Beantwoording vragen commissie Ruimte over verklaring van geen bedenkingen zoutwinningslocaties en leidingentracé
Tekst van het document
x
College van burgemeester en wethouders Burgemeester Schriftelijke vragen raadsleden x
Artikel 41 (vragen) Artikel 43 (inlichtingen) Mondelinge vragenronde raadsvergadering Vragensteller : diverse leden commissie Ruimte Datum : 12 oktober 2022 (vergadering commissie Ruimte) Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen zoutwinningslocaties en leidingentracé Vraag: Vragen van mevrouw Costeris: • Wat zijn de consequenties van het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen, hoe staat het ministerie van EZK hier tegenover • Wat is de opvatting van het college over de argumenten van de insprekers die tijdens de commissievergadering zijn ingebracht • Hoe is het rapport van Royal Haskoning DHV gewogen Vraag van de heer Yüksel: • Graag ontvangen wij de startnotitie ‘Zoutwinning Zuid-Oost Twente’ Vraag van de heer Vonkeman: • Waarom wordt niet gekozen voor kleinere wellpads en zouthuisjes • In hoeverre kan het ministerie van EZK partij zijn bij de garanties die Nobian na moet komen Vraag van de heer Ebeling: • Graag aandacht voor de onttrekking van water aan hoger gelegen gebieden en de gevolgen van langere perioden van droogte voor de fauna
In te vullen door PAZ Zaaknr. : Z / 22 / 24541 Verzenddatum :
Behandeld: Datum : Antwoord :
Inkomend doc. nr. Uitgaand doc. nr.
D-141131
Schriftelijke beantwoording Harald Heukels, Omgeving & Ontwikkeling 17 oktober 2022 Wat zijn de consequenties van het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen, hoe staat het ministerie van EZK hier tegenover? Alvorens bovenstaande vraag te beantwoorden, schetsen wij eerst de procedure. Een schematische weergave van de procedure in relatie tot besluitvorming om de verklaring van geen bedenkingen (hierna: Vvgb) al dan niet te verlenen, is als bijlage toegevoegd. Op 26 oktober 2022 neemt uw raad in ontwerp een besluit over de Vvgb. In ontwerp wordt de Vvgb al dan niet verleend.
1
Als uw raad op 26 oktober 2022 in ontwerp de Vvgb verleent, is deze belemmering weggenomen voor EZK om de aanvragen van de omgevingsvergunningen voor het realiseren van acht zoutwinningslocaties en de aanleg van het leidingentracé in ontwerp te verlenen. Bij positieve besluitvorming door EZK worden de ontwerp omgevingsvergunningen met alle onderliggende documenten (waaronder de ontwerp Vvgb) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen dan bij het bevoegde orgaan (in dit geval EZK) zienswijzen indienen. Indien zienswijzen betrekking hebben op de Vvgb, zal de raad van Haaksbergen deze zienswijzen moeten betrekken in de definitieve besluitvorming. In de definitieve besluitvorming kan de raad de Vvgb definitief verlenen of weigeren. Bij verlening van de Vvgb, kunnen de omgevingsvergunningen door EZK worden verleend; bij weigeren van de Vvgb kunnen de omgevingsvergunningen niet verleend worden. Na definitieve besluitvorming hebben belanghebbenden de mogelijkheid beroep in te stellen bij de rechtbank. Als uw raad op 26 oktober 2022 in ontwerp de Vvgb weigert, is EZK gehouden de aanvragen van de omgevingsvergunningen voor het realiseren van acht zoutwinningslocaties en de aanleg van het leidingentracé in ontwerp te weigeren. Zonder de Vvgb kunnen de omgevingsvergunningen niet verleend worden.
De ontwerp weigering van de omgevingsvergunningen wordt met de ontwerp weigering Vvgb zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen bij EZK. Indien zienswijzen betrekking hebben op de Vvgb, zal de raad van Haaksbergen deze zienswijzen moeten betrekken in de definitieve besluitvorming. In de definitieve besluitvorming kan de raad de Vvgb definitief weigeren. Bij het weigeren van de Vvgb kunnen de omgevingsvergunningen niet worden verleend. De zienswijzen moeten bij de definitieve besluitvorming worden betrokken en zouden ertoe kunnen leiden dat de raad de Vvgb alsnog wil verlenen. Mocht de raad hiertoe besluiten, kan EZK opnieuw de omgevingsvergunningen met onderliggende documenten ter inzage leggen of direct de omgevingsvergunningen verlenen (mits deze aan alle eisen voldoet). Na definitieve besluitvorming kunnen belanghebbenden in beroep bij de rechtbank. Als uw raad definitief de Vvgb weigert, is EZK gehouden de aanvragen van de omgevingsvergunningen voor het realiseren van acht zoutwinningslocaties en de aanleg van het leidingentracé te weigeren. Nobian (aanvrager) kan dan in beroep gaan bij de rechtbank.
Het verzoek van EZK aan de gemeenteraad om een Vvgb af te geven maakt onderdeel uit van de beide aanvragen voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor het realiseren van acht zoutwinningslocaties en de aanleg van het leidingentracé die door Nobian bij EZK zijn ingediend. De betreffende aanvragen zien op de realisatie van 8 boorlocaties en de aanleg van het daarmee samenhangende leidingentracé. De Vvgb is nodig omdat sprake is van “handelen in strijd met het bestemmingsplan”. In het bestemmingsplan “Buitengebied”, door uw raad vastgesteld d.d. 2 juli 2013, is reeds rekening gehouden met de activiteit zoutwinning. In voornoemd bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen met een afwegingskader, waaraan moet worden voldaan om zoutwinning mogelijk te maken. 2
Het afwegingskader behorende bij de wijzigingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan “Buitengebied” van 2013 luidt als volgt: a. niet meer dan 60 boorhuisjes mogen worden gerealiseerd; b. de bouwhoogte van een boorhuisje niet meer dan 5,00 m bedraagt; c. de oppervlakte van één boorhuisje niet meer dan 30 m2 bedraagt; d. de gezamenlijke oppervlakte van de boorhuisjes niet meer dan 1.500 m2 bedraagt; e. één pompstation gerealiseerd mag worden; f. het aanleggen van leidingen, glasvezelkabels en stroomkabels is toegestaan; g. het boren van winningsputten is toegestaan. Het besluit van de gemeenteraad om de Vvgb al dan niet af te geven, dient op grond van artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht te zijn gebaseerd op ruimtelijk relevante argumenten. Wij zijn van mening dat de Vvgb kan worden verleend, mits in de ontwerpfase blijkt dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en (vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet) zoutwinning plaatsvindt met waarborg voor een “veilige en gezonde fysieke leefomgeving” zoals in de Omgevingswet wordt omschreven. Indien niet aan de door ons gestelde voorwaarden wordt of kan worden voldaan, kunnen de aangevraagde omgevingsvergunningen wat ons betreft niet worden verleend.
Zoals hiervoor vermeld is in het bestemmingsplan Buitengebied van 2013 al een regeling (wijzigingsbevoegdheid) opgenomen, waarmee de beoogde zoutwinning mogelijk is met dien verstande dat zouthuisjes maximaal 5 m hoog mogen zijn. Het niet afgeven van de Vvgb heeft tot gevolg dat de beide aanvragen van de omgevingsvergunningen niet kunnen worden verleend. EZK is dan gehouden de aanvragen van de omgevingsvergunningen voor het realiseren van acht zoutwinningslocaties en de aanleg van het leidingentracé te weigeren. Tegen dit besluit kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de rechtbank. De weigering van de Vvgb maakt onderdeel uit van dat besluit. In het geval uit een rechterlijke toets blijkt dat de weigering van de Vvgb ten onrechte is, kan dat besluit worden vernietigd. Niet valt uit te sluiten dat de gemeente dan aansprakelijk gesteld kan worden voor de geleden vertragingsschade. In de gesprekken met EZK en Nobian is niet gesproken over het inzetten van andere planologische instrumenten, in het geval de Vvgb wordt geweigerd, om op die manier alsnog de beoogde zoutwinning mogelijk te maken. Het is aan uw gemeenteraad om als onderdeel van onderhavig vergunningentraject “handelen in strijd met het bestemmingsplan” te besluiten om de Vvgb wel of niet af te geven.
Wat is de opvatting van het college over de argumenten van de insprekers die tijdens de commissievergadering zijn ingebracht? Zoals uit de beantwoording van voorgaande vraag blijkt, hebben wij het standpunt ingenomen dat zoutwinning alleen mogelijk kan worden gemaakt wanneer “een veilige en gezonde fysieke leefomgeving” is gewaarborgd. Zoals wij hebben toegelicht, is in dit stadium nog niet te beoordelen of er sprake is van veilige zoutwinning. Hierover komt duidelijkheid in het 3
winningsplan waarover EZK nog moet besluiten en ook de MER achten wij hierin van belang. Wij hebben daarom aan uw gemeenteraad voorgesteld de Vvgb te verlenen wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zoals in het raadsvoorstel is geformuleerd. Wij spreken in dit stadium van het besluitvormingsproces over een ontwerpbesluit dan wel een voornemen om de Vvgb te verlenen. Op een later moment wordt uw gemeenteraad gevraagd de Vvgb definitief af te geven. Tevens zijn wij van mening dat het burgerparticipatietraject en de manier van communiceren met al onze inwoners voor verbetering vatbaar is. Dit hebben wij in de gesprekken met Nobian en EZK regelmatig aangegeven. In ons advies op de aanvragen omgevingsvergunning van 24 februari 2022 aan EZK hebben wij hier nadrukkelijk aandacht aan besteed. Wij hebben daarom hierover expliciet een voorwaarde opgenomen. Met het oog op de toekomst vinden wij dat vooral de bewoners en gebruikers in het zoutwinningsgebied vanaf het begin betrokken dienen te worden en dus ook invloed moeten kunnen uitoefenen op de precieze plek waar een boorlocatie kan worden opgericht. Wij realiseren ons dat de impact van de zoutwinning op de landelijke uitstraling fors is, maar eerlijkheidshalve moet opgemerkt worden dat wij met het bestemmingsplan Buitengebied van 2013 de activiteit van zoutwinning al mogelijk hebben gemaakt.
In dat bestemmingsplan, zoals hiervoor al is toegelicht, zijn voor zoutwinning kaders opgenomen. Wij merken daarbij wel op dat de aanvraag die ziet op de realisatie van de 8 boorlocaties afwijkt van de gestelde kaders. Om die reden hebben wij de voorwaarde opgenomen te verkennen wat de mogelijkheden zijn om tot een verbeterde landschappelijke inpassing te komen. Wij willen hierbij gebruik maken van een of meer landschapsdeskundigen. Met deze deskundigheid willen wij bereiken dat de betreffende bewoners nabij een boorlocatie beter in staat worden gesteld over de best mogelijke manier van landschappelijke inpassing te spreken, waarbij zo optimaal mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de bewoners en gebruikers van het gebied. Verder wordt door de insprekers regelmatig verwezen naar de milieueffectrapportage. Ook wij zijn benieuwd naar het advies dat de Commissie MER hierover uitbrengt. De milieueffectrapportage is in dit stadium van het besluitvormingsproces louter informatief aan ons beschikbaar gesteld. Hoe is het rapport van Royal Haskoning DHV gewogen? Er zijn aan het raadsvoorstel verschillende rapportages toegevoegd, die door Royal Haskoning DHV zijn opgesteld.
Het gaat om de volgende rapportages “Toelichting installaties en milieueffecten” van 8 augustus 2022 en “Aanleg distributieleidingen ten behoeve van zoutwinning binnen de gemeente Haaksbergen” van 9 september 2022. Deze beide documenten maken onderdeel uit van de stukken behorende bij het verzoek van EZK om een Vvgb af te geven. In deze documenten wordt een nadere uiteenzetting gegeven van het zoutwinningsproject en de milieueffecten daarvan. Deze beide documenten bevatten, tezamen met de andere stukken, de onderbouwing dan wel verantwoording dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze stukken geven wat ons betreft nog niet de onderbouwing dat ook sprake is van veilige zoutwinning. Om die reden hebben wij voorgesteld aan de Vvgb de voorwaarde te verbinden dat sprake
4
dient te zijn van voldoende waarborg voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in zowel de productiefase alsook de nazorgfase. Daarnaast is aan het raadsvoorstel ook als bijlage het “Milieueffectrapport” van Royal Haskoning DHV bijgevoegd. Dit document is enkel als informatief stuk toegevoegd. Dit is in de inleiding van het raadsvoorstel ook nadrukkelijk benoemd. Graag ontvangen wij de startnotitie ‘Zoutwinning Zuid-Oost Twente’ Er is bij de eerste ontwikkelingen rondom Haaksbergen in 2010 een Startnotitie opgesteld. Op grond van die notitie is destijds nog geen volledig MER-traject doorlopen (het is bij die notitie gebleven omdat werd doorgeschakeld naar Ganzebos). Bij de nieuwe start van het project in 2020 is een nieuwe startnotitie gemaakt (heet nu volgens huidige terminologie “Mededeling Voornemen”) die met een schuin oog verwijst naar de notitie uit 2010 maar wel als nieuw uitgangspunt dient voor de MER die in 2021 is opgesteld. Voor de volledigheid is zowel de oorspronkelijke Startnotitie uit 2010 als de Mededeling Voornemen uit 2020 als bijlage bijgevoegd.
Waarom wordt niet gekozen voor kleinere wellpads en zouthuisjes? De aanvrager van de omgevingsvergunningen heeft aangegeven dat: • de omvang en verharding van boorlocaties noodzakelijk zijn vanwege milieueisen; • de omvang en hoogte van de zouthuisjes noodzakelijk zijn vanwege de installaties die benodigd zijn. Zoutwinning is wellicht op een andere wijze mogelijk, maar de ingediende aanvraag van de omgevingsvergunning is leidend. De milieueisen verklaren wellicht de noodzaak van verharding, maar zijn niet de verklaring van de omvang van verharding en de half verharding. Het geeft ook geen antwoord op de vraag waarom de bestaande “schattige” zouthuisjes blijkbaar wel in het weiland mogen staan. Wij vinden dat deze vraag centraal zou moeten staan in de opgave en de voorwaarde die wij hebben geformuleerd om te verkennen of een verbeterde landschappelijke inpassing mogelijk is. Kortom, de mogelijkheden verkennen om de boorlocaties een minder industriële uitstraling te geven is waar wij ons voor willen inzetten.
In hoeverre kan het ministerie van EZK partij zijn bij de garanties die Nobian moet nakomen? De garanties die wij privaatrechtelijk willen vastleggen, moeten worden gezien als een plus ten opzichte van de eisen die door EZK aan de vergunning kunnen worden verbonden: • de omgekeerde bewijslast kan geen onderdeel uitmaken van vergunningverlening vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag; • een bouwkundige nulmeting dient te zijn gebaseerd op vrijwilligheid van bewoners en dit als verplichting opleggen als onderdeel van vergunningverlening doet mogelijk afbreuk aan de privacy van bewoners; • extra metingen uitvoeren op bodemdaling en trillingen zijn voor vergunningverlening niet noodzakelijk, ook hier gaat het om een plus ten
5
opzichte van de eisen die door EZK aan de vergunning worden verbonden. Het oprichten van een schadegarantiefonds is ook aanvullend op de bestaande schaderegeling, zoals in het raadsvoorstel is uitgelegd. Het verdient daarom nadrukkelijk de aanbeveling hierover privaatrechtelijke afspraken te maken. Dit geldt eveneens voor het oprichten van een omgevingsfonds, ook dit kan wettelijk niet als onderdeel van vergunningverlening worden afgedwongen. Er is sprake van een vrijwillige toezegging van Nobian. Tijdens de commissievergadering van 12 oktober 2022 is gevraagd naar het risico van planschade. Daarop is ambtelijk gereageerd dat de verantwoordelijkheid daaromtrent ligt bij EZK. Ingevolge de wet kan de gemeente het Rijk verzoeken een vergoeding toe te kennen, indien er geen overeenstemming over de verdeling van kosten is bereikt en de kosten niet redelijkerwijs voor de gemeente kunnen blijven. Voorwaarde voor een dergelijke vergoeding is dat de vergoeding niet anderszins is verzekerd. Wij willen de vergoeding van planschade borgen met een planschadeovereenkomst (zowel op proces als inhoud), waarbij Nobian, de gemeente en het Rijk partij zijn.
Graag aandacht voor de onttrekking van water aan hoger gelegen gebieden en de gevolgen van langere perioden van droogte voor de fauna? Wij hebben begrepen dat deze vraag onderdeel kan uitmaken van het adviesverzoek dat wij nog moeten ontvangen in het kader van het winningsplan. De bedoeling was dat wij het adviesverzoek in november aanstaande zouden ontvangen, maar dit zal in de tijd gezien later volgen. Er wordt dan eveneens een informatiesessie georganiseerd. Zoals toegezegd willen wij uw raad betrekken bij de advisering op het winningsplan.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
dr. R. Toet secretaris
6
mr. drs. R.G. Welten burgemeester