A7-1.Raadsinformatiebrief Jaarverslag Leerplicht en RMC 2021-2022- Bijlage Jaarverslag Leerplicht-RMC 2021-2022-gecomprimeerd
Tekst van het document
JAARVERSLAG LEERPLICHT RMC 2021/2022
Beste lezer, Het is augustus 2021, de zomervakantie is voorbij en het nieuwe schooljaar gaat van start. Evy gaat voor het eerst naar groep 1, ze vindt het leuk, maar ook een beetje spannend. Sam gaat naar de Havo waar hij als ‘brugpieper’ te maken krijgt met nieuwe docenten en klasgenoten. Luca is geslaagd voor zijn VMBO- diploma en heeft samen met zijn vrienden een supertof examenfeest gevierd en gaat nu naar het ROC van Twente, opleiding Sport en Bewegen.
VOORWOORD
Naast Evy, Sam en Luca zijn in augustus alle leerplichtige kinderen en jongeren in de regio Twente gestart met onderwijs waarbij ze de kans krijgen om te leren en hun talenten verder te ontwikkelen, zodat zij zo zelfstandig en volwaardig mogelijk een plek in onze samenleving kunnen krijgen. In het eerste jaarverslag Leerplicht en RMC van de gemeente Oldenzaal, Dinkelland, Hengelo, Borne Enschede, Losser en Haaksbergen informeren wij u over de landelijk, regionale en lokale ontwikkelingen. Omvang en afhandelen van schoolafwezigheid en voortijdig schoolverlaters. Iedere gemeente heeft met lokale uitdagingen te maken, waarbij cijfers niet 1 op 1 te vergelijken zijn. Bijzonder dit schooljaar is de ondersteuning aan Oekraïense kinderen en jongeren. Gemeenten en onderwijs hebben in korte tijd diverse onderwijslocaties ingericht waar kinderen op een veilige plek terecht konden om leeftijdsgenootjes te ontmoeten, te leren en zich verder te ontwikkelen. Corona heeft een grote impact op de hele samenleving in het algemeen en specifiek op kinderen en jongeren. Een grote groep jongeren geeft aan dat corona hun leven negatief heeft beïnvloed. Online lessen, begeleiding op afstand, vervallen van stages. Met name in het MBO onderwijs hebben studenten de gevolgen van corona ondervonden.
Corona heeft ook bijgedragen aan de landelijke stijging van het aantal voortijdig schoolverlaters ten opzichte van voorgaande jaren. Naast terugblikken kijken we ook vooruit naar het nieuwe schooljaar en de mooie ontwikkelingen die in het voorzicht liggen. Leerplicht en RMC zetten zich iedere dag in om schoolaanwezigheid te stimuleren, thuiszitten tegen te gaan en jongeren te begeleiden naar een positieve, zelfstandige toekomst. Samenwerking met jongeren zelf, ouders, onderwijs en ketenpartners is hierbij essentieel. Elke jongere heeft zijn of haar eigen verhaal, daarom proberen we ruimte te bieden voor maatwerkoplossingen en zetten we passende interventies in De oplossing die voor de ene jongere passend is, is dat niet altijd voor de ander. Vanuit onze missie willen we alle jongeren in Twente een kans bieden in het onderwijs, zodat zij hun talenten zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Met een doorlopende leerlijn van 5 tot 27 jaar willen we jongeren zo optimaal mogelijk ondersteunen en hen een steuntje in de rug geven daar waar nodig. Wanneer onderwijs niet mogelijk is zetten we in op ondersteuning richting arbeidsmarkt, andere vormen van participatie, zorg en/of hulpverlening.
Namens de wethouders Onderwijs
TITEL
1.
LOREM IPSUM DOLOR SIT AMET, CONSECTETUR ADIPISCING ELIT. CURABITUR FAUCIBUS, RISUS AC MOLLIS DAPIBUS, SAPIEN DOLOR CONDIMENTUM JUSTO, EU VESTIBULUM SEM LIGULA NON LOREM. VIVAMUS EUISMOD PELLENTESQUE NULLA, SAGITTIS VULPUTATE LIBERO AUCTOR IN. IN SODALES SAPIEN TORTOR, LOBORTIS BIBENDUM DOLOR VOLUTPAT ET. NULLA ENIM ERAT, VEHICULA VITAE PORTA ET, LAOREET SIT AMET LEO. IN ACCUMSAN SOLLICITUDIN METUS, ET ALIQUAM URNA ACCUMSAN UT.
LEERPLICHT 4-18 JAAR
Voor Wie?
Waarom?
Vanaf hun vijfde jaar moeten kinderen in Nederland verplicht naar school. Tot zij 16 zijn geldt de leerplichtwet. Direct aansluitend gaat de kwalificatieplicht gelden voor alle jongeren die dan nog geen 18 jaar zijn en geen startkwalificatie hebben (diploma op HAVOVWO of MBO niv. 2). Ouders, voogden of verzorgers hebben de verplichting ervoor te zorgen dat kinderen vanaf 5 staan ingeschreven bij een school en de school regelmatig bezoeken. In de praktijk gaan de meeste kinderen met 4 jaar naar school.
We willen dat jongeren kennis en vaardigheden ontwikkelen dat zij later nodig hebben om een zelfstandige plek in de samenleving te verwerven. Leerplicht draagt hieraan bij door het recht op onderwijs te waarborgen voor alle jongeren van 5 tot 18 jaar. Wanneer jongeren regelmatig of langdurig afwezig zijn, kan dit reden zijn tot zorg. School-afwezigheid is vaak een signaal van achterliggende problematiek van de jongeren zelf, het gezin en/of op school.
Wat hebben we gedaan en wat waren de speerpunten? Er is vooral ingezet op preventie, samenwerking met ketenpartners en ondersteunen van ‘kwetsbare jongeren’. Van belang is dat scholen in een vroegtijdig stadium schoolafwezigheid en zorgen melden, zodat eerder acties ingezet kunnen worden. Schoolbezoeken en deelname aan zorg-adviesteams (ZAT’s) leveren hieraan een bijdrage. De leerplichtambtenaren hebben zitting in ZAT’s op scholen voor primair- en voortgezet onderwijs. Multidisciplinaire teams komen bij elkaar, met als doel te signaleren en zorg te bieden bij de problematiek van jongeren en hun leefwereld. Door vroegtijdig in te zetten van passende interventies kan toename van zorg worden voorkomen. Langdurig schoolafwezigheid begint dikwijls bij ziekteverzuim. Leerplichtambtenaren zijn hier alert op en maken hierover in samenwerking met de scholen en jeugdartsen afspraken. Leerplicht, scholen en onderwijs werken intensief samen om (geoorloofd) schoolafwezigheid vroegtijdig in beeld te krijgen en voortijdig schooluitval te voorkomen.
2.
LOREM IPSUM DOLOR SIT AMET, CONSECTETUR ADIPISCING ELIT. CURABITUR FAUCIBUS, RISUS AC MOLLIS DAPIBUS, SAPIEN DOLOR CONDIMENTUM JUSTO, EU VESTIBULUM SEM LIGULA NON LOREM. VIVAMUS EUISMOD PELLENTESQUE NULLA, SAGITTIS VULPUTATE LIBERO AUCTOR IN. IN SODALES SAPIEN TORTOR, LOBORTIS BIBENDUM DOLOR VOLUTPAT ET. NULLA ENIM ERAT, VEHICULA VITAE PORTA ET, LAOREET SIT AMET LEO. IN Rol van de leerplichtambtenaar? ACCUMSAN SOLLICITUDIN METUS, Het accent van de leerplichtambtenaar blijft liggen op de maatschappelijke zorgtaak: die ruimte UT. ET ALIQUAM URNA ACCUMSAN biedt voor een ondersteunende, begeleidende of verwijzende rol. Leerplicht heeft regelmatig met zorggezinnen te maken. Schoolafwezigheid en voortijdig schoolverlaten hebben dikwijls een onderliggende oorzaak (problemen in de thuissituatie, gezondheidsproblemen, financiële problemen). Rondom ‘zorggezinnen’ wordt regelmatig een MDO (multidisciplinair overleg) georganiseerd, waarbij leerplicht in samenwerking met betrokken ketenpartners de problematiek op meerdere leefgebieden inventariseert. Door deze integrale aanpak en het opstellen van een Plan van Aanpak streven zij ernaar deze jongeren zo goed mogelijk te ondersteunen en ‘binnen boord te houden’.
LEERPLICHT ALGEMEEN
Daarnaast ligt het accent op de preventieve taak: gericht op het voorkomen van schoolafwezigheid. Hierbij valt te denken aan het geven van voorlichting op scholen, deelname aan het Zorg-AdviesTeam (ZAT) en het voeren van preventieve (verzuim) spreekuren met jongeren. De repressieve taak: wanneer vanuit de maatschappelijk zorgtaak het schoolverzuim in vrijwillig kader niet wordt opgelost of bij jongeren de motivatie hiervoor ontbreekt kan leerplicht ouders en/of jongeren vanaf 12 jaar oproepen voor een (waarschuwend) gesprek, opmaken van een proces-verbaal of doorverwijzen voor een taakstraf naar Halt. Welk instrument wordt ingezet is afhankelijk van het soort schoolafwezigheid , het aantal uren en de situatie.
Aantal leerplichtigen Haaksbergen 3720 Oldenzaal 4507
Borne 3518 Dinkelland 3529
Losser 3108
Hengelo 10742
Enschede 20852
SCHOOLCONTACTPERSONEN Gemeenten werken dikwijls met vaste schoolcontactpersonen. Dat betekent dat iedere leerplichtambtenaar een aantal scholen heeft waarvoor hij vast aanspreekpersoon en sparringpartner is. Dikwijls participeren zij ook in de Zorg-Advies Teams van deze scholen (ZAT’s). Dit bevordert de zichtbaarheid van de leerplichtambtenaar en de onderling samenwerking.
ONDERWIJS VOOR OEKRAÏENSE KINDEREN EN JONGEREN Alle kinderen en jongeren hebben recht op onderwijs en ontwikkeling. Kinderen en jongeren in Oekraïne hebben door oorlog huis en school moeten verlaten, hun leven staat op zijn kop. Het recht op onderwijs gaat dan een belangrijke rol spelen zodat kinderen op een veilige plek verder kunnen leren en ontwikkelen. Daarnaast kunnen ze in contact komen met leeftijdsgenootjes en biedt het deze kinderen structuur in een moeilijke periode. Vanuit de regio Twente is actief ingezet om deze kinderen en jongeren goed in beeld te brengen. Daarbij zijn alle gezinnen actief en outreachend benaderd. Vanuit de maatschappelijke zorg hebben gemeenten en onderwijs samengewerkt om voor deze kinderen een onderwijsplek te regelen.
De ouders van Joris (13), Stan (15) en Jette (17) zijn gescheiden. Joris en Stan blijven bij hun vader en oma wonen. Jette is met haar moeder verhuisd naar een andere gemeente. Alle drie kinderen hebben moeite om na de lockdownperiode hun schoolgang weer op te pakken. Scholen melden het verzuim bij leerplicht. Tijdens het gesprek geeft vader aan dat hij niet alleen in staat is om zijn kinderen weer naar school te krijgen. Zodra hij ‘s ochtends naar zijn werk vertrekt gaan Joris en Stan samen gamen op de computer. Gesprekken thuis hebben niet het gewenste effect en vader zit met zijn handen in het haar. Daarnaast maakt hij zich zorgen om zijn dochter Jette die wil stoppen met haar opleiding. Communicatie met zijn expartner verloopt moeizaam en hij krijgt geen zicht op de situatie van Jette. Samen met leerplicht, scholen, jeugdconsulenten en hulpverlening wordt een plan gemaakt met als doel om de schoolaanwezigheid van Joris en Stan te verbeteren en vader te ondersteunen in de opvoeding van zijn zoons. Dochter Jette krijgt via de gemeente een traject aangeboden, waarbij zij ook ondersteund wordt in het maken van een nieuwe studiekeuze.
3.
TITEL VERLOF EN VRIJSTELLING
LOREM IPSUM DOLOR SIT AMET, CONSECTETUR ADIPISCING ELIT. CURABITUR FAUCIBUS, RISUS AC MOLLIS DAPIBUS, SAPIEN DOLOR CONDIMENTUM JUSTO, EU VESTIBULUM SEM LIGULA NON LOREM. VIVAMUS EUISMOD PELLENTESQUE NULLA, SAGITTIS VULPUTATE LIBERO AUCTOR IN. IN SODALES SAPIEN TORTOR, LOBORTIS BIBENDUM DOLOR VOLUTPAT ET. NULLA ENIM ERAT, VEHICULA VITAE PORTA ET, LAOREET SIT AMET LEO. IN Verlof ACCUMSAN SOLLICITUDIN METUS, ET ALIQUAM URNA ACCUMSAN UT. Leerplicht heeft de bevoegdheid om in uitzonderlijke situaties verlof te verlenen buiten de reguliere vakanties om. Verlofaanvragen van minder dan 10 schooldagen, bedoeld voor de leerling waarvan één van de ouders vanwege de aard van hun specifieke beroep niet in staat zijn om in de reguliere vakantieweken vakantie op te nemen, worden door de directeur van de school in behandeling genomen. Daarnaast kan de directeur verlof verlenen wanneer sprake is van een bijzonder gebeurtenis zoals een huwelijk.
Vrijstelling van de inschrijvingsplicht De meeste ouders willen het liefst dat hun kind ‘gewoon’ naar school kan. Scholen en samenwerkingsverbanden spannen zich in om ieder kind een passende onderwijsplek te geven, met extra zorg en ondersteuning als dat nodig is. Maar naar school gaan, is niet voor elk kind vanzelfsprekend. Soms is er(nog) geen mogelijkheid om deel te nemen aan het onderwijs. Dan kan het nodig zijn om een vrijstelling van inschrijving aan te vragen van de leerplicht (artikel 5 onder a van de Leerplichtwet). Een onafhankelijke arts beoordeelt de situatie en brengt een sociaal medisch advies uit. Blijkt hieruit dat onderwijs niet haalbaar is, dan formaliseert de leerplichtambtenaar de vrijstelling. De arts is hierbij in contact met leerling en ouders, behandelaars en met de samenwerkingsverbanden. Daarnaast kunnen ouders vrijstelling van de inschrijvingsplicht aanvragen wanneer zij bedenkingen hebben tegen de richting van alle binnen de redelijke afstand van de woning gelegen scholen (art. 5b) of wegens schoolbezoek in het buitenland (art. 5c).
CIJFERS Vrijstellingen onder a
onder b
onder c
50 40 30 20 10 0
Enschede
Hengelo
Oldenzaal
Haaksbergen Dinkelland
Borne
Losser
TITEL
4.
LOREM IPSUM DOLOR SIT AMET, CONSECTETUR ADIPISCING ELIT. CURABITUR FAUCIBUS, RISUS AC MOLLIS DAPIBUS, SAPIEN DOLOR CONDIMENTUM JUSTO, EU VESTIBULUM SEM LIGULA NON LOREM. VIVAMUS EUISMOD PELLENTESQUE NULLA, SAGITTIS VULPUTATE LIBERO AUCTOR IN. IN SODALES SAPIEN TORTOR, LOBORTIS BIBENDUM DOLOR VOLUTPAT ET. NULLA ENIM ERAT, VEHICULA VITAE PORTA ET, LAOREET SIT AMET LEO. IN ACCUMSAN SOLLICITUDIN METUS, Schoolafwezigheid ET ALIQUAM URNA ACCUMSAN UT. Leerplicht is vooral gericht op het herstellen van de schoolgang. Vaak spelen er allerlei problemen waardoor naar school gaan niet lukt. Bijvoorbeeld wanneer kinderen opgroeien in een moeilijke thuissituatie of wanneer er sprake is van mentale problematiek bij jongeren. We kijken dan vooral wat er nodig is om die problemen weg te nemen en een jongere te helpen om de schoolgang te verbeteren. Handhaven kan soms helpen om een situatie te doorbreken. Maar passende hulp bieden is beter.
SCHOOLAFWEZIGHEID
In schooljaar 2021-2022 is het verzuimpercentage toegenomen. Dit geldt voor heel Twente, maar per gemeente zijn er verschillen. In Twente investeren we in een andere aanpak “van verzuim naar schoolaanwezigheid”. Daarmee werken scholen en gemeenten samen aan een preventievere aanpak.
Schoolaanwezigheid In juni 2022 heeft Minister Wiersma een werkbezoek gebracht aan de regio Twente waarbij hij in gesprek is gegaan met scholen hoe hun aanwezigheidsbeleid in de praktijk eruit ziet en wat de ervaringen zijn. Aan de hand van de aanwezigheidsvisie Rtl/MD-MTSS-raamwerk (vroegtijdig signaleren en interveniëren) kunnen scholen zien hoeveel afwezigheid kinderen hadden en daardoor onderwijs misten. Scholen dienen te gaan kijken naar de totale aanwezigheid van een leerling populatie en door preventief in actie te komen voordat afwezigheid zorgelijk wordt. Via een nieuwe en aangescherpte aanpak wil de minister het aantal onnodige thuiszitters verlagen en zet hij drie actielijnen uit. Een van die actielijnen is: ieder kind wordt gezien, doordat we aanwezigheid centraal stellen. Het bijhouden van de schoolaanwezigheid in plaats van verzuim; Minder onderscheid te maken tussen geoorloofd en ongeoorloofd verzuim; Eerder samenwerkingsverbanden, jeugdgezondheidszorg en leerplicht erbij te betrekken.
Methodisch Aanpak Schoolverzuim (MAS) Stichting Halt, Ingrado, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming hebben een gezamenlijk visie ontwikkeld in de aanpak van schoolverzuim. Het doel van de aanpak is: Terug/toeleiding naar een passend onderwijs programma. Vroegtijdig inzet van (jeugd) hulpverlening. Ketensamenwerking en daarmee een effectievere aanpak van schoolverzuim. Maatwerk. De aanpak is licht waar het kan en zwaarder waar het nodig is.
Preventieve verzuimspreekuur Leerplicht organiseert in samenwerking met het onderwijs preventieve verzuimspreekuren waarbij de leerplichtambtenaar preventief in gesprek gaat met leerlingen wanneer er sprake is van beginnend schoolafwezigheid. Doel is om schoolaanwezigheid in de toekomst te stimuleren. Een preventieve aanpak van schoolafwezigheid op school start bij aandacht en waardering voor schoolaanwezigheid.
CIJFERS Ongeoorloofd verzuim Absoluut 25
20
15
10
5
0
Enschede
Hengelo
Oldenzaal
Haaksbergen Dinkelland
Borne
Losser
De gemeente ontvangt een RMC melding van Jasper (20). Jasper is in het verleden gestart met de schildersopleiding, maar door omstandigheden moest hij stoppen met deze opleiding. Ook de BOLopleiding Logistiek wordt geen succes. Jasper gaat op zoek naar werk en vindt een baan in de horeca. Vanwege zijn gedragsproblematiek heeft Jasper een aantal conflicten met zijn collega’s. RMC neemt contact op met de leidinggevende van Jasper. Samen gaan ze kijken welke ondersteuning Jasper nodig heeft om zijn werk goed te kunnen uitoefenen en het contact met zijn collega’s te verbeteren. Jasper blijkt ook op andere leefgebieden (financiën, vangnet) hulpvragen te hebben. De gemeente gaat voor Jasper ambulante hulpverlening inzetten. Ondanks het werkplezier in de horeca blijft Jasper de wens houden om schilder te worden. Er wordt een plan van aanpak opgesteld en betrokken partijen gaan samen op zoek naar een passende werkplek voor Jasper. Jasper is inmiddels naar tevredenheid gestart met de BBLopleiding schilderen.
Landelijke Ontwikkelingen thuiszitters Het kabinet stelt extra middelen beschikbaar om het aantal thuiszittende leerlingen te verminderen. Zo komen er extra steunpunten, wordt het verzuimbeleid aangescherpt en komt er meer digitaal afstandsonderwijs. Het kabinet wil vanuit het passend onderwijs zogenoemde ouderen jeugdsteunpunten opzetten. Deze onafhankelijke steunpunten informeren ouders en leerlingen onder meer over de ondersteuning in hun regio en over hun rechten en plichten. Deze steunpunten moeten ervoor zorgen dat het aantal leerlingen dat niet naar school gaat, vermindert. De minister wil dat scholen een goed verzuimbeleid hebben en zicht hebben op patronen van aan- en afwezigheid van leerlingen. Spijbelen en een paar dagen afwezig zijn door ziekte kunnen namelijk al voorbode zijn dat een kind helemaal gaat uitvallen. Met het wetsvoorstel ‘Terugdringen verzuim’ regelt hij dat scholen voortaan de totale aan- en afwezigheid van hun leerlingen bijhouden. Nu hoeven scholen dat niet te doen als kinderen om een geldige reden afwezig zijn, zoals bij ziekte. Er komt digitaal afstandsonderwijs voor leerlingen die het niet lukt om naar school te komen en om te voorkomen dat zij uitvallen. Zo kunnen ze digitaal aanhaken bij lessen van hun eigen school of krijgen ze gedigitaliseerde lessen van andere scholen.
Op deze manier blijven leerlingen betrokken bij school en wordt de overstap van thuis naar het klaslokaal kleiner
Thuiszitters regio Twente Het project Thuiszitters regio Twente is geïnitieerd door de Twentse Belofte als onderdeel van de ontwikkeltafel onderwijs- zorg. Het wordt breed gedragen door de SWV 23-01 en 23-02, de 14 Twentse gemeenten en ketenpartners. Het project heeft vier opbrengsten; · de regionale visie schoolaanwezigheid, · de Thuiszitterstafel, · de inventarisatie van het aanbod in Twente voor jongeren met schoolverzuim en · de proeftuin schoolaanwezigheid. Bij leerlingen die ingebracht worden in de Thuiszitterstafel kan sprake zijn van zowel geoorloofd als ongeoorloofd schoolafwezigheid. Alle soorten afwezigheid betekenen verlies in lestijd. Scholen in de Noordoost Twentse gemeenten nemen nog niet deel aan deze proeftuin en passen de regionale visie nog niet toe.
Samenwerking leerplicht/RMC-ROC van Twente Leerplicht/RMC en het ROC van Twente hebben in schooljaar 2021-2022 de samenwerking voortgezet om van elkaars expertise gebruik te maken en jongeren beter te kunnen bedienen. De meeste meldingen van schoolafwezigheid komen van het MBO onderwijs. Wanneer leerplicht/RMC (aantal dagdelen) fysiek op locatie van het onderwijs zit zijn de lijntjes tussen partijen korter, kunnen meer contactmomenten met jongeren plaats vinden en zijn per opleiding vaste aanspreekpunten. Daarnaast kan leerplicht/RMC de preventieve verzuimspreekuren voor elkaar overnemen. Tevens wordt de samenwerking met het Team Bijzondere Instroom (TBI) van het ROC versterkt voor wat betreft (zorg) leerlingen die weer terug willen keren naar het MBO.
Mbo-verklaring voor Mbo-studenten zonder diploma of certificaat Door de wet ‘Versterken positie mbostudenten’ kan een mbo-student die het mbo zonder een diploma of certificaat verlaat vanaf 1 augustus 2021 een mboverklaring krijgen. In de mbo-verklaring zijn de resultaten opgenomen die de student wél heeft behaald. De mbo-verklaring kan zo bijdragen aan het vinden van werk en/of terugkeer naar het mbo.
Nationaal Programma Onderwijs Het ministerie van OC&W stelt ook in schooljaar 2021-2022 extra middelen beschikbaar (NPO gelden) om huidige generatie leerlingen en studenten alle kansen te geven op volwaardig onderwijs en een goede toekomst. Het Nationaal Programma Onderwijs is een meerjarig plan en gericht op herstel én ontwikkeling van het onderwijs, op het inhalen én compenseren van vertraging, en op het ondersteunen van iedereen in het onderwijs die het moeilijk heeft.
Wel in ontwikkeling Het project ‘Wel in ontwikkeling’ sluit aan bij het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) en wil nieuwe beweging creëren in situaties die zijn vastgelopen of waarin jeugdigen zich onvoldoende ontwikkelen. Het gaat hierbij voornamelijk om de jongeren die door een vrijstelling op grond van artikel 5 onder a van de leerplichtwet op medische of psychische gronden zijn vrijgesteld van de leerplicht. Het project is bedoeld om beter in kaart te brengen wat deze jongeren overdag doen. En of zij beter geholpen en/of begeleid zouden kunnen worden om tot een betere ontwikkeling te komen
Pien (12 jaar) is gediagnosticeerd met autisme en vanaf groep 7 leerling van het speciaal onderwijs. In verband met overprikkeling verloopt de schoolgang van Pien moeizaam en is een volledig lesrooster niet haalbaar. Hoe kunnen we voorkomen dat Pien gaat uitvallen uit het onderwijs? School en hulpverlening gaan samen met Pien en ouders een plan opstellen en haar lestrooster wordt aangepast. Pien houdt meer energie over en is aanwezig op school. In groep 8 nemen de zorgen over de schoolafwezigheid van Pien opnieuw toe. Ze blijft steeds meer thuis. Uit onderzoek van Karakter blijkt dat Pien een hoog IQ heeft in combinatie met autisme. Met behulp van Karakter wordt de schoolgang weer langzaam opgebouwd en kijken ze naar het vervolgonderwijs. Overstap naar het voortgezet onderwijs blijkt voor Pien een te grote stap te zijn, omdat ze ook niet zelfstandig durft deel te nemen aan het verkeer. Besloten wordt dat Pien de overstap maakt naar groep 8 van een reguliere basisschool in Haaksbergen. Zo krijgt ze de kans om zich verder te ontwikkelen, ze leert steeds beter om te gaan met haar autisme en neemt zelfstandig deel aan het verkeer.
Optreden vanuit juridisch kader Wanneer vanuit de maatschappelijk zorgtaak het schoolverzuim in vrijwillig kader niet wordt opgelost of bij jongeren de motivatie hiervoor ontbreekt dan kan de leerplichtambtenaar een andere rol vervullen. Zij heeft de mogelijk over te gaan tot handhaving en kan hiervoor handhavingsinstrumenten inzetten. Welk instrument wordt ingezet is afhankelijk van het soort verzuim, het aantal uren verzuim en de situatie. Samen met de Officier van Justitie, Raad voor de Kinderbescherming en Leerplicht wordt bekeken welke maatregel het meest passend en effectief is. Een strafrechtelijk traject willen we zoveel mogelijk voorkomen.
Processen-verbaal Relatief
Luxe
50 40 30 20 10 0
Enschede
Hengelo
Oldenzaal
Er zijn vaak meerdere ogen nodig om een jongere optimaal te ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling. Ouders en verzorgers, familie en vrienden. Docenten, mentoren en ondersteuningsteams in het onderwijs. Vaak samen met jongerenwerkers, schoolmaatschappelijk werk en GGD/JGZ. Soms ook met leerplichtambtenaren, handhavers en politie. En idealiter zelfs met werkgevers, verenigingen (sport, cultuur), horeca en andere organisaties waar jongeren een groot deel van hun tijd doorbrengen. In een optimale situatie werken zij nauw samen om jongeren zo optimaal mogelijk te ondersteunen.
Haaksbergen
Dinkelland
Borne
Losser
#NoFilter Je mag zijn wie je bent. En het is oké is om niet lekker in je vel te zitten. Iedereen heeft daar wel eens last van. Maar het is goed om te weten hoe je iemand zou kunnen helpen, die het even niet meer ziet zitten. En waar je zelf terecht kunt voor hulp. Vanuit deze gedachte is #NoFilter ontstaan. Daarmee dragen Twents Carmel College (TCC) en gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal een steentje bij aan het positief sociaal welbevinden van jongeren. een theatervoorstelling die jongeren aan het denken zet en kunstzinnige educatieve workshops, waarmee uiting kan worden gegeven aan negatieve gedachten; deskundigheidsbevordering van de verschillende professionals rond de jongeren, die er voor zorgt dat zij beter in staat zijn hierover met jongeren het gesprek te voeren. Door niet alleen interne professionals van TCC te trainen maar ook bijvoorbeeld schoolmaatschappelijk werkers jeugdconsulenten en leerplichtambtenaren ontstaat stap voor stap een gezamenlijke taal. En dat brengt ons dichter bij een optimale interprofessionele samenwerking.
Ontwikkelingen Uit de overzichten blijkt dat er overwegend een stijgende trend te zien is in het verzuimgedrag. De cijfers gaan over de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022. Hoewel het aantal meldingen van langdurig relatief en luxeverzuim over het algemeen stabiel blijft, zijn er opmerkelijke veranderingen in andere verzuimsoorten. Het aantal meldingen van 'Relatief verzuim 18-' en het overige verzuim is opmerkelijk gestegen.
Binnen de categorie 'Relatief verzuim 18-' is het verzuim in alle gemeenten toegenomen. Hier zijn verschillende mogelijke verklaringen voor. Denk aan de na-effecten van Corona en toename van mentale problematiek onder jongeren. Hoewel deze gegevens inzicht geven in de verzuimtrends, is het belangrijk om te benadrukken dat aanvullende informatie en context nodig zijn om een volledig begrip van de situatie te krijgen. Factoren zoals (sociaal-)economische omstandigheden, lokale situaties en beleidsmaatregelen kunnen allemaal van invloed zijn op het verzuimgedrag van leerlingen.
Definities: Absoluut schoolverzuim: Een leerplichtig kind staat niet ingeschreven op een school of onderwijsinstelling en heeft geen vrijstelling gekregen. Luxe verzuim: Leerplichtige kinderen worden thuisgehouden uit luxe overwegingen zoals een vakantie of een uitstapje met het gezin en er is geen toestemming verleend door de directeur of de leerplichtambtenaar. Relatief schoolverzuim: Verzuim van 16 uur gedurende een aaneengesloten periode van vier weken zonder geldige reden. Dit verzuim moet door scholen wettelijk gemeld worden bij DUO. Ook veelvuldig te laat komen kan hiertoe worden gerekend. Overig verzuim: Alle overige verzuim, dat minder is dan 16 uur in vier weken. Het gaat hierbij om veelvuldig te laat komen of spijbelen, verzuim gerelateerd aan (vermoedelijk) achterliggende problematiek en ziekte verzuim. De school kan hier een melding van maken, maar is dit wettelijk niet verplicht. Vanuit leerplicht vragen wij de scholen dit verzuim wel te melden, omdat er dan in een vroegtijdig stadium interventies ingezet kunnen worden.
CIJFERS Aantal meldingen verzuim - DUO Gemeenten
18 2020-2021
18 2021-2022
Enschede
651
1007
Hengelo
383
509
Oldenzaal
102
174
Haaksbergen
46
82
Dinkelland
30
80
Borne
67
96
Losser
68
112
Gemeenten
Langdurig relatief 2020-2021
Langdurig relatief 2021-2022
Enschede
3
5
Hengelo
0
2
Oldenzaal
0
0
Haaksbergen
0
1
Dinkelland
0
1
Borne
1
0
Losser
0
0
Trend
CIJFERS Aantal meldingen verzuim - DUO Gemeenten
Overig 2020-2021
Overig 2021-2022
Enschede
617
855
Hengelo
97
127
Oldenzaal
71
78
Haaksbergen
45
33
Dinkelland
33
30
Borne
26
19
Losser
29
50
Gemeenten
Luxeverzuim 2020-2021
Luxeverzuim 2021-2022
Enschede
48
52
Hengelo
5
12
Oldenzaal
8
2
Haaksbergen
2
2
Dinkelland
17
2
Borne
0
1
Losser
5
4
CIJFERS Aantal meldingen verzuim - DUO Gemeenten
18 + 2020-2021
18+ 2021-2022
Enschede
177
142
Hengelo
65
56
Oldenzaal
28
21
Haaksbergen
14
22
Dinkelland
11
12
Borne
13
7
Losser
12
10
Toelichting cijfers DUO De bovengenoemde tabellen presenteren gegevens die zijn verkregen van DUO. Het is belangrijk op te merken dat deze informatie niet synchroon loopt met de gegevens van de gemeenten. Deze afwijking is toe te schrijven aan de verschillende manieren waarop de cijfers geïnterpreteerd worden. Het belangrijkste hierbij zijn de trends die naar voren komen. Alle bronnen tonen dezelfde trend aan. Opmerkelijk is dat er bij alle gemeenten een stijging waarneembaar is in het 18-min verzuim. In sommige gevallen is deze stijging bijna of zelfs meer dan verdubbeld. Wat betreft het overige verzuim, varieert het per gemeente of er sprake is van een stijging of een daling. Indien er sprake is van een verschil, is dit veelal aanzienlijk. Langdurig relatief verzuim sluit aan op het 18-min verzuim. Het is opmerkelijk dat waar het 18-min verzuim aanzienlijk toeneemt, het langdurige verzuim niet in die mate stijgt. Dit zou kunnen betekenen dat deze leerlingen mogelijk toch weer naar school zijn gegaan. Wat betreft het luxeverzuim is er bij de meerderheid van de gemeenten een relatief gelijk percentage waarneembaar. Desalniettemin zijn er enkele gemeenten waarin aanzienlijke verschillen te zien zijn. Het is echter belangrijk op te merken dat er een logische verklaring bestaat voor deze verschillen, waardoor deze dus ook minder zorgwekkend zijn.
5. Voor wie?
RMC / VOORTIJDIG SCHOOLVERLATERS 18 - 23 JAAR
LOREM IPSUM DOLOR SIT AMET, CONSECTETUR ADIPISCING ELIT. CURABITUR FAUCIBUS, RISUS AC MOLLIS DAPIBUS, SAPIEN DOLOR CONDIMENTUM JUSTO, EU VESTIBULUM SEM LIGULA NON LOREM. VIVAMUS EUISMOD PELLENTESQUE NULLA, SAGITTIS VULPUTATE LIBERO AUCTOR IN. IN SODALES SAPIEN TORTOR, LOBORTIS BIBENDUM DOLOR VOLUTPAT ET. NULLA ENIM ERAT, VEHICULA VITAE PORTA ET, LAOREET SIT AMET LEO. IN ACCUMSAN SOLLICITUDIN METUS, ET ALIQUAM URNA ACCUMSAN UT.
Jongeren van 18-23 jaar zonder startkwalificatie (HAVO/VWO/MBO niv.-2 diploma) zijn voortijdig schoolverlaters. Dit zijn jongeren die gedurende het schooljaar verzuimen, dreigen uit te vallen of al uitgevallen zijn in voorgaande schooljaren en niet meer terugkeren in het onderwijs. Voortijdig schoolverlaters vallen onder de Regionaal Meld en coördinatiefunctie (RMC). Daarnaast heeft RMC ook de taak om de doelgroep ‘Jongeren in een Kwetsbare positie’ te monitoren en te ondersteunen. Dit zijn huidige en oud-leerlingen afkomstig van het Praktijkonderwijs, Voorgezet Speciaal Onderwijs, Entreeonderwijs en VMBO Basis beroepsonderwijs. Voor deze doelgroep hebben de Twentse gemeenten in samenwerking met het onderwijs, Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) een regionaal plan ontwikkeld 'De Twentse Belofte'.
Waarom? Samen willen we graag dat jongeren zich ontwikkelen tot zelfstandige inwoners die hun steentje kunnen bijdragen aan de maatschappij en zelf in hun onderhoud kunnen voorzien. Wanneer jongeren hun loopbaan succesvol afronden met een startkwalificatie maken zij meer kans op een goede duurzame plek op de arbeidsmarkt. Bovendien zijn zij dikwijls minder afhankelijk van een uitkering, zwaarder geïndiceerde zorg en minder gezondheidsproblemen. Dit maakt een goede aanpak van het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten noodzakelijk.
De RMC-functie omvat de volgende taken: Een sluitende melding en registratie van alle jongeren tussen de 18 en 23 jaar die niet op school zitten en nog geen startkwalificatie hebben Outreachend benaderen van jongeren en zorg dragen voor begeleiding van jongeren die zijn uitgevallen. Deze begeleiding is gericht op terugleiden naar school, werk, een combinatie daarvan of een zorgtraject Coördineren en initiëren van samenwerking tussen alle ketenpartners die te maken hebben met deze jongeren (onderwijs, zorg en arbeid) en het onderhouden van dit netwerk Monitoren van de jongeren van 23 tot 27 jaar die zijn geholpen en het verzorgen van de nazorg.
UITBREIDING ROL RMC TOT 27 JAAR. Er is wetgeving in voorbereiding om de wettelijke taak van de Regionaal Meld-en Coördinatiefunctie uit te breiden van 23 naar 27 jaar. Hierdoor krijgen we naar verwachting in 2025 meer mogelijkheden en middelen om beter zicht te krijgen op jongeren tot 27 jaar zonder startkwalificatie. Vooruitlopend hierop bieden de 14 Twentse gemeenten en het onderwijs (kwetsbare) jongeren tot 27 jaar passende ondersteuning in de begeleiding naar onderwijs, werk of zorg. In het kader van de Twentse Belofte 2020-2024 hebben zij hierover met elkaar afspraken gemaakt.
SCHOOLAFWEZIGHEID 18+ Schoolafwezigheid is een belangrijke voorbode voor schooluitval op latere leeftijd. Vanaf 18 jaar valt de student onder het RMC. RMC medewerkers nodigen de 18+ studenten uit voor een gesprek om de achterliggende oorzaak van de afwezigheid te achterhalen. In overleg met de student worden passende interventies ingezet. Op deze wijze proberen we het voortijdig schoolverlaten terug te dringen en/of te voorkomen.
CORONA Tijdens de coronaperiode heeft het MBO veelal digitaal onderwijs aangeboden en was er sprake van vermindering van het aantal stageplaatsen. Jongeren hebben in gesprekken aangegeven dat digitaal onderwijs niet voor iedereen werkbaar was. Zij hadden problemen met motivatie en concentratie, een gebrek aan sociale contacten en negatief welbevinden. Hierdoor zijn achterstanden in de leerstof opgelopen, hadden ze last van psychische problemen en/of maakten jongeren een verkeerde studiekeuze, waardoor zij genoodzaakt waren voortijdig te stoppen met hun opleiding. Scholen hebben in deze periode meer maatwerk geboden en extra geïnvesteerd in de contacten met jongeren.
VSV convenant De Twentse Belofte 2020-2024 In 2020 hebben de 14 Twentse gemeenten in samenwerking met onderwijsinstellingen een vernieuwd regionaal plan (2020-2024) vastgesteld voor de aanpak van voortijdig schoolverlaters en kwetsbare jongeren (16 tot 27 jaar). Het nieuwe plan borduurt voort op het plan van aanpak Twentse Belofte 2016- 2020. De Twentse Belofte 2020-2024 heeft als doelstellingen om: Het aantal voortijdig schoolverlaters terug te dringen (landelijk 20.000 vsv-ers) Het percentage voortijdig schoolverlaters verhogen dat na 1 jaar weer terug naar school of aan het werk is Beter ondersteunen van jongeren voor wie de overstap naar vervolgonderwijs en/of arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend is door hun achtergrond en daardoor meer risico oplopen Jongeren van 23 tot 27 jaar die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben extra te ondersteunen. Deze doelstellingen worden vormgegeven in samenwerking met de 14 Twentse gemeenten, onderwijs-instellingen, Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W). (https://www.twentsebelofte.nl/)
De vijf Twentse Beloften:
Belofte 1: De overstap naar een nieuwe school
Belofte 2: Op school. Jongeren met een hogere kans op schooluitval worden op school extra ondersteund om zich te ontwikkelen en een startkwalificatie te halen
Belofte 3: Van school. Jongeren die zonder startkwalificatie van school gaan worden persoonlijk begeleid naar een passende vervolgstap
Belofte 4: Werkende jongeren die ondersteuning nodig hebben worden goed begeleid zodat ze aan het werk blijven en daarnaast ook blijven leren
Belofte 5: Als school en werk (allebei) niet meer lukt. Jongeren die niet meer op school zitten of aan het werk zijn worden benaderd en begeleid zodat ze terug kunnen naar school, aan het werk of allebei Voortijdig schoolverlaters In schooljaar 2021-2022 waren er 30.242 nieuwe voortijdig schoolverlaters in Nederland. Dat zijn er ruim 5.000 meer dan het jaar ervoor en is het hoogste aantal in tien jaar tijd. In Twente kwamen er 1.058 nieuwe schoolverlaters bij. We doen het in Twente nog steeds beter dan het landelijke gemiddelde, maar stijgen wel harder naar het gemiddelde toe.
FACTSHEET VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN
Bron: https://www.twentsebelofte.nl/downloads/
CIJFERS Schooljaar 2021-2022
Nederland
Twente
Aantal voortijdig schoolverlaters
30.242
1.058
VSV-percentage
2,34 %
2,04%
Stijging VSV-percentage ten opzichte van schooljaar 2020-2021
124%
130%
Percentage vsv-ers dat na 1 jaar nog niet aan het werk is of terug naar school
42,5 %
37%
WAT IS ER AAN DE HAND? Uit analyses blijken grofweg drie oorzaken voor het stoppen met school, oorzaken die elkaar ook versterken: Meer jongeren gaan eerder aan het werk (ze vinden makkelijk werk vanwege de krappe arbeidsmarkt). Meer jongeren kunnen na de coronaperiode moeilijk terugkomen in het ritme van school. Meer jongeren hebben te maken met complexe problematiek (vaak buiten school).
Aanpak ontwikkelen De minister schetst in zijn aanvalsplan vsv een aantal maatregelen om schooluitval te voorkomen en jongeren aan perspectief te helpen. Maatregelen die voor ons in Twente niet nieuw zijn, maar die we wel opnieuw goed moeten bekijken. Doen we de goede dingen? Is een aanscherping van de Twentse Belofte nodig? Dat gaan we met de betrokkenen in onderwijs, zorg en gemeenten uitwerken.” Op de korte termijn: Oplossingen organiseren voor jongeren met complexe problematiek. Analyseren van welke opleidingen de werkende jongeren zonder diploma vooral komen. Zien we hier opvallende overeenkomsten en opleidingen?
Op de middellange termijn: Op scholen waar veel jongeren met complexe problematiek zitten, gaan onderwijs, zorg en gemeente een gezamenlijke aanpak ontwikkelen. Kennispunt bracht deze scholen al in beeld. Jongeren die een groter risico lopen om voortijdig school te verlaten, gaan onderwijs, zorg en gemeente al eerder samen begeleiden. Kennispunt bracht deze risicovolle stromen al in beeld. Op de opleidingen waar het voor een jongere aantrekkelijk is om te stoppen en te gaan werken, gaan we kijken hoe we dat kunnen voorkomen. Is het mogelijk om te werken én leren? Samen met werkgevers gaan we een plan maken hoe jongeren zonder diploma alsnog een diploma kunnen halen.
Belofte 3: Jongeren in kwetsbare positie De doelgroep van Belofte 3 zijn jongeren die zonder startkwalificatie van school gaan en die persoonlijk worden begeleid naar een passende vervolgstap. Specifiek gaat het om jongeren uit het VSO, Praktijkonderwijs en Entree-onderwijs. De Twentse gemeenten hebben ook in schooljaar 2021-2022 intensief contact met het VSO-Pro en Entree onderwijs wanneer jongeren ‘risicovolle’ overstappen maken naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. Partijen informeren elkaar daar waar extra zorg wordt ingezet en er is sprake van interprofessioneel samenwerken met elkaar. Samen streven ze er naar om zoveel mogelijk maatwerk te bieden voor deze jongeren en een vangnet te creëren waarop zij kunnen terugvallen bij (dreigende) uitval. Het RMC en het onderwijs hanteren één regionale aanpak voor geplande en ongeplande uitstroom van jongeren om de toestroom naar vervolg onderwijs en/ of arbeidsmarkt te verhogen (JIKP Intergrip). Ook zal hier de verbinding worden gelegd met het loket ‘Werken en Leren’.
Netwerkbijeenkomst VSO/PRO gemeenten en werkgevers Tijdens een netwerkbijeenkomst in september 2022 hebben verschillende bestuurders van Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO), Praktijkonderwijs (Pro), gemeenten en werkgevers hun handen ineengeslagen met als doel om de huidige samenwerking tussen de VSO, PRO scholen, gemeenten en andere ketenpartners te verbeteren. Deze bijeenkomst was dé aftrap om een sluitend netwerk te creëren om deze kwetsbare jongeren te ondersteunen, helpen en begeleiden. Samen willen we ervoor zorgen dat een jongere op een passende plek komt. We werken lokaal waar mogelijk en regionaal waar nodig, maar wel vanuit hetzelfde gedachtegoed om ’alle jongeren in Twente dezelfde kansen te geven en te werken met Toekomstplannen’. De Toekomstplannen moeten passend zijn bij de behoefte van de jongere waarbij gekeken wordt op welke 5 leefgebieden ondersteuning ingezet moet worden (onderwijs, vrije tijd, werk, zorg en welzijn, financiën). In eerste instantie wordt het Toekomstplan gebruikt bij de overstap van PRO-VSO naar vervolgonderwijs, arbeid, beschut (of beschermde) arbeid en dagbesteding. Naast de scholen, krijgen ook RMC medewerkers hiermee te maken. Idealiter wordt dit in de toekomst ook gebruikt om ontwikkelingen binnen vervolgonderwijs, dagbesteding, beschutte arbeid en reguliere arbeid in kaart te brengen.
Belofte 5 van de Twentse Belofte Jongeren die niet op school zitten of (gedeeltelijk) aan het werk zijn worden door het RMC actief benaderd en begeleid, zodat ze terug kunnen keren richting onderwijs, werk of zorgtraject. Het betreft een doelgroep die bestaat uit jongvolwassenen tussen 18 - 27 jaar zonder startkwalificatie en gѐѐn inkomen of een inkomen hebben tot € 300,-.Dikwijls worden ze ondersteund door hun ouders of vriend/vriendin. Deze jongeren hebben dikwijls te maken met tegenslagen op verschillende leefgebieden (multiproblematiek) waardoor het niet lukt om de prioriteit te leggen op school of werk. Het is belangrijk om met deze jongeren in contact te blijven en ze te begeleiden richting een passende plek waarin zij zich verder kunnen ontwikkelen. Vanuit het RMC gaan we deze jongeren actief benaderen en kijken we in samenwerking met in- en externe ketenpartners hoe ze school en/of werk weer kunnen oppakken. Afhankelijk van de problematiek hebben deze jongeren intensieve begeleiding nodig (systeemgericht). Om hen te stimuleren zichzelf verder te ontwikkelen wordt ingezet op een integrale aanpak waarbij zoveel mogelijk maatwerk wordt geboden. Op deze wijze willen wij deze jongeren meer perspectief bieden op een goede toekomst.
Oud Voortijdig Schoolverlaters (oud vsv-ers) De Twentse gemeenten gaan samenwerken met de adviseurs van het Werkplein en Mobiliteitsteam die jongeren gaan ondersteunen bij het vinden naar een goede arbeidsplek of BBL-plek. Zij richten zich samen met het RMC op het faciliteren van de aansluiting op de arbeidsmarkt voor jongeren zonder startkwalificatie. De nadruk ligt op ondersteuning van oud-vsv’ers, maar als nodig kunnen zij ook preventief worden ingezet. Op die manier kan gezocht worden naar goede plekken voor de jongeren en zijn er korte lijnen met de mensen die de jongeren begeleiden.
Deze jongeren worden pas echt geholpen als ze intensief worden begeleid. Zij hebben dikwijls te maken met problematiek op meerdere leefgebieden. Het is belangrijk om deze jongeren hierin zo goed mogelijk te ondersteunen en om relatief lang betrokken bij hen te blijven. Het opbouwen van een langere stabiele relatie met hen is belangrijk. Daarnaast vinden de gemeenten het belangrijk dat die aandacht blijft als een jongere weer naar school of werk gaat en dus niet direct stopt bij een overgang.
Met deze middelen willen de Twentse gemeenten extra inspanningen verrichten om oud vsv’ers te begeleiden. Gemeenten sluiten aan op de huidige integrale dienstverlening. Door deze extra inzet kunnen gemeenten deze oud vsv-ers goed in beeld brengen, benaderen en begeleiden binnen de reguliere werkwijze. De hulpvraag van oud vsvs-ers kan divers zijn, waarbij gemeenten zoveel mogelijk maatwerk willen bieden. Via het eigen netwerk van gemeenten, de adviseur werk en de arbeidsmarkt-coach kunnen gemeenten samen met oud vsv-ers op zoek gaan naar een passende stage/leerwerkplek.
Bijlage