APV oud nieuw 2021
Tekst van het document
Lid 3: Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Lid 4: Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts
Lid 2: Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. b. c.
het voorkomen van overlast; de bescherming van natuur- of milieuwaarden; de veiligheid van het publiek.
Lid 3: Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Lid 4: Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:
niet van toepassing: a.
b.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.
Lid 5: Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
a.
b.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.
Lid 5: Het college kan ontheffing verlenen het in het eerste lid gestelde verbod.
Lid 6: Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Lid 6: Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Vuurverbod
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te
verbranden buiten inrichtingen of
verbranden buiten inrichtingen of
anderszins vuur te stoken
anderszins vuur te stoken
Lid 2: Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. d. het verbranden van snoeiafval mits de te verbranden hoeveelheid niet meer bedraagt dan 5 m3 en hiervan minimaal 7 werkdagen voorafgaand aan het branden melding is gedaan aan het college. Lid 3: Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
Lid 2: Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. d. het verbranden van snoeiafval mits de te verbranden hoeveelheid niet meer bedraagt dan 5 m3 en hiervan minimaal 7 werkdagen voorafgaand aan het branden melding is gedaan aan het college. Lid 3: Het college kan verleent ontheffing van het verbod.
Lid 6: Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Lid 6: Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 9. Verstrooing van as
Afdeling 9. Asverstrooiing van as
Artikel 5:35 Begripsbepaling
Artikel 5:35 Begripsbepaling Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
Lid 3: Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit, het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen. Lid 4: Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Lid 3: Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit, bedoeld in het eerste lid, onder a behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen. Lid 4: Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:37 Hinder of overlast
Artikel 5:37 Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Incidentele asverstrooiing is verboden indien als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Afdeling 10. Naamgeving, nummering en gedoogplicht gebouwen.
Afdeling 10. Naamgeving, nummering en gedoogplicht gebouwen.
Artikel 5:38 Begripsbepaling in deze
Artikel 5:38 Begripsbepaling in deze
afdeling
afdeling
Deze afdeling verstaat onder de begrippen nummeraanduiding, openbare ruimte, pand, standplaats en verblijfsobject, hetgeen in artikel 1 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen daaronder wordt verstaan.
Vervallen.
Artikel 5:39 Naamgeving, nummering en
Artikel 5:39 Naamgeving, nummering en
gedoogplicht gebouwen
gedoogplicht gebouwen
1. 2.
3. 4.
5.
6.
Het college is bevoegd tot nummering en naamgeving over te gaan. Het college stelt de openbare ruimten vast en kent nummeraanduidingen toe aan de op het grondgebied van de gemeente gelegen verblijfsobjecten en standplaatsen. Het college stelt de standplaatsen vast. Het college stelt de afbakening van panden, verblijfsobjecten en standplaatsen vast. De rechthebbende op een verblijfsobject en standplaats is verplicht toe te laten dat op of aan dat verblijfsobject of die standplaats, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, naamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, nummers en wijkaanduidingen, worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het tweede lid van zijn voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van naamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, nummers en wijkaanduidingen.
Vervallen.
Artikel 5:40 Verwijderingen e.d.
Artikel 5:40 Verwijderingen e.d.
aanduidingen
aanduidingen
1.
Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5:38, tweede lid, te
Vervallen.
2.
verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op een verblijfsobject en standplaats die met inachtneming van het door het college vastgestelde nummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm wenst aan te brengen. Het college kan daarover nadere regels stellen.
Artikel 6:1 Strafbepaling Lid 1: Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:
Lid 2: In afwijking van het eerste is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:12, eerste lid, 4:11, eerste lid en 4:11b.
Artikel 6:1 Strafbepaling Lid 1: Overtreding van alle verbodsbepalingen, gegeven voorschriften en beperkingen in de hoofdstukken 2 tot en met 3 het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: Lid 2: In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid, 2:12, eerste lid, 4:11, eerste lid en 4:11b.
Artikel 6:4 Intrekken oude verordening
Artikel 6:4 Intrekken oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening (7.1b2) wordt ingetrokken.
De Algemene plaatselijke verordening (7.1b2) wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling
Artikel 6:4 Overgangsbepaling
Artikel 6:6 Inwerkingtreding
Artikel 6:5 Inwerkingtreding
Lid 2: Op het moment dat deze Algemene plaatselijke verordening in werking treedt, wordt de op 21 februari 2018 vastgestelde
Lid 2: Op het moment dat deze Algemene plaatselijke verordening in werking treedt, wordt de op 21 februari 4 juli 2018
Algemene plaatselijke verordening ingetrokken.
vastgestelde Algemene plaatselijke verordening ingetrokken.
Artikel 6:6 Citeertitel
Artikel 6:7 Citeertitel