CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Transitieplan Omgevingsplan (def)

Gemeenteraad 29 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Noodzakelijke besluitvorming invoering Omgevingswet12.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook in de nieuwe situatie is het college van B&W het bevoegde gezag voor de Omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. De situatie onder de Omgevingswet is enigszins vergelijkbaar met de huidige ‘Verklaring van Geen Bedenkingen’ (VvGB). In de huidige situatie kan het college uitsluitend een vergunning voor strijdig gebruik verlenen met instemming van de gemeenteraad. Voor activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenaamde VvGB. Onder de Omgevingswet is het college bevoegd om te besluiten op alle Omgevingsvergunningen, ook degenen die in afwijking zijn van het Omgevingsplan, de zogenaamde buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten. Als de gemeenteraad hier toch een rol in wil, dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het Omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht van de gemeenteraad. Verleende vergunningen worden op een later moment (in ieder geval binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de verleende vergunning) in het Omgevingsplan opgenomen, zodra dat definitief vorm heeft gekregen.

Voordeel van deze procedure is dat hij relatief onafhankelijk van het Omgevingsplanproces kan worden doorlopen. Nadeel is dat het (bouw)plan voor de vergunningaanvraag gedetailleerder moet worden uitgewerkt dan voor een wijziging van het Omgevingsplan. De uiteindelijke mogelijkheden zijn ook beperkter. Dit risico zal een initiatiefnemer moeten accepteren als hij/zij niet wil wachten op het definitieve Omgevingsplan. Ook is er een groter risico op willekeur en ongelijke behandeling omdat de kaders niet definitief zijn. Juridische borging wordt lastig. 4.1.2.1 Kruimelregeling De kruimelregeling is een lijst van gevallen, waarmee door middel van de reguliere vergunningprocedure van 8 weken, een vergunning kan worden verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. De kruimelgevallen zijn opgenomen in artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Met de komst van de Omgevingswet zal de huidige kruimellijst uit artikel 4 bijlage II bij het Bor komen te vervallen. Het onderscheid tussen artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, sub 2° en 3° van de Wabo is er dan niet meer. De reden hiervoor is dat onder de Omgevingswet voor alle afwijkingen van het bestemmingsplan de reguliere procedure de standaard wordt. Dit geldt ook voor de grote buitenplanse afwijking, waar nu nog de uitgebreide vergunningprocedure van 6 maanden op van toepassing is.

Dat de huidige kruimellijst uit artikel 4 bijlage II bij het Bor zal vervallen, wil echter niet zeggen dat de regels uit de kruimellijst helemaal niet meer terug zullen komen in het Omgevingsplan. Een gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen de regels uit de huidige kruimellijst geheel of gedeeltelijk als afwijkingsregels in het Omgevingsplan op te nemen. Het bestemmingsplan zal met de komst van de Omgevingswet worden vervangen door het Omgevingsplan. Dit is echter geheel ter beoordeling aan gemeenten. De gemeente Haaksbergen is in eerste instantie voornemens om de kruimellijst zoveel mogelijk over te nemen. 22

4.1.3 Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) In de zomer van 2022 is bekend geworden dat het voor veel gemeenten nog niet mogelijk zal zijn om na 1 januari 2024 direct een wijziging van het Omgevingsplan (zie paragraaf 4.1.4) op te stellen. Om te voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen worden vertraagd is door het Rijk een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) uitgewerkt. De TAM is een tijdelijke noodmaatregel. Dankzij de TAM krijgen gemeenten de mogelijkheid om op basis van de IMRO-standaard (huidige standaard voor bestemmingsplannen) aanpassingen van het Omgevingsplan te publiceren via ruimtelijkeplannen.nl. Via een overbruggingsfunctie zijn deze TAM-IMRO plannen te raadplegen in het DSO voor de Omgevingswet. TAM-IMRO biedt gemeenten die direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een plan in procedure willen brengen (en dus niet onder het overgangsrecht vallen), een tijdelijk alternatief omdat het DSO nog onvoldoende werkt. De TAM-IMRO moet in ieder geval de nieuwe onderdelen voor het Omgevingsplan (paragraaf 2.2) bevatten, maar kan voor de rest grotendeels hetzelfde format van een bestemmingsplan behouden. De verwerking van de TAM-IMRO plannen komt pas bij het opstellen van een definitief Omgevingsplan. De TAM-IMRO heeft ook nadelen. Zo wordt elk nieuw opgesteld TAM-IMRO plan aan het Omgevingsplan toegevoegd, maar niet automatisch in het Omgevingsplan verwerkt.

Ook maken deze plannen juridisch gezien deel uit van het (‘nieuwe’) Omgevingsplan, maar hebben technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Later moeten deze plannen conform het nieuwe formaat overgezet worden naar het definitieve Omgevingsplan. Dit levert gemeenten extra werk op. Hoe meer TAM-IMRO plannen er worden opgesteld, des te meer er op een later moment verwerkt moeten worden. Ook zitten er extra risico’s aan de toepassing van TAM-IMRO plannen. Zo moeten nieuwe vergunningsaanvragen na inwerkingtreding van de Omgevingswet getoetst worden aan het tijdelijke Omgevingsplan, de Bruidsschat en vervolgens aan eventueel relevante TAM-IMRO plannen. De kans dat er bij de toetsing van vergunningsaanvragen iets wordt gemist wordt steeds groter naar mate er meer TAM-IMRO plannen opgesteld worden. Dit brengt juridische risico’s met zich mee. De TAM-IMRO is zoals gezegd een tijdelijke maatregel die op dit moment beperkt is tot het 1e jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet.

4.1.4 Omgevingsplan op maat Indien een wenselijke en urgente ontwikkeling niet met een Omgevingsvergunning mogelijk gemaakt kan worden (zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood ontwikkelingen), kan er een Omgevingsplan op maat worden gemaakt. Dit is enigszins vergelijkbaar met de huidige partiële herzieningen van bestemmingsplannen. Indien voor een bepaalde ontwikkellocatie een wijziging van het Omgevingsplan wordt opgesteld, dan moeten de regels voldoen aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale instructieregels. Ook moeten ze voldoen aan de vereisten van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het maken van een Omgevingsplan op maat kent een paar nadelen. Ten eerste is het een nieuwe procedure en dat brengt per definitie risico’s met zich mee. Werkprocessen zijn bijvoorbeeld nog maar in beperkte mate getest en jurisprudentie is nog niet beschikbaar. Hierbij kan gedacht worden aan rechtszekerheid met betrekking tot het opnemen van open normen en het integreren van 23

milieuregels. Het belangrijkste is echter dat er op dit moment nog geen kwalitatief geschikt voorbeeld van een Omgevingsplan beschikbaar is. Dit komt onder andere omdat er standaard voor Omgevingsplannen is en iedere gemeente momenteel aan een eigen invulling werkt. Goede voorbeelden van Omgevingsplannen zijn op dit moment dus nog niet beschikbaar. Daarnaast is het alleen mogelijk om een Omgevingsplan op maat te op te stellen als het DSO voldoende werkt. Het tweede nadeel is dat het definitieve Omgevingsplan nog lang niet gereed is. Door keuzes over één locatie naar voren te trekken, kan het lastig worden deze keuzes later in te bedden in de standaardregels voor het definitieve Omgevingsplan. Het op te stellen raamwerk beperkt in grote mate de risico’s voor het opstellen van een Omgevingsplan op maat. Risico’s worden echter niet volledig uitgesloten. Het derde nadeel is dat de Omgevingsvisie van de gemeente Haaksbergen nog niet gereed is. De planning is dat de Omgevingsvisie in 2025 is vastgesteld. Dat betekent dat tot er een vastgestelde Omgevingsvisie is, geen nieuwe regels (die uiteindelijk uit de Omgevingsvisie voortvloeien) kunnen worden opgenomen voor de betreffende locatie waar het Omgevingsplan op maat geldt.

Dat betekent dat als de Omgevingsvisie is vastgesteld en daaruit nieuwe Omgevingsplanregels voortkomen, het Omgevingsplan opnieuw moet worden gewijzigd om die regels in te passen. Het is daarbij van belang om het beginsel van rechtszekerheid niet uit het oog te verliezen. Als het Omgevingsplan op maat toekomstige ontwikkelingen toestaan, dat door nieuwe regels (voortkomend uit de Omgevingsvisie) wordt beperkt, leidt dat tot juridische risico’s.

4.2 Aanpak vooral themagericht Bij het maken van het Omgevingsplan komen bijzonder veel verschillende aspecten aan de orde. Een aantal van deze aspecten zijn nieuw ten opzichte van de huidige ruimtelijke procedures. Het is onmogelijk om al deze aspecten tegelijk te beoordelen en in één keer op te nemen in een definitief Omgevingsplan. Het overzetten naar een definitief Omgevingsplan zal daarom stapsgewijs gebeuren. Hieronder wordt de keuze voor de aanpak van het Omgevingsplan uitgelegd. Daarbij is het onvermijdelijk dat de behandeling van één aspect samenhangt met aspecten die nog niet behandeld zijn. Er zijn over het algemeen twee strategieën (en diverse tussenvarianten) ontstaan om met het opstellen van het definitieve Omgevingsplan aan de slag te gaan. De uitersten zijn een themagerichte aanpak en een gebiedsgerichte aanpak. Indien er gekozen wordt voor een themagerichte werkwijze, wordt voor de hele gemeente telkens één thema of beleidsveld van een regeling voorzien voor de hele gemeente. Het Informatiepunt Leefomgeving heeft de volgende thema’s opgesteld: -

Afval Asbest Bodem Bouw Energiebesparing Energietransitie Erfgoed Externe veiligheid 24

-

Geluid Geur Gezonde fysieke leefomgeving Klimaat Landschappelijke kwaliteit Licht Lucht Maatschappelijke opgaven Mobiliteit en parkeren Natuur Participatie Ruimtelijke ontwikkelingen Stedenbouwkundige kwaliteit Toegankelijkheid voor personen Trillingen Verkeersveiligheid Water Windhinder Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Gemeenten zijn niet verplicht om de bovenstaande lijst over te nemen en mogen zelf bepalen welke thema’s in het Omgevingsplan opgenomen worden. Het voordeel van een thematisch gerichte aanpak is dat er een uniforme regeling ontstaat. Nadeel is dat de afweging tussen de beleidsthema’s minder zichtbaar, en dus mogelijk minder bewust, wordt gemaakt. Een ander nadeel is dat er gedurende de overgangsfase op één locatie twee regelsets gelden. Zowel regels die in het tijdelijke Omgevingsplan staan als regels die in het definitieve Omgevingsplan staan. Initiatiefnemers en vergunningverleners zullen daarom aan beide plannen moeten toetsen om te bepalen welke regels van toepassing zijn. Hierbij geldt de regel “Nieuwe regels boven oude regels en eigen regels boven bruidsschat” Indien er gekozen wordt voor een gebiedsgerichte werkwijze, dan wordt er voor een kleiner gebied telkens een compleet Omgevingsplan opgesteld. Er is dan dus nog maar één set regels van toepassing op het gebied waarvoor het definitieve Omgevingsplan klaar is. Dit komt de integrale besluitvorming ten goede en is klantvriendelijker. Nadelen van deze keuze zijn dat het ingewikkelder en arbeidsintensiever is om direct tot de volledige regelset te komen. Bovendien moet de uniformiteit van regels extra bewaakt worden als je telkens voor een deel van het grondgebied een zelfstandige regelset uitwerkt.

Er zijn ook verschillende tussenvarianten mogelijk. De gemeente Haaksbergen kiest in eerste instantie voor een meer thematisch gerichte aanpak. De reden voor een voornamelijk thematisch gerichte aanpak is dat dit minder arbeidsintensief is dan hoofdzakelijk gebiedsgerichte aanpak. Met een voornamelijk thematische aanpak wordt ook de uniformiteit in de regels beter gewaarborgd, wat op lange termijn voordeliger zal zijn. De aanpak zal echter niet volledig thematisch gericht worden, maar meer een hybride variant. Zoals in het begin van deze paragraaf is aangegeven, is het onmogelijk om alle thema’s voor alle gebieden in één keer om te zetten naar een definitief 25

Omgevingsplan. Er zal dus een keuze gemaakt moeten worden in de prioritering van welke thema’s als eerste opgepakt worden. De keuze van wanneer welk thema aan bod komt is afhankelijk van meerdere factoren, zoals: 1. De thema’s die in de praktijk vaak voorkomen en waarvan qua structuur relatief eenvoudig regels kunnen worden gemaakt. Dit zijn meestal thema’s die in de verordeningen zitten. Denk bijvoorbeeld aan kapregels en uitwegregels. 2. Thema’s die belangrijk zijn in de dagelijkse praktijk. Denk aan thema’s als parkeren en geluid: dit zijn onderwerpen die bij veel initiatieven spelen. 3. Thema’s waarvan beleid in ontwikkeling is. Er wordt gekozen om gebruik te maken van ‘natuurlijke’ actualisatiemomenten. De Omgevingsvisie waaraan gewerkt wordt, is daarbij een belangrijk document. Een verdere uitwerking van punt 1 is de mogelijkheid dat als eerste thema’s opgepakt worden die het meeste aansluiten bij de zogenaamde ‘Topactiviteiten’. Topactiviteiten zijn vijf onderwerpen waar de meeste aanvragen voor worden ingediend in het Omgevingsloket. Het DSO kenmerkt een selectie van de volgende vijf topactiviteiten (willekeurige volgorde): -

Acculader in werking hebben Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken Boom kappen/houtopstand vellen Bouwwerk slopen

In 2021 heeft de VNG voor alle gemeenten een analyse uitgevoerd van de meest voorkomende aanvragen per gemeente in de periode van 2016 tot en met 2020. Voor de gemeente Haaksbergen zijn dat de volgende onderwerpen: Top 5 enkelvoudige aanvragen in het Omgevingsloket (periode 2016 – 2020) 1. Slopen en/of asbest verwijderen 586 aanvragen 2. Bijbehorend bouwwerk bouwen 180 aanvragen 3. Kappen 151 aanvragen 4. Woning bouwen 105 aanvragen 5. Overig bouwwerk bouwen 98 aanvragen Top 5 meervoudige aanvragen in het Omgevingsloket (periode 2016 – 2020) 1. ‘Inrichting of mijnbouwwerk oprichten 21 aanvragen of veranderen (Milieu)’ ‘Handelingen met gevolg voor beschermde natuurgebieden’ 2. ‘Handelen in strijd met regels 15 aanvragen ruimtelijke ordening’ ‘Bijbehorend bouwwerk bouwen’ 3. ‘Woning bouwen’ 13 aanvragen ‘Uitrit aanleggen of veranderen’ 4. ‘Woning bouwen’ 10 aanvragen ‘Bijbehorend bouwwerk bouwen’ 26

5.

‘Woning bouwen’ ‘Handelen in strijd ruimtelijke ordening’

met

regels

10 aanvragen

Door als eerste de topactiviteiten op te pakken kunnen de meest voorkomende activiteiten volgens de nieuwe regels/ procedure van de Omgevingswet afgehandeld worden.

4.2.1 gebiedsgerichte uitwerking Er komt een moment dat er sprake is van een gebiedsontwikkeling waar een Omgevingsplan op maat gewenst is en er meer duidelijkheid is over de structuur van een volwaardig Omgevingsplan. Dat is een natuurlijk moment om in het groeiproces ook gebiedsgericht te werken. Voor een klein gebied wordt een formeel juridisch bindend compleet Omgevingsplan uitgewerkt en vastgesteld. Een ‘echt’ Omgevingsplan. Daarna kan het ‘echte’ Omgevingsplan langzaam – als een olievlek – worden uitgebouwd en aangepast. De uitbreiding vindt hoogstwaarschijnlijk plaats in de vorm van periodieke algemene herzieningen. Losse wijzigingen van Omgevingsplannen (Omgevingsplannen op maat), TAM-IMRO plannen en verleende BOPA’s worden bij deze herzieningen meegenomen. De continue beleidsontwikkelingen en nieuwe gebiedsontwikkelingen vragen hierom. De aanpassingen worden tijdens de transitiefase thematisch en/of gebiedsgericht toegevoegd aan het Omgevingsplan.

4.3 Termijn van oplevering De transitiefase duurt uiterlijk tot en met 2032. Omdat de transitiefase in zekere (en afnemende) mate risico’s met zich meebrengt, is het aan te raden om deze fase niet langer te laten duren dan noodzakelijk. Het is alleen nog niet mogelijk om in dit stadium een indicatie te geven van een voorgestelde afrondingsdatum.

5. Definitief Omgevingsplan Zoals beschreven in hoofdstuk 2, moeten alle regels over de fysieke leefomgeving worden omgezet vanuit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan en de lokale verordeningen naar een definitief Omgevingsplan. In dit hoofdstuk komen de uitgangspunten voor dat definitieve Omgevingsplan aan bod. Het is om twee redenen belangrijk om helderheid te hebben over het definitieve Omgevingsplan. Ten eerste zijn er kaders nodig voor het omzetten van de ‘oude’ regels naar het nieuwe definitieve deel van het Omgevingsplan. Ten tweede kan de gemeente gedwongen worden om een wijziging van het Omgevingsplan door te voeren voor een ontwikkellocatie nog voordat het volledige Omgevingsplan gereed is. Ook dan is een kader of richting waarin het definitieve plan zich zal ontwikkelen noodzakelijk. In dit hoofdstuk worden daarom de eerste uitgangspunten voor het definitieve Omgevingsplan vastgelegd. Daarbij is een grote disclaimer op zijn plaats. Gaandeweg worden er veel nieuwe ervaringen opgedaan. Als dit betekent dat het op enig moment verstandiger is om een eerder gemaakte keuze te wijzigen, wordt hiervoor de ruimte genomen. Bij een volgende rapportage aan de raad wordt hier dan uiteraard een toelichting op gegeven.

5.1 Andere mentaliteit: ‘Ja, mits’ of ‘Nee, tenzij’ Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Omgevingswet is een andere houding van de overheid ten aanzien van ontwikkelingen. Vaker ‘Ja, mits’ en minder ‘Nee, tenzij’. Dit is het tegenovergestelde van onder de huidige Wet ruimtelijke ordening. Daar is een activiteit uitsluitend toegestaan als het is opgenomen in het bestemmingsplan of de beheersverordening. 27

De standaard opzet van huidige bestemmingsplannen gaat uit van een ‘nee, tenzij’ mentaliteit. Gebruik of bouwen is pas toegestaan als dit volgens de regels van het bestemmingsplan mogelijk is. Zaken die niet in een bestemmingsplan zijn gereguleerd zijn daarmee verboden. Met de Omgevingswet wordt een verschuiving naar ‘ja, mits’ beoogd. Dit uitgangspunt vertaalt zich onder meer in de wetgevingskeuze dat de activiteiten die niet in het Omgevingsplan zijn gereguleerd, zijn toegestaan. Binnen de gemeente Haaksbergen wordt al zoveel mogelijk gewerkt met een ‘ja, mits’ houding. Hier willen wij ons aan vasthouden. De gemeente staat open voor nieuwe initiatieven en is bereid daaraan mee te werken, mits aan de voorwaarden uit vastgesteld beleid wordt voldaan. Met die voorwaarden wordt de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee een goed en gezond leefklimaat van de inwoners van de gemeente Haaksbergen geborgd.

5.2 Reikwijdte van het Omgevingsplan De standaard uitspraak is dat regels over activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving in het Omgevingsplan komen. Dit ligt alleen iets genuanceerder. Alleen regels die gaan over het permanent en tastbaar wijzigen van de fysieke leefomgeving moeten in het Omgevingsplan mogen worden opgenomen. Voorbeelden daarvan zijn het kappen van bomen, het verleggen van kabels en leidingen of aanpassingen aanbrengen aan een monument. Regels die een ander motief hebben dan de fysieke leefomgeving mogen niet in het Omgevingsplan worden opgenomen. Het gaat dan vooral om regels over lokale belastingen en heffingen en regels die hoofdzakelijk worden gesteld met het oog op de handhaving van de openbare orde. Met name bij het overzetten van regels uit verordeningen (zie paragraaf 3.3) is het bovenstaande belangrijk. Er zijn regels die moeten worden overgezet en er zijn regels die juist niet mogen worden overgezet naar het Omgevingsplan. Voor een aantal regels is er een keuzemogelijkheid. Het gaat daarbij om regels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, maar die de fysieke leefomgeving niet permanent en tastbaar wijzigen. Als je hierover regels wilt opstellen, moet per regel naar de aard en motief gekeken worden om te bepalen waar een regel het best thuishoort.

Daarbij kunnen zich ook gevallen voordoen dat meerdere motieven spelen. Hierbij kan gedacht worden aan evenementen. Regels over evenementen hebben een hybride karakter. Ze hebben een motief vanuit de fysieke leefomgeving én de openbare orde.

5.3 Zorg-, informatie-, melding en vergunningplichten, In het Omgevingsplan heeft de gemeente verschillende mogelijkheden voor het stellen van regels. Het type regel bepaalt in hoeverre de initiatiefnemer vrij is activiteiten uit te voeren en in hoeverre de gemeente hier invloed op wil / kan uitoefenen. De mogelijkheden zijn schematisch weergegeven in de ‘regelpiramide’ die is opgesteld door de VNG.

28

Bron: “Handleiding stap voor stap het Omgevingsplan ontwerpen” van de VNG. Aan de basis van de piramide staat ‘niets regelen’. Voor onderwerpen waar de gemeente geen (aanvullende) regels wil stellen hoeft niets opgenomen te worden in het Omgevingsplan. Dit kan het geval zijn als een regel van het waterschap, de provincie of het Rijk met een rechtstreekse werking als voldoende is. De meest lichte manier van invloed uitoefenen is het opnemen van een zorgplicht. Daarmee wordt benadrukt dat bij het uitoefenen van (bepaalde) activiteiten rekening moet worden gehouden met specifieke belangen. Hoe dat in de praktijk wordt gedaan is aan de initiatiefnemer. De gemeente kan meer grip krijgen op activiteiten door te werken met algemene regels. Daarmee kan worden voorgeschreven hoe een initiatiefnemer moet handelen als deze bepaalde activiteiten wil uitvoeren. Aan deze regels kan nog een informatieplicht of meldplicht worden gekoppeld. Bij de informatieplicht informeert de initiatiefnemer de gemeente en kan de gemeente deze informatie gebruiken om de bestaande situatie te actualiseren. Bij een meldplicht heeft de gemeente nog de mogelijkheid om voorschriften aan de gemelde activiteit te koppelen. Bij een melding moet een initiatiefnemer dan ook vier weken wachten voordat daadwerkelijk gestart wordt met de activiteit.

Nog meer grip kan de gemeente verkrijgen door een vergunningplicht op te nemen. Activiteiten die hieronder vallen mogen niet worden uitgevoerd zonder dat de gemeente hiervoor een vergunning heeft verleend. Het vergunningstelsel kan zo uitgebreid worden gemaakt als de gemeente nodig acht. Het is echter wel van belang om te realiseren een aanvraag Omgevingsvergunning vrijwel altijd binnen 8 weken verleend of geweigerd moet worden. Het meest rigide is een verbod op het uitvoeren van bepaalde activiteiten. Dit is minder definitief dan het klinkt. Met een zogenaamde buitenplanse Omgevingsplanactiviteit kan namelijk alsnog een vergunning worden verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. Bij de afwegingen omtrent verlening of weigering van een dergelijke aanvraag speelt de Omgevingsvisie een belangrijke rol.

29

5.4 Afbakening van activiteiten De Omgevingswet bepaalt dat in het Omgevingsplan regels gesteld kunnen worden over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Deze regels moeten zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en daarmee voor het borgen van een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarom is het van belang om te bepalen over welke activiteiten de gemeente regels wil stellen in het definitieve Omgevingsplan. Een nieuw aspect hierbij is dat indien een activiteit niet is gereguleerd, de activiteit is toegestaan. Er zullen dus regelmatig nieuwe activiteiten worden geconstateerd waarvoor het wenselijk is om regels op te stellen. Het Omgevingsplan zal een ‘bibliotheek’ met activiteiten bevatten. Deze bibliotheek wordt al voor een deel gevuld door regels uit de ‘bruidsschat’. Voor de uniformiteit in regels tussen verschillende overheden, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de activiteiten (en hun definities) zoals die landelijk worden gehanteerd.

5.5 Omgevingswaarden Omgevingswaarden zijn normen voor de kwaliteit die de gemeente voor (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kan de gemeente zelf formuleren, maar ze kunnen ook voortkomen uit verplichtingen van andere overheden. Als bijvoorbeeld een overschrijding van landelijk vastgestelde normen voor luchtkwaliteit of geluid dreigt, is de gemeente verplicht om hiervoor een omgevingswaarde in het Omgevingsplan op te nemen. Hierdoor ontstaat dan ook de verplichting voor gemeenten om hun bevoegdheden zo uit te oefenen dat de omgevingswaarden ook worden behaald. Daarbij kan gedacht worden aan het stellen van regels voor activiteiten, het feitelijk handelen van de gemeente, het stimuleren van bepaald gedrag van derden of het nemen van maatregelen buiten de scope van de Omgevingswet, zoals verkeersmaatregelen. Op het moment dat een omgevingswaarde in het Omgevingsplan staat, moet de gemeente ook meten en beoordelen of de omgevingswaarde wordt behaald. Bovendien moet extra actie worden ondernomen indien de vastgestelde omgevingswaarde niet gehaald dreigt te worden. In dat geval wordt een programmatische aanpak verplicht. De hogere overheid controleert of er aan de omgevingswaarden voldaan wordt. Of we vrijwillig omgevingswaarden willen opnemen in het Omgevingsplan is vooral afhankelijk van de doelen en ambities die in de Omgevingsvisie worden vastgesteld.

In eerste instantie wordt ingeschat dat er geen vrijwillige omgevingswaarden opgenomen worden.

5.6 Monitoring Als omgevingswaarden in een Omgevingsplan zijn vastgelegd, dan moet ook de manier van monitoren worden aangegeven. De manier van monitoring wordt ook in het Omgevingsplan geregeld. Dat betekent dat expliciet moet worden aangegeven welke variabelen worden gemonitord, met welke frequentie, met welke ruimtelijke dichtheid, en hoe rapportage en evaluatie plaatsvinden. Bij monitoring is het wettelijk verplicht om de met uitvoering belaste bestuursorgaan en de methode (berekening / wijze van meten) vast te leggen. In sommige gevallen kan het nodig zijn dat eerst bestaande situatie als 0-scenario in kaart wordt gebracht. Zoals in paragraaf 5.5 is aangegeven, is de gemeente Haaksbergen in eerste instantie niet van plan om vrijwillig omgevingswaarden op te nemen. Het uitwerken en vastleggen van monitoring van Omgevingswaarden is daarmee niet van toepassing op het Omgevingsplan van Haaksbergen. 30

5.7 Delegatie De gemeenteraad stelt uiteindelijk het Omgevingsplan vast. Net als bij bestemmingsplannen biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om het vaststellen van delen van het Omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. In het delegatiebesluit moet helder zijn binnen welke kaders en onder welke voorwaarden het college wijzigingen mag aanbrengen aan het Omgevingsplan. Voor het besluit tot vaststellen van een deel van het Omgevingsplan gelden verder dezelfde inhoudelijk en procesmatige voorwaarden die ook gelden voor een besluit van de gemeenteraad. De gemeente Haaksbergen is bezig met de voorbereiding tot het vaststellen van het delegatiebesluit. Voorgesteld wordt om pas een voorstel te doen over hoe er omgegaan kan worden met het delegatiebesluit, wanneer er meer duidelijkheid is over de regels, de visie en wanneer er gewerkt kan worden met concrete voorbeelden.

6. Beheersaspecten 6.1 Tijd Inmiddels is de invoering van de Omgevingswet uitgesteld naar 1 januari 2024. Dit houdt in dat de gemeente Haaksbergen nog tot 1 januari 2024 heeft om de voorbereidingsfase af te ronden. Vanaf dat moment wordt er gestart met de transitiefase. Deze fase loopt formeel gezien tot en met 2032. Echter is het verstandig om de transitiefase zo spoedig mogelijk af te ronden.

6.2 Organisatie Zoals meerdere malen in dit document is aangegeven is er een enorme capaciteitsinvestering nodig voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de 1e helft van 2023 is een projectopdrachtformulier vastgesteld. Voor de capaciteitsplanning uit het projectopdrachtformulier zie onderstaand schema/ Als disclaimer worden hierbij de volgende punten benoemd: -

-

De ingeschatte uren gaan uit van het wettelijke minimum; De hieronder beschreven uren zijn indicatief. Afhankelijk van voortschrijdend inzicht kunnen deze uren wijzigen.

Rol

Projectleider Omgevingswet

Uren voor Uren na inwerkingtreding inwerkingtreding (gemiddeld met uitgangspunt van 6 jaar) 50 50 per jaar

Activiteit

Deelprojectleider Omgevingsplan Medewerker RO

800

200 per jaar

192

50 per jaar

Afstemming tussen Omgevingsplan en rest van Omgevingswet (waaronder de Omgevingsvisie) Begeleiding Omgevingsplan en input buitengebied Input vanuit bedrijventerreinen

Medewerker RO

192

50 per jaar

Input vanuit woongebieden

Medewerker RO

192

50 per jaar

Juridisch Medewerker

576

60 per jaar

Afstemming Toepasbare Regels en aanvullende input buitengebied Controle juridische houdbaarheid 31

Omgevingsplanregels Medewerker GEO

300

50 per jaar

Medewerker Handhaving

300

50 per jaar

Medewerker APV

300

20 per jaar

Annoteren (verwerken van regels in DSO) Afstemming handhaafbaarheid van regels Afstemming input regels uit de APV

Medewerker / Deelprojectleider DSO Medewerker MO

200

50 per jaar

Inregelen digitale processen

70

30 per jaar

Input vanuit sociaal domein

Medewerker Milieu

100

30 per jaar

Medewerker Vergunningen

576

30 per jaar

Medewerker Vergunningen

50

10 per jaar

Medewerker Vergunningen

50

10 per jaar

Communicatiemedewerker

300

30 per jaar

Regelbeheerder

1.296*

1.720 per jaar

Contactpersoon ODT en afstemming milieuregels Toetsing en afstemming werkbaarheid van regels Testen werkbaarheid Omgevingsplan Testen werkbaarheid Omgevingsplan Afstemming communicatie intern en extern. Afstemming Opstellen omgevingsplanregels en tijdelijk- en nieuw deel omgevingsplan beheren (zie vacaturetekst)

Totaal

5.544 Oorspronkelijk ingeschat: 2.444

2.490 per jaar Oorspronkelijk ingeschat: 754 per jaar

6.3 Geld In de begroting 2023 is structureel een bedrag van € 250.000 per jaar opgenomen voor de Omgevingswet. Dit bedrag is opgenomen omdat de Omgevingswet nieuwe werkzaamheden met zich meebrengt, zoals onder andere het opstellen van het omgevingsplan. Hiervan worden extra personeelskosten betaald. Het zal moeten blijken of het bedrag van € 250.000 voldoende is of dat er extra middelen nodig zijn.

6.4 Informatie Zoals eerder in dit document is beschreven is er nog veel onduidelijk over de Omgevingswet. Dit heeft met name betrekking op de praktische zaken. Gaandeweg wordt er echter steeds meer bekend. Niet alleen binnen de gemeente Haaksbergen, maar binnen alle overheden in Nederland. Nieuwe informatie wordt continu gepubliceerd. De informatie van verschillende bronnen zoals de VNG, Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) en aandeslagmetdeOmgevingswet.nl zijn van essentieel belang. Ook wordt er veel informatie opgehaald bij de verschillende cursussen en opleidingen die gevolgd worden (zie paragraaf 3.5). 32

6.5 Kwaliteit Zoals eerder toegelicht is er geen vast kader voor het Omgevingsplan. De kwaliteit van het plan zal vooral aankomen op de kennis en kunde van de betrokken medewerkers en partijen. Afstemming met ketenpartners, adviseurs en andere gemeenten draagt bij aan het waarborgen van deze kwaliteit. Een bijkomend voordeel van het DSO is dat de regels van andere overheden digitaal beschikbaar zijn. Bij het opstellen van de regels voor de gemeente Haaksbergen kunnen we de regels van andere overheden gebruiken als referentiekader.

6.6. Risico’s Zoals aangegeven is zowel het voorbereiden als uiteindelijk het opstellen van een integraal Omgevingsplan zeer veel werk, waarbij daarnaast ook de reguliere werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Gecombineerd zorgt dit ervoor dat de beschikbare tijd voor de implementatie van het Omgevingsplan een groot zorgpunt is. De verwachting is dat (naast het opstellen van het raamwerk, en het oefenen met de nieuwe software en werkwijze) vooral het analyseren, uniformeren en opschonen van de verschillende vigerende verordeningen zeer veel tijd gaat kosten. Zoals eerder aangegeven is de ondersteuning van het team Juridische Zaken essentieel. De verwachting is dat dit niet binnen reguliere werktijd op te lossen is. Natuurlijk geldt dit niet alleen voor het team Juridische Zaken. Het inhoudelijk afstemmen, uniformeren en samenvoegen van de regels zal in samenwerking met de diverse vakdisciplines plaatsvinden. Met betrekking tot de periode na inwerkingtreding is er in de transitieperiode tussen 2024 en 2032, afhankelijk van uiteindelijke vorm van het Omgevingsplan, een kans dat er gebieden zijn waar het Omgevingsplan al zo is aangepast dat voldaan wordt aan de eisen van de Omgevingswet en gebieden waar dit nog niet het geval is. Het is mogelijk dat er daarom sprake zal zijn van verschillende regels op verschillende gebieden.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13434867/1