A4-1.VTH Beleidsplan Twente
Tekst van het document
Waterschappen Vechtstromen, Rijn en IJssel, Drents en Overijsselse Delta De waterschappen zijn actief op het grondgebied van gemeenten en provincie met vergunningen en toezicht. Deze taken gaan niet over naar de Omgevingsdienst. Het komt voor dat bedrijven voor bepaalde taken de gemeente als bevoegd gezag hebben (bijvoorbeeld omgevingsvisies/plannen, ruimtelijke plannen, energievisies en rioleringsplannen). Het waterschap heeft daarbij een adviserende rol. Het waterschap is bevoegd gezag bij bijv. bouwen sloopactiviteiten, kappen en aanplantingen en directe lozingen op oppervlaktewater. Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Tien RIEC’s en het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC) richten zich op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Ze verbinden informatie, expertise en krachten van de verschillende overheidsinstanties. Daarnaast stimuleren en ondersteunen de RIEC's en het LIEC de publiek-private samenwerking bij de aanpak van ondermijning. In Twente werken we samen met RIEC Oost Nederland. Het RIEC Oost Nederland faciliteert een structurele integrale aanpak door enerzijds een samenwerking tussen de aangesloten partners te organiseren en anderzijds het bestuur te adviseren over de mogelijkheden van de bestuurlijke aanpak. De gemeenten en Provincie zijn bevoegd gezag en de ODT heeft hierin een signaalfunctie.
Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) De IL) bewaakt en bevordert de veiligheid van het transport op de weg, in de scheepvaart, in de lucht, op het spoor en via buisleidingen. Ook zet de ILT zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving, door toezicht op de veiligheid van bouwwerken en drinkwater, asbest, de beperking van risico's van gevaarlijke stoffen en industrieën, de verantwoorde verwerking van afval en de preventie en sanering van vervuilingen in bodem en water. De ILT is een inspectiedienst van het Ministerie van I&W. Bepaalde taken van het ILT lijken op die van de Omgevingsdienst, alleen heeft zij andere bedrijven waar zij toezicht op houdt.
21 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
6. DOELEN VERGUNNINGEN, TOEZICHT EN HANDHAVING 6.1 Algemene doelstelling VTH Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels doen we om bij te dragen aan een ‘hoger doel’. De nieuwe Omgevingswet die tientallen wetten en honderden regels over de leefomgeving bundelt, geeft in artikel 1.3 als maatschappelijk doel:
“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.” Het hieruit geformuleerde algemene doel luidt: “Wij werken aan optimale bescherming en duurzame benutting van de gezonde fysieke leefomgeving; veilig wonen, werken en leven” Dit hogere doel is uitgewerkt in vier hoofddoelen waarbij we verschillende beleidsdoelen hebben geformuleerd. Deze vier hoofddoelen zijn de basis van de vastgestelde Verordening kwaliteit VTH (onder Omgevingswet Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht) die we in Twente hanteren. Deze onderdelen vormen ook het kader voor dit beleidsplan en sluiten goed aan op de Omgevingswet. Dit kader is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
Deze hoofdoelen zijn uitgewerkt in thema’s en beleidsdoelen die we als Twente belangrijk vinden. Per beleidsdoel zijn indicatoren opgesteld waarmee kan worden bepaald of aan de gestelde doelen kan worden voldaan.
22 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
6.2 Beleidsdoelen Alle beleidsdoelen, thema’s en bijbehorende indicatoren zijn terug te vinden in de Nadere uitwerking van het VTH-beleid Twente. Hieronder zijn kort de hoofddoelen weergegeven: Onderwerp Financiën
Hoofddoel De inzet van middelen is in balans met de kwantiteit en kwaliteit van de te leveren diensten en producten.
Inhoudelijke doelen Veiligheid Gezonde fysieke leefomgeving Duurzaamheid Uitvoeringskwaliteit Proces Vakbekwaamheid Dienstverlening
Er is een basis beschermingsniveau voor veiligheid. Mens en milieu zijn beschermd tegen onaanvaardbare milieurisico’s en ondermijnende activiteiten. Er is een basisniveau voor een gezonde en prettige leefomgeving. Twente is energie-neutraal en afvalstromen zijn verduurzaamd. De beleids- en uitvoeringscyclus is gesloten. De ODT is een professionele uitvoeringsorganisatie. De uitvoeringsorganisatie past de dienstverleningsprincipes uit de Omgevingswet toe en investeert in cultuuromslag.
Ambitieonderwerpen Naast deze hoofddoelen is voor de komende periode een ambitie uitgesproken voor de doelen ondermijning, externe veiligheid en gezonde fysieke leefomgeving (asbest, natuur, luchtkwaliteit en geur, geluid). Deze ambitieonderwerpen zijn uitgewerkt in de onderstaande beleidsdoelen: Onderwerp Externe Veiligheid
Hoofddoel Inwoners zijn beschermd tegen externe veiligheidsrisico’s die ontstaan bij het opslaan, bewerken en transporteren van gevaarlijke stoffen door bedrijven.
Ondermijning Bonafide partijen zijn preventief beschermd tegen malafide partijen. We voorkomen een waterbedeffect. Gezonde fysieke leefomgeving Asbest Luchtkwaliteit en geur Geluid Natuur
Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsschade door asbest. Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door de uitstoot van fijnstof en geur door activiteiten. Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door geluid. Beschermen van de biodiversiteit.
23 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
7. KWALITEITSZORG EN KWALITEITSBORGING Wij streven naar een goede kwaliteit van de uitoefening van onze VTH-taken. Daarbij definiëren we kwaliteit als: Kwaliteit is de mate waarin producten en diensten voldoen aan de eisen, behoeften en specificaties van de opdrachtgevers. Kwaliteit is gedefinieerd als het juist, volledig, tijdig, rechtmatig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht uitvoeren van de producten, diensten en bijbehorende werkprocessen. Kwaliteitsverordening Alle bevoegd gezagen hebben een Kwaliteitsverordening VTH vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de Ow wordt die vervangen door de ‘Kwaliteitsverordening Uitvoering en Handhaving’. In dit beleidsplan wordt daar verdere invulling aan gegeven, voor wat betreft de regionale taken. Verdere uitwerking vindt ook plaats in het Kwaliteitsplan van de ODT. Kwaliteitsdoelen Op basis van de kwaliteitsverordening hebben alle bevoegd gezagen kwaliteitsdoelen vastgesteld voor de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit en de financiën. Daarnaast zijn tevens inhoudelijke doelen opgesteld. De doelen zijn vastgelegd in bijlage 3 van de Nadere uitwerking van dit gezamenlijke uniforme beleid. Daar zijn de doelen nader uitgewerkt en zijn indicatoren en streefwaarden benoemd.
Kwaliteitscriteria Onderdeel van de kwaliteitsverordening is ook dat wordt voldaan aan de vigerende landelijk opgestelde kwaliteitscriteria als maatstaf voor kwaliteit. Deze kwaliteitscriteria gaan over de deskundigheid van de uitvoerende- en handhavende organisatie en hun medewerkers. In de nieuwe set kwaliteitscriteria zijn ook competentieprofielen opgenomen. Uitgangspunt is dat de medewerkers die de VTH-werkzaamheden uitvoeren voldoen aan de kwaliteitscriteria. Als hulpmiddel om dit te monitoren wordt de inzetbaarheidsmonitor gebruikt. In verband met bijvoorbeeld krapte op de arbeidsmarkt kan gemotiveerd worden afgeweken. Kwaliteitszorg Kwaliteitszorg gaat over het doorlopen van een cyclisch (werk)proces. Niet alleen in het kader van kwaliteitszorg moet het (werk)proces transparant en vastgelegd zijn. Ook voor het creëren van een zogeheten ‘level playing field’ voor burgers en bedrijven is dat een vereiste. Een gesloten kwaliteitscyclus zorgt dat we leren van onze interventies. Wij vinden het borgen van kwaliteit en het continue verbeteren een belangrijk element in het VTH-beleid. De volgende elementen vinden wij daarbij van belang: 1. Verantwoordelijkheid beleggen voor het ontwikkelen en in stand houden van kwaliteitszorg en het rapporteren over de voortgang; 2.
Zorg dragen voor kwaliteitsplan en – doelstellingen welke gericht zijn op het continu verbeteren, evalueren en (zo nodig) bijstellen; 3. Zorg dragen voor een kwaliteitsprogramma inclusief planning; 4. Borging werkwijze in cultuur en systemen; 5. Het managen van verbeterpunten; 6. Vergelijking en auditen: interne en externe ogen houden ons scherp. In de eerste planperiode (2018 – 2022) heeft deze kwaliteitszorg als volgt vorm gekregen. 1: Verantwoordelijkheid beleggen De teammanagers van de ODT, een medewerker kwaliteitszorg en twee kwaliteitsmedewerkers hebben in hun functieomschrijving nadrukkelijk kwaliteitstaken en –verantwoordelijkheden. Zo zijn afspraken gemaakt over procesbeschrijvingen, werkinstructies en het opstellen van een intern auditplan.
24 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
2: Kwaliteitsplan en-doelstellingen In dit voorliggend beleidsplan staan kwaliteitsdoelen beschreven. Ook werkt ODT aan een Kwaliteitsplan, waarbij invulling wordt gegeven aan het borgen van uitvoeringskwaliteit, onderverdeeld naar vakbekwaamheid en proces. Ook zal in het Kwaliteitsplan worden omschreven hoe de ODT gaat voldoen aan de elementen voor kwaliteitszorg. 3: Kwaliteitsprogramma, inclusief planning In het jaarlijks VTH uitvoeringsprogramma en VTH jaarverslag wordt aandacht besteed aan kwaliteit. Er is een jaarprogramma inclusief planning, ook voor bijvoorbeeld audits. 4: Borging werkwijze Processen, werkinstructies en sjablonen zijn beschreven en vastgelegd, evenals de route voor verbetervoorstellen. 5: Managen van verbeterpunten Vastgelegd is wie verantwoordelijk is voor verbeterpunten, verbeteracties worden gepland en de voortgang wordt bewaakt. 6: Vergelijking en auditen ODT neemt deel aan landelijke collegiale toetsen/visitaties en werkt samen met andere OD’s (IJsselland en Gelderse) en volgt de landelijke ontwikkelingen hierin. Daarnaast is er een intern auditprogramma en maken visitaties onderdeel uit van pijler 6 van het Interbestuurlijk Programma (versterken VTH stelsel). Deze nulsituatie wordt als uitgangspunt voor de volgende beleidsperiode genomen.
Voor de komende planperiode streven we ernaar dat het geheel aan kwaliteitszorg en de uitvoering ervan systematischer in beeld gebracht wordt. Door structureel op een vaste plek in het jaarlijks uitvoeringsprogramma te beschrijven welke werkzaamheden uit het Kwaliteitsplan geprogrammeerd zijn. En door structureel in het jaarverslag terug te blikken op de uitvoering daarvan.
25 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
8. VTH-STRATEGIEËN Dit hoofdstuk beschrijft de strategieën voor vergunningen, toezicht en handhaving. De grondslag ligt in hoofdstuk 18 van de Omgevingswet. In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staat onder andere dat bevoegd gezagen strategieën moeten vaststellen voor VTH. De preventiestrategie is een overkoepelende strategie en vormt samen met de overige strategieën het kader voor het gezamenlijke VTH-beleid.
VTH-strategie Omgevingsrecht
Preventiestrategie
Vergunningenstrategie
Toezichtstrategie
Sanctiestrategie
Afwegingskader gedogen
8.1 Preventiestrategie Bij preventie gaat het om het voorkomen van aantasting van de leefomgeving of ontstaan van risico’s door het geven van voorlichting en zorgdragen voor een heldere communicatie over de kaders waar partijen in de samenleving zich aan moeten houden. Veel schade aan de fysieke leefomgeving kan worden voorkomen door vroegtijdig helder te maken welke kaders en regels er gelden. Dit vereist een goede en gerichte voorlichting en communicatie richting inwoners, bedrijfsleven, bezoekers en, in algemene zin, belanghebbenden. Het vroegtijdig betrekken van en waar mogelijk samenwerken met partners en stakeholders is belangrijk. Het vraagt ook van de ODT om aanvragen, overtredingen, klachten en maatschappelijke vraagstukken integraal te behandelen en op te pakken. Daarnaast moet er ook oog zijn voor de preventieve werking van beleidsmaatregelen op andere beleidsvelden dan waar de aanvraag, klacht, overtreding of vraag betrekking op heeft. De gemeenten en de provincie zetten in haar VTH-beleid dan ook expliciet in op preventie, vanuit een goede voorlichting communicatie en overleg. Uitgangspunt daarbij is dat de meeste initiatiefnemers en aanvragers bereid zijn te voldoen aan de gestelde regels en kaders. Voorwaarde daarvoor is dat ze daarvan tijdig en goed op de hoogte zijn gebracht door de ODT.
Vanuit deze basisgedachte wordt ingezet op een preventieve insteek om te voorkomen dat het naleven van de regels moet worden afgedwongen met het inzetten van dwangmiddelen. Helderheid verschaffen over de geldende kaders gebeurt via onder meer de gemeentelijke website, de ODT-website, klantencontacten met deskundige medewerkers backoffice, overleggen met belangrijke stakeholders (zoals: bedrijfsleven, agrariërs, horeca), tijdens bilaterale contacten met initiatiefnemers en aanvragers van vergunningen en tijdens het toezicht op bedrijven en activiteiten. Partijen die als intermediair een bijdrage kunnen leveren rond deze voorlichting en zo het realiseren van een reëel verwachtingspatroon bij de gebruikers van de leefomgeving, worden daarin gefaciliteerd. Het vraagt tegelijkertijd ook binnen de gemeenten zelf om een goede afstemming tussen de diverse beleidsvelden. In de contacten over VTH-aangelegenheden staat een klantgerichte, pragmatische en oplossingsgerichte benadering van initiatiefnemers en aanvragers centraal. Daarbij geldt als beperking: voor zover dat dit binnen de gestelde wettelijke en gemeentelijke kaders mogelijk is. Als een initiatiefnemer/aanvrager er met de geboden informatie op de website en vanuit het
26 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
Klantencontactcentrum (KCC) niet uitkomt, is er altijd een gesprek met de behandelende medewerker mogelijk. Hiermee wordt voorzien in een professionele en klantvriendelijke dienstverlening. Wij sluiten daarvoor aan bij de belevingsprincipes op basis van de Omgevingswet; snel, persoonlijk, betrokken, eenvoudig, relevant, transparant en consistent. Tijdens een eventueel vooroverleg of contact wordt gestreefd om al direct tot een zo goed mogelijke inschatting te komen over de haalbaarheid van een initiatief op aanvraag. Ook na het constateren van een overtreding van de regels wordt geprobeerd waar mogelijk eerst in overleg met partijen of via bemiddeling tussen partijen tot een werkbare oplossing te komen. Zo mogelijk kan dit ertoe leiden om zaken alsnog te legaliseren. In de eerste planperiode heeft de preventiestrategie zich geuit in de communicatie voor en na projecten, zoals het ‘project luchtwassers’ en ‘MIA acties’ (gebiedstoezicht). In de komende planperiode willen we nog bewuster en pro-actiever inzetten op preventie. Bewustzijn creëren door bijvoorbeeld actiever kennis over te dragen (welke regels gelden, welke strategie hanteren we als ten onrechte geen melding wordt gedaan) en meer gebruik maken van de signaalfunctie die van toezicht kan uitgaan zijn voorbeelden. Bij het opstellen van het jaarlijks uitvoeringsprogramma is hier aandacht voor.
8.2 Vergunningenstrategie Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. De vergunningplichtige activiteiten worden aangewezen in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er zijn verschillende vormen van vergunningen: Reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken); Uitgebreide procedure (26 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken); Aanvraag voor losse deelactiviteiten; Opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu) of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik). Er is een voorwaarde verbonden aan de mogelijkheid om meerdere vergunningplichtige activiteiten los en gespreid in de tijd aan te vragen. Hoofdregel is en blijft dat een activiteit is verboden, zolang niet voor alle activiteiten die daarmee samenhangen een vergunning is verleend. Een aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle activiteiten. Daar staat tegenover dat het bevoegd gezag een inspanningsverplichting heeft om de aanvrager in kennis te stellen van eventuele andere vereiste besluiten. Naast vergunningplichtige activiteiten, bestaan ook activiteiten waar een meldingsplicht voor geldt.
Afhankelijk van het soort bedrijf en de uitgevoerde activiteiten, moet een bedrijf voor het oprichten of veranderen een melding op grond van het Bal en/of het Bbl doen bij de gemeente. Dit geldt ook voor sommige activiteiten bij particulieren (zoals propaan- en olietanks). De initiatiefnemer moet de melding uiterlijk vier weken voor oprichting of verandering doen.
27 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
De volledige vergunningenstrategie is opgenomen in Nadere Uitwerking. In de toekomst zal aansluiting worden gezocht op het Landelijke Vergunningenprotocol.
8.3 Toezichtstrategie Door toezicht te houden controleren we of vergunningvoorschriften en regels worden nageleefd. Voor de medewerkers die de controle uitvoeren, maakt de toezichtstrategie duidelijk hoe zij hun werk moeten doen (bijvoorbeeld in gelijke gevallen gelijk optreden). Het komende jaar werkt de ODT aan de doorontwikkeling van branchegericht toezichthouden. Goed toezicht begint met een juiste voorbereiding. Dat betekent dossieronderzoek, het verzamelen van aanvullende relevante informatie en het opstellen van een controle-checklist. Tijdens het daadwerkelijke toezicht controleren we of sprake is van overtredingen en waar nodig herstellen. Maar belangrijker nog, we proberen overtredingen te voorkomen zodat we niet sanctionerend hoeven op te treden. Ofwel, hoe kan de toezichthouder ongewenst gedrag ombuigen naar gewenst gedrag? Voor zowel onze toezichthouders als bedrijven en inwoners heeft dat voordelen. Het geven van voorlichting is, zoals al eerder gesteld, daarbij een essentiële stap. Dat zal niet altijd het gewenste effect hebben. In dat geval ontkomen we er niet aan de volgende stap in de nalevingsstrategie te zetten: sanctioneren. We benadrukken dat bedrijven primair verantwoordelijk blijven voor het naleven van de regels. Elke controle is een momentopname en het risico bestaat dat niet alles wordt gecontroleerd of geconstateerd.
De volledige toezichtstrategie is opgenomen in de Nadere Uitwerking.
28 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
8.4 Sanctiestrategie Om te kunnen handhaven is het noodzakelijk afspraken te maken over de manier waarop we vorm geven aan handhaving. Om een goede uitvoering te geven aan handhaving sluiten we aan bij de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) zie Landelijke_Handhavingsstrategie_Omgevingsrecht_LHSO.pdf (vng.nl). De LHSO is een beleidskader voor de bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhaving. Het doel van deze strategie is uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend optreden bij overtredingen, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies kiezen en toepassen op eenduidige wijze. Dit kan op zowel strafrechtelijke wijze (bestraffend) als bestuursrechtelijk (gericht op het herstel van de situatie). De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke sanctie vindt plaats aan de hand van de in de strategie opgenomen interventieladder en interventiematrix. Daarbij zijn het gevolg van de overtreding en het gedrag van de overtreder bepalend voor de wijze hoe er gehandhaafd wordt.
8.5 Afwegingskader gedogen Er zijn uitzonderlijke situaties denkbaar, waarin het opleggen van sancties niet gewenst is. In dat geval kunnen we een overtreding gedogen. De definitie van gedogen is: “Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.” Gedogen is echter wel aan voorwaarden gebonden. Gedogen staat op gespannen voet met ons doel om het naleefgedrag te verbeteren en een betrouwbare organisatie te zijn. Met dat gegeven, beperken we gedogen tot zeer bijzondere situaties, waarbij er op korte termijn uitzicht bestaat op het opheffen van de overtreding of op het legaliseren van de situatie, bijvoorbeeld doordat een vergunning verleend kan worden. In de Nadere Uitwerking is het afwegingskader gedogen uitgewerkt.
29 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
NADERE UITWERKING 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Elementen van de organisatie en inrichting ODT Risicoanalyse Doelen en streefwaarden Vergunningenstrategie Vormen en werkwijze van toezicht (Toezichtstrategie) Afwegingskader gedogen
30 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
31 VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving