde’ is.” Een onderbouwing, op welke wijze en met welke gegevens het inverdienbedrag is berekend, hebben wij echter tot op heden niet ontvangen. o

Uit de jaarrekening van de SWB was te herleiden dat de drie deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke regeling SWB gezamenlijk € 369.000 per jaar bijdragen. Hoe staat dat in verhouding tot de bijdrage van de gemeente Haaksbergen?

Antwoord: Naast de gemeentelijke eigen bijdrage die deelnemende gemeenten (Hengelo, Hof van Twente en Borne) betalen, wordt de door deze gemeenten via het gemeentefonds ontvangen Rijksbijdrage één op één doorgeschoven naar de SWB. Hiermee rekening houdende kan de verhouding in bijdragen per gemeente als volgt worden weergegeven:

3

Bijdragen deelnemende gemeenten o.b.v. laatste prognose 2026

o

Aantal Standaard eenheden (se) Doorbelaste Rijksbijdragen Gemeentelijke bijdragen Jaarbijdrage DVO

Hengelo 297,15 € 13.038.969 € 256.774 € -

Borne Hof van Twente 62,15 67,13 € 2.727.031 € 2.945.664 € 49.432 € 53.487 € € -

Totaal Haaksbergen 426,43 58,09 € 18.711.664 € 359.693 € € 2.148.597

Totaal bijdrage Bijdrage per se

€ 13.295.743 € 44.744,21

€ 2.776.463 € 44.673,58

€ 19.071.357 € 44.723,30

€ €

2.999.151 44.676,76

€ €

2.148.597 36.987,38

Vraag: Pagina 22 afvoerkosten bermen: als de grond schoon is, kun je die dan wel hergebruiken? Wat zijn de kosten?

Antwoord: Als de grond schoon is, kan deze worden hergebruikt. In de praktijk is de meeste grond licht vervuild en mag deze niet worden hergebruikt. De afvoerkosten, zoals in de kadernota wordt bedoeld, hebben betrekking op het storten van de kilo's grond die niet hergebruikt kunnen worden. Op regionaal niveau wordt gekeken naar een samenwerking tussen gemeentes, waarbij een bodemkwaliteitskaart wordt gemaakt. Met deze kaart wordt de bodemkwaliteit in beeld gebracht. Dat moet het in de toekomst makkelijker maken om grond her te gebruiken, in plaats van af te voeren. Licht vervuilde grond kan dan worden hergebruikt op een andere locatie waar al licht vervuilde grond ligt. Tot die tijd moet licht vervuilde grond worden afgevoerd. o

Vraag: Op pagina 22 Formatie Leerplicht. Hier wordt gesproken over een advies om te rekenen met 1 fte per 2.700 leerlingen. Zouden wij een overzicht kunnen ontvangen van het schoolverzuim van de afgelopen 4 jaar (absoluut en relatief)?

Antwoord: Onderstaande gegevens worden jaarlijks beschikbaar gesteld door DUO. De gegevens over schooljaar 2024/2025 zijn nog niet beschikbaar gesteld. In dit overzicht staat alleen het wettelijke verzuim. Overige verzuimmeldingen, waaronder ook preventieve verzuimmeldingen, staan niet in dit overzicht. Jaarlijks brengen wij (vóór 1 oktober) verslag uit aan uw gemeenteraad over het gevoerde verzuimbeleid en de resultaten daarvan. Schooljaar

Absoluut verzuim

Relatief verzuim

2020/2021

0,0

10

2021/2022

0,0

20

2022/2023

1,7

19

2023/2024

0,0

11

o

Vraag: Wordt ook controle op thuisstudie uitgevoerd?

Antwoord: Dit is afhankelijk van de context van het begrip "thuisstudie". Voor leerplichtige kinderen houdt de leerplichtambtenaar toezicht op de naleving van de Leerplichtwet en op eventuele 4

vrijstellingen van de schoolinschrijvingsplicht. Er vindt geen inhoudelijke controle plaats op het thuisonderwijs zelf. De Hoge Raad heeft recent bevestigd dat vrijstellingen van de leerplicht, vanwege bezwaar tegen de richting van het onderwijs, terughoudend moeten worden toegepast en dat het recht van kinderen op onderwijs daarbij centraal staat. Dit onderstreept het belang van een zorgvuldige beoordeling van vrijstellingsverzoeken door gemeenten. o

Vraag: Met welke aantallen personen die een beroep doen op huishoudelijke ondersteuning is rekening gehouden met de prognoses?

Antwoord: In de Kadernota 2027 is rekening gehouden met de laatst bekende data. Dit zijn de data; jaarcijfers 2025 en de eerste twee maanden van 2026. De data over de eerste twee maanden gaven geen aanleiding een correctie voor de volume door te voeren. Echter gezien de lange trend in de stijging van de vraag naar huishoudelijke ondersteuning, is rekening gehouden met een volume stijging van 2%. Er is gewerkt aan een prognosemodel, waar onder meer rekening wordt gehouden met gegevens rondom vergrijzing. Het model was ten tijde van het opstellen van de kadernota nog niet gereed. De resultaten hiervan presenteren wij in de Eerste bestuursrapportage 2026. o

Vraag: Wmo huishoudelijke ondersteuning: Hoe liggen wij in relatie met buurgemeenten qua tarieven?

Antwoord: Wij hebben huishoudelijke ondersteuning samen met 10 andere gemeenten ingekocht en regionaal contractueel vastgelegd. Qua tarieven gaan wij dus gelijk op met de andere deelnemende gemeenten. Verschillen in kosten met andere deelnemende gemeenten kunnen ontstaan als gevolg van meer vergrijzing en meer inzet intensievere zorg ten opzichte van andere gemeenten. o

Vraag: Inwoners die huishoudelijke ondersteuning ontvangen worden elke twee jaar geïndiceerd. De indicaties zouden ook voor langere tijd kunnen worden afgegeven, aangezien in de meeste gevallen de behoefte aan zorg alleen maar zal toenemen in plaats van afnemen. Hiermee zou in de uitvoering een efficiency slag kunnen worden bewerkstelligd. Zou de gemeente de indicatietermijnen kunnen verlengen?

Antwoord: Bij de indicatiestelling wordt hier al rekening mee gehouden door de consulenten. Er worden al indicaties voor langere tijd verstrekt. o

Vraag: Het Rijk is voornemens een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo her in te voeren. Hiermee wil het Rijk afstappen van het abonnementstarief (vast bedrag). Als gevolg hiervan is de verwachting dat de baten die worden geïnd vanuit de eigen bijdragen voor huishoudelijke ondersteuning zullen stijgen. Zijn deze baten ook verwerkt in de Kadernota 2027.

Antwoord: In de Begroting 2024 is al rekening gehouden met de extra baten als gevolg van de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo per 1 januari 2026 (zie pagina 13 van de Programmabegroting 2024). Tegenover de verwachte extra baten staat dat de Algemene Uitkering die de gemeente zal worden gekort. Dus per saldo budgetneutraal. 5

In de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk is opgenomen dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2028. Als gevolg hiervan heeft het Rijk een éénmalige toevoeging gedaan aan de Algemene Uitkering voor het jaar 2027 in de Meicirculaire 2026. De financiële vertaling van de meicirculaire heeft nog niet plaatsgevonden in de Kadernota 2027. Hierover wordt u afzonderlijk geïnformeerd. o

Vraag: Coördinator ondermijning incidenteel opgenomen, waarom?

Antwoord: Op dit moment moet nog een compleet beeld gevormd worden over het hele speelveld van ondermijning en de inzet die daarbij nodig is. Het college heeft er daarom voor gekozen voor dit moment in ieder geval budget beschikbaar te stellen voor 2027. o

Vraag: Netcongestie en energietransitie, hoe wordt daar mee omgegaan:

Antwoord: Vanuit het Rijk krijgen wij CDOKE middelen. Deze middelen worden apart gezet voor duurzaamheid en de inzet op netcongestie. o

Vraag: CDOKE waarschijnlijk tot 2040 toegekend, kunnen we deze al als structureel beschouwen en hoe kunnen we deze dan alloceren.

Antwoord: Tot op heden stelt het Rijk steeds incidenteel middelen beschikbaar. Er zijn wel geluiden dat dit structureel wordt. Wanneer het Rijk structurele middelen beschikbaar stelt, nemen wij de budgetten ook structureel op in de begroting. o

Vraag: Wat is de boekwaarde en kapitaallasten van de scholen? Kunnen jullie een overzicht aanleveren?

Antwoord: Zie bijlage 1 bij deze beantwoording. o

Vraag: Pag 23: gaat in op aanbestedingen. Worden aanbestedingen gezamenlijk met andere gemeenten opgepakt?

Antwoord: Voor meerdere trajecten geldt dat regionaal wordt aanbesteed. Voor onze eigen aanbestedingen zoeken we ook de samenwerking op met andere gemeenten. Daarnaast willen we gaan werken met een aanbestedingsagenda, zodat je aansluiting kunt zoeken met andere gemeenten. o

Vraag: In de kadernota wordt gerefereerd naar een onderzoek inzake het bewegingsonderwijs. Kan de raad voor de kadernota geïnformeerd worden over dit onderzoek, waarbij ook inzicht wordt gegeven in de bezettingsgraad.

Antwoord: Het streven is de raad zo spoedig mogelijk te informeren over de uitkomsten van het onderzoek, echter zal dit naar verwachting niet voor de behandeling van de kadernota zijn. 6

o

Hoe adviseert de VNG ten aanzien van het omgaan met tekorten? Bijvoorbeeld de tekorten bewust laten zien vanwege kortingen van het Rijk.

Antwoord: Streef naar een formeel sluitende begroting voor 2027 om toezicht te voorkomen, maar maak tegelijkertijd inzichtelijk waar het evenwicht nog niet structureel is. Breng onzekerheden, zoals jeugdzorg, Wmo en Rijkskortingen, afzonderlijk in beeld via stelposten en kwantificeer de bijbehorende risico’s. Zo blijft het onderliggende structurele tekort transparant en voorkom je, dat nu al ingrijpende bezuinigingen worden doorgevoerd op basis van onzekerheden. Aanvullende technische vragen Team DAP Technische vragen Kadernota 2027-2030 Pag., 4 Onderwijs o Graag financiële doorvertaling van de 6 scholen genoemd in het IHP, waarom worden de gymzalen hier niet in betrokken? Antwoord: Op dit moment zijn wij het proces om te komen tot een nieuw IHP gestart, met als verwachte datum voor behandeling in de raad januari 2027. In dit nieuwe IHP, waarover u via onder andere een themabijeenkomst (24 augustus 2026) nog geïnformeerd zult worden, voorzien wij de 6 genoemde scholen ook van een financiële doorvertaling. In het huidig IHP wordt nog gerekend met de VNG-normbedragen. Landelijk is er concensus over het feit dat deze normbedragen niet passen bij enerzijds gewenste (school)kwaliteit en anderzijds de huidige marktomstandigheden. In het nieuwe IHP, net als specifiek voor BS Buurse en Sint Bonifacius hanteren wij marktconforme bedragen.

De gymvoorzieningen worden in een later stadium betrokken, afhankelijk van de geactualiseerde plannen omtrent de ‘clustering’ van basisscholen. Zodra meer duidelijk is over de mate en/of vorm van clustering, bouwlocatie(s) en de mate van samenwerking tussen de scholen (intentie), bekijken wij wat de passende locatie(s) is/zijn voor het bewegingsonderwijs. Hierbij dienen wij ook rekening te houden met de afstanden van de gebruikers tot de voorzieningen. Wij informeren uw raad binnenkort, met een raadsinformatiebrief, over het onderzoek naar de staat en capaciteit van de locaties voor bewegingsonderwijs. o

Graag een financieel overzicht van de eventuele omzetting naar MFA’s.

Antwoord: Telefonisch is navraag gedaan bij team DAP. Aangegeven is dat de vraag betrekking heeft op specifiek de scholenprojecten in Sint Isidorushoeve en Buurse. Met betrekking tot Sint Isidorushoeve is er geen sprake van (mogelijke) MFA-vorming. Naar verwachting ontvangt u in september een raadsvoorstel ten behoeve van realisatie van een nieuwe basisschool in Sint Isidorushoeve inclusief kinderopvang. Wel wordt momenteel onderzocht in hoeverre tijdelijke onderwijshuisvesting plaats kan vinden in 't Meuken, waardoor financiële middelen zoveel mogelijk behouden blijven in het dorp en het inhuren van units zoveel mogelijk wordt voorkomen. Met betrekking tot Buurse worden er op dit moment regelmatig gesprekken gevoerd tussen ons, Stichting Keender en SBB. Hierin trekken wij samen op en worden de plannen vanuit SBB met betrekking tot MFA-wensen en de aanvraag die Stichting Keender heeft gedaan, op grond van onze onderwijshuisvestingsverordening, om te komen tot renovatie van BS Buurse besproken en afgestemd. Het doel hierbij is te voorkomen dat de ene ontwikkeling beperkend of belemmerend werkt ten opzichte van de andere. We kijken op dit moment naar aanknopingspunten om het dorpsambitieplan van Buurse te verbinden met de renovatie van

7

de basisschool. Wij kunnen in dit stadium nog niet voldoen aan uw vraag naar een financieel overzicht. 2. Beleidsmatige ontwikkeling 2.2 Programma 1 Veiligheid Pag 9: o Kan het college aangeven waarom klimaatverandering niet wordt benoemd in het Integraal veiligheidsplan 2024-2027.pdf Is gemeente Haaksbergen hierop voldoende voorbereid te denken valt aan extreme hitte (hitteplan), neerslag, wind? Antwoord: Het Integraal Veiligheidsplan (vanaf hier IVP) prioriteert een aantal thema’s op het gebied van veiligheid. In 2024 heeft de gemeenteraad zelf het IVP en daarmee ook de vier prioriteiten vastgesteld. Deze prioriteiten zijn het resultaat van een uitgebreid proces van participatie. Als het gaat om rampen of crises die een relatie hebben tot klimaatverandering, werkt de gemeente hierin op regionaal niveau samen met de Veiligheidsregio Twente (VRT). Scenario’s en ontwikkelingen op dit gebied worden dan ook meegenomen in de beleidscyclus van de VRT, waar we als gemeente onderdeel van zijn. Daarnaast worden inwoners en ondernemers via onder andere de website TwenteVeilig geïnformeerd over de handelingsperspectieven in dit soort scenario’s. 2.7 Programma 8 Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Pag 18: Woningbouw o Met name voor de gemeentelijke projecten zal dit extra investeringen met zich meebrengen.

Per project worden de kosten en opbrengsten in beeld gebracht, gekoppeld aan een tijdsplanning. Graag een overzicht van alle gemeentelijke projecten Antwoord: In december 2025 hebben wij de gemeenteraad een raadsinformatiebrief gestuurd met als onderwerp ‘dashboard woningbouw 2025'. Als bijlage bij deze raadsinformatiebrief is het overzicht van de woningbouwprojecten gevoegd, zie: Bijlage+bij+raadsinformatiebrief+dashboard+woningbouw+-+Woningbouwplanneninbeeld) Wij zullen dit overzicht in de loop van dit jaar actualiseren. Op dit moment kunnen wij nog geen woningbouwprojecten toevoegen. 3. Financiële ontwikkelingen 3.1 Autonome ontwikkelingen o In de Mutaties kadernota 2027 tabellen op pagina 20 en 21 zijn diverse bedragen voor 2028, 2029 en 2030 meestal exact hetzelfde dan met die van 2027. Vind er geen indexatie plaats? Zoals voor oa.B6 – 12. Antwoord: In de tabel “overige autonome ontwikkelingen” zie je enkel de bijstelling van de autonome ontwikkeling en deze is vaak gelijk van omvang. De indexatie verloopt via de P&C cyclus, waarbij budgetten uitsluitend per jaar worden geïndexeerd. We lopen nog niet vooruit op toekomstige inflatie. Dit voorkomt onnodige budgetreservering en zorgt dat de uitgaven aansluiten bij daadwerkelijke loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast worden wij jaarlijks door het Rijk gecompenseerd voor wat betreft indexaties.

8

B7. Areaaluitbreiding plantsoenen en bruggen Pag 22: o Eind dit jaar wordt van meerdere locaties het onderhoud van de aannemer overgedragen aan de gemeente. Kan het college uitleggen of groot snoeionderhoud voor of na de onderhoudswerkzaamheden voor de overdracht plaatsvinden? Antwoord: Er vindt geen groot snoeionderhoud plaats bij wat net nieuw is aangelegd. Binnen de 2-3 jaar van het onderhoud dat door de aannemer wordt uitgevoerd, vindt geen groot onderhoud plaats. Groot onderhoud vindt alleen plaats bij achterstallig onderhoud. Mocht groot snoeionderhoud wel nodig zijn, wordt dit gedaan voor de overdracht aan de gemeente. Dit wordt vastgesteld bij de oplevering, waar ook iemand van Twente Milieu bij aanwezig is. Pag 22: 2.7 Programma 6, Sociaal Domein Prioritaire Agenda Jeugdzorg: o Kan het college specificeren waaraan de extra bijdrage van € 52.000 (pag. 14) aan SamenTwente precies wordt besteed? o Op basis van welke berekeningen verwacht het college dat deze investering leidt tot lagere jeugdzorgkosten? o Welke risico's bestaan er als de verwachte besparingen op Jeugdzorg niet worden gerealiseerd? Antwoord: o Op 24 februari 2026 hebben wij u met een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de Prioritaire Agenda Jeugdzorg 2026-2032. De Prioritaire Agenda Jeugdzorg was als bijlage bij deze brief gevoegd.

In bijlage 5 op pagina 44 van de Prioritaire Agenda Jeugdzorg staat de specificatie, waaraan de extra bijdrage van € 52.000 wordt besteed. o In hoofdstuk 5 op pagina 32 onder het kopje maatschappelijke baten en in bijlage 4 op pagina 42 onder 8. Financiële onderbouwing van de Prioritaire Agenda Jeugdzorg wordt ingegaan op respectievelijk de maatschappelijke en financiële baten van de prioritaire agenda. o Als de besparingen op Jeugdzorg niet worden gerealiseerd en de Prioritaire Agenda Jeugdzorg wel structureel in de gemeentebegroting is opgenomen, is er sprake van een structurele kostenuitzetting van € 52.000 (exclusief indexering). Coördinator Preventie en Gezondheid o Welke taken worden momenteel uitgevoerd binnen de GALA-aanpak? Hoe wordt dit nu ingevuld? o Waarom kunnen deze werkzaamheden niet binnen de bestaande organisatie/huidige vorm worden ondergebracht? Antwoord: o Binnen de GALA-aanpak worden momenteel de volgende inhoudelijke opgaven uitgevoerd: • Kansrijke Start • Aanpak overgewicht bij kinderen en volwassenen • Valpreventie • Welzijn op recept • Versterken van de sociale basis • JOGG: gezonde jeugd, gezonde toekomst De uitvoering van deze opgaven vindt op dit moment grotendeels plaats via tijdelijke projectleiders. Deze worden gefinancierd vanuit externe middelen, zoals de Twentse Koers / IZA SPUK-gelden. 9

o

Tijdelijke financiering vervalt: met de doorontwikkeling van de Twentse Koers vervalt ook de inzet van projectleiders (die gefinancierd worden door Twentse Koers / IZA). Onze organisatie beschikt niet over voldoende ruimte om deze extra taken structureel op te vangen. De capaciteit is krap, waardoor continuïteit van de aanpak onder druk komt te staan en prioritering ten koste gaat van andere taken.

Dienstverlening Wsw door SWB o Wanneer verwacht het college de aangekondigde businesscase (pag. 15) aan de raad voor te leggen? o Hoe verhoudt de gevraagde extra bijdrage van € 350.000 zich tot de bijdragen van vergelijkbare gemeenten o Zijn alternatieve uitvoeringsvormen onderzocht en zo ja, welke? o Welke financiële consequenties heeft het beëindigen van de samenwerking met SWB? Antwoord: o Er wordt op dit moment ambtelijk nog gewerkt aan het opstellen van de businesscase. Als de businesscase gereed is, bespreken wij deze. Wanneer wij van oordeel zijn dat de extra financiële vraag van de SWB gerechtvaardigd is, nemen wij zowel in de Eerste bestuursrapportage 2026 als in de Programmabegroting 2027 en verder het benodigde bedrag voor de SWB op. Tevens informeren wij u dan via een raadsinformatiebrief over de businesscase. o Met de gevraagde extra bijdrage van € 350.000 betalen wij de SWB de volledige Rijksbijdrage, die Haaksbergen ontvangt voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De andere gemeenten zijn onderdeel van de GR met de SWB. In de GR is bepaald dat deelnemers de volledige Rijksbijdrage Wsw aan de GR dienen te betalen. Deze gemeenten betalen daarom nu al de volledige Rijksbijdrage die zij ontvangen aan de SWB. De hoogte van de Rijksbijdrage wordt bepaald aan de hand van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wsw. o De onderhandelingen met de SWB lopen nog.

Wij hebben ingezet op het opstellen van een businesscase. Er zijn daarom nog geen alternatieve uitvoeringsvormen onderzocht. o Er zijn op grond van de dienstverleningsovereenkomst met de SWB (hierna: DVO) geen financiële consequenties verbonden aan het beëindigen van de DVO met de SWB. De deelnemers die vallen onder de Wsw moeten, vanwege de wettelijke verplichting hiertoe, echter wel bij een ander sociaal ontwikkelbedrijf worden ondergebracht. Aan het vinden van en het onderbrengen bij een ander sociaal ontwikkelbedrijf zijn mogelijk wel extra kosten verbonden. Opvang Oekraïense ontheemden o Heeft het college een financiële risicoanalyse gemaakt voor het wegvallen van de Rijksvergoeding vanaf maart 2027? o Wat zijn de verwachte gevolgen voor de uitgaven Participatiewet? Antwoord: o We maken geen risicoanalyse, maar hebben de financiële administratie wel zo ingericht, dat we straks op basis van werkelijk gemaakte kosten een aanvraag voor vergoeding kunnen indienen. Hiermee is het dan ook de verwachting dat we de gemaakte kosten daadwerkelijk vergoedt krijgen, maar dat we geen onderschrijding van het budget meer hebben. o De exacte tijdsplanning, concrete invulling en financiële compensatie vanuit het Rijk zijn nog onduidelijk. De verwachte gevolgen voor de uitgaven Participatiewet zijn hierdoor niet inzichtelijk.

10

Formatie Zorg, Veiligheid en Inburgering o Voor inburgering ontvangt de gemeente jaarlijks Rijksmiddelen voor diverse uit te voeren taken. Waarom kunnen de ontvangen Rijksmiddelen voor inburgering niet worden ingezet voor de structurele dekking van deze formatie? o Welk deel van de gevraagde € 92.051 heeft betrekking op inburgering, welk deel op zorg en veiligheid en welk deel op de huisvesting van statushouders? o Hoe verhoudt de formatie van Haaksbergen zich tot vergelijkbare gemeenten? Antwoord: o De SPUK Inburgering (Specifieke Uitkering Inburgering) mag uitsluitend worden ingezet voor de directe kosten van voorzieningen, die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht. Hieronder vallen de leerroutes, de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), het Participatieverklaringstraject (PVT), maatschappelijke begeleiding en ondersteunende voorzieningen, zoals de inzet van tolken. De SPUK Inburgering mag niet worden gebruikt voor gemeentelijke uitvoeringskosten. De gevraagde formatie betreft echter uitvoeringskosten in de vorm van ambtenarensalarissen. Daarnaast richt deze formatie zich niet uitsluitend op inburgering, maar op een breder pakket aan wettelijke gemeentelijke taken, waaronder zorg, veiligheid, inburgering en huisvesting van statushouders.

Om deze redenen kunnen de ontvangen Rijksmiddelen voor inburgering niet worden ingezet voor structurele dekking van deze formatie. o De gevraagde formatie betreft een functie van 32 uur per week, waarin verschillende wettelijke taken zijn gecombineerd. De beschikbare capaciteit wordt indicatief als volgt verdeeld: • 40% voor taken op het gebied van zorg en veiligheid; • 40% voor de huisvesting van statushouders; • 20% voor inburgering. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze verdeling een inschatting betreft. In de praktijk zijn de werkzaamheden rondom inburgering en huisvesting van statushouders nauw met elkaar verweven en worden deze door dezelfde medewerker uitgevoerd. Daardoor is geen exacte toerekening per taak mogelijk. o Er is geen vergelijking gemaakt met de formatieomvang van andere gemeenten. In zijn algemeenheid zetten alle Twentse gemeenten een medewerker specifiek voor deze taken in. De werkzaamheden op het gebied van zorg en veiligheid, inburgering en huisvesting van statushouders betreffen wettelijke gemeentelijke taken. De voorgestelde formatie betreft geen uitbreiding van beleid, maar het structureel borgen van de uitvoering van bestaande wettelijke taken. Hiermee wordt voorzien in de benodigde capaciteit om deze taken adequaat en continu uit te voeren.

Beleidsmedewerker Jeugd o Welke onderdelen van de Hervormingsagenda Jeugd worden momenteel niet uitgevoerd vanwege capaciteitsgebrek? Antwoord: o Het beleidsterrein Jeugdzorg is een breed beleidsterrein met een grote financiële impact op de gemeentelijke begroting. Er is sprake van een groot aantal regionale taken die samenwerking en afstemming met de andere Twentse gemeenten en diverse partijen (zoals onderwijs, huisartsen, gecertificeerde instellingen, jeugdhulpaanbieders en Raad voor de Kinderbescherming) en advisering (ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming) vragen. Regionale besluiten hebben vaak lokaal financiële gevolgen. De (landelijke en) regionale maatregelen moeten lokaal geïmplementeerd worden. Er is daarnaast een groot en divers pakket lokale taken. Een relatief nieuwe taak betreft de beleidsmatige vertaling van de monitoring van de lokaal ingevoerde maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda en het inzichtelijk maken van de resultaten hiervan. Tot nu toe lukt 11

het om bijna al deze taken (het leveren van capaciteit voor regionale taken is de afgelopen jaren bijvoorbeeld niet gelukt), weliswaar op een minimum niveau, uit te voeren. Deze taken worden door één beleidsmedewerker uitgevoerd, wat de uitvoering zeer kwetsbaar maakt. Personeel/inhuur o Graag een overzicht van alle huidige FTE en kosten van het personeel voor 2027 van de gemeente per jaar per afdeling en ook van alle inhuur; apart aangevuld met een apart overzicht van de nog aan te trekken FTE en kosten per afdeling. o Dit ook graag per programma uitgesplitst. Antwoord: Huidige FTE en kosten personeel voor 2027, per afdeling en uitgesplitst naar programma: Beleidsterrein

Formatie

Begrote loonkosten

Dienstverlening (Prog. 0)

11,24

925.485

Bedrijfsvoering - Juridisch (Prog. 0)

8,40

881.264

Bedrijfsvoering - P&O/Arbo (Prog. 0)

6,44

653.605

Bedrijfsvoering - C ommunicatie (Prog. 0)

2,53

269.151

Bedrijfsvoering - Financien/Inkoop (Prog. 0)

10,57

982.428

Bedrijfsvoering - C ISO/Privacy officer/FG (Prog. 0)

1,50

167.420

Bedrijfsvoering - IC T/Gegevensbeheer/Facilitair (Prog. 0)

13,70

1.269.349

Bedrijfsvoering - Gem. Sec./Programmamanagers/C oncerncontroller/Bestuursadviseur (Prog. 0)

7,00

916.685

Bedrijfsvoering - Overig: Bestuur- en managementondersteuning (Prog. 0)

4,14

351.837

Veiligheid en Handhaving (Prog. 1)

11,06

1.040.997

Openbare Ruimte en Infrastructuur (Prog 2.) Leefbaarheid, Duurzaamheid, Economie en Werkgelegenheid (Prog. 3 en Prog. 7)

15,83

1.585.003

6,95

735.917

Onderwijs (Prog. 4)

2,33

246.459

C ultuur, Sport en Recreatie (Prog. 5)

1,89

197.597

Sociaal Domein: Wmo (Prog. 6)

10,09

953.617

Sociaal Domein: Jeugdwet (Prog. 6)

8,77

836.465

Sociaal Domein: Participatiewet (Prog. 6)

2,34

236.352

Sociaal Domein: Rest (Prog. 6)

7,43

683.978

Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Prog. 8)

20,57

2.099.880

Totaal

152,78

15.033.488

12

Openstaande vacatures en kosten personeel voor 2027, per afdeling en uitgesplitst naar programma: Beleidsterrein

Vacatures

Begrote loonkosten

Dienstverlening (Prog. 0)

1,00

132.814

Bedrijfsvoering - Juridisch (Prog. 0)

0,89

99.421

Bedrijfsvoering - P&O/Arbo (Prog. 0)

0,25

33.204

Bedrijfsvoering - C ommunicatie (Prog. 0)

0,00

0

Bedrijfsvoering - Financien/Inkoop (Prog. 0)

5,19

560.324

Bedrijfsvoering - C ISO/Privacy officer/FG (Prog. 0)

0,00

0

Bedrijfsvoering - IC T/Gegevensbeheer/Facilitair (Prog. 0)

1,25

137.752

Bedrijfsvoering - Gem. Sec./Programmamanagers/C oncerncontroller/Bestuursadviseur (Prog. 0)

0,00

0

Bedrijfsvoering - Overig: Bestuur- en managementondersteuning (Prog. 0)

0,00

0

Veiligheid en Handhaving (Prog. 1)

0,00

0

Openbare Ruimte en Infrastructuur (Prog 2.) Leefbaarheid, Duurzaamheid, Economie en Werkgelegenheid (Prog. 3 en Prog. 7)

0,89

93.048

1,33

148.946

Onderwijs (Prog. 4)

0,00

0

C ultuur, Sport en Recreatie (Prog. 5)

0,00

0

Sociaal Domein: Wmo (Prog. 6)

0,20

26.563

Sociaal Domein: Jeugdwet (Prog. 6)

0,00

0

Sociaal Domein: Participatiewet (Prog. 6)

0,00

0

Sociaal Domein: Rest (Prog. 6)

0,00

0

Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Prog. 8)

0,00

0

Totaal

11,00

1.232.073

Inhuur: Op basis van de huidige inzichten zien wij dat het inhuurpercentage zich in een dalende lijn bevindt. In 2024 bedroeg het aandeel inhuur nog circa 23,3% van de totale loonsom, waar dit in 2025 is teruggebracht naar circa 17,8%. Deze daling is het resultaat van gerichte sturing, strakkere monitoring en kritisch beoordelen van de noodzaak van externe inhuur. Voor de komende periode zetten wij deze lijn voort. Het uitgangspunt blijft om waar mogelijk structureel werk met eigen personeel in te vullen en externe inhuur te beperken tot situaties waarin dit noodzakelijk en onvermijdelijk is, bijvoorbeeld bij piekbelasting, specialistische expertise of tijdelijke ziektevervanging. Voor 2027 geldt dat er op dit moment geen lopende inhuuropdrachten zijn die doorlopen tot dat jaar. Dit betekent dat de inhuur in 2027 volledig opnieuw wordt afgewogen op basis van de dan geldende opgaven, beschikbare formatie en specifieke expertisebehoeften. Gelet op de ingezette koers en het ontbreken van langlopende verplichtingen, is de verwachting dat het inhuurpercentage in 2027 verder kan dalen, waarbij wij blijven sturen op een doelmatige en verantwoorde inzet van middelen. Tegelijkertijd behouden wij voldoende flexibiliteit om in te kunnen spelen op onvoorziene ontwikkelingen.

13

Bijlage 1: Overzicht boekwaarde en kapitaallasten scholen

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17139081/1