Amendement CDA VVD
Tekst van het document
Amendement (art. 28 Reglement van orde voor de gemeenteraad) Onderwerp: Opgave opvang Oekraïners, vluchtelingen en statushouders De raad van de gemeente Haaksbergen in vergadering bijeen op 25 januari 2023; Gelezen het voorstel van het college om: 1. kennis te nemen van de urgentie van de opgave tot opvang van Oekrainers, vluchtelingen en statushouders voor de jaren 2023 en verder; 2. in te stemmen met het proces om tot (locaties van) opvang te komen, waarmee invulling kan worden gegeven aan de opgave voor de jaren 2023 en verder, waarbij: a.het aanbod past bij de lokale schaal; b. per locatie een bij de urgentie passend participatieplan wordt vastgesteld. Besluit: 1. De tekst van beslispunt 2 van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: kennis te nemen van het proces om tot (locaties van) opvang te komen 2. Na beslispunt 2 toe te voegen beslispunt 3: Vast te stellen dat de inbreidingslocaties niet beschikbaar zijn voor de plaatsing van flexwoningen. Aan dit besluit liggen de volgende overwegingen ten grondslag. 1. Het realiseren van flexwoningen is aanvullend en mag niet ten koste gaan van de reguliere woningbouwlocaties. In 2020 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving “Ruimte voor flexwoningen. Naar een afwegingskader voor het plannen van locaties voor tijdelijke woonruimte”.
In navolging van het ministerie van BZK in 2019 wordt een flexwoning gedefinieerd als een stapelbare, verplaatsbare, schakelbare, splitsbare of aanpasbare woning, waarbij de woning, de locatie of de bewoner een tijdelijk karakter heeft . De maximale woontermijn wordt vooraf vastgesteld en de woonfunctie staat centraal. In de publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving wordt vastgesteld dat niet elke locatie in aanmerking kan komen voor de realisatie van flexwoningen. Een locatie kan worden overwogen wanneer deze (tijdelijk) beschikbaar is en geschikt is voor beoogde bewoners (de locatie moet passen bij een aanvullend programma van eisen). In de publicatie worden plekken als beschikbaar gekwalificeerd als ze voldoen aan drie voorwaarden: Ten eerste is het huidige gebruik van de plek ‘extensief’, ten tweede gelden er op de locatie geen omgevingsrechtelijke beperkingen. En ten derde zijn er geen harde plannen voor woning- of utiliteitsbouw binnen tien jaar, om te voorkomen dat het flexwoonproject in de plaats komt van permanente woningbouw. Het doel is immers dat de realisatie van flexwoningen een aanvulling op de woningvoorraad oplevert. Op basis van deze laatste voorwaarde moet worden vastgesteld dat de inbreidingslocaties in Haaksbergen niet beschikbaar zijn voor flexwonen.
Deze inbreidingslocaties zijn voor een groot deel benoemd in de “Notitie inbreidingslocaties 2025” die op 1 november 2017 unaniem door de gemeenteraad is vastgesteld. De locaties die tussen 2020 en 2025 worden getransformeerd zijn de volgende:
De onlangs gepubliceerde ontwerp Woonvisie “Goed wonen in Haaksbergen” onderstreept nog eens het cruciale belang van het beschikbaar houden van inbreidingslocaties voor reguliere woningbouw. “Bij de bouw van nieuwe woningen zetten we in op inbreidingslocaties in en rondom de kern van Haaksbergen. [...] Als gemeente gaan we eerst invulling geven aan de schoollocaties (Bartokstraat, locatie Theo Scholteschool, Holthuizerstraat en eventueel andere locaties) die de komende jaren vrij komen. […] Dit heeft onze prioriteit. [...] Omdat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt wel van belang is dat er voldoende lucht (groene en open ruimte) blijft in de bebouwde kom zal er naast inbreiding gekeken moeten worden naar potentiele uitbreidingslocaties aan de rand van het dorp. Open en groene plekken in het dorp zijn ook nodig om hittestress te beperken.” Ten slotte moet nog worden bedacht dat het ontwikkelen van locaties voor flexwoningen doorgaans niet rendabel is te krijgen bij een looptijd van minder dan tien jaar. Kleinere locaties hebben een nog langere terugverdientijd. Daarbij is 15 jaar vaak de minimale periode. Het Planbureau besteedt daar bijvoorbeeld aandacht aan in de vorig jaar verschenen publicatie “Flexwoningen als aanvulling op het woningaanbod.
een verkenning van de kansen en obstakels bij het realisatieproces” Daarmee zijn locaties waarop flexwoningen worden gerealiseerd voor een periode van ten minste tien jaar niet beschikbaar. Ten slotte vergen de procedures om flexwoningen te plaatsen dezelfde ambtelijke inzet als voor permanente woningen. Gelet op het knellend capaciteitsprobleem in de gemeentelijke organisatie heeft het de voorkeur om de beperkte capaciteit in te zetten voor permanente woningen. 2. De gemeentelijke opgave wordt onvoldoende duidelijk gemaakt. In het raadsvoorstel worden verschillende vormen van opvang en het bieden van huisvesting aangeduid met de term “opvang(locaties)”. Daarmee wordt de indruk gewekt alsof de gemeente Haaksbergen de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het realiseren daarvan. Dat is echter niet het geval. Het gaat om drie vormen van verblijf; de crisisnoodopvang (CNO), de noodopvang en de huisvesting van vergunninghouders (statushouders). Bepalend is daarbij de duur van het verblijf: de looptijd van en verblijfsduur in een noodopvang is langer dan een gemiddelde CNO-locatie. Voor CNO word een verblijfsduur gehanteerd variërend van 72 uur tot 7 dagen. In het geval van noodopvang wordt gestreefd naar een looptijd van 3 tot maximaal 12 maanden, met een maximale verblijfsduur van circa 6 maanden.
Gezien het huidige tekort aan opvangplekken is de verblijfsduur in de praktijk langer dan deze termijn.
De gemeente is verantwoordelijk voor de crisisnoodopvang en de huisvesting van vergunninghouders. De noodopvang die door de gemeente is geregeld wordt overgenomen door het COA. De noodopvang is ook de verantwoordelijkheid van het COA. In het raadsvoorstel wordt gesteld “met de invoering van de Spreidingswet wordt asielopvang ook een gemeentelijke verantwoordelijkheid.” Daarbij wordt de indruk gewekt dat deze wet al bijna in werking is getreden. Het wetsvoorstel “Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen” zoals de titel officieel luidt ligt vanaf 20 december 2022 voor advies bij de Raad van State. Tot op heden heeft de Raad van State hierover niet geadviseerd. Het wetsvoorstel is ook nog niet geagendeerd bij de Tweede en Eerste Kamer, dus de inwerkingtreding laat voorlopig op zich wachten. Wat resteert is de opgave voor vergunninghouders. Deze vergunninghouders komen in aanmerking voor reguliere (flex)woningen, evenals bijvoorbeeld spoedzoekers. 3. Vroegtijdige betrokkenheid leidt tot breder draagvlak Het is ook niet bezwaarlijk om in deze fase omwonenden te betrekken, door hen te informeren over de locaties die onderdeel gaan uitmaken van de nadere afweging. Daarbij kan worden aangegeven wat de speelruimte is die de inspraak biedt. De resultaten zou de raad dan hebben kunnen betrekken bij de besluitvorming over het voorliggende raadsvoorstel.
In de door de raad vastgestelde “Beleidsnota participatie, ook voor de Omgevingswet” wordt bovenstaande duidelijk verwoord: “Goede participatie kan leiden tot grotere betrokkenheid en draagvlak voor beleid en projecten. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat betrokkenen op een vroeg moment in een proces worden betrokken, dat vooraf duidelijk is wat de speelruimte en spelregels zijn, dat alle betrokkenen worden gehoord en dat de resultaten, indien mogelijk, zijn verwerkt.” 4. De gemeenteraad moet in de openbaarheid kunnen debatteren over de locaties Het college heeft ervoor gekozen de raadsleden vooraf tijdens twee vertrouwelijke bijeenkomsten te informeren over de locaties die volgens het college mogelijk in aanmerking komen voor opvang. Er is op hetgeen besproken is tijdens de twee vertrouwelijke bijeenkomsten geen officiële geheimhouding op grond van de Gemeentewet opgelegd. Pas na vaststelling van het proces door de gemeenteraad om tot een keuze voor de locaties te komen, wil het college op een bepaald moment in de openbaarheid treden. Deze gang van zaken leidt ertoe dat de gemeenteraad onvoldoende betrokken wordt bij de te maken keuze voor de locaties en dat er in de openbaarheid geen goede afweging kan worden gemaakt. Dit raakt aan het functioneren van de lokale democratie. Want wat in de kern op het spel staat is de relatie tussen overheid en bevolking.
De laatste moet kunnen waarnemen of haar zorgen en verlangens daadwerkelijk in het politieke handelen worden gerepresenteerd. 5. De gemeenteraad stelt kaders op het gebied van de ruimtelijke ordening In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de vraag of formele besluitvorming door uw raad en/of college nodig is, afhankelijk is van de bestemming van een perceel, het type huisvesting en hoe lang opvang plaats gaat vinden. Dat is juist, maar in de praktijk zal het college in nagenoeg alle gevallen het bevoegd orgaan zijn om de flexwoningen planologisch te realiseren. Daarom is dit voor de gemeenteraad de laatste gelegenheid om kaders te stellen aan de toepassing van die bevoegdheid in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De fracties van CDA
VVD